Economische Thermometer Juni 2015 IB Onderzoek - gemeente Utrecht
Inleiding In de Economische Thermometer volgen we de recente ontwikkelingen op belangrijke gemeentelijke thema s (economie, arbeidsmarkt, inkomen en wonen). Door de verbeterde vooruitzichten vanaf nu als Economische Thermometer en niet meer als Thermometer economische crisis. Naast recente cijfers op de genoemde beleidsterreinen bevat de thermometer de belangrijkste relevante landelijke trends. In deze thermometer staan ook de resultaten van het bewonerspanel over de economische situatie van februari 2015. Naast deze halfjaarlijkse thermometer wordt een deel van de gegevens op onze online databank WistUdata per kwartaal ververst. De kwartaalversie vindt u hier. Colofon: uitgave: IB Onderzoek Informatie: Hans van Hastenberg (030-286 1336) www.onderzoek.utrecht.nl
Recente ontwikkelingen samengevat Economie Inkomen In het stadsgewest Utrecht is een meerderheid van de bedrijven positief over de omzetontwikkeling eind 2014. Begin 2015 hebben meer bedrijven te maken met een omzetdaling. In een meerderheid van de bedrijven is nog steeds sprake van een personeelskrimp. Het aantal nieuwe bedrijfsvestigingen is aanhoudend hoog. Het aantal opheffingen neemt nog steeds toe. Het aantal faillissementen neemt af. Het aantal Utrechtse huishoudens in de bijstand is in 2014 met 8,4% gestegen. Dit is een hoger groeitempo dan in de andere G4-steden. Na een daling in het tweede kwartaal 2014 stijgt het aantal aanvragen bijzondere bijstand opnieuw. Het aantal aanvragen (aanmeldingen) schuldhulpverlening ligt in 2014 lager dan in de jaren ervoor. In het eerste kwartaal van 2015 ligt het aantal iets hoger dan in het vierde kwartaal 2014. Woningmarkt Arbeidsmarkt De werkloosheid in Utrecht is afgenomen naar 7,0% van de beroepsbevolking en ligt daarmee weer onder het landelijke cijfer (7,8%) en is het laagste in de G4. In de afgelopen maanden is het aantal WWontvangers in Utrecht gedaald. Utrecht volgt de landelijke trend. Het aantal niet-werkende werkzoekenden daalt sinds januari 2015 en komt in juni 2015 uit op 20.831. Het aantal woningtransacties neemt weer toe. In het eerste kwartaal van 2015 zijn 871 woningen verkocht. De verkoopprijzen stabiliseren zich de laatste drie kwartalen rond de 220.000. Het aantal verkopen is in 2014 gestegen maar ligt over het eerste kwartaal 2015 op een iets lager niveau dan het kwartaal ervoor. De gemiddelde wachttijd voor een corporatiehuurwoning is, na een daling in 2014, opgelopen naar 9,1 jaar in het eerste kwartaal 2015.
