Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn latere wijzigingen;



Vergelijkbare documenten
BEKENDMAKING VAN HET OPENBAAR ONDERZOEK VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG KLASSE 1

MLAV1/ /MV/bd

MLAV1/ /MV/lydr.

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

MLAV1/ /RP/si

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

2/MLAV1/ /JB/AB Milieuvergunningen

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE N.V. BP CHEMBEL MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2440 GEEL, AMOCOLAAN.

Besluit van de Deputatie

Besluit van de Bestendige Deputatie

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

Besluit van de Bestendige Deputatie

MLAV1/ /RP/bd

Gelet op het feit dat op datum van 23 november 1992 de milieuvergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig werd verklaard of geacht;

LSDC nv, Kempische Steenweg 311 bus 4.01 te 3500 Hasselt, heeft een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

HOUDENDE VERGUNNING AAN MATTHIJSSEN HERMAN VOOR HET VERANDEREN VAN EEN INRICHTING GELEGEN TE 2960 BRECHT, HOEKSTRAAT 26.

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Rubrieken : Rubrieknr. Omschrijving (wettelijke) Omschrijving (vrije)

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Besluit van de Deputatie

MLAV1/ /MV/pn.

MLVER/ /PAG/sdv

Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV BP CHEMBEL MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2440 GEEL, AMOCOLAAN 2.

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN EEN WIJZIGING VAN MILIEUVERGUNNINGSVOORWAARDEN EN OPENBAAR ONDERZOEK

college van burgemeester en schepenen Zitting van 14 augustus 2015

OVER DE MEDEDELING VAN VERANDERING VAN DE NV PROVIRON INDUSTRIES MET BETREKKING TOT EEN INRICHTING, GELEGEN TE 2620 HEMIKSEM, G. GILLIOTSTRAAT 60.

MLAV1/ /RTH/vive

BEKENDMAKING VAN EEN BESLISSING OVER EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG

p r o v i n De deputatie van de provincie Limburg

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

p r o v i n c i e Limburg

Besluit van de Deputatie

p r o v i n c i e L i m b u r g

34013/110/1/W/1. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad,

o v in c i e Limburg De deputatie van de provincie Limburg 1/5

overslag van 200 ton oude metalen deel van de totale opslag van maximaal 2000 ton - en 60 ton

Gelet op het M.B. d.d waarbij in beroep het besluit d.d van de Bestendige Deputatie wordt bevestigd;

34041/112/1/A/2. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad,

Dossiernummer 7C/32030/129/1/M/1

AMV/ /1000. Ministerieel besluit houdende uitspraak over een aanvraag tot afwijking

BEKENDMAKING VAN EEN BESLISSING OVER EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG

Bijlage C5: CHECKLIST HORECA MILIEUREGELGEVING VLAREM Aangepast aan nieuwe indelingslijst d.d. 23/2/2017

Departement Behandeld door Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Stedelijke Ontwikkeling Dennis De Caluwé DDC/17/0021/ddc 25/01/17

VLAAMSE REGERING. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,

Uittreksel uit de notulen van Omgevingscollege van 13 november 2018

Besluit van de Deputatie

OVER DE VERGUNNINGSAANVRAAG VAN DE NV BASF ANTWERPEN MET BETREKKING TOT EEN CHEMISCH BEDRIJF, GELEGEN TE 2040 ANTWERPEN, HAVEN 725, SCHELDELAAN 600.

p r o v i n Ruimte De deputatie van de provincie Limburg

college van burgemeester en schepenen Zitting van 30 januari 2015

p r o v i n c i e Limburg

p r o v i n Ruimte De deputatie van de provincie Limburg

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

p r o v i n Ruimte De deputatie van de provincie Limburg

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

Besluit van de Deputatie

p r o v i n c i e Limburg

Besluit van de Deputatie

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/ /1026

MLAV1/ /FL/DL

BESLUIT VAN DE BESTENDIGE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD

college van burgemeester en schepenen Zitting van 9 november 2012

veranderen door uitbreiding met : - de lozing van huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering (R 3.3.);

ADVERTENTIE MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG KLASSE 1

p r o v i n De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg

p r o v i n Ruimte De deputatie van de provincie Limburg

Openbaar onderzoek: 5 april 2005 tot en met 4 mei 2005.

Gewestdirectie Dienst Milieuvergunningen

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN EEN WIJZIGING VAN MILIEUVERGUNNINGSVOORWAARDEN EN OPENBAAR ONDERZOEK

BIJLAGE B : Voorbeeld van een ingevulde melding

college van burgemeester en schepenen Zitting van 19 februari 2016

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet), zoals gewijzigd bij latere decreten;

p r o v i n c i e Limburg

college van burgemeester en schepenen Zitting van 2 december 2016

VLAREM I Bijlage 1 - rubriek Gevaarlijke producten

college van burgemeester en schepenen Zitting van 29 januari 2016

Gewestdirectie Departement Leefmilieu Dienst Milieuvergunningen

:.~~'l. ::?i. n'l AMV/ /1017

college van burgemeester en schepenen Zitting van 5 februari 2016

ADVERTENTIE BESLISSING MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG KLASSE 1

VLAAMSE GEMEENSCHAP AMV/ /1011

Besluit van de Deputatie

AMV' '1001 DE VLAAMSE MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW,

VLAAMSE REGERING AMV/ /1007B

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals gewijzigd bij de decreten van 7 februari 1990 en 12 december 1990;

ALLIANCE INTERNATIONAL BVBA

BEKENDMAKING VAN EEN MILIEUVERGUNNINGSAANVRAAG EN OPENBAAR ONDERZOEK

p r o v i n c i e Limburg

Besluit van de Deputatie

MLVER/ /RTH/AG/sdv

Transcriptie:

p r o v i n 3 d e D i r e c t i e Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Natuur S e c t i e 3. 3. 1 Milieu en Natuur - Vergunningen De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn latere wijzigingen; Gelet op het besluit van 6 februari 1991 van de Vlaamse Executieve, houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning en zijn latere wijzigingen (hierna afgekort als Vlarem I); Gelet op het besluit van 1 juni 1995 van de Vlaamse regering, houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn latere wijzigingen; Gelet op de volgende vergunningen en beslissingen die met betrekking tot de exploitatie van de hierna vermelde inrichting reeds werden getroffen en op datum van indiening van de hierna vermelde milieuvergunningsaanvraag van toepassing zijn: - besluit d.d. 1996-12-12 van de bestendige deputatie inzake de verdere exploitatie en verandering van een inrichting voor de productie van drie verschillende chemische halffabrikaten (fenolharsen, verzadigde polyesters en chlorendisch zuur) voor een termijn van 20 jaar; - besluit d.d. 1999-09-02 van de bestendige deputatie voor het veranderen van de vergunde inrichting; - besluit d.d. 2002-02-07 van de bestendige deputatie tot aktename van de mededeling van verandering voor het veranderen van de vergunde inrichting; - besluit d.d. 2002-10-10 van de bestendige deputatie voor het veranderen van de vergunde inrichting; Gelet op de op 2003-03-20 ingediende aanvraag van de NV DUREZ EUROPE, Henry Fordlaan 80 te 3600 GENK (btw-nr. 403.125.169) voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het veranderen (uitbreiding en wijziging) van de vergunde inrichting voor de productie van drie verschillende chemische halffabrikaten (fenolharsen, verzadigde polyesters en chlorendisch zuur) door: 1. uitbreiding van hoeveelheid gevaarlijke producten (rubriek 17.2.2.) door: - bijkomende opslag van 200 ton fenol (giftig product) - uitbreiding van de opslag van gevaarlijke producten in verplaatsbare recipiënten - actualisatie van de indelingsrubrieken door herindeling van de producten (gewijzigde wetgeving) - in het kader van de VR-plicht moet niet alleen de effectieve opslaghoeveelheid maar ook de mogelijk aanwezige hoeveelheid op het terrein en in productie worden meegeteld 2. vergunde rubrieken 17.2.1., 17.3.2.3., 173.4.3. en 17.3.5.2 vervallen en worden vervangen door rubriek 17.2.2.

