1 962 1962P01 1962P02 QPM2100, QPM2102 Kanaalluchtkwaliteitsopnemer QPM2160, QPM2162 QPM21 Met onderhoudsvrij CO 2 -meetelement en, afhankelijk van het type, met VOC 1) - meetelement, gebaseerd op een verwarmde tinoxide halfgeleider CO 2 -temperatuur- en CO 2 -vochtigheidstemperatuur multi-opnemer Hernieuwde kalibratie niet noodzakelijk Voedingsspanning AC 24 V of DC 13,5 35 V Signaaluitgangen DC 0...10 V 1) VOC = volatile organic compounds (vluchtige organische stoffen, ook wel menggas genoemd) Toepassing In luchtkanalen van ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties voor het optimaliseren van het comfort en het energieverbruik door behoefteafhankelijk geregelde ventilatie, voor het berekenen van: de CO 2 -concentratie de VOC-concentratie, als indicatie voor de aanwezigheid van geuren in de kanaallucht, zoals tabaksrook, lichaamsgeuren, uitdampingen van materialen de relatieve vochtigheid in het kanaal de temperatuur in het luchtkanaal De QPM21 kan worden toegepast als Regelopnemer in de retourlucht Meetwaardeopnemer voor een gebouwautomatiseringssysteem en/of aanwijsinstrument Kenmerkende toepassing Meting van de CO 2 - en VOC-concentratie: In ventilatiesystemen van feestzalen, foyers, beurs- en tentoonstellingshallen, restaurants, kantines, warenhuizen, sporthallen, winkels, vergaderruimten. Meting van de CO 2 -concentratie: In ventilatiesystemen van bijv. musea, theaters, bioscopen, aula s, kantoorruimten, CE1N1962nl 03.2007 Building Technologies HVAC Products
scholen met getalsmatige of tijdelijk variërende bezettingsgraad, waarin niet mag worden gerookt. Let op! De opnemers zijn niet geschikt voor beveiligingstoepassingen zoals bijv. gas- of rookmelders! De opnemers mogen niet buiten het gebouw worden gemonteerd! Typenoverzicht Type CO2- meetbereik VOCgevoeligheid Temperatuurmeetbereik Vochtigheidsmeetbereik QPM2100 0 2000 ppm --- --- --- QPM2102 0 2000 ppm Laag (R1) Normaal (R2) Hoog (R3) --- --- QPM2160 0 2000 ppm --- 0...50 C / 35...+35 C --- QPM2162 0 2000 ppm --- 0...50 C / 35...+35 C 0...100 % Bestelling Bij de bestelling moeten naam en type van de opnemer worden opgegeven bijv.: Kanaal-luchtkwaliteitsopnemer QPM2102 De montageflens en M16-kabelwartel behoren tot de leveringsomvang. Apparaatcombinatie Alle systemen/apparaten, welke het DC 0...10 V-uitgangssignaal van de opnemer kunnen meten en verwerken. Werking CO 2 -concentratie De CO 2 -concentratie wordt door de opnemer gemeten en intern geanalyseerd. Als resultaat geeft de opnemer een DC 0...10 V-uitgangssignaal, dat evenredig met het CO 2 -gehalte van de omgevingslucht is. Werkingsgrafiek CO 2 (uitgang U1) U1 [V] 1962D01 10 8 6 4 2 0 0 400 800 1200 1600 2000 CO 2 [ppm] CO 2 /VOC-concentratie alleen bij QPM2102 De CO 2 -concentratie wordt door de opnemer gemeten, intern geanalyseerd en verwerkt tot een ventilatievraagsignaal. Het is het resultaat van een maximale selectie uit het CO 2 -meetsignaal en het gefilterde VOC-meetsignaal. Bij de maximale selectie worden de beide behoeftesignalen vergeleken en, afhankelijk van het resultaat en ingestelde VOC-gevoeligheid, als gemeenschappelijke luchtkwaliteitsvraag afgegeven. Het luchtkwaliteitsvraagsignaal wordt op de uitgang U2 als DC 0 10 V-signaal ter beschikking gesteld voor het inschakelen van de ventilatieregelaar. 2/9
