ALFANO PRO SERIAL : 60200-82499 1
INLEIDING Hartelijk gefeliciteerd met uw aankoop! Wij hopen dat de ALFANO bij uw passie voor de kartsport een onontbeerlijke partner wordt. Aan de fabricage van de nieuwe ALFANO ligt uitgebreid en gedetailleerd onderzoek op het gebied van techniek en esthetiek ten grondslag. Dit apparaat stelt u op eenvoudige wijze in staat om uw resultaten te verbeteren en zo uw plezier in het karten te vergroten. ALFANO PRO - Geheel nieuw design - Groot individueel display - ALFANO-chronometer met optie voor drie verschillende rondetijden - Toerentalmeter (verschillende indicaties), maximaal 26.000 tpm - Weergave van de snelste ronde, afwijking van de snelste ronde, het aantal ronden en de totale gereden tijd. - 5 tellers voor de te kiezen motoren - Motortemperatuur (koelwater) maximaal 127º - Laseruitgang via de PC (inbouwset en software komen binnenkort op de markt) - Andere functies GEBRUIKSAANWIJZING Basisprincipe van de werking van het apparaat Het systeem wordt aan het stuur bevestigd en bediend met twee druktoetsen. De belangrijkste onderdelen zijn een chronometer, een toerentalmeter en een elektronische thermometer. Het systeem wordt aangesloten op een magnetische sensor, die aan de onderkant van het VOERTUIG wordt gemonteerd en zich vlak boven de kartbaan bevindt. Bovendien wordt het systeem aangesloten op een meetinstrument voor de watertemperatuur en op de bougiekabel. Daarmee worden de noodzakelijke impulsen geregistreerd en doorgegeven aan de toerentalmeter en de tellers voor de betreffende motoren. 1 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT EN BEVESTIGING AAN HET VOERTUIG Voorkant van de ALFANO Het apparaat bevat een display, waarvan de elementen in hoofdstuk 2 van deze gebruiksaanwijzing uitgelegd zijn, en voorts twee druktoetsen links (1) en rechts (2) alsmede een lampje dat infrarood-signalen uitzendt. («M» op afbeelding 1) voor de gegevensoverdracht via een PC. Achterkant van de ALFANO Hier bevinden zich de aansluitingen voor de sensoren en de batterijhouder. De bovenste aansluitbus is bedoeld voor de aansluiting van de magnetische sensor voor de chronometer («A» op afbeelding 2). De onderste aansluitbus is bedoeld voor de sonde om de motortemperatuur te meten («B» op afbeelding 2). Links onder deze aansluitbussen bevinden zich twee uitsparingen voor het aansluiten van een schuifpassing van een kabel die naar de bougies loopt («C» op afbeelding 2). Het installeren van de ALFANO Het apparaat wordt aan het stuurwiel bevestigd met behulp van een meegeleverde moer M8 en 2 rode rubberen schijven die elk aan een kant van de spaak van het stuurwiel komen te zitten 2
alsmede een schijf van hard kunststof tussen het stuurwiel en de chronometer, welke als opzetsteun voor de chronometer dient. LET OP! De achterkant van het huis van de meter mag niet in aanraking komen met het stuurwiel, anders kan het huis eventueel beschadigd worden. Het installeren van de sensor voor de tijdmeting De sensor voor de chronometer wordt met een schroef en een moer M6 aan de onderkant van de kart gemonteerd, vlak boven de kartingbaan. De sensor moet in de lengterichting van het chassis worden aangebracht. Het installeren van de sensor voor de meting van het toerental De geleverde meetimpulsen worden doorgegeven via een kabel, die aan de ene kant wordt aangesloten op de bougies en aan de andere kant op het apparaat. Daartoe wordt de kabel met een schuifpassing in de twee uitsparingen («C» op afbeelding 2) geschoven. De bij de ALFANO meegeleverde plastic spiraal dient voor de bevestiging van de zwarte kabel aan de bougiekabel. Het installeren van de sensor voor de motortemperatuur De meting van de motortemperatuur is alleen mogelijk bij watergekoelde motoren. De temperatuur wordt gemeten via een sonde, die in de stroomrichting van het koelwater, en wel in de richting van de radiateur, in het koelsysteem wordt ingebracht. Hier wordt de meegeleverde sensor ingebracht. Om tot een effectieve meting van de temperatuur te komen moet de sensor zodanig worden ingesteld, dat de sonde