3. interne verplaatsing en wijziging van de vergunde tackifier-unit 4. vermindering van de productie aan chlorendisch zuur (rubriek 7.11.1.h) zodat de inrichting na de verandering de volgende ingedeelde activiteiten omvat: - (rubriek 3.3.) : het lozen van niet in rubriek 3.6. begrepen huishoudelijk afvalwater in de openbare riolen (het lozen in de riolering van ca. 1.300 m³/j sanitair en huishoudelijk afvalwater en regenwater afkomstig van het administratief gebouw en sanitair afvalwater van de kleedkamer en het badlokaal) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 3.6.3.1 ) : afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie, voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat één of meer van de in bijlage 2C bij titel I van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5. ingedeelde inrichtingen (het lozen in de riolering na behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie (bestaande uit o.a. opslagtanks, neutralisatietanks, zandfilter, lamellenfilter en actieve koolfilters) van bedrijfsafvalwater met een max. debiet van 18 m³/u, 432 m³/dag en 100.000 m³/jaar) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 7.1.2.) : niet elders ingedeelde inrichtingen voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën waarbij gebruik gemaakt wordt van alkylering, aminering met ammoniak, carbonylering, condensatie, dehydrogenering, verestering, halogenering en fabricage van halogenen, hydrogenering, hydrolyse, oxydatie, polymerisatie, ontzwaveling, synthese en omzetting van zwavelhoudende verbindingen, nitrering en synthese van stikstofhoudende verbindingen, synthese van fosforhoudende verbindingen, distillatie, extractie, solvatatie, menging (mengen en malen (sommige fenolharsen ondergaan een verdere verwerking zoals breken, malen en mengen met additieven en worden dan verpakt ca. 4.000 ton/jaar, alkylering, condensatie, verestering, hydrolyse, polymerisatie, extractie, aminering met ammoniak - ca. 3.000 ton/jaar) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 7.11.1.h.) : chemische installaties voor de fabricage van organisch-chemische basisproducten, zoals kunststof-basisproducten polymeren, kunstvezels, cellulosevezels (- productiecapaciteit van in totaal ca. 37.500 ton/jaar aan volgende fabrikaten: - fenolharsen: ca. 25.000 ton/jaar - polyester: 3.500 ton/jaar - para-tertiare-octyl-fenol (PTO): 9.000 ton/jaar -productie van ca. 2.700 ton/jaar chlorendisch zuur, het Acid) (klasse 1) (vermindering, de productiecapaciteit voor chlorendisch zuur verminderd van 5.500 ton/jaar naar 2.700 ton/jaar, het overige wijzigt niet); - (rubriek 12.2.2.) : transformatoren (een transformator met een nominaal vermogen van 2.000 kva) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 12.3.1.) : vast opgestelde batterijen (drie vast opgestelde batterijen voor noodstroomvoorziening ter beveiliging van veiligheids- en computerinstallaties met een totaal van ca. 15.000 Ah) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 12.3.2.) : vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren (vier batterijladers (4 x 7,6 kw) voor heftrucks en mobiele palettrucks met een totaal geïnstalleerd vermogen van ca. 31 kw, evenals een lader van de noodstroomaccu s van 16 kw het geïnstalleerd totaal vermogen bedraagt ca. 47 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 15.1.1.) : al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens (stalplaatsen voor max. 20 motorvoertuigen) (klasse 3) (reeds vergund, wijziging door kleine verplaatsing parking);

- (rubriek 15.2.) : werkplaatsen voor het herstellen van motorvoertuigen, met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden, andere dan bedoeld in rubriek 15.3. (werkplaats voor het herstellen van motorvoertuigen) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 16.3.1.2.) : koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren en airconditioninginstallaties (totale geïnstalleerde drijfkracht: ca. 545 kw: - meerdere airconditioningsinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van ca. 45 kw - een koelplaats voor het bewaren van producten met een drijfkracht van 12 kw - drie koelers voor ijswater met een vermogen van resp. 1 x 125 kw en 2 x 55 kw - drie persluchtcompressoren met een vermogen van resp. 33 kw en 2 x 110 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.3.2.2.) : inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen, andere dan onder 16.3.1. en 16.9.c. (meerdere vacuümpompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 140 kw (1 x 2,5 kw, 3 x 4 kw, 7 x 7,5 kw, 1 x 11 kw, 1 x 7 kw en 1 x 55 kw)) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.7.2.) : opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in verplaatsbare recipiënten (opslagplaats voor gassen (o.a. zuurstof, perslucht, stikstof, acetyleen, argon, ) in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van max. 5.000 liter) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.8.3.) : opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in vaste reservoirs, uitgezonderd deze van drukvaten deeluitmakend van compressoren en uitgezonderd buffervaten (drie opslagtanks voor stikstofgas met een waterinhoudsvermogen van respectievelijk 5.000 liter, 21.500 liter en 115.000 liter totale opslagcapaciteit: 141.500 liter) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.2.1.) : industriële activiteiten en opslagplaatsen met risico s van zware ongevallen, inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 2, gevoegd bij titel 1 van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (reeds vergund voor een opslag van 190 m³: Diïsobutyleen (max. 2x43.000 liter), Monochloorbenzeen (max. 1x20.600, 1x10.500 en 1x12.600 liter), max. 60.000 kg van volgende stoffen: aceton, methanol, methylethylketon, xyleen, harsen opgelost in oplosmiddelen, tolueen, ethylalcohol en gelijksoortige stoffen); - (rubriek 17.2.2.) : industriële activiteiten en opslagplaatsen met risico s van zware ongevallen, VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 3, gevoegd bij titel 1 van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn maximaal aanwezige opslag (zowel in vaste houders, verplaatsbare recipiënten en in proces ) van: - zuurstof: 0,8 ton (reeds vergund voor 5.000 liter gasopslag - acetyleen: 0,2 ton in rubriek 16.7.2.) - methanol: 6 ton (reeds vergund in rubriek 17.3.4.3.) - zeer giftige producten: 19,5 ton (reeds vergund) - giftige producten: 700 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 175,5 ton) - zeer licht ontvlambaare producten: 5 ton (reeds vergund) - licht ontvlambare producten: 200 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 155 ton)

