Activiteitenplan 2014 Voorwoord Voor u ligt het activiteitenplan van de stichting Hospice en vrijwillige terminale thuiszorg Midden- Holland. Het plan is een afgeleide van het beleidsplan en de activiteiten zijn gericht op de vijf genoemde partijen in het beleidsplan 2012-2014 (goedgekeurd door het bestuur in november 2011). Op 6 november 13 heeft staatssecretaris van Rijn een kamerbrief geschreven betreffende de toekomst van de langdurige zorg. Het beleid van de zich terugtrekkende rijksoverheid is gericht op langer thuis wonen, meer betrokkenheid van mantelzorgers, meer eigen verantwoordelijkheid van burgers en de organisatie van de zorg dicht bij huis. Uit de kamerbrief van de staatssecretaris: Palliatief terminale zorg richt zich op de terminale fase, omschreven als de laatste drie maanden van het leven, en wordt bij voorkeur thuis of in zelfstandige hospice geleverd. Het samenspel tussen informele en formele zorg wordt van groot belang; mogelijk wordt de samenwerking tussen formele en informele zorg steeds meer decentraal georganiseerd. Dit vraagt van ons nieuwe inspanningen zoals de inspanning om de relatie met lokale gemeenten verder te versterken. Onze visie sluit goed aan bij deze ontwikkelingen; de terminaal zieke mens (patiënt, cliënt) staat centraal, direct omringd door hun familie en aanvullend daarop de ondersteuning door vrijwilligers; daar waar nodig wordt beroepsmatige zorg geboden. Met name in het hospice is het van belang om deze visie zichtbaar te houden. De vrijwilligers hebben een unieke positie in de keten van zorg en we werken samen met de professional op basis van wederzijds belang en erkenning van ieders eigenwaarde. Ten tijde van dit schrijven is de stichting Vrienden van hospice Waddinxveen in gesprek met mogelijke financierders voor de aankoop van een pand in Waddinxveen. Als de financiering rond is voor aankoop, verbouwing en de exploitatie voor het 1 e jaar, kan het hospice Waddinxveen onder leiding van het coördinatieteam Gouda van start gaan in 2014. Eind januari 2014 zullen bestuur en directeur zich buigen over de toekomst van de terminale zorg thuis; afhankelijk van de genomen besluiten zal beleid aangepast dienen te worden. Inleiding Overgenomen uit HET BELEIDSPLAN 2012-2014.. 1
Er Zijn daar waar nodig en gewenst In het beleidsplan voor 2012-2014 staan de plannen voor de komende jaren beschreven. Een deel van het werk wijzigt niet namelijk de zorg voor terminaal zieke mensen door vrijwilligers zowel thuis als in het hospice. De ontwikkelingen in de zorg gaan snel en wij bewegen mee. Wij streven naar een moderne professionele organisatie waar mensen zich thuis voelen, gezien en gehoor weten en waar kwaliteit van zorg de groots mogelijke aandacht heeft. Om deze zorg zo goed mogelijk te kunnen blijven aanbieden, zijn we afhankelijk van andere partijen. Samen met deze partijen zullen wij regelmatig van gedachten wisselen hoe we de beste zorg kunnen blijven waarborgen. In het beleidsplan 2012-2014 onderscheiden we vijf partijen: 1. De terminaal zieke mens en hun familie/naasten We zien een toename van mensen die zelf de regie willen behouden als het gaat om de zorg in het algemeen maar om de zorg voor het levenseinde; steeds meer mensen hebben nagedacht over hun levenseinde en geven aan wat zij willen en wensen. De zorg voor een dierbare die gaat sterven is intensieve zorg en niet zonder emoties van verlies en verdriet. Wij stimuleren mantelzorgers om zoveel mogelijk zelf zorg te bieden daar waar mogelijk en gewenst; bij onvoldoende mantelzorg bieden de vrijwilligers ondersteuning. De overheid stimuleert dat mensen op tijd nadenken over hun levenseinde; hiervoor wordt een publiekscampagne gestart en wij sluiten daarbij aan. < Campagne voor naamsbekendheid van terminale zorg thuis < Digitalisering en inzet nieuwe media < Kenniscentrum uitbouwen met vrijwilligers voor scholing, informatie en nabestaandenzorg 2. De vrijwilligers De trainingen van VPTZ-Nederland leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de vrijwilligers. Zij leren te reflecteren op hun eigen functioneren, positie, overtuigingen en handelen als vrijwilliger in verhouding tot de gast (thuis en hospice), mantelzorger en de beroepsmatige hulpverlener. Kortom, de wijze waarop de vrijwilliger invulling geeft aan Er Zijn, de essentie van de terminale zorg waar VPTZ voor staat. Het versterken van de kwaliteit van de vrijwilligers, het werven en selecteren van vrijwilligers in specifieke doelgroepen en meer aandacht voor het binden en behouden van vrijwilligers is noodzakelijk voor het in stand houden van voldoende vrijwilligers. Steeds meer werkende mensen willen vrijwilligerswerk doen maar haken af op de huidige afspraken van beschikbaarheid. Ook de beeldvorming van het vrijwilligerswerk met terminaal zieke mensen behoeft aandacht; deze beeldvorming komt niet altijd overeen met de werkelijkheid. 2