in de richting van de motor wijst (de sonde is zichtbaar, wanneer men door de sensor heen kijkt). Het installeren van de batterij Om de batterij te vervangen dient u de beide schroeven van het kleine deksel van de batterijhouder los te draaien. Nu kan de lege batterij worden verwijderd. LET OP: Bij het inbrengen van de nieuwe batterij moet de positieve pool (+) van de batterij naar het deksel van de batterijhouder wijzen. Vervolgens wordt de batterijhouder in het huis teruggeplaatst. LET OP: de beide schroeven mogen niet te vast worden aangedraaid, omdat anders de schroefdraad beschadigd wordt. De schroeven aandraaien tot de beide gedeelten van het huis elkaar raken. U dient batterijen van het type CR 2450 te gebruiken. Iedere keer nadat de batterij is vervangen, moet het apparaat d.m.v. reset opnieuw te worden ingesteld (hiertoe beide druktoetsen gedurende 2 seconden ingedrukt houden). 2 WERKWIJZE Inschakelen: De beide druktoetsen tegelijkertijd gedurende 2 seconden indrukken. Na het loslaten van de druktoetsen licht het display op en springt het systeem in de STOP-mode. Terwijl de beide druktoetsen worden ingedrukt, kunnen onbegrijpelijke tekens worden weergegeven. Dit is normaal. Na het loslaten van de druktoetsen licht het display weer normaal op. Deze inschakelprocedure is noodzakelijk nadat de batterij is vervangen en wanneer de ALFANO eventueel zou blokkeren, bijvoorbeeld vanwege motorstoringen. Wisselen naar de START-mode: De ALFANO moet zich per se eerst in de STOP-mode bevinden. Wanneer dit het geval is, dan is het contact maken met een magneetstrip voldoende om de in het display weergegeven waarde te doen verdwijnen. Let op: het woord START bestaat niet in het display. 3
Terugkeren naar de STOP-mode: Door op de linker druktoets (nr. 1) te drukken of automatisch na 5 minuten sinds het laatste contact met een magneetstrip. Snelsteijd en hoogste toerental van alle geregistreerde ronden: In de STOP-mode hoeft u alleen maar op de rechter druktoets (nr. 2) te drukken, waarna deze informatie gedurende 2 seconden wordt getoond. Uitschakelen: De druktoetsen van de ALFANO niet meer indrukken, niet meer over de magneetstrip rijden en de motor niet meer laten draaien (indien de kabel voor de toerentalmeter is aangesloten), 10 minuten wachten. A TIJDMETER 3 DISPLAY (Afbeelding 1) In de START-mode: Hier wordt de tijd voor iedere ronde weergegeven, d.w.z. de tijdsspanne tussen het twee keer passeren van dezelfde magneetstrip. Na de doorkomst wordt de tijd aangegeven in minuten, seconden en honderdste seconden. In de STOP-mode: De laatst gemeten rondetijd verschijnt op het display. In de RECALL-mode: Beginnend met de snelste rondetijd worden na elkaar alle ronden met de betreffende rondetijden en de bijbehorende extra informatie getoond. TUSSENTIJDEN in de RECALL-mode: Op kartbanen met 2 of 3 magneetstrips worden in «veld A» ook de doorkomsttijden bij iedere magneetstrip getoond. Echter alleen in de RECALL-mode. B TOERENTALMETER In de START-mode: De gebruiker van het systeem kan kiezen tussen twee manieren waarop het toerental wordt weergegeven. De keuze van de gewenste weergave gebeurt via een keuzemenu. M = MAXIMUM, het hoogste bereikte toerental voor elke ronde D = DIRECT, het actuele toerental wordt weergegeven. In de RECALL-mode: Het hoogste gemeten toerental van iedere gereden ronde wordt getoond, samen met de andere bijbehorende informatie. C WEERGAVE VAN DE SNELSTE TIJD Voor de snelste tijd verschijnt een pijltje. Dit blijft zichtbaar zolang deze informatie wordt getoond. D WEERGAVE VAN HET HOOGSTE TOERENTAL Voor het hoogste toerental verschijnt een pijltje. Dit blijft zichtbaar zolang deze informatie wordt getoond. 4
