KERSTKLOKKEN 1 GROEP 3 Beweging Vorm De klokken Bron: Alma ten Bruin Benodigdheden: CD Kerst Kerstman Bijlage 1 Klankstaven Liedblad Muziekmappen Voorbereiding: CD Kerst maken en CD speler klaarzetten. Kerstman klaarleggen. De 3 klankstaven c g en de hoge c met de kloppers klaarzetten. Het lied instuderen. Het liedblad voor de kinderen kopiëren. De muziekmappen klaarleggen Opstelling: De kinderen zitten in een kring in het speellokaal. Inleiding: Zingen De kinderen leren een Kerstlied Liedblad CD: Kerst, nr. 01, kerstlied Een vorm van aanleren van het lied kan zijn dat de leerkracht platen maakt die een stukje tekst van het lied uitbeelden. De leerkracht verdeelt de kinderen in groepjes. Elk groepje krijgt een plaat. Een groep staat op wanneer het tekstgedeelte van de plaat door de leerkracht gezongen wordt en gaat daarna weer zitten. Een groep gaat staan wanneer het tekstgedeelte van de plaat door de leerkracht gezongen wordt en zingt dit gedeelte met de leerkracht mee. De groep gaat daarna weer zitten. De groep gaat staan wanneer het tekstgedeelte van de plaat door de leerkracht gezongen wordt en zingt dit gedeelte helemaal zelf. De groep gaat daarna weer zitten. Kern: Vorm Beweging CD: Muziekfragmenten Kerst 1, nr. 11, kerststerretjes Download 1 De leerkracht laat de kinderen een eigen plekje in de ruimte zoeken. En vertelt de kinderen dat ze naar alle mooie versierde kerstbomen gaan kijken 8 of 16 tellen lopen, 8 of 16 tellen stil staan als een kerstboomversiersel. De leerkracht klapt bij de wisselingen: lopen of stilstaan. De leerkracht klapt niet meer bij de wisseling van stilstaan naar lopen De kinderen moeten dit zelf horen. De leerkracht klapt dus alleen nog bij de wisseling van lopen naar stilstaan.
Klankkleur Klankhoogte De kinderen gaan in een kring zitten. De leerkracht pakt de kerstman en gaat ook in de kring zitten. De leerkracht introduceert de kerstman, met een donkere stem, aan de kinderen. De leerkracht laat de kerstman vertellen dat hij kan toveren. De klokken worden elke nacht om 12 uur betoverd zodat ze kunnen oefenen voor kerstmis. De kinderen mogen mee in de betovering van de kerstman. De kerstklokken bestaan onder andere uit: kind, vader en moeder klok. De leerkracht legt de 3 klankstaven met de kloppers bij zich in de kring. Bij elke klok hoort een klankstaaf. Lage c = vader, g = moeder, en de hoge c = kind 3 kinderen mogen de klankstaven bespelen. Ze worden omgedoopt tot vader, moeder en kind De andere kinderen doen de ogen dicht. De leerkracht wijst een van de drie kinderen aan. Dit kind speelt op haar/zijn klankstaaf. Wie horen de kinderen luiden? Wanneer dit te eenvoudig is mogen twee klankstaven achter elkaar klinken, of zelfs 3 klankstaven achter elkaar. De andere kinderen vertellen de juiste volgorde van het luiden. Afsluiting: Beweging De kerstman gaat weg want hij heeft het erg druk. De leerkracht vraagt de kinderen twee aan twee een plekje in de ruimte te zoeken en tegenover elkaar te gaan staan. De leerkracht leert de kinderen de dans met de eenvoudige versie bij het lied Jingle bells CD: Kerst, nr. 02, Jingle bells Bijlage 1 Download 2 De kinderen krijgen van de leerkracht het kerstlied, pakken daarna de muziekmap, doen het liedblad erin en gaan naar de klas.
LIED BIJLAGE 1
EXTRA OPDRACHT KERSTDOMINO WERKBLAD 1 De leerkracht laat een van de 3 ritmes horen en zien. De kinderen tekenen de plaatjes na, die volgens hen dat ritme hebben. De ritmes zijn:
KERSTKLOKKEN 2 GROEP 3 Beweging Vorm De Kerstboom Benodigdheden: CD Kerst Kerstman Bijlage 1 Klankstaven Slag instrumenten Liedblad Muziekmappen Kleurtjes Voorbereiding: CD Kerst en CD speler klaarzetten. Kerstman klaarleggen. De 3 klankstaven c g en de hoge c met de kloppers klaarzetten. Slaginstrumenten klaarzetten. Muziekmappen klaarleggen Kleurtjes Opstelling: De kinderen zitten in een kring in het speellokaal. Inleiding: Zingen De kinderen zingen een Kerstlied Kern: Vorm Beweging De kinderen gaan met de leerkracht naar de kerstman. CD: Muziekfragmenten Kerst 1, nr. 11, kerst sterretjes Download 1 De leerkracht laat de kinderen een eigen plekje in de ruimte zoeken. En vertelt de kinderen dat ze naar alle mooie versierde kerstbomen gaan kijken 8 of 16 tellen lopen, 8 of 16 tellen stil staan als een kerstboomversiersel. De leerkracht klapt bij de wisselingen: lopen of stilstaan. De leerkracht klapt niet meer bij de wisselingen. De kinderen moeten dit zelf horen. Klankkleur De leerkracht pakt de 4 verschillende slaginstrumenten en laat de kinderen deze horen en zien. De leerkracht vertelt de kinderen dat bij elk instrument een kerstboomversiersel hoort n.l.: Triangel: lampje Xylofoon: slinger Trom: kerstbal Belletjes: sterretje
Beweging De leerkracht vraagt de kinderen voor elk versiersel een standbeeld te verzinnen; De kinderen beelden het versiersel uit! De leerkracht zorgt ervoor dat de kinderen de slaginstrumenten niet zien en speelt zo af en toe op een van de instrumenten. De kinderen reageren op de instrumenten en beelden het juiste kerstboomversiersel uit. Klankhoogte De leerkracht laat de kinderen een kring maken en pakt zelf de klankstaven met de kloppers. Om 12 uur oefenen de klokken weer voor kerst. Bij elke klok hoort een klankstaaf. Lage c = vader, g = moeder, en de hoge c = kind 3 kinderen mogen de klankstaven bespelen. Ze worden omgedoopt tot vader, moeder en kind De andere kinderen doen de ogen dicht. De leerkracht wijst twee van de drie kinderen aan. Deze kinderen spelen om de beurt op haar/zijn klankstaaf. Wie horen de kinderen luiden? De leerkracht kan dit uitbreiden met 3 klankstaven achter elkaar of nog moeilijker met twee klanken tegelijk. De andere kinderen vertellen de juiste volgorde van het luiden of de samenklank van het luiden. Afsluiting: Klankkleur De kinderen krijgen werkblad 2 van de leerkracht waarna ze de kleurtjes en de muziekmap mogen pakken. De leerkracht vraagt de kinderen een eigen plekje in de ruimte te zoeken. De leerkracht zorgt dat de kinderen de slaginstrumenten niet kunnen zien en laat een instrument horen. De kinderen kleuren het juiste kerstboomversiersel. Werkblad 2 Triangel = lampje 9x Xylofoon = slinger 4x Trom = kerstbal 5x Belletjes = sterretje 5x
INSTRUMENTEN GELUIDEN WERKBLAD 2 Luister naar het instrument en kleur de juiste vorm in. Triangel = lampje Xylofoon = slinger Trom = kerstbal Belletjes = sterretje