< Beginnende en ervaren vrijwilligers volgen de vervolgmodules van VPTZ-Nederland < Een vervolg bijeenkomst Sterfstijlen voor de vrijwilligers < Het implementeren van de set minimale kwaliteitseisen vastgesteld door VPTZ-Nederland < Het beschrijven van de Vrijwilliger 2017 in samenwerking met de VR < Het uitvoeren van een tevredenheidonderzoek < Een coördinator volgt de module Trainer de trainer van VPTZ-Nederland 3. De zorgaanbieders In 2012 heeft de organisatie met thuiszorgaanbieder Buurtzorg samengewerkt. Buurtzorg heeft de samenwerking na zes maanden en een evaluatie beëindigd. De keuzevrijheid van zorgaanbieder is voor de gast hiermee beëindigd. Tweemaal per jaar vindt er een overleg plaats met zorgaanbieder Vierstroom om de samenwerking te verbeteren daar waar nodig en gewenst. Sinds de oprichting van het hospice zijn er afspraken met apotheek Rond wat overigens niet impliceert dat gasten de eigen apotheek niet kunnen behouden. De contacten met zorgaanbieders is erop gericht om bij te dragen aan verbetering van zorg in het hospice. De huishoudelijke zorg wordt geleverd door Hulp Thuis (Vierstroom) en wordt bekostigd vanuit de WMO; vooralsnog worden er in 2014 geen wijzigingen verwacht ten aanzien van deze financiering maar mogelijk op langere termijn wel. < Een voortgangsgesprek met de managers van Vierstroom en Hulp Thuis < Een bijeenkomst voor coördinatieteam en thuiszorgmedewerkers Vierstroom en Pluszorg (nachtverpleegkundigen) en de huishoudelijke medewerker 4. Diverse subsidiegevers De organisatie kent diverse subsidiegevers waarvan het ministerie VWS de meest belangrijke is; zij subsidieert op basis van het aantal geholpen mensen over een referteperiode van drie jaren voorafgaand het jaar van de aanvraag waardoor de hoogte van het bedrag ieder jaar kan wijzigen. Naast VWS subsidiëren gemeenten uit het werkgebied een relatief klein bedrag en samengevat betekent dit voor de organisatie dat zij zich realiseert dat deze stroom van gelden onzeker is. Een lichtpuntje is het feit dat de overheid aangeeft dat sterven thuis of in een zelfstandig hospice de voorkeur heeft en hierop beleid zal voeren. Mogelijk wordt de huidige subsidieregeling van VWS structureel van aard. < Het versterken van de relatie met gemeente Gouda en met de gemeenten uit het werkgebied 3
5. Sponsoren en donateurs/groei en diversiteit financiën De organisatie kan niet voortbestaan zonder sponsoring, giften en donateurs, het zijn de mensen en bedrijven die ons een warm hart toedragen en ons financieel willen ondersteunen. Enerzijds heeft de crisis een negatieve invloed gehad op de vrijgevigheid van mensen aan goede doelen, anderzijds zien we de versoepeling van regelingen van overheidswege die maken dat geven aan ANBI s aantrekkelijk wordt. Om die reden dient de organisatie dient zichtbaar en transparant te zijn. < Het vergroten van het aantal donateurs < Het bieden van een palet aan mogelijkheden van doneren < Vrienden Van stimuleren voor het maken van een activiteitenplan < Het organiseren van de IDPZ 2014 voor een specifieke doelgroep < Het organiseren van een doorlopende spaaractie via de website < Actief zoeken naar externe financiering per activiteit/project PR en Communicatie voor het realiseren van de activiteiten: Het opstellen van een communicatieplan 14-16 Continueren van de contacten met de diverse gemeenten in ons werkgebied Het Kenniscentrum Iin 2012 zijn we gestart met de voorbereidingen voor het inrichten van een kenniscentrum. Hierin zijn vier pijlkers ondergebracht: 1. Scholing en training 2. Informatie 3. Mantelzorgondersteuning 4. Nabestaandenzorg Het overheidsbeleid richt zich op het behouden van eigen regie en stimuleert mensen om na te denken over de laatste levensfase. Vanuit het IKNL is ene publiekscampagne gestart waarin mensen bewust worden van het feit dat het belangrijk is dat zij hun wensen op tijd bespreekbaar maken. In de toekomst krijgt de mantelzorger meer zorgtaken; wet- en regelgeving wordt aangepast. Zorgen voor ene dierbare die gaat sterven, is een zware belasting en is ondersteuning van buitenaf veelal gewenst. Naast praktische ondersteuning ligt de behoefte van zorg voor mantelzorgers op het vlak van een luisterend oor en aandacht onder het genot van een kopje koffie. Het overlijden van een dierbare is emotioneel en verdrietig. Uit onderzoek blijkt dat mensen in rouw gebaat zijn bij tijd, aandacht en ondersteuning; zij willen hun verhala kwijt en gevoelens delen. Voor 4
de activiteiten zal een werkgroep worden opgezet o.l.v. Marianne om het Kenniscentrum verder uit te bouwen. Het opzetten van een scholingsprogramma voor vrijwilligers en professionals in de zorg Het aanbieden van een training Haptonomisch verplaatsen voor vrijwilligers en mantelzorgers Bijeenkomsten en workshops voor nabestaanden i.s.m. het Landelijk Steunpunt Rouw Uitbreiding van activiteiten voor Informatie aan professionals (huisartsen, wijkverpleging, teams thuiszorg, etc.) I Gouda november 2013 Marianne Boone 5