Inventarisatie typenraderstempels van Nederland Samengesteld door Cees Janssen, Nederlandse Academie voor Filatelie Voorwoord In 2004 werd begonnen met het samenstellen van een inventarisatie van de typenraderstempels van Nederland. Afdrukken van het typenraderstempel worden steeds meer verzameld. De heer A.J.H.M. van de Ven had in 1997 een lijst samengesteld van afdrukken van langebalkstempels. Deze lijst heeft de heer Van de Ven herzien in 1999 waarbij een aantal aanvullingen en verbeteringen. De typenraderstempels worden verdeeld in langebalkstempels, kortebalkstempels en openbalkstempels. De cilinderbalkstempels, als opvolger van de kortebalkstempels, zijn niet in de inventarisatie opgenomen. Waardebepalingen zijn in de inventarisatie niet opgenomen. Daarvoor wordt verwezen naar de publicaties (als eenmalig katern) in de Speciale Catalogus van de NVPH van diverse jaren. In 2004 werd mij de mogelijkheid geboden om alle in het Museum voor Communicatie aanwezige stempelboeken en stempelkaarten (voor elk kantoor een aparte kaart) te kopiëren en de gegevens daaruit te gebruiken om een geheel nieuwe inventarisatie samen te stellen. Helaas was een aantal stempelkaarten niet meer aanwezig. Het betrof het tweede deel van de kantoren van het voormalige postdistrict Maastricht. Tot op heden zijn deze stempelkaarten nog altijd vermist. Uitgangspunten voor de inventarisatie - het scannen van elke afdruk van het stempel en het plaatsen in de juiste tijdsvolgorde, op alfabetische wijze per kantoor; - het vermelden van de vervaardiger van het stempel met, indien bekend, de afleverdatum aan het Staatsbedrijf der P.T.T.; - het vermelden van de datum van verstrekking, eveneens indien bekend; - het vermelden van de gebruiksperiode van het stempel; - het vermelden van eventuele wijzigingen die het stempel heeft ondergaan, bijvoorbeeld het wijzigen van de maandkarakters van Arabisch in Romeins, het wijzigen van de uurkarakters van 12-uurs naar 24-uurs, etc. Naast de afdrukken van de stempels uit de stempelboeken en van de stempelkaarten werden zoveel mogelijk afdrukken van de stempels op losse postzegels of fragmenten van enveloppen en kaarten toegevoegd. Daarmee konden vele wijzigingen worden geïllustreerd. Naast afdrukken uit de eigen collectie werden afdrukken ontvangen van een aantal verzamelaars. Verzoek om gegevens Omdat een aantal stempelkaarten ontbreekt, niet alleen vanwege de vermissing zoals eerder vermeld, maar ook vanwege ambtshalve vernietiging van kaarten van opgeheven kantoren, is het niet altijd duidelijk wanneer een bepaald stempel is verstrekt dan wel uit de roulatie is genomen. Daarom het verzoek van verzamelaars van afdrukken van typenraderstempels om hun gegevens te vergelijken met de thans in de inventarisatie opgenomen gegevens. Indien afwijkingen dan wel aanvullingen worden gevonden dan ziet de auteur deze graag, voorzien van een scan van de betreffende afdruk, tegemoet. Bij voorbaat dank voor uw medewerking! Copyright 2013 De gegevens over de langebalkstempel, kortebalkstempels en openbalkstempels in deze inventarisatie mogen uitsluitend voor privédoeleinden worden gebruikt. Duplicatie of heruitgave van de in deze inventarisatie aanwezige gegevens - geheel of gedeeltelijk - is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur (Cees Janssen). Het copyright is uitdrukkelijk ook van toepassing op het gehanteerde nummersysteem. In diverse uitgaven van de Speciale Catalogus van de postzegels van Nederland en overzeese rijksdelen zijn eenmalige katerns opgenomen met vermelding van prijzen betreffende de langebalkstempels en kortebalkstempels. Zonder voorafgaande toestemming mag evenwel gebruik worden gemaakt van dit nummersysteem voor de beschrijving van stempels in artikelen, prijslijsten, advertenties en veilingcatalogi mits vermelding: nummers volgens NVPH of kortweg NVPH bijvoorbeeld NVPH: KBPK 1001 voor AALSMEER 1. Bij gebruik in artikelen ontvangt de auteur graag een kopie in papieren of digitale vorm. Dankwoord Met bijzondere dank aan het Museum voor Communicatie voor het gebruik van de stempelboeken en stempelkaarten met afdrukken van de stempels. Verder dank aan de heren Ad van Mierlo, Michel Weidemann, René Hillesum Filatelie, Fons Simons en enkele andere verzamelaars voor het beschikbaar stellen van hun stempelgegevens. 1
