Urologie Blaasspoelingen
Waarom blaasspoelingen? U heeft van uw behandelend uroloog gehoord dat u poliepen in uw blaas heeft. Deze poliepen zijn in principe kwaadaardig. Zij blijven echter beperkt tot het slijmvlies van de blaas. De uroloog kan de poliepen via uw plasbuis helemaal verwijderen. Bij meer dan 50% van de patiënten komen de poliepen terug. Soms worden ze langzaam kwaadaardiger en groeien verder de blaaswand in. Meestal is het niet voldoende om de poliepen te verwijderen. Het is minstens zo belangrijk ervoor te zorgen dat zij niet terug komen. Met behulp van poliklinische blaasspoelingen is het mogelijk de kans dat de poliepen terug komen te verkleinen, of de snelheid waarmee ze terug komen sterk te vertragen. Voor blaasspoelingen worden meerdere middelen gebruikt. De middelen die de urologen het meest voorschrijven zijn Mitomycine en BCG spoelingen. De uroloog bepaalt zorgvuldig welk middel bij u het best kan worden toegepast en hoeveel blaasspoelingen er nodig zijn. Hoe ontstaat een blaaspoliep? Het ontstaan van poliepen kan verschillende oorzaken hebben. Roken is één van de belangrijkste oorzaken. Verder zijn er factoren bekend die met het beroep van de patiënt te maken hebben, zoals het werken met bijvoorbeeld bepaalde kleurstoffen of rubber. 1
Voorbereiding Binnen enkele weken na de operatie komt u op de polikliniek voor de eerste blaasspoeling. Voor elke nieuwe blaasspoeling wordt u gevraagd naar de eventuele bijwerkingen. Drink 4 uren voorafgaande aan de spoeling zo weinig mogelijk. Na een transurethrale resectie (TUR) van de blaas, kan het zijn dat de eerste blaasspoeling al gedaan wordt binnen 24 uur na de operatie. Behandeling Als u op de poli komt moet u eerst plassen. De uroloog kijkt de urine na. Als de urine geen ontstekingscellen bevat mag de spoeling doorgaan. Een verpleegkundige brengt een slangetje in de blaas. Zij tapt eventueel aanwezige urine alsnog af. Uw blaas is dan leeg voordat u de spoeling krijgt. Het medicijn wordt via het slangetje in de blaas gebracht. Daarna wordt het slangetje verwijderd. Nazorg bij mitomycine Wordt u met mitomycine behandeld, dan wordt u dringend geadviseerd onderstaande adviezen op te volgen: - U moet proberen de Mitomycine twee uur in de blaas te houden. - Zowel mannen als vrouwen wordt aangeraden om bij het eerste toiletbezoek na de spoeling zittend te urineren en het toilet daarna twee keer door te spoelen, met gesloten deksel. - Drink tenminste 1,5 tot 2 liter water per dag. - Vermijd huidcontact met de urine. - Was de geslachtsdelen na het urineren met ruim voldoende water om irritaties door de blaasspoeling te voorkomen. Dit moet u de dag van de spoeling na iedere plas doen. 2
- Heeft u een branderig gevoel tijdens het plassen, drink dan extra. - De eerste 48 uur na de spoeling wordt seksueel contact ontraden. Condoomgebruik wordt geadviseerd. - Heeft u urine gemorst net nadat u een spoeling heeft gehad? Dan kunt u het beste het volgende doen: o Neem de urine op met toiletpapier, dat u daarna in het toilet gooit. Spoel het toilet vervolgens 2x met gesloten deksel door. Was daarna de handen goed. o Spoel de omgeving van het toilet met koud water. Bij voorkeur doet de patiënt dat zelf. Maakt iemand anders het toilet schoon? Dan moet deze daarbij wegwerp latex handschoenen dragen. o Eventuele besmette kledingstukken en ondergoed kunnen gewoon in de was. - Reinig het sanitair minimaal 1 x daags met een Ph neutraal reinigingsmiddel. Nazorg bij BCG-spoeling Wordt u met BCG behandeld, dan wordt u dringend geadviseerd onderstaande adviezen op te volgen: - U moet nu proberen de BCG spoeling tenminste twee uur in de blaas te houden. - Zowel mannen als vrouwen worden aangeraden bij het eerste toiletbezoek na de spoeling zittend te urineren en het toilet daarna 2 x door te trekken met gesloten deksel. - Drink tenminste 1,5 tot 2 liter water per dag. - Vermijd huidcontact met de urine. - Was de geslachtsdelen na het plassen met ruim voldoende water. Zo voorkomt u irritaties door de blaasspoeling. Dit moet u de dag van de spoeling na iedere plas doen. - Heeft u een branderig gevoel tijdens het plassen, drink dan extra. - De eerste week na de spoeling wordt seksueel contact ontraden. Condoomgebruik wordt aanbevolen. - Heeft u urine gemorst net nadat u een spoeling heeft 3
gehad? Dan kunt u het beste het volgende doen: o Neem de urine op met toiletpapier, dat u daarna in het toilet gooit. Spoel het toilet vervolgens 2x met gesloten deksel door. Was daarna de handen goed. o Spoel de omgeving van het toilet met koud water. Bij voorkeur doet de patiënt dat zelf. Maakt iemand anders het toilet schoon? Dan moet deze daarbij wegwerp latex handschoenen dragen. o Eventuele besmette kledingstukken en ondergoed kunnen gewoon in de was. - Reinig het sanitair minimaal 1 x daags met een Ph neutraal reinigingsmiddel. Bijwerkingen De meeste patiënten hebben geen bijwerkingen van de blaaspoelingen. Als er toch bijwerkingen optreden, dan beperken deze zich gewoonlijk tot klachten van de blaas zoals: o Vaker aandrang om te plassen. o Een pijnlijk of branderig gevoel in blaas en plasbuis. o Moeite met ophouden van de plas. o Bloed of weefseldeeltjes in de urine. Vrijwel altijd zijn deze verschijnselen verdwenen op de dag na de spoeling. Zo niet? dan schrijft de uroloog medicijnen voor om deze bijwerkingen te behandelen. Blaasspoelingen kunnen behalve blaasklachten ook algemene ziekteverschijnselen veroorzaken. Zoals koorts, koude rilling, spierpijn en griepgevoel. Overleg bij deze bijwerkingen met uw uroloog. Deze adviseert u wat u dan moet doen. Ook deze bijwerkingen zijn goed te behandelen. 4
Controle Om het effect van de spoelingen te controleren zal uw uroloog na de verwijdering van de poliepen regelmatig in uw blaas kijken (cystoscopie). Daarnaast controleert de uroloog regelmatig uw urine op eventuele ontsteking en kwaadaardige cellen. Zijn er na één jaar controle geen poliepen terug gekomen, dan is de kans dat u poliepvrij blijft toegenomen. Maar ook na jaren kunnen poliepen terug komen. De uroloog spreekt met u af, hoe vaak u in de volgende jaren uw blaas laat controleren. Helpt een spoeling niet bij u, dan kan de uroloog overgaan op een andere soort spoeling. Ook dit bespreekt de uroloog met u. Tot slot Indien u nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan uw uroloog. De polikliniek urologie is voor eventuele vragen op werkdagen bereikbaar op telefoonnummer: 0164-278336. Deze brochure betreft een algemene voorlichting. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal dan altijd door uw uroloog aan u kenbaar gemaakt worden. november 2011 5