STANDAARDVOORZORGSMAATREGELEN PROCEDURE Contactpersoon Eva Rutten Geldig vanaf 2022016 Referentie AZSJ-0187 Versie 2.0 AZ Sint-Jozef Malle 1 Doel 2 Toepassingsgebied 3 Definities 4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden 5 Werkwijze 5.1 Algemeen 5.2 Opbouw standaardvoorzorgsmaatregelen 5.2.1 Handhygiëne 5.2.2 Persoonlijk beschermingsmateriaal 5.2.2.1 Handschoenen 5.2.2.2 Gezichtsbescherming 5.2.2.3 Masker 5.2.2.4 Schort 5.2.3 Hoesthygiëne 5.3 Volgorde van aan- en uittrekken van persoonlijk beschermingsmateriaal 5.3.1 Aantrekken 5.3.2 Uittrekken 6 Verwante documenten 7 Bijlagen 8 Literatuurlijst 9 Zoektermen 1 Doel Dan is deze enkel geldig als ze overeenstemt met de elektronische versie op Werkwijzer. 1
Voorkomen van overdracht van micro-organismen. 2 Toepassingsgebied Alle afdelingen binnen het AZ Sint-Jozef. 3 Definities Dan is deze enkel geldig als ze overeenstemt met de elektronische versie op Werkwijzer. 2
4 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Alle zorgverstrekkers binnen het AZ Sint-Jozef. 5 Werkwijze 5.1 Algemeen Standaardvoorzorgsmaatregelen werden ontwikkeld om het risico op overdracht van bloedoverdraagbare en andere pathogenen te verminderen. Zowel bij bekende als onbekende bronnen. Standaardvoorzorgsmaatregelen moeten steeds de minimum gebruikte voorzorgsmaatregelen bij zorg voor een patiënt zijn. Handhygiëne vormt hierbij het sleutelelement. Het is het belangrijkste onderdeel van de standaardvoorzorgsmaatregelen en een van de meeste effectieve methoden in de preventie van nosocomiale transmissie van micro-organismen. Bovenop de handhygiëne komt het gebruik van persoonlijk beschermingsmateriaal. Om te bepalen welke persoonlijke beschermingsmiddelen er moeten worden gebruikt, dient een risicoanalyse vooraf te gaan. Maak een inschatting naar de potentiele blootstelling (intensiteit en duur) aan lichaamsvochten of gecontamineerde oppervlakken vooraleer de zorgactiviteiten aan te vatten. Maak hier een gewoonte van! Maak op basis van de risico inschatting een selectie van het benodigde materiaal: Niet-steriele handschoenen. Niet-steriele schort. Oog- en mondbescherming. Tracht bevuiling van kleding en huid te vermijden bij het verwijderen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Verwijder deze steeds voor het verlaten van de kamer. Alle individuen (patiënten alsook bezoekers) dienen steeds de basiselementen naar infectiepreventie zoals hand- en hoesthygiëne te respecteren. 5.2 Opbouw standaardvoorzorgsmaatregelen 5.2.1 Handhygiëne Voorkom bevuiling en besmetting van handen door onnodig contact met patiënten of de patiëntomgeving te vermijden. Voer handhygiëne uit conform de indicaties (zie procedure handhygiëne): Voor contact met de patiënt. Voor een zuivere of invasieve handeling. Na blootstelling aan lichaamsvochten. Na een laatste contact met de patiënt of de directe patiëntenomgeving. Na contact met de directe patiëntenomgeving. 5.2.2 Persoonlijk beschermingsmateriaal 5.2.2.1 Handschoenen Handschoenen worden gebruikt bij potentieel risico op blootstelling aan mucosa, lichaamsvochten of bloed. Of bij contact met potentieel infectieus materiaal. Bij de zorg voor een patiënt is het noodzakelijk van handschoenen te wisselen om zo kruisbesmetting van het ene lichaamsdeel naar het andere te voorkomen. Belangrijk hierbij is ook het werken van proper naar vuil. Handschoenen zijn interventie gebonden. Wanneer een taak wordt onderbroken of wanneer er materiaal dient te worden aangeraakt dat niet exclusief voor de patiënt is bedoeld (denk maar aan telefoon, tillift, laptop, verpleegkar ), dienen de handschoenen te worden uitgetrokken en gewisseld. Dit soort materialen wordt immers vaak van de ene naar de andere kamer meegenomen en fungeert prima als vector van micro-organismen tussen verschillende patiënten. Dan is deze enkel geldig als ze overeenstemt met de elektronische versie op Werkwijzer. 3
