NOTITIE Gaswinning in Groningen Buro Bontenbal T: 06 173 204 31 E: info@burobontenbal.nl I: www.burobontenbal.nl Is een productiebeperking tot 30 miljard m 3 mogelijk en wat zijn daarvan de consequenties? Inleiding - een tijdlijn In 1959 werd het Groningen gasveld ontdekt, één van de grootste gasvelden ter wereld. In 1963 werd de concessie bij Koninklijk Besluit aan de NAM (50% Shell, 50% ExxonMobil) verleend. De gaswinning uit het Groningenveld werd opgestart en steeg in de periode tot 1976 tot een recordhoogte van ca. 88 miljard Nm 3. De gaswinning daalde gestaag in de periode daarna en bereikte in 2000 haar laagste niveau. Sindsdien steeg echter de gaswinning weer en bereikte haar hoogste niveau sinds 1981: ca. 54 miljard Nm 3 in 2014. Tot 1 januari 2015 is in totaal 2115 miljard Nm³ aardgas aan het Groningenveld onttrokken. Aardbevingen als gevolg van de gaswinning zijn echter in aantal en kracht de afgelopen jaren sterk toegenomen. Op 16 augustus 2012 werd Loppersum getroffen door een aardbeving met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter. Deze aardbeving was sterker dan daarvoor ooit was geregistreerd en was daarom voor het kabinet reden om de gevolgen van de gaswinning te onderzoeken. Het kabinet liet 14 onderzoeken doen en op basis van deze onderzoeken nam het kabinet op 17 januari 2014 een besluit om de gaswinning in het gebied rond Loppersum met 80% te verminderen. De minister besloot dat de gasproductie van het Groningenveld gemaximeerd werd op 42,5 miljard Nm³ in 2014 en 2015 en 40 miljard Nm³ in 2016. Het cluster rond Loppersum werd gemaximeerd op 3 miljard Nm³. 1 Op 13 maart 2014 publiceerde de minister het ontwerpbesluit en konden zienswijzen daarop worden ingediend. Op 30 september 2014 vond een aardbeving plaats bij Ten Boer met een kracht van 2,8 op de schaal van Richter en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseerde de minister bij Hoogezand-Sappemeer minder aardgas te winnen en het productieplafond voor het hele Groningenveld te verlagen. Op 16 december schreef de minister aan de Tweede Kamer dat het kabinet besloten heeft, in lijn met het advies van SodM, het productieplafond voor 2015 en 2016 te verlagen naar 39,4 miljard Nm 3. In het advies concludeert de SodM dat de seismische activiteit in de regio Loppersum is afgenomen en dat er aanwijzingen zijn dat het systeem mogelijk regelbaar is. 2 Ook eerder stelde de SodM dat een reductie in de productiesnelheid het aantal aardbevingen evenredig doet afnemen en adviseerde zij de gasproductie uit het Groningse gasveld zo snel mogelijk en zo veel als mogelijk en realistisch is, terug te brengen. 3 Figuur 1: Volume gaswinning Groningenveld 1963-2014 1 Voor 17 januari 2014 was er geen jaarlijks productieplafond. Wel is sprake van een Groningenplafond over een periode van 10 jaar: in de periode 2006-2015 mag in totaal 425 miljard m 3 gas gewonnen worden en in de periode 2011-2020 totaal 449 miljard m 3. In de periode 2006-2013 is totaal 340 miljard m 3 gas gewonnen. Dat betekent dat in de jaren 2014 en 2015 gemiddeld nog 42,5 miljard m 3 gewonnen mocht worden. 2 SodM, Bevingsgevoeligheid van de Eemskanaal regio, 16 december 2014. 3 SodM, brief aan de Minister van Economische Zaken d.d. 22 januari 2013. In deze brief wordt een reductie tot 30 miljard m 3 als voorbeeld genoemd, hoewel dit productieplafond niet als concreet advies aan de minister is geformuleerd.
