H.40011.0116 Sacrospinale fixatie
2
Inleiding U heeft samen met uw arts besloten tot sacrospinale fixatie (SSF), een bekkenbodemoperatie bij een verzakking van de top van de vagina of de baarmoeder. Voor de operatie blijft u minstens een dag in het ziekenhuis. Verhindering Als u op de dag van de operatie verhinderd bent, neem dan zo snel mogelijk contact op met het ziekenhuis (0523) 276000. Meld dat u een operatie wilt afzeggen en vraag naar het Bureau Patiëntenlogistiek. U wordt doorverbonden. Wat is een verzakking? Bij een verzakking kan de blaas, het rectum (het uiteinde van de dikke darm) of de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Het kan ook zijn dat de baarmoedermond of de top van de vagina naar buiten komt. Dit kan gebeuren wanneer er in het verleden een baarmoederverwijdering heeft plaatsgevonden. Als de baarmoeder verzakt is, ziet of voelt u vaak de baarmoedermond bij de ingang van de schede. Nogal eens zijn verschillende organen tegelijkertijd verzakt. Door een verzakking kunt u een zwaar gevoel in de schede (vagina) hebben. Soms is er het gevoel dat er iets naar buiten komt, alsof u een bal tussen de benen hebt. U kunt moeite met uitplassen hebben. Een zeurderig gevoel in de onderbuik dat uitstraalt naar de rug is niet ongebruikelijk, met soms extreme moeheid als gevolg. Zitten en fietsen kunnen problemen opleveren. Vaak verergeren de klachten in de loop van de dag of na inspanning; na rust verbeteren ze meestal. 3
Wat is een sacrospinale fixatie? Wanneer de vaginatop of de baarmoeder verzakt is, kan dit operatief verholpen worden met een sacrospinale fixatie (SSF). De verzakte vaginatop of de verzakte baarmoeder wordt met behulp van hechtingsdraden aan een bindweefselband in het bekken (sacrospinaal ligament) vastgemaakt en op deze manier weer opgehangen. Deze operatie vindt plaats via de schede. Het besluit tot een operatie zal tot stand zijn gekomen door een combinatie van de ernst van de klachten, de onderzoeksbevindingen van de gynaecoloog en het effect van de voorgaande behandelingen. Een van de behandelingen die bij een verzakking van de baarmoeder zinvol kan zijn voordat een operatie wordt verricht, is een behandeling met een ring (ook wel pessarium genoemd). Een vaginatopverzakking of baarmoederverzakking is niet ernstig. U kunt daarom de tijd nemen om de voor- en nadelen van de sacrospinale fixatie operatie tegen elkaar af te wegen. Vaak komt een verzakking van de vaginale top of van de baarmoeder in combinatie voor met een verzakking van de vaginale voorwand, zogenaamde blaasverzakking, of vaginale achterwand. Als de verzakking met een operatie hersteld kan worden, dan kunnen verschillende bekkenbodemoperaties gecombineerd worden; bijvoorbeeld Sacrospinale fixatie van de top in combinatie met een voorwandplastiek (zie folder verzakkingoperatie). Pre operatief onderzoek in het ziekenhuis Van de Poli Pre-operatief Onderzoek ontvangt u de folder Anesthesie en pijnbestrijding rondom uw operatie of behandeling met de daarbij behorende afspraken. In deze folder leest u wat er poliklinisch nog gedaan moet worden, voordat u opgenomen wordt voor uw operatie. Preoperatieve voorbereiding Als preoperatieve voorbereiding van de vagina kan de gynaecoloog u vaginale ovules of crème met vrouwelijke hormonen voorschrijven. 4
Voorbereiding thuis U blijft nuchter, volgens de aanwijzingen in de folder Anesthesie en pijnbestrijding rondom uw operatie of behandeling. Gebruik na het douchen geen bodylotion, make-up en nagellak. Draag geen sieraden of piercings. Laat uw waardevolle spullen thuis. Wat neemt u mee Uw patiëntenkaart. Actueel medicatieoverzicht en medicijnen meenemen in de verpakking Voor uw verblijf is comfortabele kleding gewenst. Waar meldt u zich U meldt zich bij de receptie in de centrale hal van het Röpcke- Zweers Ziekenhuis. Opnamedag is operatiedag U wordt twee uur voor de ingreep opgenomen. Men kan niet precies zeggen hoe laat u aan de beurt bent om geopereerd te worden. Operaties duren soms langer dan verwacht of er kan een spoedoperatie tussendoor komen. U krijgt operatiekleding aan. U heeft met uw anesthesioloog besproken of u onder algehele narcose of met een ruggenprik geholpen wordt. Een eventueel kunstgebit, gehoorapparaat bril of contactlenzen doet u uit. Daarna houdt u bedrust. De verpleegkundige brengt u naar de operatie afdeling, waar u een infuus krijgt en wordt voorbereid voor de anesthesie of de ruggenprik. Daarna gaat u naar de operatiekamer. 5
