Opdrachtgever: Kenmerk: 2011-039 BEM1301687 gemeente Steenbergen Z.L.T.O. Postbus 100 5201 AC s-hertogenbosch Behoort bij beschikking d.d. nr.(s) 24-05-2013 ZK13000436 Omgevingsmanager Rapportnummer: Versie rapport: 93535-XF1 0 Datum rapport: 26 februari 2013 Status rapport: Gecontroleerd Norm / richtlijn: NEN 9997-1 Rapport Funderingsadvies Nieuwbouw woning aan de Zuid Groeneweg 1 te De Heen Lankelma Geotechniek Zuid B.V. Moorland 4a Postbus 38 5688 ZG Oirschot Tel: 0499-578520 Fax: 0499 578573 E-mail: info@lankelma-zuid.nl Internet: www.lankelma-zuid.nl auteur: ir. E. Corovic controle: Drs. I.W. van Geloven X 26-2-2013
Inhoudsopgave 1 Projectbeschrijving...1 1.1 Inleiding...1 1.2 Plangegevens...1 1.2.1 Situatie / bouwplaats...1 1.2.2 Bouwplan...1 1.2.3 Verstrekte plangegevens...1 2 Onderzoeksprogramma...2 2.1 Veldonderzoek...2 2.1.1 Sonderingen...2 2.1.2 Boringen...2 2.1.3 Positiebepaling...2 2.2 Archief-/dossieronderzoek...2 2.3 Overleg / inventarisatie...2 3 Bodemopbouw en (geo)hydrologie...3 3.1 Hoogte maaiveld...3 3.2 Bodemopbouw...3 3.2.1 Laagopbouw van de grond en de variaties daarvan op de bouwplaats...3 3.2.2 Geologie van de bouwplaats en omgeving...3 3.3 Waterhuishouding...3 4 Funderingsadvies...4 4.1 Funderingsontwerp...4 4.1.1 Funderingskeuze...4 4.1.2 Paalkeuze...4 4.1.3 Beschrijving paaltype: Schroefpaal / avegaarpaal...4 4.2 Uitgangspunten berekening...4 4.2.1 Rekenmethode...4 4.2.2 Berekeningsaannames...5 4.3 Rekenresultaten...5 4.3.1 Paaldiameter en paalpuntniveau...5 4.3.2 Maximumdraagkracht van de grond op druk...5 4.3.3 Zakking van de bovenkant van de paalfundering...6 4.3.4 Zakking van de bovenkant van de paalfundering...6 4.3.5 Veercoëfficiënten...6 4.4 Vloer begane grond...7 4.5 Algemene richtlijnen uitvoering en ontwerp...7 Bijlagen Bijlage 1: Resultaten grondonderzoek Bijlage 2: Berekeningsresultaten fundering op palen Verzendlijst Geadresseerde Contactpersoon PDF Post (aantal) Opdrachtgever: Dhr. M. van de Wiel 2 projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
1 PROJECTBESCHRIJVING 1.1 Inleiding Ten behoeve van het project Nieuwbouw loods en woning aan de Zuid Groeneweg 1 te De Heen werd door ons bureau een grondonderzoek uitgevoerd en d.d. 2 mei 2012 een funderingsadvies uitgebracht cf. NEN 6740-6743 onder rapportnummer 93535-XF voor de loods (en indicatief voor de woning). In onderhavig rapport wordt een funderingsadvies uitgewerkt voor de woning, conform de richtlijn NEN-9997-1:2011. 1.2 Plangegevens 1.2.1 Situatie / bouwplaats Het plan is gelegen aan de Zuid Groeneweg 1 te De Heen (gemeente Steenbergen). De locatie is kadastraal aangeduid als Sectie B perceelnr. 565, gemeente Steenbergen. De coördinaten volgens het RD-stelsel zijn globaal: x = 74,36 en y = 403,66 [km]. 1.2.2 Bouwplan Het plan omvat de bouw van een vrijstaande woning bestaande uit 2 bouwlagen onder een zadeldak. In het plan is geen kelder voorzien. Het grondvlak van de nieuwbouw is ca. 8,9 x 12,4 m². Voor een situatieschets van het plan wordt verwezen naar de tekening in Bijlage 1. Ter illustratie zijn de geveltekeningen weergegeven in navolgende figuur. Op basis de verstrekte plangegevens (zie 1.2.3) en aanvullende informatie van de opdrachtgever zijn de navolgende peilen aangenomen (voor een beschrijving van het referentiepunt wordt verwezen naar 2.1.3): Bouwpeil 0,2 m + Ref Maaiveld 0,1 m + Ref Aanlegniveau fundering 0,65 m - Ref Geadviseerd wordt deze uitgangspunten te verifiëren. 1.2.3 Verstrekte plangegevens Ten behoeve van het project is door of namens de opdrachtgever onder meer de navolgende tekening ter beschikking gesteld: 2011-039 SW-01 Ontwerptekening woning, Z.L.T.O. advies d.d. 20-10-2012. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 1
