Informatiegids Beroepspraktijkvorming ROC ID College Versie 0.3 december 2012 1
Inhoudsopgave 0 Inleiding...4 1 Wat is Beroepspraktijkvorming?...4 2 Wettelijke kaders en Landelijke afspraken...4 Accreditatie...4 Urennorm Beroepsopleidende leerweg( BOL) en Beroepsbegeleidende leerweg (BBL)..4 BPV protocol...5 Branchecode BBL...5 3 Voorbereiding Beroepspraktijkvorming...5 Voorbereiding student...5 Keuze leerbedrijf...6 Praktijkovereenkomst...6 Einde praktijkovereenkomst...6 Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)...7 Aanvraagprocedure VOG:...7 Kosten VOG:...7 Screening...7 Negatieve uitslag van de screening....7 Studenten met een lichamelijke, verstandelijke en psychische beperking:...8 4 Tijdens de Beroepspraktijkvorming...8 Begeleiding...8 Afwezigheid student...8 Afwezigheid student wegens ziekte...8 Vakantie...9 Beroepspraktijkvorming tijdens vakantie...9 Beroepspraktijkvorming in de avond en het weekend....9 Stagevergoeding voor BOL studenten...9 Identificatieplicht...9 Gedrag... 10 Aansprakelijkheid en Verzekeringen... 10 Aansprakelijkheid leerbedrijf:... 10 Verzekeringen:... 10 Problemen en conflicten tijdens de Beroepspraktijkvorming... 10 Klachten over seksuele intimidatie, discriminatie of geweld in de beroepspraktijk... 10 Versie 0.3 december 2012 2
Geheimhouding... 11 5 Toetsing en examinering in de praktijk... 11 Beoordelen... 11 Herkansing... 11 6 Kosten... 11 Belastingvoordeel voor werkgevers... 11 7 Internationale BPV... 12 Kosten:... 12 8 Bereikbaarheid en contact... 12 Bijlage 1. Praktijkovereenkomst... 13 Versie 0.3 december 2012 3
0 Inleiding Dit is de Informatiegids Beroepspraktijkvorming van ROC ID College. In deze gids geeft ROC ID College algemene informatie over de beroepspraktijkvorming voor zowel de BOL - als de BBL-student. Opleidingspecifieke informatie over beroepspraktijkvorming staat in de Informatiegids Beroepspraktijkvorming per opleiding. Deze informatie is ook vinden op www.idcollege.nl. 1 Wat is Beroepspraktijkvorming? Beroepspraktijkvorming gaat over het leerproces van de student dat plaats vindt door ervaring op te doen met en in de dagelijkse werkelijkheid van een beroep. Door het uitvoeren van reële beroepstaken, kan de student zich ontwikkelen tot beginnend beroepsbeoefenaar. Leren in de praktijk is een essentieel onderdeel van de opleiding. De student voert beroepstaken uit in een leerbedrijf. Deze beroepstaken maken onderdeel uit van authentieke leeractiviteiten; dit zijn reële leeractiviteiten in de beroepspraktijk. De opleiding van de student is opgebouwd uit authentieke leeractiviteiten, ondersteunt door cursussen en trainingen waarin kennis en vaardigheden worden aangeleerd die de student nodig heeft om de activiteiten succesvol te kunnen uitvoeren. Deze activiteiten kennen een opbouw in complexiteit tot op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar. De cursussen en trainingen worden op school georganiseerd. Voor het vormgeven en begeleiden van de beroepspraktijkvorming is een goede samenwerking tussen student, docent, school en leerbedrijf nodig. 2 Wettelijke kaders en Landelijke afspraken Accreditatie Beroepspraktijkvorming door studenten van ROC ID College vindt plaats bij bedrijven en instellingen die geaccrediteerd zijn door een Kenniscentrum Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (KBB). Bedrijven en instellingen vragen deze accreditatie zelf aan bij een KBB. Om geaccrediteerd te kunnen worden, is een aantal criteria opgesteld waaraan het bedrijf of de instelling moet voldoen. Geaccrediteerde bedrijven en instellingen worden opgenomen in het landelijk register van geaccrediteerde leerbedrijven. Urennorm Beroepsopleidende leerweg( BOL) en Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) Wettelijk is vastgesteld hoeveel klokuren een student die een beroepsopleiding volgt minimaal aan beroepspraktijkvorming moet besteden. ROC ID College hanteert op basis van het wettelijk kader de volgende normen: Beroepsopleidende leerweg (BOL) Niveau 2, 3, en 4 Opleidingen die starten voor 1 augustus 2014: Een Beroepsopleidende leerweg heeft een begeleide urennorm van 915 klokuren op jaarbasis, waarvan minimaal 300 klokuren beroepspraktijkvorming. Beroepspraktijkvorming beslaat 20% tot en met 59% van de totale studieduur. Versie 0.3 december 2012 4