Inleiding In dienstorder No 292 van 28 juni 1906 werd de invoering van het typenraderstempel aangekondigd: De dagteekeningstempels voor de post- en hulppostkantoren zullen geleidelijk worden,vervangen door z.g. typenraderstempels, namelijk stempels, waarbij de uur-, dag-, maand- en jaarkarakters op draaibare radertjes langs eene gemeenschappelijke as zijn aangebracht, zoodat bij dergelijke stempels geen losse karakters worden verstrekt. De radertjes worden samengehouden en versteld door eene stift. Aan het uiteinde van die stift is een knopje bevestigd, waarmede de stift uit den stempel kan worden losgedraaid. Nadat de radertjes in den juisten stand zijn geplaatst, wordt de stift weder in den stempel gebracht en vastgedraaid. De stempels behooren minstens eens per dag met terpentijn of petroleum te worden gereinigd; hiervoor zijn stempelpoetsborstels bij het Hoofdbestuur verkrijgbaar. Ook voor het reinigen van de overige naam- en dagteekeningstempels zijn die borstels te bezigen. Elke raderstempel is aan de onderzijde voorzien van een volgnommer, bij welk nommer de stempel in voorkomende gevallen, als bij vervanging of herstelling, behoort te worden aangeduid. Het aanbrengen van de volgnommers heeft hoofdzakelijk ten doel, de Directeuren in staat te stellen om, meer dan tot dusverre op het gebruik van de stempels regelmatig toezicht te kunnen uitoefenen. Thans is, bij menigvuldige klachten over stempeling, op kantoren waar meerdere beambten gelijktijdig met stempeling zijn belast, in den regel niet na te gaan, door wien de afdrukken zijn gesteld. Bij oordeelkundige werkverdeeling geven de volgnommers op de stempels in vele gevallen het middel aan de hand om te kunnen vaststellen, door welken beambte een stuk is gestempeld. Stempelboeken van De Munt In Stempelboek 1 van De Munt (1910-1919) met afdrukken van vele administratieve stempels, komt een aantal proefstempels voor als voorlopers van het korte balk stempel. Op bladzijde 12 zijn dit de volgende stempels, afgedrukt in maart 1912: Nieuw-Dordrecht, Heerhugowaard, Amersfoort-Station, Maastricht-Station en Amsterdam 14 (voor het bijkantoor Mercurius). Hierbij is geen commentaar of toelichting gegeven. 2
In het boek De poststempels van Nederland 1676-1915 wordt het stempel AMSTERDAM 14 genoemd bij de Martinstempels (de eerste typenraderstempels zijn door de Gebroeders Martin te Berlijn geleverd). Deze stempels hebben gearceerde elementen. Vellinga noemt dit type 127. Met type 130 geeft Vellinga het stempel aan zoals HEERHUGOWAARD 1. Daarbij wordt ook het in het stempelboek van De Munt afgedrukte stempel van NIEUW-DORDRECHT 1 genoemd. Daarna type 132 voor de stationsstempels AMERSFOORT-STATION 1 en UTRECHT-STATION 1. Daarbij is MAASTRICHT-STATION 1 niet vermeld. Pas op bladzijde 21 volgen enkele instructies: 5 Jan: 1915. Voortaan de verkorte aanduiding van de provincie bij de handraderst: in den onderste balk zetten. Bij de naamstempels voor de provincienaam een kleiner lettertype gebruiken, terwijl het formaat bepaald blijft op 1½ x 3 M. Aangegeven verkortingen (Zuid-Holl.) (Noord-Holl.) (Friesl.) (Noord-Brab.) (Limb.) (Gelderl.) (Overijs.) (Zeeland) (Utr.) (Gron.) (Drent.) Daardoorheen staat geschreven: veranderd bij schrijven van 16 April zie volgend blad. Modelstempel SGRAVENHAGE met drie sterren In 1909 heeft men een proef gehouden met een stempel met een onderbroken buitenomtrek. De buitenste ring was iets verhoogd, waardoor de lijntjes een soort beiteltjes vormden die de gestempelde postzegel stuk sloegen. Dit stempel heeft als voorbeeld gediend voor de stempels die later in Nederlandsch Indië zijn gebruikt, het zogenoemde biffage stempel. 3
Modelstempel RAAMSDONKSVEER 2 Op het volgende blad komt echter geen brief voor gedateerd 16 April 1915, maar gedateerd 26 Juli 1915. De tekst is als volgt: De vervaardigde modelstempel Raamsdonksveer wordt, met uitzondering van het stempelnummer 2 (de grootte van dit cyfer is terug te brengen, op die van den proefstempel s GRAVENHAGE- STATION-H.Y.S.M. ) goedgekeurd. Ten einde meer eenheid in de afmetingen en het lettertype van de poststempels te verkrygen, is het navolgende bepaald: Alle stempels zullen van gelyke middellyn zyn, t.w. 29 m.m. in het cyferblok vermelden datum, maand, en beginuur, gevolgd door de letter V of N. het jaar voluit onderaan in den rand dragen. het stempelnummer / klein type / aangeven tusschen het cyferblok en het jaartal. doorloopenden open rand hebben, behalve by namen van zes (6) letters of minder, waar, om een goede vulling van den rand te verkrijgen, de lynen van het cyferblok tot den buitenrand kunnen doorloopen. Het lettertype van de plaatsnamen zal gelyk zijn aan dat van den goedgekeurden model-stempel Raamsdonksveer, alleen by zeer lange namen zal het lettertype van de proefstempel s Gravenhage-Station-H.Y.S.M. zijn te bezigen. Met de pen is onderaan de brief bijgeschreven: Als aanvulling mogen enkel gebruikt worden de open kruisjes (als op proefstempel Raamsdonksveer) liefst niet meer dan 1 aan weerszijden van het jaartal doch niet meer dan 2. 31 Juli MM Op bladzijde 22 van het stempelboek is een afdruk opgenomen van het stempel RAAMSDONKSVEER met de afleverdatum 16 februari 1915. Deze afdruk is later doorgehaald met twee inktstrepen (door auteur verwijderd uit de afbeelding). Op bladzijde 23 van het stempelboek staan nog twee aanwijzingen: - Bij schrijven van 16 April moeten de provincienamen op de stempels als volgt worden aangeduid: (N.H.) (Z.H.) (Zl.) (N.B.) (Lb.) (Gld.) (Ov.) (Ut.) (Dr.) (Gn.) (Fr.) - De raderstempels voor de hulpkantoren moeten altijd een n o hebben, 12 Mei 15 (vdr). 4
