Het complete SEW-programma Motorreductoren, reductoren en (rem)motoren Rechte (motor)reductoren Vlakke (motor)reductoren Haakse (motor)reductoren met conische tandwielen Wormwiel(motor)reductoren Spiroplan (motor)reductoren Spelingsarme planetaire (motor)reductoren D.k.r.-(rem)motoren Explosieveilige d.k.r.-(rem)motoren Elektr(on)isch geregelde aandrijvingen Frequentieregelaars MOVITRAC Elektrische variatoren MOVIMOT Applicatieregelaars MOVIDRIVE Servoversterkers MOVIDYN Servomotorreductoren en -motoren Gelijkstroommotorreductoren en -(rem)motoren Mechanische variatoren Breedprofiel v-riemvariatoren VARIBLOC Wrijvingsschijfvariatoren VARIMOT Dienstverlening Vector t.b.v. de SEW-producten Technisch advies (branche- en productgericht) Software (applicaties/selectie/bedienen/visualiseren/inbedrijfstellen) Ondersteuning (opleidingen/trainingen/instructies) Nederlandstalige documentatie Vector CD-ROM (producten/diensten/selecties/handleidingen/software/ tekeningen/enz.) Projectbureau (Mechanisch en Elektr(on)isch) Paneelbouw (ontwerp/bouw/inbedrijfstelling) Tekenkamer/constructiebureau (CAD-catalogi/bibliotheken) Service & Reparatie (24 uur/etmaal bereikbaar en Tele Service) Assemblage (snel/flexibel/voorraden) Eigen vervoer (lijndiensten door heel Nederland) 2
Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Remproblemen en de oplossingen 5 1.3 Het principe van de SEW-rem 6 1.3.1 Opbouwprincipe 6 1.3.2 Werkingsprincipe 6 1.3.3 Het SEW-remsysteem in detail 11 1.3.3.1 Rem B03 voor remmotoren DT63.. B03 11 1.3.3.2 Rem BM(G) 12 1.3.3.3 Rem BC voor verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt...bc 13 1.3.3.4 Rem B voor servomotoren DY71B - 112B 14 1.3.4 Remaansturingen 15 1.4 Selectieaanwijzingen 16 1.4.1 De keuze van de rem en het remkoppel overeenkomstig de selectiegegevens (keuze van de motor) 16 1.4.2 Bepalen van de remspanning 17 1.4.3 Keuze van de remaansturing en de methode van schakelen 18 1.4.4 Keuze en leggen van de bekabeling 18 1.4.5 Keuze van het remrelais 19 1.4.6 Belangrijke constructie-aanwijzingen 19 2 Draaistroomremmotoren DT/DV...BM(G) 21 2.1 Remaansturing in standaarduitvoering 21 2.2 Remmotoren voor speciale toepassingen 22 2.2.1 Remaansturing voor een hoge schakelfrequentie 22 2.2.2 Remmotoren voor een hoge stopnauwkeurigheid 23 2.2.2.1 Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling met een mechanisch contact 23 2.2.2.2 Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling met een elektronisch relais in de klemmenkast / IS 23 2.2.3 Remaansturingen bij een hogere omgevingstemperatuur en/of beperkte koeling 25 2.2.4 Remaansturingen voor lage en wisselende omgevingstemperaturen 25 2.2.5 Remaansturing in het besturingspaneel 25 2.2.6 Meer-motorenbedrijf met remmotoren 26 2.2.7 Stekerverbinding IS en remaansturing 26 2.2.8 Stekerverbinding AS en remaansturing 27 2.2.9 Stekerverbinding AM en remaansturing 27 3 Draaistroomremmotor DT/DV...BM(G) met frequentieregelaar 28 4 Servomotoren met rem DY71...B t/m DY112...B 29 5 Gelijkstroommotoren met rem G/GV...BM(G) 30 6 Verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt71d4 BC05/H./TF - edt100l4 BC2/H./TF 31 7 Remmen in variatoren VARIBLOC 33 8 Remmen in lantaarnstukken met aanloopkoppeling 34 3
9 Principe schakelschema s remaansturingen 35 9.1 Legenda 35 9.2 BG, BMS 36 9.3 BGE, BME 37 9.4 BSR 38 9.5 BUR 39 9.6 BSG 39 9.7 BMP, BMH 40 10 Schakelvoorbeelden 41 10.1 Legenda 41 10.2 Draaistroommotor met één toerental 42 10.3 Pooltalomschakelbare motoren 50 10.4 Draaistroommotor met frequentieregelaar 59 10.5 Meer-motorenbedrijf 63 10.6 Gelijkstroommotor met een regelaar 67 11 Technische gegevens/maatschetsen 87 11.1 Technische gegevens B03, BM(G) voor de draaistroommotoren DT/DV 87 11.2 Technische gegevens BM(G) voor gelijkstroommotoren G/GV 87 11.3 Tabel voor het instellen van verschillende remkoppels 88 11.4 Nominale stromen voor remtypen BMG, B03 90 11.5 Nominale stromen voor remtype BC 94 11.6 Maximaal toelaatbare schakelarbeid 95 11.7 Luchtspleet bij SEW-remmen 96 11.8 Technische gegevens remtype B voor servomotoren DFY56..B - DFY112..B 96 11.9 Remveren, toegepast bij de servomotoren DFY71..B - DFY112..B 96 11.10 Afmetingen remaansturingen 97 Bijlage 99 12 Afkortingenlegenda 100 13 Index 101 14 SEW-remsysteem 103 Aantekeningen 104 Belangrijke aanwijzing voor veilig en storingsvrij bedrijf. Verwijzing naar schakelingsvoorbeelden. Verwijzingen worden aangegeven met zie pagina.. voor het bijbehorend schakelingsvoorbeeld). Verwijzing naar andere SEW-documentatie. Verwijzing naar SEW-software. 4
1 Inleiding 1.1 Inleiding Deze brochure is bestemd voor constructeurs, die van plan zijn SEW-draaistroom-, SEWservo- of SEW-gelijkstroomremmotoren (respectievelijk remmotorreductoren) toe te passen. De brochure verstrekt zowel informatie over het basisprincipe, de bijzondere eigenschappen en het doelgericht toepassen van de SEW-remmotoren, als over het elektrisch aansluiten ervan, inclusief schakelingsvoorbeelden. Daarbij wordt bewust niet ingegaan op de per geval verschillende veiligheidsvoorwaarden en het realiseren daarvan in de motoraansturing. Dit is nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van de constructeur en wijkt op geen enkele manier af van de noodzakelijke voorzieningen bij andere remmotoren. De werking en de karakteristieke gegevens van de SEW-platenremmen zijn eveneens opgenomen in de SEW-brochures over draaistroommotorreductoren, remmotoren, servomotorreductoren, variatoren en gelijkstroommotorreductoren. Voor berekeningen etc. kunt u de Vector-brochure Aandrijftechniek in de Praktijk. Formules en berekeningen raadplegen. Informatie over de montage, het inbedrijfstellen en het onderhoud vindt u in de desbetreffende Technische Handleiding. 1.2 Remproblemen en de oplossingen Het SEW-remsysteem is, evenals het gehele SEW-programma, modulair opgebouwd. Voor elk normaal remprobleem wordt een specifieke oplossing aangeboden, door het juiste mechanische en elektronische deel van het remsysteem samen te voegen. De volgende tabel geeft een overzicht van de karakteristieke eigenschappen en verwijst naar nuttige aanwijzingen in de diverse hoofdstukken. Probleem/Bedrijfsomstandigheden Zie hoofdstuk Positioneren 1.3.2 2.2.2 Hijswerktoepassing 1.3.2 2.2.2 Hoog aantal schakelingen 1.3.2 2.2.2 Lange remstandtijd 1.3.2 1.3.5 2.2.1 Laag geluidsniveau 1.3.2 Hoge omgevingstemperatuur/beperkte koeling 1.3.2 2.2.3 Remvoedingskabel vermijden 2.2.2.2 Lage en wisselende omgevingstemperaturen 2.2.4 Remaansturing in het besturingspaneel 2.2.5 Remmotor met stekerverbinding 2.2.6 2.2.7 2.2.8 Elektronisch geregelde motor met een mechanische rem 3 4 5 verminderd explosiegevaarlijke remmotor 6 Variator met een rem 7 Aanloopkoppeling met een rem 8 Tabel 1: Eigenschappen / uitvoeringen van het SEW-remsysteem en de beschrijving 5
1.3 Het principe van de SEW-rem 1.3.1 Opbouwprincipe De SEW-rem is een gelijkstroombekrachtigde elektromagnetische platenrem, die elektrisch licht en door veerkracht remt. Het systeem voldoet principieel aan de veiligheidseisen: bij het uitvallen van de stroom, valt de rem automatisch in. De belangrijkste delen van het remsysteem zijn de eigenlijke remspoel (lostrekspoel + deelspoel = houdspoel), die bestaat uit het spoelhuis (9) met een ingegoten wikkeling en een aansluiting (8), de beweegbare ankerschijf (6), de remveren (7), de remschijf (1) en het remlagerschild (2). Een bijzonder kenmerk van de SEW-remmen is de zeer korte bouw: het remlagerschild is zowel een onderdeel van de motor als van de rem. De geïntegreerde bouw van de SEW-remmotor maakt plaatsbesparende en robuuste oplossingen mogelijk. 1. Remschijf 5. Luchtspleet 9. Spoelhuis 2. Remlagerschild 6. Ankerschijf 10. Motoras 3. Meenemer 7. Remveer 11. Elektromagnetische kracht 4. Veerkracht 8. Remspoel Afbeelding 1: Principe van de rem 1.3.2 Werkingsprincipe In tegenstelling tot normale gelijkstroombekrachtigde platenremmen, werken de SEWremmen met een tweespoelensysteem. De ankerschijf wordt, bij stroomloze toestand van de elektromagneet, door de remveren tegen de remschijf gedrukt. De motor wordt geremd. Het aantal remveren en de uitvoering ervan bepalen het remkoppel. Wanneer de remspoel aan de juiste gelijkspanning is aangesloten, wordt de remkracht 6