AKA en niveau 1: Opleidingen die starten voor 1 augustus 2014: De entree-opleiding heeft een begeleide urennorm van 915 klokuren, waarvan minimaal 300 klokuren beroepspraktijkvorming Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) Niveau 2, 3 en 4 Opleidingen die starten vanaf 1 augustus 2013: Een Beroepsbegeleidende leerweg heeft een begeleide urennorm van minimaal 215 klokuren en minimaal 640 klokuren beroepspraktijkvorming op jaarbasis. BPV protocol In 2009 hebben het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB-Nederland, de MBO Raad en de samenwerkende Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven afspraken gemaakt over de beroepspraktijkvorming. Deze afspraken zijn vastgelegd in een protocol. Alle afspraken die ROC ID College maakt met bedrijfstakgroepen, branches en leerbedrijven zijn hierop gebaseerd. Het BPV protocol is te vinden op www.mboraad.nl. De uitwerking van het BPV protocol is te vinden op de website van diverse kenniscentra. Branchecode BBL Voor de BBL-opleidingen gebruikt ROC ID College de branchecode BBL. Deze is vastgesteld door de MBO Raad in 2010. Hierin staan afspraken tussen bedrijfstakgroepen, branches en onderwijsinstellingen over o.a. verantwoordelijkheid met betrekking tot het onderwijsprogramma, de examinering, bekostiging en urennorm. Door een branchecode vast te stellen en verplicht te stellen voor alle leden van de MBO Raad, dus ook voor ROC ID College, wordt geborgd dat BBL- studenten een opleiding krijgen onder directe verantwoordelijkheid van een onderwijsinstelling. De Branchecode BBL is te vinden op www.mboraad.nl. 3 Voorbereiding Beroepspraktijkvorming Voorbereiding student Leren in de praktijk is een onderdeel van de opleiding van de student. De student bereidt zich voor op het uitvoeren van de beroepstaken tijdens de beroepspraktijkvorming. Voor de student is het belangrijk om te weten wat hij kan verwachten en waar hij beroepspraktijkvorming kan gaan uitvoeren. Informatie verzamelen, oriënteren op de branche en leerbedrijven, zich leren presenteren, dat zijn onderdelen van de voorbereiding. Deze voorbereiding wordt begeleid door een docent op school. Versie 0.3 december 2012 5
Keuze leerbedrijf ROC ID College heeft een inspanningsverplichting om studenten te helpen aan een BPV plaats bij een geschikt leerbedrijf. De student mag ook zelf een leerbedrijf aandragen. Het leerbedrijf moet wel voldoen aan 2 belangrijke criteria die ROC ID College stelt: 1. Het leerbedrijf is opgenomen in het landelijk register van geaccrediteerde leerbedrijven. Deze lijst is te vinden op de websites van de diverse Kenniscentra Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (KBB) 2. Het leerbedrijf biedt de student de mogelijkheid om beroepstaken uit te voeren. Een BBL student heeft meestal al een erkend leerbedrijf gevonden voordat hij met de opleiding start. Er zijn leerbedrijven die hun werknemers zelf inschrijven voor een opleiding. Praktijkovereenkomst De praktijkovereenkomst (POK) is een wettelijk verplicht document waarin de afspraken over de beroepspraktijkvorming worden vastgelegd. Deze praktijkovereenkomst wordt aangegaan en ondertekend door de student, het leerbedrijf, KBB (alleen voor BBL studenten) en ROC ID College. In deze overeenkomst staan de formele gegevens en de rechten en plichten van de student, het leerbedrijf en ROC ID College De praktijkovereenkomst wordt opgesteld, ondertekend door betrokken partijen en ingeleverd bij ROC ID College voordat de student met beroepspraktijkvorming bij een leerbedrijf begint. Einde praktijkovereenkomst In de praktijkovereenkomst wordt vastgelegd dat wanneer de BPV periode eindigt, de overeenkomst afloopt. Andere omstandigheden die kunnen leiden tot het beëindigen van de praktijkovereenkomst: Als de onderwijsovereenkomst tussen onderwijsinstelling en student eindigt, Als de student zich, ondanks nadrukkelijke waarschuwingen, niet houdt aan de gedragsregels binnen het leerbedrijf, Na onderlinge overeenstemming tussen student, leerbedrijf en ROC ID College, nadat dit schriftelijk is bevestigd, Als de student, het leerbedrijf of ROC ID College op grond van zwaarwegende