Economie (1/3) Omzetontwikkeling bedrijfsleven* 35,0 Stadsgewest Utrecht Provincie Utrecht Nederland G4 (stadsgewesten) 30,0 25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 0,0-5,0 10,1 11,9 11,9 11,2 4,7 11,1 10,7 2,3 2,3 35,3 32,9 19,8 26,7 21,4 5-9,0-4,8-1,5-4,1-0,3-6,5-4,8-11 -1,6-10,0-15,0 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I 2015-II * Saldo aantal bedrijven met positieve en negatieve omzetontwikkeling. G4 stadsgewesten is ongewogen gemiddelde Met ingang van 2014 zijn geen cijfers voor de stad Utrecht meer beschikbaar. Maar wel voor het stadsgewest Utrecht (Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht en Zeist). In het eerste kwartaal van 2015 is het beeld t.o.v voorgaande kwartalen zeer positief. Er zijn meer bedrijven met een omzetstijging dan met een omzetdaling. In stadsgewest Utrecht is dit beeld positiever dan in provincie, G4 en Nederland. Het meest recente kwartaal geeft een veel somberder beeld. Een soortgelijke trend is te zien een jaar eerder. bron: COEN (CBS)
Economie (2/3) Personeelsontwikkeling bedrijfsleven* Stadsgewest Utrecht Provincie Utrecht 15,0 Nederland G4 (stadsgewesten) 0,0 1,1-27,7-19,4-12,3-15,4-25,0-17,9-7,8-13,0-10,0-6,2-1,5-5,4-16,2-10,5-1,6-16,2-6 -4-6,3-26,9-16,8-2,7-9,3-15,0-30,0 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I 2015-II * Saldo aantal bedrijven met positieve en negatieve personeelsontwikkeling. G4 stadsgewesten is ongewogen gemiddelde Over de personeelsontwikkeling is een meerderheid van de bedrijven somber gestemd. Het stadsgewest Utrecht doet het hierbij structureel iets slechter dan bedrijven in de provincie en Nederland en de andere drie grote steden. De verwachting voor de komende maanden is nog iets slechter. In Utrecht (saldo-21,7) zijn de verwachtingen minder rooskleurig dan in Nederland (-5,3). bron: COEN (CBS)
Economie (3/3) Nieuw opgerichte bedrijven en opheffingen Nieuw opgerichte bedrijven 1 Opheffingen 2 5500 3250 3000 2750 5000 2500 2250 2000 4500 5059 5457 5138 5306 4736 1750 1994 2896 2823 3161 2372 * cijfers t/m 8 november 2014 1 nieuwe hoofdvestigingen, nevenvestigingen en overige oprichtingen * cijfers t/m 8 november 2014 2 hoofdvestigingen, nevenvestigingen en ambtshalve uitschrijvingen Het aantal nieuw opgerichte bedrijven is al jaren hoog en lijkt niet negatief beïnvloed te zijn door de economische crisis. Het aantal opheffingen is de afgelopen jaren wel sterk toegenomen. Waarschijnlijk komt het aantal opheffingen in 2014 veel lager uit dan in 2013. Ook het aantal uitgesproken faillissementen in 2014 (t/m 10 november 2014) 99) valt waarschijnlijk lager uit dan in 2013 (144). Een dergelijke daling is ook te zien in Nederland en de provincie Utrecht. bron: KvK - Ondernemersplein.nl
Arbeidsmarkt (1/3) Werkloze beroepsbevolking % 10,0 9,0 8,0 Utrecht Amsterdam Nederland 7,0 provincie 6,0 5,0 4,0 3,0 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV In 2014 is de werkloosheid in Utrecht afgenomen naar 7,0% van de beroepsbevolking. Daarmee ligt deze weer onder het landelijke cijfer (7,8%). In de afgelopen jaren volgde de werkloosheid in Utrecht de landelijke tendens. De werkloosheid in Utrecht is lager dan in de overige G4-gemeenten. bron: CBS