Karakteristiekengrafiek ventilatievraag (uitgang U2) U2 [V] 10 8 6 4 2 0 0 400 800 1200 1600 2000 1962D02 Max (CO 2, VOC) [ppm*] VOC-gevoeligheid Reactietijd "VOC-signaal" Relatieve vochtigheid alleen bij QPM2162 Temperatuur alleen bij QPM2160 en QPM2162 Met behulp van de steker op het instelelement voor het meetbereik, kan de invloed van de VOC-ventilatiebehoefte op de maximale selectie in vergelijking met de CO 2 - ventilatiebehoefte worden aangepast. In de middelste stand (R2) van de steker werkt de normale gevoeligheid van het VOCsignaal (fabrieksinstelling). In de beide andere standen kan de VOC-gevoeligheid worden verhoogd (R3) of verlaagd (R1). Voordat een wijziging van de VOC-meetwaarde door de rekeneenheid voor de maximale selectie verder wordt verwerkt, volgt er een reactietijd van drie minuten per volt waardewijziging van het signaal. De opnemer meet met een capacitief vochtigheidsmeetelement de relatieve vochtigheid in het luchtkanaal, de elektrische capaciteit daarvan wijzigt zich met de relatieve vochtigheid van de lucht. Een elektronische meetschakeling vormt het signaal van het meetelement om in een modulerend DC 0...10 V-signaal. Deze komt overeen met de relatieve vochtigheid van 0...100 %. De opnemer meet de temperatuur in het luchtkanaal met een meetelement waarvan de elektrische weerstand zich wijzigt met de temperatuur van de omgevingslucht. Deze verandering wordt omgezet in een actief DC 0...10 V-uitgangssignaal ( 0...50 C of 35...+35 C) en ter beschikking gesteld. Uitvoering De kanaalopnemer bestaat uit een behuizing, printplaat, aansluitklemmen, montageflens en dompelbuis met meetinzetstuk. De behuizing bestaat uit twee delen: behuizingonderzijde en afneembaar deksel (klikverbinding). De meetschakeling en de instelelementen bevinden zich op de printplaat in het deksel en de aansluitklemmen in de behuizingonderzijde. De op het eind van het meetinzetstuk aanwezige vochtigheids- en temperatuurmeetelementen worden beschermd door de afschroefbare filterkap. Voor de toevoer van de kabel bevindt zich in de behuizing een opening, waardoor de meegeleverde M16-kabelschroefkoppeling (IP 54) kan worden gestoken en vastgeschroefd. Dompelbuis en behuizing zijn van kunststof en vast met elkaar verbonden. De bevestiging van de kanaalopnemer kan worden gerealiseerd met de meegeleverde montageflens, waarin de kanaalopnemer wordt gestoken en overeenkomstig de noodzakelijke insteeklengte wordt vastgeklemd. 3/9
Instelelementen 1 2 3 QPM2100/2102/2160 Meetbereik R1 R2 R3 Testfunctie actief U1 U2 10 V 5 V 13 5 5 V 10 V 0 V 5 V 5 V 0 V 1962Z13de 1 2 3 X17 QPM2162 X17 Meetbereik R1 R2 R3 Testfunctie actief U1 U2 X17 U3 10 V 5 V 10 V 13 5 5 V 10 V 5 V 0 V 5 V 0 V 5 V 0 V 5 V De instelelementen bevinden zich in de deksel. voor het meetbereik bij QPM2100 bij QPM2102 bij QPM2160 en QPM2162 voor de actieve testfunctie Storingsgedrag Voor alle typen QPM2102 QPM2160 QPM2162 De verschillende verticale standen van de steker betekenen: Voor het CO 2 -meetbereik: Steker in de middelste stand (R2) = 0 2000 ppm (fabrieksinstelling) Voor het CO 2 / VOC-aandeel: Steker in de linker stand (R1) = VOC-gevoeligheid "Laag" Steker in de middelste stand (R2) = VOC-gevoeligheid "Normaal" (fabrieksinstelling) Steker in de rechter stand (R3) = VOC-gevoeligheid "Hoog" Voor het temperatuur-meetbereik: Steker in de linker stand (R1) = 35...+35 C Steker in de middelste stand (R2) = 0...50 C (fabrieksinstelling) Meetbereiksteker in horizontale stand: Op de signaaluitgang komen de waarden volgens tabel "Testfunctie actief ". In het geval van CO 2 -storing, komt na 60 seconden 10 V op de signaaluitgang U1 In het geval van CO 2 - of VOC-storing, komt na 60 seconden 10 V op de signaaluitgang U2 In het geval van een storing van de temperatuuropnemer, komt na 60 seconden 0 V op de signaaluitgang U2 In het geval van een storing van de temperatuuropnemer, komt na 60 seconden 0 V op de signaaluitgang U3 en het vochtigheidssignaal op de signaaluitgang U2 gaat naar 10 V 4/9
