Reglement op de begraafplaatsen Zitting van 5 juli 2016. Gepubliceerd op 31 augustus 2016. Artikel 1. Delegatie De gemeenteraad delegeert, overeenkomstig artikel 6 en 8 van het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004, de bevoegdheid voor urnenkelder-, grafkelder- en columbariumconcessies aan het college van burgemeester en schepenen. Artikel 2. Register De ambtenaar van de technische dienst houdt een genummerd en geparafeerd register waarin de toelating tot begraving en de plaats van begraving wordt ingeschreven van de personen die op de begraafplaats van de gemeente of op een private begraafplaats gelegen op het grondgebied van de gemeente begraven worden. Overlijden: aangifte - kisting Artikel 3. Elk overlijden in de gemeente moet zo spoedig mogelijk aangegeven worden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit geldt eveneens ingeval van ontdekking van een menselijk lichaam op het grondgebied van de gemeente. Het overlijden wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vastgesteld op basis van een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer. De aangevers regelen met de gemeente de formaliteiten betreffende de begrafenis, rekening houdend met de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen. Bij ontstentenis daarvan doet de gemeente het nodige. De begrafenis kan ten vroegste plaatsvinden op de derde werkdag na kennisname van het overlijden door de burgerlijke stand of technische dienst. De betaling van de concessie gebeurt door de concessiehouder voor de begraving, conform het geldende belastingreglement.
Artikel 4. Het is verboden gebruik te maken van lijkkisten, foedralen, lijkwaden en producten die de natuurlijke en normale ontbinding van de stoffelijke overschotten verhinderen. Dit geldt ook voor urnen indien deze in volle grond begraven worden. In urnenkelders en nissen van het columbarium is het verboden gebruik te maken van vergankelijk materiaal. Artikel 5. Tot vormneming, balseming of kisting mag overgegaan worden nadat de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis genomen heeft van het overlijden. Wanneer het overlijden te wijten is aan een gewelddadige of verdachte oorzaak kan dit pas na vrijgave van het lijk door de procureur des Konings. Artikel 6. De begrafenisondernemer dient er zich van te vergewissen dat de kist niet groter is dan de plaats in de aangewezen kelder. Dit geldt ook voor de grootte van de urne in een columbarium en in een urnenkelder. Dit met het oog op eventueel latere bijzettingen. Lijkenvervoer Artikel 7. Het lijkenvervoer wordt waargenomen door private ondernemingen onder toezicht van de gemeente. Het vervoer dient ordelijk, welvoeglijk en met de aan de doden verschuldigde eerbied te verlopen. Het vervoer van stoffelijke overschotten, gekist of in een lijkwade, gebeurt in een lijkwagen of op de meest passende wijze. Het vervoer dient steeds in de kortst mogelijke afstand te gebeuren. Artikel 8. Als het stoffelijk overschot of eventueel de asurne dient getransporteerd te worden buiten het grondgebied van de Vlaamse gemeenschap in België dan is er een toelating tot vervoer noodzakelijk van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de overlijdensplaats (art. 15bis, 2 e lid Decreet Vlaamse Gemeenschap ingevoerd d.d. 18/04/2008, Belgisch Staatsblad d.d. 26/05/2008, van kracht op 05/06/2008). Begraving Artikel 9. De begrafenis wordt uitgevoerd binnen de 14 dagen volgend op de dag van het overlijden.