2 ONDERZOEKSPROGRAMMA 2.1 Veldonderzoek Het grondonderzoek heeft plaatsgevonden op 18 april 2012 en had betrekking op nieuw te bouwen woning en een loods. Het onderzoek is uitgevoerd conform de door of namens de opdrachtgever aangegeven opzet en omvang. 2.1.1 Sonderingen Voor dit deel van het project zijn door ons bureau 2 sonderingen gemaakt. Het betreft de sondeernummers: S5 en S6. De sonderingen zijn uitgevoerd met een sondeerrups met een elektrische kleefmantelconus, conform NEN 5140 Klasse 2. In Bijlage 1 zijn de sondeergegevens in grafiekvorm weergegeven. Voor de juiste locaties van de sondeerpunten wordt verwezen naar de situatieschets eveneens in Bijlage 1. 2.1.2 Boringen Om inzicht te krijgen in de grondsamenstelling en de actuele grondwaterstand is een handboring verricht. Het betreft boring B1, die is uitgevoerd nabij sondering S3. De boorstaat is weergegeven in Bijlage 1, de situering van de boring is weergegeven op de situatietekening. 2.1.3 Positiebepaling De onderzoekspunten zijn door ons bureau in het terrein uitgezet en ingemeten middels waterpassing ten opzichte van een vast referentieniveau (Ref). Voor de (bron)gegevens van het referentieniveau en - punt en de hoogteligging van de verschillende meetpunten wordt verwezen naar de waterpasstaat en situatietekening in Bijlage 1. 2.2 Archief-/dossieronderzoek Teneinde meer inzicht te geven in de geologie van de bouwplaats en omgeving zijn, beknopt, de (hydro)geologische gegevens geraadpleegd van het Regionaal geohydrologisch informatiesysteem (Regis / Dinoloket TNO). Het betreft met name de gegevens van het Landelijk model DGM V1.3 uit 2009 en/of Landelijk model Regis II.1 uit 2008. 2.3 Overleg / inventarisatie Teneinde te komen een optimale funderingskeuze is telefonisch en per mail overleg gepleegd met de opdrachtgever. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 2
3 BODEMOPBOUW EN (GEO)HYDROLOGIE 3.1 Hoogte maaiveld De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekspunten varieert van 0,09 m - tot 0,18 m - Ref. 3.2 Bodemopbouw 3.2.1 Laagopbouw van de grond en de variaties daarvan op de bouwplaats Onder een toplaag met humus- en kleihoudend zand danwel humus- en zandhoudende klei wordt tot de maximaal verkende diepte een zandpakket geregistreerd doorsneden door enkele klei- / veenlagen. 3.2.2 Geologie van de bouwplaats en omgeving De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in navolgende tabel. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door NITG-TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en -samenstelling kunnen hiervan afwijken. Diepte tot* [m - mv] -5 à 6 Holocene afzettingen Formatienaam* Kenmerk Lithologie** jonge fluviatiele, mariene, lagunaire en strandafzettingen -40 Peize / Waalre fluviatiele zanden en kleien uit het Vroeg- Pleistoceenzanden, gevormd door de vroegere rivier de Eridanos (from. van Peize, in het noorden van het land) en de oervorm van Rijn (form. van Waalre, in het zuiden van het land). Omdat deze lagen vertand voorkomen -met name in het midden van het land- wordt geen nader onderscheid gemaakt klei, veen, zand Peize: fluviatiel en deltaïsch wit of grijs grof zand en grind, met dunne leemen kleilagen Waalre: zanden (bij vroegere stroomruggen), uiterst grof tot matig fijn en kleien (bij vroegere komgronden of meren). Plaatselijk komen veenlaagjes voor. * Bron: Landelijk DGM model V1.3-2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones) ** Beschreven is de dominante lithologie. Ondergeschikte en sporadisch voorkomende lithologie zijn niet beschreven. 