- ontvlambare producten: 300 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 95 ton) - milieugevaarlijke producten (R50): 200 ton (uitbreiding door wijziging wetgeving) - milieugevaarlijke producten (R51 / 53): 220 ton (uitbreiding door wijziging wetgeving) (klasse 1) (wijziging, nieuwe rubriek en uitbreiding, rubriek 17.2.1, rubriek 17.3.2.3., rubriek 17.3.4.3. en rubriek 17.3.5.2. vervallen en worden vervangen door rubriek 17.2.2 omwille van de VR-plicht); - (rubriek 17.3.2.3 ) : inrichtingen voor de opslag voor zeer giftige, giftige en ontplofbare stoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (vergund voor de opslag van ca. 195 ton giftig formaldehyde, fenol, orthocresol en hexachlorocyclopentadieen); - (rubriek 17.3.3.3 ) : opslagplaatsen voor oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen (totale opslag bedraagt max. 3.500.000 kg waarvan max. 150 ton corrosieve, max. 1.200 ton irriterende en max. 2.800 ton schadelijke stoffen) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.4.3 ) : opslagplaatsen voor zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (vergund voor de opslag van 90.000 liter diïsobutyleen en ca. 70.000 liter aceton, xyleen, methanol enz. de totale hoeveelheid bedraagt ca. 160.000 liter); - (rubriek 17.3.5.2 ) : opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2.) (klasse 2) (vergund voor de opslag van harsen en monochloorbenzeen met oplosmiddelen de totale hoeveelheid bedraagt 95.000 liter); - (rubriek 17.3.6.3 ) : opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55 C, maar dat 100 C niet overtreft (opslag van max. 1.700.000 liter waaronder vier houders van respectievelijk 1.000.000 liter (fenolhoudend afvalwater), 50.000 liter (gasolie) en 2 x 1.000 liter (gasolie), verder in verplaatsbare recipiënten) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.7.2 ) : opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 100 C (opslag van max. 800.000 liter P4-producten waaronder twee houders met vloeibare harsen van respectievelijk 24.000 liter en 26.000 liter, verder in verplaatsbare recipiënten) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.8.3 ) : opslagplaatsen voor milieugevaarlijke stoffen (opslag van max. 200 ton milieugevaarlijke stoffen, andere dan in rubriek 17.2.2.) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.9.1 ) : brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, zijnde installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en) (een verdeelpomp aangesloten op de houder van 1.000 liter gasolie) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 20.4.1.2.) : chemische inrichtingen voor de productie van alkenen, alkeenderivaten, monomeren en polymeren, niet begrepen in rubriek 7.3. (totale productiecapaciteit van de volgende fabrikaten bedraagt ca. 37.500 ton/jaar: - fenolharsen: ca. 25.000 ton/jaar - polyester: 3.500 ton/jaar - para-tertaire-octyl-fenol (PTO): 9.000 ton/jaar) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 23.3.) : opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 41 en 48 (opslag van van max. 1.600 ton kunststoffen) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 24.4.) : laboratoria andere dan bedoeld in rubriek 24.1.

(vijf laboratoria voor kwaliteitscontroles en proces- en productieontwikkeling en een pilootketel met een inhoud van 400 liter voor proces- en productieontwikkeling) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 29.5.2.1.) : smederijen, andere dan deze bedoeld in rubriek 29.5.1. en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal (een onderhoudswerkplaats uitgerust met toestellen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 10 kw) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 31.1.1.) : vast opgestelde motoren (een sprinklerdieselpomp met een vermogen van ca. 150 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 33.4.) : opslagplaatsen voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton (opslag van ca. 15 ton papieren en kartonnen verpakkingsmateriaal in een lokaal) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 39.1.3 ) : stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (twee stoomketels (niet voor elektriciteitsproductie) met een inhoud van 12.500 en 5.250 liter) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 43.1.3 ) : verbrandingsinrichtingen zonder elektriciteitsproductie : stookinstallaties, e.d. (het totaal warmtevermogen bedraagt ca. 13.627 kw: - vier verwarmingsketels voor centrale verwarming, met een totaal warmtevermogen van ca. 677 kw - twee verwarmingsketels voor thermische olie met een totaal warmtevermogen van ca. 2.950 kw - twee stoomketels met een warmtevermogen van ca. 10 MW) (klasse 1) (reeds vergund); op de kadastrale percelen, afdeling 5, Sectie F, nrs. 1334F25, 1334C32 en 1334E44 van de stad Genk, ter plaatse Henry Fordlaan 80; Gelet op het schrijven d.d.2003-03-28, waarbij de aanvrager in kennis werd gesteld dat zijn aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard; Gelet op de brief d.d. 2003-03-28, waarbij aan de burgemeester van de stad Genk, werd gevraagd over te gaan tot het organiseren van een openbaar onderzoek i.v.m. de ingediende milieuvergunningsaanvraag; Gelet op de brieven, d.d. 2003-03-28, waarbij conform artikel 35, 3 van Vlarem I, door de gemachtigde ambtenaar advies werd gevraagd aan: a) de Provinciale Milieuvergunningscommissie; b) het college van burgemeester en schepenen van en te Genk; Gelet op de brieven d.d. 2003-03-28, waarbij door de secretaris van de Provinciale Milieuvergunningscommissie advies werd gevraagd aan de belanghebbende adviserende besturen; Gelet op de stukken, waarbij wordt geattesteerd dat de milieuvergunningsaanvraag de vereiste publiciteit verkreeg, conform artikel 17 van Vlarem I; Gelet op het verslag van de informatievergadering d.d. 2003-04-23, bedoeld in artikel 18 van Vlarem I; Gelet op het P.V. d.d. 2003-04-07, van sluiting van het openbaar onderzoek, waaruit blijkt dat geen bezwaren werden ingediend; Gelet op het GUNSTIG advies, d.d. 2003-05-07, van het college van burgemeester en schepenen van Genk, omwille van volgende overwegingen:

- om toelevering tijdens de weekends en buiten de normale diensturen te overbruggen wordt een bijkomende opslag van 200 ton fenol voorzien in een ingekuipte houder. Hierdoor wordt het transport van gevaarlijke producten in de weekends en buiten de normale diensturen overbodig; - ten gevolge gewijzigde wetgeving wordt rubriek 17.2.2. (industriële activiteiten en opslagplaatsen met risico s van zware ongevallen) van toepassing ter vervanging van de reeds vergunde rubrieken 17.2.1., 17.3.2.3., 17.3.4.3. en 17.3.5.2.. - het bedrijf valt onder de Seveso II-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Hierdoor is het bedrijf verplicht een omgevingsveiligheidsrapport op te stellen. Dit rappport is opgesteld door Deloitte & Touche & Legal en werd door AMINAL, afdeling Aminabel conform verklaard. Uit dit rapport blijkt dat de externe mensrisico s, verbonden aan de activiteiten van de NV Durez Europe aanvaardbaar zijn. - dat vanuit milieuhygiëinisch standpunt t.o.v. water, bodem, lucht en lawaai geen abnormale milieuhinder te verwachten is; - dat vanuit veiligheidsoverwegingen de richtlijnen van de brandweer en de vooropgestelde milderende maatregelen vanuit de veiligheidsdeskundigen worden nageleefd:; Mits de volgende maatregelen omtrent de brandbestrijding: 1. de aanwezige brandbestrijdingsmiddelen m.n. de snelblustoestellen (8 P9) moeten steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeren. De brandbestrijdingsmiddelen moeten jaarlijks door een bevoegd persoon onderzocht worden. 2. De woning moet van de rest van het gebouw gescheiden zijn door wanden en vloeren met Rf 1 h en zelfsluitende deuren (geplaatst door een erkende plaatser) met Rf ½ h. Gelet op het GUNSTIG advies, d.d. 2003-04-28, van de Afdeling Milieuvergunningen van de AMINAL, omwille van volgende overwegingen: Beschrijving van de inrichting: In deze milieuvergunning wordt uitbreiding gevraagd voor een bijkomende fenolopslaghouder van 200 ton. Verder wordt de opslag van gevaarlijke producten beperkt uitgebreid, de herindeling van gevaarlijke producten (momenteel vergund onder de rubrieken 16.7.2., 17.2.1., 17.3.2.3., 17.3.4.3. en 17.3.5.2.) in de Vlarem- rubriek 17.2.2. gevraagd (VR-plichtig geworden, ondermeer vanwege de toepassing van de sommatieregel en rekening houdende met het principe van de hoofdeigenschap en de gewijzigde etikettering). Tevens wordt de interne verplaatsing (van de gaswasser en van de stoffilter) en de wijziging van de vergunde tackifier-unit (vier afvulsilo s i.p.v. twee afvulsilo s bij de pastilleereenheid), de vermindering van de productie aan chlorendisch zuur (van 5.500 ton/jaar naar 2.700 ton/jaar) alsmede een kleine wijziging aan de parking voor opleggers gemeld. Overeenkomstig art. 8. 1. van Vlarem I is de inrichting onderworpen aan de veiligheidsrapportageplicht. Overeenkomstig het Vlarem moet niet alleen de effectieve opslaghoeveelheid maar ook de moglijk aanwezige hoeveelheid op het terrein en in de productie worden meegeteld; Door het bijplaatsen van een opslaghouder van 200 ton fenol (in de nabijheid van de huidige fenolhouder van 94 ton) en rekening houdende met de hoeveelheid giftige producten tijdens het productieproces zal in de toekomst ook de VR-drempel voor de categorie van giftige producten overschreden worden; Vooraleer voor de geplande wijziging een vergunningsaanvraag kon ingediend worden was een conform verklaard veiligheidsrapport vereist; Het veiligheidsrapport werd op 2003-01-23 conform verklaard met conformiteitscode VR 03/03. Deze nieuwe fenolhouder wordt bijgeplaatst om een soepelere en ook veiligere bevoorrading van deze grondstof mogelijk te maken. Zo zou er maximaal naar gestreefd worden dat leveringgen van dit product tijdens de weekends of buiten normale diensturen niet noodzakelijk zijn. Dit brengt mee dat tijdens deze periodes op de