De begravingen kunnen doorgaan: elke werkdag van 9 uur tot 16 uur; elke zaterdag van 9 uur tot 15 uur. Op zondagen en feestdagen worden geen begravingen uitgevoerd. In dit geval zal de begraving of bijzetting de eerstvolgende werkdag worden uitgevoerd. Artikel 10. De begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven van: 1. personen die in een van de bevolkingsregisters van Lede ingeschreven zijn, personen overleden op het grondgebied van Lede en lijken ontdekt op het grondgebied; 2. personen die de gemeente effectief bewonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in een van de bevolkingsregisters; 3. personen die minstens 20 jaar ingeschreven waren in het bevolkingsregister van Lede en buiten het grondgebied van de gemeente overleden zijn. De periode van minstens 20 jaar is van toepassing zowel op het totaal van onderbroken perioden als voor een onafgebroken periode. In de gevallen vermeld onder 2 dienen de nodige bewijsstukken voorgelegd te worden door de aanvrager. Artikel 11. Tevens zijn de begraafplaatsen bestemd voor het begraven van alle personen waarvoor een toelating tot begraven verleend werd, conform de bepalingen van dit reglement op de begraafplaatsen en het belastingreglement betreffende de begraafplaatsen. Artikel 12. Mogelijkheden van begraven Het ter aarde bestellen van een stoffelijk overschot of asurne heeft plaats op een van de begraafplaatsen van de gemeente. De mogelijkheden van begraven zijn: a. het begraven van een stoffelijk overschot of asurne (met of zonder concessie); b. het bijleggen van een stoffelijk overschot of bijzetten van een asurne in een bestaande grondconcessie (met concessie); c. het begraven van een stoffelijk overschot en het plaatsen van een asurne in een grafkelderconcessie; d. het plaatsen van een asurne in een columbarium (met of zonder concessie); e. het plaatsen van een asurne in een urnenkelder ; f. het verstrooien van de as op een strooiweide.
Begraven zonder concessie Artikel 13. Algemeen Begraven zonder concessie is gratis en uitsluitend voor inwoners van Lede of personen die beschouwd worden als inwoners zoals bepaald in artikel 10. Artikel 14. Soorten Op de begraafplaatsen wordt een begraving toegestaan voor: 1. het begraven van een stoffelijk overschot of asurne in grond; 2. het plaatsen van een asurne in columbarium; 3. het verstrooien van de as op de strooiweide. Artikel 15. Aanvraag Bij de burgerlijke stand wordt gemeld dat de begrafenis zonder concessie verkozen wordt. Er wordt een document ondertekend door de nabestaanden ter bevestiging van de kennisname van de periode van 10 jaar. Artikel 16. Ruimen Het ruimen van de graven zonder concessie gebeurt 10 jaar na het overlijden. De omvorming van een niet-geconcedeerde concessie naar een geconcedeerde concessie is mogelijk mits retroactieve betaling van de concessie. Begraven met concessie Artikel 17. Algemeen De concessiehouder beslist wie in eenzelfde concessie begraven wordt. Soorten Artikel 18. Op de begraafplaatsen wordt een concessie toegestaan voor: het begraven in een grafkelder van een of meerdere stoffelijke resten of asurnen (grafkelderconcessie); het plaatsen in een urnenkelder van één, twee of drie asurnen (urnenconcessie); het plaatsen in een columbarium van één of twee asurnen per nis (columbariumconcessie); het begraven van een of twee stoffelijke resten en/of meerdere asurnen in een grondconcessie. Artikel 19. In een reeds toegestane grondconcessie mogen een of twee boven elkaar geplaatste lichamen begraven worden en/of meerdere asurnen. In dit geval wordt bij elke volgende begraving de lopende concessie verlengd tot een termijn van 20 jaar. De retributie die verschuldigd is, wordt proportioneel berekend op het aantal jaren dat de vervaldatum van de lopende concessie wordt overschreden.