Op bladzijde 24 zijn twee stempelafdrukken aangebracht. Een van RAAMSDONKSVEER 2, waarbij door middel van twee getekende lijntjes de stand van het jaartal werd gemarkeerd en een stempelafdruk van sgravenhage-station-h.ij.s.m. 2. De afdruk is later doorgehaald met een kruis met de pen (voor de duidelijkheid verwijderd door de auteur). Op bladzijde 27 van het stempelboek staat de volgende notitie vermeld: De raderstempels voor Nederland kunnen voortaan gemaakt worden als de op 1 Juni 17 verzonden drie proefstempels (2 Maastricht, 1 Doetinchem), alleen moeten er gebruikt worden kopschroeven dit 1/8 lang 7/16 onder de kop. In verband hiermee in de kniestukken een uitholling maken, en de heften der raderst: voortaan onderaan hoogstens 16 m/m m:l te maken, 11 Juli 17. 17 Sept r 18 besteld 500 schroefjes voor nieuw model handstempel (met tekeningetjes). Op de daarop volgende bladzijde is een tekeningetje gemaakt van de stempelkop. Daarbij is de aantekening gemaakt: niet aangenomen. De kortebalkstempels werden vanaf eind 1915 ingevoerd als nieuw dagtekeningstempel. Groot verschil was, dat de uuraanduiding voortaan uit één cijfer of getal bestond. Voorbeeld 10 V betekent het tijdvak van 10.00 uur tot 10.59 voormiddag. Later werden de 12-uurs karakters vervangen door 24- uurs karakters, waarbij het tijdvakprincipe gelijk bleef. 5
Opvulkruisen De stand van het opvulkruis ten opzichte van de raaklijn aan de cirkel (ter plaatse van het kruis) wordt als uitgangspunt genomen. Op die basis heeft het stempel in het eerste plaatje (24-uursstempel) een recht kruis en het tweede (12-uursstempel) een Andreaskruis. Voorbeeld van een recht kruis Voorbeeld van een Andreaskruis. Vergissing Zelden werd een vergissing gemaakt bij de montage van de kruisen, zoals in één stempel een recht kruis alsmede een Andreaskruis. Soms opvulkruisen. Soms niet Een eenduidig beleid betreffende het al dan niet aanbrengen van opvulkruisen is niet gevonden. Waarschijnlijk werd het aan de stempelmakers overgelaten om al dan niet opvulkruisen toe te passen. Stempeling Dienstorder H. 134 van 2 maart 1927 vermeldde: 1. De wijze waarop de stukken volgens het bepaalde in art. 397 der V.P. (Voorschriften Post) binnenland vóór verzending moeten worden gestempeld, zal voortaan ook gelden voor de stukken, welke op hulpkantoren, alsmede op de stations, die rechtsreeks met treinen of trams in verbinding staan, uit de brievenbussen worden gelicht of aldaar ter verzending worden afgegeven. 2. Derhalve zal ook bij verzending van de bedoelde stukken met één afdruk van den dagteekeningstempel, zulks ter aanduiding van de plaats en het tijdstip van terpostbezorging en c.q. voor het onbruikbaar maken van het frankeerzegel, mits deze afdruk voldoende duidelijk is, kunnen worden volstaan, tenzij het stuk van meer dan één frankeerzegel is voorzien, in welk geval elk zegel afzonderlijk behoort te worden gestempeld. 3. Art. 197 van de Instructie voor de hulppostkantoren zal dienovereenkomstig worden gewijzigd. 6
Tijdaanwijzing 24-uur Dienstorder H. 149 van 2 maart 1927 bepaalde: 1. Met ingang van 15 Mei a.s. wordt, evenals bij den Spoorwegdienst, ook bij het Staatsbedrijf de 24-uur tijdaanwijzing ingevoerd. Het stelsel zal op het geheele verkeer van de drie diensten worden toegepast, hetgeen uitdrukking zal vinden in de te verstrekken gegevens. 2. De poststempels zullen geleidelijk bij nieuwe vertrekking worden gewijzigd, met uitzondering van de stempelmachines die zoo spoedig mogelijk zullen worden veranderd. V. en N. zullen dus na het uurcijfer wel verdwijnen en wij zullen dan de uurcijfers 13 t/m 23 en 0 aantreffen! Aldus het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van april 1927. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van juni 1927 werd gemeld: De 24-uurs indeeling zagen we tot nu toe het eerst in de stempeltjes der sorteerders van de postbuscorrespondentie en wel sedert 12 April j.l. Kwam op de voorzijde der voor postbushouders bestemde brieven te Amsterdam (hoofdpostkantoor) tot nu toe een cirkelstempel met nummer van de beambte b.v. (48) hoogste ons bekend nummer of langwerpig stempel 1195 waarvan ook nos 1196 en 1197 kennen, sedert genoemden datum, dus ruim één maand vóór dat de 24-uurs indeeling officieel is ingegaan, staat vóór het nummer van den beambte in kleine cijfers de tijd bv. 22 1090.We zagen tot nu toe de uurcijfers 1/23 en de beambtennummers 1050/1094. Hr. A.W. Brave, wien wij voor zijn onderzoek in deze vriendelijk dankzeggen, deelt ons mede, dat de beambte een bakje bij zich heeft met losse inzetstukjes van 1-24 en ieder heel uur zijn stempel versteekt. De nieuwe tijdsindeling zagen we eveneens of wordt ons gemeld uit s-gravenhage-station H.Y.S.M., Haarlem-Station, Hoogezand (handstempels) en Groningen. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van juni 1935 werd gemeld: Het blijkt, dat het afstempelen van de gewone correspondentie met den kantoornaamstempel in den laatsten tijd verband houdt met het aanbrengen van de 24-uurs-indeeling in de oudere typenraderstempels. Laatstgenoemde stempels, b.v. Vellinga type 134-159, 166-170, 173-195 worden successievelijk naar 's-gravenhage opgezonden ter verandering der 12-uurs-indeeling met V. of N. in 24-uursindeeling 0-23. De heeren A.P. J. Thielen en P. Veen danken wij voor de mededeeling, dat zij den kantoornaamstempel o.a. zagen van Beek en Donk (6 t.m. 9 Februari 1935), Deurne (17 Mei), Lierop N.B.