wegen minder transport is van gevaarlijke producten. De bestaande voorraadhouder van 100 ton fenol is te klein om een weekend zonder bijlevering te overbruggen. Er wordt geen bijkomende productiecapaciteit aangevraagd, integendeel wordt een vermindering gemeld van de productiecapaciteit van chlorendisch zuur ( het Acid ) van 5.500 ton/jaar naar 2.700 ton/jaar. Hierdoor zal er geen bijkomende hinder op het gebied van geluid, afvalwater en afval naar de omgeving zijn. In de toekomst zal, zoals momenteel, de opslag van gevaarlijke producten tot het stikt noodzakelijke beperkt blijven. Aspect lucht: De bijkomende fenolopslaghouder kan voor bijkomende ademverliezen (ontluchting) zorgen. Op jaarbasis bedraagt de totale emissie van fenol ca. 120 kg. Het aandeel ademverliezen wordt geschat op ca. 80 kg/jaar. Deze hoeveelheid zou nagenoeg niet toenemen door de bijkomende opslaghouder omwille van het feit dat de grootste emissie ontstaat bij het vullen van de opslaghouders omdat het aantal vulverrichtingen niet zal toenoemen tengevolge van de gelijkblijvende en vergunde productiecapaciteit. Jaarlijks worden de nodige emissiegegevens medegedeeld aan de bevoegde overheidsdiensten via het milieujaarverslag. Aspect grond- en bodemverontreiniging: De nieuwe bovengrondse ingekuipte verwarmde en geïsoleerde fenolhouder van 200 ton wordt bijgeplaatst in de nabijheid van de de huidige fenolhouder van 94 ton en naast de opslagplaatsen voor verplaatsbare recipiënten. Nabij de opslaghouder wordt een laadplaats, bestaande uit een vloeistofdichte vloer met opstaande randen aan drie zijden en aan de vierde zijde (loszijde) met een wegdraaiende vloeistofbarrière voorzien. Alle opslag van gevaarlijke vloeibare producten zal gebeuren binnen inkuipingen met voldoende capaciteit en dewelke zullen voldoen aan de Vlarem II-voorwaarden. De vaste producten (zakken, metalen vaten, big bags,..) worden gestapeld in magazijnen of op verharde betonnen oppervlakten. Aspect extern risico: In de toekomst zal, zoals momenteel, de opslag van gevaarlijke producten tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. De bijkomende fenolhouder van 200 ton wordt bijgeplaatst om een soepelere en ook veiligere bevoorrading van deze grodstof mogelijk te maken. Zo zou er maximaal naar gestreeft worden dat leveringen (transport en verhandelingen) van dit product tijdens de weekends of buiten normale diensturen niet noodzakelijk zijn, dit brengt ook mee dat tijdens deze periodes op de wegen minder transport is van gevaarlijke producten. De bestaande voorraadhouder van 100 ton fenol is te klein om een weekend zonder bijlevering te overbruggen. Overeenkomstig het Vlarem moet niet alleen de effectieve opslaghoeveelheid maar ook de mogelijk aanwezige hoeveelheid op het terrein en in de productie worden meegeteld. De inrichting wordt door de in dit aanvraagdossier gevraagde bijkomende activiteiten (de opslag aan giftige producten wordt vermeerderd tot max. 700 ton (drempel VR = 200 ton) VR-plichtig. Derhalve werd een veiligheidsrapport, opgesteld door een extern erkend veiligheidsdeskundige en conformverklaard met conformiteitscode VR 03/03, d.d. 2003-01-23, bij de milieuvergunningaanvraag gevoegd (bijl. 16). De nodige aandacht werd voorheen reeds besteed aan het aspect externe veiligheid. Durez heeft haar eerste risico-analyse inzake externe veiligheid reeds in 1992 laten opmaken door erkende veiligheidsdeskundigen. Naast het aspect externe veiligheid werd toen eveneens aandacht besteed aan mogelijke milieu-impact bij incidenten. Deze risicoanalyse werd geactualiseerd in 1996 in het kader van de hervergunning van het bedrijf.

Het huidig omgevingsveiligheidsrapport werd opgemaakt uitgaande van de aanwezigheid van 60 ton zeer giftige producten. In dit aanvraagdossier wordt maximum 19,5 ton aangevraagd. Deze wwijziging is het gevolg van het feit dat oorspronkelijk uitgegaan werd van een continue productie van chlorendisch zuur ( het Acid ). Deze continue productie had als gevolg dat om de weekends te overbruggen maximum 2 containers op het bedrijf aanwezig moesten zijn. Recent werd beslist om, teneinde de aanwezigheid van giftige producten te beperken, de productie van het chlorendisch zuur tijdens de weekends te vertragen zodat een reserve van 40 ton niet meer langer zou nodig zijn. In het veiligheidsrapport wordt in hoofdstuk VII: Algemeen Besluit gesteld dat de externe risico s voor de inrichting zoals beoogd na doorvoering van de geplande wijzigingen in overeenstemming zijn met de toegepaste risicocriteria. Van de geplande wijziigngen is het enige wat invloed heeft de verlaging van de productiecapaciteit van chlorendisch zuur ( het Acid ). De hieraan verbonden verlaging van het extern risico is echter verwaarloosbaar klein. Dit betekent dat de gevonden risico s voor en na de geplande wijzigingen nagenoeg op hetzelfde niveau gelegen zijn en zonder meer in overeenstemming met de toegepaste risicocreiteria. Ten aanzien van effecten op installaties van Durez Europe n.v. en dit te wijten aan mogelijke ongevallen in bedrijven in de omgeving kan vermeld worden dat er vanwege deze effecten geen relevante bijdrage is tot het extern risico verbonden aan de installaties van Durez Europe n.v.. Toepassing van inkuipingen en opvang o.m. via het intern bedrijfsrioleringsstelsel maken dat accidentele lekken van gevaarlijke stoffen gecontroleerd worden opgevangen zodat de risico s van de inrichting voor het opppervlaktewater en de bodem zeer gering zijn. Jaarlijks wordt, in samenwerking met de brandweerdiensten, een noodoefening georganiseerd waarbij één of meerdere ongevalscenario s worden uitgewerkt. Het doel hiervan is om de eigen werknemers te trainen in kritische situaties en de samenwerking met en interventie door de brandweerdiensten zo vlot mogelijk te laten verlopen. De bedrijfsvoering is zodanig georganiseerd dat voor elk binnenkomend en opgeslagen product de hoofdeigenschap gekend is. Rekening houdende met deze hoofdeigenschap en eventuele bijkomende specifieke eigenschappen zullen producten opgeslagen worden in de opslagzones verspreid over het terrein. Op ieder moment zal een volledige productregistratie kunnen opgevraagd worden waarbij alle opgeslagen producten met naam en groepsnaam worden vermeld alsmede hun voornaamste eigenschappen (EG, ADR, ) Op deze manier wordt een onmiddellijke en eenvoudige controle alsmede een eventueel noodzakelijk interventie (door bv brandweer) tengevolge van calamiteiten mogelijk. Gelet op het GUNSTIG advies onder voorbehoud dat de nodige stedenbouwkundige vergunningen worden verkregen, d.d. 2003-04-11, van de Afdeling ROHM-Limburg van de AROHM; Gelet op het GUNSTIG advies, d.d. 2003-06-03, van de Afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg van de Administratie Gezondheidszorg, omwille van volgende overwegingen: Specifiek voor dit bedrijf zijn bij evaluatie de volgende elementen van belang: Gezondheidsbedreigende factoren algemeen: - Volgens het dossier wordt de aangevraagde uitbreiding voor opslag van giftige stoffen als volgt verdeeld: 397 ton giftige producten in vaste houders (uitbreiding met 200 ton), 178 ton giftige stoffen in verplaatsbare recipiënten (uitbreiding met 60 ton) en 125 ton giftige producten in proces. De effectieve uitbreiding van de opslag van giftige producten op het terrein zal dus beperkt blijven tot een bijkomende opslagtank voor fenol (200 ton) en een bijkomende opslag van giftige producten in verplaatsbare recipiënten (60 ton). - Volgens het dossier zal de bijkomende opslagtank voor fenol bovengronds geplaatst worden binnen een inkuiping van voldoende capaciteit. De laadplaats naast de tank wordt uitgerust met een vloeistofdichte vloer en opstaande wanden.