omstandigheden het nodig vindt om de overeenkomst te beëindigen en niet verlangd kan worden de overeenkomst voort te laten duren, Op het moment dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De voortijdige beëindiging van de praktijkovereenkomst wordt altijd schriftelijk bevestigd door degene die de overeenkomst beëindigt. ROC ID College en de student bespreken het vervolg van de beroepspraktijkvorming. Het vervolg is afhankelijk van de reden van beëindiging of het verkregen studieadvies dat daarmee samenhangt. Voor het voltooien van de opleiding moet de student de beroepspraktijkvorming met goed gevolg afleggen. Versie 0.3 december 2012 6
Er kan een nieuwe praktijkovereenkomst afgesloten worden met een ander leerbedrijf. De al gerealiseerde tijd in het beroepspraktijkvormingstraject kan worden verrekend als er voldoende resultaat is behaald. Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) Een VOG is een verklaring waarin opgenomen is of een persoon wel of geen strafbare feiten op zijn/haar naam heeft staan. Heeft iemand strafbare feiten vermeld staan in zijn VOG dan beoordeelt het CO-VOG (Centraal Orgaan Verklaring Omtrent Gedrag, namens het Ministerie van Justitie)) of deze feiten relevant zijn voor het doel waarvoor deze VOG is aangevraagd. Afhankelijk van deze beoordeling wordt er wel of geen VOG uitgereikt. Steeds vaker vragen leerbedrijven een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan de student. De branches die een VOG verplicht stellen zijn o.a. : Kinderopvang; Gezondheidszorg; Beveiliging; Financiële dienstverlening; Aanvraagprocedure VOG: De student krijgt het aanvraagformulier via het leerbedrijf. Het formulier kan ook opgevraagd worden bij het CO-VOG. De student levert het formulier in bij de gemeente waar de student staat ingeschreven. Het CO-VOG beslist binnen 4 weken of de student een VOG krijgt. Het CO-VOG kent een bezwaar- en beroepsprocedure. Kosten VOG: Een VOG kost ongeveer 30,- en wordt soms vergoed door het leerbedrijf. Een VOG heeft geen vaste geldigheid. Bij verandering van baan of BPV plaats kan een leerbedrijf weer een nieuwe VOG vragen. Screening Sommige leerbedrijven vragen een screening. De leerbedrijven die een screening vragen doen dit voordat de student aan de Beroepspraktijkvorming begint. Tijdens de screening wordt beoordeeld of de student een veiligheidsrisico vormt voor het leerbedrijf. Vaak behoort een VOG tot de criteria. De screening duurt meestal 2 tot 4 weken. Negatieve uitslag van de screening. Bij een negatieve uitslag van de screening is het voor de student onmogelijk om in deze branche werkzaam te zijn. De gevolgen van een negatieve uitslag kunnen voor studenten leiden tot een andere beroepskeuze. Het veiligheidsrisico voor het leerbedrijf is dan te groot om een student met een negatieve uitslag toe te laten. Versie 0.3 december 2012 7
Studenten met een lichamelijke, verstandelijke en psychische beperking: Een student met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking kan tijdens de beroepspraktijkvorming hiervan hinder ondervinden. Het Onderwijs Service Centrum van ROC ID College heeft een steunpunt Studie & Handicap op elke locatie, die de student begeleidt bij het zoeken naar mogelijkheden in de beroepspraktijk. Deze begeleiding bestaat uit: Een gesprek voeren over de mogelijkheden voor de student van het uitvoeren van beroepspraktijkvorming. De eventuele beperkingen moeten in kaart gebracht worden, zodat de student in staat gesteld wordt met aanpassingen wel aan de eisen van een kwalificatie te kunnen voldoen; Op tijd beginnen met het zoeken naar een geschikt leerbedrijf; Het leerbedrijf informeren over de mogelijkheden en beperkingen van deze student en komen tot afspraken hierover; Eventueel een arbeidsdeskundige van het UWV of de eigen begeleider van de student vragen naar een advies over eventuele aanpassingen binnen het leerbedrijf. De eventuele benodigde aanpassingen en voorzieningen die van belang zijn voor het leerbedrijf worden opgenomen in de praktijkovereenkomst. 