Auteur. Onderwerp. Datum

Vergelijkbare documenten
Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Geregistreerde schenkingen om successierechten te vermijden. Copyright and disclaimer

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Bernard Waûters. Onderwerp. Dit is een uittreksel uit het boek:

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Cazimir. Onderwerp. VLABEL spreekt zich uit over langst-leeft-al-heeft-beding of verblijvingsbeding. Datum.

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding in volledig akkoord. Copyright and disclaimer

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. De sociale verzekering voor zelfstandigen, in geval van faillissement. Copyright and disclaimer

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding voor gepensioneerden. Copyright and disclaimer

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. Onderwerp

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Echtscheiding in gemeen akkoord. Copyright and disclaimer

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Elfri De Neve. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Auteur. Bureau voor Belgische Zaken. Onderwerp. Copyright and disclaimer

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Onderwerp. Copyright and disclaimer

Instelling. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Inhoud. Inhoud... Titel 1. Juridische aspecten Hoofdstuk 1. Algemeen... 1

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum

Estate Planning. crashed.life / photocase.com HOEZO, GEGEVEN IS GEGEVEN?

Auteur. Onderwerp. Datum

Hoe beveilig ik mijn partner?

HET ENE VRUCHTGEBRUIK IS HET ANDERE NIET.

Antimisbruikbepaling - Fiscaal misbruik - Toepassingsgevallen - Registratie- en successierecht

Successieplanning via levensverzekering en huwelijkscontract. Brussel, 23 oktober 2010

Auteur. Onderwerp. Datum

1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht


De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende?

Instantie. Onderwerp. Datum

16 februari Deze omzendbrief vervangt vanaf 1 januari 2015 de omzendbrief 2014/2. Inhoudstabel

4.1. Vooraf: soorten adoptie De adoptanten gezamenlijk Eén adoptant Wat is voogdij?... 5

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum

Transcriptie:

Auteur Alain Verbeke Buitengewoon Hoogleraar Leuven, Antwerpen, Tilburg Advocaat Philippe & Partners Onderwerp Vruchtgebruik: creatief met rechthebbenden Datum 1999 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom, die toebehoren aan bepaalde betrokkenen, en dat er u geen recht wordt verleend op die desbetreffende rechten. M&D Seminars wil u met dit document de nodige informatie verstrekken, zonder dat de in dit document vervatte informatie bedoeld kan worden als een advies. Bijgevolg geeft M& D Seminars geen garanties dat de informatie die dit document bevat, foutloos is, zodat u dit document en de inhoud ervan op eigen risico gebruikt. M&D Seminars, noch enige van haar directieleden, aandeelhouders of bedienden zijn aansprakelijk voor bijzondere, indirecte, bijkomstige, afgeleide of bestraffende schade, noch voor enig ander nadeel van welke aard ook betreffende het gebruik van dit document en van haar inhoud. M&D Seminars - 1 september 2001 M&D CONSULT BVBA HUBERT-FRERE-ORBANLAAN 47 9000 GENT TEL 09/224 31 46 FAX 09/225 32 17 E-mail: info@mdseminars.be www.mdseminars.be

