Tekstsoortenles Instructietekst A Wat doe je in deze les? Bij de les Andere tekstsoort van Nieuwsbegrip lees je allerlei verschillende soorten teksten. Zoals een verslag, een reclame, een betoog of een instructietekst. In deze tekstsoortenles leer je meer over één tekstsoort. De les van vandaag gaat over de tekstsoort instructietekst (doe-tekst). Doelen van deze les: Je weet waar je een instructietekst aan kunt herkennen. Je weet waar je een instructietekst kunt tegenkomen. Je weet waarom je een instructietekst leest of kunt lezen. In een instructietekst lees je hoe je iets moet doen. Of wat je moet doen. Daarom wordt deze soort tekst ook wel doe-tekst genoemd. Er zijn verschillende soorten instructieteksten. Bijvoorbeeld: - een gebruiksaanwijzing of handleiding - een recept - regels (bijvoorbeeld regels voor gezond leven, regels voor beleefd zijn) - tips en adviezen Vaak beginnen de zinnen in een instructietekst met een instructie-woord. Dat is een woord waaraan je meteen ziet wat je moet doen. Bijvoorbeeld: Pak Neem Doe Klop
Tekst 1: Frambozentoetje Wat heb je nodig? * 250 gram frambozen uit de diepvries * 4 eierkoeken * 50 ml frambozenlimonadesiroop * 125 ml verse slagroom * 450 gram vanillekwark Hoe maak je het? 1. Laat de frambozen 30 minuten ontdooien. Snij dan de eierkoeken in kleine stukjes. Doe ze in een kom. 2. Giet beetje bij beetje de limonadesiroop over de eierkoeken. Klop de slagroom stijf met een mixer of een garde. Het moet eruitzien zoals de slagroom op een taart. 3. Maak verschillende laagjes in de glaasjes. Bijvoorbeeld een laagje frambozen, een laagje eierkoek en een laagje slagroom. En dan weer een laagje frambozen, dan een laagje vanillekwark en aan het einde weer een laagje eierkoek. 4. Zet het toetje minimaal 1 uur in de koelkast. Als extra kun je er ook nog wat hagelslag over doen. Tekst 2: Hoe kom je uit een wak? Schaatsen is leuk, maar het kan ook gevaarlijk zijn! Je kunt bijvoorbeeld in een wak terecht komen. Wat moet je dan doen? Lees het in deze tips. Wat moet je doen als je in een wak bent gevallen? Je zult eerst in paniek raken door het koude water. Probeer toch snel na te denken. Als je helemaal onder water zit, kun je een paar dingen doen: - Als er sneeuw op het ijs ligt, zwem dan naar het licht. - Als er geen sneeuw ligt op het ijs, zwem dan naar het donker. Wat moet je doen als je nog onder het ijs zit? - Stoot niet met je hoofd tegen het ijs, daar kun je bewusteloos van raken. - Probeer met je benen het ijs te breken. Hoe kom je uit het wak? Je komt het gemakkelijkst uit een wak als je er handige spullen voor hebt. Bijvoorbeeld twee ijspriemen. Draag die mee om je nek. Daarmee kun je jezelf uit een wak trekken. Wat moet je doen als je net uit het wak bent? - Doe zo snel mogelijk droge kleding aan of sla een deken of speciale folie om je heen. Dan raak je niet onderkoeld. - Ga daarna naar een dokter of naar het ziekenhuis.
