IMK Studierichtinginformatie, september 2016 EERSTE GRAAD blz. 2 TWEEDE EN DERDE GRAAD Belangstellingsgebied Wetenschappen Theoretisch-technisch TECHNIEK-WETENSCHAPPEN blz. 4 Belangstellingsgebied Welzijn en sociale wetenschappen theoretisch-technisch SOCIALE EN TECHNISCHE WETENSCHAPPEN blz. 6 theoretisch-praktisch JEUGD- EN GEHANDICAPTENZORG blz. 9 praktisch VERZORGING-VOEDING blz. 12 VERZORGING blz. 14 met specialisaties KINDERZORG THUIS- EN BEJAARDENZORG/ZORGKUNDIGE vzw KSO Zusters van de Voorzienigheid Rijksweg 168 3650 Dilsen-Stokkem
- 2 - IMK De eerste graad In de eerste graad biedt IMK drie niveaus aan. Niveau 1 en 2 bestaan in de A-stroom, d.i. klas 1A en het 2 de leerjaar van de 1 ste graad. Niveau 3 vind je in de B-stroom, d.i. 1B en BVL (Beroepsvoorbereidend leerjaar). In 1 A bestaat een gemeenschappelijk programma dat voor alle leerlingen in alle scholen hetzelfde is. Voor de aanvulling bieden wij twee keuzepakketten aan: techniek-wetenschappen en sociale en technische vorming. In het 2 de leerjaar wordt hetzelfde onderscheid gemaakt: we spreken dan over basisopties. De B-stroom is vooral bedoeld voor leerlingen die niet zo gemakkelijk leren of die vooral geïnteresseerd zijn in heel praktische lessen. In BVL organiseren wij de beroepenvelden verzorging-voeding en mode. Lessentabellen van het 1 ste jaar 1 TW 1 STV 1 B Aardrijkskunde 2 2 Frans 1 Frans 4 4 gezinstechnieken 3 Geschiedenis 1 1 godsdienst 2 Godsdienst 2 2 lichamelijke opvoeding 2 lichamelijke opvoeding 2 2 maatschappelijke vorming 3 muzikale opvoeding 1 1 muzikale opvoeding 1 natuurwetenschappen 2 2 natuurwetenschappen 2 Nederlands 5 5 Nederlands 4 plastische opvoeding 2 2 plastische opvoeding 3 Techniek 2 2 sociale activiteiten (Leefsleutels) 1 Keuzepakketten techniek 6 ICT 1 1 wiskunde 4 sociale activiteiten (Leefsleutels) 1 1 totaal aantal uren per week 32 sociale en technische vorming 2 project wetenschappelijke verkenningen 2 wiskunde (apart TW- STV) 5 5 totaal aantal uren per week 32 32 Het keuzepakket TW is interessant voor als je redelijk goed bent in wiskunde én als je geïnteresseerd bent in weten9schappen. Het niveau is vergelijkbaar met dat van verscheidene ASO-rich-tingen. Het keuzepakket STV is dan weer interessant als je denkt aan een sociale studierichting en minder goed bent in talen, wiskunde en wetenschappen. 99
- 3 - Lessentabellen van het 2 de jaar 2TW 2 STV BVL Aardrijkskunde 1 1 Frans 1 Engels 2 2 godsdienst 2 Frans 3 3 lichamelijke opvoeding 2 Geschiedenis 2 2 maatschappelijke vorming 2 Godsdienst 2 2 muzikale opvoeding 1 lichamelijke opvoeding 2 2 natuurwetenschappen 2 muzikale opvoeding 1 1 Nederlands 3 Natuurwetenschappen 1 1 plastische opvoeding 1 Nederlands 4 4 sociale activiteiten (Leefsleutels) 1 Techniek 2 2 wiskunde 3 Basisopties beroepenvelden wetenschappelijke vorming 5 verzorging-voeding 7 Nederlands (1 uur extra) 1 mode 7 sociale activiteiten (Leefsleutels) 1 1 totaal aantal uren per week 32 sociale en technische vorming 7 wiskunde 5 4 totaal aantal uren per week 32 32 Vanaf het eerste jaar kan je kiezen voor de keuzepakketten TW of STV. Daardoor hoef je niet te wachten tot het 2 de jaar om je interesses en mogelijkheden te verkennen voor onze studierichtingen in de 2 de en 3 de graad. In het 1 ste jaar krijgen TW en STV allebei 5 uren wiskunde, maar er zijn toch belangrijke verschillen. In TW ligt het tempo voor wiskunde wat hoger dan in STV. Er worden meer oefeningen gemaakt en sommige wiskundige onderwerpen worden wat dieper uitgewerkt. In TW is wiskunde dus moeilijker dan in STV. In project wetenschappelijke verkenningen krijg je een eerste kennismaking met wetenschappelijke vakken en onderwerpen die in de hogere jaren van TW uitgebreid aan bod komen. Dat gebeurt via experimentjes, waarnemingen, metingen, leren werken met tabellen en grafieken, ICTtoepassingen Op het einde van het 1 