Creatief met rechthebbenden A. Principes 1. Ik verwijs terug naar de probleemstelling: overgang van eigendom naar een verdere generatie met behoud van controle en inkomsten bij een eerdere generatie. De vraag rijst of het mogelijk is om deze doelstelling te spreiden over meer dan één generatie. Onder voorbehoud van de algemene caveat dat men er zich zal voor hoeden mee te werken aan een al te verregaande constructie waarbij een familiepatriarch wild om zich heen slaand probeert om zoveel mogelijk vanuit het graf te blijven regeren, kan het soms toch nuttig zijn de operatie door te voeren tussen bv. ouders, kinderen en kleinkinderen. Verhindert de essentiële vereiste van het tijdelijke karakter van het vruchtgebruik verbonden aan het hoofd van één welbepaalde persoon, dat men creatief combinaties kan tot stand brengen waarbij het vruchtgebruik bij overlijden van deze persoon toch niet aanwast bij de blote eigenaar, maar bv. in een andere generatie terecht komt? Denk bv. aan de schenking of legaat van blote eigendom direct naar de kleinkinderen, met voorbehoud van vruchtgebruik voor de schenkende grootouder, met een eerste terugval van vruchtgebruik voor zijn langstlevende echtgenote en met een tweede terugval van vruchtgebruik voor zijn zoon, vader van de kleinkinderen. 2. Hoe kan het tijdelijk en persoonsgebonden karakter van het vruchtgebruik worden verzoend met de in de praktijk vaak voorkomende toepassingen van gezamenlijk, terugvallend, successief en eventueel vruchtgebruik? Dit kan eenvoudig worden ingezien indien men de zaak bekijkt vanuit het standpunt van de vestiger van het vruchtgebruik. Elk vruchtgebruik dat wordt gevestigd moet om geldig te zijn beantwoorden aan volgende twee principes: het mag niet langer duren dan het leven van de persoon op wiens hoofd het vruchtgebruik wordt gevestigd; het vruchtgebruik kan enkel worden gevestigd ten gunste van personen die op het ogenblik van de beschikking reeds in leven zijn. In geval van schenking zal de vruchtgebruiker minstens moeten verwekt zijn op het ogenblik van de schenking, en in geval van legaat op het ogenblik van het overlijden van de testator (artikel 906 B.W.). B. Toepassingen Gezamenlijk vruchtgebruik 3. Bij een gezamenlijk vruchtgebruik wordt één recht van vruchtgebruik in onverdeeldheid gevestigd op het hoofd van twee vruchtgebruikers 1. Voor de duur van het vruchtgebruik betekent dit dat het vruchtgebruik even lang duurt als het leven van de langstlevende der vruchtgebruikers. Bij overlijden van de eerste vruchtgebruiker zal diens onverdeeld aandeel in het recht van vruchtgebruik, behoudens andersluidend 1 Het is het recht van vruchtgebruik zelf dat in onverdeeldheid is. Uiteraard bestaat er geen verhouding van onverdeeldheid tussen de vruchtgebruikers en de blote eigenaar, vermits beiden titularis zijn van een totaal verschillend zakelijk recht (zie hierna). 1

beding, aanwassen bij de tweede vruchtgebruiker om geheel tot een einde te komen bij het overlijden van deze laatste 2. Zie daarover verder nog bij aanwas en terugval. Opvolgend of successief vruchtgebruik 4. De vestiger kan ook perfect een vruchtgebruik vestigen op het hoofd van de heer A en daarbij bedingen dat in geval van overlijden van de heer A het vruchtgebruik van A niet zal aanwassen bij de blote eigendom, doch zal toekomen aan mevrouw B. Het vruchtgebruik van A is tijdelijk en eindigt bij zijn overlijden. Het vruchtgebruik van B is een ander vruchtgebruik, een tweede vruchtgebruik door de vestiger gecreërd, nu niet op het hoofd van A maar op het hoofd van B. Dit recht van B is evenwel onderworpen aan een opschortende voorwaarde, met name het vooroverlijden van A. Overigens bepaalt de wet uitdrukkelijk in artikel 580 B.W. dat het vruchtgebruik kan worden gevestigd onder een voorwaarde. 5. Men ziet duidelijk dat er geen probleem rijst voor het tijdelijk karakter van het vruchtgebruik. In de constructie van opvolgend vruchtgebruik wordt elk vruchtgebruik in de tijd beperkt door het leven van de personen op wiens hoofd de diverse vruchtgebruikrechten zijn gevestigd, zodat het vruchtgebruik nooit langer zal duren dan het leven van de langstlevende onder deze vruchtgebruikers 3. Terugvallend vruchtgebruik 6. Vaak geschiedt een transactie zoals een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik voor de schenker en met een terugval van dit vruchtgebruik ten gunste van een persoon A. Het gebruik van de term terugval in deze context is misleidend, daar niet het vruchtgebruik van A terugvalt, maar een nieuw tweede vruchtgebruik toekomt aan A 4. Hier is dus gewoon sprake van een successief vruchtgebruik. Het eerste vruchtgebruik wordt gevestigd door middel van het voorbehoud op het hoofd van de beschikker zelf. Het tweede vruchtgebruik wordt onder opschortende voorwaarde gevestigd op het hoofd van A. 7. Het begrip terugval wordt evenmin correct gehanteerd in de context waarbij het geplaatst wordt tegenover de aanwas 5. Wanneer man en vrouw een gemeenschappelijk goed overdragen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor elk van hen, en bij overlijden van een van hen voor het geheel voor de langstlevende, dan is er sprake van een aanwas van de helft van het vruchtgebruik ten voordele van de langstlevende, vermits deze reeds een gemeenschappelijk recht bezat ten aanzien van het vruchtgebruik. Indien een man een eigen goed schenkt met voorbehoud van vruchtgebruik voor zichzelf en bij zijn overlijden met terugval van geheel het vruchtgebruik voor zijn echtgenote, dan is ook hier geen sprake van een terugval van zijn eigen vruchtgebruik dat door zijn overlijden wordt beëindigd maar van een opvolgend vruchtgebruik ten gunste van zijn echtgenote. 2 De Page, VI, nr. 229. 3 De Page, VI, nr. 226 in fine. 4 Cass, 12 maart 1936, Pas., 1936, I, 189, 192 eerste kolom. 5 Over de terminologische verschillen inzake tontine, aanwas en terugvalling, zie Verbeke, Commentaar bij artikel 893 B.W., in Commentaar erfrecht, schenkingen en testamenten, Antwerpen, Kluwer, 1992, nr... 2