3.3 Waterhuishouding De grondwaterstand is tijdens het onderzoek d.d. 18 april 2012 in boorgat B1 aangetroffen op 1,1 m - mv (1,26 m - Ref). Hierbij wordt opgemerkt dat in boorgaten gemeten waterniveaus slechts een indicatie geven over de actuele grondwaterstand. Afhankelijk van de waterdoorlatendheid van de bodem is het mogelijk dat het grondwater zich niet volledig heeft ingesteld tijdens het onderzoek. Bovendien kan de grondwaterstand onder invloed van seizoensafhankelijke factoren gedurende het jaar fluctueren. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 3
4 FUNDERINGSADVIES 4.1 Funderingsontwerp 4.1.1 Funderingskeuze De bodemopbouw geeft voor het bouwplan aanleiding uit te gaan van een fundering op palen. Navolgend wordt een fundering op palen nader uitgewerkt. 4.1.2 Paalkeuze In overleg met de opdrachtgever is besloten uit te gaan van een fundering op avegaarpalen. Ten aanzien van de paalkeuze dient het volgende te worden opgemerkt: In de bodem komen slappe tot zeer slappe lagen voor. Geadviseerd vooroverleg te plegen met de paalleverancier en eventueel de gemeente omtrent mogelijke beperkingen in toepassing van de avegaarpalen. Bij toepassing van avegaarpalen in zeer slappe bodem dient onder meer de inwendige betonspeciedruk en de mengselsamenstelling te worden afgestemd op de te verwachten uitwendige gronddruk (zie ook BRL-2356A). De paalkeuze is gebaseerd op de voorhanden zijnde en verstrekte gegevens. Aanvullende milieukundige, archeologisch, geohydrologische, gemeentelijke of overige randvoorwaarden kunnen aanleiding geven tot wijziging van het paaltype. 4.1.3 Beschrijving paaltype: Schroefpaal / avegaarpaal Een avegaarpaal is een in de grond gevormd, grondverwijderend paalsysteem. De avegaar, bestaande uit een holle as met daaromheen een doorgaand schroefblad, wordt rechtsomdraaiend op diepte geschroefd. Vervolgens wordt de holle as volgepompt waarna de avegaar stilstaand of langzaam rechtsom roterend uit de grond wordt getrokken. Gedurende het proces moet het gehele systeem onder een continue speciedruk worden gehouden. Direct na het vervaardigen wordt de wapening in de verse specie aangebracht. 4.2 Uitgangspunten berekening 4.2.1 Rekenmethode In het rapport worden de draagkracht en vervormingen bepaald van axiaal op druk belaste funderingselementen. De draagkracht en vervorming van de palen is berekend volgens NEN 9997-1:2011. Deze norm omvat: NEN-EN 1997-1 (Eurocode 7-1) deel 1: algemene regels, NEN-EN 1997-1/NB nationale bijlage bij Eurocode 7-1 NEN 9097-1 Aanvullende regels voor toepassing van Eurocode 7-1 in Nederland, opgenomen uit NEN 6740, NEN 6743-1, NEN 6744 en CUR C-166. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 4
Voor de geotechnische berekeningen wordt conform NEN 9997-1 uitgegaan van ontwerpbenadering 3 (OB 3). In de berekeningen is gebruik gemaakt van de partiële weerstandsfactoren bedoelt voor toetsing van de draagkracht en vervorming in de uiterste grenstoestanden bij bezwijken of buitensporig vervormen van de constructie (STR) en de ondergrond (GEO) van de fundering op palen. De stijfheid van de nieuwbouw is niet in rekening gebracht. Het project wordt ingedeeld in de geotechnische categorie 2 (GC2). 