Aanbevelingen voor verscherpen Door de afbeelding scherper te maken verbetert u de scherpte van de randen. Of afbeeldingen nu afkomstig zijn van een digitale camera of van een scanner, de meeste afbeeldingen worden mooier wanneer u ze verscherpt. De mate van verscherping die nodig is, hangt af van de kwaliteit van de digitale camera of scanner. Met verscherping kunt u niet zeer vage foto's corrigeren. Tips voor verbeterde resultaten bij het toepassen van verscherping: Verscherp de afbeelding in een afzonderlijke laag, zodat u deze later nogmaals kunt verscherpen, als u de afbeelding naar een ander medium wilt uitvoeren. Als u de afbeelding verscherpt in een afzonderlijke laag, stelt u de overvloeimodus van de laag in op Lichtsterkte om kleurverschuivingen langs de randen te voorkomen. Met verscherpen wordt het contrast van de afbeelding verhoogd. Mochten er na het verscherpen hooglichten of schaduwen zijn bijgeknipt, gebruikt u de instellingen voor het overvloeien van lagen (als u een afzonderlijke laag verscherpt) om te voorkomen dat hooglichten en schaduwen worden verscherpt. Verminder de afbeeldingsruis voordat u gaat verscherpen, zodat de ruis niet erger wordt. Verscherp de afbeelding meerdere keren in geringe mate. Verscherp de eerste keer om de vervaging te corrigeren die is veroorzaakt door het vastleggen van de afbeelding (door scannen of fotograferen met de digitale camera). Nadat u de kleur van de afbeelding hebt gecorrigeerd en de grootte ervan hebt vastgelegd, verscherpt u de afbeelding (of een kopie ervan) nogmaals om de juiste hoeveelheid verscherping toe te voegen aan het uitvoermedium. Indien mogelijk beoordeelt u de verscherpte afbeelding door deze uit te voeren naar het uiteindelijke medium. De hoeveelheid verscherping die nodig is, verschilt per uitvoermedium. Gebruik het filter Onscherp masker of Slim verscherpen voor meer controle bij het verscherpen van afbeeldingen. Hoewel Photoshop ook de filters Verscherpen, Scherpe randen en Scherper bevat, zijn deze filters automatisch en kunt u geen instellingen en opties kiezen. U kunt de gehele afbeelding verscherpen, of slechts een gedeelte met gebruik van een selectie of een masker. Omdat u de filters Onscherp masker en Slim verscherpen slechts op één laag tegelijk kunt toepassen, moet u mogelijk de lagen verenigen of de lagen uit het bestand samenvoegen tot één laag zodat u alle lagen in een bestand met meerdere lagen kunt verscherpen. Opmerking: De naam Onscherp masker is afgeleid van een donkere-kamertechniek in traditionele filmrolfotografie. Dit filter verscherpt juist.
Verscherpen met gebruik van Slim verscherpen Het filter Slim verscherpen bevat instellingen voor verscherpen die niet beschikbaar zijn met het filter Onscherp masker. U kunt het algoritme voor verscherpen instellen of de hoeveelheid verscherping regelen die optreedt in gebieden met schaduwen en hooglichten. (Photoshop CC) Het dialoogvenster Slim verscherpen 1. Zoom in het documentvenster naar 100% voor een nauwkeurige weergave van de verscherping. 2. Kies Filter > Verscherpen > Slim verscherpen. 3. Stel de instellingen in in de tabbladen voor verscherpen: Hoeveelheid Hiermee stelt u de mate van verscherping in. Met een hogere waarde verhoogt u het contrast tussen de randpixels, waardoor de afbeelding scherper wordt. Straal Hiermee bepaalt u het aantal pixels rondom de randpixels die worden aangepast door de verscherping. Hoe groter de straal, des te breder de randeffecten en des te duidelijker de verscherping. Ruis reduceren (Alleen Photoshop CC) Reduceer ongewenste ruis zonder belangrijke randen te verwijderen. Verwijderen Hoek Hiermee stelt u het verscherpingsalgoritme in dat wordt gebruikt om de afbeelding te verscherpen. Gaussiaans vervagen is de methode die wordt gebruikt bij het filter Onscherp masker. Met Vage lens worden de randen en de details in een afbeelding gedetecteerd, krijgen details meer verscherping en worden stralenkransen minder verscherpt. Met Bewegingsonscherpte wordt geprobeerd de effecten van het vervagen te verminderen die zijn ontstaan door het bewegen van de camera of het object. Geef een instelling voor Hoek op als u Bewegingsonscherpte kiest. Hiermee stelt u de bewegingsrichting in voor de optie Bewegingsonscherpte voor de instelling Verwijderen.
