VDAB SECTORRAPPORT PRIMAIRE SECTOR



Vergelijkbare documenten
SECTOR HOUT- EN MEUBELINDUSTRIE

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR GRAFISCHE NIJVERHEID, PAPIER EN KARTON

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TRANSPORT, LOGISTIEK EN POST

SECTOREN IN VLAANDEREN

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TEXTIEL, KLEDING EN SCHOEISEL

SECTOR DIENSTEN AAN PERSONEN

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR ENERGIE, WATER EN AFVALVERWERKING

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR CHEMIE, RUBBER & KUNSTSTOF

SECTOR INFORMATICA, MEDIA EN TELECOM

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR HORECA & TOERISME

VDAB SECTORRAPPORT BOUWSECTOR

SECTOR DRANKEN, VOEDING & TABAK

VDAB SECTORRAPPORT METAALSECTOR

VDAB SECTORRAPPORT SECTOR ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

SECTOR GROOT- EN KLEINHANDEL

SUBREGIONALE ANALYSE VAN DE VLAAMSE ARBEIDSMARKT. Departement WSE

FORMULIER 3: Aanvraag voor invoering van gegevens van een ontbrekende vestigingseenheid(heden) uit de landbouwsector

Onderstaande overgangsmaatregelen gelden voor personen werkzaam in de landbouwsector (incl. loonwerk/loonsproeien).

NOVEMBER 2014 BAROMETER

Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen

Foto van de lokale arbeidsmarkt

De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek

SECTORFOTO 2012 LOKALE BESTUREN

Gemeentefoto. De Panne

BAROMETER. Taalgebruik in de Vlaamse Rand

Sectoren / paritaire comités Methodologie

Deel 7 ANDERE OPLEIDINGSVORMEN. Hoofdstuk 1 : VDAB-opleidingen

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld?

Korte schets van de problematiek

VERSO- Cahier 2/ 2014 Profiel van de medewerkers in de social profit

Deel 7 ANDERE OPLEIDINGSVORMEN. Hoofdstuk 1 : VDAB-opleidingen

STEEKKAART Toelichting Indicator Datum Bron Toelichting

1 Beschrijving van de activiteiten in de sector op basis van de Nace-Bel nomenclatuur

7 Andere primaire en secundaire sectoren

Diversiteitsplannen. Volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de soorten loopbaan- en plannen (LDP s). SUBSIDIE LOOPTIJD VOOR WIE

Transcriptie:

VDAB SECTORRAPPORT PRIMAIRE SECTOR

SECTORRAPPORT PRIMAIRE SECTOR VOORJAAR 2012

SECTORRAPPORT PRIMAIRE SECTOR Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding 5-6 Binnenlandse werkgelegenheid: Situering van de sector 7-8 Loontrekkende werkgelegenheid: Subsector en regio 9-10 Loontrekkende werkgelegenheid: Geslacht 11-12 Loontrekkende werkgelegenheid: Leeftijd 13-14 Loontrekkende werkgelegenheid: Arbeidsregime 15-16 Jobs: Statuut 17-18 Jobs: Jobcreatie en jobdestructie 19-20 Jobs: Loontrekkende jobs 21-22 Bedrijven: Vestigingsgrootte 23-26 Vacatures: Ontvangen door VDAB 27-28 Knelpuntberoepen: Knelpuntvacatures 29-30 Remediëring: Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO) 31-32 Bijlage: NACE-codes Foto s: Pascal Vyncke, SeniorenNet.be - 2 -

VDAB Sectorrapporten Inleiding Invalshoek Deze sectorrapporten vertrekken van de vraagzijde van de arbeidsmarkt. We brengen de tewerkstelling in Vlaanderen per sector in kaart en bekijken de kenmerken. De sectorindeling is gebaseerd op de NACE-classificatie van 2008 die ondernemingen indeelt volgens economische activiteiten. Op die manier wijken we dus af van de indeling in paritaire comités die op werknemersniveau zijn gedefinieerd. Eén onderneming kan werknemers uit diverse paritaire comités tewerkstellen, terwijl de werknemers uit éénzelfde paritair comité in diverse economische activiteiten aan de slag kunnen zijn. Beide indelingen zijn zo verschillend dat ook de cijfers niet vergelijkbaar zijn. Voor een sectorrapportering op basis van paritair comité verwijzen we naar de rapporten van het Departement Werk en Sociale Economie http://www4dar.vlaanderen.be/sites/svr/pages/2012-02-06-wse.aspx In onze sectorindeling worden aanverwante activiteiten gegroepeerd. Op het eind van elk sectorrapport staan de opgenomen activiteiten opgelijst. Databronnen In dit rapport wordt gebruik gemaakt van cijfers die beschikbaar worden gesteld in de Vlaamse Arbeidsrekening van het Steunpunt Werk en Sociale Economie in samenwerking met het Departement WSE. Het gaat dus om verwerkte cijfers van diverse sociale zekerheidsinstellingen (vb. RSZ, RSZPPO, RSVZ ). Daarnaast publiceren we ook cijfers van de VDAB zelf. Er is de voorkeur gegeven aan administratieve data eerder dan cijfers die gebaseerd zijn op enquêtes zoals de Enquête naar de Arbeidskrachten. Structuur van het sectorrapport Figuur 1 toont hoe het rapport is opgebouwd. De tewerkstelling kan uitgedrukt worden in het aantal personen dat in Vlaanderen tewerkgesteld wordt nl. de binnenlandse werkgelegenheid, of het aantal arbeidsplaatsen dat er in Vlaanderen is nl. de jobs. Deze jobs zijn de ingevulde arbeidsplaatsen in de Vlaamse vestigingen. We spreken hier bewust over vestigingen en niet over bedrijven of ondernemingen. Een onderneming met vestigingen in Vlaanderen kan haar hoofdzetel hebben in Brussel. De openstaande arbeidsplaatsen worden uitgedrukt in vacatures. Eén van de remediëringsinstrumenten die VDAB hanteert om werkzoekenden aan het werk te krijgen is de Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO). - 3 - Sectorrapport