4.2.2 Berekeningsaannames De partiële factor voor de totale draagkracht van drukpalen ( t ) is vastgesteld op 1,2, uitgaande van de berekening van de draagkracht op basis van sondeergegevens. Gerekend is met de correlatiefactoren 3 en 4 = 1,39, die aan de hand van tabel A.10a uit de NEN 9997-1 / NEN 1997-1/NB zijn bepaald, uitgaande van presentatie van de draagkracht per afzonderlijke sondering. De paalkarakteristieken die zijn gehanteerd, zijn in beginsel afkomstig van het SBR Handboek Funderingen en tabel 7.c. uit de NEN 9997-1. Navolgend zijn de gehanteerde waarden en eventuele bijzonderheden samengevat: Paaltype: p s* t* L-Z diagr. Bijzonderheden Avegaarpaal 0,8 0,006 0,0045 1,0 2 q c;iii;gem. maximaal 2 MPa * voor zand en zand/grindhoudende grond. Voor klei-, leem of veenlagen wordt, cf. NEN 9997-1 art. 7.6.1.1, door ons bureau schachtwrijving buiten beschouwing gelaten. In verband met de aanwezige samendrukbare grondslag is het optreden van negatieve kleef in rekening gebracht voor een bodemprofiel met samendrukbare lagen tot een diepte van ca. 6 m - Ref. Conform NEN 9997-1 is voor de partiële belastingsfactor f;nk is de waarde 1,0 aangehouden. Voor de gehanteerde peilen en niveaus wordt verwezen naar 1.2.2. De constructeur is uitgegaan van een fundering op avegaarpalen met een rekenwaarde van de belasting tot maximaal 282 à 397 kn. Geadviseerd wordt de uitgangspunten te verifiëren, voordat met de resultaten wordt verder gewerkt. 4.3 Rekenresultaten 4.3.1 Paaldiameter en paalpuntniveau De draagkracht en vervormingen zijn bepaald voor avegaarpalen met een schachtdiameter van Ø 300 t/m Ø 400 mm. De geadviseerde paalpuntniveaus zijn per sondering weergegeven in navolgende tabel. Er zijn meerdere paalpuntniveaus uitgewerkt. Indien t/m is weergegeven in de tabel zijn tevens de tussenliggende niveaus mogelijk. Sondering [nr.] Maaiveldhoogte [m - Ref] Paalpuntniveau [m - Ref] S5 0,14 8,0 t/m 9,0 S6 0,05 8,0 t/m 9,0 Als leidraad voor de aan te houden diepte van avegaarpalen tussen twee sonderingen dient de sondering met het diepste paalpuntniveau te worden gevolgd. 4.3.2 Maximumdraagkracht van de grond op druk De rekenresultaten zijn voor de geadviseerde paalpuntniveaus per sondering weergegeven in Bijlage 2. Hierbij is de berekende paalpuntweerstand (p r;max;punt ), de schachtwrijving (F r;max;schacht ), maximumdraagkracht van de paalpunt (F r;max;punt ), de rekenwaarde van de maximumdraagkracht (F r;max;d ), eventuele belasting door negatieve kleef (F s;nk;d ) en de rekenwaarde van de netto draagkracht (F r;netto;d = F r;max;d - F s;nk;d ) vermeld. In Bijlage 2 is een rekenvoorbeeld weergegeven van een avegaarpaal met schachtdiameter van Ø 400 mm op 8,5 m Ref waarbij sondering S6 als meest representatief is gekozen. Door de constructeur dient, eventueel in overleg met ons bureau, op basis van deze rekenresultaten de uiteindelijke paalafmeting en het paalpuntniveau te worden gekozen. Opmerking Het draagvermogen van een paal dient in beginsel te zijn afgestemd op de laagste draagkracht op hetzelfde paalpuntniveau van de omliggende sonderingen. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 5
De vermelde draagkracht wordt ontleend aan de ondergrond. Door de constructeur moeten constructieve aspecten van de funderingspalen, waaronder de sterkte, worden beoordeeld. 4.3.3 Zakking van de bovenkant van de paalfundering Op basis van de berekende maximumdraagkracht van de paalpunt (R b;cal;max ) en de maximumwrijvingskracht over het deel van de schacht dat meedoet in de bepaling van de draagkracht (R s;cal;max ) is aan de hand van lastzakkingsdiagrammen de zakking van de paalpunt (s b ) bepaald conform NEN 9997-1. De rekenwaarde van de zakking van het boveneinde van een paal ten opzichte van de paalpunt als gevolg van elasticiteit van de paal (s el ) is bepaald conform NEN 9997-1. In deze berekening is voor de nominale waarde van de elasticiteitsmodulus (E paal;nom ) van het materiaal van de