2010 2011 2012 2013 2014 Loppersum 13,76 15,30 15,39 17,13 2,59 Eemskanaal 2,39 1,62 1,69 2,55 2,09 Regio Zuidwest 12,54 9,38 9,88 12,88 13,58 Regio Oost 22,17 20,49 20,81 21,30 24,15 Totaal 50,86 46,79 47,77 53,86 42,41 Tabel 2: Volume gaswinning per cluster, 2010-2014, in miljard Nm 3. Het Groningenveld in de Nederlandse en Europese energievoorziening Het Groningenveld speelt een cruciale rol in de Noordwest-Europese energievoorziening. Het aardgas uit het Groningenveld heeft een unieke samenstelling. Het heeft een lage verbrandingswaarde en wordt daarom laagcalorisch aardgas genoemd. Het aardgas dat elders in de wereld gewonnen wordt, heeft meestal een hogere verbrandingswaarde en wordt hoogcalorisch gas genoemd. 4 Gastoestellen zijn doorgaans slechts geschikt voor één van beide. Het Groningengas is dus niet zomaar inwisselbaar voor aardgas uit andere bronnen en het Nederlandse gastransportnet heeft daarom gescheiden netwerken voor hoog- en laagcalorisch gas. Hoogcalorisch gas kan worden omgezet naar laagcalorisch gas (pseudo L-gas) door toevoeging van stikstof. Gasunie Transport Services (GTS) beschikt daarvoor over zogenaamde conversie-installaties. Laagcalorisch gas kan (fysiek) niet omgezet worden naar hoogcalorisch gas. Nederland speelt een belangrijke rol in de Noordwest-Europese gasmarkt 5. De totale vraag in de Noordwest-Europese gasmarkt is ca. 307 miljard m 3 per jaar (2013). In 2013 kwam een kwart daarvan uit Nederland. De vraag naar laagcalorisch gas is ca. 70 miljard m 3. Het grootste deel daarvan komt uit het Groningenveld. In Nederland wordt ca. 30 miljard m 3 aan laagcalorisch gas verbruikt. Daarvan gaat ca. 10 miljard m 3 naar huishoudens (met name voor verwarming), ca. 5 miljard m 3 naar kantoren, instellingen en winkels (verwarming), ca. 8 miljard m 3 naar bedrijven, zoals de glastuinbouw, en de resterende 7 miljard m 3 naar elektriciteitscentrales, industrie en andere afnemers. Het grootste deel van het gas wordt gebruikt voor verwarming en is dus in belangrijke mate afhankelijk van de temperatuur. In de wintermaanden wordt aanzienlijk meer gas geleverd dan in de zomermaanden. Dat geldt niet alleen voor de binnenlandse vraag, maar ook voor de export naar het buitenland. Het Groningenveld en de gasopslagen vervullen dus een belangrijke rol in het invullen van de vraag naar flexibiliteit. Het gasverbruik in Nederland is de afgelopen jaren grofweg constant gebleven. Naast de Groningse gasbel zijn er in Nederland kleine gasvelden met hoogcalorisch aardgas. In Figuur 3 is de productie daarvan weegegeven. In Nederland wordt jaarlijks circa 15 miljard m 3 hoogcalorisch aardgas verbruikt door 57 verschillende bedrijven (met 88 aansluitingen op het netwerk van GTS). Figuur 3: Productie kleine velden (in Nm3). Bron: nlog.nl. De voorraad aardgas in het Groningenveld bedraagt per 1 januari 2015 690 miljard Nm 3. 6 Hoeveel het Groningenveld per jaar zal produceren, is op kortere termijn uiteraard afhankelijk van de politieke besluitvorming daarover. Hoe dan ook zal de totale aardgasproductie in Nederland en Noordwest-Europa de komende decennia sterk dalen. Als de vraag naar aardgas niet meedaalt, zal aardgas geïmporteerd moeten worden uit Rusland of Noorwegen of LNG worden ingekocht. Rond 2024 zal Nederland niet langer netto-exporteur van gas zijn, maar netto-importeur. 4 De volgende indeling wordt gehanteerd: hoogcalorisch gas heeft een Wobbe-index van 47 tot 57,5 MJ/m³, laagcalorisch gas een Wobbe-index 43,44 tot 47,11 MJ/m³. 5 Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk. 6 1 Sm 3 = 1,054 Nm 3 ; in 2014 is 42,41 miljard Nm 3 gewonnen.