Boven de bovenste doodskist of lijkwade bevindt zich een laag grond van ten minste 65 cm. In één concessie kunnen maximum twee kisten. Asurnen kunnen bijgezet worden zolang het mogelijk is. Aanvraag Artikel 20. De concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen op een daartoe gesteld formulier. Zij vermeldt de identiteit van de aanvrager en van de begunstigde(n). De concessie wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen aan de voorwaarden en tarieven vastgesteld in het belastingreglement. De concessietermijn bedraagt 20 jaar. De duur van het concessiecontract neemt een aanvang op de datum van overlijden of op de datum van begraving zo het stoffelijk overschot van een andere begraafplaats overgebracht wordt. In het geval van een grafkelder bedraagt de concessietermijn 50 jaar. Deze neemt een aanvang op datum van aankoop. Plaatsbepaling gebeurt door een afgevaardigde van de gemeente. Artikel 21. Door het verlenen van een concessie vervreemdt de gemeente de grond, de grafkelder of de columbariumnis niet. Zij verleent een gebruiksrecht met een tijdelijke en nominatieve bestemming. De concessie is onoverdraagbaar. Artikel 22. Het toekennen van concessies vooraleer een overlijden heeft plaatsgehad is mogelijk volgens het belastingreglement, geldend op dat ogenblik. Er dient een grafteken geplaatst te worden ten laatste drie maanden na aankoop van de concessie. Eeuwigdurende concessies Artikel 23. De Wet van 20.07.1971 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging heeft de eeuwigdurende concessies omgezet in verlengbare concessies van 50 jaar. Volgens artikel 9 van het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging moet, voor de hernieuwing van de eeuwigdurende concessie dezelfde procedure toegepast worden als deze voor de hernieuwing van de niet-eeuwigdurende concessies.
De burgemeester of zijn afgevaardigde maakt de mogelijkheid tot hernieuwing bekend aan het graf en aan de ingang van de begraafplaatsen minstens één jaar voor het vervallen van de eeuwigdurende concessie. De verlenging van een eeuwigdurende concessie is gratis. Hernieuwen Artikel 24. De concessie wordt hernieuwd volgens de prijs, de duur en de voorwaarden vastgesteld in het op dat ogenblik geldend belastingreglement. Op aanvraag van enige belanghebbende voor het verstrijken van de concessie, doch in de loop van het 19e jaar van de lopende concessie, kan deze hernieuwd worden. De duur van de hernieuwing bedraagt 10 of 20 jaar en voor een grafkelder 30 jaar. Artikel 25. Het grafteken van de concessie moet door de belanghebbenden verwijderd zijn voor januari van het jaar volgend op het beëindigen van de concessie. Gebeurt dit niet, dan wordt het van ambtswege verwijderd. Het van ambtswege verwijderde grafteken en de ondergrondse constructie worden eigendom van de gemeente. Terugnemen Artikel 26. In geval van het terugnemen van een perceel of nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheid kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding. Het terugnemen geeft recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmeting op een ander deel van de begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van het stoffelijk overschot of de asurne en van het grafteken zijn ten laste van de gemeente. Artikel 27. Op verzoek van de concessiehouder kan het college van burgemeester en schepenen een perceel of nis terugnemen wanneer dit ongebruikt is gebleven of wanneer het ongebruikt geworden is ingevolge de overbrenging van het stoffelijk overschot of de asurne en dit zonder enige financiële vergoeding van de gemeente. Artikel 28. Voortijdig beëindigen van een concessie Het voortijdig beëindigen van een concessie moet schriftelijk aangevraagd worden door de concessiehouder, zijn erfgenamen en rechthebbenden of op verzoek van iedere belanghebbende.