(4) magnetisch (11) overwonnen. De ankerschijf ligt nu aan het spoelhuis, de remschijf komt vrij en de rotor kan draaien. Bijzondere korte reactietijden Bij het inschakelen: Een bijzondere remaansturing zorgt ervoor, dat eerst alleen de lostrekspoel en daarna de houdspoel (gezamenlijke spoel) wordt ingeschakeld. De krachtige stootmagnetisering (hoge lostrekstroom) van de lostrekspoel bewerkstelligt een bijzonder korte aanspreektijd, speciaal bij de grote remmen, zonder dat de verzadigingsgrens wordt bereikt (zie afbeelding 2). De remschijf komt zeer snel vrij, de motor loopt vrijwel zonder remverliezen aan. I B I H Lostrekken Houden BS Lostrekspoel 1) Rem I B Lostrekstroom TS Deelspoel 2) Remaansturing I H Houdstroom BS + TS = houdspoel Afbeelding 2: Werkingsprincipe van de tweespoelenrem 7
De bijzonder korte aanspreektijden van de SEW-remmen betekenen een verkorte aanlooptijd van de motor, minimale aanloopopwarming en daarmee energiebesparing en verwaarloosbare remslijtage bij het aanlopen (zie afbeelding 3). Een zeer hoog toelaatbaar aantal schakelingen en een lange remstandtijd zijn de voordelen voor de gebruiker. I S I S T B T B n n I s Spoelenstroom 1) Inschakelverloop bij het 2) Inschakelverloop bij het T B Remkoppel toepassen van een toepassen van een SEWn Toerental gelijkrichter zonder gelijkrichter met omschakelt 1 Aanspreektijd van de rem omschakelelektronica elektronica, bv. BGE (standaard vanaf grootte 112) Afbeelding 3: Verkorting van de motoraanlooptijd door het SEW-remsysteem Zodra de SEW-rem gelicht is, wordt elektronisch op de houdspoel overgeschakeld. De remmagneet is nu slechts zo gemagnetiseerd (kleine houdstroom), dat de ankerschijf in aangetrokken toestand gelicht blijft, met voldoende veiligheid en een minimale remopwarming (zie afbeelding 2). 8
Bij het afschakelen: Dat betekent, dat bij het afschakelen van de spoel de ontkrachtiging zeer snel plaatsvindt en de remmen (vooral de grote remmen) met een zeer korte reactietijd invallen. Het voordeel voor de gebruiker is een bijzonder korte remweg met een grote herhalingsnauwkeurigheid en een grote veiligheid, bijvoorbeeld voor het gebruik in hijswerken. I S I S t 3 t3 T B T B n n I S Spoelenstroom 1) Reminvaltijd bij 2) Reminvaltijd bij gelijk- en T B Remkoppel wisselstroomzijdige wisselstroomzijdige afschakeling n Toerental afschakeling t 2 Reminvaltijd Afbeelding 4: Verkorting van de remweg door gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling van de rem. Zie hoofdstuk 10 De reactietijd voor het invallen van de rem hangt eveneens af van de snelheid waarmee de in de remspoel opgeslagen energie bij het afschakelen van de voeding wordt afgebouwd. Bij het wisselstroomzijdig afschakelen dient een vrijloopdiode ervoor om de energie af te bouwen. De stroom bouwt met een e-functie af. Als bij de gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling gelijktijdig het gelijkstroomcircuit van de spoel wordt onderbroken, bouwt de stroom over een varistor aanzienlijk sneller af. De reactietijd wordt merkbaar korter (zie afbeelding 4 en 5). In conventionele gevallen wordt de gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling met een apart contact van het remrelais (geschikt voor gelijkstroomschakelen) uitgevoerd. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook de elektronische relais SR en UR (zie hoofdstuk 2.2.2.2) voor het onderbreken van het gelijkstroomcircuit worden toegepast. 9
U AC Afbeelding 5: Principe van de gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling Bijzonder stil Bij veel toepassingen in het vermogensbereik tot ca 5,5 kw worden ter bescherming van de omgeving bijzonder stille remmotoren geëist. SEW vervult deze voorwaarden standaard bij alle remmotoren tot en met de grootte 132S, door de benodigde constructieve maatregelen, zonder daarbij de bijzondere dynamische eigenschappen van het remsysteem te beïnvloeden. Bijzonder veilig Bij spanningsuitval of bijzonder sterke spanningsdalingen kan de voor het gelicht houden van de rem benodigde bekrachtigingsenergie te laag worden. De rem valt dan uit veiligheidoverwegingen in. Een bewakingssysteem zorgt ervoor, dat bij het weer inschakelen of stijgen van de spanning de lostrekspoel opnieuw wordt geactiveerd en daarmee de rem weer licht. 10
1.3.3 Het SEW-remsysteem in detail 1.3.3.1 Rem B03 voor remmotoren DT63.. B03 Remtype B03 is de platenrem voor motoren DT63 (zie voor technische gegevens pagina 87, 88, 90, 95 en 96). De bouw is zeer compact, omdat: de ventilator (6) van de motor gelijktijdig de remschijf is; het remkoppel slechts met één wrijvingsvlak, door de druk van de remveren (3), op de ankerschijf (5) wordt overgebracht; de remspoel (10) voor het lichten van de rem in het remlagerschild (1) geïntegreerd is; het remlagerschild gelijktijdig het B-zijdige lagerschild van de motor is. De luchtspleet wordt met één centrale zeskantmoer (7) ingesteld (zie voor technische gegevens pagina 96). 1. Remlagerschild compleet 8. Borgring 15. Remlichterhefboom 2. O-ring 9. Spanstift 16. Remlichterbeugel compleet 3. Remveer 10. Remspoel compleet 17. Spanstift 4 Afdichtband 11 Compensatieplaat 18 Remlichter terugstelveer 5. Ankerschijf compleet 12 Drukveer * Luchtspleet 6. Remplaat/ventilator compleet 13. Steunring 7. Zeskantmoer 14. Compensatieplaat Afbeelding 6: Rem B03 voor motoren DT63 11
1.3.3.2 Rem BM(G) Remtype BM(G) wordt toegepast bij alle draaistroomremmotoren DT71.. BMG - DV225... BM, bij gelijkstroomremmotoren G71DBMG - GV160MBM, in lantaarnstukken met aanloopkoppelingen en in variatoren VARIBLOC (zie voor technische gegevens pagina 87, 88, 89, 92, 95 en 96). De belangrijkste delen van de rem zijn: de remspoel met bekabeling (15); de beweegbare ankerschijf (3); de remschijf of remschijven (2) - vanaf motorgrootte 180 t/m grootte 225 is ook een tweeschijfsrem mogelijk; de remveren (4) bepalen, afhankelijk van het aantal en de uitvoering, het remkoppel (zie voor technische gegevens pagina 88 en 89 ); het remlagerschild (1). De luchtspleet (**) wordt met de 3 bevestigingsschroeven (17) en de bijbehorende moeren (16) ingesteld (zie technische gegevens op pagina 96). 1. Remlagerschild 8. Lichterbeugel 18. Afstandsbus (drukring) 2. Remschijf compleet 9. Trekstang 19. Afdichtband 3. Ankerschijf 10. Stelmoer 20. Drukveren 4. Remveer 11. Schotelveren 21. Getande meenemer 5. Remlichterhefboom 12. Spanstift 22. Compensatieplaat (bij terugspringende remlichter HR) 13. Ventilator 6. Inbusbout (bij vastzetbare 14. Ventilatorkap * Speling handremlichter remlichter HF) 15. Spoelhuis compleet ** Luchtspleet 7. Dempingsschijf 16. Zeskantmoer (alleen bij BMG rem) 17 Bevestigingsbout Afbeelding 7: Rem BM(G) 12
1.3.3.3 Rem BC voor verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt...bc Remtype BC is een drukvaste rem volgens EEx dii BT3. De rem bestaat in principe uit de dezelfde basiselementen als de BMG en wordt in de motoren edt 71..BC - edt100..bc ingebouwd (zie hoofdstuk 6). De luchtspleet wordt op dezelfde manier nagesteld als bij de BMG (zie de technische gegevens op pagina 96). 3. Remveren 13. Trekbouten 30. Kabel 4. Remlichterhefboom 14. Ventilatorkap 31. Huisdeksel 5. Inbusbout 17. Ventilator 32. Moeren 9. V-ring 19. Zeskantmoer * Speling handremlichter 11. Schotelveren 21. Spoelhuis ** Luchtspleet 12. Stelmoer 22. Ankerschijf Afbeelding 8: Rem BC voor verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt...bc 13