4 Tijdens de Beroepspraktijkvorming Begeleiding ROC ID College wijst uit het docententeam een BPV begeleider aan. Deze BPV begeleider begeleidt de student tijdens de beroepspraktijkvorming. De BPV begeleider heeft minimaal 3 keer per BPV periode contact met het leerbedrijf en de student, waarvan minimaal 1 fysiek bezoek. Het leerbedrijf wijst een praktijkopleider en/of werkbegeleider aan, die de student begeleidt tijdens de beroepspraktijkvorming in het leerbedrijf. Afwezigheid student Als de student anders dan vanwege ziekte niet aan onderwijsactiviteiten (waaronder BPV) kan deelnemen moet hij/zij bij de teamleider van zijn opleiding, 2 werkdagen vooraf onder opgaaf van redenen verlof aanvragen. Het verlof wordt alleen gegeven als de aanwezigheid van de student niet kan worden vereist; De student die verlof heeft gekregen, heeft de inspanningsverplichting tot het inhalen van de onderwijsactiviteiten tenzij anders is afgesproken; De leerplichtige student is op de hoogte van de controle op afwezigheid en de consequenties daarvan; De student die studiefinanciering ontvangt, is op de hoogte van de controle op afwezigheid en de consequenties daarvan. Afwezigheid student wegens ziekte Als de student door ziekte geen onderwijsactiviteiten (waaronder BPV) kan volgen, moet hij dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor 8.30 uur op de ziektedag melden bij de infodesk van ROC ID College en bij de praktijkopleider van het leerbedrijf als er sprake is van Beroepspraktijkvorming. Verder volgt de student de op het leerbedrijf geldende procedure voor ziekmelding. Versie 0.3 december 2012 8
Als de student langdurig of veel ziek is, kan ROC ID College vragen een bewijs van een arts te overleggen, waarin vermeld wordt dat de student niet in staat is wegens ziekte de onderwijsactiviteiten te volgen. Als de student langdurig of veel ziek is kan ROC ID College met de student een inhaaltraject afspreken. Vakantie In de opleidingspecifieke informatiegids is de regeling schoolvakanties opgenomen. Beroepspraktijkvorming tijdens vakantie Bij sommige opleidingen is het mogelijk om ook tijdens de vakantie aan de beroepspraktijkvorming te werken. Bij beroepspraktijkvorming in de vakanties, gelden de volgende uitgangspunten: De student kan wanneer zich een probleem voordoet waarvoor ondersteuning door de school gewenst is, binnen 24 uur contact krijgen met een contactpersoon van zijn onderwijsteam. De norm van 24 uur geldt alleen voor werkdagen. De afspraken over contact en begeleiding die gelden bij de normale beroepspraktijkvorming, zijn ook van toepassing wanneer de beroepspraktijkvorming tijdens de vakantie plaatsvindt. Iedere student is door het onderwijsteam geïnformeerd over de wijze waarop hij zijn/haar begeleider of diens vervanger kan bereiken. Deze afspraken, evenals de benodigde contactgegevens, zijn bekend bij de student. Er is een praktijkovereenkomst over de BPV- periode waarin de vakantie valt. Beroepspraktijkvorming in de avond en het weekend. Een leerbedrijf heeft eenzelfde zorgverplichting ten aanzien van Arbo-wet- en regelgeving voor studenten als voor eigen werknemers. De werktijd is voor een student gelijk aan die van de werknemers van het leerbedrijf, tenzij daar andere afspraken over gemaakt zijn in de praktijkovereenkomst. In het weekend en in de avond werken kan voor een aantal branches gebruikelijk zijn, hier geldt dat de student ook ingezet mag worden. Het leerbedrijf houdt zich hierbij aan de arbeidstijden, waarbij voor jeugdigen (16- en 17 jarigen) aparte regels gelden. Stagevergoeding voor BOL studenten In een aantal branches komt het voor dat leerbedrijven volgens CAO bepalingen de student een stagevergoeding bieden. Branches die dit niet in de CAO hebben staan, zijn echter vrij om te bepalen of een student een vergoeding krijgt. Er is geen recht op stagevergoeding. Identificatieplicht Sinds 1994 geldt in Nederland de Wet op de Identificatieplicht. Het doel van de wet is de bestrijding van fraude en criminaliteit. Bij de start van de BPV periode kunnen leerbedrijven een student vragen om een kopie van een identiteitskaart, paspoort of Versie 0.3 december 2012 9