paalschacht, voor zover van toepassing, uitgegaan van 20 10 9 N/m² voor beton, 200 10 9 N/m² voor staal of 15 10 9 N/m² voor hout. De paalkopzakking (s 1 ) is de optelsom van s b en s el. De zakking door samendrukking van de onder het paalpuntniveau gelegen lagen (s 2 ) wordt hierbij in beginsel op 0 gesteld. Voor de berekende paalkopzakking en een last-zakkingsdiagram van de als rekenvoorbeeld gekozen paal wordt verwezen naar de voorbeeldberekening in Bijlage 2. Door de constructeur moet worden beoordeeld of aan het vervormings- en rotatiecriterium wordt voldaan. Zoals vermeld in NEN 9097-1 artikel 2.4.9 wordt voor woonfuncties en -gebouwen, en tenzij nader gedefinieerd ook voor overige gebouwen en bouwwerken, in het algemeen aangehouden dat de scheefstand ω en/of de relatieve rotatie β x niet de waarde 1:300 mag overschrijden. Als eis voor de uiterste grenstoestand wordt vaak een relatieve rotatie β van 1:100 aangehouden. In de regel zal derhalve de bruikbaarheidsgrenstoestand bepalend zijn. 4.3.4 Zakking van de bovenkant van de paalfundering Op basis van de berekende maximumdraagkracht van de paalpunt (R b;cal;max ) en de maximumwrijvingskracht over het deel van de schacht dat meedoet in de bepaling van de draagkracht (R s;cal;max ) is aan de hand van lastzakkingsdiagrammen de zakking van de paalpunt (s b ) bepaald conform NEN 9997-1. De rekenwaarde van de zakking van het boveneinde van een paal ten opzichte van de paalpunt als gevolg van elasticiteit van de paal (s el ) is bepaald conform NEN 9997-1. In deze berekening is voor de nominale waarde van de elasticiteitsmodulus (E paal;nom ) van het materiaal van de paalschacht, voor zover van toepassing, uitgegaan van 20 10 9 N/m² voor beton, 200 10 9 N/m² voor staal en 15 10 9 N/m² voor hout. De paalkopzakking (s 1 ) is de optelsom van s b en s el. De zakking door samendrukking van de onder het paalpuntniveau gelegen lagen (s 2 ) wordt hierbij in beginsel op 0 gesteld. Voor de berekende paalkopzakking en een last-zakkingsdiagram van de als rekenvoorbeeld gekozen paal wordt verwezen naar de voorbeeldberekening in Bijlage 2. Door de constructeur moet worden beoordeeld of aan het vervormings- en rotatiecriterium wordt voldaan. Zoals vermeld in NEN 9097-1 artikel 2.4.9 wordt voor woonfuncties en -gebouwen, en tenzij nader gedefinieerd ook voor overige gebouwen en bouwwerken, in het algemeen aangehouden dat de scheefstand ω en/of de relatieve rotatie β x niet de waarde 1:300 mag overschrijden. Als eis voor de uiterste grenstoestand wordt vaak een relatieve rotatie β van 1:100 aangehouden. In de regel zal derhalve de bruikbaarheidsgrenstoestand bepalend zijn. 4.3.5 Veercoëfficiënten Veercoëfficiënten kunnen worden afgeleid uit het last-zakkingsdiagram. Ter indicatie zijn de representatieve waarden van veercoëfficiënten voor alleenstaande palen per sondering berekend en weergegeven in Bijlage 2. De rekenwaarden van de veercoëfficiënten kunnen worden berekend door de waarden te delen door 1,3. In de berekeningen is voor de constructieve belasting uitgegaan van ca. 77% van de rekenwaarde van de netto draagkracht (belastingfactor 1,3) + eventuele belasting door negatieve kleef. Hierbij dient te worden opgemerkt, dat bij andere constructieve belasting en bij niet alleenstaande palen (paalafstanden kleiner dan 10 de kleinste dwarsafmeting van de doorsnede van de paalvoet) in beginsel andere veercoëfficiënten gelden. Desgewenst kan een en ander - in een aanvullende opdracht - nader worden beschouwd door ons bureau. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 6