Eventueel vruchtgebruik 8. Het eventuele vruchtgebruik doet zich voor wanneer een blote eigenaar het vruchtgebruik ten aanzien van het goed waarop hij vruchtgebruik heeft overdraagt. De blote eigenaar beschikt over een virtueel rcht op het vruchtgebruik van het goed, met name onder de opschortende termijn (toekomstig maar zeker) van het overlijden van de actuele vruchtgebruiker waardoor aan het bestaande vruchtgebruik een einde zal komen. De vestiging van het vruchtgebruik door de blote eigenaar geschiedt aldus onder een opschortende voorwaarde, met name het onzekere element dat de begunstigde van dit vruchtgebruik nog in leven moet zijn op het ogenblik dat de termijn zich vervult en de actuele vruchtgebruiker overlijdt 6. 9. De toepassingen hiervan zijn legio, met name telkens wanneer een kind blote eigendom erft in de nalatenschap van bv. zijn vader, waarbij het actuele vruchtgebruik toekomt aan zijn moeder, en een eventueel vruchtgebruik toekomt aan de echtgenote van dat kind 7. 10. Er wordt op gewezen dat het verschil met successief vruchtgebruik hierin bestaat dat daar alle vruchtgebruikers hun recht verkrijgen van een en dezelfde vestiger. Bij een eventueel vruchtgebruik verkrijgt de bestaande vruchtgebruiker zijn recht van een eerdere eigenaar en de eventuele vruchtgebruiker van de blote eigenaar 8. Alhoewel dit inderdaad meestal het geval zal zijn, is dit m.i. niet noodzakelijk zodat het criterium niet distinctief is. Het is immers mogelijk dat een volle eigenaar een goed overdraagt met voorbehoud van vruchtgebruik voor persoon A en dan later als blote eigenaar het eventuele vruchtgebruik vestigt ten voordele van persoon B. In dit geval verkrijgen A en B hun recht van dezelfde vestiger. Het verschil met opvolgend vruchtgebruik bestaat dan hierin dat bij opvolgend vruchtgebruik de vestiger onmiddellijk, als volle eigenaar, de verschillende rechten vestigt, terwijl hij dit bij wat men het eventuele vruchtgebruik noemt pas later doet, als blote eigenaar. In dit geval zal de vereiste van het successief vruchtgebruik, met name dat de begunstigde van het eventuele vruchtgebruik moet verwekt zijn, spelen. Dit is niet het geval indien het eventuele vruchtgebruik volgt uit de wettelijke regels van het erfrecht. 6 De Page,VI, nr. 228. 7 Buyssens, Het eventueel vruchtgebruik, N.F.M., 1995/2, 1-12; Van Sinay, Is eventueel vruchtgebruik een eventueel recht?, T. Not., 1984, 370-373. 8 Buyssens, 8, nr. 27. 3

4