Arbeidsmarkt (2/3) Aantal lopende WW-uitkeringen in Utrecht 8.500 7.500 7.520 6.500 5.500 4.500 3.500 2.500 feb-09 feb-10 feb-11 feb-12 feb-13 feb-14 feb-15 In april 2015 telt Utrecht 7.520 personen met een WW-uitkering. Het beeld is wisselend. Een daling over geheel 2014 werd gevolgd door een stijging in december 2014 en januari 2015. De laatste maanden daalt het aantal WWuitkeringen opnieuw. Utrecht volgt daarmee de landelijke ontwikkeling. De daling van het aantal WW-ers wordt gezien als een teken van beginnend economisch herstel. bron: UWV
Arbeidsmarkt (2/3) Aantal niet-werkende werkzoekenden (nww-ers) 22.000 21.000 20.000 19.000 jan-14 feb-14 mrt-14 apr-14 mei-14 jun-14 jul-14 aug-14 sep-14 okt-14 nov-14 dec-14 jan-15 feb-15 mrt-15 apr-15 mei-15 Het aantal bij het UWV ingeschreven niet-werkende werkzoekenden (nww) daalt vanaf februari 2015. In mei 2015 staan 20.831 nww-ers ingeschreven. De nww-ers bestaan uit mensen met een WW-uitkering, met een bijstandsuitkering en werkzoekenden zonder uitkering. bron: UWV
Inkomen (1/3) Aantal huishoudens met bijstand (< 65 jaar) 9.500 9.000 9.456 8.500 8.000 7.500 7.000 6.500 6.000 2008-I 2009-I 2010-I 2011-I 2012-I 2013-I 2014-I 2015-I Het aantal huishoudens in de bijstand neemt nog steeds toe. In 2014 is het aantal huishoudens in de bijstand met 715 cliënten (8,4%) gestegen tot 9.236. In 2015 stijgt het aantal huishoudens met bijstand naar verwachting verder door. De stijging met 8,4% in 2014 was groter dan die in de andere G4-gemeenten. In de afgelopen anderhalf jaar is het aantal cliënten in Utrecht met 8,4% gegroeid. Een duidelijk hoger groeitempo dan in Amsterdam (+2,2) en Rotterdam (+3,5%) en ook hoger dan Den Haag (+6,6%). bron: Werk en Inkomen, gemeente Utrecht
Inkomen (2/3) Aanvragen bijzondere bijstand in Utrecht 2100 Aantal aanvragen trendlijn 1800 1500 1200 900 600 2008-I 2009-I 2010-I 2011-I 2012-I 2013-I 2014-I 2015-I Sinds het tweede kwartaal 2013 ligt het aantal aanvragen voor bijzondere bijstand op een aanmerkelijk hoger niveau (boven de 1.500) dan in de voorgaande kwartalen. Na een daling in het tweede kwartaal 2014 is het aantal aanvragen opnieuw gestegen. De piek ligt tot nu toe in het tweede kwartaal van 2015 met 2.044 aanvragen. bron: Werk en Inkomen, gemeente Utrecht
Inkomen (3/3) Aanvragen schuldhulpverlening in Utrecht 2010 1.651* 1.651 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 2011 578 458 419 283 1.738 4e kwartaal 2012 561 503 492 557 2.113 2013 721 402 480 539 2.142 2014 422 388 392 439 1.641 2015 475 0 500 1000 1500 2000 * voor 2010 is alleen het jaarcijfer bekend. Het aantal aanvragen (aanmeldingen) voor schuldhulpverlening is in 2014 gedaald t.o.v. 2013. In het eerste kwartaal van 2015 ligt het aantal aanvragen (aanmeldingen) met 475 iets hoger dan over het vierde kwartaal 2014. bron: Werk en Inkomen, gemeente Utrecht
