RECHT OP BIJSTAND. Artikel 24

Vergelijkbare documenten
RECHT OP BIJSTAND VAN EEN VERTROUWENSPERSOON. Artikel 24

Bijstandspersoon in de integrale jeugdhulp. 7 december 2012

Recht op bijstand van een vertrouwenspersoon in de integrale jeugdhulp Nele Desmet, Juriste Kinderrechtswinkel vzw

MET HET RECHT OP BIJSTAND VAN EEN VERTROUWENSPERSOON. De t Zitemzo Jeugdrecht fiches

Workshop: Beroepsgeheim en discretieplicht

Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp (IJH) Gedragscode voor deelnemers aan het cliëntoverleg ALGEMENE BEPALINGEN: WIE HEEFT BEROEPSGEHEIM?

inleiding Artikel 458 Strafwetboek

Zeg ik het of zeg ik het niet?

1. SITUERING 2. UITGANGSPUNTEN

Leerlingenbegeleiding communiceren over privacygevoelige informatie

RECHT OP PRIVACY. Artikel 25

186 Leerlingenbegeleiding in het secundair onderwijs: enkele juridische en deontologische aandachtspunten

vzw Steunpunt Jeugdhulp februari 2011 Het Decreet Rechtspositie minderjarigen in de VAPH-praktijk

Decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp

Studiedag Rechten in de jeugdhulp 6 maart Mia Claes UCLL

22/03/2018 BEROEPSGEHEIM EN DEONTOLOGIE EEN PRAKTISCHE BENADERING CASE HOE WETEN WE WANNEER WE GOED HANDELEN? Ellen Milants

Medisch beroepsgeheim. Artikel 458 Strafwetboek. Art. 458 Sw.: medisch beroepsgeheim

t Zitemzo met het beroepsgeheim Nele Desmet Kinderrechtswinkel vzw 02/12/ 16

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, Gelet op het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;

Jongerencentrum Cidar V.Z.W.

Veilig online hulp aanbieden. Wat zegt de wet? Annemie Van Looveren, SAM vzw

Toegangsrecht tot het individueel dossier

MET HET BEROEPSGEHEIM TEN AANZIEN VAN MINDERJARIGEN

Juridisch kader van de rechten van minderjarigen en ouders in de integrale jeugdhulp

Steeds meer professionelen hebben vragen bij de toepassing van regelgeving in hun contacten met minderjarigen. Daarom organiseert de

Aan de slag met het decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp

Bijzondere Jeugdbijstand

Bijlagen hoofdstuk Ambtsgeheim en beroepsgeheim 6.14 Privacy en gegevensuitwisseling in het onderwijs

INFORMATIE OVER JE RECHTEN ALS MINDERJARIGE IN DE JEUGDHULP

Coördinatie van de hulp. Workshop 4

Beroepsgeheim en informatie-uitwisseling met familie of netwerk: een ethische reflectie

Contextbegeleiding breedsporig. Onthaalbrochure voor ouders

MET HET BEROEPSGEHEIM TEN AANZIEN VAN MINDERJARIGEN

EN HET ONDERSTEUNINGS CENTRUM JEUGdZORG

Het decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp, toegepast in pleegzorg.

JIJ EN DE JEUGD RECHT BANK

Omgaan met het dossier. Decreet Integrale Jeugdhulp Decreet rechtspositie minderjarige in de IJH - april 2015

Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp. Een gids voor ouders

2. Rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid

De vertrouwenspersoon in de gezondheidszorg: visie Vlaams Patiëntenplatform vzw

Contextbegeleiding laagintensief. Onthaalbrochure voor jongeren

t Zitemzo... met het informed consent & minderjarige patiënten

JIJ EN HET ONDERSTEUNINGS CENTRUM JEUGDZORG

BEKWAAMHEID VAN DE MINDERJARIGE. Artikel 4

Een alcohol- en drugbeleid voor het secundair onderwijs

KANKER HAIR PROFESSIONAL BEROEPSGEHEIM. Omgaan met vertrouwelijke informatie

6 Leerlingenbegeleiding 1

nota Toepassing van het decreet Integrale Jeugdhulp voor voogden van niet begeleide minderjarige vreemdelingen

DE CIJFERBEROEPEN & HET BEROEPSGEHEIM

Toegangsrecht tot het individueel dossier

VR DOC.0270/2

Wegwijs in het beroepsgeheim

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie;

INFORMATIENOTA. Feitelijke vereniging.