Bij het voortijdig beëindigen van de concessie wordt geen concessieprijs terugbetaald. De aanvraag tot voortijdig beëindigen wordt bekend gemaakt aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie gedurende een periode van zes maand of tot 30 november wanneer Allerheiligen niet in deze zes maand valt. Bezwaren tegen de aanvraag tot voortijdige beëindiging moeten schriftelijk ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen. Indien er geen bezwaren worden ingediend, wordt de concessie ambtshalve verwijderd. Het grafmonument wordt eigendom van de gemeente. Artikel 29. Oud-strijders De concessies van oud-strijders en oorlogsinvaliden worden behandeld als geconcedeerde concessies, verlengbaar met 10 of 20 jaar. De concessies van gesneuvelden worden behandeld als eeuwigdurende concessies. Artikel 30. Kinderen Kinderbegraafplaats: De begravingen in volle grond van het stoffelijk overschot en asurnen van kinderen kunnen gebeuren op de kinderbegraafplaats, een afzonderlijk perceel grond voorzien op de begraafplaats. De maximum leeftijd voor een begraving op de kinderbegraafplaats bedraagt 12 jaar. Het niet-geconcedeerd graf wordt gedurende 10 jaar behouden. De concessie loopt 20 jaar. Artikel 31. Asverstrooiingen Asverstrooiingen gebeuren op een hiertoe voorbehouden asverstrooiingsweide door een aangestelde van de gemeente. Graven - graftekens Artikel 32. Grafkelders en columbaria worden uitsluitend ter beschikking gesteld door de gemeente. Dit geldt ook voor het hergebruik van niet-hernieuwde graf- en columbariumconcessies. Artikel 33. Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op het graf van zijn verwant of vriend een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Artikel 34. Op de begraafplaatsen gebeurt de plaatsing, de wegneming of de verbouwing van graftekens en de uitvoering van beplantingen onder toezicht van de burgemeester of zijn gemachtigde. Het plaatsen van graftekens is onderworpen aan een voorafgaande toelating. Dit kan telefonisch gebeuren, minstens 24 uur op voorhand. Het is verboden graftekens op te richten voor het verstrijken van drie maanden, volgend op de datum van de begrafenis, uitgezonderd bij grafkelders en urnenkelders. De graftekens moeten geplaatst worden op de lijnrichting aan te wijzen door de gemeente. Rechtopstaande graftekens en kruisen moeten zo worden vastgezet dat zij niet overhellen door het samendringen van de aarde of door een andere oorzaak. Artikel 35. Alle werken ter voorbereiding, die elders mogelijk zijn, mogen niet op de begraafplaats gebeuren. De materialen moeten zoveel mogelijk geprefabriceerd ter plaatse worden gebracht om de werken op de begraafplaats tot het strikte minimum te beperken. Gemetste constructies zijn verboden. De werken moeten binnen de kortst mogelijke termijn worden voltooid. Zo de werken niet werden beëindigd op sluitingsuur, dienen materieel en voertuigen van de begraafplaats te worden verwijderd. Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt van ambtswege overgegaan tot de wegneming van de materialen op kosten van de overtreder en op diens verantwoordelijkheid. Artikel 36. Het plaatsen van graftekens op de begraafplaatsen kan pas na voorafgaande toelating toestemming gebeuren en is verboden op zater- en zondagen, alsmede op de wettelijke en daarmee gelijkgestelde feestdagen en verlofdagen eigen aan de gemeente. Dit verbod geldt eveneens op alle andere dagen voor 8.30 uur 's morgens en na 15.30 uur 's avonds. Daarenboven is het verboden tijdens de twee weken die 1 november voorafgaan grote onderhouds- of veranderingswerken uit te voeren op de begraafplaatsen.