(15 Mei), Liessel (17 Mei) en daarna de typenraderstempels met 24-uurs-indeeling, ook reeds gezien uit Den Hulst, Zuidlaren 1 en 2, Zuidwolde (Dr.) 1, Stadskanaal 3 en Zuidbroek. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van november 1939 werd vermeld: In vele stempels zijn gedurende de afgeloopen weken de oude uurcijfers met V.(oormiddag) of N.(amiddag) vervangen door de cijfers der 24-uur indeling. Dr. Benders zond ons o.a. M a u r i k (Vellinga 173) sedert 1 september jl. nieuwe uurcijfers, benevens H a u l e r w ij k met Romeinsch cijfer voor de maandaanduiding en het uur vóór het afgekorte jaartal. Problemen met het jaartal 1930 en verder. Dienstorder 488 van 12 juni 1929 luidde: Dagteekeningstempels. 1. Op verschillende kantoren zijn dagteekeningstempels in gebruik, voorzien van roteerende jaarkarakters, welke niet verder aanwijzen dan het jaar 1929. 2. De betrokken Hoofden van Dienst worden uitgenoodigd spoedig kennis te geven aan de 8 e afdeeling B van het aantal stempels, als bovenbedoeld, dat op hun kantoor en de daaronder ressorteerende bij- en hulpkantoren en stations in gebruik is. 3. Deze stempels zullen geleidelijk worden opgevraagd om van nieuwe karakters te worden voorzien. 4. Op de kantoren en stations, waar slechts één dagteekeningstempel in gebruik is, behooren gedurende de afwezigheid van dezen stempel de frankeerzegels enz. met den kantoornaamstempel te worden onbruikbaar gemaakt. 7
Vermelding van de maand februari met Romeinse cijfers II. Proef met Autoplanstempels In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van februari 1931 werd gemeld: Nieuw model dagteekeningstempels. Wij danken den heer Lunenberg voor zijn bericht: Te Amsterdam (Hoofdkantoor), s-gravenhage en Rotterdam blijken sinds korten tijd dagteekeningstempels in gebruik te zijn van eenigszins gewijzigd type. De diameter bedraagt 30 mm (oud 28½ mm), de cijfers zijn van geheel nieuw (hooger) type, het stempelnummer ontbreekt, terwijl de zogenoemde sterren, die feitelijk kruisen zijn, in de vier inspringende hoeken nog een klein dik lijntje vertonen, van die hoeken uitgaande. Vermoedelijk zijn deze stempels voorzien van typenraderen, terwijl het jaartal wederom een los karakter is. Door den heer Brave is bij het hoofdbestuur der P.T.T. geïnformeerd naar het doel en verstrekking dezer stempels. Na ontvangst van het antwoord komen wij hier op terug. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van maart 1931 staat het volgende: Het Hoofdbestuur der P.T.T. deelt mede: 1. Met de in uw schrijven d.d. 30 Januari 1931 bedoelde stempels wordt een proef genomen, wijl ze voorzien zijn van een handvat met losse koppeling, waardoor gemakkelijker stempeling en duidelijker afdruk op niet geheel vlakke zendingen wordt bevorderd. 2. De door u geconstateerde geringe afwijkingen met de overigens in gebruik zijnde stempels kan voor deze proefneming uiteraard verwaarloosd worden. 3. Omtrent het in gebruik nemen van meerdere stempels met los handvat kan thans nog geen beslissing worden genomen. Ze zijn op proef in gebruik te Amsterdam, s-gravenhage (tijdelijk buiten werking wegens defect), Rotterdam en Utrecht. 4. Voor een proefneming met enkele dezer stempels, welke te Parijs zijn vervaardigd, wordt het niet nodig geacht ze van een stempelnummer te voorzien. Met vier stempels, vervaardigd in Parijs, werden proeven genomen te Amsterdam, s-gravenhage, Rotterdam en Utrecht. De stempels waren voorzien van een handvat met een soort scharnier (koppeling) tussen de stempelkop en de handgreep, waardoor het stempelen gemakkelijker zou gaan met vlakke afdrukken. Ook ongelijkmatige poststukken zouden daarmee goed gestempeld kunnen worden. Toch voldeden de stempels niet en werden al spoedig buiten gebruik gesteld. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van februari 1931 werd gemeld: Nieuw model dagteekeningstempels. Wij danken den heer Lunenberg voor zijn bericht: Te Amsterdam (Hoofdkantoor), s-gravenhage en Rotterdam blijken sinds korten tijd dagteekeningstempels in gebruik te zijn van eenigszins gewijzigd type. De diameter bedraagt 30 mm (oud 28½ mm), de cijfers zijn van geheel nieuw (hooger) type, het stempelnummer ontbreekt, terwijl de zogenoemde sterren, die feitelijk kruisen zijn, in de vier inspringende hoeken nog een klein dik lijntje vertonen, van die hoeken uitgaande. Vermoedelijk zijn deze stempels voorzien van typenraderen, terwijl het jaartal wederom een los karakter is. 8