Figuur 1 Structuur van het sectorrapport TEWERKSTELLING IN VLAANDEREN Personen of VTE Arbeidsplaatsen BINNENLANDSE WERKGELEGENHEID JOBS Ingevulde arbeidsplaatsen VESTIGINGEN Openstaande arbeidsplaatsen IBO VACATURES Remediëringsinstrument Regionale verdeling In het rapport zijn de cijfers ook beschikbaar gesteld op regionaal niveau. Resoc staat voor Regionaal Sociaaleconomisch Overlegcomité. Dit comité groepeert de sociale partners van de regionale SERR (Sociaal-Economische Raad van de Regio) samen met vertegenwoordigers van de lokale besturen (gemeenten en provincie). Voor Resoc Limburg is er gekozen om verder uit te splitsen naar streektafels omdat de regio anders te ruim is. Deze streektafels zijn er trouwens ook gekomen om de betrokkenheid van de lokale besturen te verhogen. Ze kunnen er werken aan streekgebonden knelpunten inzake sociale economie die door de provinciale RESOC-werking ondersteund worden. Vlaams rapport Naast de rapportering op sectorniveau is er ook een Vlaams rapport waarin de cijfers voor de gehele economie zijn opgenomen en de sectoren worden gebenchmarkt. Er is bewust gekozen om de Vlaamse cijfers niet telkens op te nemen in de sectorrapporten. PRIMAIRE SECTOR - 4 -

BINNENLANDSE WERKGELEGENHEID Situering van de sector Wat betekent deze indicator? De binnenlandse werkgelegenheid heeft betrekking op de arbeid die wordt ingezet in de Vlaamse vestigingen. De binnenlandse werkgelegenheid kan bijgevolg worden omschreven als het totale aantal personen (vanaf 15 jaar) dat een hoofdjob heeft in Vlaanderen. Ook studenten, PWA ers behoren hiertoe. Ter verduidelijking, de werkende bevolking is de som van de binnenlandse werkgelegenheid en het saldo grensarbeid. Figuur 2 Werkgelegenheid in Vlaanderen: Indeling naar hoofdsector en aandeel sector (2009) Primaire sector 57.251 30% Primaire sector 2% Secundaire sector 581.583 23% Tertiaire sector 1.160.306 Quartaire sector 758.067 45% Figuur 3 Werkgelegenheid in de sector: Indeling naar statuut (2009) Loontrekkend 13.586 23% 24% Zelfstandig 30.537 Helper 13.127 53% - 5 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2009 De primaire sector hoort tot één van de kleinere sectoren van de Vlaamse economie en zorgt voor nauwelijks 2% van de totale werkgelegenheid. Tijdens het crisisjaar bleef de tewerkstelling gelijk. Bij meer dan de helft van de tewerkstelling gaat het om een zelfstandige activiteit. De rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen loontrekkende werknemers en helpers. Figuur 4 Werkgelegenheid in Vlaanderen: Indeling naar sector en evolutie (jaargemiddelde 2009 t.o.v. 2008) Groot- en kleinhandel Onderwijs Zakelijke dienstverlening M aatschappelijke dienstverlening Bouw Transport, logistiek en post Openbare besturen M etaal Gezondheidszorg Horeca en toerisme Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling Dranken, voeding en tabak Chemie, rubber en kunststof Primaire sector Financiële diensten Informatica, media en telecom Diensten aan personen Ontspanning, cultuur en sport Textiel, kleding en schoeisel Energie, water en afvalverwerking Grafische nijverheid, papier en karton Hout- en meubelindustrie Vervaardiging van bouwmaterialen Overige dienstverlening Overige industrie 211.644 210.033 205.498 173.960 154.027 149.428 148.241 140.342 112.900 95.449 69.201 65.132 57.251 55.275 50.970 47.535 34.007 28.784 26.940 22.738 20.313 19.661 17.147 6.613 434.116-12,5% -9,7% -0,4% -1,6% -0,8% -6,6% -0,7% -3,3% -0,0% -1,5% -3,6% -4,9% -0,7% -5,3% +0,1% +2,6% +2,4% +5,3% +2,1% +0,0% +0,1% +2,6% +2,6% +6,2% +1,1% PRIMAIRE SECTOR - 6 -