In het geval van een storing van de vochtigheidsopnemer, komt na 60 seconden 10 V op de signaaluitgang U2, het temperatuursignaal blijft actief Afvalverwijdering Voor een milieuvriendelijke afvoer zijn de grotere kunststofdelen gekenmerkt met een materiaalbenaming volgens ISO/DIS 11 469. Toebehoren Naam Filterkap (voor vervanging) Type AQF3101 Aanwijzingen voor de projectering Voor de voeding moet een transformator voor veiligheidslaagspanning (SELV) met gescheiden wikkeling en voor 100 % inschakeltijd worden gebruikt. Voor de dimensionering van de transformator en de beveiliging ervan zijn de op de installatieplaats geldende veiligheidsvoorschriften van toepassing. Bij het dimensioneren van de voedingstransformator moet rekening worden gehouden met het opgenomen vermogen van de opnemer. Hoe de opnemer moet worden aangesloten, blijkt uit de apparatenbladen van de apparaten, waarmee de opnemer wordt verbonden. De toegestane leidinglengten moeten in acht worden genomen. Bekabeling en kabelkeuze Bij de bekabeling moet er principieel op worden gelet, dat de instroming van storingen des te groter wordt, naarmate de leidingen langer parallel lopen en naarmate de leidingafstand kleiner is. Bij een sterk EMC-belaste omgeving moeten afgeschermde kabels worden toegepast. Voor de secundaire voedingsleidingen alsmede de signaalleidingen moeten per aderpaar getwiste kabels (twisted pair) worden gebruikt. Aanwijzingen voor de montage Montageplaats en inbouwstand Let op! Montagehandleiding Teneinde de beschermingsgraad IP 54 te waarborgen, moet de opnemer worden gemonteerd met de kabelinvoer naar beneden! De opnemer moet op plaatsen worden gemonteerd, die een controlemogelijkheid waarborgen voor onderhoudsdoeleinden, rekening houdende met de noodzakelijke afstand tot het meest nabijgelegen obstakel. Na stoombevochtigers moet een afstand van tenminste 3 m worden aangehouden. Indien het ontwerp van de installatie het mogelijk maakt, dan moet een zo groot mogelijke afstand worden gekozen, die echter niet meer dan 10 m mag zijn De meetelementen in de meetstaaf zijn gevoelig voor stoten en schokken. Stoten en schokken moeten dan ook worden voorkomen De opnemer mag niet in ventilatiesystemen worden gemonteerd die op het dak van het gebouw zijn geplaatst (zoninstraling)! Voor de werking van de opnemer moet de omgevingstemperatuur van de behuizing van 5 +45 C zijn gewaarborgd De montagehandleiding wordt met de opnemer meegeleverd. Aanwijzingen voor de inbedrijfstelling De CO 2 - en VOC-functies van de opnemer kunnen 30 minuten na het inschakelen van de voedingsspanning als volgt worden getest: Het testen van de CO 2 -functie: In goed geventileerde ruimten geeft de CO 2 -opnemer de concentratie van de buitenlucht aan. Deze bedraagt afhankelijk van de uitvoering 360 ppm (rekening houden met meetnauwkeurigheid van de opnemer). Bovendien kan door het bewasemen van de opnemer een grove functiecontrole worden uitgevoerd. Daarbij moet rekening worden gehouden, dat de aanspreeksnelheid van de opnemer bewust vertraagd werd (tijdconstante t 90 = 5 min) 5/9
Het testen van de VOC-functie: Een in alcohol gedrenkte dot watten (eventueel ook gas uit een aansteker, zonder vlam) tegen de opnemer aanhouden Bij het bereiken van het, op de aangesloten regelaar vooringestelde, schakelniveau moet de ventilatie starten. 6/9