verblijfsdocument. (Een rijbewijs is geen geldig ID bewijs in situaties waar de student zijn verblijfsstatus of nationaliteit moet aantonen) Gedrag De student is verplicht zich te houden aan de gedragsregels, voorschriften en aanwijzingen van het leerbedrijf. Aansprakelijkheid en Verzekeringen Aansprakelijkheid leerbedrijf: Het leerbedrijf is conform artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor schade die de student lijdt of veroorzaakt, tijdens of in verband met de uitoefening van de werkzaamheden, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de student. De student meldt letsel en schade direct bij de praktijkopleider en de BPVbegeleider. Bij schade die de student veroorzaakt is de primaire dekking de afgesloten aansprakelijkheidsverzekering van de student zelf of de ouders/verzorgers. Verzekeringen: ROC ID College heeft voor de studenten een ongevallenverzekering afgesloten die, behalve tijdens de BPV activiteiten, ook dekking biedt gedurende één uur hiervoor en hierna, of zoveel langer als het rechtstreeks komen naar en gaan van het leerbedrijf naar huis of school vergt. De verzekering is secundair, dit betekent dat hij dekking biedt voor zover de aansprakelijkheid van de student niet of onvoldoende elders is verzekerd. De schade aan motorvoertuigen is te allen tijde uitgesloten ROC ID College adviseert leerbedrijven om te controleren hoe de aansprakelijkheid en de daarbij behorende verzekering geregeld is voordat zij een praktijkovereenkomst aangaan met een student. Problemen en conflicten tijdens de Beroepspraktijkvorming Als er zich problemen of conflicten voordoen dan probeert de student dit in eerste instantie op te lossen met de BPV begeleider en/of praktijkopleider van het leerbedrijf. Als dit niet tot een bevredigende oplossing komt dan volgt de student het klachtenreglement van ROC ID College (dit reglement is te vinden op www.idcollege.nl). Klachten over seksuele intimidatie, discriminatie of geweld in de beroepspraktijk Seksuele intimidatie, discriminatie en geweld kan zich voordoen tussen studenten, de werkgever, werknemers, cliënten/klanten. Het leerbedrijf beschermt de lichamelijke- en geestelijke integriteit van de student en voorkomt vormen van seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Als een student in het leerbedrijf wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld: Heeft hij/zij het recht de werkzaamheden onmiddellijk te onderbreken zonder dat dit reden is voor een slechte beoordeling; Versie 0.3 december 2012 10
Moet de student het voorval melden bij de BPV begeleider en/of de vertrouwenspersoon van de onderwijsinstelling en bij de praktijkopleider en/of de vertrouwenspersoon van het leerbedrijf. Geheimhouding De student is verplicht alles geheim te houden wat hem/haar onder geheimhouding wordt toevertrouwd. Ook datgene waarvan de student het vertrouwelijke karakter moet begrijpen. 5 Toetsing en examinering in de praktijk Beoordelen Elke authentieke leeractiviteit wordt ontwikkelingsgericht ( op basis van een toets) of kwalificerend (op basis van een examen) beoordeeld. Deze authentieke leeractiviteiten staan vermeld in het toets- of examenplan behorende bij de opleiding waar de student voor ingeschreven staat. ROC ID College heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling of de student het deel van de beroepstaken uitgevoerd in de praktijk heeft gerealiseerd. In de beoordeling betrekt ROC ID College het oordeel van het leerbedrijf. De procedure van de beoordeling en de wijze van examinering staan beschreven in de studiewijzer van de opleiding. De beroepspraktijkvorming wordt beoordeeld op de uitgevoerde beroepstaken behorende bij authentieke leeractiviteiten. Deze leeractiviteiten zijn voorafgaand aan de BPVperiode besproken met het leerbedrijf. Het leerbedrijf verklaart zich bereid examinering van de beroepspraktijkvorming zo nodig in het leerbedrijf mogelijk te maken. Herkansing Als een student het examen in de praktijk niet met een voldoende heeft afgesloten, volgt een herkansing waarvoor tot een verlenging van de BPV periode kan worden besloten. Verlenging van de BPV vindt alleen plaats na overeenstemming tussen de betrokkenen. 6 Kosten Belastingvoordeel voor werkgevers Wet Vermindering Afdracht Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) Een werkgever die een BBL student in dienst heeft, maakt aanspraak op een WVA korting van maximaal 2.655 per kalenderjaar. De korting vindt plaats door een vermindering op de totale loonheffing. Versie 0.3 december 2012 11