LOONTREKKENDE WERKGELEGENHEID Subsector en regio Wat betekent deze indicator? De loontrekkende binnenlandse werkgelegenheid betreft alle personen vanaf 15 jaar en ouder met een job die in loonverband wordt uitgevoerd. Figuur 5 Loontrekkende werkgelegenheid in Vlaanderen: Indeling naar leeftijd en geslacht: 10 belangrijkste subsectoren binnen de sector (2009) Teelt van eenjarige gewassen 7.172 42% 58% Teelt van meerjarige gewassen 2.926 45% 55% Plantenvermeerdering 1.215 19% 81% Veeteelt 1.048 38% 62% Winning van steen, zand en klei 386 17% 83% Ondersteunende activiteiten in verband met de landbouw; activiteiten met betrekking tot gewassen na de oogst 362 27% 73% Gemengd bedrijf 174 25% 75% Exploitatie van bossen 97 7% 93% Visserij 81 18% 82% Bosbouw 53 19% 81% < 25 jaar 25-49 jaar >= 50 jaar Mannen Vrouwen Veruit de belangrijkste activiteiten in termen van tewerkstelling binnen de primaire sector betreffen de teelt van eenjarige en meerjarige gewassen. Mannen hebben een licht overwicht. Er zijn relatief veel jongeren actief. Antwerpen is de belangrijkste regio van tewerkstelling, Oost-Vlaanderen volgt op de tweede plaats. - 7 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2009 Figuur 6 Loontrekkende werkgelegenheid in Vlaanderen: Indeling naar Resoc: 10 belangrijkste subsectoren binnen de sector (2009) Teelt van eenjarige gewassen Teelt van meerjarige gewassen Plantenvermeerdering Veeteelt Winning van steen, zand en klei Ondersteunende activiteiten in verband met de landbouw; activiteiten met betrekking tot gewassen na de oogst Gemengd bedrijf Exploitatie van bossen Visserij Bosbouw Antwerpen 757 136 85 45 27 17 8 18 0 0 Mechelen 980 52 97 42 0 4 12 0 0 0 Turnhout 993 483 159 272 191 39 26 12 0 9 Prov. Antwerpen 2.730 671 340 359 218 60 46 29 0 9 Halle-Vilvoorde 231 58 31 26 0 5 15 4 0 4 Leuven 499 244 32 30 6 21 4 5 0 0 Prov. Vlaams-Brabant 731 301 63 56 6 26 19 8 0 4 Brugge 154 16 29 52 0 10 4 1 38 0 Westhoek 248 21 23 97 0 21 20 0 7 0 Zuid-West-Vlaanderen 233 7 44 38 0 6 4 0 1 0 Oostende 47 12 14 9 0 5 4 1 34 5 Midden-West-Vlaanderen 751 66 116 178 1 14 17 11 0 10 Prov. West-Vlaanderen 1.432 123 226 373 1 56 49 13 81 15 Zuid-Oost-Vlaanderen 38 8 31 13 0 10 17 11 0 2 Dender-Waas 403 96 147 60 2 10 14 0 0 3 Gent en rand 1.100 18 51 13 7 85 2 0 0 13 Meetjesland-Leiestreek 192 45 97 63 0 8 9 9 0 1 Prov. Oost-Vlaanderen 1.734 167 326 149 9 113 43 21 0 19 Midden-Limburg 18 84 14 4 29 11 2 8 0 0 West-Limburg 16 134 1 22 0 3 1 0 0 3 Zuid-Limburg 160 1.302 206 23 4 16 11 0 0 0 Noord-Limburg 167 25 36 37 42 75 2 17 0 3 Maasland 184 119 2 25 77 0 2 0 0 0 Prov. Limburg 546 1.664 259 111 152 106 18 25 0 6 Vlaanderen 7.172 2.926 1.215 1.048 386 362 174 97 81 53 PRIMAIRE SECTOR - 8 -

LOONTREKKENDE WERKGELEGENHEID Geslacht Wat betekent deze indicator? De loontrekkende binnenlandse werkgelegenheid betreft alle personen vanaf 15 jaar en ouder met een job die in loonverband wordt uitgevoerd. Hier wordt de loontrekkende werkgelegenheid onderverdeeld naar geslacht. Figuur 7 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar geslacht (2009) Mannen 8.361 38,5% Vrouw en 5.225 61,5% Figuur 8 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar geslacht en Resoc (2009) Mannen Vrouwen Antwerpen 813 297 Mechelen 889 298 Turnhout 1.346 838 Prov. Antwerpen 3.047 1.432 Halle-Vilvoorde 215 168 Leuven 474 367 Prov. Vlaams-Brabant 688 535 Brugge 235 74 Westhoek 295 145 Zuid-West-Vlaanderen 157 176 Oostende 90 41 Midden-W est-vlaanderen 696 472 Prov. West-Vlaanderen 1.473 908 Zuid-Oost-Vlaanderen 89 40 Dender-Waas 490 246 Gent en rand 628 663 Meetjesland-Leiestreek 289 146 Prov. Oost-Vlaanderen 1.496 1.096 Midden-Limburg 107 65 West-Limburg 87 95 Zuid-Limburg 1.015 707 Noord-Limburg 227 178 Maasland 221 209 Prov. Limburg 1.656 1.254 Vlaanderen 8.361 5.225-9 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2009 Figuur 9 Evolutie loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar geslacht en jaar 2008 7.725 4.949 2009 8.361 5.225 Mannen Vrouwen Figuur 10 Aandeel mannen in de loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar Resoc (2009) Mannen nemen iets meer dan 60% van de loontrekkende werkgelegenheid voor hun rekening. Er zijn echter belangrijke regionale verschillen. In Gent en rand, Zuid-West-Vlaanderen, West-Limburg en Maasland zijn mannen en vrouwen ongeveer gelijk vertegenwoordigd. Het aantal loontrekkende werknemers is in 2009 wel gestegen tegenover 2008. De provincie Antwerpen is veruit de belangrijkste regio van tewerkstelling, Limburg komt op de tweede plaats. PRIMAIRE SECTOR - 10 -