KAMER VAN BEROEP GEMEENSCHAPSONDERWIJS TUSSENBESLISSING II. GO / 2011 / 13 / / 24 november 2011

Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp. Een gids voor ouders

Concept Layout en grafische vormgeving Verantwoordelijk uitgever Datum van uitgifte:

Samen werken tegen kindermishandeling

t Zitemzo met het recht op instemming in de integrale jeugdhulp Nele Desmet Juriste tzitemzo

BISDOM AANVRAAG VAN HET KERKELIJK MANDAAT VOOR HET GEVEN VAN ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST

Kinderrechtswinkels, vzw, Hoogstraat 81, 9000 Gent - Karin Maes

Transcriptie:

RECHT OP BIJSTAND Artikel 24 1. De minderjarige heeft het recht om zich in alle contacten met de jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en de trajectbegeleiding en in de uitoefening van zijn rechten, opgesomd in dit decreet, te laten bijstaan door een persoon die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1 door het beroepsgeheim gebonden zijn of personeelslid zijn van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt ; 2 niet rechtstreeks betrokken zijn bij de jeugdhulpverlening, georganiseerd ten behoeve van de minderjarige ; 3 op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn. De persoon die de minderjarige bijstaat, legitimeert zich bij elk optreden in die hoedanigheid. 2. Als de minderjarige niet in staat is om zelf een persoon als bedoeld in 1, aan te wijzen en als de minderjarige en zijn ouders tegenstrijdige belangen hebben, kan de jeugdhulpvoorziening of de toegangspoort voor hem een persoon aanwijzen die beantwoordt aan de bepalingen van 1, eerste lid, 1 en 2. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels voor de aanwijzing van die persoon. Het tweede lid van 1 is op die persoon van toepassing. 7 1

Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing als de minderjarige en zijn opvoedingsverantwoordelijke tegenstrijdige belangen hebben en niemand het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent. In artikel 24 van het decreet rechtspositie wordt het recht van de minderjarige op bijstand opgenomen. Dit recht op bijstand geldt voor de uitoefening van de rechten van de minderjarige zoals bepaald in dit decreet, en dit in elk contact binnen de jeugdhulpverlening. 7 2

1 VOORWAARDEN BIJ HET RECHT OP BIJSTAND ( 1) De minderjarige kan niet zomaar kiezen wie hem zal bijstaan. Het decreet voorziet immers drie voorwaarden waaraan die persoon moet voldoen. Deze drie voorwaarden moeten allen tegelijk voldaan zijn (en...en...en): 1.1. Door het beroepsgeheim gebonden zijn of personeelslid zijn van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt Ten eerste kunnen enkel personen die gebonden zijn door het beroepsgeheim de minderjarige bijstaan. Reden hiervoor is dat deze personen vertrouwd zijn met het omgaan met gevoelige informatie. TER VERDUIDELIJKING Beroepsgeheim Het beroepsgeheim wordt geregeld door artikel 458 van het strafwetboek. Dit artikel bepaalt dat personen die in hoofde van hun beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, deze informatie geheim dienen te houden = zwijgplicht. Het gaat om alle informatie die werd verkregen binnen de vertrouwensrelatie, zowel van de minderjarige zelf, als van derden. De wet geeft een niet-limitatieve opsomming van deze personen. Het beroepsgeheim is van toepassing op geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hen zijn toevertrouwd. Het gaat voornamelijk over beroepen die in de medische, juridische of sociale sector liggen. Het beroepsgeheim geldt m.a.w. ook voor psychologen, advocaten, consulenten, maatschappelijk werkers, CLB-medewerkers, medewerkers van de centra geestelijke gezondheidszorg, opvoeders, therapeuten,... 7 3

Naast bijstand door personen die vallen onder het beroepsgeheim, kan de minderjarige zich ook laten bijstaan door een persoon die werkzaam is in de instelling waar hij onderwijs volgt. Dit kan een leerkracht zijn maar ook elk ander personeelslid van de onderwijsinstelling met wie de minderjarige een affectieve band heeft (bijvoorbeeld een zorgcoördinator, interne leerlingenbegeleider, kok, secretaresse,...). TER VERDUIDELIJKING Ambtsgeheim Het ambtsgeheim wordt bepaald door de decreten rechtspositie van 27 maart 1991 (Decreet betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs). Deze decreten zijn van toepassing op alle personeelsleden in een school, gaande van onderwijzend personeel, technisch personeel als administratief personeel. Daar waar het beroepsgeheim de discretieverplichting oplegt om vertrouwelijke gegevens geheim te houden, bepaalt het ambtsgeheim de verplichting om discreet om te gaan met vertrouwelijke gegevens die personeelsleden van een onderwijsinstelling ter kennis krijgen tijdens de uitoefening van hun ambt. Personen die vallen onder het ambtsgeheim kunnen m.a.w. geen zwijgplicht inroepen ten aanzien van hun hiërarchische meerderen (bvb. de directie) of collega s. Tegenover derden (derden in deze context zijn personen die niet betrokken zijn binnen de onderwijscontext) is dit echter nog wel mogelijk. T.a.v. van de minderjarige kan een persoon met het ambtsgeheim dus nooit geheimhouding garanderen over informatie die in vertrouwen is medegedeeld. Wel kan hij garanderen dat met deze informatie discreet wordt omgegaan. Een vertrouwensleerkracht is gebonden door het ambtsgeheim en niet door het beroepsgeheim. Dus ook een vertrouwensleerkracht kan aan een minderjarige geen toezegging doen dat de informatie die in vertrouwen werd verkregen niet verder verteld zal worden. 7 4