E MOTORTEMPERATUUR In de START- of STOP-mode: De actuele waarde van de thermometer wordt met het oog op het veilig aflezen iedere 0,4 seconden op het display aangepast. DE MAXIMALE WAARDE VAN DE THERMOMETER BEDRAAGT 127. In de RECALL-mode: De hoogste gemeten temperatuur voor iedere ronde. F ALARMSIGNAAL MOTORTEMPERATUUR Wanneer motortemperatuur hoger wordt dan de ingeprogrammeerde temperatuur, verschijnt er een grote zwarte cirkel. G TELLER VOOR DE LOOPTIJD VAN DE MOTOR In dit veld wordt de looptijd van de motor getoond, en wel in uren en minuten. In menu 2 wordt de gewenste teller gekozen en wordt een van de vijf tellers voor de tijd dat de motor loopt, op nul teruggezet. Het nummer van de teller wordt getoond op veld «H». ATTENTIE! Via het signaal van de hoogspanningskabel van de bougie wordt de gekozen teller voor de looptijd van de motor continu teruggezet, onafhankelijk van het feit of het systeem zich in de START- of in de STOP-mode bevindt. H MOTORNUMMER (MOTOR) Het weergeven hiervan is handig wanneer voor het voertuig meerdere motoren worden gebruikt. Wanneer van motor wordt gewisseld, dient daarvoor een andere teller te worden gekozen. (De ALFANO heeft 5 tellers ter beschikking). I TOTALE TIJD (TIME) Gemeten totale tijd in uren en minuten. J AANTAL RITTEN Hier wordt het aantal ritten weergegeven. Telkens als het systeem van de STOP- naar de START-mode overgaat, geeft de teller een extra rit weer. K TIJDSVERSCHIL MET DE BESTE TIJD In dit veld verschijnt het tijdsverschil tussen de eerder gerealiseerde snelste rondetijd en de tijd van de laatste getoonde ronde (maximaal 9 seconden en 99 honderdste; is het verschil groter, dan verschijnen drie kleine streepjes). Voorbeeld : (Afbeelding 3) L PARCOURS Hier wordt het totaal aantal gereden ronden weergegeven. 5
4 HET AFLEZEN VAN DE RESULTATEN EN CONFIGURATIE De resultaten en de belangrijkste aanwijzingen bevinden zich in menu 1, dat 4 submenu s omvat, nl.: - RECALL - RECALL MOTEUR - PRINT - RESET De parameters voor de configuratie bevinden zich in menu 2, dat 6 submenu s omvat: - M of D - 2 of 4-1, 2 of 3 MAGNEETSTRIPS - 13.000, 15.620, 19.500 of 26.000 - ALARM MOTORTEMPERATUUR - 5 TELLERS MOTOREN Met de linker druktoets (nr. 1) kunt u van het ene submenu naar het volgende gaan. Met de rechter druktoets (nr.2) werkt u in het betreffende submenu. Het ALFANO-systeem moet zich in de STOP-mode bevinden: 1ste keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 1: RECALL De ALFANO geeft de snelste ronde met alle bijbehorende informatie weer. Ter controle verschijnt vóór de rondetijd het kleine pijltje «C». Wanneer u op de rechter druktoets drukt, verschijnt de eerste geregistreerde ronde met alle bijbehorende informatie op het display. Het aflezen van de resultaten van tussentijden a) Wordt de rechter druktoets binnen 3 seconden nogmaals ingedrukt, dan verschijnen alleen de rondetijden in het display, echter niet de serie tussentijden. b) Wordt de rechter druktoets pas na 3 seconden nogmaals ingedrukt, dan verschijnt de cyclus van tussentijden. Een voorbeeld (afbeelding 4) : wordt de rechter druktoets in ronde 22 na één keer indrukken langer dan 3 seconden niet meer geactiveerd, dan verschijnt de cyclus van tussentijden van deze ronde in het display. Na drie seconden wordt de rondetijd van ronde 22 automatisch gedurende 2 seconden vervangen door de eerste tussentijd (indicatie: links onder de aanduiding van de tussentijd verschijnt een balkje). Vervolgens wordt gedurende 2 seconden de tweede tussentijd getoond (indicatie: het linker balkje verdwijnt en het middelste balkje verschijnt). Indien er drie magneetstrips zijn geprogrammeerd, loopt de serie door tot de derde tussentijd, die samen met het rechter balkje eveneens 2 seconden in beeld blijft. Nadat de tussentijden zijn getoond, springt de tijdsaanduiding terug naar de tijd van ronde 22, die 3 seconden lang zonder balkje getoond wordt. Zolang de druktoetsen niet worden ingedrukt, herhaalt zich deze cyclus gedurende 120 seconden. Na deze 120 seconden keert het systeem terug naar de STOP-mode. Voor het verstrijken van deze 120 seconden kan de cyclus worden onderbroken door op de linker druktoets te drukken; nu worden de volgende rondetijden weergegeven. 2de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 2: 6