Wet Vermindering Afdracht Stage Beroepsopleidende leerweg (BOL) Een werkgever die een BOL student een stage van minimaal twee maanden aanbiedt (MBO-niveau 1 of 2), maakt aanspraak op een WVA korting van maximaal 1.275 per kalenderjaar. (de Wet Vermindering Afdracht is te vinden op www.rijksoverheid.nl) Stagefonds gezondheidszorg en welzijn Met het stagefonds stimuleert het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de instroom van zorgpersoneel. Een instelling krijgt 1.701 voor een volledige stageplaats (1440 uur) voor een BOL-student en 3.257,00 voor een plaats van 1280 uur voor een BBL-student. De subsidie is beschikbaar voor de BOL- en BBL-opleidingen Verpleegkundige, Verzorgende, Helpende zorg en welzijn, Zorghulp, Medewerker maatschappelijke zorg (niv.3 en 4) en Pedagogisch medewerker (niv.3 en 4). (De regeling Stagefonds is te vinden op www.rijksoverheid.nl) 7 Internationale BPV ROC ID College ziet internationale ervaringen als een waardevol onderdeel van het onderwijsaanbod. De student krijgt de kans kennis van andere culturele achtergronden op te doen, burgerschapscompetenties te ontwikkelen, vaardigheden in vreemde talen, persoonlijke ontwikkeling en zelfstandigheid te vergroten. Door het opbouwen en onderhouden van contacten met onderwijsinstellingen, bedrijven en instellingen in het buitenland creëert ROC ID College voor de student mogelijkheden om ervaring op te doen in het buitenland. Kosten: Voor Beroepspraktijkvorming in Europa of Turkije heeft ROC ID College subsidies bij de EU aangevraagd en gekregen. Zo kunnen de kosten tot een minimum beperkt blijven. Voor stages buiten Europa is helaas geen subsidie beschikbaar. De subsidie bestaat uit: Vergoedingen voor de reiskosten van de heen- en terugreis. Tegemoetkoming in de verblijfkosten. Deze varieert per land. Om meer informatie te krijgen adviseren we op de volgende site te kijken: www.workplacement.nl 8 Bereikbaarheid en contact Contactgegevens van BPV begeleiders staan vermeld in de Opleidingspecifieke Gids voor beroepspraktijkvorming. Algemene contactgegevens: Mail: info@idcollege.nl Telefoon: 088 222 1777 Versie 0.3 december 2012 12
Bijlage 1. Praktijkovereenkomst PRAKTIJKOVEREENKOMST ROC ID College Voorgenomen besluit College van Bestuur, 27 september 2010 Ingestemd door de Deelnemersraad, d.d. 28 maart 2011 Vastgesteld door het College van Bestuur, d.d. 11 april 2011 Versie 0.3 december 2012 13
PRAKTIJKOVEREENKOMST Gelet op: - Artikel 7.2.8 en 7.2.9 van de Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de beroepspraktijkvorming en de totstandkoming van de praktijkovereenkomst; vervangend leerbedrijf. - De gunstige beoordeling van het leerbedrijf door het betrokken Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (als bedoeld in artikel 7.2.10 van de WEB). In aanmerking nemende: - dat onderricht in de praktijk van het beroep deel uitmaakt van elke beroepsopleiding conform de Wet Educatie en Beroepsonderwijs; - dat de student is ingeschreven bij de onderwijsinstelling op grond van een onderwijsovereenkomst; - dat de door de student in het kader van deze overeenkomst te verrichten activiteiten een onderwijsleerfunctie hebben; verklaren de ondertekenaars van het (van de praktijkovereenkomst deel uitmakende) formulier praktijkovereenkomst, door ondertekening van dat formulier, te zijn overgekomen: - al hetgeen vermeld staat op dat formulier - evenals al hetgeen hieronder staat vermeld Artikel 1 inhoud beroepspraktijkvorming Het deel van de kerntaken*van de opleiding dat de student tijdens de praktijkperiode dient te realiseren en de wijze waarop dit dient plaats te vinden, staat vermeld in de studiewijzer** van de opleiding. Artikel 2 begeleiding 1. Het leerbedrijf wijst een praktijkopleider aan, belast met het begeleiden van de student in het leerbedrijf. De naam van de praktijkopleider wordt voor aanvang van de beroepspraktijkvorming door het leerbedrijf aan de onderwijsinstelling bekend gemaakt. 2. De onderwijsinstelling wijst uit haar personeel een BPV begeleider aan, belast met het begeleiden van de student. De naam van de BPV begeleider wordt voor aanvang van de beroepspraktijkvorming door de onderwijsinstelling aan het leerbedrijf bekend gemaakt. 