LOONTREKKENDE WERKGELEGENHEID Leeftijd Wat betekent deze indicator? De loontrekkende binnenlandse werkgelegenheid betreft alle personen vanaf 15 jaar en ouder met een job die in loonverband wordt uitgevoerd. Hier wordt de loontrekkende werkgelegenheid onderverdeeld naar leeftijd. Figuur 11 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar leeftijdscategorie (2009) < 25 jaar 2.476 18,2% 18,1% 25-49 jaar 8.652 >= 50 jaar 2.458 63,7% Figuur 12 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar leeftijdscategorie en Resoc (2009) < 25 jaar 25-49 jaar >= 50 jaar Antwerpen 186 759 164 Mechelen 180 840 166 Turnhout 470 1.417 296 Prov. Antwerpen 837 3.016 626 Halle-Vilvoorde 66 210 107 Leuven 115 516 210 Prov. Vlaams-Brabant 180 726 317 Brugge 81 178 50 Westhoek 105 261 74 Zuid-West-Vlaanderen 54 219 61 Oostende 25 78 28 Midden-West-Vlaanderen 257 722 189 Prov. West-Vlaanderen 522 1.458 402 Zuid-Oost-Vlaanderen 26 73 31 Dender-Waas 122 480 134 Gent en rand 135 910 246 Meetjesland-Leiestreek 94 264 77 Prov. Oost-Vlaanderen 377 1.728 487 Midden-Limburg 34 96 42 West-Limburg 23 105 53 Zuid-Limburg 387 976 359 Noord-Limburg 65 269 71 Maasland 49 280 100 Prov. Limburg 560 1.725 626 Vlaanderen 2.476 8.652 2.458 Bijna één vijfde van de loontrekkende werknemers is 50 jaar of ouder, wat vergelijkbaar is met het aandeel jongeren in de primaire sector. Het aandeel jongeren ligt het hoogst in de provincie West-Vlaanderen, Turnhout, Midden-Limburg en Zuid-Limburg - Haspengouw. Het aandeel ouderen is het hoogst in Zuid-Oost-Vlaanderen, Halle-Vilvoorde, Leuven, West- en Midden-Limburg en Maasland. - 11 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2009 Figuur 13 Evolutie totale loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar leeftijdscategorie en jaar 2008 2.286 8.129 2.259 < 25 jaar 25-49 jaar 2009 2.476 8.652 2.458 >= 50 jaar Figuur 14 Aandeel <25 jarigen in de loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar Resoc (2009) Figuur 15 Aandeel >=50 jarigen in de loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar Resoc (2009) PRIMAIRE SECTOR - 12 -