ste jaar krijg je een advies van de klassenraad of de keuze voor TW de juiste was. Vanaf het 2 de jaar worden de verschillen tussen TW en STV groter. In 2 TW vormen de vakken natuurwetenschappen en wiskunde een aanzienlijke blok. In 2 STV gaat veel aandacht uit naar het vak sociale en technische vorming. Op het einde van het 2 de jaar geeft de klassenraad een advies over de aangewezen studierichting. Natuurlijk kan je je keuze ook zelf aanpassen. Toelatingsvoorwaarden 1 ste leerjaar A - Leerlingen met getuigschrift basisonderwijs - Leerlingen die het zesde jaar gewoon lager onderwijs zonder getuigschrift hebben beëindigd mits gunstige beslissing van de klassenraad en advies CLB - Leerlingen van het buitengewoon lager onderwijs of secundair onderwijs zonder getuigschrift mits gunstige beslissing van de klassenraad en advies CLB 1 ste leerjaar B - Leerlingen zonder getuigschrift gewoon basisonderwijs die het zesde leerjaar al dan niet beëindigd hebben en uiterlijk op 31 december de leeftijd van 12 jaar bereiken - Leerlingen met getuigschrift basisonderwijs met akkoord ouders en mits advies CLB - Leerlingen van het buitengewoon lager onderwijs of secundair onderwijs zonder getuigschrift mits gunstige beslissing van de klassenraad en advies CLB.
- 4 - IMK Techniek-wetenschappen (TW) Belangstellingsgebied Wetenschappen leertraject abstract en theoretisch De opleiding TW is gesitueerd in de tweede en derde graad van het technisch secundair onderwijs, studiegebied Chemie. We spreken dus over het derde tot en met het zesde jaar. Om toegang te krijgen tot de afdeling TW moet je beschikken over: een A-attest van het voorgaande jaar ASO of TSO, een B-attest van voorgaande jaar ASO of TSO op voorwaarde dat de richting TW niet werd uitgesloten. Studieprofiel TW is een wetenschappelijke, technische studierichting. Biologie, chemie en fysica zijn belangrijke vakken en worden ondersteund door laboratoriumoefeningen. Ook aan wiskunde wordt ruime aandacht besteed, met sterke accenten op oefeningen i.p.v. theorie. Leerlingprofiel TW richt zich tot jongeren die geïnteresseerd zijn in natuur, wetenschappen en techniek en die de nadruk willen leggen op labo en oefeningen. Zij moeten: behoorlijke uitslagen behalen voor wiskunde, biologie, wetenschappen en technologische opvoeding; bereid zijn om regelmatig theorie te verwerken; een goede ingesteldheid hebben om ordelijk en nauwkeurig te werken; aandacht hebben voor veiligheid; geen allergie hebben voor bepaalde chemische stoffen; in de 3 de graad is samenwerking in groepsverband bijzonder belangrijk. Lessentabellen TW 3 TW 4 TW 5 TW 6 TW aardrijkskunde 1 1 1 1 Biologie 1 1 - - Chemie 2 2 - Engels 2 2 2 2 Frans 3 3 3 3 Fysica 2 2 - geschiedenis 1 1 1 1 godsdienst 2 2 2 2 informatica 1 1 1 lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 Nederlands 4 4 4 4 toegepaste biologie 1 1 3 2 toegepaste chemie 2 2 5 6 toegepaste fysica 2 2 4 5 wetenschappelijk tekenen 1 1 - wiskunde 5 5 6 6 geïntegreerde proef - - - totaal aantal uren per week 32 32 34 34
- 5 - Een beetje uitleg bij de specifieke vakken Wiskunde is qua moeilijkheidsgraad te vergelijken met deze van de wiskundige richtingen in het ASO maar beklemtoont sterker de toepassingen van wiskunde in de wetenschappen. Daarom wordt ook in wiskunde meer aandacht gegeven aan oefeningen dan aan theorie. Fysica behandelt algemene eigenschappen van materie, licht, krachten, druk, arbeid, vermogen, gassen, warmte en energie. Je leert metingen uitvoeren en het cijfermateriaal grafisch voorstellen. Chemie bestudeert de opbouw van de stof en stofomzettingen: atomen, moleculen, mengsels, bindingen, chemische reacties en berekeningen (wetten en reactietypen). Biologie tracht te verduidelijken hoe een levend wezen (mens, plant, dier) zich in een gegeven levensmilieu in stand kan houden. Dit vereist inzicht in de wijze waarop organismen