3. Met betrekking tot de begeleiding in het leerbedrijf geldt het daaromtrent gestelde in de studiewijzer van de opleiding. Artikel 3 beoordeling 1. De onderwijsinstelling heeft de eindverantwoordelijkheid bij de beoordeling of de student het deel van de kerntaken behorend tot beroepspraktijkvorming heeft gerealiseerd. 2. In de beoordeling betrekt de onderwijsinstelling het oordeel van het leerbedrijf. 3. De procedure van de beoordeling en de wijze van examinering van het deel van de kerntaken behorend tot de beroepspraktijkvorming staan beschreven in de studiewijzer van de opleiding. 4. De student en het leerbedrijf hebben van deze procedure kennisgenomen. Artikel 4 deelname examens De student wordt door het leerbedrijf in staat gesteld deel te nemen aan toetsen of examens van de onderwijsinstelling die tijdens de periode van de beroepspraktijkvorming plaatsvinden. Artikel 5 locatie examinering beroepspraktijkvorming Het leerbedrijf verklaart zich bereid examinering van de beroepspraktijkvorming zo nodig in het leerbedrijf mogelijk te maken. * Kerntaken zijn onderdeel van de competentiegerichte opleidingen. Binnen eindtermgerichte opleidingen wordt de term deelkwalificatie gebruikt. ** De studiewijzer wordt gebruikt voor competentiegerichte opleidingen. Bij eindtermgerichte opleidingen wordt de onderwijs- en examenregeling gehanteerd. Versie 0.3 december 2012 14
Artikel 6 aanmelding bedrijfsvereniging Het leerbedrijf meldt de student aan bij de bedrijfsvereniging. Artikel 7 gedragsregels De student is verplicht binnen het leerbedrijf in het belang van de orde, veiligheid en gezondheid gegeven regels, voorschriften en aanwijzingen in acht te nemen. Artikel 8 seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld 1. Het leerbedrijf beschermt de lichamelijke en geestelijke integriteit van de student en voorkomt of bestrijdt vormen van seksuele intimidatie, discriminatie, agressie of geweld. 2. Indien een student in het leerbedrijf wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie, discriminatie, agressie of geweld: - heeft hij/zij het recht de werkzaamheden onmiddellijk te onderbreken zonder dat dit een reden is voor een slechte beoordeling; - dient hij/zij bij werkonderbreking het voorval direct te melden bij de BPV begeleider en/of de vertrouwenspersoon van de onderwijsinstelling en/of de praktijkopleider en/of de vertrouwenspersoon van het leerbedrijf. Artikel 9 geheimhouding De student is verplicht alles geheim te houden wat hem/haar onder geheimhouding wordt toevertrouwd of wat er als geheim te zijner/harer kennis is gekomen of waarvan hij/zij het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet begrijpen. Artikel 10 afwezigheid 1. Voor afwezigheid tijdens de beroepspraktijkvorming gelden voor de student de bepalingen die op dat gebied zijn opgenomen in artikel afwezigheid deelnemer, artikel afwezigheid deelnemer wegens ziekte en artikel controle ( langdurige ) afwezigheid deelnemer van de onderwijsovereenkomst. Deze bepalingen zijn als aanhangsel aan deze praktijkovereenkomst toegevoegd. 2. Tevens is de student verplicht in geval van afwezigheid en bij terugkomst van afwezigheid onverwijld de praktijkopleider hiervan op de hoogte te stellen, conform de regels van het leerbedrijf. Artikel 11 verzekeringen De onderwijsinstelling heeft voor haar studenten een ongevallenverzekering afgesloten die, behalve tijdens hun BPV-activiteiten, ook dekking biedt gedurende één uur hiervoor en hierna, of zoveel langer als het rechtstreeks komen naar en het gaan van het leerbedrijf naar huis of school vergt. De verzekering is secundair, dit betekent dat hij dekking biedt voor zover de aansprakelijkheid van de student niet of onvoldoende elders is verzekerd. De schade aan motorvoertuigen is te allen tijde uitgesloten Artikel 12 aansprakelijkheid leerbedrijf Het leerbedrijf is conform artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor schade die de student tijdens of in verband met de uitoefening van de werkzaamheden lijdt, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de student. De student meldt letsel en schade direct bij de praktijkopleider en de BPV-begeleider. Artikel 13 problemen en conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming 1. Bij problemen of conflicten tijdens de beroepspraktijkvorming, anders dan genoemd bij artikel 12 van deze overeenkomst, richt de student zich tot de BPV begeleider en/of de praktijkopleider. Deze trachten in gezamenlijk overleg tot een oplossing te komen. 