1.3.3.4 Rem B voor servomotoren DY71B - 112B De platenrem type B is in eerste instantie bedoeld als houdrem en is als gevolg hiervan berekend voor geringe slijtage. De eigenschappen van remtype B zijn gelijk aan die van de BMG. De opbouw is principieel identiek (zie de technische gegevens op pagina 96). De luchtspleet wordt niet nagesteld. 1. Remlagerschild 2 Remschijf compleet 3. Tussenring 4. Ankerschijf 5. Borgring 6. Stift 7. Remveer 8. Remspoel compleet 9. Remlichterhefboom 10. Lichterbeugel 11. Spoelhuis 12. Spanveer 13. Schijf 14. Borgmoer 15. Trekstang 16. Dichtkap 17. Haakse stekerverbinding 18. Cilindrische schroef 19. Borgring 20. Spie 21. Meenemer Afbeelding 9: Rem B voor synchrone servomotoren DY..B 14
1.3.4 Remaansturingen Bij de genoemde remmen behoren speciale remaansturingen, die of in de motor (in de klemmenkast of de stekerverbinding IS), of in het besturingspaneel worden ingebouwd. Zie voor de principe-schakelschema s hoofdstuk 9. Zie voor de technische gegevens en afmetingen hoofdstuk 11. BG BGE BSR BUR BSG BMS Functie Halve brug gelijkrichter Halve brug gelijkrichter met elektronische omschakeling Halve brug gelijkrichter + stroomrelais voor gelijkstroomzijdigde afschake- ling Halve brug gelijkrichter + spanningsrelais voor gelijkstroomzijdige afschakeling Mo otor Spanning IH max (A) Type Remaansturing Inbouwplaats Artikelnummer Kleurcode 42-500V AC 1,5 BG 1 825 590 3 zwart 150-500V AC 1,5 BG 1,5 825 384 6 zwart 42-150V AC 3,0 BG 3 825 386 2 bruin Opmerking bij klemmenkast: alleen DT63 bij IS: alleen DT63-90 bij klemmenkast: DT71-100100 150-500V AC 1,5 BGE 1,5 825 385 4 rood 42-150V AC 3,0 BGE 3 825 387 0 blauw 42-500V AC 1,0 1,0 150-500V500V AC 1,0 1,0 42-150V AC 1,0 42-150V AC 1,0 150-500V AC 1,0 150-500V AC 1,0 42-150V AC 1,0 BG 1 + SR 11 BG 1,5 + SR 11 BG 1,5 + SR 15 BG 1,5 + SR 11 BG 3 + SR 15 BG 1 + UR 11 BG 1 + UR 15 BG 1,5 + UR 15 BG 3 + UR 11 825 590 3 + 825 462 1 825 385 4+ 825 462 1 825 385 4+ 825 463 X 825 385 4+ 825 462 1 825 387 0+ 825 463 X 825 590 3 + 825 776 0 825 590 3 + 825 773 6 825 385 4 + 825 773 6 825 387 0 + 825 776 0 Elektronische omschakeling 24V DC BSG 825 459 1 wit Halve brug gelijkrichter als BG 150-500V AC 1,5 BMS 1,5 825 802 3 zwart 42-150V AC 3,0 BMS 3 825 803 1 bruin Zie pag. 42-45 50-55 59-64 66-67 71-72 bij IS: DT100 75-77 82-83 bij klemmenkast: alleen DT63 bij IS: alleen DT63-90 bij klemmenkast: alleen DT63 bij IS: alleen DT63-90 vanwege de doorsnede van de aansluitkabel aanbevolen tot max. remgrootte BMG4 alleen tot motorgrootte 100, niet voor Ex- en servo 42-45 50-55 59-64 66-6767 71-72 75-77 82-83 46-74 80-81 85-86 86 51-73 79-84 49-54 58-62 70-77 78-83 47-52 56-60 60 63-65 68-75 BME BMH BMP Halve brug gelijkrichter met elektronische omschakeling als BGE Halve brug gelijkrichter met elektronische omschakeling en verwarmingsfunctie Halve brug gelijkrichter met elektronische omschake- ling, geïntegreerd spanningsrelais voor gelijkstroomzijdige afschakeling Be estur ring gspan neel 150-500V AC 1,5 BME 1,5 825 722 1 rood 47-52 56-60 60 42-150V AC 3,0 BME 3 825 723 X blauw 63-65 68-75 150-500V AC 1,5 BMH 1,5 825 818 X groen 48-53 47-61 42-150V AC 3,0 BMH 3 825 819 8 geel 69-76 47-52 150-500V500V AC 15 1,5 BMP 1,5 825 685 3 wit 56-6060 68-75 15
Tabel 2: Overzicht SEW-remaansturingen 1.4 Selectieaanwijzingen Zowel de remmotor als de elektrische aansluiting ervan dienen met zorg gedimensioneerd te worden om een zo lang mogelijke levensduur te realiseren. Daarbij dienen de volgende uitgangspunten in acht te worden genomen: Kies de rem en het remkoppel overeenkomstig de selectiegegevens (keuze van de motor). Bepaal de remspanning. Kies de remaansturing en de methode van schakelen. Kies de doorsneden en de plaats van de bekabeling. Kies het remrelais. Let op constructiegegevens. 1.4.1 De keuze van de rem en het remkoppel overeenkomstig de selectiegegevens (keuze van de motor) De mechanische componenten, het remtype en het remkoppel worden bij de keuze van de aandrijfmotor vastgelegd. De soort aandrijving, respectievelijk de toepassingen en de hierbij geldende normen bepalen mede de keuze van de rem. Keuzecriteria zijn: Draaistroommotor met één toerental / pooltalomschakelbare motor (beperkingen bij de 2-polige motoren DV160L t/m DV180L). Toerentalgeregelde draaistroommotor met frequentieregelaar. Gelijkstroommotor. Servomotor. Het aantal keren remmen tijdens normaal bedrijf en de noodstoppen. Remmen tijdens bedrijf of alleen in stilstand (houdrem). Grootte van het remkoppel ( weke / harde remming). Hijswerktoepassing. Minimale / maximale vertraging. Wat wordt bij de motorkeuze vastgesteld / uitgezocht: Basisvaststelling Motortype Remkoppel 1) Reminvaltijd Remtijd Remweg Remvertraging Remnauwkeurigheid Remarbeid Remstandtijd Verbonden met / Aanvullingen / Opmerkingen remtype / remaansturing remveren schakelwijze remaansturing (belangrijk voor het elektrisch ontwerp van de schakeling aanhouden van de gewenste waarden alleen dan, als de eerder genoemde parameters aan de eisen voldoen Nasteltijd (belangrijk voor het onderhoud) 1) Het remkoppel wordt vastgesteld aan de hand van de eisen die de toepassing stelt met betrekking tot maximale vertraging en maximaal toelaatbare remweg, respectievelijk remtijd. Tabel 3: Motorkeuze 16
Uitgebreide informatie over de keuze van de remmotor en de berekening van de remgegevens vindt u in de Vector-brochure Aandrijftechniek in de Praktijk. Formules en berekeningen. Praktijkvoorbeeld Een traversewagen met 2 aangedreven wielen rijdt op een rail met staal/staal-wrijving, met een snelheid van 0,5 m/s. Aantal schakelingen: 75 bewegingen leeg, 75 bewegingen beladen, 40 % ID Eigen massa 1500 kg Max. belading 1500 kg Wieldiameter 250 mm Asdiameter 60 mm Kettingoverbrenging i 1,588 Kettingwieldiameter 215 mm Met de rijweerstand, met behulp van praktijkervaring over het rendement en met tabelwaarden over wrijvingen, worden het statische en dynamische vermogen van de motor berekend. Door inschatten en vervolgens narekenen wordt de meest gunstige motor gevonden. Met deze motor ligt automatisch de remgrootte vast. In dit geval wordt het type DT71D2BMG Z gekozen, een 2-polige remmotor van 0,55 kw met een verzwaarde ventilator (Z). De berekening van het benodigde remkoppel geeft 2,5 Nm. Deze waarde kan met de juiste remveren (aantal en uitvoering) door de bijbehorende rem BMG 05 worden gerealiseerd (zie de technische gegevens op pagina 88). Door gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling van de standaard remaansturing BG in de klemmenkast wordt een reminvaltijd van 0,005 s bereikt. Met het remkoppel en de rijweerstand wordt een remtijd van 1,0 s berekend. Met de gegeven snelheid van de traversewagen betekent dit een remvertraging van 0,5 m/s 2. De remweg die uit de bovenstaande gegevens volgt is 252,5 mm. De remnauwkeurigheid kan met de empirisch vastgestelde tolerantie van ± 12% op ± 30,3 mm worden geschat. Door het berekenen van de schakelarbeid, dit is de tijdens de rembeweging in warmte omgezette energie, verkrijgt men een maat voor de remslijtage en daarmee ook voor de remstandtijd. De schakelarbeid bij maximale belading bedraagt 368 J. De gemiddelde schakelarbeid van onbeladen en beladen bedraagt 306 J. In de tabel van de remgegevens (zie Hoofdstuk 11) vindt u de waarde 120. 10 6 J voor de schakelarbeid van de rem tot het nastellen. Met deze waarde wordt een remstandtijd tot nastellen van 2600 uur berekend. Deze waarde is belangrijk voor het uitvoeren van preventief onderhoud. Controle: Bij elke keer remmen ontstaat er wrijvingswarmte in de remschijf. Bij het overschrijden van de toelaatbare temperatuur leidt dit tot een overmatige slijtage van het frictiemateriaal. De grafiek Maximaal toelaatbare schakelarbeid van de SEW-remmen per schakeling, afhankelijk van het aantal schakelingen en het toerental voor de omgevingstemperatuur van 40 C (zie pagina 95) dient als controle van de berekende waarden. In het algemeen, zoals ook in dit geval, wordt het toelaatbare aantal schakelingen van de motor bepaald door de thermische belasting van de motorwikkelingen en ligt veel lager. Bij 75 schakelingen is de maximaal toelaatbare schakelarbeid 2500 J, hetgeen boven de berekende waarde van de maximale schakelarbeid ligt. 17
