RISICOSIGNALERING Winterse neerslag

Vergelijkbare documenten
Factsheet KNMI waarschuwingen gladheid en winterse neerslag

RISICOSIGNALERING Storm

Gemiddeld aantal dagen met minstens windkracht 4 Bft tijdvak

RISICOSIGNALERING Extreme kou

Bestuur Technisch Bureau Bouwnijverheid. Inleiding In deze notitie geeft Weerverletbestrijding een overzicht van de winter 2015/2016.

Factsheet KNMI waarschuwingen windstoten

Factsheet KNMI waarschuwingen zicht

Protocol extreem slecht weer en gladheid

Factsheet KNMI waarschuwingen regen

Gemiddelde temperatuur (Celsius) tijdvak

Protocol extreem slecht weer.

Protocol. Extreem slecht weer.

RISICOSIGNALERING Hitte

NOTEN: 1.* De sectie in deze vorm wordt alleen door automaten gebruikt 2.** Deze groepen worden niet gebruikt door automaten

Factsheet KNMI waarschuwingen temperatuur

Maandoverzicht van het weer in Nederland. februari 2008

3 november Inleiding

Maandoverzicht van het weer in Nederland. september 2008

Maandoverzicht van het weer in Nederland. november 2014

Maandoverzicht van het weer in Nederland. juli 2008

Maandoverzicht van het weer in Nederland. augustus 2008

1. Weer en samenleving

Klimaatverandering & schadelast. April 2015

Klimaat in de 21 e eeuw

Leren voor de biologietoets. Groep 8 Hoofdstuk 5

Maandoverzicht van het weer in Nederland. december 2015

Handreiking hoe te handelen bij bijzondere weersomstandigheden binnen Productie BV

Klimaatverandering in internationaal perspectief

Evaluatie Gladheidbestrijding

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Factsheet KNMI waarschuwingen windhoos en waterhoos

Factsheet KNMI waarschuwingen onweer

Maandoverzicht van het weer in Nederland

Jaaroverzicht van het weer in Nederland, KNMI, Klimaatdata en -advies. Jaar Maximumtemperatuur [ o C]

Klimaatverandering Wat kunnen we verwachten?


Thema 5 Weer en klimaat

Maandoverzicht van het weer in Nederland. januari 2019

Veranderend weer en klimaatverandering

Het begin van de winter

Jaaroverzicht van het weer in Nederland, KNMI, Klimaatdata en -advies. Jaar Maximumtemperatuur [ o C]

Het Nationaal Meteorologisch Centrum is te bereiken op het tel no: / Mail adres:

inhoudsopgave voorwoord Blz. 2 inleiding Blz. 3 hoofdstukken Blz. 4 nawoord Blz. 11 bibliografie Blz. 12

Zorg en Hoop 0.8. Nickerie 0.0 Hoogste waarde Kustgebied: Albina 18.0 Hoogste waarde Binnenland: Laduani 19.6

Lees de tekst hieronder. Er staan geen leestekens: geen hoofdletters, geen punten en geen komma s in het verhaal.

Transcriptie:

RISICOSIGNALERING Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

INLEIDING Onder winterse neerslag verstaan we droge en natte sneeuw, hagel, en ijzel. Winterse neerslag kan in de herfst, winter en lente (september t/m mei) voorkomen en gaat vooral in de koudste winterperiode (december t/m februari) geregeld gepaard met overlast. Klimatologie sneeuw en aanvoer van zachte lucht in korte tijd weer gesmolten zijn. Het gemiddeld aantal dagen per jaar waarop sneeuw wordt Bij kouder weer kan een sneeuwdek ook dagen blijven liggen. waargenomen varieert, uitgaande van de klimatologie over Het gemiddeld aantal dagen per jaar waarop op een lokatie een de periode 1971-2000, van rond de 20 in het zuidwesten tot gesloten sneeuwdek wordt waargenomen varieert van ca. 12 in rond de 30 dagen in het oosten en noordoosten van het het zuidwestelijk kustgebied tot ca. 25 in het noordoosten van land (figuur 1). Gemiddeld over het land telt november twee het land. sneeuwdagen, december vijf, januari en februari zes, maart Het aantal dagen met een sneeuwdek kent een grote variatie vier en april twee. In het najaar en voorjaar gaat het vaak om van jaar tot jaar. Gemiddeld over Nederland zijn er negentien winterse dan wel voorjaarsbuien die het landschap kort wit dagen per jaar met een sneeuwdek. Sommige winters ken- kunnen kleuren. Situaties met meer langdurige sneeuwval zijn nen geen enkele sneeuwdekdag terwijl tijdens de winter van meestal voorbehouden aan de periode van december t/m maart. 1962/1963 er in het oosten van het land op ruim tachtig dagen Een sneeuwdek kan bij bodemtemperatuur boven nul graden een sneeuwdek bleef liggen. aantal dagen 18-20 20-22 22-24 24-26 26-28 28-30 30-32 Figuur 1: Gemiddeld aantal dagen per jaar over de periode 1971-2000 met minstens één uurvak met een sneeuwmelding van de bemande KNMI-stations. >25 >20 >15 <15 Figuur 2: Gemiddeld aantal dagen per jaar met sneeuwdek voor de periode 19611990. De sterren geven de ligging van 15 KNMI-stations aan.

Aantal dagen met sneeuwdek Station Gebroken of gesloten Gesloten >5 cm >10 cm >20cm De Kooy 458 215 65 20 2 Leeuwarden 752 374 171 84 11 Eelde 750 409 188 66 10 Valkenburg 358 206 61 10 0 Schiphol 483 232 78 25 0 De Bilt 561 309 126 36 2 Soesterberg 587 333 139 54 4 Deelen 665 381 173 82 12 Twenthe 718 437 152 52 4 Vlissingen 360 154 40 7 0 Rotterdam 439 282 86 20 1 Gilze-Rijen 588 347 164 73 3 Eindhoven 577 364 166 45 2 Volkel 540 358 114 36 1 Maastricht 726 390 167 60 6 Land 573 316 122 44 4 Tabel 1: Aantal dagen met een gebroken of gesloten sneeuwdek en aantal dagen met een bepaalde dikte van het gesloten sneeuwdek voor de periode 1961-1990. Uit tabel 1 blijkt dat het aantal aaneengesloten dagen met een sneeuwdek veel minder over het land varieert. Over het tijdvak 1961-1990 varieerde het aantal keer dat een sneeuwdek 5 tot 9 dagen bleef liggen van 7 keer in het zuidwesten tot 18 keer in het oosten. Een dek dat tenminste 10 dagen bleef liggen kwam over dit tijdvak 3 keer voor in het zuidwesten en ca. 8 keer in het oosten. Vaak blijft sneeuw in ons land dus maar kort liggen. Klimatologie ijzel en hagel IJzel is een verraderlijke neerslagvorm. Van ijzel is sprake als onderkoelde regen of motregen spontaan bevriest zodra het contact maakt met het aardoppervlak of objecten. In de volksmond wordt de vloeibare neerslag die bevriest op de bevroren grond (na een vorstperiode) ook wel ijzel genoemd. IJzel treedt op als zachte lucht de vorst verdringt. Meestal gaat dat snel en duurt de overlast kort. Soms stagneert de scheidingslijn van de koude en zachte lucht en blijven we last houden van de ijzel. IJzel komt bijna elke winter wel een keer voor met, afhankelijk van de intensiteit en gebiedsgrootte, grote maatschappelijke overlast. Winterse buien, ook wel maartse buien of voorjaarsbuien, kunnen allerlei (gemengde) neerslagvormen brengen, waaronder korrelhagel. Dat is hagel met een kleine diameter. Korrelhagel wordt gevormd door bevriezing van kleine waterdruppels op sneeuwvlokken. Van november tot april komt korrelhagel op twee tot drie dagen per maand voor. In de late herfst, winter en vroege lente valt het vaak samen met (natte) sneeuw. Korrelhagel smelt minder snel dan sneeuw en kan dan ook bij hogere temperaturen vallen. Door een flinke hagelbui kan het lokaal zeer snel glad worden. Hagel met een grotere diameter komt meestal bij zware zomerse buien voor.