- In het kader van deze vergunningsaanvraag wordt geen bijkomende productiecapaciteit aangevraagd. Er wordt een vermindering gemeld van de productie van chlorendisch zuur. Volgens het dossier zal dit product nog slechts een tiental weken per jaar geproduceerd worden. - Wat betreft de emissies naar de lucht kan men stellen dat de enige bijkomende emissie afkomstig zal zijn van de ontluchting van de nieuwe opslagtank voor fenol. Volgens het dossier bedraagt de totale huidige emissie van fenol ongeveer 120 kg per jaar. Naar schatting is ongeveer 80 kg hiervan afkomstig van de ademverliezen van de opslagtanks. De grootste emissies ontstaan echter bij het vullen van de tanks. Aangezien het aantal vulverrichtingen niet zal toenemen omdat de productiecapaciteit ook niet toeneemt, blijft de emissie van fenol ongeveer gelijk. Gezondheidsrisico s voor de woonomgeving: - Volgens het gewestplan Hasselt-Genk is het bedrijf gelegen in een industriegebied op een afstand van 500 meter van een woongebied met landelijk karakter. - Het bedrijf heeft een conform verklaard veiligheidsrapport. De conclusie hiervan is dat externe risico s voor de mens, verbonden aan de activiteiten van Durez Europe NV, aanvaardbaar worden geacht. - De aangevraagde veranderingen zullen geen bijkomende geluidshinder met zich meebrengen. Door de aangevraagde veranderingen zal er geen bijkomend verkeer gegenereerd worden. Integendeel, volgens het dossier zou het plaatsen van de bijkomende fenoltank van 200 ton met zich meebrengen dat er een veiligere bevoorrading mogelijk wordt. De bestaande opslagcapaciteit voor fenol is te klein om het weekend te overbruggen. Met een extra tank is het mogelijk de levering van deze grondstof tijdens de weekends of buiten de normale diensturen zoveel mogelijk te beperken. Gelet op de bespreking van dit dossier in de Provinciale Milieuvergunningscommissie d.d. 2003-06-10, waarbij het volgende werd gesteld: alle adviezen zijn gunstig; de inrichting is gelegen in industriegebied en er werden geen bezwaren ingediend; het college van burgemeester en schepenen stelt voor om brandweervoorschriften op te leggen; deze worden niet opgelegd maar in de considerans van het besluit zal worden verwezen naar artikel 4.1.3.2. van Vlarem II dat bepaalt dat brandpreventie moet gebeuren in overleg met de plaatselijke brandweer; verder zal in de zendbrief aan de exploitant en de stad Genk worden gewezen op dit artikel en het daaruit voortvloeiende overleg; de exploitant heeft gevraagd om gehoord te worden door de PMVC maar heeft geen nieuwe elementen bij te brengen; het advies van de PMVC is UNANIEM GUNSTIG voor een termijn eindigend op 2016-12-12; Gelet op de ligging van de inrichting in een industriegebied van het koninklijk besluit van 1979-04-03 goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk; Overwegende dat, vanuit oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten, gesteld kan worden dat de activiteiten, voorwerp van de milieuvergunningsaanvraag verenigbaar zijn met de van toepassing zijnde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften;

Overwegende dat onderhavige aanvraag betrekking heeft op de verandering (uitbreiding en wijziging) van de van de vergunde inrichting voor de productie van drie verschillende chemische halffabrikaten (fenolharsen, verzadigde polyesters en chlorendisch zuur) door: 1. uitbreiding van hoeveelheid gevaarlijke producten (rubriek 17.2.2.) door: - bijkomende opslag van 200 ton fenol (giftig product) - uitbreiding van de opslag van gevaarlijke producten in verplaatsbare recipiënten - actualisatie van de indelingsrubrieken door herindeling van de producten (gewijzigde wetgeving) - in het kader van de VR-plicht moet niet alleen de effectieve opslaghoeveelheid maar ook de mogelijk aanwezige hoeveelheid op het terrein en in productie worden meegeteld 2. de rubrieken 17.2.1., 17.3.2.3., 173.4.3. en 17.3.5.2 vervallen en worden vervangen door rubriek 17.2.2. 3. interne verplaatsing en wijziging van de vergunde tackifier-unit 4. vermindering van de productie aan chlorendisch zuur (rubriek 7.11.1.h); Overwegende dat de NV Durez, overeenkomstig art. 8,61 van Vlarem I onderworpen is aan de veiligheidsrapportageplicht naar aanleiding van het samenwerkingsakkoord waarbij de Seveso II-richtlijn werd omgezet, dat de inrichting VR-plichtig is geworden en dit onder meer vanwege toepassing van de sommatieregel; Overwegende dat een omgevingsveiligheidsrapport werd opgesteld door een extern veiligheidsdeskundige en conformverklaard (conformiteitscode VR 03/03, d.d. 2003-01-23); dat dit rapport bij onderhavige milieuvergunningsaanvraag werd gevoegd; dat bij de opstelling van het omgevingsveiligheidsrapport rekening gehouden werd met de geplande wijzigingen waarvoor de NV Durez Europe een milieuvergunningsaanvraag heeft ingediend; Overwegende dat uit het omgevingsveiligheidsrapport blijkt dat de externe risico s voor de inrichting na de geplande wijzigingen in overeenstemming zijn met de toegepaste risicocriteria (zowel wat betreft het individueel risico als wat betreft het groepsrisico); dat van de geplande wijzigingen enkel de verlaging van de productiecapaciteit voor chlorendisch zuur (het Acid) invloed heeft op de externe risico s; dat de hieraan verbonden verlaging van het extern risico echter verwaarloosbaar klein is; dat dit betekent dat de gevonden risico s vóór en na de geplande wijzigingen nagenoeg op hetzelfde niveau gelegen zijn en in overeenstemming met de toegepaste risicocriteria; dat ten aanzien van effecten op installaties van de NV Durez Europe en dit te wijten aan mogelijke ongevallen in bedrijven in de omgeving kan vermeld worden dat er vanwege deze effecten geen relevante bijdrage is tot het extern risico verbonden aan de installaties van de NV Durez Europe; dat m.b.t. de milieuveiligheid gesteld kan worden dat toepassing van inkuipingen en opvang o.m. via het bedrijfsrioleringsstelsel ervoor zorgen dat accidentele lekken van gevaarlijke stoffen gecontroleerd opgevangen kunnen worden, zodat de risico s van de inrichting voor het oppervlaktewater en de bodem zeer gering zijn; Overwegende dat de bijkomende fenolopslaghouder voor bijkomende ademverliezen kan zorgen; dat uit het dossier blijkt dat op jaarbasis de totale fenol-emissie ca. 120 kg bedraagt waarvan het aandeel ademverliezen wordt geschat op ca. 80 kg/jaar; dat deze hoeveelheid nagenoeg niet zou toenemen door het plaatsen van de bijkomende opslaghouder omwille van het feit dat de grootste emissie ontstaat bij het vullen van de opslaghouders en het aantal vulverrichtingen niet zal toenemen aangezien de productiecapaciteit ook niet toeneemt; dat jaarlijks de nodige emissiegegevens, via het milieujaarverslag, worden meegedeeld aan de bevoegde overheidsdiensten;

