Yvonne Boesten

Vergelijkbare documenten
Nadere regels jeugdhulp gemeente Voorschoten Definitieve versie

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)

Beleid Jeugdhulp. De aanpak in Stein, de Westelijke Mijnstreek en Zuid-Limburg

Jeugdhulp in Nissewaard

Concept Verordening jeugdhulp gemeente Velsen 2015

Raadsvoorstel. Vergadering : 20 november Agendapunt : 9 : Besluitvormend Programma : (6) Welzijn Portefeuillehouder : D. Fokkema. Aan de Raad.

Mijke Maas / maart 2017

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

hoofdlijnennotitie Decentralisatie Jeugdzorg Westelijke Mijnstreek

Veranderingen in de Jeugdzorg Zeeland: Vraag- en antwoord

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

DECENTRALISATIES SOCIAAL DOMEIN. Raadsvoorstellen 2014

Raadsvoorstel. 1. Samenvatting. 2. Voorstel. - Kennis nemen van de notitie 21 voor de jeugd 2.0. vormen van dagbehandeling. Agenda nr.

Transitie Jeugdzorg. Woerden, 17 oktober 2013

Aan de raad van de gemeente Wormerland

Transitie Jeugdzorg. Door José Vianen; Adviseur

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

De Jeugdwet schrijft in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.12 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval uitvoeringsregels opstelt:

De nieuwe Jeugdwet op hoofdlijnen. André Schoorl Programma stelselherziening jeugd

Kansrijk opgroeien in Lelystad

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem cc gemeenteraad Postbus ZG WOUDRICHEM

gelet op artikel 2, artikel 4, artikel 7 en artikel 12 van de Jeugdverordening gemeente IJsselstein 2015;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, (t.a.v. Tina Bollin)

De Jeugdwet en pleegzorg: transitie en transformatie?!

Jeugd. Sociaal Domein Jeugd Werk Zorg. 1 september 2014, verordening Jeugdhulp

Er is voldaan aan de verplichting in de Jeugdwet om een beleidsplan en een verordening vast te stellen.

Beleidsplan jeugdhulp in de A2-gemeenten Op weg naar een andere jeugdzorg

Betreft: Veranderingen in de jeugdhulp en het overgangsrecht - informatie voor ouders en verzorgers van kinderen in jeugdhulp

Verordening jeugdhulp

Het sociaal domein. Renate Richters Els van Enckevort

Regionaal en lokaal Beleidskader Transitie Jeugdzorg Route Zuidoost

Raadscommissievoorstel

Wethouder Johan Coes Gemeente Hellendoorn. Wethouder Jan Binnenmars Gemeente Twenterand. Wethouder Dianne Span Gemeente Wierden

Aan: de gemeenteraad Vergadering: 23 juni 2014

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening)

Transitie en transformatie Jeugdzorg. Themabijeenkomst 16 september 2013

presentatie aan de raadscommissie Samenleving van de gemeente Brielle door Pascalevan der Wekken, interim beleidsmedewerker Jeugd op 22 mei 2013

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Verordening jeugdhulp Utrecht 2015

Algemene vragen van ouders over de transitie jeugdhulp

Informatiebijeenkomst VGN Stand van Zaken Jeugdwet

RAADSINFORMATIEBRIEF

Lelystad. Raadsbesluit. /Lj OSó2. gemeenteraad. Nummer: De raad van de gemeente Lelystad,

Gemeenteblad Officiële uitgave van de gemeente Huizen Week: 6 Datum: nr

N.B. Voor Haaglanden geldt dat de taken die in dit plaatje bij de provincie liggen de verantwoordelijkheid zijn van het stadsgewest Haaglanden.