Woningmarkt (1/5) Mediane verkooptijd koopwoning in Utrecht, in dagen 160 120 80 40 0 2011-I 2011-II 2011-III 2011-IV 2012-I 2012-II 2012-III 2012-IV 2013-I 2013-II 2013-III 2013-IV 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I Na de piek van 170 dagen in het 2e kwartaal 2013 is de mediane verkooptijd in de tweede helft van 2013 gedaald naar rond de 140 dagen. In 2014 is er een verdere daling naar rond de 90 dagen. Vanaf het 2e kwartaal 2014 fluctueert het aantal dagen licht maar blijft onder de 90 dagen. De daling van de mediane verkooptijd geldt voor alle woningtypen. Nog steeds duurt het gemiddeld langer om een appartement te verkopen dan een eengezinswoning, maar ook hier is de verkooptijd gedaald. bron: NVM
Woningmarkt (2/5) Aantal woningtransacties in Utrecht 900 600 300 0 2011-I 2011-II 2011-III 2011-IV 2012-I 2012-II 2012-III 2012-IV 2013-I 2013-II 2013-III 2013-IV 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I Na een dieptepunt van 451 verkochte woningen in het eerste kwartaal van 2013, is het aantal transacties gestegen naar ruim 1.100 in het 4e kwartaal 2014. In het 1e kwartaal 2015 ligt het aantal verkochte woningen net onder de 900. In het begin van het jaar ligt het aantal transacties atijd lager. Daarmee gaat het aantal transacties weer richting het niveau van 2008, met gemiddeld per kwartaal 970 woningtransacties. bron: NVM
Woningmarkt (3/5) Mediane verkoopprijs koopwoning in Utrecht ( ) 240.000 230.000 220.000 210.000 2011-I 2011-II 2011-III 2011-IV 2012-I 2012-II 2012-III 2012-IV 2013-I 2013-II 2013-III 2013-IV 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I Na een daling in de tweede helft van 2013 is de mediane verkoopprijs gestegen en ligt sinds het eerste kwartaal van 2014 rond de 220.000. Het eerste kwartaal 2015 ligt de mediane transactieprijs per m 2 op 2.398. In 2011 was dat nog rond de 2.600 per m 2. Er is wel sprake van een lichte stijging t.o.v. 2014. bron: NVM
Woningmarkt (4/5) Wachttijden sociale huurwoning in Utrecht*, in jaren jaar 14,0 12,0 12,1 jaar doorstromers 10,0 gemiddelde wachttijd 9,1 jaar 8,0 woningzoekenden excl. doorstromers 7,7 jaar 6,0 2011-I 2011-III 2012-I 2012-III 2013-I 2013-III 2014-I 2014-III 2015-I * Woningen aanbodmodel Woningnet (regulier plus loting), inclusief nieuwbouw, exclusief verhuringen aan voorrangsgroepen De gemiddelde wachttijd voor een corporatiehuurwoning is, na een daling in 2014, opgelopen naar 9,1 jaar. De gemiddelde wachttijd voor doorstromers (12,1 jaar) fluctueert sterk en ligt steeds boven het gemiddelde (9,9 jaar). De wachttijd voor overige woningzoekenden is aanmerkelijk lager (7,7 jaar) en kent een veel stabieler verloop. bron: WoningNet
Woningmarkt (5/5) Aantal verhuringen sociale huurwoningen in Utrecht* 1000 beschikbaar voor overige woningzoekenden 880 800 aan doorstromers 763 684 600 582 507 535 588 490 544 565 490 483 519 497 565 481 455 400 200 386 279 365 253 300 247 296 341 314 295 577 343 535 362 399 317 301 0 214 228 319 282 288 243 248 224 176 188 303 176 228 135 166 164 154 2011-I 2011-II 2011-III 2011-IV 2012-I 2012-II 2012-III 2012-IV 2013-I 2013-II 2013-III 2013-IV 2014-I 2014-II 2014-III 2014-IV 2015-I * Woningen aanbodmodel Woningnet (regulier plus loting), inclusief nieuwbouw Het aantal verhuurde corporatiewoningen vertoont de laatste kwartalen een dalende trend. Enkele uitschieters daargelaten ligt het aantal verhuurde woningen rond de 500 per kwartaal. Het aantal verhuurde woningen aan doorstromers is de laatste maanden redelijk stabiel. Het aantal verhuurde woningen aan overige woningzoekenden laat een dalende trend zien. bron: WoningNet