Door den heer Brave is bij het hoofdbestuur der P.T.T. geïnformeerd naar het doel en verstrekking dezer stempels. Na ontvangst van het antwoord komen wij hier op terug. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van maart 1931 staat het volgende: Het Hoofdbestuur der P.T.T. deelt mede: 5. Met de in uw schrijven d.d. 30 Januari 1931 bedoelde stempels wordt een proef genomen, wijl ze voorzien zijn van een handvat met losse koppeling, waardoor gemakkelijker stempeling en duidelijker afdruk op niet geheel vlakke zendingen wordt bevorderd. 6. De door u geconstateerde geringe afwijkingen met de overigens in gebruik zijnde stempels kan voor deze proefneming uiteraard verwaarloosd worden. 7. Omtrent het in gebruik nemen van meerdere stempels met los handvat kan thans nog geen beslissing worden genomen. Ze zijn op proef in gebruik te Amsterdam, s-gravenhage (tijdelijk buiten werking wegens defect), Rotterdam en Utrecht. 8. Voor een proefneming met enkele dezer stempels, welke te Parijs zijn vervaardigd, wordt het niet nodig geacht ze van een stempelnummer te voorzien. In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van april 1931 staat het volgende: Autoplanstempel. s-gravenhage. In afwijking van de andere plaatsen waar dergelijke stempels in gebruik zijn, heeft dit stempel meer normale sterren, zij het ook dat de beenen van deze kruisen niet rechthoekig, doch schuin ten opzichte van elkaar staan. Ook is de middenbalk iets smaller dan bij de andere autoplanstempels. Mededeling in het oktobernummer 1936 van het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie: DE "AUTOPLAN"-DAGTEEKENINGSTEMPELS. In 1930 werd een proef genomen met de z.g. "autoplan"-dagteekeningstempels. Dit waren stempels van Fransche vinding, waarvan het voornaamste kenmerk was, dat de stempelkop niet vast, doch door een losse koppeling aan het heft bevestigd was. Het voordeel hiervan moest zijn, dat, zoowel in zuiver verticalen als in schuinen stand van het heft, de kop steeds vlak op het te stempelen stuk kwam, zoodat onder alle omstandigheden een gave afdruk verkregen moest worden; Bovendien zou voor het verkrijgen van de noodige vaardigheid geen voorafgaande oefening noodig zijn en kon iedereen met dezen stempel behoorlijke afdrukken krijgen. Een proefstempel 's Gravenhage, welke geheel afwijkend was van de in gebruik zijnde dagteekeningstempels, werd door den fabrikant aangemaakt. De uur-aanduiding was vóór den datum geplaatst, terwijl zelfs minuten, telkens met 5 verstelbaar, aangegeven werden. De uur-aanduiding versprong automatisch door middel van een knop, terwijl de andere karakters gewoon met de hand versteld moesten worden. Alvorens een en ander kon geschieden, moest eerst een pal ingedrukt worden, waarmede de karakters vastgehouden werden. De middellijn bedroeg 33 mm. Proef Tweede stempel Deze stempel werd niet in gebruik gegeven. Een tweede exemplaar werd aangemaakt, eveneens voor s Gravenhage, op dezelfde grootte en met dezelfde dagteekening als de gewone handraderstempels. Deze stempel werd in Juli 1930 op proef in gebruik genomen. De resultaten maakten het wenschelijk de proef ook uit te breiden tot Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, waarmede in Januari 1931 begonnen werd. Bij de uitgebreide proefneming bleek echter niet, dat deze stempels te verkiezen waren boven de in gebruik zijnde dagteekeningstempels, zoodat geen aanleiding bestond tot invoering van deze Fransche stempels over te gaan. Van de bij de proefneming gebruikte stempels werden in 1932 die voor Utrecht en s Gravenhage wegens een defect buiten gebruik gesteld; die voor Amsterdam en Rotterdam deelden dit lot reeds eerder. 9
AMSTERDAM KBPR 0024 Vervaardigd in Parijs Het stempel werd verzonden op.. 1930. Gebruiksperiode van.. 1930 tot.. s GRAVENHAGE KBPR 0026 Vervaardigd in Parijs Het stempel werd verzonden op.. Gebruiksperiode van 1930.. tot.. ROTTERDAM KBPR 0027 Vervaardigd in Parijs Het stempel werd verzonden op.. 1931. Gebruiksperiode van.. tot.. 10
UTRECHT KBPR 0028 Vervaardigd door De Munt in januari 1931. Het stempel werd verzonden op 8 januari 1931. Gebruiksperiode van 9 januari 1931 tot.. Algemene vermeldingen in de dienstorders over het gebruik van het stempel. Dienstorder No 72 van 14 februari 1907: Er worden nieuwe formulieren n os. 184 en 206 in gebruik gesteld, waarop voorkomen waardekringen, ter aanduiding van het bedrag der guldens van den telegrafisch en postwissel, door middel van een of meer afdrukken van den dagteekeningstempel in de betrekkelijke kringen. B.v. bij een postwissel groot ƒ 139.75 is de dagteekeningstempel af te drukken in de kringen 100, 30 en 9. Indien het afdrukken van denstempel slechts in één of twee der drie reeksen van kringen te pas komt, worden de niet gebruikte reeksen of reeks met de pen doorgehaald. Op postwissels (beneden ƒ 1.-- wordt de stempelafdruk rechts van de woorden "Telegrafische Postwissel No." resp. "Mandat Télégraphique No....de," en binnen de dubbel omlijnde ruimte, geplaatst. Het doorslagwerktuig behoort voor de aanduiding van het bedrag van een telegrafischen postwissel niet meer te wol:den gebezigd. Een eerste voorraad der nieuwe formulieren zal ambtshalve aan de kantoren worden toegezonden, bij ontvangst waarvan de oude formulieren behooren te worden vernietigd. Dienstorder No 192 van 26 april 1907: Eene nieuwe Instructie betreffende den dienst der quitantiën, enz., (Titel V, Hoofdstuk IX der V.P.) zal eerlang aan de kantoren worden toegezonden. De daarin vervatte gewijzigde bepalingen treden 1 Juni a.s. in werking. De aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op de navolgende punten. Aanbieding. Art. 1. Een nieuw model postquitantie (formulier N. 263), waarop meer ruimte is opengelaten voor de stempeling en nommering, is bij het Hoofdbestuur verkrijgbaar. Na ontvangst van exemplaren van het nieuwe model is het oude te vernietigen. Art. 2. 