Transitie Jeugdzorg. 2 april 2014 Ronald Buijs Directeur Yulius KJP

DECENTRALISATIE JEUGDZORG TRANSITIE, BESPARING EN TRANSFORMATIE

Gemeente Nissewaard - Verordening jeugdhulp Nissewaard

Over zorg voor de jeugd en de Jeugdwet. hoorn.nl

KANSRIJK OPGROEIEN IN LELYSTAD

Transcriptie:

Agendapunt commissie: Steller Telefoonnummer Email Yvonne Boesten 040-2083528 ybo@valkenswaard.nl Agendapunt kenmerk datum raadsvergadering Onderwerp 5006 30-10-2014 Beleidskader Jeugdhulp 2015-2019 en Verordening Jeugdhulp aan de gemeenteraad A. Samenvatting Vanaf 1 januari 2015 gaat de nieuwe Wet inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet), in werking treden. De gemeenten krijgen een brede verantwoordelijkheid voor de jeugdigen en hun ouders in hun gemeente. De wijze waarop de gemeente vorm geeft aan deze verantwoordelijkheid wordt vastgelegd in een beleidskader en verordening. De A2-gemeenten trekken samen op in de voorbereidingen op deze Transitie. B. Voorgesteld besluit 1. Instemmen met het Beleidskader Jeugdhulp 2015-2019 2. Instemmen met de Verordening Jeugdhulp 2015 3. Kennis nemen van de inspraakreacties en de beantwoording door het college. C. Inleiding De Jeugdwet 2015 Gemeenten worden per 1 januari 2015 bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders. Naast deze bestuurlijke en financiële decentralisatie (transitie), die gepaard gaat met een forse bezuiniging, dienen we te streven naar een omslag (transformatie) in het werken binnen de jeugdzorg. De nieuwe verantwoordelijkheden zijn in de Jeugdwet (artikel 2.5) als volgt vormgegeven: - Laagdrempelige en herkenbare toegang tot jeugdhulp; - Het bieden van kwantitatief en kwalitatief voldoende jeugdhulp; - Het waarborgen dat passende hulp tijdig wordt ingezet en dat de juiste expertise beschikbaar is; - Het adviseren over en bepalen en inzetten van de aangewezen vorm van jeugdzorg; - Het adviseren van professionals die zich zorgen maken over een jeugdige; - De mogelijkheid van directe interventie in crisissituaties; - Het bij complexe hulpvragen of wanneer de veiligheid van het kind in het geding is, zo snel mogelijk specialistische hulp inschakelen en een verzoek tot onderzoek overwegen bij de raad voor de kinderbescherming; - Een samenhangende organisatie van de toegang tot de raad voor de kinderbescherming en het gedwongen kader;