informatie verkrijgen en hoe ze hierop reageren. Daarvoor wordt verwezen naar de bouw en werking van zintuigen, spieren, zenuw- en hormonaal stelsel en prikkels. Daarnaast komen ook de classificatie van levende wezens en de milieuproblematiek aan bod. Toegepaste biologie, toegepaste chemie en toegepaste fysica ondersteunen de thema's van de overeenkomende algemene vakken door waarnemingen en experimenten. Het uitvoeren van proeven en het overzichtelijk noteren van de waarnemingen veronderstelt zin voor nauwkeurigheid, veiligheid en een zekere handigheid. In labo-oefeningen worden de theoretische items verduidelijkt door waarnemingen en experimenten die nauwgezet uitgevoerd, verwerkt en gerapporteerd moeten worden. Toegepaste fysica behandelt mechanica, elektriciteit, elektromagnetisme, trillingen en golven, elektronica en kernfysica. Toegepaste biologie bestudeert de levende wezens in hun chemische samenstelling, cellulaire opbouw, specifieke levensfuncties en onderlinge relatie en interactie. Daarbij komen ook erfelijkheid en de evolutietheorie aan bod. Toegepaste chemie omvat algemene chemie, analytische chemie en koolstofchemie. Wetenschappelijk tekenen steunt voornamelijk op de wiskunde (meetkunde) om ruimtelijke gegevens, processen en bewerkingen, wiskundige en wetenschappelijke opgaven voor te stellen. Oefeningen op perspectief, projectie, meetkundige constructies e.a. veronderstellen ook de nodige zin voor nauwkeurigheid en netheid. Toekomstmogelijkheden De studierichting TW geeft een uitstekende voorbereiding op uiteenlopende studies in het hoger onderwijs. De meeste leerlingen komen terecht in het hoger professioneel onderwijs (professionele bachelor). Anderen wagen hun kans in het academisch onderwijs aan de hogescholen of aan de universiteiten (academische bachelors). Het gaat vooral: gezondheidszorg: verpleegkunde, voedings- en dieetkunde, vroedkunde, ergotherapie, podologie; industriële wetenschappen en technologie: chemie, milieuzorg; onderwijs: kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs; handelswetenschappen en bedrijfskunde: toegepaste informatica, medical management assistant, rechtspraktijk; architectuur: architectuur-assistentie, landschaps- en tuinarchitectuur.
- 6 - IMK Sociale en technische wetenschappen (STW) Belangstellingsgebied Welzijn en sociale wetenschappen leertraject theoretisch en technisch De opleiding STW is gesitueerd in de tweede en derde graad van het technisch secundair onderwijs, studiegebied Personenzorg. Om toegang te krijgen tot de afdeling STW moet je beschikken over: een A-attest van het voorgaande jaar ASO, KSO of TSO. een B-attest van het voorgaande jaar ASO, KSO of TSO op voorwaarde dat STW niet werd uitgesloten. Studieprofiel STW is een theoretisch-technische richting die in volle ontwikkeling is. Imk voert geleidelijk nieuwe leerplannen in waarin nieuwe inhouden en methoden aan bod komen. De leerlingen verkennen de wisselwerking tussen mens, voeding en milieu en hun eigen positie daarbinnen. De wetenschappelijke onderbouw gebeurt vanuit de vakken natuurwetenschappen en sociale wetenschappen. De verscheidene theoretische en praktische aspecten van deze studierichting komen samen in het vak integrale opdrachten. De leerlingen voeren in projectvorm opdrachten die over de jaren geleidelijk toenemen in moeilijkheidsgraad. Hierbij wordt de kennis vanuit andere vakken geïntegreerd. De leerlingen ontwikkelen sociale, technische, organisatorische, creatieve en expressieve competenties. Leerlingprofiel STW verwacht van de leerlingen: uitgesproken interesse hebben voor mens en samenleving: interesse hebben voor diverse wetenschappen en hun praktische toepassingen; praktische vaardigheden hebben: nauwkeurigheid, orde, netheid, organisatie, creativiteit; bereidheid tot teamwerk; sociale en communicatieve vaardigheden; verantwoordelijkheidszin.