1.4.2 Bepalen van de remspanning De keuze van de remspanning zal in het algemeen gebaseerd zijn op de beschikbare netspanning, respectievelijk motorbedrijfsspanning. Daarmee heeft de gebruiker de zekerheid van een goedkope installatie voor lage remstromen. Als bij spanningsomschakelbare uitvoeringen de netspanning bij het bestellen van de motor nog niet bekend is, moet altijd de lage spanning gekozen worden, om bij inbouw van de remsturing in de klemmenkast of de IS-stekerverbinding in ieder geval de juiste aansluitvoorwaarden te kunnen realiseren. Lage spanningen zijn vaak, vanwege veiligheidseisen, niet te vermijden. Ze vereisen echter aanzienlijk meer verbruik van kabels, schakelapparaten, transformatoren en ook gelijkrichters en overspanningsbeveiligingen (bv. bij directe 24V DC voeding) dan bij netspanningsaansluiting. Met uitzondering van de BG en BMS, loopt er bij het lichten van de rem maximaal het 8,5-voudige van de stroom. Daarbij mag de spanning aan de remspoel niet onder de 90% van de nominale spanning zakken. Onder de 70% van de nominale spanning valt de rem weer in. Indien de spanning weer stijgt zal het lichten worden herhaald. Een zwakke spanningsbron en/of een te kleine kabeldoorsnede kan tot overbelasting en verstoring van de lostrekspoel en de remaansturing leiden. 1.4.3 Keuze van de remaansturing en de methode van schakelen a) De remaansturing wordt volgens de volgende criteria gekozen: Functie: Zie Hoofdstuk 2-7 Plaats: Klemmenkast/IS of besturingspaneel (zie Hoofdstuk 2-7) Spanning: Algemeen 42-500 V AC mogelijk, standaard: 220-240 V AC / 380-415 V AC / 24 V DC. (Zie voor technische gegevens pagina 92 en 93) b) De schakelmethode wordt gekozen volgens: Functie: Zie Hoofdstuk 2-7 1.4.4 Keuze en leggen van de bekabeling a) Keuze van de bekabeling Voor het kiezen van de remvoedingskabels gelden eveneens de onder Hoofdstuk 1.4.3 genoemde criteria. Bij de technische gegevens van de remmen (zie pagina 92 en 93) vindt u informatie over de mogelijke aansluitspanningen en de daaruit voortkomende stromen. In tabel 4 vindt u snel informatie over het dimensioneren en de doorsnede van de kabel, met inachtneming van de lostrekstroom bij kabellengten 50 m. 18
Remtype B03 Minimale kabeldoorsnede in mm 2 (AWG) van de remkabels bij een kabellengte 50 m en remspanning (V AC ) 42 49 56 24V DC 61 73 77 88 97 110 125-500 BMG05 BMG1 BMG2 BMG4 4 (10) 25(12) 2,5 BMG8 6 (8) 4 (10) 2,5 (12) BM15 1,5 (16) 10 (8) 6 (8) 4 (10) 2,5(12) BM30-62 16 (6) Tabel 4: Minimale doorsneden van de remkabels Aan de klemmen van de remaansturing kunnen draaddoorsneden van maximaal 2,5 mm 2 worden aangesloten. Bij grotere doorsneden moeten tussenklemmen worden toegepast. b) Aanleggen van de remvoedingskabels De remvoedingskabels moeten altijd gescheiden van andere vermogenskabels met getakte stromen worden gelegd, als deze niet zijn afgeschermd. Vermogenskabels met getakte stromen zijn vooral: Kabels die komen vanaf frequentieregelaars, servoversterkers, gelijkstroomregelaars, softstarters en remapparaten. Kabels naar remweerstanden 1.4.5 Keuze van het remrelais Rekening houdend met hoge stroomstoten en de te schakelen gelijkspanning aan een inductieve last, moeten de schakelapparaten voor de remspanning en de gelijkstroomzijdige afschakeling ofwel gelijkstroomrelais, ofwel aangepaste wisselstroomrelais zijn, met contacten volgens de gebruikscategorie AC3 overeenkomstig EN 60947-4-1. De keuze van het remrelais voor netbedrijf is eenvoudig: Voor de standaardspanningen 230 V AC, respectievelijk 400 V AC wordt een vermogensrelais voor een vermogensbereik van 2,2 kw, respectievelijk 4 kw bij AC3-bedrijf gekozen. Bij 24 V DC wordt het relais voor DC3-bedrijf berekend. 1.4.6 Belangrijke constructie-aanwijzingen a) EMC (Elektromagnetische compatibiliteit) SEW-draaistroomremmotoren voldoen bij normaal, en continu bedrijf direct aan het net, aan de relevante EMC-normen. Bij frequentieregelaars moet eveneens met de relevante aanwijzingen uit de desbetreffende documentatie rekening worden gehouden. Bij het toepassen van SEW-servomotoren met rem en SEW-gelijkstroommotoren met rem moet eveneens met de EMC-aanwijzingen in de documentatie van de servoversterkers, respectievelijk gelijkstroomregelaars rekening worden gehouden. Daarnaast moeten de aanwijzingen voor het leggen van de bekabeling (zie hoofdstuk 1.4.4) onder alle omstandigheden worden opgevolgd. 19
b) Methode van schakelen Over de methode van schakelen en de daarmee beoogde remfunctie, moeten de elektroconstructeur en vooral de installatie- en inbedrijfsstellingsmedewerkers uitdrukkelijk geïnformeerd worden. Het aanhouden van vastgestelde reminvaltijden kan uit veiligheidsoverwegingen belangrijk zijn. De keuze tussen wisselstroomzijdige of gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling moet duidelijk, voor één uitleg vatbaar, aan de uitvoerenden worden doorgegeven. De reminvaltijden t 2I van het gegevensblad (zie pagina 87) voor wisselstroomzijdige afschakeling gelden alleen bij een aparte voeding. Bij aansluiting aan het klemmenbordje c.q. de IS-stekerverbinding van de motor worden deze tijden langer. In de fabriek worden de BG en BGE in de klemmenkast cq. IS standaard voor wisselstroomzijdige afschakeling aangesloten. Bij gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling moet de blauwe draad van de remspoel beslist van klem 5 naar klem 4 worden verlegd. c) Nasteltijd De uit de verwachte remslijtage berekende tijd tot het nastellen, is van belang voor het opstellen van het onderhoudsschema (documentatie van de installatie). d) Principe van meten Bij onderhoudsmetingen aan de rem moet het volgende in acht worden genomen: De in de gegevensbladen aangegeven waarden van de gelijkspanning gelden alleen in het geval van externe voeding van de rem met gelijkspanning, zonder SEW-remaansturing. De bij bedrijf met een SEW-remaansturing gemeten gelijkspanning ligt, door het toepassen van een vrijlooptak, alleen over de deelspoel ongeveer 10 á 20 % lager dan die van de normale eenweggelijkrichter met een vrijlooptak over de gehele spoel. 20
2 Draaistroomremmotoren DT/DV...BM(G) Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in De brochures SEW Motorreductoren, Reductoren en Motoren - serie R (respectievelijk F, K of W en S. Alleen voor de kleinste motorgrootte DT63... wordt remtype B03 (zie afbeelding 6) toegepast. Alle andere remmotoren DT71... tot en met DV225... benutten het principe van remtype BMG/BM (zie afbeelding 7). De SEW-remmotoren DT63..B03 tot en met DV225..BM kenmerken zich door de integratie van de rem in de motor en hun daardoor zeer korte en compacte bouwwijze. De verschillende remaansturingen, voor inbouw in de klemmenkast of stekerverbinding, respectievelijk in het besturingspaneel (zie hoofdstuk 1.3.4), bieden voor iedere toepassing met bijbehorende voorwaarden de optimale oplossing. Als er geen speciale eisen worden gesteld, wordt de standaarduitvoering geleverd. 