- Het kosteloos en anoniem advies beschikbaar stellen voor jeugdigen met vragen over opgroeien en opvoeden. Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de uitvoering van deze verantwoordelijkheden. Wel zullen de gemeenten in de uitvoering rekening moeten houden met de bezuiniging die de transitie met zich meebrengt. Voor 2015 krijgen de gemeenten het historisch budget toegekend van de jeugdzorgvoorzieningen minus een korting van 4%. Deze korting loopt op tot 14% in 2017. Wettelijk kader De gemeente voert op dit moment al taken uit op het gebied van het algemeen jeugdbeleid, preventie en opvoed- en opgroeiondersteuning (Centrum Jeugd en Gezin) en de jeugdgezondheidszorg. In het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg komen hier bij: Provinciale taken: - Toegangstaken voor de geïndiceerde jeugdzorg - Ambulante jeugdzorg, open en semi- residentiële zorg - Pleegzorg - Crisishulp - Justitieel kader: jeugdbescherming (JB) en jeugdreclassering (JR) - Advies- en meldpunt kindermishandeling -Kindertelefoon Taken uit AWBZ of Zorgverzekeringswet: - Begeleiding, persoonlijke verzorging en het bijbehorende kortdurende verblijf - AWBZ zorg voor verstandelijk beperkte (Vb) jeugdigen tot 18 jaar (met uitzondering van verblijfszorg voor vb-jeugd die dit levenslang nodig hebben). - Geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (jeugd-ggz). Rijkstaken binnen het ministerie van VWS - Gesloten Jeugdzorg (Jeugdzorg+) In dit raadsvoorstel wordt u het Beleidskader Jeugdhulp 2015-2019 en de Verordening Jeugdhulp 2015 voorgelegd. De stukken zijn in A2 verband voorbereid en opgesteld. In het beleidskader staat beschreven hoe het college vorm geeft aan de decentralisatie van de Jeugdzorg. D. Wat willen we bereiken? Volgens de wet dient de gemeenteraad periodiek een beleidplan/kader vast te stellen. Daarin dient naast de bestuurlijke en financiële decentralisatie (transitie), die gepaard gaat met een forse bezuiniging, ook de realisatie van de inhoudelijke omslag (transformatie) in het werken in de Jeugdzorg worden beschreven. De eigen kracht van jeugdigen, hun gezin en sociaal netwerk neemt daar een belangrijke rol in. De uitgangspunten van het nieuwe stelsel zijn: meer preventie, meer eigen verantwoordelijkheid, jeugdigen naar vermogen laten participeren, normaliseren, ontzorgen en niet onnodig medicaliseren. We willen eerder jeugdhulp op maat bieden, dicht bij huis,om zo het beroep op de gespecialiseerde zorg te beperken. Ook willen we betere samenwerking rondom gezinnen en meer ruimte voor professionals. Dat doen we door de regeldruk terug te dringen. Het centrum voor Jeugd en Gezin dient in de A2 gemeenten als fundament. 2

Transitie en transformatie De decentralisatie van taken vanuit het rijk naar gemeenten omvat enerzijds een complexe overgang van verantwoordelijkheden en financiën (stelselverandering) en anderzijds een cultuurverandering bij de gemeente, professionals en burgers. Dat gaat echter niet vanzelf: er moet een omslag worden gemaakt en dat kost tijd. In het beleidskader komen daarom twee sporen aan de orde, namelijk: 1. de Transitie: op welke wijze richten we het cliëntproces in (het organisatiemodel)en wat moet er gedaan worden om op tijd klaar te zijn met de invoering van de decentralisaties per 1 januari 2015 en te voorkomen dat burgers dan tussen de wal en het schip vallen. 2. de Transformatie:de grote verandering in denken en doen voor burgers zelf (eigen kracht), professionals (zorgen dát in plaats van zorgen vóór) en bestuur (niet meer ieder voor zich en de overheid voor ons allen, maar eigen kracht en verantwoordelijkheid die voorop staat). In 2014 en 2015 werken we voornamelijk aan de Transitie. Reden hiervoor is enerzijds dat 2015 een overgangsjaar is waarbij gemeenten verplicht zijn voor dat jaar nog de lopende contracten over te nemen, en anderzijds omdat de nieuwe organisatie van de jeugdhulp voorwaarde is om latere effecten hiervan te kunnen realiseren. In de loop van 2015 en volgende jaren wordt verder gewerkt aan de transformatie. Op dat moment kan ook beter bepaald worden wat de effecten van alle veranderingen zijn en hoe de gemeente daar het beste op in kan spelen. E. Wat gaan we er voor doen? Het Beleidskader Jeugdhulp laat, per hoofdstuk, zien welke beleidsvoornemens, zoals aangegeven onder D, die de gemeente heeft om de transitie en transformatie Jeugdzorg vorm te geven. De verschillende hoofdstukken worden hieronder kort samengevat. Hoofdstuk 1: Inleiding De gemeenten in Nederland krijgen in 2015 nieuwe verantwoordelijkheden, taken en financiën binnen het sociaal domein. De uitvoering van de Jeugdwet is hier een belangrijk onderdeel van. De Jeugdwet omvat veel meer dan de taken die gemeenten voor 2015 hadden. Deze taken beperkten zich tot algemeen jeugdbeleid, preventie en opvoed- en opgroeiondersteuning. Hoofdstuk 2: Gemeentelijke rol, taken en verantwoordelijkheden vanaf 2015 Door de komst van de Jeugdwet komen hier nieuwe verantwoordelijkheden bij, zie artikel 2.5 van de Jeugdwet en paragraaf 2.3 in het beleidskader. Waaruit de nieuwe taken bestaan wordt beschreven in 2.2 van het beleidskader. Het jaar 2015 is een overgangsjaar. Tijdens dit jaar hebben cliënten die in 2014 in een zorgtraject zitten of op een wachtlijst staan recht op continuïteit van zorg. In 2016 eindigt het recht op zorgcontinuïteit of zoveel eerder als dat de indicatie afloopt. Uitzondering op deze regel is pleegzorg en maatregelen die opgelegd zijn door de kinderrechter. Nieuwe zorgvragen in 2015 zullen zorgvuldig worden bekeken. Er zal zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig op de zorgvraag worden ingezet. Uitgegaan wordt van de eigen kracht en verantwoordelijkheid die in eerste instantie ligt bij de jeugdige en diens ouders/opvoeders en hun sociale netwerk. Hoofdstuk 3: De positie van jeugdigen en ouders De positie van jeugdigen en ouders/opvoeders veilig te stellen is in de Jeugdwet de rechtspositie nader omschreven. Deze is te vinden in 3.1 van het beleidskader. 3