- 7 - Lessentabellen STW 3 STW 4 STW 5 STW 6 STW aardrijkskunde 1 1 1 1 Engels 2 2 2 2 Frans 3 3 3 3 geschiedenis 1 1 1 1 godsdienst 2 2 2 2 informatica 1 1 - - lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 Nederlands 4 4 4 4 Wiskunde 3 3 3 3 Natuurwetenschappen 3 3 4 4 sociale wetenschappen 3 3 4 4 integrale opdrachten competentie 1: sociaalwetenschappelijk en natuurwetenschappelijk onderzoek competentie 2: persoonsgebonden activiteit competentie 3: mondelinge presentatie competentie 4: studieloopbaan 7 7 8 8 buitenschoolse inleefdagen - - - geïntegreerde proef - - - totaal aantal uren per week 32 32 34 34 Een beetje uitleg bij de specifieke vakken van het nieuwe programma De verscheidene theoretische en praktische aspecten van deze studierichting komen samen in het vak integrale opdrachten. De leerlingen voeren opdrachten en projecten uit die geleidelijk toenemen in moeilijkheidsgraad. Hierbij wordt de kennis vanuit andere vakken geïntegreerd. De leerlingen ontwikkelen sociale, technische, organisatorische, creatieve en expressieve competenties. Deze competenties worden toegespitst op vier centrale domeinen: 1. binnen een welomschreven opdracht sociaalwetenschappelijke en natuurwetenschappelijke onderwerpen onderzoeken; 2. een persoonsgebonden activiteit voor een groep plannen, voorbereiden en bereiden; 3. mondeling voor een groep presenteren; 4. je eigen studieloopbaan in handen nemen. In het vak sociale wetenschappen verkennen de leerlingen hun eigen mogelijkheden. In de 2 de graad leren ze passend communiceren in verschillende situaties en leren menselijk gedrag en interacties waarnemen en observeren. Welke rechten en plichten hebben jongeren? Hoe omgaan met diversiteit tussen de mensen? In de 3 de graad komen een aantal psychologische, pedagogische en sociologische thema s aan bod. Hoe verloopt de lichamelijke, verstandelijke en emotionele ontwikkeling van de mens? Welke elementen spelen een rol in het pedagogisch handelen? Welke factoren beïnvloeden het menselijk gedrag? Tenslotte gaat ook aandacht uit naar de rol en de plaats van de mens in de samenleving. In het vak natuurwetenschappen komen elementen samen uit biologie, chemie, fysica en laboratoriumopdrachten. Samen met wiskunde krijgen de leerlingen hier wetenschappelijke
- 8 - kennis die wordt meegenomen naar de integrale opdrachten. De nadruk ligt sterk op praktische toepassingen van de theoretische kennis. Toekomstmogelijkheden Na het zesde jaar STW ben je degelijk voorbereid op uiteenlopende studies in het hoger onderwijs. De meeste leerlingen kiezen voor hoger professioneel onderwijs (professionele bachelors). Het gaat vooral om de volgende studiegebieden: biotechnisch: voedingsmiddelentechnologie; gezondheidszorg: verpleegkunde, voedings- en dieetkunde, vroedkunde, ergotherapie, podologie; onderwijs: kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs; sociaal-agogisch werk: maatschappelijke veiligheid, orthopedagogie, sociaal werk, toegepaste psychologie; andere studiegebieden van het hoger professioneel onderwijs, andere opleidingsvormen, bijv. politie.
- 9 - IMK Jeugd- en gehandicaptenzorg (JGZ) 3 de graad Belangstellingsgebied Welzijn en sociale wetenschappen leertraject theoretisch-praktisch De opleiding JGZ is gesitueerd in de derde graad van het TSO, studiegebied Personenzorg. We spreken dus over het vijfde en het zesde jaar. Om toegang te krijgen tot de richting JGZ moet je beschikken over: een A-attest van de tweede graad ASO of TSO (4 de jaar), een B-attest van de tweede graad ASO of TSO (4 de jaar) op voorwaarde dat de richting JGZ niet werd uitgesloten, het 6 de jaar BSO met vrucht beëindigd hebben. Studieprofiel In deze studierichting krijg je een opleiding tot opvoed(st)er/begeleid(st)er bij kinderen, jongeren, volwassenen en bejaarden met een beperking. De opleiding JGZ begint op het 5 de jaar en duurt twee jaar. Je leert om op een verantwoorde manier om te gaan met uiteenlopende types handicap of probleemsituaties: verstandelijke of fysieke, enkelvoudige of meervoudige beperking, kinderen en jongeren in een moeilijke opvoedingssituatie JGZ is een boeiende richting met vakken zoals pedagogie en psychologie, orthopedagogiek, expressie en animatie. Vele oud-leerlingen getuigen dat zij in JGZ als persoon sterk zijn gegroeid en tot ontplooiing zijn gekomen. Leerlingprofiel De opleiding JGZ is ideaal voor wie zijn persoonlijkheid wil ontwikkelen en zijn grenzen wil verleggen. De studierichting JGZ mag niet onderschat worden. Je moet er niet aan beginnen als je niet voldoende gemotiveerd bent om te werken met personen met een beperking. Je moet ook over het potentieel beschikken om te groeien in: sociale interactie; communicatieve vaardigheden; expressieve en animerende vaardigheden. Dit zijn immers de drie competenties die in de opleiding centraal staan, wil je aan een jongere of persoon met een beperking de begeleiding kunnen geven die verwacht wordt. Deze opleiding vraagt bovendien: inlevingsvermogen, creatief en probleemoplossend kunnen werken, zin voor verantwoordelijkheid, inzet, stiptheid,