Landelijke trends (1/4) Economische groei 1,5 % 1,3 1,0 0,5 0,5 0,4 0,6 0 0,5 0,1 0,9 0,3 0,3 0,4 0,7 0,3 0,8 0,4 0,0-0,5-1,0-1,5-0,4-0,1-1 -0,9-0,1-0,2-0,1-0,2-0,6-0,9-0,9-0,3-0,4-2,0-2,5-2,2 2008-I 2008-III 2009-I 2009-III 2010-I 2010-III 2011-I 2011-III 2012-I 2012-III 2013-I 2013-III 2014-I 2014-III 2015-I Na een periode van recessie in 2011 en 2012, en een kwakkelend herstel in 2013, is de Nederlandse economie sinds het tweede kwartaal van 2014 weer aan het groeien. Over heel 2014 komt de groei uit op 0,9%. In het eerste kwartaal 2015 is de economie met 0,4% gegroeid. Voor 2015 en 2016 verwacht het CPB een groei van respectievelijk 1,7% en 1,8%. bron: CBS
Landelijke trends (2/4) Economisch klimaat* jan-10 jul-10 jan-11 jul-11 jan-12 jul-12 jan-13 jul-13 jan-14 jul-14 jan-15 20 10 0-10 -20-30 -40-50 -60-70 * saldo positieve en negatieve antwoorden Medio 2014 kwam er een einde aan een periode van jaren waarin de Nederlanders overwegend negatief oordeelden over het economisch klimaat. Na een terugval in het vierde kwartaal van 2014 en het begin van 2015 is het beeld vanaf maart 2015 duidelijk positief. Het saldo van positieve en negatieve antwoorden komt in mei 2015 op +13. bron: CBS
Landelijke trends (3/4) Consumentenvertrouwen en koopbereidheid* 0 jan-10 jul-10 jan-11 jul-11 jan-12 jul-12 jan-13 jul-13 jan-14 jul-14 jan-15-5 -10-15 -20-25 -30-35 -40 consumentenvertrouwen koopbereidheid -45 * saldo positieve en negatieve antwoorden Na het duidelijke herstel van het consumentenvertrouwen in de eerste helft van 2014 is het vertrouwen daarna opnieuw gedaald en nog licht negatief (-7) in februari 2015. De koopbereidheid volgt in grote lijnen de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen, maar met minder grote uitschieters. De koopbereidheid blijft min of meer op hetzelfde niveau met een score van rond de -10. bron: CBS
Landelijke trends (4/4) Inflatie (%) % 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 jan-09 jan-10 jan-11 jan-12 jan-13 jan-14 jan-15 De inflatie is tussen juli 2013 en januari 2015 gedaald van 3,1% naar 0,0%. Dit is het laagste punt in 6 jaar tijd. De laatste maanden neemt de inflatie weer iets toe naar 0,6% in april 2015. bron: CBS
Bewonerspanel Bewonerspanel Hierna worden een aantal resultaten gepresenteerd van vragen die zijn voorgelegd aan het Utrechtse Bewonerspanel. Het Bewonerspanel is een digitaal panel dat bestaat uit inwoners van Utrecht die graag meedenken met de gemeente. De grafieken zijn gebaseerd op vragen die in februari 2015 aan het panel zijn gesteld. Het betreft 2.500 respondenten. Uitkomsten Utrechtse panelleden zijn begin 2015 iets minder positief over de economische situatie in Nederland in het afgelopen half jaar dan een jaar eerder. Ook over het komend halfjaar zijn ze minder positief. Het grootste gedeelte van de panelleden schat in dat de eigen situatie in het komend half jaar hetzelfde blijft. De financiële situatie van de panelleden is tussen februari 2014 en februari 2015 licht verbeterd. Bezuinigen op de eigen uitgaven doen de panelleden iets minder dan een jaar eerder. Alleen op dagjes uit wordt meer bezuinigd.