De operatie Als de ruggenprik gezet is of als u onder narcose bent, zal de gynaecoloog u opereren. Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog via de schede een insnede van een paar centimeter in het dieper gelegen deel van de vaginale achterwand. Door met de vinger door deze opening het tussen liggende weefsel opzij te duwen, kan de stevige bindweefselband diep in het bekken bereikt worden. Deze bindweefselband heet het sacrospinale ligament. De gynaecoloog steekt twee hechtingsdraden (niet oplosbare draden) door deze bindweefselband heen en maakt de uiteindes van deze hechtingsdraden stevig vast aan de vaginatop of aan de baarmoeder. Door de hechtingsdraden stevig vast te knopen wordt de verzakte vagina top of de baarmoeder strak naar achteren tegen de stevige bindweefselband aan getrokken en vastgezet. Hierdoor is de verzakking van de vaginatop of baarmoeder opgeheven en is deze weer strak naar achteren opgehangen. Vaginatop die met hechtingen aan de sacrospinale band bevestigd is. Vervolgens wordt de opening in de achterwand van de vagina gesloten door middel van een oplosbare hechting. De gynaecoloog brengt aan het einde van de operatie via de urinebuis een katheter in de blaas zodat de urine vanzelf opgevangen kan worden in de katheterzak. Ook zal er in de vagina een tampon van gaas met crème achtergelaten worden om de operatie wond te stelpen en het vocht en bloed dat uit de operatiewond zal lekken op te vangen. 6
Vaak wordt de SSF operatie uitgevoerd in combinatie met een voorwandplastiek. Dit houdt in dat de uitgezakte voorwand van de vagina, met daarachter de blaas, wordt teruggebracht in de oorspronkelijke positie met behulp van hechtingen. Duur ingreep De ingreep duurt 60 tot 120 minuten. Na de ingreep Na de ingreep gaat u naar de uitslaapkamer. Hier wordt uw bloeddruk, hartritme en ademhaling gecontroleerd. Direct na de ingreep belt de gynaecoloog met uw contactpersoon om te vertellen hoe het met u gaat. Wanneer de narcose voldoende is uitgewerkt en de controles stabiel zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Er wordt medicatie voorgeschreven tegen de pijn en de misselijkheid. Dit wordt zo nodig op de verpleegafdeling gegeven. U heeft een blaaskatheter, infuus en gaastampon die tijdens de ingreep is ingebracht. Terug op de verpleegafdeling U mag meteen water drinken. Als dit goed gaat, mag u thee met een beschuit of boterham nemen. Meestal wordt er een tampon in de vagina achtergelaten om een eventuele bloeding te stoppen. Dit kan een drukkend gevoel geven. De tampon wordt de volgende ochtend verwijderd. s Avonds om 22.00 uur krijgt u een injectie om trombose te voorkomen. Het infuus blijft zitten tot de volgende dag. De blaaskatheter wordt de volgende ochtend verwijderd. De verpleegkundige controleert door middel van een scan na het plassen of u goed uitgeplast heeft. Als dit niet lukt, krijgt u hier begeleiding in. 7