- 10 - flexibiliteit, talent voor organisatie, talent voor teamwerking, een redelijk pakket theorie kunnen en willen verwerken, bereidheid om zich voor stages te verplaatsen. Een gunstig advies van de arbeidsgeneesheer is verplicht om op een stageplaats te mogen beginnen. Lessentabellen JGZ 5 JGZ 6 JGZ aardrijkskunde 1 1 Engels 2 2 Frans 2 2 geschiedenis 1 1 godsdienst 2 2 lichamelijke opvoeding 2 2 Nederlands 3 3 wiskunde 2 2 beroepsgerichte pedagogiek en psychologie 4 1 beroepsgerichte zorgkunde 2 - biologie van de mens 2 2 expressie en animatie 2 2 ortho(ped)agogiek en ortho(ped)agogische vaardigheden 4 5 stages 4 8 wetgeving 1 1 geïntegreerde proef - totaal aantal uren per week 34 34 Belangrijk: de stage vormt een belangrijk deel van de opleiding, maar dit mag niet ten koste gaan van de algemene vakken en de theoretische vakken uit het specifieke gedeelte. Wie voor JGZ-TSO kiest, kiest voor de héle lessentabel. Een beetje uitleg over de specifieke vakken Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie. In psychologie maak je kennis met basisbegrippen zoals waarneming, verbeelding, intelligentie, geheugen, motivatie, emoties Ook verwerf je inzicht in het ontwikkelingsproces van de mens. In pedagogiek gaat de aandacht uit naar het opvoedingsproces. Je leert er nadenken over opvoedingsdoelen, pedagogische houdingen en stijlen Er wordt ingegaan op verschillende opvoedingsmilieus en hun betekenis voor de ontwikkeling van het kind. In beroepsgerichte zorgkunde komen twee grote thema s aan bod: de zorgende houding en de verzorgende vaardigheden. Het thema de zorgende houding gaat over aanraken, verzorgen en het belang hiervan voor mensen met een beperking. Het thema verzorgende vaardigheden gaat over concrete handelingen die methodisch en in team uitgevoerd moeten worden: lichaamhygiëne, toedienen van een maaltijd, medicatie toedienen, EHBO In het vak biologie van de mens krijg je inzicht in de bouw en de werking van het menselijke lichaam. Deze kennis gaat over de microscopische opbouw van de cel, maar evenzeer over
- 11 - de anatomie en de fysiologie van het lichaam. Ook worden een aantal aangeboren en verworven aandoeningen bestudeerd: erfelijkheidsleer en embryologie zijn daarvoor noodzakelijk. Dit vak brengt de leerlingen ook in contact met nieuwe ontwikkelingen in de biotechniek. Een voornaam aspect van het werk als opvoed(st)er of begeleid(st)er bestaat erin mensen met een handicap te begeleiden tijdens activiteiten en (vrije)tijdsbesteding. In het vak expressie en animatie leer je welke activiteiten geschikt zijn voor de verschillende doelgroepen, hoe je een activiteit organiseert en begeleidt We proberen alles uit: verkleden en toneelspelen, verhalen vertellen, knutselen, een feest organiseren, liedjes aanleren en zingen, versiering maken, dansen, schminken, speelgoed maken Ortho(ped)agogiek en ortho(ped)agogische vaardigheden. In ortho(ped)agogiek wordt de opvoeding van kinderen en volwassenen met een beperking of een probleemsituatie besproken. Steeds wordt de vraag gesteld hoe je als opvoed(st)er zinvol kan werken. Hoe kan je de mogelijkheden van de mens met een beperking zo goed mogelijk gebruiken? Welke verantwoordelijkheid heb je? Wat is jouw eigen taak binnen het team? Het luik ortho(ped)agogische vaardigheden behandelt de technieken en vaardigheden waarover je moet beschikken: efficiënt werken in een team, vergadertechnieken, observeren, sfeer scheppen, werken met groepen, samenwerken met ouders en familie van personen met een handicap In wetgeving maak je kennis met allerlei principes uit het recht en de sociale wetgeving. Ook leer je de vele opvangmogelijkheden kennen in de gehandicaptenzorg en in de jeugdbijstand. Bovendien leer je de rechten en plichten van de opvoed(st)er en begeleid(st)er: dit is de plichtenleer of deontologie. Training in de vereiste vaardigheden kan alleen via praktijk, met andere woorden via de stage. Die gekoppeld is aan het stage-doe-boek. De stage vindt plaats in voorzieningen