LOONTREKKENDE WERKGELEGENHEID Arbeidsregime Wat betekent deze indicator? Op basis van het arbeidsregime van de loontrekkende binnenlandse werkgelegenheid kan het aantal voltijdse equivalenten (VTE) afgeleid worden. Dit geeft het arbeidsvolume aan binnen de sector, waardoor deze indicator beter geschikt is als vergelijkingsbasis tussen verschillende sectoren. Figuur 16 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar arbeidsregime (2009) Voltijds 6.347 35,3% 46,7% Deeltijds 2.446 Speciaal regime 4.793 18,0% Figuur 17 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Personen en VTE (2009) 12.674 13.586 8.901 9.356 Personen VTE 2008 2009 Figuur 18 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar arbeidsregime, geslacht en leeftijd (2009) Mannen Vrouwen 6.000 4.000 5.000 4.000 3.500 3.000 2.500 3.000 2.000 2.000 1.000 1.500 1.000 500 0 <25 jaar 25-49 jaar >=50 jaar 0 <25 jaar 25-49 jaar >=50 jaar Voltijds Deeltijds Speciaal regime - 13 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2009 Figuur 19 Loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar arbeidsregime en Resoc (2009) Voltijds Deeltijds Speciaal Antwerpen 698 133 278 Mechelen 759 130 297 Turnhout 984 322 877 Prov. Antwerpen 2.442 585 1.452 Halle-Vilvoorde 149 63 171 Leuven 344 155 342 Prov. Vlaams-Brabant 492 218 513 Brugge 149 60 100 Westhoek 168 99 173 Zuid-West-Vlaanderen 147 86 101 Oostende 67 32 32 Midden-West-Vlaanderen 506 226 436 Prov. West-Vlaanderen 1.037 503 842 Zuid-Oost-Vlaanderen 67 40 22 Dender-Waas 373 149 213 Gent en rand 770 382 139 Meetjesland-Leiestreek 222 85 128 Prov. Oost-Vlaanderen 1.432 657 503 Midden-Limburg 63 22 88 West-Limburg 59 30 92 Zuid-Limburg 430 177 1.114 Noord-Limburg 222 125 58 Maasland 169 129 131 Prov. Limburg 943 483 1.484 Totaal 6.347 2.446 4.793 Opvallend is dat meer dan één derde van de werknemers onder een speciaal regime werkt, wat het belang van seizoenswerk in de primaire sector wel benadrukt. Een kleine helft werk voltijds, iets minder dan één vijfde deeltijds. Uitzendarbeid is niet in deze grafiek opgenomen omdat ze in de sociale zekerheidscijfers bij de uitzendsector gevoegd wordt. Naar verhouding werken vrouwen vaker met een speciaal regime dan mannen. Het aantal voltijdse werknemers is het hoogst in Gent en rand, Antwerpen en Mechelen. Figuur 20 Aandeel voltijds arbeidsregime in de loontrekkende werkgelegenheid in de sector: Indeling naar Resoc (2009) PRIMAIRE SECTOR - 14 -

JOBS Statuut Wat betekent deze indicator? Jobs zijn het aantal vervulde arbeidsplaatsen in de in Vlaanderen gevestigde productie-eenheden. Een job kan als loontrekkende, zelfstandige of helper ingevuld worden en hoofd- of bijberoep zijn. Arbeidsplaatsen van werknemers die afwezig zijn wegens ziekte, verlof of tijdelijke werkloosheid worden ook geteld als jobs. Arbeidsplaatsen van werknemers in voltijdse loopbaanonderbreking of tijdskrediet worden niet geteld als jobs. Figuur 21 Aantal jobs in de sector: Indeling naar statuut (2010) Loontrekkend 14.231 19,4% 22,4% Zelfstandig 36.873 Helper 12.337 58,1% Figuur 22 Aandeel loontrekkende jobs in de sector: Indeling naar Resoc (2010) - 15 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2010 De meerderheid van de arbeidsplaatsen binnen de sector betreft een job als zelfstandige. Het aantal loontrekkende jobs is het hoogst in Gent en rand, Mechelen, Turnhout, Maasland en Zuid-Limburg - Haspengouw. PRIMAIRE SECTOR - 16 -

JOBS Jobcreatie en jobdestructie Wat betekent deze indicator? Jobcreatie en -destructie worden gemeten als het verschil tussen het aantal jobs op 30 juni 2010 en 30 juni 2009 van een onderneming. Op vestigingsniveau wordt er meer dynamiek waargenomen dan op het niveau van de onderneming maar hier wordt geen rekening mee gehouden. Als het aantal arbeidsplaatsen in een onderneming op het eind van de periode groter is dan in het begin, is er sprake van jobcreatie. Als het aantal jobs op het einde kleiner is dan in het begin, spreken we van jobdestructie. Figuur 23 Jobcreatie en -destructie in de sector: Indeling naar bedrijfsgrootte (juni 2010 t.o.v. juni 2009) Figuur 24 Netto aangroei aantal jobs in de sector: Indeling naar bedrijfsgrootte (juni 2010 t.o.v. juni 2009) -1.942 +1.820 0-9 w n -1,7% -1.119 +1.317 10-49 w n +2,7% -214 +170 50-199 w n -2,1% +9-2 > 199 w n +0,9% Figuur 25 Aantal bedrijven en aantal jobs in de sector: Indeling naar bedrijfsgrootte (juni 2010 t.o.v. juni 2009) 421 Bedrijven 28 3 2.073 Jobs 744 7.281 7.375 3.327 0-9 wn 10-49 wn 50-199 wn > 199 wn - 17 - Sectorrapport

Bron: RSZ en Dynam-belgium.org Cijfers juni 2010 t.o.v. juni 2009 Achter de netto-evolutie van jobs gaat een ruimere dynamiek van jobcreatie en -destructie schuil. De sterkste dynamiek vindt plaats bij de kleinste bedrijven waar er echter meer jobs zijn verdwenen dan dat er zijn gecreëerd. Enkel de ondernemingen met 10 tot 49 werknemers en de bedrijven met 200 werknemers of meer zijn er qua aantal jobs op vooruit gegaan. PRIMAIRE SECTOR - 18 -

