Daghospitaal informatiebrochure Bloedpatch
Inhoudstafel 1. Inleiding 2. Voorbereiding 3. Verloop van de opname 4. Nazorg 5. Alternatieven 6. Contact 7. Persoonlijke notities 3 3
1. Inleiding Graag duiden wij u op het belang van een goede informatie voorafgaand aan uw behandeling of onderzoek. Wij raden u dan ook ten zeerste aan deze folder grondig door te nemen. Heeft u bijkomende vragen? Aarzel dan niet om uw behandelend arts aan te spreken of neem contact op met het daghospitaal. U heeft een ruggenprik toegediend gekregen. Dit kan zijn: als toediening van een regionale anesthesie (spinaal of epiduraal) voor een operatie, een bevalling of voor het toedienen van medicatie, door de anesthesist of voor de afname van hersenvocht (liquor, ruggenmergvocht) voor onderzoek, door de neuroloog Soms kunt u hoofdpijn krijgen na een ruggenprik, omdat er na de punctie wat liqour of ruggenmergvocht uit het prikgaatje blijft lekken. Hierdoor is de druk in de wervelkolom en in het hoofd tijdelijk verlaagd. Dit veroorzaakt de hoofdpijn. De hoofdpijn kan direct na de punctie ontstaan, maar ook nog tot ongeveer 3 dagen erna. De pijn is soms hevig en wordt erger als u rechtop gaat zitten. U kunt daarbij ook last hebben van oorsuizen. Als u ligt, neemt de pijn meestal af. De hoofdpijn gaat meestal na enkele dagen spontaan over, maar kan ook langer aanhouden. In eerste instantie krijgt u het advies 24 tot 48 uur platte bedrust te houden, voldoende te drinken (met name dranken met caffeïne, zoals koffie en cola) en pijnstillers, best paracetamol, te gebruiken. Vaak zullen de klachten daarna al weg zijn. Als dat allemaal niet helpt en de pijn blijft na enkele dagen nog aanhouden, dan is de bloedpatch een mogelijke oplossing. 2. Voorbereiding Er is geen specifieke voorbereiding nodig voor het plaatsen van een bloedpatch. U hoeft niet nuchter te zijn en u draagt uw eigen, liefst gemakkelijke, kleding. Voor een epidurale bloedpatch wordt eigen bloed gebruikt zonder toevoegingen. 4
3. Verloop van de opname Er wordt circa 20 ml bloed steriel afgenomen uit bijvoorbeeld de arm. Dit bloed wordt vervolgens langzaam via een naald in de epidurale ruimte gespoten. De naald wordt daarbij op hetzelfde niveau geplaatst als waar de oorspronkelijke insteekopening was. Doordat het bloed stolt rondom het gaatje treedt geen verder ruggenmergvochtverlies of hersenvochtverlies meer op. Soms moet de procedure nog eens worden herhaald. Aangezien het 20 ml ingespoten bloed enige ruimte inneemt en druk geeft op de hersenvliezen, kan er rugpijn of stijfheid van de rug ontstaan. 4. Nazorg Na het inbrengen van de bloedpatch moet u gedurende één uur platte rust nemen. U krijgt een pleister ter hoogte van de punctieplaats. Deze wordt gecontroleerd door de verpleegkundige, evenals de prikplaats van de bloedafname. De verpleegkundige kijkt ook uw parameters na, controleert uw bloeddruk en pols, vraagt na of u pijn hebt en controleert of u uw benen kan bewegen. 5. Alternatieven Zoals reeds beschreven kan voor het uitvoeren van de bloedpatch nog even afgewacht worden om te zien of rust en het gebruik van cafeïnevrije dranken verbetering brengen. Eventueel is een tweede bloedpatch aangewezen. 6. Contact Indien er zich thuis ernstige problemen voordoen, is het aangeraden de dienst te verwittigen op het nummer 03 380 20 99, contact op te nemen met uw huisarts of met de spoedafdeling van het ziekenhuis via het nummer 03 380 20 80. 5 5
7. Persoonlijke notities 6
7 7
Opdrachtgever: Luc Van Dingenen - hoofdverantwoordelijke daghospitaal VU: Koen Vancraeynest - algemeen directeur Versiedatum: 20 augustus 2015 Algemeen Ziekenhuis Sint-Jozef Oude Liersebaan 4 2390 Malle Tel.: 03 380 20 11 azsintjozef@emmaus.be www.azsintjozef-malle.be AZ Sint-Jozef maakt deel uit van de groep Emmaüs