Overlast door Sneeuw en ijzel veroorzaken overlast voor het openbaar vervoer, vlieg- en wegverkeer, niet alleen door de bijbehorende gladheid, maar bij sneeuwval ook door zichtvermindering. Tijdens zware sneeuwval is het zicht soms minder dan 200 meter, vergelijkbaar met dichte mist. Met name de eerste sneeuw of ijzel na een periode zonder neerslag levert problemen op. Tijdens periodes met herhaaldelijk winterse neerslag past het verkeer zijn gedrag erop aan. IJzel kan forse schade toebrengen aan het bosbestand en aan het elektriciteitsnet, doordat door het grote gewicht takken en draden afbreken. Sneeuw levert in combinatie met veel wind extra overlast op. Door de combinatievan sneeuw met wind kunnen sneeuwduinen ontstaan met als gevolg dat weg- en spoor verkeer totaal tot stilstand komt. Sneeuw in combinatie met een krachtig tot harde wind, windkracht 6 of 7, wordt sneeuwjacht genoemd en vanaf windkracht 8 is er sprake van een sneeuwstorm. Bij temperaturen onder het vriespunt stuift de sneeuw. De fijne stuifsneeuw kan overlast veroorzaken doordat stuifsneeuw de kleinste kieren en gaten binnendringen en het zicht tot een paar honderd meter beperken en grote overlast bezorgen. De van de grond opwaaiende sneeuw wordt driftsneeuw genoemd. Zware sneeuwval op 2 en 3 maart 2005 Op 2 en 3 maart 2005 lag er na langdurige sneeuwval in een groot deel van het noorden van het land 20 tot 50 cm sneeuw. Een dergelijk sneeuwdek over zo n groot gebied is uitzonderlijk voor ons land en doet zich waarschijnlijk minder dan eens per 50 jaar voor. De sneeuwval in de eerste dagen van maart 2005 legde het inkomende vliegverkeer op Schiphol stil en ook werden tientallen uitgaande vluchten geannuleerd. Duizenden passagiers moesten de nacht op de luchthaven doorbrengen. Bij de spoorwegen ontstonden flinke vertragingen Bussen inzetten had geen zin omdat het autoverkeer op de wegen vastliep. Sneeuwjacht op 25 november 2005 Op 25 november 2005 veroorzaakte de combinatie van wind en (natte) sneeuw een verkeersinfarct (de drukste avondspits ooit), stroomuitval en dakinstortingen. In het oosten en zuiden viel sneeuw, plaatselijk ontstond een dek van ca. 20 cm. Omdat de sneeuw viel bij een temperatuur die iets boven het vriespunt lag, had de sneeuw een grote waterinhoud en was er sprake van een papperig sneeuwdek met een hoog soortelijk gewicht. Deze combinatie van de lange duur, de hoeveelheid (natte) sneeuw en de windsterkte was uitzonderlijk. Uit KNMIarchieven is gebleken dat deze combinatie van weersfactoren sinds 1951 niet eerder is voorgekomen. Figuur 3: Sneeuwdek op 3 maart 2005 om 09.00 uur Nederlandse tijd. Sneeuwstorm in februari 1979 In totaal was er in de vorige eeuw in ons land op zeker 22 dagen sprake van een sneeuwstorm, de laatste keer op 8 februari 1985. Eén van de hevigste sneeuwstormen van de eeuw trof de noordelijke helft van het land in februari 1979. Het noodweer begon op de 14e en het noorden van ons land had ongeveer 90 uur lang zware driftsneeuw. De wind bereikte tijdens windvlagen snelheden van 100 kilometer per uur en er ontstonden sneeuwduinen met hoogtes van 3 tot 6 meter. Ten noorden van de lijn Harderwijk-Amsterdam was in grote delen weg- en treinverkeer niet langer mogelijk. IJzelramp op 2 maart 1987 Op 2 maart 1987 viel met name het zuidwesten van Groningen, Oost-Friesland en Drenthe in achttien uur zo n 25 tot 35 mm onderkoelde regen (bij temperaturen onder nul) en een krachtige oosten wind. Er ontstond een dikke laag ijzel, wegen waren onbegaanbaar en de ravage onder het bomenbestand en hoogspanningskabels was enorm.