Overwegende dat inzake het voorbehoud dat de afdeling AROHM-Limburg in het uitgebrachte advies maakt, namelijk dat de vereiste stedenbouwkundige vergunningen moeten bekomen worden, kan opgemerkt worden dat hieraan wordt tegemoet gekomen door artikel 5 van het milieuvergunningsdecreet dat de relatie tussen milieu- en bouwvergunning regelt en waarin wordt bepaald dat de milieuvergunning voor een inrichting waarvoor een bouwvergunning nodig is geschorst blijft zolang deze laatste niet is verleend; Overwegende dat de bijzondere voorwaarde inzake brandweervoorschriften uit het advies van het college van burgemeester en schepenen niet in aanmerking worden genomen omdat hieraan tegemoet wordt gekomen door artikel 4.1.3.2. van Vlarem II, waarin wordt bepaald dat de exploitant als normaal zorgvuldig persoon alle nodige maatregelen moet treffen om de buurt te beschermen tegen de risico s voor en de gevolgen van accidentele gebeurtenissen die eigen zijn aan de aanwezigheid of de uitbating van zijn inrichting; dat dit ondermeer inhoudt dat de nodige interventiemiddelen voorzien zijn en dat het bepalen en het aanbrengen hiervan moet gebeuren in overleg met de plaatselijke brandweer; Overwegende dat, vanuit oogpunt van milieuaspecten, gesteld kan worden dat de risico s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens, buiten de inrichting veroorzaakt door de aangevraagde activiteiten, mits naleving van de in dit besluit opgelegde milieuvergunningsvoorwaarden, tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt; Overwegende dat er op grond van de bovenvermelde beschouwingen aanleiding bestaat het unaniem gunstig standpunt van de PMVC bij te treden; dat het bijgevolg past de vergunning te verlenen voor een termijn eindigend op 2016-12-12; Gehoord het verslag van Frank Smeets, lid van het College; BESLUIT Artikel 1 1. Aan de NV DUREZ EUROPE, Henry Fordlaan 80 te 3600 GENK wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de aangevraagde vergunning VERLEEND voor het veranderen (uitbreiding en wijziging) van de vergunde inrichting voor de productie van drie verschillende chemische halffabrikaten (fenolharsen, verzadigde polyesters en chlorendisch zuur) door: 1. uitbreiding van hoeveelheid gevaarlijke producten (rubriek 17.2.2.) door: - bijkomende opslag van 200 ton fenol (giftig product) - uitbreiding van de opslag van gevaarlijke producten in verplaatsbare recipiënten - actualisatie van de indelingsrubrieken door herindeling van de producten (gewijzigde wetgeving) - in het kader van de VR-plicht moet niet alleen de effectieve opslaghoeveelheid maar ook de mogelijk aanwezige hoeveelheid op het terrein en in productie worden meegeteld 2. vergunde rubrieken 17.2.1., 17.3.2.3., 173.4.3. en 17.3.5.2 vervallen en worden vervangen door rubriek 17.2.2. 3. interne verplaatsing en wijziging van de vergunde tackifier-unit 4. vermindering van de productie aan chlorendisch zuur (rubriek 7.11.1.h) zodat de inrichting na de verandering de volgende ingedeelde activiteiten omvat: - (rubriek 3.3.) : het lozen van niet in rubriek 3.6. begrepen huishoudelijk afvalwater in de openbare riolen

(het lozen in de riolering van ca. 1.300 m³/j sanitair en huishoudelijk afvalwater en regenwater afkomstig van het administratief gebouw en sanitair afvalwater van de kleedkamer en het badlokaal) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 3.6.3.1 ) : afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie, voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat één of meer van de in bijlage 2C bij titel I van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5. ingedeelde inrichtingen (het lozen in de riolering na behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie (bestaande uit o.a. opslagtanks, neutralisatietanks, zandfilter, lamellenfilter en actieve koolfilters) van bedrijfsafvalwater met een max. debiet van 18 m³/u, 432 m³/dag en 100.000 m³/jaar) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 7.1.2.) : niet elders ingedeelde inrichtingen voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën waarbij gebruik gemaakt wordt van alkylering, aminering met ammoniak, carbonylering, condensatie, dehydrogenering, verestering, halogenering en fabricage van halogenen, hydrogenering, hydrolyse, oxydatie, polymerisatie, ontzwaveling, synthese en omzetting van zwavelhoudende verbindingen, nitrering en synthese van stikstofhoudende verbindingen, synthese van fosforhoudende verbindingen, distillatie, extractie, solvatatie, menging (mengen en malen (sommige fenolharsen ondergaan een verdere verwerking zoals breken, malen en mengen met additieven en worden dan verpakt ca. 4.000 ton/jaar, alkylering, condensatie, verestering, hydrolyse, polymerisatie, extractie, aminering met ammoniak - ca. 3.000 ton/jaar) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 7.11.1.h.) : chemische installaties voor de fabricage van organisch-chemische basisproducten, zoals kunststof-basisproducten polymeren, kunstvezels, cellulosevezels (- productiecapaciteit van in totaal ca. 37.500 ton/jaar aan volgende fabrikaten: - fenolharsen: ca. 25.000 ton/jaar - polyester: 3.500 ton/jaar - para-tertiare-octyl-fenol (PTO): 9.000 ton/jaar -productie van ca. 2.700 ton/jaar chlorendisch zuur, het Acid) (klasse 1) (vermindering, de productiecapaciteit voor chlorendisch zuur verminderd van 5.500 ton/jaar naar 2.700 ton/jaar, het overige wijzigt niet); - (rubriek 12.2.2.) : transformatoren (een transformator met een nominaal vermogen van 2.000 kva) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 12.3.1.) : vast opgestelde batterijen (drie vast opgestelde batterijen voor noodstroomvoorziening ter beveiliging van veiligheids- en computerinstallaties met een totaal van ca. 15.000 Ah) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 12.3.2.) : vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren (vier batterijladers (4 x 7,6 kw) voor heftrucks en mobiele palettrucks met een totaal geïnstalleerd vermogen van ca. 31 kw, evenals een lader van de noodstroomaccu s van 16 kw het geïnstalleerd totaal vermogen bedraagt ca. 47 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 15.1.1.) : al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens (stalplaatsen voor max. 20 motorvoertuigen) (klasse 3) (reeds vergund, wijziging door kleine verplaatsing parking); - (rubriek 15.2.) : werkplaatsen voor het herstellen van motorvoertuigen, met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden, andere dan bedoeld in rubriek 15.3. (werkplaats voor het herstellen van motorvoertuigen) (klasse 3) (reeds vergund);