JOBS Loontrekkende jobs Wat betekent deze indicator? Dit zijn de jobs die in loondienst worden uitgeoefend. W erknemers kunnen een job uitoefenen bij meerdere werkgevers. Arbeidsplaatsen ingevuld door uitzendkrachten worden geteld als jobs van het uitzendkantoor en niet van de onderneming waar ze effectief werken. Dit betekent dat het aantal jobs wordt onderschat indien veel gebruik gemaakt wordt van uitzendarbeid. De primaire sector is qua absoluut aantal loontrekkende jobs het best vertegenwoordigd in de Westhoek, Midden-West- Vlaanderen en Turnhout. Qua relatief belang is de sector het grootst in de Westhoek, Midden-West-Vlaanderen, Meetjesland-Leiestreek en Zuid-Limburg - Haspengouw. De evolutie verschilt sterk van regio tot regio. In sommige regio s is er sprake van een achteruitgang terwijl andere regio s het aantal loontrekkende jobs procentueel fors zagen toenemen zoals de Westhoek, Brugge, Zuid-Oost-Vlaanderen en Halle- Vilvoorde. - 19 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2010 Figuur 26 Aantal loontrekkende jobs in de sector: Indeling naar Resoc (2010) Figuur 27 Aandeel van de sector in het totaal aantal loontrekkende jobs: Indeling naar Resoc (2010) Figuur 28 Evolutie van het aantal loontrekkende jobs in de sector: Indeling naar Resoc (jaargemiddelde 2010 t.o.v. 2009) PRIMAIRE SECTOR - 20 -

BEDRIJVEN Vestigingsgrootte Wat betekent deze indicator? Een onderneming kan op één enkele plaats gevestigd zijn of meerdere vestigingen met personeel hebben. De ondernemingsgrootte wordt hier berekend op vestigingsniveau. Dit betekent dat grote bedrijven met meerdere vestigingen worden opgesplitst. Voor alle duidelijkheid spreken we dan ook over vestigingsgrootte. Dit betekent dat alle arbeidsplaatsen in Vlaanderen meegenomen worden, ook als de hoofdzetel van een onderneming buiten Vlaanderen gelegen is. Figuur 29 Aantal vestigingen in de sector: Indeling naar vestigingsgrootte (2010) 0-9 wn 3.130 9,1% 0,7% 10-49 wn 315 50-199 wn 23 > 199 wn 1 90,2% Figuur 30 Aantal vestigingen in de sector: Indeling naar vestigingsgrootte en Resoc (2010) 0-9 wn 10-49 wn 50-199 wn > 199 wn Antwerpen 169 36 1 0 Mechelen 169 32 1 0 Turnhout 263 55 7 0 Prov. Antwerpen 601 123 9 0 Halle-Vilvoorde 140 10 0 0 Leuven 234 19 0 1 Prov. Vlaams-Brabant 373 28 0 1 Brugge 155 4 0 0 Westhoek 253 6 0 0 Zuid-West-Vlaanderen 71 10 0 0 Oostende 71 2 0 0 Midden-West-Vlaanderen 386 29 1 0 Prov. West-Vlaanderen 936 51 1 0 Zuid-Oost-Vlaanderen 76 1 0 0 Dender-Waas 226 17 0 0 Gent en rand 195 21 5 0 Meetjesland-Leiestreek 129 8 0 0 Prov. Oost-Vlaanderen 626 47 5 0 Midden-Limburg 43 4 0 0 West-Limburg 67 5 0 0 Zuid-Limburg 388 43 5 0 Noord-Limburg 58 6 2 0 Maasland 39 9 2 0 Prov. Limburg 595 67 9 0 Vlaanderen 3.130 315 23 1-21 - Sectorrapport

Bron: Steunpunt WSE i.s.m. Departement WSE - Bewerking VDAB Studiedienst jaargemiddelde 2010 Figuur 31 Aandeel vestigingen met minder dan 50 werknemers: Indeling naar Resoc (2010) Figuur 32 Aandeel vestigingen met meer dan 199 werknemers: Indeling naar Resoc (2010) Meer dan 9 op de 10 vestigingen stellen minder dan 10 werknemers tewerk. De primaire sector telt amper grote vestigingen. Slechts één bedrijf telt meer dan 199 werknemers (gelegen in de regio Leuven). In Maasland zijn er relatief meer grote vestigingen van meer dan 50 werknemers dan in de rest van Vlaanderen. * Noot bij Figuur 30: door het afronden van de cijfers op het niveau van de regio, is de som van de regio s groter dan het totaal. PRIMAIRE SECTOR - 22 -

VACATURES Ontvangen door VDAB Wat betekent deze indicator? Vacatures zijn openstaande arbeidsplaatsen waarvoor de werkgever op zoek is naar een kandidaat-werknemer. Werkgevers kunnen deze vacatures melden aan de VDAB. In de cijfers wordt enkel rekening gehouden met vacatures uit het normaal economisch circuit zonder uitzendopdrachten (NECzU). Ook vacatures in het kader van tewerkstellingsmaatregelen worden buiten beschouwing gelaten. Tot slot zijn ook de vacatures in de sector uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling uit de cijfers gehaald. De regionale verdeling is gebaseerd op de hoofdzetel van de onderneming. Over de plaats van tewerkstelling is er onvoldoende informatie beschikbaar. Vacatures buiten Vlaanderen kunnen dus afkomstig zijn van ondernemingen met hoofdzetel in Brussel maar met vestigingen in Vlaanderen. Omgekeerd kunnen de ontvangen vacatures uit een regio eigenlijk tewerkstelling in een vestiging buiten deze regio betekenen. Figuur 33 Aantal ontvangen vacatures in Vlaanderen: Aandeel van de sector (2010) 1,5% Primaire sector 2.895 Andere 188.725 98,5% Figuur 34 Vacaturegraad (openstaande vacatures t.o.v. loontrekkende jobs): Evolutie 3,6% 3,8% 2,7% 2008 2009 2010-23 - Sectorrapport