Bewonerspanel (1/6) Oordeel economische situatie afgelopen halfjaar 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 10,0 n=2.975 0,0 10,0 21,0 69,0 72,0 19,0 9,0 60,0 27,0 12,0 2013 2014 2015 beter hetzelfde slechter Utrechtse panelleden zijn begin 2015 iets minder positief over de economische situatie in Nederland dan een jaar daarvoor, maar wel beduidend positiever dan in 2013. bron: Bewonerspanel 2015
Bewonerspanel (2/6) Oordeel economische situatie komend halfjaar 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 10,0 0,0 23,0 31,0 46,0 77,0 16,0 7,0 63,0 27,0 11,0 2013 2014 2015 n=2.975 beter hetzelfde slechter 63% van de panelleden is begin 2015 van mening dat het in het komend halfjaar economisch beter zal gaan in Nederland. Een jaar daarvoor dacht nog ruim 77% dit. bron: Bewonerspanel 2015
Bewonerspanel (3/6) Beoordeling eigen situatie afgelopen half jaar 70 60 50 40 30 20 10 0 24 45 31 29 48 24 29 50 21 15 57 28 18 61 22 19 62 18 6 57 37 13 70 17 21 65 14 inkomen 2013 inkomen 2014 inkomen 2015 arbeidsmarkt 2013 arbeidsmarkt 2014 arbeidsmarkt 2015 woningmarkt 2013 woningmarkt 2014 woningmarkt 2015 n=2.975 beter hetzelfde slechter De panelleden beoordelen de eigen situatie begin 2015 iets positiever dan een jaar daarvoor. Meest opvallend is de woningmarkt. Begin 2015 zien meer panelleden (21%) de eigen situatie verbeteren dan een jaar eerder (13%). Op de arbeidsmarkt zijn er begin 2015 minder panelleden die hun situatie zien verslechteren (28%) dan in 2014. Bij de inkomenssituatie valt op dat minder panelleden een verslechtering zien (21% in 2015 t.o.v. 24% in 2014). bron: Bewonerspanel 2015
Bewonerspanel (4/6) Verwachting eigen situatie komend half jaar 70 60 50 40 30 20 10 0 21 52 27 29 56 15 23 58 19 16 62 22 23 60 17 20 65 15 6 65 29 20 69 11 21 69 10 inkomen 2013 inkomen 2014 inkomen 2015 arbeidsmarkt 2013 arbeidsmarkt 2014 arbeidsmarkt 2015 woningmarkt 2013 woningmarkt 2014 woningmarkt 2015 n=2.975 beter hetzelfde slechter De verwachtingen voor het komend half jaar sluiten aan bij de beoording over de economische situatie in het afgelopen halfjaar. Een hoog aandeel blijft aangeven dat de eigen situatie hetzelfde blijft. Een op de vijf panelleden (21%) verwacht een verbetering van de eigen situatie op de woningmarkt, 20% van de eigen arbeidsmarktpositie en 23% van de eigen inkomenssituatie. bron: Bewonerspanel 2015
Bewonerspanel (5/6) Financiële situatie huishouden 46% ik moet me in de schulden steken om rond te komen 22% ik moet spaarmiddelen aanspreken om rond te komen 3% 3% 11% 13% 2015 2014 18% 20% ik kan precies rondkomen 21% 43% ik houd een beetje geld over ik houd veel geld over n=2.975 De financiële huishoudsituatie van de panelleden is tussen februari 2014 en 2015 licht verbeterd. Het aandeel huishoudens dat niet kan rondkomen ikomt iets lager uit. Binnen de groep die aangeeft geld over te houden is de groep die aangeeft een beetje geld over te houden groter geworden en de groep die aangeeft veel geld over te houden kleiner. bron: Bewonerspanel 2015
Bewonerspanel (6/6) Uitgaven waarop afgelopen half jaar is bezuinigd uitgaan kleding en schoenen dagjes uit vakanties lidmaatschap, contributie dagelijkse goederen duurzame goederen anders 46% 42% 41% 40% 38% 31% 31% 10% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 2015 2014 2013 Panelleden geven aan op veel verschillende uitgaven te bezuiningen. Opvallend is dat binnen de verschillende uitgaven slechts één categorie groter is geworden: dagjes uit. Bij de meeste uitgaven wordt minder bezuinigd of blijft de bezuiniging gelijk. Het meest wordt bezuinigd op uitgaan (46% van de huishoudens), kleding en schoenen (42%) en dagjes uit (41%). bron: Bewonerspanel 2015