Montage handleiding O-W 1. Onderdelen 1.1 Direct op het dak 1.2 Grondprofielen op tegels 4 3 1 5 2 1 O-W montagedriehoek 4 Klemmen 2 Grondprofiel 5 Ballast houder 3 PV-module 2. Plaatsen van bescherming 2.1 Met grondprofielen direct op het dak (1.1): Plaats rubber onder de grondprofielen. Afwatering N-Z: Plaats rubber over de volledige lengte onder het profiel. op de uiteinden minstens 5cm laten uitsteken. Afwatering O-W: Plaats rubber gedeeltelijk onder het profiel, zeker op het begin en einde van de profielen, of plaats betontegels onder de profielen (Info op aanvraag). Voorzie voldoende dikte. Zeker onder de steunpunten van de driehoeken leggen.
2.2 Met grondprofielen op tegels (1.2): Plaats rubber onder de tegels. Rubber van minstens 10mm dik voorzien Maximum afstand tussen de 2 tegels is 2m. Beugels rond de tegels dienen verbonden te worden met minstens 4 schroeven. 2.3 Indien PVC- dak: Eerst Geo-tex plaatsen; daarna uw rubberen bescherming. 3. Plaatsen van de grondprofielen. Plaats grondprofielen op de rubberen bescherming(2.1) of op de betontegels (2.2). Uitlijnen volgens plan. De grondprofielen worden aan elkaar gekoppeld door middel van koppelstukken. De grondprofielen en koppelstukken worden aan elkaar gekoppeld door middel van minstens 8 zelfsnijdende schroeven (dia 6.3mm). 4. Monteren van O-W driehoeken Positioneer de O-W montage driehoeken op het grondprofiel en bevestig ze door middel van zelfsnijdende RVS schroeven (dia 6.3mm) of RVS poprivetten in de daarvoor voorziene openingen. Verbind de rijen door middel van de hoekprofielen (zie 6.1 en 6.2).
5. Inklemmen van de modules. Inklemmen op de korte zijde Opmerkingen: Alleen RVS bevestigings -onderdelen gebruiken. Klemmen met het juiste koppel. Voor de correcte inklemming van de modules verwijzen wij naar de voorschriften vand e modulefabrikant. 6. Voorzien van de ballast. 6.1 Ballast door middel van hoekprofielen op het basisprofiel. Plaats een aluminium hoekprofiel van minstens 30 x 30 x 3 mm op de Grondprofielen. Deze hoekprofielen zijn bedoeld om de ballast te dragen. De dimensies van de hoekprofielen moeten gekozen worden in functie van de toegepaste ballast. Plaats ook het tweede hoekprofiel op het grondprofiel. Kies voor de geschikte tussenafstand op basis van de afmetingen van de ballast. De hoekprofielen vastzetten gebeurt door middel van zelfsnijdende RVS schroeven (dia 6.3mm) of RVS poprivetten. Leg de ballast zo dicht mogelijk tegen de driehoek.
6.2 Ballast doormiddel van grondprofielen op de tegels. Plaats op de beschermrubber eerst het onderste deel van de ballast houder. Plaats daarop de tegel met het grondprofiel en span dit samen door het bovenste deel van de ballasthouder te bevestigen door middel van 4 bouten (M4) Zorg er voor dat de beschermingrubber steeds groter is dan de tegels. Hou er rekening mee dat er meer puntbelasting is op het dak. Bij twijfel dient U een deskundig studiebureau te contacteren. 7. Monteren van de covers 7.1 Monteren van de O-W cover Plaats de O-W cover tegen de zijkant van de montagedriekhoek en bevestig ze door middel van zelfsnijdende RVS schroeven (minstens dia 4.8mm) of RVS poprivetten.
8. Algemene opmerkingen Bij bevestiging op zachte of half-harde ondergrond dient er voldoende bescherming geplaatst te worden onder de grondprofielen. Bijzondere voorschriften zijn er voor installaties: Minder dan 5km vogelafstand van de kust: alle bevestigingsmaterialen dienen uit RVS316 te zijn. In een agressieve omgeving: alle materialen dienen in RVS te zijn. De juiste specificaties te bepalen aan de hand van de agressieve stoffen. Zoutrijke omgeving: uitvoering in geanodiseerde aluminium of RVS. Deze specifieke uitvoeringen kunnen op aanvraag. Speciale aandacht voor daken met een helling in O-W richting en voor makkelijk op en neer bewegende daken (bvb. ten gevolge van trillingen door windbelsatsing of andere) : Zonder extra verbindingen in O-W richting kan de installatie de neiging hebben om ongelijkmatig naar beneden te schuiven. Deze O-W verbindingen kunnen op de N-Z liggers en/of op de bovenkant van de driehoek gemonteerd worden. Dit is van geval tot geval te bekijken. Bij dergelijke daken waar aan beide zijden (negatieve + positieve helling) voorkomt is het aan te raden om de nokken met elkaar te verbinden. Bij twijfel dient U een deskundig studiebureau te contacteren. Bij daken waar de helling in N-Z richting ligt en waarbij er aan beide zijden (negatieve + positieve helling) voorkomt is het aan te raden om de nokken met elkaar te verbinden. Klemmen: Klemmen gebruiken die door de module fabrikanten voorgeschreven / toegelaten zijn. In agressieve of zoutrijke omgeving: zelfde opmerking als bij montage materiaal.