Technische gegevens Voeding Leidinglengten voor meetsignaal Functiegegevens "CO 2 " Functiegegevens "Maximale selectie uit CO 2 en VOC" bij QPM2102 Functiegegevens "Rel. vochtigheid" bij QPM2162 Functiegegevens "Temperatuur" bij QPM2160 en QPM2162 Beveiligingsgegevens Elektrische aansluitingen Milieuomstandigheden Materialen en kleuren Voedingsspanning (SELV) Frequentie Opgenomen vermogen AC 24 V ±20 % of DC13,5 35 V 50/60 Hz bij AC 24 V 2 VA Toegestane leidinglengten Zie apparatenblad van het signaalverwerkende apparaat Meetbereik 0...2000 ppm 1) Meetnauwkeurigheid bij 23 C en 1013 hpa Temperatuurafhankelijkheid in het gebied van -5 45 C Lange termijndrift MW = Meetwaarde ± (50 ppm 1) + 2 % MW) ±2 ppm 1) / C kenmerkend ±20 ppm 1) per jaar Tijdconstante t 90 <1 min Uitgangssignaal, lineair (klem U1) DC 0...10 V 0...2000 ppm 1), max. ±1 ma Kalibratievrij 8 jaar Meetbereik "VOC" 0...2000 ppm 1) VOC-gevoeligheid Zie "Typenoverzicht" Uitgangssignaal, lineair (klem U2) DC 0...10 V 0...2000 ppm 1), max. ±1 ma Reactietijd "VOC-signaal" t VOC 3 min/v Toepassingsbereik 0...95 % r. v. (zonder condensatie) Meetbereik 0 100 % r. v. Meetnauwkeurigheid bij 23 C en AC 24 V 0 95 % r. v. 30 70 % r. v. Temperatuurafhankelijkheid Tijdconstante ±5 % r. v. ±3 % r. v. kenmerkend 0,1 % r. v./ C ca. 20 s bij bewegende lucht Uitgangssignaal, lineair (klem U2) DC 0...10 V 0...100 % r. v., max. ±1 ma Toepassingsbereik 5...+45 C Meetbereik 0...50 C (R2, R3) of 35...+35 C (R1) Meetelement Meetnauwkeurigheid in het gebied van 15...35 C 35...+50 C Tijdconstante NTC 10 kω ±0,8 K ±1 K ca. 20 s bij bewegende lucht Uitgangssignaal, lineair (klem U2 resp. U3) DC 0...10 V 0...50 C / 35...+35 C max. ±1 ma Beschermingsgraad IP 54 volgens IEC 529 Beveiligingsklasse III volgens EN 60 730 Schroefklemmen voor 1 2,5 mm2 of 2 1,5 mm2 Bedrijf volgens Klimatologische omstandigheden Temperatuur (behuizing met elektronica) Vochtigheid Mechanische eisen Transport volgens Klimatologische omstandigheden Temperatuur Vochtigheid Mechanische eisen Behuizingonderzijde IEC 721-3-3 Klasse 3K5 5...+45 C 0 95 % r. v (zonder condensatie) Klasse 3M2 IEC 721-3-2 Klasse 2K3 25...+70 C <95 % r. v. Klasse 2M2 Polycarbonaat, RAL 7001 (zilvergrijs) 7/9
Normen en standaards Massa (gewicht) Deksel Polycarbonaat, RAL 7035 (lichtgrijs) Dompelbuis Polycarbonaat, RAL 7001 (zilvergrijs) Filterkap Polycarbonaat, RAL 7001 (zilvergrijs) Bevestigingsflens PA66 F35 (zwart) Kabelschroefkoppeling PA, RAL 7035 (lichtgrijs) Opnemer, in zijn geheel Siliconen vrij Verpakking olfkarton Productveiligheid Autom. elektr. regel- en besturingsapparaten voor huishoudelijk gebruik en dergelijke toepassingen EN 60 730-1 Elektromagnetische compatibiliteit Immuniteit Storingsemissie -conformiteit volgens -conformiteit volgens Australian EMC Framework Radio Interference Emission Standard Incl. verpakking QPM2100, QPM2102 QPM2160, QPM2162 EN 61 000-6-2 EN 61 000-6-3 EMC-richtlijn 89/336/EE Radio communication act 1992 AS/NZS 3548 ca. 0,247 kg ca. 0,252 kg 1) ppm = parts per million (aantal deeltjes op 1 miljoen deeltjes) Aansluitklemmen QPM2100 QPM2102 0 CO 2 CO 2 CO 2 / VOC U1 0 U1 U2 196201 196202 QPM2160 QPM2162 R1 = -35...+35 C / CO 2 R2 = 0...50 C CO 2 r.h. 0 U1 U2 0 U1 U2 196203 R1 = -35...+35 C / R2 = 0...50 C U3 196204 0 U1 U2 U3 Systeemspanning AC 24 V (SELV) of DC 13,5...35 V Systeemnul en meetnul Signaaluitgang DC 0...10 V Signaaluitgang DC 0...10 V Signaaluitgang DC 0...10 V 8/9
Maatschetsen 80 60 28 38 56 QPM2160, QPM2162: 274 QPM2100, QPM2102: 243 25 ø 15 min. 70, max. 135 80 50 1962M01 81 77 49 55 42 min. 100, max. 165 M16 x 1,5 17 60 Boormal Maten in mm 2007 Siemens Switzerland Ltd Wijzigingen voorbehouden www.siemens.nl/sbt/hvac 9/9