waarmee onze school een overeenkomst heeft gesloten. Je volbrengt de stage onder begeleiding van een mentor van de stageplaats en een begeleider van de school. Tijdens deze stage word je ingezet in de dagelijkse werking van een leefgroep, opvang, dagcentrum, BuBaO of een initiatief voor buitenschoolse opvang. In het 6 de jaar maken de stage en het stage-doe-boek deel uit van de Geïntegreerde Proef (GIP). Voor de GIP stel je ook een zelfbeeldportfolio samen. Dit is een map waarin je alle verslagen bundelt die jou persoonlijke groei als opvoeder/begeleider weergeven. Op het einde van het schooljaar maak je hiervan een samenvattend schriftelijk verslag, dat je voor een jury mondeling presenteert. Toekomstmogelijkheden Met het diploma JGZ kan je als opvoed(st)er of begeleid(st)er solliciteren of verder studeren in het hoger onderwijs. De meeste leerlingen die verder studeren, kiezen voor het hoger professioneel onderwijs (professionele bachelors) in de volgende studiegebieden: sociaal-agogisch werk: maatschappelijke veiligheid, orthopedagogie, sociaal werk, toegepaste psychologie; gezondheidszorg: verpleegkunde, ergotherapie, logopedie en audiologie; onderwijs: kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs.
- 12 - IMK - Verzorging-voeding (VV), 2 de graad Belangstellingsgebied Welzijn en sociale wetenschappen leertraject praktisch De opleiding Verzorging-voeding (VV) is gesitueerd in de 2 de graad van het beroepssecundair onderwijs, studiegebied Personenzorg. We spreken dus over het 3 de en 4 de jaar. Om toegang te krijgen tot VV moet je geslaagd zijn in het vorige leerjaar ASO, TSO of BSO. In sommige situaties moet de toelatingsklassenraad zijn akkoord geven. Leerlingprofiel VV richt zich op leerlingen die baat hebben bij een praktijkgerichte studie. Zij moet een sociale ingesteldheid hebben, d.w.z. dat zij willen werken met en voor andere mensen. Hun voorkeur moet uitgaan naar verzorgende taken bij kinderen en/of bejaarden. Studieprofiel In het 3 de en 4 de jaar worden naast algemene vakken de eerste begrippen bijgebracht van voeding (koken), onderhoud, verzorging en sociale vorming. De leerlingen maken in eenvoudige leersituaties en onder directe begeleiding kennis met de wereld van de zorg en diensten. Zij ontdekken hun kwaliteiten, mogelijkheden en interesses voor een verdere oriëntering naar de directe zorg of indirecte dienstverlening. Deze ontdekking gebeurt in verschillende contexten: gezonde kinderen van 2,5 tot 10 jaar, gezonde volwassenen en medeleerlingen. In een combinatie van theorie en praktijk wordt gewerkt aan 9 belangrijke doelstellingen die zijn voorgeschreven in het leerplan. Deze leerplandoelstellingen (LPD) zijn: 1. binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelen; 2. binnen een welomschreven opdracht communiceren in een 1-1 relatie; 3. binnen een welomschreven opdracht, binnen een klasgroep, in groep werken; 4. binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor de gezondheid en het welzijn; 5. binnen een welomschreven opdracht ondersteunen bij (ped)agogische opdrachten; 6. binnen een welomschreven opdracht een maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden; 7. binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor lokalen, keuken en leefruimte; 8. binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor linnen; 9. oriënteren op beroepen binnen directe en indirecte zorg en studiekeuze. Lessentabel van 3 en 4 VV 3 VV 4 VV Frans 2 2 godsdienst 2 2 lichamelijke opvoeding 2 2 muzikale opvoeding 1 1 plastische opvoeding 2 2 project algemene vakken 6 6 toegepaste informatica 1 1 verzorging-voeding 16 16 gezondheid & welzijn 4 4 sociale vorming 3 3 zorg voor voeding 6 3
- 13 - interieur & textiel 3 3 project totaal aantal uren per week 32 32 Het beroepsgerichte deel van de lessentabel wordt ingedeeld in luiken: 1. indirecte zorg = interieur & textiel en voeding: a. een maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden (LPD 6), b. zorg dragen voor lokalen, keuken, leefruimte (LPD 7) en zorg voor linnen (LPD 9), 2. directe zorg = zorg dragen voor gezondheid en welzijn (LPD 4), 3. (ped)agogisch handelen = sociale vorming: binnen een groep werken (LPD 3), communiceren in een 1-1 relatie (LPD 2), (ped)agogische activiteiten en opdrachten ondersteunen (LPD 1+2+3+5). Binnen elk onderdeel worden kwaliteitsbewust handelen (LPD 1), communicatie (LPD 2) en groepswerking (LPD 3) centraal gesteld. Een belangrijk deel van de opleiding gebeurt via projecten met kinderen, volwassenen en medeleerlingen.