2.1 Remaansturing in standaarduitvoering Als standaarduitvoering wordt een remmotor aangeduid, die met een klemmenkast en (met één uitzondering) met een ingebouwde remaansturing wordt geleverd. De standaarduitvoering kan direct worden aangesloten. Evenals de motorspanning wordt ook de remspanning normaal gesproken door de afnemer opgegeven. Wordt de spanning niet opgegeven, dan wordt automatisch de kabelspanning bij ééntoerige motoren, en de netspanning bij pooltalomschakelbare motoren als remspanning gekozen. Tabel 5 toont de standaarduitvoeringen van de draaistroomremmotoren. Type remmotor Standaarduitvoering van de remaansturing bij AC aansluiting 24V DC aansluiting DT 63..B03 - DT 100..BMG BG zonder remaansturing DV 112..BMG - DV 225..BM BGE BSG Tabel 5: Standaarduitvoering van de remaansturing Zie pagina 42-45, 49, 50, 54, 55, 58, 71-72, 77-78, 82-83 Met de standaarduitvoeringen kan of wisselstroomzijdig (BG, BGE), of gelijk- en wisselstroomzijdig (BG, BGE, BSG) worden afgeschakeld. De remspanning voor de remmen kan zowel separaat worden toegevoerd (speciaal bij pooltalomschakelbare motoren) als direct van het motorklemmenbord of de stekerverbinding (bij motoren met een vast toerental) worden afgenomen. De reactietijden t21 voor wisselstroomzijdige afschakeling (zie technische gegevens op pagina 87) gelden voor de separate toevoer van de voedingsspanning. Bij aansluiting op het klemmenbord leidt de remanent belaste motorafschakeling tot een verdere vertraging van de reminval. De genoemde remaansturingen bezitten een krachtige overspanningsbeveiliging voor de remspoel en het schakelcontact. Bij de standaarduitvoering met 24 VDC voedingsspanning van de motoren DT63..B03 tot en met DT100..BMG wordt geen remaansturing meegeleverd. Hier dient de gebruiker een geschikte overspanningsbeveiliging te installeren (zie afbeelding 10). 21
Remspoel ws = wit rt = rood bl = blauw Type variator SIOV-S10 K300 10M 250 VB VZB 300 Fabrikaat Siemens Conradty Thomson Afbeelding 10: 24 V DC aansluiting met overspanningsbeveiliging van de rem voor de motorgrootte 63-100 2.2 Remmotoren voor speciale toepassingen Het SEW Baukastensystem van de remmotoren maakt veel varianten in de uitvoering met elektronische en mechanische opties mogelijk. Dit omvat zowel afwijkende spanningen, mechanische handremlichters, speciale beschermingen en stekerverbindingen als speciale remaansturingen (zie de brochure Motorreductoren, Reductoren en Motoren ). 2.2.1 Remaansturing voor een hoge schakelfrequentie Een hoge schakelfrequentie, in combinatie met een niet te verwaarlozen extern massatraagheidsmoment, is een veel gestelde eis aan remmotoren. Naast de normale thermische geschiktheid van de draaistroommotor komt het er bij de rem op aan, dat de aanspreektijd t1 zo kort is, dat de rem, rekening houdend met het te versnellen massatraagheidsmoment, bij het aanlopen van de motor reeds geopend is. Zonder die gebruikelijke aanloopfase met nog niet gelichte rem laat de temperatuur- en slijtagebalans van de SEW-rem een hoge schakelfrequentie toe. De motoren DV112..BMG tot en met DV225..BM zijn standaard al geschikt voor een hoge schakelfrequentie. Type remmotor Remaansluiting voor AC aansluiting Hoge schakelfrequentie Rem aansluiting voor 24V DV aansluiting DT 63..B03 BME (BMH, BMP) in besturingspaneel BSG in besturingspaneel DT 71..BMG t/m DV 225..BM BGE (BSR, BUR) in klemmenkast / IS BSG in klemmenkast / IS of in besturingspaneel Tabel 6: Uitvoeringen van de remmotoren DT63..B03 tot en met DV225..BM voor een hoge schakelfrequentie Zie pagina 42-58, 63-70, 72-86 Tabel 6 geeft aan dat naast de BGE (BME) en BSG ook de remaansturingen BSR, BUR, BMH en BMP buiten hun speciale functies over eigenschappen beschikken om de aanspreektijd te verkorten. 22
2.2.2 Remmotoren voor een hoge stopnauwkeurigheid Een hoge stopnauwkeurigheid is een vereiste bij positioneringssystemen. Remmotoren hebben op grond van het mechanische principe, de slijtagegraad van het frictiemateriaal en fysieke randvoorwaarden ter plaatse een in de praktijk vastgestelde strooiing van de remweg van +/- 12%. Hoe korter de remweg wordt, des te geringer is de invloed van die natuurlijke strooiing als fout van de totaal afgelegde weg (zie afbeelding 4). De gelijken wisselstroomzijdige afschakeling maakt het mogelijk de reminvaltijd van t2ii aanzienlijk te verkorten (zie de technische gegevens op pagina 87). 2.2.2.1 Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling met een mechanisch contact Zie pagina 42-45, 47-48, 50-53, 55-57, 59, 65-66, 75-76, 82-83 Zie pagina 46, 74, 80-81, 85-86 Zie pagina 51, 73, 79, 84 In de hoofdstukken 1.3.2 en 2.1 werd reeds op de mogelijkheid gewezen deze oplossing conventioneel met een extra contact te realiseren. 2.2.2.2 Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling met een elektronisch relais in de klemmenkast / IS Bijzonder fraaie mogelijkheden met elektronische, slijtagevrije contacten, in combinatie met een minimale bekabeling, bieden de remaansturingen BSR en BUR (zie tabel 2). Beide aansturingen bestaan uit een BGE (BG bij de grootte 63 en de IS1) en het stroomrelais SR of het spanningsrelais UR. De BSR is uitsluitend geschikt voor motoren met één constant toerental. De BUR kan bij separate toevoer van de voedingsspanning algemeen worden toegepast. Bij het bestellen van de remmotor is het voldoende als naast de opgave van de motoren remspanning, BSR of BUR wordt vermeld. Het orderverwerkingssysteem zorgt voor de juiste uitvoering van het relais. Voor eventueel latere plaatsing vindt u in de tabellen 7 en 8 de bij de motor en spanning passende relais. Het elektronische relais schakelt maximaal 1A spoelstroom en begrenst daarmee de keuze tot BSR en BUR. Principe van de BSR De remaansturing BGE (respectievelijk BG) wordt in het geval van een BSR direct door het motorklemmenbord van een motor met een constant toerental, van spanning voorzien. Er is dus geen aparte toevoerkabel nodig tussen de rem en het besturingspaneel. Bij het afschakelen van de motor wordt de motorstroom nagenoeg zonder vertraging onderbroken en via het SR stroomrelais benut voor het gelijkstroomzijdig afschakelen van de remspoel. Ondanks de remanente bekrachtiging aan het motorklemmenbord en aan de remaansturing volgt er een bijzonder korte reminvaltijd (zie hoofdstuk 9.4). De remspanning wordt zonder verdere opgave van de afnemer automatisch met de motorspoelspanning vastgelegd (bv.: motor 230 V driehoek / 400 V ster, rem 230 V). Desgewenst kan de remspoel ook voor de bovenspanning (max. 500 V) worden uitgevoerd (bv.: motor 230 V driehoek / 400 V ster, rem 400 V). Keuze van de BSR Tabel 7 houdt bij het toekennen van de SR relais naast de remstroom ook rekening met de motorstroom. Principe van de BUR De remaansturing BGE (respectievelijk BG) wordt in het geval van een BUR separaat van spanning voorzien, omdat op het motorklemmenbord geen constante spanning aanwezig is (pooltalomschakelbare motoren, motoren aan een frequentieregelaar). Met de wisselstroomzijdige afschakeling verzorgt het UR spanningsrelais nagenoeg zonder vertraging de gelijkstroomzijdige afschakeling van de remspoel, met een bijzonder korte reminvaltijd (zie hoofdstuk 9.5). De remspanning wordt zonder verdere opgave van de afnemer auto- 23
matisch met de motorspoelspanning vastgelegd. Desgewenst kunnen overeenkomstig tabel 8 ook andere spanningen worden gekozen. Keuze van de BUR Tabel 8 houdt bij het toekennen van het UR relais naast de remstroom ook rekening met de remspanning. BSR (BGE/BG1 + SR..) voor motorspanning (VAC) in sterschakeling Type motor 40 85 59-66 67-73 74-82 83-92 93-104 105-106 117-131 132-147 148-164 165-185 186-207 208-233 234-261 262-293 294-329 330-369 370-414 415-464 465-522 523-690 DT63..B03 1) DT71D..BMG 2) DT80N..BMG 2) DT80K..BMG 2) DT90S..BMG 2) DT90L..BMG 2) DT100LS..BMG DT100L..BMG DV112M..BMG DV132S..BMG DV132M..BM DV132ML..BM DV160M..BM DV160L..BM DV180M..BM DV180L..BM DV200LS..BM DV200L..BM SR11 SR15 niet uitvoerbaar Tabel 7: Toekenning van de stroomrelais SR11 en SR15 rekening houdend met de motor en de motorspanning BUR (BGE/BG1 + SR..) voor remspanning (VAC) Type motor 23-25 40-46 47-52 53-58 59-66 67-73 74-82 83-92 93-104 105-116 117-131 132-147 148-164 165-185 186-500 DT63..B03 1) DT71/80..BMG 2) DT90/100..BMG 2) DV112M..BMG DV132S..BMG DT132M..BM DT132ML..BM DT160M..BM DV160L..BM DV180M/L..BM DV200/225..BM UR11 UR15 niet uitvoerbaar Tabel 8: Toekenning van de spanningsrelais UR11 en UR15 rekening houdend met de motor en de remspanning. 1) BSR/BUR = BG1 + SR../UR.. 2) Bij stekerverbinding IS: BSR/BUR = BG1 + SR../UR.. 24