- (rubriek 16.3.1.2.) : koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren en airconditioninginstallaties (totale geïnstalleerde drijfkracht: ca. 545 kw: - meerdere airconditioningsinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van ca. 45 kw - een koelplaats voor het bewaren van producten met een drijfkracht van 12 kw - drie koelers voor ijswater met een vermogen van resp. 1 x 125 kw en 2 x 55 kw - drie persluchtcompressoren met een vermogen van resp. 33 kw en 2 x 110 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.3.2.2.) : inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen, andere dan onder 16.3.1. en 16.9.c. (meerdere vacuümpompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 140 kw (1 x 2,5 kw, 3 x 4 kw, 7 x 7,5 kw, 1 x 11 kw, 1 x 7 kw en 1 x 55 kw)) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.7.2.) : opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in verplaatsbare recipiënten (opslagplaats voor gassen (o.a. zuurstof, perslucht, stikstof, acetyleen, argon, ) in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van max. 5.000 liter) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 16.8.3.) : opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in vaste reservoirs, uitgezonderd deze van drukvaten deeluitmakend van compressoren en uitgezonderd buffervaten (drie opslagtanks voor stikstofgas met een waterinhoudsvermogen van respectievelijk 5.000 liter, 21.500 liter en 115.000 liter totale opslagcapaciteit: 141.500 liter) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.2.1.) : industriële activiteiten en opslagplaatsen met risico s van zware ongevallen, inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 2, gevoegd bij titel 1 van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (reeds vergund voor een opslag van 190 m³: Diïsobutyleen (max. 2x43.000 liter), Monochloorbenzeen (max. 1x20.600, 1x10.500 en 1x12.600 liter), max. 60.000 kg van volgende stoffen: aceton, methanol, methylethylketon, xyleen, harsen opgelost in oplosmiddelen, tolueen, ethylalcohol en gelijksoortige stoffen); - (rubriek 17.2.2.) : industriële activiteiten en opslagplaatsen met risico s van zware ongevallen, VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 3, gevoegd bij titel 1 van het VLAREM vermelde hoeveelheid aanwezig zijn maximaal aanwezige opslag (zowel in vaste houders, verplaatsbare recipiënten en in proces ) van: - zuurstof: 0,8 ton (reeds vergund voor 5.000 liter gasopslag - acetyleen: 0,2 ton in rubriek 16.7.2.) - methanol: 6 ton (reeds vergund in rubriek 17.3.4.3.) - zeer giftige producten: 19,5 ton (reeds vergund) - giftige producten: 700 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 175,5 ton) - zeer licht ontvlambaare producten: 5 ton (reeds vergund) - licht ontvlambare producten: 200 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 155 ton) - ontvlambare producten: 300 ton (uitbreiding, reeds vergund voor 95 ton) - milieugevaarlijke producten (R50): 200 ton (uitbreiding door wijziging wetgeving)

- milieugevaarlijke producten (R51 / 53): 220 ton (uitbreiding door wijziging wetgeving) (klasse 1) (wijziging, nieuwe rubriek en uitbreiding, rubriek 17.2.1, rubriek 17.3.2.3., rubriek 17.3.4.3. en rubriek 17.3.5.2. vervallen en worden vervangen door rubriek 17.2.2 omwille van de VR-plicht); - (rubriek 17.3.2.3 ) : inrichtingen voor de opslag voor zeer giftige, giftige en ontplofbare stoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (vergund voor de opslag van ca. 195 ton giftig formaldehyde, fenol, orthocresol en hexachlorocyclopentadieen); - (rubriek 17.3.3.3 ) : opslagplaatsen voor oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen (totale opslag bedraagt max. 3.500.000 kg waarvan max. 150 ton corrosieve, max. 1.200 ton irriterende en max. 2.800 ton schadelijke stoffen) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.4.3 ) : opslagplaatsen voor zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2) (klasse 1) (vergund voor de opslag van 90.000 liter diïsobutyleen en ca. 70.000 liter aceton, xyleen, methanol enz. de totale hoeveelheid bedraagt ca. 160.000 liter); - (rubriek 17.3.5.2 ) : opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (deze rubriek vervalt en wordt vervangen door rubriek 17.2.2.) (klasse 2) (vergund voor de opslag van harsen en monochloorbenzeen met oplosmiddelen de totale hoeveelheid bedraagt 95.000 liter); - (rubriek 17.3.6.3 ) : opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55 C, maar dat 100 C niet overtreft (opslag van max. 1.700.000 liter waaronder vier houders van respectievelijk 1.000.000 liter (fenolhoudend afvalwater), 50.000 liter (gasolie) en 2 x 1.000 liter (gasolie), verder in verplaatsbare recipiënten) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.7.2 ) : opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 100 C (opslag van max. 800.000 liter P4-producten waaronder twee houders met vloeibare harsen van respectievelijk 24.000 liter en 26.000 liter, verder in verplaatsbare recipiënten) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.8.3 ) : opslagplaatsen voor milieugevaarlijke stoffen (opslag van max. 200 ton milieugevaarlijke stoffen, andere dan in rubriek 17.2.2.) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 17.3.9.1 ) : brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, zijnde installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en) (een verdeelpomp aangesloten op de houder van 1.000 liter gasolie) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 20.4.1.2.) : chemische inrichtingen voor de productie van alkenen, alkeenderivaten, monomeren en polymeren, niet begrepen in rubriek 7.3. (totale productiecapaciteit van de volgende fabrikaten bedraagt ca. 37.500 ton/jaar: - fenolharsen: ca. 25.000 ton/jaar - polyester: 3.500 ton/jaar - para-tertaire-octyl-fenol (PTO): 9.000 ton/jaar) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 23.3.) : opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 41 en 48 (opslag van van max. 1.600 ton kunststoffen) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 24.4.) : laboratoria andere dan bedoeld in rubriek 24.1. (vijf laboratoria voor kwaliteitscontroles en proces- en productieontwikkeling en een pilootketel met een inhoud van 400 liter voor proces- en productieontwikkeling) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 29.5.2.1.) : smederijen, andere dan deze bedoeld in rubriek 29.5.1. en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal

(een onderhoudswerkplaats uitgerust met toestellen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 10 kw) (klasse 3) (reeds vergund); - (rubriek 31.1.1.) : vast opgestelde motoren (een sprinklerdieselpomp met een vermogen van ca. 150 kw) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 33.4.) : opslagplaatsen voor papierdeeg, papier, karton en voor waren uit papier en karton (opslag van ca. 15 ton papieren en kartonnen verpakkingsmateriaal in een lokaal) (klasse 2) (reeds vergund); - (rubriek 39.1.3 ) : stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (twee stoomketels (niet voor elektriciteitsproductie) met een inhoud van 12.500 en 5.250 liter) (klasse 1) (reeds vergund); - (rubriek 43.1.3 ) : verbrandingsinrichtingen zonder elektriciteitsproductie : stookinstallaties, e.d. (het totaal warmtevermogen bedraagt ca. 13.627 kw: - vier verwarmingsketels voor centrale verwarming, met een totaal warmtevermogen van ca. 677 kw - twee verwarmingsketels voor thermische olie met een totaal warmtevermogen van ca. 2.950 kw - twee stoomketels met een warmtevermogen van ca. 10 MW) (klasse 1) (reeds vergund); op de kadastrale percelen, afdeling 5, Sectie F, nrs. 1334F25, 1334C32 en 1334E44 van de stad Genk, ter plaatse Henry Fordlaan 80; 2. De plannen en voorwaarden gehecht aan dit besluit maken er integraal deel van uit. Artikel 2 1. De in artikel 1 bedoelde vergunde inrichting moet in gebruik worden genomen binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van dit besluit. De in deze beslissing vermelde exploitatievoorwaarden zijn onmiddellijk van toepassing vanaf het ogenblik dat een inrichting wordt geëxploiteerd (dus in gebruik is genomen) tenzij in de voorwaarden zelf anders wordt bepaald. 2. In de mate dat voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van de in artikel 1 bedoelde vergunning, krachtens de geldende wetgeving inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening, een bouwvergunning nodig is, wordt deze milieuvergunning geschorst zolang de bouwvergunning niet is verleend. In afwijking van het bepaalde in 1 wordt de aanvangsdatum van de milieuvergunning in dit geval verdaagd tot de dag dat deze bouwvergunning definitief is verworven. 3. Wordt de in 2 bedoelde bouwvergunning geweigerd, dan vervalt de in artikel 1 bedoelde milieuvergunning van rechtswege op de dag van de weigering van de bouwvergunning in laatste aanleg. Artikel 3 De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor een termijn die eindigt op 2016-12-12 (samenvallend met de einddatum van de vergunningstermijn van de vergunning verleend op 1996-12-12). Artikel 4 De in artikel 1 bedoelde vergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de algemene en sectoriële voorwaarden van Vlarem II en de reeds opgelegde bijzondere voorwaarden. (de in de vroegere vergunning(en) reeds opgelegde voorwaarden blijven van kracht) Artikel 5 Deze vergunning doet geen afbreuk aan de rechten van derden.