1. Quitantiën waarvan de vertooning voor zicht (eerste aanbieding) later moet plaats vinden dan den vijfden dag na dien van ter postbezorging, zoomede die, welke reeds tweemaal bij een borderel N o 252 of 252* zijn aangeboden, worden niet ter invordering aangenomen. Art. 5. De dagteekeningstempel in den linkerbovenhoek aan de voorzijde der aangeboden quitantiën te plaatsen; de nommers in breukvorm met blauw potlood daaronder of daarneven. Numeroteur-afdrukken met blauwen inkt. De stempelafdrukken en nommers der eerste aanbieding bij eene tweede aanbieding door te halen. Art. 6. Op elk borderel N 255 zooveel quitantiën in te schrijven als de beschikbare ruimte toelaat, teneinde het te behandelen aantal formulieren niet onnoodig te vermeerderen. Art. 7. 1. De borderellen N 255 bij aankomst bovenaan te voorzien van een volgnommer, ter rechterzijde van de bedragen de volgorde van inschrijving der quitantiën door een volgnommer op die borderellen aan te geven. Een afdruk van den dagteekeningstempel in den rechterbovenhoek aan de voorzijde der in te vorderen quitantiën te plaatsen; de nommers in breukvorm met rood potlood daaronder of daarneven. Numeroteurafdrukken in rooden inkt. 2. Splitsing der aan te bieden quitantiën:, 1 in die voor den bestelkring van het hoofdkantoor; 2 in die voor de hulppostkantoren bestemd. Dagelijksche aanteekening op een legger N 256, -welke is te voorzien van een afdruk van den dagteekeningstempel, - van de door de bestellers en postboden ter invordering aan te bieden quitantiën. 11
De in te vorderen quitantiën aan te wijzen met het volgnommer van het betrekkelijke borderel N o 255 en het volgnommer van inschrijving op dat borderel (zie 1.) 3. De quitantiën onder de hiervoren bedoelde volgnommers, met vermelding van de namen der schuldenaren, in de zakboekjes N os 257 en 51 in te schrijven. 6. De quitantiën onder dezelfde volgnommers op nota's N 258 in te schrijven. Bij de toezending der nota 's N 258 met quitantiën en wissels aan de hulppostkantoren, daarvan aanteekening te houden op het advies N 138*. Art. 8. De reden der niet-betaling en de datum van tweede aanbieding aan de achterzijde der quitantiën te vermelden. Art. 12. I. Dagelijksche afsluiting der zakboekjes N os. 257 en 51.,2. Idem van den legger N 256. 3. De uitgestelde quitantiën te sorteeren naar den datum van tweede aanbieding en op de aangewezen dagen tegelijk met de voor de eerste maal aan te bieden quitantiën andermaal op den legger N 256 in te schrijven. 4. Dagelijksche aanteekening van de totale ontvangst volgens de zakboekjes N s 257 en 51, en nota's N 258, op den legger N 256. Art. 13. 1. Afschrijving op de borderellen N, 255, De betaalde bedragen op adviezen N o 261 in te schrijven; de onbetaalde quitantiën in omslagen N 261a te verzenden. 3. Dagelijksche aanteekening der adviezen N 261 op den staat N 259 (Het register N 256 vervalt). 4. De tijdige afdoening der quitantiën dagelijks op de borderellen N o 255 na te gaan. Verzoeken om afrekening op een formulier N 255a te schrijven. Kennisgeving van telegrafische opvrage aan den directeur-generaal. 5. Dagelijksche optelling van den staat N 259. Vergelijking van het dagtotaal van den staat n o 259 met het totaal der afrekening, vermeld op den legger n o 256, mag niet worden verzuimd. Afrekening. Art. 14. 1. In het register N 254 nevens de ingeschreven borderellen N os 252 en 252* alleen aanteekening te houden van de data van verzending van het formulier N o 253* en van de afrekening (De kolommen voor overbrenging van loopende borderellen vervallen; die voor de statistiek en het geheven recht worden overgebracht in het register N 260*). 2. Bij afrekening de dagteekeningstempel op het formulier N 253* af te drukken en het aantal betaalde en onbetaalde quitantiën daarop aan te teekenen. De uitbetaalde bedragen dagelijks aan te teekenen in een register N o 260*, waarin tevens aantal en bedrag der aangeboden en geweigerde quitantiën en het geheven recht is te vermelden. Art. 15. 