- 14 - IMK - Verzorging (VZ), 3 de graad Specialisatie Kinderzorg (KZ) Specialisatie Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige (TBZZ) Belangstellingsgebied Welzijn en sociale wetenschappen leertraject praktisch De opleiding Verzorging (VZ) is gesitueerd in de 3 de graad van het beroepssecundair onderwijs, studiegebied Personenzorg. We spreken over het 5 de en 6 de jaar. Om toegang te krijgen tot het 5 de jaar VZ moet je geslaagd zijn in het vorige leerjaar ASO, TSO of BSO. In sommige situaties moet de toelatingsklassenraad zijn akkoord geven. De opleidingen Kinderzorg (KZ) en Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige (TBZZ) zijn het 3 de leerjaar in de 3 de graad. Zij zijn specialisatiejaren. We spreken ook over het 7 de jaar. Om toegang te krijgen tot KZ of TBZZ moet je geslaagd zijn in het 6 de jaar in de onderliggende studierichting Verzorging. Leerlingprofiel Van leerlingen worden de volgende vaardigheden gevraagd: voldoende contactvaardig zijn, graag met mensen omgaan (interesse in jonge zorgvrager en oude zorgvrager), goed voor zichzelf zorg kunnen dragen (fysiek /psychisch), praktisch ingesteld zijn, geduldig zijn, openstaan voor opbouwende kritiek, kunnen samenwerken/ teamplayer, zich stipt aan afspraken kunnen houden, theoretische kennis kunnen omzetten in praktijk (stage), bereid zijn extra initiatieven te nemen voor bepaalde opdrachten, een leerling die thuis ook eens graag de handen uit de mouwen steekt! De leerlingen van de 3 de graad moeten bereid zijn om zich voor stages te verplaatsen. Een gunstig advies van de arbeidsgeneesheer is verplicht om op een stageplaats te mogen beginnen. Studieprofiel In het 3 de en 4 de jaar Verzorging-voeding worden de eerste begrippen bijgebracht van voeding (koken), onderhoud, verzorging en omgangskunde. In het 5 de en 6 de jaar Verzorging bouwen we daarop verder. Via een geïntegreerd programma van theorie, praktijk en stage word je vertrouwd gemaakt met een aantal algemene doelstellingen: 1. binnen een welomschreven opdracht kwaliteitsbewust handelen; 2. binnen een welomschreven opdracht communiceren; 3. binnen een welomschreven opdracht, in een organisatie, in team werken; 4. binnen een welomschreven opdracht zorg dragen voor gezondheid en welzijn; 5. binnen een welomschreven opdracht (ped)agogisch handelen; 6. binnen een welomschreven opdracht indirecte zorg verlenen; 7. oriënteren op beroepen binnen de directe zorg en begeleidend en voorbereiden op studieof loopbaan.