Mogelijke complicaties Compliaties zijn gelukkig zeldzaam, maar nooit uit te sluiten. Bij deze operatie kunnen de volgende complicaties voorkomen: Blaasontsteking. Door gebruik van antibiotica tijdens de operatie komt een blaasontsteking bij sacrospinale fixatie zelden voor. Wanneer u toch een blaasontsteking heeft ontwikkeld krijgt u hiervoor een antibioticumkuur, hiermee is de blaasontsteking goed te behandelen. Problemen met op gang komen van zelf plassen doordat de urinebuis en urineblaas in het gebied liggen waar de operatie is uitgevoerd kan het voorkomen dat het moeilijk is om na de operatie de blaas te legen. Wanneer dit het geval is krijgt u instructies tot zelfkatheterisatie, zodat de blaas tot rust kan komen en de urine vanzelf via de katheter kan lopen. Dit probleem is vrijwel altijd tijdelijk en zal vanzelf overgaan. Vaginale schimmelinfectie. Doordat u tijdens de operatie een antibioticum heeft gekregen, bestaat er een kans dat er een vaginale schimmelinfectie ontstaat. Klachten die hierbij voorkomen zijn vaginale jeuk en pijn. U kunt hiervoor de huisarts om een medicijn vragen en zelf-zonodig-tijdens het plassen met lauw water spoelen zodat dit minder pijnlijk is. Pijn in de (rechter bil). Bij ongeveer een op de tien vrouwen die de sacrospinale fixatie operatie ondergaan, ontstaat een zeurend tot pijnlijk gevoel in de (rechter)bil. Dit gevoel gaat vrijwel altijd binnen een paar weken over. In uitzonderlijke gevallen is de pijn zo hinderlijk dat een aantal hechtingen van de operatie verwijderd moet worden. Urine-incontinentie. Alhoewel bekkenbodemoperaties soms als doel hebben ongewild urineverlies te verminderen, treedt soms ongewild urineverlies op als complicatie van een verzakkingsoperatie. Het is niet duidelijk waardoor deze complicatie ontstaat, en het is dus ook niet altijd te voorkomen. Het urineverlies is meestal niet ernstig. In uitzonderingsgevallen ontstaat ernstig urineverlies na een verzakkingsoperatie. Gemeenschap verloopt na de operatie vaak beter. Wel kan het zijn dat u (wat) last heeft van een hechting. Dit kan vaak goed verholpen worden. 8
Opnieuw verzakkingklachten. Ook al is de operatie geslaagd, toch kunnen na enkele jaren opnieuw klachten van een verzakking optreden. Dit komt doordat tijdens de operatie de verzakking wel verholpen is, maar de oorzaak ervan niet is weggenomen. De operatie is een behandeling om de verzakking te herstellen, helaas bestaat er geen behandeling waardoor de problemen definitief niet meer terugkomen. Als u denkt dat u klachten heeft die duiden op een nieuwe verzakking, aarzelt u dan niet om dit met uw huisarts te bespreken. Naar huis De arts of verpleegkundige vertelt wanneer u naar huis mag. Meestal is dit de dag na de operatie. Nazorg Bij pijn kunt u tot vier keer twee tabletten paracetamol per dag nemen, eventueel krijgt u een recept voor sterkere pijnstillers mee naar huis. Vaginale zetpillen. Bent u in de overgang of heeft u de overgang al achter de rug? Dan kan de gynaecoloog u adviseren om voor en na de operatie vaginale zetpillen of tabletten met vrouwelijke hormonen te gebruiken. Deze verbeteren de doorbloeding van de vagina, waardoor de vaginawand beter herstelt. De eerste zes weken doet u rustig aan; til geen zware dingen en verricht geen zwaar werk. Auto rijden in overleg met de gynaecoloog. De eerste tijd kunt u zich moe voelen, een operatie is zwaar voor uw lichaam. Dit is normaal, daarom niets forceren. Vaginaal bloedverlies of afscheiding is normaal, dit is na ongeveer vier weken over. Gebruik geen tampons in deze periode. Om infecties te voorkomen, de eerste zes weken niet in bad en geen geslachtsgemeenschap. Restjes van de hechtingen kunnen via de vagina naar buiten komen. Dit is normaal en kan tot ruim zes weken na de operatie voorkomen. 9
Het is belangrijk om niet te persen tijdens ontlasting. Vezelrijk voedsel eten en veel drinken is daarom heel belangrijk. Eventueel kunt u laxerende middelen nemen (u krijgt hiervoor een recept mee). Het kan gebeuren dat uw rechterbil beurs aanvoelt. Afspraak U krijgt na de operatie een controleafspraak mee of deze wordt opgestuurd. Vragen Voor u wordt opgenomen Vraagt u de verpleegkundige tijdens het intakegesprek. U kunt zelf kijken op de website voor gynaecologie: www.nvog.nl of op de website van het ziekenhuis: www.sxb.nl Tijdens uw opname Vraagt u de arts of verpleegkundige. Na uw ontslag Kunt u bellen met de poli gynaecologie. Maandag tot en met vrijdag 09.00 uur tot 12.00 uur 14.00 uur tot 16.00 uur (0523) 276370 Of met het ziekenhuis (0523) 276000 10
11
12