Artikel 37. Het wegnemen en terugplaatsen van een zerk of ander grafteken naar aanleiding van het begraven in een grafkelder-, grond- of urnenconcessie en alle daaraan verbonden kosten zijn ten laste van de belanghebbenden. Deze werken moeten gebeuren ten laatste 3 dagen voor de begrafenis en onder toezicht van de afgevaardigde van de gemeente. Artikel 38. Voorwerpen, beplantingen of bloemen op grafzerken mogen de hoogte van 0,80 m niet overschrijden. De hoogte van gedenktekens, voorwerpen of bloemen op urnenkelders wordt beperkt tot 0,50 m. Ook moet alles geplaatst worden binnen de oppervlakte van de steen. Bloemen of beplantingen mogen niet buiten de oppervlakte van het graf of de concessie uitgroeien. Het overschrijden van voornoemde hoogte van planten of bloemen of het buiten de oppervlakte van het graf of concessie uitgroeien ervan kan zonder voorafgaande verwittiging bij ordemaatregel door de gemeente tot de voorgeschreven beperkingen worden teruggebracht via snoei. Het is verboden voor of buiten de concessies of op de zijkanten van de wegen, waarvan het onderhoud door de gemeente wordt verzorgd, bloempotten te zetten of beplantingen aan te brengen. Ze kunnen zonder voorafgaande verwittiging bij ordemaatregel door de gemeentediensten worden verwijderd. Het aanplanten van sierheesters, sparren en bomen is verboden, ongeacht de grootte. Artikel 39. Op de deksteen van de columbariumnissen mag slechts een plakket en bloemenhouder worden aangebracht. Deze worden ongegraveerd geplaatst door de gemeente. Op het plakket mogen enkel de naam en de datum van de geboorte en het overlijden worden aangebracht. Ook mag een symbool en/of foto van de overledene op een formaat met een maximum doorsnede van 13 cm geplaatst worden. Onder geen enkele andere vorm mogen inscripties, bloemen e.d. op of aan de nisdeksels worden aangebracht.
Artikel 40. Op de graven mogen de graftekens volgende afmetingen niet overschrijden: volwassenen: 1,99 m x 0,99 m; kinderen: 0,99 m x 0,99 m of 1,99 m x 0,99 m; hoogte: max. 1,20m. Op de grafkelderconcessies moeten de graftekens het ondergrondse bouwwerk volledig bedekken. Artikel 41. De graftekens op urnenkelders beantwoorden aan volgende afmetingen: vlakke liggende stenen: 50 cm x 50 cm; hoogte: maximum 50 cm. Artikel 42. Graftekens die niet overeenstemmen met de bepalingen van de gemeentelijke reglementering dienen terug verwijderd te worden door diegenen in wiens opdracht ze geplaatst werden. De betrokkenen of de concessiehouder zullen hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Bij gebrek aan herstel binnen een periode van 60 kalenderdagen zal de verwijdering van het grafmonument in opdracht van het gemeentebestuur plaatsvinden. De kosten van deze verwijdering en de eventuele kosten van beschadiging bij de uitvoering van de werken zullen ten laste gelegd worden van de opdrachtgever(s) en/of van de concessiehouder. Artikel 43. Onderhoud Het onderhoud van de graven en alles wat zich erop bevindt rust op de concessiehouder. Met dit onderhoud worden ook verzakkingen bedoeld. Alle verwelkte bloemen en planten moeten onmiddellijk verwijderd worden, zoniet gebeurt dit van ambtswege. Niet verwelkbare bloemen worden verwijderd van de strooiweide, aan de columbaria en de urnenperken indien ze het uitoefenen van het werk hinderen. Artikel 44. Verwaarlozing Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is. Verwaarlozing wordt vastgelegd in een akte van de burgemeester. Die akte blijft een jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van deze termijn en bij niet herstelling wordt de concessie beëindigd door het college van burgemeester en schepenen. Van ambtswege wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van materialen. De van ambtswege verwijderde graftekens en versieringsvoorwerpen worden eigendom van de gemeente. Ingeval van dringende noodzakelijkheid kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens doen wegnemen zonder verhaal op vergoeding. De dringende noodzaak zal worden vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester, die wordt aangeplakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. Ordemaatregelen Artikel 45. Het is verboden op de begraafplaats: 1. de muren of omheiningen te beklimmen; 