Welke productiebeperking van het Groningenveld is mogelijk? Minister Kamp heeft meerdere malen geschreven aan de Tweede Kamer dat een productiebepering van het Groningenveld tot 30 miljard Nm 3 met een maximale inzet van conversie-installaties mogelijk is, mits de flexibiliteit van het Groningenveld volledig mag worden benut. 7 Zolang een productiebeperking niet tegelijk gepaard gaat met een gasvraagreductie, zal een lagere productie van het Groningenveld betekenen dat er andere bronnen van laagcalorisch aardgas gevonden moeten worden. Het Groningenveld is echter de belangrijkste bron van laagcalorisch aardgas in Noordwest-Europa. De enige manier om een lagere productie van het Groningenveld te compenseren, is hoogcalorisch gas met behulp van conversie-installaties om te zetten naar laagcalorisch gas. GTS heeft in opdracht van de minister twee scenario s doorgerekend, waarbij het eerste scenario gericht is op het maximaal terugbrengen van de gasproductie in het Groningenveld en het tweede scenario op het zo gelijk mogelijk over het jaar verdelen van de gasproductie. GTS heeft niet alleen met de binnenlandse vraag rekening gehouden, maar ook met langjarige exportcontracten. In het eerste scenario verwacht GTS dat een productie van het Groningenveld in een bandbreedte van 21-35 miljard Nm 3 mogelijk is (2014) en in het tweede scenario is de bandbreedte berekend op 34-42 miljard Nm 3. In beide scenario s komt de leveringszekerheid niet in gevaar. De conclusie is dat in een scenario waar een vlakke productie niet geëist wordt, een maximale inzet van conversie-installaties de gasproductie kan verlagen tot ergens tussen de 21 en 35 miljard Nm 3 per jaar (2014). In dat scenario is 19 tot 23 miljard Nm 3 hoogcalorisch gas extra nodig. Exportverplichtingen Het aardgas uit het Groningenveld wordt door de NAM verkocht aan GasTerra. Daarnaast koopt GasTerra ongeveer driekwart van het gas uit de kleine velden. Een groot deel van het Nederlandse aardgas is reeds verkocht door GasTerra aan België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Zwitserland via langjarige contracten, die tot 2020 en verder lopen. De contracten zijn gesloten met E.on, RWE, Shell Duitsland, Exxonmobil Duitsland, EWE, Distrigas en GDF Suez. In de gesloten contracten staat een minimaal volume gas dat moet worden afgenomen en een maximaal volume dat mag worden afgenomen. Onderstaande tabel geeft de bandbreedtes weer van de exportvolumes op basis van deze contracten. Voor het binnenlandse verbruik zijn geen langjarige contracten afgesloten. Wel is het zo dat tot en met 2016 er voldoende gasvolumes zijn gecontracteerd om invulling te geven aan de Nederlandse gasvraag. Daarna moeten aanvullende volumes gecontracteerd worden. gasjaar laagcalorisch gas minimaal laagcalorisch gas maximaal hoogcalorisch gas minimaal hoogcalorisch gas maximaal 10/2014 09/2015 27,7 34,5 18,3 23,3 10/2015 09/2016 27,5 34,3 13,5 15,1 10/2016 09/2017 26,5 31,8 6,8 8,4 10/2017 09/2018 26,2 31,5 5,5 7,7 10/2018 09/2019 26,1 31,4 3,7 5,6 10/2019 09/2020 24,3 29,2 3,7 5,6 10/2020 09/2021 23,9 28,7 3,7 5,6 Tabel 4: Gecontracteerde exportvolumes GasTerra. GasTerra is van mening dat deze contracten niet zomaar opengebroken kunnen worden, ook niet als een beroep gedaan wordt op de in de contracten opgenomen overmachtsbepalingen. Belangrijk is op te merken dat GasTerra niet verplicht is Groningengas te exporteren, maar laagcalorisch gas. Dat betekent dat GasTerra ook hoogcalorsch gas kan inkopen en omzetten naar laagcalorisch gas en dit vervolgens exporteren. In de Europese Verordening leveringszekerheid gas staat dat bij een ernstige verstoring van de gasvoorziening de lidstaten ervoor moeten zorgen dat er geen maatregelen worden genomen die de gasstroom binnen de interne markt op enig moment onnodig beperken en er geen maatregelen worden genomen die de gasleveringssituatie in een andere lidstaat ernstig in gevaar zouden kunnen brengen. Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) stelt daarnaast dat bij een productiebeperking er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen binnen- en buitenlandse afnemers. Een productiebeperking waarbij het geproduceerde aardgas exclusief voor het binnenlandse verbruik wordt bestemd, is dus niet toegestaan. 7 Bijvoorbeeld in de brief op 17 januari 2014, Kamerstuk 33 529, nr. 28.