Personeelsleden van een instelling waar de minderjarige onderwijs volgt, zijn in de hoedanigheid van leerkracht niet gebonden door het beroepsgeheim. Op deze personen rust wel een andere vorm van discretieverplichting, nl. het ambtsgeheim, wat maakt dat zij de informatie die hun werd toevertrouwd, niet mogen bekendmaken aan derden. Aan hun hiërarchische meerderen of aan de rechter is het dan wel weer mogelijk dat zij de hun toevertrouwde informatie moeten bekendmaken. De situatie verandert wanneer een leerkracht optreedt als bijstandspersoon en hierdoor meewerkt aan de hulpverlening. In artikel 8 van het Kaderdecreet lezen we immers dat alle personen die hun medewerking verlenen aan de toepassing van het decreet gebonden zijn door de geheimhoudingsplicht (dit geldt dus ook voor hulpverleners, privé-personen aan wie een minderjarige is toevertrouwd,...). Op het moment dat een leerkracht of ander personeelslid van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt, optreedt als bijstandspersoon is hij gebonden door het beroepsgeheim van de integrale jeugdhulp, en niet langer door het ambtsgeheim. 1.2. Niet rechtstreeks betrokken zijn bij de jeugdhulpverlening, georganiseerd ten behoeve van de minderjarige De tweede voorwaarde is dat de bijstandspersoon op geen enkele wijze rechtstreeks betrokken mag zijn bij de jeugdhulpverlening van de betrokken minderjarige. Wat moet nu precies verstaan worden onder de term rechtstreeks? Gaat het hier enkel over de persoon die onmiddellijk werkt met de minderjarige zelf, of volstaat het dat iemand op de hoogte is van de problematiek? Het is opportuun de term rechtstreeks zo te interpreteren dat de bijstandspersoon diegene is die niet zelf werkt met de minderjarige. Dit betekent dat een begeleider uit een andere leefgroep kan optreden als bijstandspersoon, ook al krijgt deze op teamvergaderingen kennis van het dossier van de minderjarige. Hetzelfde geldt voor een minderjarige die geplaatst is via het Vlaams Fonds in een instelling waar de school een onderdeel uitmaakt van de jeugdhulpvoorziening. Ook de leerkrachten kunnen bijstandspersoon zijn hoewel zij mogelijks op de hoogte zijn van het dossier. Wanneer vastgesteld wordt dat een bepaalde minderjarige niet onmiddellijk een vertrouwenspersoon vindt, kan de hulpverlener steeds de weg wijzen naar de plaatselijke balie waar een jeugdadvocaat aangesteld kan worden en/of de naam van enkele jeugdadvocaten doorgegeven kan worden. 7 5

1.3. Op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn De derde en laatste voorwaarde die het decreet stelt, is dat de minderjarige deze persoon duidelijk moet aanwijzen. Het is dus de minderjarige die bepaalt wie hem zal bijstaan. De jeugdhulpverlener heeft ook hier de taak de minderjarige te wijzen op zijn recht een bijstandspersoon te kiezen. Merk op dat door bovenstaande drie voorwaarden de keuze voor de minderjarige van een bijstandspersoon aanzienlijk wordt beperkt. 7 6

2 AANWIJZEN VAN EEN BIJSTANDSPERSOON ( 2) In de eerste paragraaf van artikel 24 wordt stil gestaan bij de minderjarigen die zelf in staat zijn een bijstandspersoon aan te wijzen. Het is evident dat niet elke minderjarige hiertoe in staat is, denk maar aan zeer jonge minderjarigen, minderjarigen met een handicap,... In principe zullen dan de ouders deze verantwoordelijkheid overnemen. Wanneer er echter een belangenconflict bestaat tussen de minderjarige en zijn ouders is ook dit niet mogelijk. Hiervoor wordt een oplossing voorzien in 2 van artikel 24. Wanneer een minderjarige niet in staat is een bijstandspersoon aan te wijzen en er een tegenstrijdigheid van belangen bestaat tussen hem en zijn ouders of zijn opvoedingsverantwoordelijke, kan de jeugdhulpaanbieder of de toegangspoort een bijstandspersoon aanwijzen. In dit geval moet deze persoon voldoen aan de eerste twee voorwaarden gesteld in 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels voor de aanwijzing van die persoon. Aan deze regelgeving wordt op heden nog gewerkt. VOOR WIE MEER WIL WETEN VANDORPE J., De rol van de jeugdadvocaat: een pedagogische benadering, T.J.K. 2004/3. SCHULPEN Y., Beroepsgeheim en ambtsgeheim. In het belang van de leerling, IMAGO, jaargang 4, nr. 3, juni 2005. PUT J. en VAN DER STRAETE I., Beroepsgeheim en hulpverlening, die Keure, 2005. 7 7

V.U.: Marc Morris, Waarnemend secretaris-generaal Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.