Nauwkeuriger (Alleen CS6) Het bestand wordt langzamer verwerkt, maar de vervaging wordt op nauwkeuriger wijze verwijderd. 4. Pas het verscherpen van donkere en lichte gebieden aan met behulp van de tabbladen voor Schaduw en Hooglicht. (Klik op de knop Geavanceerd om deze tabbladen weer te geven.) Als de donkere of lichte stalenkransen te sterk opvallen, kunt u ze reduceren met de volgende besturingselementen die alleen beschikbaar zijn voor afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal: Hoeveelheid vervaging Hiermee past u de hoeveelheid verscherping aan in de hooglichten of schaduwen. Toonbreedte Hiermee regelt u het toonbereik in de schaduwen of de hooglichten die worden gewijzigd. Verplaats de schuifregelaar naar links of naar rechts om de waarde voor Toonbreedte te verlagen of te verhogen. Lagere waarden beperken de aanpassing tot de donkerste gedeelten bij schaduwcorrectie en tot de lichtste gedeelten bij hooglichtcorrectie. Straal Hiermee regelt u de grootte van het gebied rondom elke pixel dat wordt gebruikt om te bepalen of een pixel zich in een schaduw of een hooglicht bevindt. Als u de schuifregelaar naar links verplaatst, geeft u een kleiner gebied op, terwijl verplaatsing naar rechts een groter gebied geeft. 5. Klik op OK. Verscherpen met gebruik van Onscherp masker Met het filter Onscherp masker wordt een afbeelding verscherpt door het contrast langs de randen van een afbeelding te verhogen. Met het filter Onscherp masker kunt u geen randen in een afbeelding zoeken. In plaats daarvan worden pixels gezocht die in waarde verschillen van de omringende pixels op basis van de opgegeven drempel. Vervolgens wordt het contrast van de aangrenzende pixels verhoogd met de opgegeven hoeveelheid. Voor de aangrenzende pixels worden de lichtere pixels lichter en de donkerdere pixels donkerder. Daarnaast geeft u de straal op van het gebied waarmee elke pixel wordt vergeleken. Hoe groter de straal, des te groter de randeffecten. Oorspronkelijke afbeelding en afbeelding waarop het filter Onscherp masker is toegepast De mate van verscherping die wordt toegepast op een afbeelding is vaak een kwestie van persoonlijke voorkeur. Als u een afbeelding te veel verscherpt, ontstaat er een halo-effect rond de randen.
Als u een afbeelding te veel verscherpt, ziet u stralenkransen bij de randen. De effecten van het filter Onscherp masker zijn duidelijker op het scherm dan in uitvoer met een hoge resolutie. Als de uiteindelijke uitvoer bestaat uit gedrukt materiaal, experimenteert u om te bepalen wat de beste instellingen zijn voor de afbeelding. 1. (Optioneel) Als de afbeelding uit meerdere lagen bestaat, selecteert u de laag met de afbeelding die u wilt verscherpen. U kunt Onscherp masker toepassen op slechts één laag tegelijkertijd, ook als lagen zijn gekoppeld of gegroepeerd. U kunt de lagen verenigen voordat u het filter Onscherp masker toepast. 2. Kies Filter > Verscherpen > Onscherp masker. Zorg dat de optie Voorbeeld is geselecteerd. Klik op de afbeelding in de voorvertoning en houd de muisknop ingedrukt om te zien hoe de afbeelding eruitziet zonder de verscherping. Sleep in het venster met de voorvertoning om verschillende delen van de afbeelding te bekijken en klik op + of - om in of uit te zoomen. Hoewel een voorvertoning wordt weergegeven in het dialoogvenster Onscherp masker, kunt u het dialoogvenster beter verplaatsen zodat u de effecten van het filter in het documentvenster kunt bekijken. 3. Sleep de schuifregelaar Straal of voer een waarde in om het aantal pixels rond de randpixels op te geven dat van invloed is op de verscherping. Hoe groter de straal, des te breder de randeffecten. Hoe breder de randeffecten, des te duidelijker de verscherping. De waarde voor Straal verschilt per object, de grootte van de uiteindelijke reproductie en de uitvoermethode. Voor afbeeldingen met een hoge resolutie geeft een waarde tussen 1 en 2 doorgaans de beste resultaten. Een lagere waarde resulteert alleen in verscherping van de randpixels en met een hogere waarde wordt een bredere strook pixels verscherpt. Dit effect is minder zichtbaar op een afdruk dan op het scherm. De reden hiervoor is dat een straal van 2 pixels een kleiner gebied vertegenwoordigt in een gedrukte afbeelding met een hoge resolutie. 