RECALL TRAPPEN VOOR TOERENTAL «RPM» De toerentallen kunnen hier in 31 verschillende trappen worden weergegeven met de bijbehorende tijd voor elke trap. Een trap komt overeen met 640 tpm, uitgaande van 5.120 tpm. 3de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 3: PRINT Eén keer drukken op de rechter druktoets: het systeem begint met het uitprinten van alle opgeslagen gegevens plus het op het display weergegeven individuele serienummer. Deze inbouwset en de bijbehorende software komen binnenkort op de markt. 4de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 4: RESET Indrukken van de rechter druktoets: op het display knippert RESET. Druk om RESET te bevestigen nogmaals de linker druktoets in. Nadat alle opgeslagen gegevens zijn gewist, keert het systeem terug naar de STOP-mode. De functie RESET heeft geen uitwerking op de parameters en de tellers motoren. 5de keer drukken op de linker druktoets: EINDE van menu 1, u komt weer in de mode STOP Na het doorlopen van menu 1 dient u direct nadat u voor de 5e keer op de linker druktoets gedrukt hebt - binnen 5 seconden deze toets voor de 6e keer in te drukken om in menu 2 te komen. 1ste keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 1: WEERGAVE VAN HET TOERENTAL M of D. Kies met de rechter druktoets M of D. M = MAXIMUM, weergave van het hoogste toerental dat in iedere ronde is bereikt. De waarde blijft gedurende de volgende ronde in het display staan (in «B») D = DIRECT, weergave van het actuele toerental. Eveneens wordt het serienummer getoond. 2de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 2: MOTOR 2- of 4-TAKT. Kies met de rechter druktoets 2 of 4 voor een 2-takt of een 4-takt-motor. Let op! een verkeerde configuratie leidt onvermijdelijk tot een foutieve weergave van de geregistreerde gegevens 3de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 3: AANTAL MATGNEETSTRIPS 1, 2 of 3. Kies met de rechter druktoets het aantal in het parcours opgenomen magneetstrippen. Om de tussentijden alleen in de RECALL-mode weer te geven, moeten absoluut 2 of 3 magneetstrips worden ingesteld. Nadat deze parameter is gewijzigd, voert het systeem automatisch een RESET uit, wanneer het zich weer in de STOP-mode bevindt. Let op! een verkeerde configuratie leidt onvermijdelijk tot een foutieve weergave van de geregistreerde gegevens. 4de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 4: MAXIMAAL TOERENTAL (RPM). Om de nauwkeurigheid te verhogen, dient u tussen de volgende 4 RPM-waarden te kiezen: 26.000, 19.500, 15.620 en 13.000. Voorbeeld: Als uw motor een maximaal toerental van 18.500 bereikt, dan moet u de ALFANO instellen op 19.500. Let op! een verkeerde configuratie leidt onvermijdelijk tot een foutieve weergave van de geregistreerde gegevens. 7
5de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 5: PROGRAMMEREN VAN HET CONTROLELAMPJE VOOR DE TEMPERATUUR. Stel met de rechter druktoets een bepaalde temperatuur in (alarm). Voor het sneller doorlopen van de verschillende waarden moet u de toets ingedrukt houden. 6de keer drukken op de linker druktoets: u komt in submenu 6: TELLER VOOR DE LOOPTIJD VAN DE MOTOR. Het systeem is voorzien van 5 tellers. De tellers geven de looptijd van iedere motor aan in uren en minuten. Kies met de rechter druktoets de gewenste teller. Als u de rechter druktoets ingedrukt houdt, wordt de getoonde teller weer op nul gezet. Wanneer menu 2 wordt doorlopen, wordt ook het serienummer van de ALFANO getoond. Indien in een menu 120 seconden lang geen van de druktoetsen wordt ingedrukt, keert het systeem automatisch terug naar de STOP-mode. 5 VOORZORGSMAATREGELEN Bij het bevestigen van de ALFANO dient erop te worden gelet dat de achterkant van het huis niet in aanraking komt met het stuurwiel, anders kan het huis eventueel beschadigd worden. Bij het vervangen van de batterij dient erop te worden gelet dat de beide schroeven niet te vast worden aangedraaid. De schroeven aandraaien tot de beide gedeelten van het huis elkaar raken. De beschermingskappen moeten PER SE worden gemonteerd wanneer één van de aansluitingen niet wordt gebruikt. Dit om ervoor te zorgen dat de elektrische contacten van uw ALFANO-systeem schoon en dicht blijven. Bij sterke regenval dienen de aansluitingen met het oog op het perfect functioneren van de ALFANO te worden beschermd tegen het binnendringen van water. Wanneer er water is binnengedrongen, bestaat het risico dat de ALFANO geen impulsen van de magneetstrip meer ontvangt en zo een foutieve registratie van de motortemperatuur plaatsvindt. Om het systeem weer te laten functioneren, hoeven alleen de contacten te worden drooggemaakt. 