Bron: VDAB Studiedienst jaartotaal 2010 Figuur 35 Aantal ontvangen vacatures van de sector: 10 belangrijkste beroepsgroepen (2010) Landbouw er, visser 2.278 Andere bureaubedienden Handlanger algemeen Werknemer verkeer Bouw arbeider Metaalbew erker Havenarbeider, magazijnier Technicus Verkoper Architect, meetkundige 93 85 69 51 39 39 34 29 25 De primaire sector zorgt voor 1,5% van de ontvangen vacatures bij VDAB, dit ligt iets lager dan het aandeel van de sector in de totale werkgelegenheid (2%). Bij de vacaturegraad zetten we het jaargemiddelde van de openstaande vacatures af tegenover de som van het aantal loontrekkende jobs en de openstaande vacatures (volgens de definitie van het Steunpunt W erk en Sociale Economie). Deze indicator geeft dus het aandeel van de arbeidsplaatsen in de sector aan dat niet ingevuld is. De vacaturegraad is, ondanks de crisis, in 2009 nog ietwat gestegen tot 3,8% tegenover de 3,6% in 2008. In 2010 kende de sector wel een belangrijke terugval tot 2,7%. Veruit de meeste vraag komt logischerwijs voor het beroep landbouwer of visser. PRIMAIRE SECTOR - 24 -

VACATURES Ontvangen door VDAB Figuur 36 Aantal ontvangen vacatures van de sector: Indeling naar Resoc (2010) Aantal vacatures Antwerpen 105 Mechelen 99 Turnhout 221 Prov. Antwerpen 425 Halle-Vilvoorde 191 Leuven 245 Prov. Vlaams-Brabant 436 Brugge 61 W esthoek 70 Zuid-West-Vlaanderen 84 Oostende 22 Midden-West-Vlaanderen 79 Prov. West-Vlaanderen 316 Zuid-Oost-Vlaanderen 60 Dender-Waas 166 Gent en rand 139 Meetjesland-Leiestreek 43 Prov. Oost-Vlaanderen 408 Midden-Limburg 23 W est-limburg 44 Zuid-Limburg 1.096 Noord-Limburg 55 Maasland 38 Prov. Limburg 1.256 Buiten Vlaanderen 54 Eindtotaal 2.895 De meeste vacatures situeren zich in de provincie Limburg. Zuid-Limburg - Haspengouw spant hierbij de kroon. - 25 - Sectorrapport

Bron: VDAB Studiedienst jaartotaal 2010 Figuur 37 Aandeel ontvangen vacatures van de sector t.o.v. totaal aantal vacatures: Indeling naar Resoc (2010) PRIMAIRE SECTOR - 26 -

KNELPUNTBEROEPEN Knelpuntvacatures Wat betekent deze indicator? Niet elke vacature voor een knelpuntberoep geraakt moeilijk ingevuld. Bij de vacatures voor knelpuntberoepen waar het meer dan 90 dagen (of 3 maand) duurde voor ze ingevuld raakten, spreken we van knelpuntvacatures. Ook hier is voor de regionale verdeling rekening gehouden met de regionale knelpunten die kunnen afwijken van de Vlaamse lijst van knelpuntberoepen. Figuur 38 Aandeel knelpuntvacatures in de sector (2010) 16,4% Figuur 39 Aandeel knelpuntvacatures in alle sectoren (2010) 22,5% 83,6% 77,5% Geen knelpuntvacatures Knelpuntvacatures Een kleine minderheid van de ontvangen vacatures zijn échte knelpuntvacatures. Dit aandeel ligt lager dan het gemiddelde over alle sectoren. De meeste knelpuntvacatures zijn te vinden bij het beroep land- en tuinbouwarbeider, maar ook voor het beroep hovenier aanleg en onderhoud parken en tuinen zijn er soms moeilijkheden om een vacature in te vullen. Het aandeel knelpuntvacatures is het hoogst in Midden-Limburg. - 27 - Sectorrapport

Bron: VDAB Studiedienst jaartotaal 2010 Figuur 40 Aantal knelpuntvacatures in de sector: 10 belangrijkste clusters van knelpuntberoepen (2010) Land- en tuinbouw arbeider 207 Hovenier aanleg en onderhoud parken en tuinen 106 Wegenw erker Onderhoudsmecanicien van machines en industriële installaties Vrachtw agenbestuurder 12 10 10 Heftruckbestuurder 8 Technicus 8 Bouw plaats- en w egenbouw machinist 4 Kraanman 4 Productieverantw oordelijke 4 Figuur 41 Aandeel van de knelpuntvacatures in het totaal aantal vacatures van de sector: Indeling naar Resoc (2010) PRIMAIRE SECTOR - 28 -