1. Het register N 260* maandelijks af te sluiten. De staat N 260 behoort in totaal met het register overeen te stemmen. De dagtotalen van den staat N 259 op de laatste bladzijde over te brengen en samen te tellen. De staat N 259, of een afschrift daarvan, maandelijks tegelijk met den staat N 260 en bijlagen aan den directeur-generaal in te zenden. Dienstorder No 193 van 2 mei 1907: Het is gebleken, dat de spaarbankboekjes geene voldoende ruimte aanbieden om de z.g. typenraderstempels van kantoren met eenigszins omvangrijken naam op de daarvoor bestemde plaats af te drukken. Daarom wordt bepaald dat, zoo mogelijk, een dagteekeningstempel met losse karakters voor den dienst der Rijkspostspaarbank beschikbaar moet worden gehouden. Aanvragen om nieuwe dagteekeningstempels, ten einde die met losse karakters uitsluitend voor den spaarbankdienst te kunnen bezigen, behooren zoo spoedig mogelijk te worden ingezonden. Dienstorder No 607 van 5 december 1907: Het blijkt, dat het voorschrift betreffende de stempeling van antwoord-coupons (Verz. n o 26 van het loopend jaar, bladz. 10, sub II, laatste lid) niet nauwkeurig wordt opgevolgd. O.a. kwam van eene buitenlandsche Administratie bericht, dat van 11 ter inwisseling aangeboden Nederlandsche antwoord-coupons er 8 ongestempeld waren en op 3 de afdruk van den dagteekeningstempel gesteld was op de plaats, bestemd voor den stempelafdruk van het kantoor van inwisseling. Zeer nauwkeurige opvolging van het voorschrift wordt met nadruk aanbevolen. 12
Stempeling op verzoek Dienstorder H. 354 van 20 mei 1931 luidde: 1. Aan verzoeken van het publiek, om frankeerzegels gehecht op gedrukte stukken, welke daartoe aan de directeuren of andere postambtenaren worden toegezonden, van een stempelafdruk van hun kantoor te voorzien en deze stukken daarna aan het daarop voorkomende adres door te zenden, mag worden voldaan. Bedoelde stempeling mag echter alleen geschieden met den dagteekeningstempel waarmede de correspondentie wordt gestempeld. De kantoren, die in het bezit zijn van een rolstempel tot het stempelen van correspondentie, kunnen desgewenscht, stempelafdrukken met dezen stempel aanbrengen. Een verklaring als bedoeld in art. 482 der V.P. Bnl. (dit onder den stempel van dit kantoor adres te verleenen) behoeft op de gedrukte stukken niet te worden gesteld. 2. Art. 482 der V.P. Bnl. en art. 120 der V.P.H. zullen worden aangevuld. De Tweede Wereldoorlog 1940-1945 Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en daarmee de bezetting van Nederland vanaf 10 mei 1940, had vele gevolgen voor het postale verkeer. Verbindingen werden verbroken of tijdelijk gestaakt. Indien van toepassing is daarvan melding gemaakt in de inventarisatie. Nagemaakte stempels In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van juli/augustus 1975 is een artikel opgenomen met de titel: Zwendel met valse poststempels, valse opdrukken en valse keurmerken. In dit artikel zijn voorbeelden genoemd van valse afdrukken van typenraderstempels. De stempels zijn in kunststof of rubber vervaardigd met behulp van afdrukken van de originele stempels. Als voorbeelden worden genoemd: AMSTERDAM-CENTRAAL STATION 19 en AMSTERDAM-CENTRAAL STATION 29 met de data 2.I.19/1940 en 1.XI.19/1942 GOES 7 met de data 2.I.19/1940 en 1.XI.19/1942. 13
s-gravenhage 76 met de datum 8.V.67.9 ROTTERDAM 62 met de datum 18.XII.65.14 UTRECHT 2 met de data 18.XII.15/1941 en 16.IX.15/1942 Valse afdrukken van poststempels worden regelmatig gesignaleerd. vals.??? echt.!!! Zeldzame gestempelde postzegels en poststukken met daarop zeldzame zegels die gestempeld zijn kan men het beste laten keuren door een keuringscommissie. Zowel de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelhandelaren (N.V.P.H.) als de Nederlandse Bond van Filatelisten-Verenigingen hebben een keuringsdienst waar stempelafdrukken kunnen worden gekeurd. 14
De Noordoostpolder (N.O.P.) vanaf 1942 In de voormalige Zuiderzee is de Noordoostpolder drooggevallen op 9 september 1942. De polder ligt binnen een meerdijk van 54 kilometer lengte. Voor de ontginning waren gedurende de Tweede Wereldoorlog ongeveer 8.500 mannen werkzaam, die waren gehuisvest in 27 kampen. Velen van deze pioniers waren onderduiker, omdat ze door de Duitse bezetter werden gezocht. Vandaar de bijnaam N-O-P (Nederlands-Onderduikers-Paradijs). In een aantal werkkampen was een hulppostkantoor gevestigd. Stempelafdrukken en aantekenstrookjes zijn bekend van Ens, Enservaart, Lemstervaart, Luttelgeest, Marknesse, Marknesse-Zuid, Kadoelen, Oostvaart, Ramspol, Schokland, Schoterbrug, De Voorst en Zwartemeer. De meeste van deze kampen zijn medio jaren veertig weer opgeheven en dus niet tot permanente woonkernen uitgegroeid. Er werden uiteindelijk tien woonkernen gesticht met de volgende namen: Creil, Emmeloord, Ens, Espel, Kraggenburg, Luttelgeest, Marknesse, Nagele, Rutten en Tollebeek. Verder vindt men er de buurstschappen Ramspol, Zwartemeer, De Voorst, Kadoelen, Schokkerhaven, Kamperhoek, Rotterdammerhoek, Friesehoek en Schoterbrug. De hulpkantoren waren vooral bedoeld om de polderwerkers, door middel van postwissels, hun loon uit te betalen. Echt (niet filatelistisch gebruikte) stukken zijn zeldzaam. (Bron: F. van de Hoven, De Topografische Gids van Nederland ) De Openbalkstempels van De Munt In het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie van 1951 werd het volgende artikeltje opgenomen: Zoals reeds eerder in deze rubriek werd vermeld, streven de Posterijen nog steeds naar een verbetering van gebruikte poststempels, waartoe men de laatste