2.2.3 Remaansturingen bij een hogere omgevingstemperatuur en/of beperkte koeling Zie pagina 47, 49, 52, 54, 56, 58, 75, 76 Een hogere omgevingstemperatuur, onvoldoende koelluchttoevoer en/of isolatieklasse H zijn naast principiële overwegingen, redenen om de remaansturing in het besturingspaneel in te bouwen. Om er zeker van te zijn dat de rem schakelt bij een hogere wikkelingstemperatuur worden uitsluitend remsturingen met elektronische omschakeling toegepast. Voor het speciale geval Elektrische remlichting bij motorstilstand is voor de motoren DT63 t/m 100 principeel het toepassen van BGE, BME of BSG voorgeschreven, in plaats van BG, BMS of directe 24V DC aansluiting, als er niet reeds aansturingen met een speciale functie worden toegepast. Type remmotor Remaansturing voor AC aansluiting (in besturingspaneel) Verhoogde thermische belasting Remaansturing voor 24V DC aansluiting (in besturingspaneel) DT 63..B03 DT 71..BMG - DV 225..BM BME, BMP BSG Tabel 9: Speciale uitvoeringen van de remmotoren DT63..B03 tot en met DV225...BM voor een hogere thermische belasting met remaansturingen in het besturingspaneel 2.2.4 Remaansturingen voor lage en wisselende omgevingstemperaturen Remmotoren voor lage en wisselende omgevingstemperaturen, respectievelijk bij opstelling in de open lucht lopen het risico van dauw- en ijsvorming. De functiebeperkingen door corrosie en ijs kunnen door het toepassen van de remaansturing BMH, met de toegevoegde functie van stilstandsverwarming worden ondervangen. De functie verwarmen wordt van buitenaf geactiveerd. Zodra de rem is ingevallen en de verwarmingsfunctie tijdens langere pauzes is ingeschakeld, worden de beide deelspoelen van het SEW-remsysteem anti-parallel, met een gereduceerde spanning, gevoed door een deels uitgestuurde thyristor. Hierdoor wordt enerzijds de inductiewerking nagenoeg teniet gedaan (de rem licht niet). Anderzijds wordt een verwarmingsenergie in het spoelensysteem gerealiseerd, die voor een temperatuursstijging van circa 50K ten opzichte van de omgevingstemperatuur zorgt. De BMH is voor alle motorgrootten beschikbaar en wordt uitsluitend in het besturingspaneel gemonteerd. Zie pagina 48, 53, 57, 76 Zie pagina 47-49, 52-54, 63, 65, 75-76 2.2.5 Remaansturing in het besturingspaneel De SEW-remaansturing zijn ook leverbaar voor inbouw in een besturingspaneel. Bij de volgende situaties verdient het de voorkeur de remaansturingen in het besturingspaneel in te bouwen: Ongunstige omgevingsomstandigheden aan de motor (bijvoorbeeld motor met isolatieklasse H, hoge omgevingstemperatuur > 40 C, lage omgevingstemperaturen etc.). Schakelingen met gelijkstroomzijdige afschakeling door schakelcontacten betekenen minder installatiewerk in het besturingspaneel. Betere bereikbaarheid van de remaansturingen bij servicewerkzaamheden. Bij het inbouwen van de remaansturing in het besturingspaneel moeten er steeds 3 leidingen tussen de remspoel en de aansturing worden gelegd. Voor de aansluiting in de klemmenkast is een hulpklemmenstrook met 5 klemmen beschikbaar. Twee daarvan zijn voor de beveiliging van de motorwikkelingen. Tabel 10 geeft een overzicht van alle remaansturingen voor inbouw in een besturingspa- 25
neel. Met uitzondering van de BSG zijn alle andere remaansturingen ondergebracht in de standaard behuizing met clipmontage voor draagrail. Type remmotor DT 63..B03 DT 71-100..BMG Remaansturing in besturingspaneel voor AC aansluiting BMS, BME, BMH, BMP voor 24V DC aansluiting DV 112..BMG - DV225..BM BME, BMH, BMP Tabel 10: Uitvoeringen van remmotoren DT63..B03 t/m DV225..BM met remaansturing in het besturingspaneel 2.2.6 Meer-motorenbedrijf met remmotoren BSG Zie pagina 63-64 Zie pagina 65-66 Bij meer-motorenbedrijf moeten de remmen gemeenschappelijk geschakeld worden, maar ook bij meerdere motoren met een gemeenschappelijke last moeten de remmen bij een storing gezamenlijk invallen. Het gemeenschappelijk schakelen kan, door het parallel wisselstroomzijdig voeden van meer remmen, door één remsturing worden gerealiseerd. De parallelle wisselstroomzijdige voeding wordt zo uitgevoerd, dat bij het wisselen beide halve spanningssinussen worden benut. Bij het parallel schakelen van meerdere remmen aan een gemeenschappelijke remgelijkrichter mag de som van alle bedrijfsstromen de nominale stroom van de remsturing niet overschrijden. De wisselstroomzijdige serieschakeling van een beperkt aantal remmen van hetzelfde type, maakt een gelijktijdige sturing en een gezamenlijk invallen mogelijk, als bijvoorbeeld een remspoel onderbroken is. Let erop dat de remspoelspanning overeenkomstig het aantal van de in serie geschakelde remmen moet worden gereduceerd. In principe geldt dat bij een storing van één rem alle remmen wisselstroomzijdig afgeschakeld moeten worden. 2.2.7 Stekerverbinding IS en remaansturing Zie pagina 71-76 De stekerverbinding IS voor motoren DT63 t/m DV132S heeft 4 contacten (8, 9, 10, 11), waarover de verbinding van het besturingspaneel met de rem wordt gemaakt. Afhankelijk van eis of noodzaak wordt de remaansturing in de stekerverbinding of in het besturingspaneel ingebouwd. Type remmotor Remaansturing in IS Remmotor met IS Remaansturing in besturingspaneel Aansluiting DT 63..B03 IS - BG1, BSR 1), BUR 1) BMS, BME, BMH, BMP AC DT 90..BMG IS BSG 24V DC DT 100..BMG IS - BG 2), BGE, BSR, BUR BMS 2), BME, BMH, BMP AC DV 132S..BMG IS BSG BSG 24V DC 1) BSR en BUR uitsluitend met BG1 2) Alleen bij DT100 Tabel 11: Uitvoeringen van de remmotoren met stekerverbinding IS 26
2.2.8 Stekerverbinding AS en remaansturing Zie pagina 77-81 De stekerverbindingen AS voor de motoren DT71 t/m DV132S hebben 2 contacten, waarover de remaansturing aan de spanning wordt aangesloten. De gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling is alleen met een BSR of BUR mogelijk. Afgezien van de mogelijkheid om de remmen van de motorgrootten DT71 t/m DT100 direct te voeden met 24 V DC, staan er 5 uitvoeringsmogelijkheden met de remaansturing in de klemmenkast ter beschikking. Type remmotor DT 71..BMG AS - DT 100..BMG AS DV 112..BMG AS - DV 132..BMG AS Remmotor met AS Remaansturing in de klemmenkast AC aansluiting Aansluiting met 24V DC BG 1), BGE 1), BSR, BUR BSG 2) BGE 1), BSR, BUR 1) Alleen voor wisselstroomzijdige afschakeling 2) Naar keuze ook direct op 24 V DC aansluitbaar Tabel 12: Uitvoeringen van de remmotoren met stekerverbinding AS 2.2.9 Stekerverbinding AM en remaansturing BSG Zie pagina 82-86 In de stekerverbinding AM voor de motoren DT71 t/m DT132S kunnen tot 4 contacten voor de verbinding van de rem worden gebruikt. Daarmee zijn alle remaansturingen voor klemmenkasten en inbouw in een besturingspaneel onbeperkt mogelijk, zowel met wisselstroomzijdige als met gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling. Tabel 13 geeft een overzicht. Type remmotor DT 71..BMG AM - DV 132S..BMG AM 1) Alleen bij DT71 - DT100 Remaansturing in klemmenkast Remmotor met AS Remaansturing in besturingspaneel Aansluiting BG 1), BGE, BSR, BUR BMS 1), BME, BMH, BMP AC BSG BSG 24V DC Tabel 13: Uitvoeringen van de remmotoren met stekerverbinding AM 27