REMEDIËRING Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO) Wat betekent deze indicator? De individuele beroepsopleiding in de onderneming is een opleiding waarbij een cursist op de werkplek wordt getraind en begeleid. Het bedrijf betaalt geen loon en RSZ, enkel een productiviteitspremie. Na deze opleiding is het bedrijf verplicht om de cursist aan te werven met een contract voor onbepaalde duur. Figuur 42 Aantal gestarte IBO s in Vlaanderen: aandeel van de sector (2010) 2,1% Primaire sector 248 Andere 11.553 97,9% Figuur 43 Aantal gestarte IBO s in de sector: Indeling naar kenmerk (2010) Geslacht 227 21 M V Leeftijd 156 81 11 <25 j. 25-49 j. >=50 j. Scholingsniveau 125 110 13 Laag Midden Hoog Knelpuntberoep 198 50 Knelpunt Geen knelpunt Origine 233 15 EU Niet-EU Werkloosheidsduur 201 35 11 <1 j. 1-2 j. 2-5 j. >5 j. De primaire sector zorgt voor 2,1% van alle Individuele Beroepsopleidingen in de Onderneming (IBO). Dit is in verhouding tegenover het belang van de sector in de totale werkgelegenheid (2%). Er worden vooral mannen via IBO tewerkgesteld. Jonger en maken de meerderheid uit. Zowel laag- als middengeschoolden worden gevraagd. Allochtonen en langdurig werkzoekenden vinden moeilijk de weg naar een IBO. In bijna 80% van de IBO s gaat het om knelpuntberoepen. - 29 - Sectorrapport

Bron: VDAB Studiedienst jaartotaal 2010 Figuur 44 Aantal gestarte IBO s in de sector: Indeling naar Resoc (2010) Figuur 45 Aandeel van de gestarte IBO s t.o.v. aantal loontrekkende jobs in de sector: Indeling naar Resoc (2010) PRIMAIRE SECTOR - 30 -

BIJLAGE Nace-codes Deze sector omvat: NACE OMSCHRIJVING NACE OMSCHRIJVING 01110 Teelt van granen (m.u.v. rijst), peulgewassen en oliehoudende zaden 01120 Teelt van rijst 01130 Teelt van groenten, meloenen en wortel- en knolgewassen 01140 Teelt van suikerriet 01150 Teelt van tabak 01160 Teelt van vezelgewassen 01191 Teelt van bloemen 01199 Teelt van andere eenjarige gewassen, n.e.g. 01210 Teelt van druiven 01220 Teelt van tropisch en subtropisch fruit 01230 Teelt van citrusvruchten 01240 Teelt van pit- en steenvruchten 01250 Teelt van andere boomvruchten, kleinfruit en noten 01260 Teelt van oliehoudende vruchten 01270 Teelt van gewassen bestemd voor de vervaardiging van dranken 01280 Teelt van specerijgewassen en van aromatische en medicinale gewassen 03110 Zeevisserij 03120 Binnenvisserij 03210 Mariene aquacultuur 03220 Aquacultuur in zoet water 05100 Winning van steenkool 05200 Winning van bruinkool 06100 Winning van aardolie 06200 Winning van aardgas 07100 Winning van ijzererts 07210 Winning van uranium- en thoriumerts 07290 Winning van andere non-ferrometaalertsen 08111 Winning van bouw- en siersteen 08112 Winning van kalksteen, gips, krijt en leisteen 08121 Winning van grind 08122 Winning van zand 08123 Winning van klei en kaolien 08910 Winning van mineralen voor de chemische en de kunstmestindustrie 01290 Teelt van andere meerjarige gewassen 01301 Boomkwekerijen, m.u.v. bosboomkwekerijen 01309 Overige plantenvermeerdering 01410 Fokken van melkvee 01420 Fokken van andere runderen en buffels 01430 Fokken van paarden en andere paardachtigen 01440 Fokken van kamelen en andere kameelachtigen 01450 Fokken van schapen en geiten 01461 Fokvarkenshouderijen 01462 Varkensvetmesterijen 01471 Kippenkwekerijen 01472 Productie van eieren van pluimvee 01479 Pluimveehouderijen, m.u.v. kippenkwekerijen 01490 Fokken van andere dieren 01500 Gemengd bedrijf 01610 Ondersteunende activiteiten in verband met de teelt van gewassen 01620 Ondersteunende activiteiten in verband met de veeteelt 01630 Activiteiten met betrekking tot gewassen na de oogst 01640 Zaadbewerking met het oog op vermeerdering 01700 Jacht, zetten van vallen en diensten in verband met deze activiteiten 08920 Winning van turf 08930 Zoutwinning 08990 Overige winning van delfstoffen, n.e.g. 09100 Ondersteunende activiteiten in verband met de aardolie- en aardgaswinning 09900 Ondersteunende activiteiten in verband met de overige winning van delfstoffen 02100 Bosbouw 02200 Exploitatie van bossen 02300 Verzamelen van in het wild groeiende producten met uitzondering van hout 02400 Ondersteunende diensten in verband met de bosbouw - 31 - Sectorrapport

PRIMAIRE SECTOR - 32 -