tijd geëxperimenteerd heeft met sternpels uit Tsjechische, Zwitserse en Zweedse herkomst. Het Zwitserse type, waarvan in 's- Gravenhage de nummers 61 en 62 gebruikt zijn (en misschien nog steeds gebruikt worden) heeft thans als voorbeeld gediend voor een geheel nieuw type, vervaardigd -evenals alle poststempels in metalen uitvoering- door 'srijks Munt te Utrecht. Als eerstelingen verschenen de nummers 68 en 69 voor 's-gravenhage, van één waarvan wij hierbij een afbeelding geven. In tegenstelling tot de bestaande stempels is thans de middenbalk aan weerszijden open en tengevolge van het feit, dat het cijfertype van datum en uur veel slanker geworden is, kan nu wederom, evenals in de van 1905 tot 1915 gebruikte typen, het jaartal in deze middenbalk opgenomen worden. Het stempelnummer, dat vroeger in het onderste segment geplaatst was, neemt nu de plaats van het jaartal in. Ook de letters van de plaatsnaam zijn veel smaller. Naar wij vernemen, zal dit model thans definitief voor alle nieuw te vervaardigen stempels toegepast worden, waarmede het thans gebruikte, na een 36-jarige periode (van 1915-1927 mét 12-uursaanduiding en van 1927-1951 met 24-uursaanduiding) weer langzamerhand tot het verleden zal gaan behoren. 15
Stempelfabriek NUMEROFA N.V. De stempelfabriek NUMEROFA NV was gevestigd te Amsterdam. De fabriek stond aan de Jacob van Lennepkade 66-68 in Amsterdam-West. Eind 2005 werd bij toeval een stempelboek aangetroffen bij een verzamelaar. In het stempelboek, in de vorm van een blauw gelinieerd schrift met harde kaft, is een technische tekening opgenomen van een openbalkstempel AMSTERDAM 99. Een afdruk van het stempel komt echter niet voor in het stempelboek. Het is dan ook niet duidelijk, wanneer het stempel werd afgeleverd en naar het postkantoor te Amsterdam werd gezonden. Het stempel werd gebruikt aan het filatelieloket en werd op 13 oktober 1966 afgekeurd vanwege de beschadigde horizontale binnenbalken. Het stempel werd vernietigd op 8 februari 1967. Een nieuw stempel met verend heft, geleverd door de fa. Braungardt (cilinderbalk stempel) werd verstrekt op 3 januari 1967. Helaas komt in het stempelboek geen verder informatie voor over de productie van de stempels. 16
Numerofa stempels met los jaarkarakter In maart 1959 werden twee openbalkstempels opgeleverd door de fa. Numerofa, waarbij de jaarkarakters, net als in de kortebalkstempels, jaarlijks vervangen moesten worden. Het waren stempels voor het hulppostkantoor Oostzaan met de volgnummer 1 en 2. Deze twee stempels werden op 12 april 1959 in gebruik genomen en op 24 november 1969 vervangen door cilinderbalkstempels. Afdrukken in het stempelboekje van Numerofa De afdrukken in rood zonder datum- en uurgegevens zijn afkomstig van hamerstempels. 17
Soms werden afdrukken met blauwe stempelinkt aangebracht: Doch meestal in zwarte stempelinkt: Het stempel ONTVANGEN In het stempelboekje is een bladzijde opgenomen met afdrukken van 12 genummerde stempels met de tekst: ONTVANGEN. Het is niet duidelijk of deze 12 stempels bestemd waren voor de postdienst dan wel uitsluitend voor intern gebruik binnen het Staatsbedrijf der P.T.T. of een andere instantie. 18
Afdrukken van de stempels met kortere plaatsnamen Bij kortere plaatsnamen werden door De Munt nog kruisen aangebracht in het segment waarin de plaatsnaam was opgenomen. Dit om te voorkomen, dat de blanco segmenten snel zouden vollopen met stempelinkt, waardoor vuile afdrukken zouden ontstaan. De stempels, vervaardigd door de fa. Numerofa, hebben dergelijke kruisen niet. Daardoor zijn zeer veel stempelafdrukken inderdaad vuil geworden. In het voorbeeld van MAURIK 1 is de eerste afdruk nog netjes, maar de tweede afdruk vertoont al inktvlekken. De voorbeelden van de afdrukken van OLDEBROEK 2, GELDROP 3 en SITTARD 1 spreken voor zich. Het zijn vooral de afdrukken van hamerstempels die sterk gevlekt zijn. Zoals bijvoorbeeld de hamerstempels EINDHOVEN 6 en EINDHOVEN 9. 19
Vage afdrukken Door de inktkussens te weinig te beinkten, komen vage afdrukken veelvuldig voor. Een voorbeeld met de stempels JOURE 4 en 5 gedurende een aantal jaren: 1978 1980 1983 1978 1982 1987 Kortebalkstempels Numerofa De fa. Numerofa heeft naast de openbalkstempels ook enkele kortebalkstempels vervaardigd. Toepassing van provincienamen In de stempels komen soms verkortingen voor van de provincienamen, als de betreffende postinrichting in meer provincies voorkomt. Dat de verkortingen niet altijd op dezelfde wijze werden geschreven, met en zonder punten, of in hetzelfde lettertype of grootte werden aangebracht, is in de volgende afbeeldingen te zien. 20
Vermelding CENTRAAL STATION in stempels Amsterdam Ook de vermelding van de toevoeging CENTRAAL STATION in de stempels van Amsterdam komen drie verschillende schrijfwijzen voor: Openbalkstempels voor de zogenoemde Overzeese Rijksdelen. Stempels Eerste dag van Uitgifte voor Nieuw-Guinea De inventarisatie van de stempels ten behoeve van gebruik in de voormalige Nederlandse koloniën valt buiten het bestek van deze inventarisatie. 21