2. de strooiweiden, plantperken en grafstenen te betreden; 3. de gedenktekens, afsluitingen of om het even welk voorwerp op de graven te beschadigen; 4. bomen, struiken en beplantingen te beschadigen of te vernielen; 5. bloemen of sierplanten te ontvreemden; 6. de begraafplaats te betreden met andere voorwerpen dan die bestemd voor het onderhoud en de versiering van de graven; 7. te leuren of om het even welke voorwerpen tentoon te stellen of te verkopen; 8. op om het even welke wijze de orde, de welvoeglijkheid of de stilte te verstoren; 9. afval, papier of andere voorwerpen weg te gooien, tenzij in de daartoe bestemde korven; 10.aanplakbiljetten, opschriften, borden of aankondigingstekens aan te brengen of te verwijderen. Iedereen die een van de in vorige alinea opgesomde verbodsbepalingen overtreedt, wordt onverminderd eventuele vervolging uit de begraafplaats gezet. Artikel 46. De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen en is niet aansprakelijk voor de op de begraafplaatsen gepleegde diefstallen. Artikel 47. Het is aan de personeelsleden verboden: rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan leveringen of ondernemingen voor begrafenissen, gedenktekens, grafkelders; zich al dan niet via tussenpersonen bezig te houden met handelsverrichtingen, die enigerlei verband houden met de dienst;
werken uit te voeren die hun niet opgelegd zijn door de verantwoordelijke van de begraafplaats. Toegankelijkheid Artikel 48. De begraafplaatsen zijn alle dagen toegankelijk voor het publiek van zonsopgang tot zonsondergang. Voor dienstnoodwendigheden kunnen de begraafplaatsen, op bevel van de burgemeester, tijdelijk voor het publiek gesloten worden. Artikel 49. De begraafplaatsen mogen enkel betreden worden door voetgangers. Lijkwagens of daarmee gelijkgestelde wagens ter gelegenheid van begrafenissen, kinderwagens, kindervoertuigen, vervoermiddelen van zieken, mindervaliden en gekwetsten of personen die zich moeilijk kunnen verplaatsen en de voertuigen met materialen en grondstoffen voor de bouw en de oprichting van graftekens worden toegelaten. Opgraving en verplaatsing Artikel 50. Het opgraven van stoffelijke resten uit grond zonder concessie, uit een grondconcessie of uit een grafkelderconcessie gebeurt door personen die voldoende opgeleid zijn en beschermende kledij dragen. Artikel 51. Opgravingen en verplaatsingen van een asurne zijn enkel mogelijk: 1. op bevel van de gerechtelijke overheid; 2. bij terugneming door de gemeente van het geconcedeerd graf of nis, wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden; 3. bij wijziging van de bestemming van de begraafplaats; 4. bij een gemotiveerde aanvraag van de dichtste nabestaanden en mits voorafgaande machtiging van de burgemeester. Artikel 52. Dag en uur van de opgraving en verplaatsing worden door de burgemeester bepaald. Bij de opgraving is de korpschef van de politie of zijn afgevaardigde, de afgevaardigde van de gemeente en, indien gewenst, een verwant of mandataris van de familie aanwezig. De plaats van de opgraving en verplaatsing wordt voor het publiek visueel afgeschermd.
Artikel 53. Indien de staat van de kist of de urne het vereist, dient deze vernieuwd te worden. Elke andere maatregel die de welvoeglijkheid en de openbare gezondheid beschermt wordt genomen. Artikel 54. De belasting voor de opgraving is ten laste van de verzoeker volgens de tarieven van het op dat ogenblik geldende belastingreglement. Thuisbewaring van de asurne eerder geplaatst in columbarium of urnenveld Artikel 55. De aanvraag van de thuisbewaring van een asurne eerder geplaatst in columbarium of urnenveld moet schriftelijk gebeuren. De aanvraag wordt ingediend door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten in de eerste graad. De thuisbewaring van de asurne wordt dan bekend gemaakt aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken nis of perceel gedurende een periode van zes maand of wanneer Allerheiligen niet in deze zes maand valt tot 30 november. Artikel 56. Bij het terugbrengen van een asurne naar de begraafplaats moet deze begraven of geplaatst worden in een concessie of uitgestrooid worden. Artikel 57. Uitvoering Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 186 van het Gemeentedecreet.