Hoofdstuk 4: Visie, uitgangspunten en beleidsdoelen Om de jeugdhulp in 2015 gestalte te kunnen geven is de volgende visie leidend: We werken aan een aantal systeemdoorbraken om te komen tot een transitie en transformatie van het jeugdstelsel. Daarmee verbeteren we de hulpverlening, de ondersteuning en zelfredzaamheid van jeugdigen en gezinnen. Hiermee willen we bereiken dat: - jeugdigen opgroeien in een kansrijk en veilig thuis; - jeugdigen opgroeien tot actieve burgers die deelnemen aan de samenleving en - jeugdigen zowel sociaal als economisch zelfredzaam zijn. De ouders zijn de belangrijkste opvoeders, maar de sociale omgeving bepaalt mede het verloop van de opvoeding en opgroeien van jeugdigen. Als steun vanuit de leefomgeving niet voldoende is, dan is professionele hulpverlening nabij. De rode draad voor het inrichten van de zorg bestaat uit de kenmerken dichtbij, in samenhang en effectief. Deze begrippen worden nader uitgewerkt in 4.2 van het beleidskader. In paragraaf 4.3 zijn een aantal uitgangspunten en in 4.4 beleidsdoelen geformuleerd. De beleidsdoelen worden hierna geciteerd: 1. De zelfredzaamheid en zelfstandigheid van jeugdigen en ouders met een hulpvraag bij het CJG+ worden gestimuleerd. 2. De jeugdhulp is kwalitatief goed, dichtbij, effectief, in samenhang georganiseerd (naar professionele maatstaven). 3. Voor gezinnen met complexe en meervoudige problematiek is integrale hulp, ongeacht van welk domein, beschikbaar op basis van één gezin, één plan, één regisseur. 4. Het gebruik van specialistische hulp (behandeling, verblijf) is afgenomen ten gunste van lichte vormen van hulp. Hoofdstuk 5: De vormgeving van jeugdhulp in de A2-gemeenten Hoofdstuk 5 is gewijd aan de organisatie ofwel vormgeving van jeugdhulp in de A2- gemeenten. Het model is opgebouwd vanuit de eigen kracht van het gezin en het netwerk rondom het gezin opbouwend naar de basisvoorzieningen van waaruit vooral ingezet wordt op preventie van uitgroei van problemen, naar het A2-team en als laatste de specialistische zorg. Uitgegaan wordt van drie lokale ondersteuningsteams (LOT) die aangevuld kunnen worden met deskundigheid uit het A2-team (samen CJG genoemd). Het uitgangspunt is dat de professionals binnen het A2-team generalistisch werken: één, gezin, één plan en één regisseur. Als expertise in het LOT en A2-team ontbreekt kan aanvullende expertise worden ingeschakeld. De coördinatie van het LOT en A2-team ligt bij de CJG-coördinatoren. Het streven is om de zorg zo licht mogelijk te houden, maar tevens ook zo zwaar als nodig. Waar de situatie het toelaat vindt afschaling van zorg plaats. Dit wil zeggen dat het CJG de zorg zo snel als mogelijk overneemt van de specialistische zorgaanbieders of dat de basisvoorzieningen het overnemen van het CJG. Evengoed kan opschaling van zorg nodig zijn. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de (ambtelijke) organisatorische aansturing van het CJG door de A2-gemeenten. Hoofdstuk 6: Specialistische zorgvormen Door de transitie zijn gemeenten verantwoordelijk voor specialistische zorgvormen. Hierbij gaat het om de kinder- en jeugdpsychiatrie, ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek, zorg voor jeugdigen met een verstandelijke handicap (jeugd-vb) en begeleiding voor chronische zieke jeugdigen. Zij ontvangen begeleiding en behandeling ambulante (extramuraal), in een zorginstelling (intramuraal) of in een tussenvorm (dagbehandeling of deeltijdverblijf). Het gaat om de volgende zorgvormen: Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK) Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Jeugd-Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 4