- 15 - Via deze doelstellingen leer je een zeer belangrijke competentie ontwikkelen, nl. als verzorgende binnen het kader van zorg- en bijstandsverlening, zorg verlenen vanuit een totaalvisie. Er worden basistechnieken aangeleerd die van toepassing zijn, zowel bij het jonge kind als bij de oudere zorgvrager. Tijdens de stageperiode worden deze verder ingeoefend onder verwijderd toezicht en in eenvoudige situaties. Met het getuigschrift van het 6 de jaar Verzorging ben je verzorgende. Met dit getuigschrift kan je gaan werken als verzorgende of verder studeren: kinderzorg, thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige, organisatie-assistentie, HBO5 studierichting verpleegkunde. Specialisatiejaren Het volgen van het 7de jaar Kinderzorg of Thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige leidt tot een diploma van het secundair onderwijs en een kwalificatie als begeleider in de kinderopvang (KZ) of zorgkundige (TBZZ) De algemene doestellingen van het 5 de en 6 de jaar Verzorging worden verder uitgewerkt, zodat je de centrale competentie kan verwerven, nl. KZ: als voorbereiding en oriëntatie op het functioneren als begeleider in de kinderopvang, kinderen begeleiden vanuit een totaal visie; TBZZ: als voorbereiding en oriëntatie op het functioneren als zorgkundige, zorg verleden vanuit een totaalvisie. Deze specialisatie zal uiteraard een positieve weerslag hebben op je tewerkstellingskansen. Bovendien kunnen afgestudeerden ook nog een 4 de graad Verpleegkunde BSO of Plastische kunsten BSO volgen. Ook kunnen ze instromen in een 7 de jaar TSO, zoals Leefgroepenwerking. Lessentabellen van de 3 de graad VZ, KZ en TBZZ 5 VZ 6 VZ 7 KZ 7 TBZZ Frans 1 1 2 2 Godsdienst 2 2 2 2 lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 project algemene vakken 4 4 4 4 Expressie - - 2 2 Verzorging indirecte zorg 2 2 - - (ped)agogisch handelen 6 4 - - gezondheid en welzijn 5 7 - - stages 10 10 - - geïntegreerde proef - - - - Kinderzorg / Thuis- en bejaardenzorg Indirecte zorg - - 2 2 (ped)agogisch handelen - - 6 4 gezondheid en welzijn - - 2 4 stages - - 10 10 geïntegreerde proef - - totaal aantal uren per week 32 32 32 32
- 16 - Een beetje uitleg over de specifieke vakken De cursus (ped)agogisch handelen wordt opgesplitst in twee grote delen. Deel 1 betreft sociale vaardigheden: hoe ga ik om met mezelf, collega's en zorgvragers (kind, bejaarde, zorgvragend gezin)? Deel 2 handelt over de ontwikkeling van de mens: van de geboorte, over adolescentie en volwassenheid, naar de oudere zorgvrager. Ook worden de nodige expressieve en creatieve vaardigheden toegelicht en in praktijk gebracht. Er worden zoveel mogelijk technieken bijgebracht die de goede omgang met zowel het kind als de bejaarde moeten garanderen. In de vakken gezondheid en welzijn worden de basisbehoeften van kinderen en bejaarden behandeld: zorg voor het lichaam, bewegen en rusten, eten en drinken, uitscheiding, voorkomen van ziekten en ongevallen, geneesmiddelen Daarnaast komen ook EHBO, Activiteiten in het Dagelijks Leven, Gezondheidsvoorlichting en Zorgend Handelen aan bod. Dit alles wordt in de theorie en in de praktijk uitgewerkt. In deze lessen worden ook alle aspecten van de taak van de verzorgende belicht. Het vak behandelt de rechten en de plichten van elke verzorgende: plichtenleer, gezondheidsrecht, basisaspecten van sociaal recht. Indirecte zorg. In de 2 de graad komen basistechnieken aan bod van voeding, interieurzorg, textielzorg en decoratie en van functionele zorg. In de 3 de graad worden de technieken telkens gericht naar de jonge zorgvrager en de oude zorgvrager, in eenvoudige geïntegreerde situaties. Training in de vereiste vaardigheden kan alleen via praktijk, met andere woorden via de stage. Deze vindt plaats in voorzieningen waarmee onze school een overeenkomst heeft gesloten. Je volbrengt de stage onder begeleiding van een mentor uit de stageplaats en een begeleider uit de school. Tijdens de stages word je ingezet in de dagelijkse werking van een voorziening. Toekomstmogelijkheden De meest voor de hand liggende toekomstmogelijkheden zijn: kinderverzorg(st)er : in kinderdagverblijven of mini-crèches, buitenschoolse kinderopvang, of zelf een opvanggezin opstarten; verzorgende in de thuiszorg: in het kader van organisaties als OCMW-Thuiszorg, Familiehulp, voorzieningen voor personen met een fysieke beperking en een niet-aangeboren hersenletsel... Gezien de beperking van de hospitalisatieduur en de veroudering van de bevolking, doen steeds meer hulpbehoevende gezinnen beroep op deze organisaties die elk jaar opnieuw onze afgestudeerden in dienst nemen. Nieuw in deze sector is ook de kraamhulp in jonge gezinnen. Er is geen gebrek aan werk in deze sector, integendeel. In het gezin vervult de verzorgende alle familiale en huishoudelijke taken: o.a. kinderen verzorgen en begeleiden, koken, dagelijks onderhoud van de woning, was en strijk, verstelwerk, boodschappen doen, telefoneren, krant voorlezen, familie ontvangen, begeleiding bieden in dagelijkse actieve of passieve bezigheden ; bejaardenverzorg(st)er in rust- en verzorgingstehuizen, rustoorden enzovoort Deze verzorgenden staan in voor de hygiënische zorgen van de bewoners, de linnendienst, het onderhoud, begeleiding, zinvolle vrijetijdsbesteding enzovoort.