Aardgasbaten Een lagere aardgasproductie betekent lagere aardgasbaten. De afgelopen jaren lagen de aardgasbaten rond de 12-14 miljard per jaar, waarvan 10-12 miljard uit het Groningengas. In het onderzoek dat de minister heeft laten uitvoeren naar de gederfde aardgasbaten, was het vertrekpunt nog een ongewijzigde productie van circa 46 tot 47 miljard Nm 3 in 2014 en 2015. Het productieplafond is echter inmiddels verlaagd naar 39,4 miljard Nm 3. Het onderzoek stelt dat het verschil tussen een productiebeperking naar 40 miljard Nm 3 en een productbeperking naar 30 miljard Nm 3 tussen de 1,7 en 2,2 miljard aan misgelopen aardgasbaten in 2015 betreft. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat in deze berekening niet de daling van de gasprijs met zo n 25% is meegerekend. Daarnaast betreft deze derving de korte termijn: het gas loopt niet weg en kan later, tegen de dan geldende gasprijs, geproduceerd en verkocht worden. De conversie naar laagcalorisch gas zal ook kosten met zich mee brengen. Op de gasmarkt kan de reductie van de Nederlandse aargasproductie wellicht leiden tot een prijsstijging. Figuur 5: Aardgasbaten1995-2013. Bron: CBS. Conclusies en aanbevelingen Conclusie Wanneer de conversie-installaties maximaal worden ingezet en de flexibiliteit van het Groningenveld volledig mag worden benut, is een productiebeperking van het Groningenveld tot 30 miljard m 3 mogelijk. Wegvallende productie uit het Groningenveld wordt dan gecompenseerd door hoogcalorisch gas uit Rusland, Noorwegen en LNG. De belangrijkste consequentie van een productiebeperkin tot 30 miljard m 3 naast een kleinere frequentie van en wellicht minder sterke aardbevingen in Groningen zijn de lagere aardgasbaten op korte termijn: tussen de 1,7 en 2,2 miljard in 2015. Extra hoogcalorisch aardgas moet worden geïmporteerd en gecontracteerd. Aanbevelingen De minister heeft besloten tot een hard productieplafond van 39,4 miljard m3 per jaar. Wanneer het de wens van de Tweede Kamer is om het productieplafond verder te verlagen, kan ook overwogen worden om een flexibel productieplafond in te stellen dat afhankelijk is van de weersomstandigheden. Bij een koude winter kan het productieplafond dan hoger zijn dan bij een milde winter. Op die manier wordt de leveringszekerheid gewaarborgd en is het toch mogelijk om het productieplafond te verlagen. Een productiebeperking draagt bij aan de veiligheid van de inwoners van provincie Groningen. Wanneer een productiebeperking niet tegelijkertijd gepaard gaat met een reductie in de vraag naar (laagcalorisch) aardgas, is er geen milieuwinst, integendeel. In het Energieakkoord zijn afspraken gemaakt over energiebesparing in de industrie en in de gebouwde omgeving. Toch biedt het Energieakkoord onvoldoende antwoord op de vraag hoe Nederland minder afhankelijk wordt van aardgas. Het ontbreekt aan een exitstrategie. Want de productie van aardgas loopt snel terug. Bovendien lijkt het tegenstrijdig dat het Rijk sinds 2005 fors heeft ingezet op de strategie van Nederland als internationale gasrotonde. De Algemene Rekenkamer is kritisch geweest over de nut en noodzaak van deze gasrotondestrategie. Ook in het onderzoek naar de toekomst van het gasgebouw wordt geconstateerd dat een explicitiete visie op gaswinning en op de rol van gas in de toekomstige energiemix ontbreekt. 8 8 ABDTOPConsult, Onderzoek Toekomst Governance Gasgebouw, augustus 2014