Jeugd- Verstandelijk beperkten (VB) Jeugdzorg plus Pleegzorg Spoedeisende zorg/crisisdienst Hoofdstuk 7: Kwaliteitsbeleid In de Jeugdwet worden allerlei kwaliteitseisen beschreven als het gaat om jeugdhulp, zie hiervoor hoofdstuk 7.1. De kwaliteitseisen hebben betrekking op de jeugdhulp zelf en de aanbieders en uitvoerders van jeugdhulp. Van belang is dat monitoring van de naleving van kwaliteitseisen wordt vormgegeven. Via het inkoopproces (contracten / verplichte keurmerken), signalen vanuit de gezinnen zelf (klanttevredenheid) en het CJG wordt de kwaliteit gepeild. Het college legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. Hoofdstuk 8: Aanpalende beleidsterreinen De invoering van de Jeugdwet staat niet op zich. Deze wordt in samenhang met de decentralisatie AWBZ en Participatiewet opgepakt. De samenhang is vooral te vinden in de gezinnen waar sprake is van multiproblematiek. Ook (passend) onderwijs is een belangrijk raakvlak. Nagegaan zal worden hoe het onderwijs en de jeugdhulp elkaar nog beter kunnen gaan versterken. Dit geldt ook voor andere belangrijke aanpalende terreinen zoals de Jeugdgezondheidszorg, het welzijnswerk en jongerenwerk en veiligheid. Hoofdstuk 9: Financiën In hoofdstuk 9 wordt uiteengezet wat de beschikbare budgetten zijn per A2-gemeente en wordt aangegeven hoe mogelijk efficiënter gewerkt kan worden, zodat de transitie jeugdhulp voldoende kan worden vormgegeven, ondanks de bezuinigingen die de gemeenten te verwerken krijgen met ingang van 2015. Kort wordt in dit verband ingegaan op de afspraken die gemaakt zijn in het Regionaal Transitie Arrangement, de landelijk in te kopen zorg, regionale inkoop van jeugdhulpproducten en de meest vergaande vorm van regionale samenwerking; risicospreiding bij dag- en nachtbehandeling. Ook wordt aangegeven welke kosten vanuit de individuele gemeenten worden gefinancierd en welke vanuit één budget voor de drie A2- gemeenten. Dit budget is overigens afkomstig van de drie A2-gemeenten. Er volgen nog een aantal paragrafen inzake Zorg in Natura / Persoonsgebonden budget, het woonplaatsbeginsel dat bepalend is voor de toedeling van kosten jeugdhulp en de ouderbijdrage. Tot slot wordt beschreven met welke risico s en verantwoordelijkheden rekening moet worden gehouden. Het eerste risico is de overschrijding van beschikbare budgetten, het tweede politieke risico is de (mede)verantwoordelijkheid van de gemeente bij calamiteiten in zorg. Hoofdstuk 10: Implementatie-agenda In hoofdstuk 10 volgt in een reeks aan stappen die gezet moeten worden tot 2015 (transitiefase). Na 2015 zullen er ook diverse zaken aangepakt moeten worden en zal de ruimte gaan komen voor de echte transformatie. Verordening De verordening geeft uitvoering aan de Jeugdwet. Met deze wet wordt tevens een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg (aanspraak) naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten (voorziening), op een wijze zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg worden hierbij vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind: jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als beoogd doel ervoor 5