4.4 Vloer begane grond Geadviseerd wordt deze vloeren vrijdragend (b.v. als systeemvloer) uit te voeren, omdat bij een vloer op het zand te grote zettingsverschillen met de rest van het gebouw zijn te verwachten. 4.5 Algemene richtlijnen uitvoering en ontwerp Voor richtlijnen en aanwijzingen voor uitvoering van avegaarpalen wordt verwezen naar: NVN 6724 Voorschrift Beton - In de grond gevormde funderingselementen van beton en mortel ; BRL-2356 + bijlage A/B Beoordelingsrichtlijnen voor in de grond gevormde palen. Volgens de NVN 6724 moet over de eerste 10 meter van de paal wapening aanwezig zijn, waar de conusweerstand kleiner is dan 1 MPa met een minimum 1 meter in de vaste laag. In lagen met geringere zijdelingse steundruk dient volgens de BRL 2356A een lagere speciedruk te worden aangehouden. Het is noodzakelijk een uitvoeringsrapport op te stellen met minimaal de registratie uitvoeringsgegevens zoals beschreven in de BRL 2356. Volgens handboek funderingen dient de minimale hart-op-hart-afstand tussen palen bij uitvoering normaliter 2,25 à 2,5 d voet te zijn indien de naburige palen een ouderdom van minimaal 4 uur hebben bereikt (bij toepassing van een vertrager dient deze periode evenredig te worden verlengd). Bij een kortere wachttijd geldt een minimale h.o.h.-afstand van 4x d voet of 2 m. De minimale tussenafstand tot belendingen bedraagt normaliter 0,4 à 0,6 m. Bij kleinere tussenafstanden moet de invloed van de uitvoering op de fundering van belending worden onderzocht. In beginsel dienen de avegaarpalen gemaakt te worden vanaf een werkniveau dat er geen potentiaalsprong is tussen de freatische grondwaterspiegel en de stijghoogte van het grondwater in diepere watervoerende lagen (waarin de paal wordt geboord). Dit aspect is met name relevant bij de aanwezigheid van spanningswater of toepassing van een bemaling. De kwaliteit van de geïnstalleerde palen kan door middel van akoestisch doormeten worden gecontroleerd. Deze metingen kunnen desgewenst door ons bureau worden verzorgd. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013 7
Bijlage 1 : Resultaten grondonderzoek Toelichting sonderingen De sondeergegevens worden in een grafiek weergegeven waarbij, indien van toepassing, het wrijvingsgetal (verhouding plaatselijke wrijving / conusweerstand) is berekend en gepresenteerd. Het wrijvingsgetal geeft samen met de conusweerstand over het algemeen een indicatie van de bodemopbouw onder de grondwaterstand. In navolgende tabel zijn enige indicatieve waarden hiervoor aangegeven. Opgemerkt wordt dat boven het grondwater de waarden hiervan kunnen afwijken. Grondsoort Conusweerstand (q c) Wrijvingsgetal (f s/q c) [MPa] [ % ] zand, grind > 5 0,2-1,0 siltig zand, > 4 0,8-1,4 kleiig zand > 2 1,0-2,0 leem 1-3 2,0-4,0 klei 0-5 2,0-6,0 venige klei 0-6 5,0-8,0 veen 0-4 5,0-10,0 projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Waterpasstaat Omschrijving referentiepunt : vloerhoogte Hoogte referentiepunt : 0,00 (Ref) Datum uitvoering : 18 april 2012 Meetpunt Hoogte [m t.o.v. Ref] sondering 1 0,22 - sondering 2 0,09 - sondering 3 0,16 - sondering 4 0,18 - sondering 5 0,14 - sondering 6 0,05 - boring 1 0,16 - Opmerking Hoogten in deze waterpasstaat zijn uitsluitend bedoeld om inzicht te verkrijgen in de maaiveldhoogten van de meetpunten. Zonder verificatie door de gebruiker mogen deze hoogten niet voor andere doeleinden worden gebruikt. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Bijlage 2 : Berekeningsresultaten fundering op palen projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Resultaten draagkrachtberekening volgens NEN-EN 9997-1:2011, pagina 1 van 1 voor axiaal belaste funderingspalen. PPN paalpuntniveau R c;d rekenwaarde maximumdraagkracht q b;max paalpuntweerstand F s;nk;d belasting door negatieve kleef R b;cal;max maximumdraagkracht van de paalpunt R c;net;d rekenwaarde netto draagkracht (= R c;d - F s;nk;d) R s;cal;max schachtwrijving R t;d rekenwaarde draagkracht op trek Rekenresultaten Paaltype avegaarpaal, afmeting 300 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 Sondering Maaiveld [m tov Ref] PPN [m tov Ref] S5-0,14-8,00-8,50-9,00 S6-0,05-8,00-8,50-9,00 q b;max [MPa] 5,5 5,5 5,3 4,5 6,6 8,0 R b;cal;max 386 390 378 316 467 568 R s;cal;max 135 169 203 81 112 146 R c;d 313 335 349 238 347 428 F snkd 46 46 46 69 69 69 F r;netto;d 267 290 303 169 278 359 Rekenresultaten Paaltype avegaarpaal, afmeting 350 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 Sondering Maaiveld [m tov Ref] PPN [m tov Ref] S5-0,14-8,00-8,50-9,00 S6-0,05-8,00-8,50-9,00 q b;max [MPa] 5,4 5,5 5,4 4,4 6,5 5,6 R b;cal;max 517 529 515 428 628 534 R s;cal;max 158 197 237 94 130 170 R c;d 405 435 451 313 455 422 F snkd 53 53 53 81 81 81 F r;netto;d 352 382 398 232 374 341 Rekenresultaten Paaltype avegaarpaal, afmeting 400 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 Sondering Maaiveld [m tov Ref] PPN [m tov Ref] S5-0,14-8,00-8,50-9,00 S6-0,05-8,00-8,50-9,00 q b;max [MPa] 5,3 5,4 5,4 4,5 6,5 5,2 R b;cal;max 668 682 680 566 812 651 R s;cal;max 180 225 270 108 149 194 R c;d 509 544 570 404 577 507 F snkd 61 61 61 93 93 93 F r;netto;d 448 483 509 312 484 415 projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Veercoëfficiënt in [kn/m] Paaltype avegaarpaal, afmeting 300 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 PPN S5 S6 [m tov Ref] -8,00 17000 12000-8,50 18000 17000-9,00 20000 20000 Veercoëfficiënt in [kn/m] Paaltype avegaarpaal, afmeting 350 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 PPN S5 S6 [m tov Ref] -8,00 19000 14000-8,50 21000 19000-9,00 23000 19000 Veercoëfficiënt in [kn/m] Paaltype avegaarpaal, afmeting 400 mm, ξ3 = 1,39 en ξ4 = 1,39 PPN S5 S6 [m tov Ref] -8,00 22000 16000-8,50 24000 22000-9,00 26000 21000 projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Voorbeeldberekening Berekening, volgens NEN 9997-1:2011, van de draagkracht van de grond op druk en verticale verplaatsing van de paalfundering. Uitgangspunten Referentie niveau: Gehanteerde sondering: Paaltype: Paalpuntniveau: Schachtafmeting: Oorspronkelijke maaiveldhoogte: Toekomstige maaiveldhoogte: Aanlegniveau fundering: Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): Ophoging ten opzichte van maaiveld: Schachtwrijving startniveau: Schachtwrijving eindniveau: Ref S6 avegaarpaal -8,5 meter 400 mm -0,05 meter 0,1 meter -0,65 meter -2 meter 0,15 meter -6,3 meter -8,5 meter Rekenfactoren & resultaten q c;i;gem = 14,9 MPa q c;ii;gem = 14,2 MPa q c;iii,gem = 1,6 MPa a p = 0,8 ß = 1 s = 1 p r;max;punt = 6,46 MPa a s = 0,006 q c;z;a = 9 MPa q s;max = 0,054 MPa R s;cal;max = 148,842 kn A punt = 0,126 m 2 0 s = 1,257 m Δ L = 2,2 m R b;cal;max = 812 kn R c;cal;max = 961 kn ξ3 en ξ4 = 1,39 R c;cal;max;rep = 692 kn γt = 1,2 R c;d = 577 kn F r;netto;d = 484 kn Negatieve Kleef Negatieve kleef startniveau: Negatieve kleef eindniveau: Gebruikte waterstand: F snkd = 0,1 meter -5,9 meter -2 meter 93 kn Tabel volumegewichten Diepte Grondsoort volumegewicht γ-waarde K0;rep * tan γ;rep [m] [kn/m³] -0,05 Zand Schoon Los 17 30 0,29-1,73 Klei Schoon Slap 10 17,5 0,25-2,05 Zand Schoon Matig 20 32,5 0,29-2,99 Zand Schoon Vast 21 35 0,3-4,05 Zand Schoon Matig 20 32,5 0,29-4,41 Veen Matig-Voorbelast Matig 12 20 0,25-5,85 Veen Niet-Voorbelast Slap 11 15 