Handschoenen kunnen niet hergebruikt, gewassen of worden ontsmet. Dit tast immers de integriteit van de handschoenen erg aan. Handschoenen vormen ook geen alternatief voor het uitvoeren van handhygiëne. Wanneer handschoenen samen met andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen, worden zij als laatste aangetrokken. Verwijder de handschoenen op een correcte wijze en voorkom zo contaminatie van de handen. Nadat handschoenen zijn verwijderd, dient steeds handhygiëne te worden uitgevoerd. 5.2.2.2 Gezichtsbescherming Gebruik een oogbescherming (bril) enof gezichtsbescherming (spatscherm) om de slijmvliezen van ogen, neus en mond te beschermen bij activiteiten die risico inhouden tot spatten of sprayen van bloed, lichaamsvochten, secreties of excreties. Bij procedures die aerosolvorming met zich meebrengen, zoals bv. bronchoscopie, een endotracheale aspiratie of intubatie, draagt men een masker met scherm voor oogbescherming of een masker en een bril. Zorg steeds dat deze beschermingsmiddelen goed aansluiten op het gelaat. Zeker in het geval van een masker is dit strikt noodzakelijk om een effectieve bescherming te realiseren. 5.2.2.3 Masker Draag een chirurgisch mondneusmasker wanneer er kans is op: Contact met lichaamsvochten Overdracht van micro organismen vanuit de neus of mond van medewerker naar patient Mond of neus, door aanraken met de handenhandschoenen Het chirurgisch mondneusmasker voldoet aan NEN-EN 14683, type IIR. Draag een ademhalingsbeschermingsmasker als er kans bestaat op transmissie via druppels en druppelkernen een FFP 1 masker. Draag een ademhalingsbeschermingsmasker als er kans bestaat op transmissie via partikels in de lucht een FFP 2 masker. 5.2.2.4 Schort Gebruik een schort ter bescherming van de huid en het voorkomen van bevuilen van werkkledij bij activiteiten die een risico inhouden tot het spatten of sprayen van bloed, lichaamsvochten, secreties of excreties. Handhygiëne wordt uitgevoerd na het verwijderen. Een bevuilde schort wordt meteen weggegooid. Andere onderdelen van standaardvoorzorgsmaatregelen zijn terug te vinden in andere procedures: Preventie van prikongevallen. Richtlijnen met betrekking tot de behandeling van linnen, afval en verzorgingsmateriaal. 5.2.3 Hoesthygiëne Deze maatregelen betreffende hoesthygiëne zijn van toepassing voor iedereen: medewerkers, patienten en bezoekers. Instrueer patiënten, bezoekers en personeel over het belang van hoesthygiëne, vooral in periodes van opflakkering van virale luchtweginfecties. Hoesthygiëne houdt in: mond en neus te bedekken bij hoesten en niezen een papieren zakdoekje te gebruiken en deze meteen na gebruik weg te werpen in een afvalemmer Uitvoeren van handhygiëne nadien. Dan is deze enkel geldig als ze overeenstemt met de elektronische versie op Werkwijzer. 4
Bied bij verhoogde prevalentie van luchtweginfecties in de gemeenschap ook maskers aan aan patienten of andere symptomatische personen. Vraag hen om in wachtruimtes een afstand van minimum 1 meter te bewaren. 5.3 Volgorde van aan- en uittrekken van persoonlijk beschermingsmateriaal 5.3.1 Aantrekken Beschermingsmateriaal wordt aangetrokken in het sas of bij het binnengaan van de kamer voor contact met de patiëntenomgeving. 1 Schort 2 Masker 3 Oogbescherming 4 Handhygiëne 5 Handschoenen 5.3.2 Uittrekken Beschermingsmateriaal wordt uitgetrokken voor het verlaten van de kamer. In geval van airborne infecties wordt het beschermingsmateriaal uitgetrokken in het sas. Het masker wordt na het verlaten van het sas uitgetrokken, nadat alle beschermingsmaterialen zijn uitgetrokken. 1 Handschoenen 2 Handhygiëne 3 Oogbescherming 4 Schort 5 Masker 6 Handhygiëne 6 Verwante documenten Zie procedure: handhygiëne 7 Bijlagen 8 Literatuurlijst 1 M. Van de Putte, Hygiëne in het ziekenhuis. Acco, Leuven, 2008. 2 WHO, Infection Control, oktober 2007. 3 CDC, Guideline for Isolation Precautions: Preventing Transmission of Infectious Agents in Healthcare Settings, 2007. 4 WIP. Algemene voorzorgsmaatregelen, Persoonlijke beschermingsmiddelen. September 2015. 9 Zoektermen Dan is deze enkel geldig als ze overeenstemt met de elektronische versie op Werkwijzer. 5