te zorgen de eigen kracht van de jongere en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken. De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt: over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen; met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet; over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet, en ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Jeugdwet door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. De verordening kan niet los worden gezien van het beleidskader en wordt samen met het beleidskader voorgelegd aan de raad. Voor de Verordening Jeugdhulp Valkenswaard is de modelverordening van de VNG als basis gebruikt. In deze modelverordening wordt gemeenten de keuze voorgelegd om een aantal zaken te delegeren naar beleidsregels, en dus vast te stellen door het college. Om na 1 januari 2015 enige flexibiliteit te borgen (zaken kunnen in de praktijk immers net anders uitpakken) is hier bij het schrijven van de verordening voor gekozen. Zo worden onder andere de soorten individuele voorzieningen de wijze waarop de hoogte van een PGB in beleidsregels vastgelegd. F. Financiën Uit de meicirculaire is naar voren gekomen dat de gemeente in 2015 over de volgende budgetten beschikt voor de uitvoering van de Jeugdhulp: Budget 2015 Budget CJG Totaal Valkenswaard 3.903.715 496.000,- 4.399.715 Voor de financiering van de drie decentralisaties realiseert het Rijk één sociaal fonds, waardoor de financiering het uitgangspunt volgt van: Eén gezin, Eén plan. Eén regisseur en lokaal maatwerk per casus mogelijk maakt. Via het regeerakkoord 2012 is voorzien in een korting op het over te hevelen budget, die oploopt van 4% voor het komend jaar 2015 tot 14% in 2017 (namelijk 4%+5%+5%). Vooralsnog wordt het in het kader van de Jeugdwet gedecentraliseerde budget als zodanig geoormerkt en verantwoord. Op die manier is het mogelijk te monitoren of het toegekende Rijksbudget past bij de werkelijke uitgaven. Om de hierboven beschreven korting het hoofd te kunnen bieden zijn bezuinigingen nodig. De verwachting luidt dat door het stelsel anders in te richten kosten kunnen worden bespaard. Zo wordt op bijvoorbeeld preventie, een integrale aanpak en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociaal netwerk gericht. 6