4. Sleep de schuifregelaar Hoeveel of voer een waarde in om de toename in het contrast van de pixels te bepalen. Voor gedrukte afbeeldingen met een hoge resolutie geeft een waarde tussen 150 en 200% meestal het beste resultaat. 5. Sleep de schuifregelaar Drempel of voer een waarde in om aan te geven in welke mate de verscherpte pixels moeten verschillen van het omringende gebied voordat deze als randpixels worden beschouwd en worden verscherpt door het filter. Een drempel van 4 bijvoorbeeld is van invloed op alle pixels met toonwaarden die met een waarde van vier of meer verschillen, op een schaal van 0 tot 255. Als aangrenzende pixels toonwaarden hebben van 128 en 129, worden deze niet gewijzigd. U voorkomt ruis of beperking van waarden, bijvoorbeeld in afbeeldingen met
huidskleuren, als u gebruikmaakt van een randmasker of experimenteert met waarden voor Drempel tussen 2 en 20. Met de standaarddrempelwaarde (0) worden alle pixels in de afbeelding verscherpt. Als u Onscherp masker toepast en reeds lichte kleuren hierdoor te verzadigd worden, kiest u Bewerken > Vervagen Onscherp masker en kiest u Lichtsterkte in het menu Modus. Selectief verscherpen U kunt gedeelten van de afbeelding verscherpen door een masker of een selectie te gebruiken waarmee u verscherping in bepaalde gedeelten van de afbeelding voorkomt. U kunt bijvoorbeeld een randmasker toepassen met het filter Onscherp masker op een portret voor het verscherpen van de ogen, de mond, de neus en de omtrek van het hoofd, maar niet van de structuur van de huid. Het filter Onscherp masker alleen op bepaalde gedeelten van een afbeelding toepassen met behulp van een randmasker Een selectie verscherpen 1. Selecteer de afbeeldingslaag in het deelvenster Lagen en teken een selectie. 2. Kies Filter > Verscherpen > Onscherp masker. Pas de opties aan en klik op OK. Alleen de selectie wordt verscherpt, de rest van de afbeelding blijft ongewijzigd. Een afbeelding verscherpen met behulp van een randmasker 1. Maak een masker om verscherpen selectief toe te passen. U kunt een randmasker op verschillende manieren maken. Gebruik uw favoriete methode, of probeer deze: Open het deelvenster Kanalen en selecteer het kanaal waarmee de grijswaardenafbeelding met het grootste contrast wordt weergegeven in het documentvenster. Vaak is dit het groene of het rode kanaal. Een kanaal met het grootste contrast selecteren Dupliceer het geselecteerde kanaal. Selecteer het gedupliceerde kanaal en kies Filter > Stileer > Contrastlijn.
Kies Afbeelding > Aanpassingen > Negatief om de afbeelding negatief te maken. Na toepassing van het filter Contrastlijn en de opdracht Negatief Houd de negatieve afbeelding geselecteerd en kies Filter > Overige > Maximaal. Stel de straal in op een lage waarde en klik op OK om de randen te verbreden en de pixels willekeurig te maken. Kies Filter > Ruis > Mediaan. Stel de straal in op een lage waarde en klik op OK. Hiermee verdeelt u de omliggende pixels evenredig. Kies Afbeelding > Aanpassingen > Niveaus en stel het zwartpunt in op een hoge waarde om willekeurige pixels te vermijden. U kunt zonodig ook inkleuren met zwart om het uiteindelijke randmasker te retoucheren. Een hoge waarde opgeven voor het zwartpunt in het dialoogvenster Niveaus om willekeurige pixels in het randmasker te voorkomen Kies Filter > Vervagen > Gaussiaans vervagen om de randen te verzachten. Opmerking: De filters Maximaal, Mediaan en Gaussiaans vervagen verzachten het randmasker zodat de verscherpingseffecten beter overvloeien in de uiteindelijke afbeelding. Hoewel deze drie filters allemaal in deze procedure worden gebruikt, kunt u experimenteren met het toepassen van slechts één of twee filters. 2. Houd Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klik op het gedupliceerde kanaal in het deelvenster Kanalen om het randmasker te selecteren. 3. Selecteer de afbeeldingslaag in het deelvenster Lagen. Controleer of de selectie zichtbaar is in de afbeelding. 4. Kies Selecteren > Selectie omkeren. 5. Kies terwijl de selectie actief is op de afbeeldingslaag Filter > Verscherpen > Onscherp masker. Stel de gewenste opties in en klik op OK. Als u de resultaten wilt bekijken, selecteert u het RGB-kanaal in het deelvenster Kanalen en schakelt u de selectie in de afbeelding uit. U kunt een handeling maken om alle stappen in de procedure op een eenvoudige manier toe te passen.