3 Draaistroomremmotor DT/DV...BM(G) met frequentieregelaar Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in de brochures SEW Motorreductoren, Reductoren en Motoren MOVITRAC 31C frequentieregelaars MOVIDRIVE applicatieregelaars Vector/SEW - Aandrijftechniek in de praktijk - Deel 5 BELANGRIJK De voedingsspanning van de rem moet altijd separaat worden toegevoerd. Vanwege de variabele aansluitspanning van de motor, mag deze niet van het klemmenbord van de motor worden afgenomen. Zie pagina 51, 59-62 De mechanische rem heeft bij een motor met frequentieregelaars in een normale situatie alleen de karakteristiek van een houdrem om een bereikte positie vast te houden en als veiligheidsrem in noodgevallen (noodstop). De dimensionering wordt daarom bepaald door het aantal noodstops van de aandrijving met volle last en vanuit maximum toerental (zie hoofdstuk 1.4). In het algemeen geldt ook hier, dat het remcommando gelijktijdig en zonder vertraging met het stopcommando van de frequentieregelaar gegeven moet worden. Aan te bevelen is om dit commando door de frequentieregelaar zelf te laten genereren. Interne vergrendelingen in de frequentieregelaar zorgen voor het exacte tijdpunt. Daarmede wordt een zekere (veilige) overname van de last door de mechanische rem gewaarborgd; zo wordt bijvoorbeeld het doorzakken bij hijswerken voorkomen. Tabel 14 geeft een overzicht van alle remaansturingen die in combinatie met een motor met frequentieregelaar mogelijk zijn. Type remmotor DT 63..B03 Inbouw in klemmenkast of IS Inbouw in besturingspaneel Aansluiten aan BG1, BUR 1) BMS, BME, BMP, BMH AC zonder stuurapparaat BSG 24V DC BG12), BG, BGE, BUR 1) BMS, BME, BMP, BMH AC DT 71..BMG - DT 100..BMG BSG BSG 24V DC BGE, BUR BME, BMP, BMH AC DV 112..BMG - DV 225..BM BSG BSG 24V DC 1) BUR bestaat bij de rem B03 en bij motorgrootten 63 t/m 90 met stekerverbinding IS uit een BG1 en UR. 2) BG1 wordt alleen bij het toepassen van een stekerverbinding IS toegepast bij de motorgrootten 71 t/m 90. Tabel 14: Remaansturingen bij bedrijf met een frequentieregelaar 28
4 Servomotoren met rem DY71...B t/m DY112...B Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in de brochures SEW Servomotorreductoren MOVIDYN servoversterkers MOVIDRIVE applicatieregelaars Vector/SEW - Aandrijftechniek in de praktijk - Deel 7 De remmen B (afbeelding 9) van de servomotoren DY71 t/m112...b worden uitsluitend via een aparte stekerverbinding vanuit het besturingspaneel van spanning voorzien. De B-zijdig in het motorhuis geïntegreerde rem zorgt voor een zeer veel plaatsbesparende bouwwijze. Servomotoren met een rem kunnen ook met de optie handremlichter worden geleverd. Met verschillende remaansturingen en de mogelijkheid om zowel 110, 230 en 400 V AC als ook 24 V DC aan te sluiten, behoren met deze uitgesproken noodrem en houdrem alle toepassingen met een hoge dynamiek tot de mogelijkheden (zie de technische gegevens op pagina 96). Het remcommando wordt bij servoaandrijvingen door de MOVIDYN respectievelijk de MOVIDRIVE servoversterkers verzorgd en met de juiste remschakeling aan de rem aangeboden. De dimensionering richt zich ook bij deze remmen uitsluitend op het mogelijk optredende aantal noodremmingen met volle last, vanuit het maxium toerental (zie hoofdstuk 1.4). Remtype B is per motortype met 2 mogelijke remkoppels TB1 en TB2 leverbaar. Het hoge remkoppel TB2 (2-3 x T0) wordt uit veiligheidsoverwegingen bij hijswerktuigen gekozen. Tabel 15 toont de verschillende remaansturingen. Type remmotor Remaansturing in besturingspaneel Aansluiting aan BME, BMP DY 71..B - DY 112..B BSG Tabel 15: Remaansturingen voor servoaandrijvingen AC 24V DC 29
5 Gelijkstroommotoren met rem G/GV...BM(G) Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in de brochure Gleichstromgetriebemotoren Zie pagina 67-70 De rem BM(G) is ook bij de gelijkstroommotoren een integraal deel van de motor. De remaansturingen worden in de klemmenkast of in het besturingspaneel ingebouwd. De schakelvoorbeelden komen overeen met die van de remmotoren met frequentieregelaar. Het remcommando wordt bij voorkeur door de voedende gelijkstroomregelaar gegeven, om het exacte tijdstip van de lastovername door de mechanische rem te garanderen. De standaard gelijkstroommotoren met BM(G) worden, in tegenstelling tot de draaistroomremmotoren met gelijke ashoogten, met kleinere remkoppels geleverd (zie de technische gegevens op pagina 87). De mechanische rem van de gelijkstroommotoren wordt beschouwd als pure houd- en noodrem. Ze wordt voor een bepaald aantal noodremmingen met volle last, vanuit het maximum toerental gedimensioneerd. Tabel 16 geeft een overzicht van de mogelijke remaansturingen voor de standaard gelijkstroommotoren. Gelijkstroommotoren van de bouwgrootten 71-100 worden met een remgelijkrichter BG geleverd; de grotere motoren worden standaard met een BGE in de klemmenkast uitgerust. Bij een remspanning van 24 V DC geldt bij de grootten 71-100 standaard geen aansturing en bij grotere motoren een BSG in de klemmenkast (zie tabel 16). Type remmotor GF 71DBMG - GV 132SBMG Inbouw in klemmenkast Inbouw in besturingspaneel Aansluiten aan BG 1), BGE, BUR BMS 1), BME, BMP, BMH AC BSG 2) BSG 24V DC BGE, BUR BME, BMP, BMH AC GF 132MBM - GV 160MBM BSG BSG 24V DC 1) BG en BMS worden alleen voor grootten 71-100 toegepast, BG is bij deze motoren standaard. 2) BSG is bij grootten 71-100 als optie leverbaar, standaard wordt zonder BSG geleverd. Tabel 16: Remaansturingen voor standaard gelijkstroommotoren. 30
6 Verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt71d4 BC05/H./TF - edt100l4 BC2/H./TF Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in brochure Motorreductoren, Reductoren en Motoren De verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren edt..bc.. werkt met een ingebouwde drukvaste rem. De volgens keuringsinstantie Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB) in Braunschweig goedgekeurde combinatie werkt volgens het principe van de BMG remmen met de technische gegevens volgens tabel 17. Ex-remmotor type Remkoppel (Nm) edt 71-80..BC 7,5/6/5/4/2,5/ 1,6/1,2 edt 90-100..BC 30/24/20/16/ 10/6,6/5 Remarbeid 1) W (10 6 J) Aanspreektijd t1 (10-3 s) Invaltijd 2) t 2II (10-3 s) Invaltijd 3) t 2I (10-3 s) Spoelvermogen PB (W) 120 20 8 40 29 260 35 15 80 41 1) Schakelarbeid van de rem tot aan nastellen 2) Invaltijd bij gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling 3) Invaltijd bij wisselstroomzijdige afschakeling Tabel 17: Technische gegevens van de rem BC van verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren Alleen de remaansturingen volgens tabel 18 zijn toegelaten (alleen voor besturingspaneel inbouw), die volgens afbeelding 11 aangesloten moeten worden. Verplicht is ook de thermische bewaking van de motor en de rem door middel van thermistors met een toegelaten bewakingsrelais met een PTB-testverklaring 3.53 - PTC A. Er moeten zodanige externe maatregelen genomen worden dat het remcommando beslist gelijktijdig plaatsvind met afschakelen van de motor. Type remmotor Remaansturing in het besturingspaneel Aansluiting aan BME AC edt 71-100..BC BSG 24V DC Tabel 18: Toegestane remaansturingen voor verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren 31
TF-motor TF-rem wit rood remspoel blauw motor wit rood blauw rem wit rood blauw wit rood blauw wit rood blauw naar beveiligingsrelais naar beveiligingsrelais naar beveiligingsrelais besturingspaneel besturingspaneel besturingspaneel remaansturing BSG voor gelijkstroomaansluiting 24V = (VDC) remaansturing BME wisselstroomzijdige afschakeling normaal invallen van de rem remaansturing BME gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling snel invallen van de rem Zie voor de aan te sluiten wisselspanning het motortypeplaatje: rem V... Schakelcontacten van gebruikscategorie AC 3 volgens EN 60947 Afbeelding 11: Aansluitschema verminderd explosiegevaarlijke draaistroomremmotoren 32