Tekst 3: Wat is beleefd? Als je beleefd bent, gedraag je je netjes en ben je aardig tegen anderen. Beleefd zijn maakt voor iedereen het leven fijner. Hieronder staan een paar voorbeelden van beleefd gedrag. - Geef iemand die je voor het eerst ontmoet een hand. - Groet iemand bij een ontmoeting of een afscheid. - Spreek volwassenen met 'u' aan. - Zeg 'dankjewel' als iemand je iets geeft of je helpt. - Hou je hand voor je mond als je moet gapen, niezen of hoesten. - Pas je aan de regels van een ander gezin aan, als je daar op bezoek bent. Tekst 4: Koffiezetapparaat 1. Koffiezetten Zettijd per kopje: ongeveer 1 minuut. - Vul het apparaat met vers, koud water. - Kijk op de zijkant van het apparaat om te zien hoeveel water nodig is. Doe een filter in de houder. - Doe er gemalen koffie in. Zet de kan op de warmhoudplaat en zet het apparaat aan. - Zorg ervoor dat de deksel op de filterhouder goed dicht zit. Open de deksel nooit tijdens het koffiezetten! 2. Schoonmaken Haal voor het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact. Houd het apparaat nooit onder water. Maak het alleen schoon met een doekje. De losse onderdelen, zoals de kan, kunnen in de vaatwasmachine.
Opdrachten De vier teksten op de vorige bladzijden zijn instructieteksten. Waaraan kun je dat zien? Er zijn meerdere antwoorden goed. A. Er staan verschillende kopjes in de teksten. B. Er staat een korte titel boven de teksten. C. Er staat hoe je iets moet doen of wat je moet doen. D. Veel van de zinnen beginnen met een instructie-woord. Er zijn verschillende soorten instructieteksten. Welke tekst is welk soort instructietekst? Trek een lijn naar de goede soort tekst. Tekst 1: Frambozentoetje regels Tekst 2: Hoe kom je uit een wak? recept Tekst 3: Wat is beleefd? gebruiksaanwijzing Tekst 4: Koffiezetapparaat losse tips Meestal is bij instructies de volgorde van de informatie belangrijk. Maar soms zijn het losse aanwijzingen of tips. Dan is de volgorde niet zo belangrijk. Kijk naar tekst 1 en naar tekst 3. Bij welke tekst is de volgorde van de informatie wel belangrijk? En wij welke niet? Zet een rondje om het goede woord (wel of niet).
Bij tekst 1 is de volgorde van de informatie wel / niet belangrijk. Bij tekst 3 is de volgorde van de informatie wel / niet belangrijk. Waarom worden recepten geschreven? A. om te vertellen dat je dat gerecht moet proeven B. om te vertellen hoe je een gerecht moet maken C. om te vertellen waar je eten en drinken kunt kopen D. om te vertellen wie een recept bedacht heeft Als je weten wilt weten hoe je een spel moet spelen, dan lees je A. een handleiding B. een reclame C. een paar losse tips D. een verslag Er zijn verschillende soorten instructietektsen. Weet je nog welke? Noem er drie. 1. 2. 3. Je leest hieronder vier titels van verschillende teksten. Welke titel past bij een instructietekst? A. Kip gaat logeren B. Kip is mijn lievelingseten C. Kippenhokken te koop D. Krokante kippenpootjes
Vaak staan bij een instructietekst plaatjes of tekeningen. Deze plaatjes helpen om iets duidelijk te maken. Bijvoorbeeld als iets lastig uit te leggen is in woorden. Of ze geven extra informatie. Door plaatjes bij een instructietekst kun je ook zien hoe iets eruitziet. Of hoe iets eruit moet gaan zien. Plaatje uit een gebruiksaanwijzing Kijk naar het plaatje van het koffiezetapparaat op de vorige bladzijde. Het plaatje hoort bij tekst 3. Vind je dat tekst 3 duidelijker wordt als het plaatje erbij staat? Vertel erbij waarom je dat vindt.
Welke zinnen beginnen met een instructie-woord? Er zijn meerdere antwoorden goed. A. Laat de frambozen 30 minuten ontdooien. B. Spreek volwassenen met u aan. C. Wat moet je doen als je net uit het wak bent? D. Zettijd per kopje: ongeveer 1 minuut Waar kun je instructieteksten tegenkomen? Er zijn meerdere antwoorden goed. A. in een kookboek B. in een boekje dat bij een spel of apparaat zit C. in een sprookjesboek D. in een stripboek