0,25 projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Lastzakking Toetsing grenstoestand 1A en 1B (constructieve veiligheid) Rekenwaarde draagkracht: 577 kn Rekenwaarde totale belasting lager dan: 577 kn Rekenwaarde negatieve kleef: 93 kn Rekenwaarde constructieve belasting: 484 kn Optredende paalkopzakking: 37,6 mm Toelaatbare paalkopzakking: 150,0 mm Er wordt aan de grenstoestanden 1A en 1B voldaan, indien de constructieve belasting beperkt blijft tot 484 kn. Toetsing grenstoestand 2 (gebruikstoestand) Representatieve waarde draagkracht: 692 kn Gemiddelde (aangenomen) belastingfactor: 1,30 Representatieve waarde constructieve 372 kn belasting: Representatieve waarde negatieve kleef: 93 kn (afgeleide) representatieve belasting op de 465 kn paal: Optredende paalkopzakking: 21,1 mm Toelaatbare paalkopzakking: 50,0 mm Beddingscoëfficiënt Representatieve K-waarde Reken K-waarde 22000 kn/m 17000 kn/m W punt;d (GT) Conclusie Gezien de waarden van optredende en toelaatbare paalkopzakking wordt voldaan aan grenstoestand 2. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013
Symbolen en eenheden Symbool Eenheid Uitleg q c;i;gem MPa de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over een traject van 0,7 à 4,0 maal de equivalente diameter beneden de paalvoet q c;ii;gem MPa de minimum gemiddelde waarde van de conusweerstanden over dit traject q c;iii,gem MPa de minimum gemiddelde waarde van de conusweerstanden over een traject van 8,0 maal de equivalente diameter boven de paalvoet a p paalklassefactor ß factor voor de paalvoetvorm s factor voor de vorm van de dwarsdoorsnede van de paalvoet p r;max;punt MPa de maximale puntweerstand a s factor afhankelijk van de uitvoering en het paaltype q c;z;a MPa de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over het traject waarover schachtwrijving wordt berekend q s;max MPa de maximale paalschachtwrijving R s;cal;max kn de maximale schachtwrijving A punt m 2 oppervlakte van de paalvoet 0 s m omtrek paalschacht Δ L m Traject voor berekening schachtwrijving R b;cal;max kn de maximale draagkracht van de paalpunt R c;cal;max kn de maximale draagkracht van de paal ξ3 en ξ4 correlatiefactoren R c;cal;max;rep kn de representatieve waarde van de maximale draagkracht van de paal γt partiële factor voor de totale draagkracht van een paal R c;d kn de rekenwaarde van de maximale draagkracht van de paal F snkd kn de rekenwaarde van de maximale negatieve kleefbelasting F r;netto;d kn de rekenwaarde van de maximale draagkracht gecompenseerd met F snkd γ j;rep kn/m 3 de representatieve waarde van het volumiek gewicht van de grond van laag j Opmerking paalkopzakking en veercoëfficiënten Voor het berekenen van de paalkopzakking is vooralsnog uitgegaan van alleenstaande palen. Bij een min of meer uniforme bodem onder paalpuntniveau, zal de zakking s 2, ten gevolge van de samendrukking van de grond onder het niveau van punten van een groep of groepen van palen, over het algemeen niet of nauwelijks van belang zijn bij de toetsing van de grenstoestanden. Verwaarlozen van deze zakkingscomponent cf. NEN 9997-1 is dan verantwoord. Bij hart-op-hart paalafstanden significant kleiner dan 10 de kleinste dwarsafmeting van de doorsnede van de paalvoet en/of bij een heterogene of samendrukbare bodem onder paalpuntniveau kan de paalkopzakking met deze benadering echter aanzienlijk worden onderschat. Indien relevant geacht door de constructeur, kunnen wij desgewenst nadere berekeningen maken van de paalkopzakking en veercoëfficiënten voor specifieke paalgroepen of paalafstanden. projectnummer: 93535-XF1 rev 0, 26 februari 2013