In het Energieakkoord ligt de nadruk op hernieuwbare elektriciteit. Het beperken en verduurzamen van de warmtevraag is minder goed uitgewerkt. Het kabinet heeft aangegeven spoedig een Warmtevisie te presenteren. In deze Warmtevisie zou in de eerste plaats de nadruk moeten liggen op het beperken van de warmtevraag. In Nederland wordt per jaar een equivalent van 15 miljard m 3 aardgas als restwarmte geloosd. De tweede stap is een ambitieuze strategie voor het versnellen van duurzame warmtelevering. Duurzame warmtelevering betekent dat elektrisch verwarmen met behulp van warmtepompen en collectieve warmtelevering op basis van industriële restwarmte en hernieuwbare warmtebronnen moet worden gestimuleerd. Niet alleen in de gebouwde omgeving, maar ook in de glastuinbouw kan duurzame warmtelevering een belangrijke rol spelen. De vraag naar aardgas kan daarmee worden gereduceerd. Energiebesparing is één van de meest kosteneffectieve CO2- reductiemaatregelen. Elektrificatie van de warmtevoorziening heeft daarnaast als voordeel dat de uitstoot van broeikasgassen binnen de non-ets-sector verschoven worden naar de ETS-sector. Het is belangrijk dat het Rijk een strategie vaststelt hoe zij de komende decennia het beschikbare aardgas per sector wil inzetten. Bij deze strategie horen concrete beleidsinstrumenten. Een voorbeeld daarvan betreft de scheve verhouding tussen de energiebelasting op aardgas en op elektriciteit: elektriciteit wordt zes maal zwaarder belast. Daardoor is er geen gelijk speelveld voor bijvoorbeeld de warmtepomp in vergelijking met een gasketel. Een betere balans in de energiebelasting is dus gewenst. Daarnaast moet de vraag gesteld worden of bij nieuwbouw of grootschalige renovatie nog een gasinfrastructuur wenselijk is. Rotterdam, 4 februari 2015 Geraadpleegde literatuur en bronnen Kamerbrief over Gaswinning in Groningen, 17 januari 2014, kenmerk DGETM / 14008697 Kamerbrief over Winningsbesluit Gaswinning Groningenveld, 16 december 2014, kenmerk DGETM-EM / 14207601 Antwoorden op schriftelijke vragen over gaswinning Groningen, 15 januari 2015 Ministerie van Economische Zaken, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland - Jaarverslag 2013 Jaarverslag GasTerra 2013 SodM, Bevingsgevoeligheid van de Eemskanaal regio, 16 december 2014 Brief van SodM over Groningenveld, 22 januari 2013, kenmerk 13010015 GTS, Rapport Voorzieningszekerheid Gas 2013 Beantwoording Kamervragen over langetermijncontracten en gasverkoop, 20 januari 2015, kenmerk DGETM / 15001550 Algemene Rekenkamer, Gasrotonde: nut, noodzaak en risico s, 14 juni 2012 ABDTOPConsult, Onderzoek Toekomst Governance Gasgebouw, augustus 2014 Ministerie van Economische Zaken, Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt, november 2013 GTS, Mogelijkheden kwaliteitsconversie en gevolgen voor de leveringszekerheid, 3 oktober 2013 Ministerie van Economische Zaken, Effecten van een eventuele productiebeperking op de gasbaten, 10 september 2013 GasTerra B.V. en Ministerie van Economische Zaken, Leveringsverplichtingen Groningengas, november 2013 http://www.namplatform.nl