2. Indien de student vindt dat het probleem of conflict niet naar zijn/haar tevredenheid is opgelost kan hij/zich al dan niet in overleg met de BPV begeleider en/of praktijkopleider wenden tot de onderwijsinstelling. Artikel 26 slotbepaling van de onderwijsovereenkomst treedt dan in werking. Deze bepaling uit de onderwijsovereenkomst is als aanhangsel aan de praktijkovereenkomst toegevoegd. Versie 0.3 december 2012 15
Artikel 14 vervangend leerbedrijf Indien de onderwijsinstelling en het betrokken kenniscentrum na het sluiten van deze praktijkovereenkomst vaststellen dat het leerbedrijf niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet, of ontbreekt, het leerbedrijf niet langer beschikt over een gunstige beoordeling ( als bedoeld in artikel 7.2.10. van de WEB ) of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren plaatsvindt, bevorderen de onderwijsinstelling en het betrokken kenniscentrum dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld. Artikel 15 nieuwe overeenkomst Indien de student niet binnen de gestelde tijdsduur zoals vermeld in punt 2 van het formulier praktijkovereenkomst de beroepspraktijkvorming met goed gevolg heeft afgerond kunnen de onderwijsinstelling, de student en het leerbedrijf een gewijzigd beroepspraktijkvormingstraject overeenkomen. Daartoe wordt opnieuw een praktijkovereenkomst aangegaan. Artikel 16 einde overeenkomst Deze overeenkomst eindigt: a) door het eindigen van de onderwijsovereenkomst tussen de student en de onderwijsinstelling (zie de bepalingen in de onderwijsovereenkomst hierover, artikel einde overeenkomst). Deze bepaling uit de onderwijsovereenkomst is als aanhangsel aan de praktijkovereenkomst toegevoegd. b) door het verstrijken van de termijn waarop deze praktijkovereenkomst van toepassing is (zie punt 2 van het formulier praktijkovereenkomst). c) bij onderling goedvinden van de onderwijsinstelling, de student en het leerbedrijf, nadat dit schriftelijk door partijen is bevestigd; d) indien de student zich, ondanks nadrukkelijke waarschuwing, niet houdt aan artikel 7 gedragsregels van deze overeenkomst, nadat dit schriftelijk is bevestigd door het leerbedrijf en/of onderwijsinstelling. e) indien één der partijen op grond van zwaarwegende omstandigheden beëindiging van deze overeenkomst noodzakelijk acht en in redelijkheid niet verlangd kan worden de overeenkomst te laten voortduren. f) op het moment dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd (indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst). Bij voortijdige beëindiging van de praktijkovereenkomst stelt de desbetreffende partij de andere partijen daarvan schriftelijk op de hoogte. Bij voortijdige beëindiging van de praktijkovereenkomst, waarbij het beroepspraktijkvormingstraject niet volledig is afgelegd, treden onderwijsinstelling en student met elkaar in overleg over de vervolgmogelijkheden van het beroepspraktijksvormingstraject. De student dient het beroepspraktijkvormingstraject te allen tijde met goed gevolg af te ronden. Hiertoe wordt opnieuw een praktijkovereenkomst aangegaan, waarbij wordt bezien of de reeds gerealiseerde tijd in het beroepspraktijkvormingstraject kan worden verrekend. Artikel 17 slotbepaling 1. In de gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet, beslissen de onderwijsinstelling en het leerbedrijf na overleg met de student. Indien het gaat om zaken die de verantwoordelijkheid van het kenniscentrum raken, wordt het kenniscentrum daarbij betrokken. 2. Tevens verklaren de student en het leerbedrijf dat zij de documenten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen en/of die als aanhangsel/bijlage aan de overeenkomst zijn toegevoegd, hebben ontvangen en/of ter kennisneming aangeboden hebben gekregen. Deze tekst is vastgesteld door het College van Bestuur van ROC ID College d.d. 11 april 2011 ingestemd door de Deelnemersraad, d.d. 28 maart 2011 Versie 0.3 december 2012 16