Artikel 6 1. Voor elke verandering van de vergunde inrichting gelden de bepalingen van artikel 5, 2 en van hoofdstuk III bis van Vlarem I. Een nieuwe vergunning is nodig voor de inrichting of gedeelte van de inrichting die niet binnen de bij dit besluit vastgestelde termijn (zie art. 2) in gebruik is genomen, of die ten minste gedurende twee opeenvolgende jaren niet werd geëxploiteerd, of die vernield werd door brand of ontploffing veroorzaakt door de exploitatie van de inrichting. 2. Elke overname van de vergunde inrichting door een andere exploitant moet vóór de datum van inwerkingtreding van de overname, worden gemeld aan de vergunningverlenende overheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 42 van Vlarem I. 3. Een hernieuwing van de vergunning moet worden aangevraagd tussen de 18 de en 12 de maand voor het verstrijken van de vergunningstermijn. Artikel 7 Inbreuken op bovenvermelde voorschriften en opgelegde exploitatievoorwaarden zullen vastgesteld, vervolgd en bestraft worden overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en het besluit van de Vlaamse Executieve van 6 februari 1991 houdende het Vlarem. De vergunning kan worden opgeheven of geschorst indien de exploitant bovenvermelde voorschriften en/of voorwaarden niet naleeft of wanneer hij weigert zich te onderwerpen aan de nieuwe of aanvullende voorwaarden die hem worden betekend. Artikel 8 Een afschrift van dit besluit zal AANGETEKEND worden gezonden aan: 1. voor BEKENDMAKING (aanplakking) aan de burgemeester van en te 3600 GENK, samen met een exemplaar van de voorwaarden. De burgemeester is belast met de bekendmaking (aanplakking) van de beslissing overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van Vlarem I. 2. voor KENNISNEMING aan: a) de aanvrager, met name NV DUREZ EUROPE, Henry Fordlaan 80 te 3600 GENK (OP ZEGEL), samen met een exemplaar van de aangehechte plannen en de hierbij gevoegde exploitatievoorwaarden b) de Afdeling Milieu-inspectie van de AMINAL, Gouverneur Roppesingel 25 te 3500 HASSELT, samen met een exemplaar van de aangehechte plannen c) het college van burgemeester en schepenen van en te 3600 GENK d) de Provinciale Milieuvergunningscommissie e) de Afdeling Milieuvergunningen van de AMINAL, Gouverneur Roppesingel 25 te 3500 HASSELT f) de Afdeling ROHM Limburg van de AROHM, Gouverneur Roppesingel 25 te 3500 HASSELT g) de OVAM, Stationsstraat 110 te 2800 MECHELEN h) de VMM, A. Van de Maelestraat 96 te 9320 EREMBODEGEM i) de NV AQUAFIN, Dijkstraat 8 te 2630 AARTSELAAR j) de Afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg van de Administratie Gezondheidszorg, Gouverneur Roppesingel 25 te 3500 HASSELT k) de Technische Inspectie van de Administratie voor Arbeidsveiligheid, Rijksadministratief Centrum, Gouverneur Verwilghensingel 75 te 3500 HASSELT l) de Directie van de Directe Belastingen, Voorstraat 41 te 3500 HASSELT m) het Comité voor Veiligheid, Gezondheid en Verfraaiing der werkplaatsen van de NV DUREZ EUROPE, Henry Fordlaan 80 n) de Algemene Directie van de Civiele Bescherming, Koningsstraat 64-65 te 1000 BRUSSEL o) de 7 de Directie Financiën en Automatisering van het provinciebestuur p) M-Tech milieucoördinatoren cvba, Singelbeekstrat 12 te 3500 HASSELT

Artikel 9 1. Tegen deze beslissing kan, overeenkomstig artikel 51 van Vlarem I, een beroep worden ingediend bij de Vlaamse regering, gericht aan de Vlaamse minister van Leefmilieu, p.a. Afdeling Milieuvergunningen van de AMINAL, Koning Albert II-laan, 20 bus 8 te 1000 BRUSSEL. Het beroep moet worden ingediend met een aangetekend schrijven binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de dag van verzending (betekening) van een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing aan de aanvrager en aan de belanghebbende overheidsorganen en diensten, bedoeld in artikel 49, 1, 1, 2 en 3 van Vlarem I, of na de dag van aanplakking (openbare bekendmaking) van de beslissing als het beroep uitgaat vanwege andere personen of instellingen. Het beroepschrift moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, vergezeld zijn van een kopie van het attest van bekendmaking (betekening of aanplakking) van de omstreden beslissing, alsook van een bewijs van storting van het voorgeschreven bedrag aan onderzoekskosten voor het beroepsdossier. 2. Ingevolge de koppeling van de bouwvergunning aan de milieuvergunning vervalt de op basis van de geldende wetgeving inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening verleende bouwvergunning in geval deze milieuvergunning in beroep zou worden geweigerd en dit op de dag dat de definitieve weigering van de milieuvergunning een voldongen feit is geworden. Aanwezig : Hilde Houben-Bertrand, gouverneur-voorzitter; Marc Vandeput, Sylvain Sleypen, Jean-Paul Lavigne, Frank Smeets, leden; Marc Martens, provinciegriffier Hasselt d.d. 2003-07-03 De Verslaggever, get. Frank Smeets De Provinciegriffier, get. Marc Martens De Gouverneur-Voorzitter, get. Hilde Houben-Bertrand

Voor eensluidend afschrift namens de Provinciegriffier ir. Valère Cornelis Inspecteur-Generaal

De Verslaggever, ( 4) Frank Smeets De Provinciegriffier, De Gouverneur-Voorzitter, Marc Martens Hilde Houben-Bertrand Nota: Minuten: 4 - besluit: 1 - plannen: 3 - voorwaarden: / Zendbrieven: 17 minuten + 17 expedities Attest: 1 Expedities te maken: - van besluit: 20 - van plannen: 2x3 - van voorwaarden: / - van attest: 15 bij brieven: JA (zie brieven)

----------------------------------------------------------------------------- ----------------------------------------- De Verslaggever, get. Frank Smeets De Provinciegriffier, get. Marc Martens De Gouverneur-Voorzitter, get. Hilde Houben-Bertrand Voor eensluidend afschrift namens de Provinciegriffier ir. Valère Cornelis Inspecteur-Generaal