Regionale inkoop Een volgende maatregel is het Regionaal inkopen van gespecialiseerde hulp. De gemeente Eindhoven is door de regiogemeenten in Zuidoost Brabant gevraagd als gastgemeente op te treden voor de inkoop van de gespecialiseerde hulp. In maart/april 2014 is de gemeenteraad geïnformeerd over het plan 21 voor de jeugd versie 2.0. hierin staat verwoord welke jeugdzorgtaken op regionaal niveau worden uitgevoerd. Dit betreft minimaal het verblijf met behandeling (inclusief pleegzorg, intramurale voorzieningen en gesloten jeugdzorg), jeugdbescherming, jeugdreclassering, Advies en Meldpunt (huiselijk geweld &) Kindermishandeling en Spoedeisende zorg. In de besluitvorming rond 21 voor de jeugd is afgesproken om de volgende taken in 2015 in te kopen bij het huidige Bureau Jeugdzorg (BJZ), dat zich gaat omvormen tot Gecertificeerde instelling (GI) conform de Jeugdwet: - Jeugdbescherming - Jeugdreclassering - Advies en meldpunt kindermishandeling - Spoedeisende Zorg Daarnaast heeft het college ingestemd met het uitwerken van plaatsingskaders voor nader te specificeren vormen van behandeling met verblijf. De colleges van de 21 regiogemeenten, zo ook Valkenswaard, zijn akkoord gegaan met de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) ten aanzien van de regionale inkoop van jeugdzorg. Bij de verdere ontwikkeling/concretisering van beleid rondom jeugdhulp, de uitvoering van dit beleid en de toekomstig te maken afspraken met zorgaanbieders is het uitgangspunt om binnen het gestelde kader in Valkenswaard van Beleid volgt geld en daarmee neutraal te blijven. G. Vervolgstappen Zoals gezegd ligt de focus in 2014 en 2015 met name op de transitie. De Transformatie wordt ook al ingezet. Dit is echter een proces dat meer tijd vergt en waar de komende jaren aan wordt gewerkt. Het Beleidskader Jeugdhulp is opgesteld voor een periode van 4 jaar, te weten 2015-2019. Echter, de beleidsuitgangspunten zijn bewust in een kader verwerkt zodat nieuwe ontwikkelingen en inzichten in de transitieperiode eenvoudig tot aanpassing kunnen leiden. Eerste kwartaal 2017 wordt het beleid geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Maar ook in 2015 en 2016 wordt er nadrukkelijk een vinger aan de pols gehouden en wordt het proces continue gemonitord. U wordt hier uiteraard van op de hoogte gehouden. H. Communicatie Bij de totstandkoming van het Beleidskader Jeugdhulp en de Verordening Jeugdhulp zijn lokale partners (o.a. onderwijs, zorgleveranciers) en de Wmo-raad betrokken geweest. De opmerkingen en suggesties van uit de gesprekken met de lokale partners en de Wmo-raad zijn verwerkt in beide documenten. Het beleidskader en de verordening hebben 4 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konden zienswijzen worden ingediend. Uw gemeenteraad is hiervan via een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld. In lokale media is hier bekendheid aan gegeven. 7

De Wmo-raad en de lokale partners zijn nogmaals schriftelijk verzocht te reageren op het concept beleidskader en de concept verordening. De inspraakreacties plus de beantwoording hierop zijn als bijlage bij het voorstel gevoegd. Na vaststelling van het Beleidskader en de Verordening door de raad worden betrokken partijen hiervan op de hoogte gesteld. Vervolgens worden het Beleidskader en de Verordening op de website van de gemeente Valkenswaard geplaatst. I. Bijlage(n) Geen. J. Ter inzage liggende stukken 1. Beleidskader Jeugdhulp 2015-2019; 2. Verordening Jeugdhulp 2015; 3. inspraakreacties plus beantwoording van het college; 4. Kadernota Naar een andere Jeugdzorg ; 5. Organisatiemodel met inspraakreacties. Burgemeester en wethouders van Valkenswaard, secretaris, burgemeester drs. R.F.W. van Eijck. drs. A.B.A.M. Ederveen. 8

Voorgesteld besluit BESLUIT De raad van de gemeente Valkenswaard; Gelet op de Gemeentewet en de Jeugdwet 2015; Gelet op de behandeling in de vergadering van de raadscommissie d.d. 16 oktober 2014 BESLUIT 1. Instemmen met het Beleidskader Jeugdhulp 2015-2019 2. Instemmen met de Verordening Jeugdhulp 2015 3. Kennis nemen van de inspraakreacties en de beantwoording door het college. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 30 oktober 2014 Kenmerk: 5006 de griffier, de voorzitter, drs. C. Miedema drs. A.B.A.M. Ederveen. 9