6 KARTBANEN MET MAGNEETSTRIPS Kijk hiervoor op onze homepage : www.alfano.be 7. PRODUKTWIJZIGINGEN De functiebeschrijvingen in dit handboek zijn alleen ter informatie. Om mee te gaan met de technische ontwikkelingen, behoudt de fabrikant zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen in de werkwijze van de apparaten door te voeren zonder de klant hiervan tevoren op de hoogte te stellen. 8. GARANTIE Dit product is bestemd voor wedstrijden. Het uitvallen van de elektronica, het breken van het huis, beschadigde kabels en de gevolgen van een botsing of van een slechte bevestiging aan het voertuig vallen niet onder de garantie. De garantie vervalt eveneens, wanneer het apparaat is opengemaakt. Alleen de fabrikant beslist over de aansprakelijkheid bij alle soorten schade. Voor productiefouten geldt een garantie van een jaar (hiervoor geldt de datum op het aankoopbewijs). 8
------------------------------------------------------------------------------------------------------------ NIEUWE OPTIE Deze kleine brochure dient als aanvulling op de gebruiksaanwijzing van de ALFANO PRO en bevat slechts een nadere uitleg van de werking van de nieuwe optie. Om het gebruik nog gemakkelijker te maken, beschikken de uitvoeringen van de ALFANO PRO die met het serienummer (64000) beginnen over een extra gebruikersoptie met software (ALFANO 1.0). Met behulp van deze software is het mogelijk om het toerental van de motor in 6 36 80 honderdste seconden elke 0,2 seconden OP IEDER WILLEKEURIG PUNT VAN HET PARCOURS te registreren. Daardoor krijgt u: 1) de verschillende toerentallen van de motor. 2) de acceleratie van de kart. 3) de snelheid van de kart. De ALFANO PRO gaat op de volgende manier over naar de OPNAME-mode: Zet de ALFANO PRO allereerst in de stand : Snelste rondentijd en hoogste toerental van alle geregistreerde ronden. Zie hiervoor de gebruiksaanwijzing: hoofdstuk 2 Werkwijze, bladzijde 54. De gegevens worden 2 seconden lang weergegeven. Door op de linker knop (1) te drukken, activeert de ALFANO PRO binnen deze 2 seconden de nieuwe optie. OPNAME (rec) Werkwijze Druk op de rechter druktoets (2) om de opname te starten. Links onderaan in het display begint de teller op nul en verdwijnt de aanduiding STOP. Wanneer u tijdens de opname de rechter druktoets (2) nog een keer indrukt, begint het systeem de opname opnieuw bij nul. Overschakelen naar de STOP-mode (einde opname) 1) Wanneer het geheugen vol is (teller staat op 6 36 80 honderste seconden) schakelt het systeem automatisch over naar de STOP-mode. 2) Door op de linker knop (1) te drukken, gaat het systeem over naar de STOP-mode en wordt de opname afgesloten. Overdracht van de geregistreerde gegevens naar de PC Indien in de STOP-mode de linker druktoets (1) wordt ingedrukt, wordt op het display PRINT weergegeven, tezamen met het serienummer van uw ALFANO PRO. Bevestig dit met behulp van de rechter druktoets (2). De opname-mode verlaten en terugkeren naar de beginstand van de ALFANO PRO. 9
Druk gewoon op een willekeurig moment de beide druktoetsen gedurende 2 seconden in. ATTENTIE: Wanneer de ALFANO PRO met de nieuwe optie werkt, worden alle in het systeem opgeslagen gegevens gewist, omdat bij het gebruik van deze optie het gehele geheugen leeg moet zijn. Ook wanneer de ALFANO PRO de OPNAME-mode verlaat, worden alle opgeslagen gegevens gewist. De parameters en de tijden van de tellers voor de looptijd van de motor worden niet gewist. In de opname-mode staan de volgende mogelijkheden ter beschikking: toerentalmeter (directe weergave), tijd dat de motor loopt, motornummer, motortemperatuur en het alarmlichtje voor de motortemperatuur. Goede race 10