WAARSCHUWINGEN EN WEERALARM gaat vaak gepaard met overlast. Het KNMI voorziet de Nederlandse maatschappij van verwachtingen en waarschuwingen in diverse vormen, variërend van de algemene weersverwachting tot het weeralarm. Voor winterse neerslag en/of gladheid wordt meestal een waarschuwing voor het wegverkeer (zgn. doelgroepwaarschuwing) uitgegeven. Het weeralarm is de hoogste trap van meteorologische waarschuwingen. Het KNMI is de officiële instantie om een weeralarm uit te geven. Een weeralarm is alleen van toepassing wanneer het weer gevaar oplevert en aanleiding kan geven tot grote overlast. In de periode van 12 tot 24 uur voorafgaand aan een weeralarm geeft het KNMI zo mogelijk een voorwaarschuwing uit. De kans dat het tot een weeralarm komt is dan al minstens 50%. Het eigenlijke weeralarm wordt op zijn vroegst 12 uur tevoren uitgegeven. Het is dan voor minstens 90% zeker dat het extreme weer ook werkelijk volgt. Het weeralarm biedt naast gedetailleerde verwachtingen ook informatie over risico s en de mogelijke gevolgen van het zware weer. Weeralarmcriteria voor sneeuw en ijzel Zware sneeuw Aanhoudend zware sneeuwval met meer dan 3 cm per uur of minstens 10 cm in 6 uur in een gebied van minstens 50 bij 50 kilometer of geclusterd langs een lijn van minstens 50 kilometer lengte. Sneeuwjacht Sneeuwval of driftsneeuw bij windkracht 6 of 7 en gedurende minstens een uur minder dan 200 meter zicht in een gebied van minstens 50 bij 50 kilometer of geclusterd langs een lijn van minstens 50 kilometer lengte. Sneeuwstorm Sneeuwval of driftsneeuw bij windkracht 8 of meer in een gebied van minstens 50 bij 50 kilometer of geclusterd langs een lijn van minstens 50 kilometer lengte. IJzel of ijsregen Glad door ijzel of ijsregen over een gebied minstens ter grootte van een gebied van 50 bij 50 kilometer of over een lengte van tenminste 50 kilometer in de toekomst Het KNMI maakt klimaatscenario s: consistente en plausibele beelden van een mogelijk toekomstig klimaat. De meest recente scenario s dateren uit 2006. De indeling van de 4 scenario s is gebaseerd op een verschillende mate van wereldwijde temperatuurstijging en op wel of geen veranderingen in de stromingspatronen van de lucht in onze omgeving. Alle vier de scenario s laten een stijging zien van de gemiddelde wintertemperatuur. De kans op een koude winter neemt af. Het aantal vorst- en ijsdagen zal afnemen, het is niet duidelijk of daarmee de kans op overlast door winterse neerslag zal afnemen. Verder lezen: Sneeuwdek in Nederland, 1961-1990 Klimatologische gegevens van Nederlandse stations, KNMI publicatienummer 150-28. Verkrijgbaar bij KNMI bibliotheek, telefoon 030-2206911 KNMI website, dossier sneeuw www.knmi.nl/vinkcms/dossier_detail.jsp?id=180 KNMI website, dossier gladheid www.knmi.nl/vinkcms/dossier_detail.jsp?id=109 KNMI website, dossier weeralarm www.knmi.nl/vinkcms/dossier_detail.jsp?id=206