7 Remmen in variatoren VARIBLOC Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in de brochure Variatoren Zie pagina 45, 49 Vanwege de v-riemverbinding tussen motor en de reductor is bij veel toepassingen de aan de motor aangebouwde rem als houdrem of noodrem niet toegestaan. Voor de VARIBLOC VU/VZ 01-41 is er daarom een uitvoering met de rem aan de reductorzijde van de variator. De bijbehorende remaansturingen zijn in een aparte klemmenkast aan de variator ingebouwd. VARIBLOC - variator type Motor vermogensbereik (kw) Remtype Maximum remkop- Remaansturing (standaard) pel (Nm) AC 24V DC VU/VZ 01 BMG/HF 0,25..0,75 BMG05 5 BG VU/VZ 11 BMG/HF 0,37..1,5 BMG1 10 BG VU/VZ 21 BMG/HF 0,37..3,0 BMG2 20 BG VU/VZ 31 BMG/HF 1,5..5,5 BMG4 40 BGE BSG VU/VZ 41 BMG/HF 3,0..11,0 BMG8 75 BGE BSG Tabel 19: Gegevensoverzicht VARIBLOC -variatoren met rem Tabel 19 informeert over de basisgegevens van de VARIBLOC -variatoren met aangebouwde rem en vastzetbare handremlichter als standaarduitvoering. Afbeelding 12: Rem in de variator VARIBLOC 33
8 Remmen in lantaarnstukken met aanloopkoppeling Verdere informatie en uitgebreide technische gegevens vindt u in de brochure Anlauf- und Rutschkupplungen Zie pagina 45, 49 Bij speciale toepassingen waarbij de machine snel en zeker gestopt moet worden en ter voorkoming van het terugdraaien van de machineas bij stilstaande motor, worden de lantaarnstukken met de SEW-aanloopkoppeling bovendien met een rem uitgevoerd. De remaansturingen zijn in een aparte klemmenkast aan het lantaarnstuk ingebouwd. Bij slipkoppelingen volstaat de rem aan de motor. Lantaarn met rem + Maximum remkoppel Remaansturing (standaard) aanloopkoppeling type Remtype (Nm) AC 24V DC LT/LM 60 BMG BMG4 LT/LM 70 BMG BMG4 30 BG LT/LM 80 BMG BMG8 55 LT/LM 90 BM LT/LM 100 BM LT/LM 105 BM BMG15 125 BGE BSG LT/LM 130 BM LT/LM 135 BM Tabel 20: Gegevensoverzicht lantaarnstukken met aanloopkoppeling en rem Tabel 20 informeert over de basisgegevens van lantaarnstukken met remmen in standaard uitvoering. Afbeelding 13: Rem in een lantaarnstuk met aanloopkoppeling 34
9 Principe schakelschema s remaansturingen 9.1 Legenda Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Rem BS = aantrekspoel TS = deelspoel Hulpklemmenlijst in de klemmenkast Motor in driehoekschakeling Motor in sterschakeling wit rood blauw bruin zwart 35
9.2 BG, BMS U AC U AC U AC U AC 36
9.3 BGE, BME U AC U AC U AC U AC 37
38 9.4 BSR
9.5 BUR U AC 9.6 BSG 39
9.7 BMP, BMH U AC U AC U AC U AC 40
10 Schakelvoorbeelden 10.1 Legenda Om de rem te lichten spanning (zie typeplaatje) aanleggen, de contacten werken parallel met de motorschakelaar. Contactbelasting van de remcontacten AC 3 volgens EN 60947-4-1 Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Hulpklemmenlijst in klemmenkast Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Frequentieregelaar Rem BS = lostrekspoel TS = deelspoel Gelijkrichter Remaansturing type BG, BGE voor het inbouwen in de motorklemmenkast Motor in driehoekschakeling Remaansturing type BME, BMS voor het inbouwen in een besturingspaneel Motor in sterschakeling wit rood blauw bruin zwart 41
10.2 Draaistroommotor met één toerental BG, BGE in de klemmenkast, de voeding vanaf de motorklemmen Remspanning = - spanning Voorbeeld: net 400 V, motor 230 V / 400 VY, rem 230 V AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 42
BG, BGE in de klemmenkast, de voeding vanaf de motorklemmen Remspanning = - spanning Voorbeeld: net 400 V, motor 400 V / 690 VY, rem 400 V AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 43
BG, BGE in de klemmenkast, de voeding vanaf de motorklemmen Remspanning = Y - spanning Voorbeeld: net 400 V, motor 230 V / 400 VY, rem 400 V AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 44
BG, BGE in de klemmenkast, externe voeding U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 45
BSR in de klemmenkast Remspanning = - spanning Voorbeeld: net 400 V, motor 230 V / 400 VY, rem 230 V AC Voorbeeld: net 400 V, motor 400 V / 690 VΥ, rem 400 V AC Remspanning = Υ - spanning Voorbeeld: net 400 V, motor 230 V / 400 VΥ, rem 230 V AC 46
BMS, BME, BMP in het besturingspaneel U AC U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Brug of maakcontact van 3 naar 4, wanneer alleen wisselstroomzijdig moet worden geschakeld. 47
BMH in het besturingspaneel U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Om de rem te verwarmen K16 bekrachtigen, is met K12 vergrendeld; alleen tijdens langere pauzes verwarmen! 48
Remaansturing 24 VDC A) Standaard voor remmotoren grootten 63...100 met 24 VDC rem zonder stuurapparaat BSG. B) Standaard voor remmotoren grootten 112...225 met BSG in de klemmenkast. C) Voor remmotoren grootten 71...225 met BSG in het besturingspaneel. 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Schakelbeveiliging tegen schakelpieken door de gebruiker te installeren. 49
10.3 Pooltalomschakelbare motoren BG, BGE in de klemmenkast, pooltalomschakelbare motor (gescheiden wikkelingen) U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 50
BUR bij pooltalomschakelbare en toerentalgeregelde draaistroommotoren A) Gescheiden wikkelingen B) Dahlanderschakeling C) Met een frequentieregelaar 1) De voedingsspanning van de rem wordt separaat toegevoerd Aansluiting aan het klemmenbord van de motor is niet toegestaan. 2) Uitgang remcommando 51
BMS, BME, BMP in het besturingspaneel, pooltalomschakelbare motor (gescheiden wikkelingen) U AC U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Brug of maakcontact van 3 naar 4, wanneer alleen wisselstroomzijdig moet worden geschakeld. 52
BMH in het besturingspaneel, pooltalomschakelbare motor (gescheiden wikkelingen) U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Om de rem te verwarmen K16 bekrachtigen, is met K12 vergrendeld; alleen tijdens langere pauzes verwarmen! 53
Remaansturingen 24 VDC, pooltalomschakelbare motor (gescheiden wikkelingen) A) Standaard voor remmotoren grootten 63...100 met 24 VDC rem zonder stuurapparaat BSG. B) Standaard voor remmotoren grootten 112...225 met BSG in de klemmenkast. C) Voor remmotoren grootten 71...225 met BSG in het besturingspaneel. 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Schakelbeveiliging tegen schakelpieken door de gebruiker te installeren. 54
BG, BGE in de klemmenkast, pooltalomschakelbare motor (Dahlander) U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 55
BMS, BME, BMP in het besturingspaneel, pooltalomschakelbare motor (Dahlander) U AC U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Brug of maakcontact van 3 naar 4, wanneer alleen wisselstroomzijdig moet worden geschakeld. 56
BMH in het besturingspaneel, pooltalomschakelbare motor (Dahlander) U AC U AC 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Om de rem te verwarmen K16 schakelen, is met K12 vergrendeld; alleen tijdens langere pauzes verwarmen. 57
Remaansturing 24 VDC, pooltalomschakelbare motor (Dahlander) A) Standaard voor remmotoren grootten 63...100 met 24 VDC rem, zonder stuurapparaat BSG. B) Standaard voor remmotoren grootten 112...225 met BSG in de klemmenkast. C) Voor remmotoren grootten 71...225 met BSG in het besturingspaneel. 1) K12 wordt gelijktijdig met K13 of K14 (draairichting) geschakeld. 2) Schakelbeveiliging tegen schakelpieken door de gebruiker zelf aan te brengen. 58
10.4 Draaistroommotor met frequentieregelaar U AC U AC BG, BGE in klemmenkast, draaistroommotor met frequentieregelaar 1) Uitgang remcommando 59
BMS, BME, BMP in het besturingspaneel, draaistroommotor met frequentieregelaar U AC U AC U AC 1) Uitgang remcommando 2) Brug of maakcontact van 3 naar 4, wanneer alleen wisselstroomzijdig moet worden geschakeld. 60
BMH in het besturingspaneel, draaistroommotor met frequentieregelaar U AC U AC 1) Uitgang remcommando 2) Om de rem te verwarmen K16 schakelen, is met K12 vergrendeld; alleen tijdens langere pauzes verwarmen! 61
Remaansturing 24VDC, draaistroommotor met frequentieregelaar A) Standaard voor remmotoren grootten 63...100 met 24 VDC rem, zonder stuurapparaat BSG B) Standaard voor remmotoren grootten 112...225 met BSG in de klemmenkast. C) Voor remmotoren grootten 71...225 met BSG in het besturingspaneel. 1) Uitgang remcommando. 2) Schakelbeveiliging tegen schakelpieken door de gebruiker aan te brengen. 62
10.5 Meer-motorenbedrijf Parallelschakeling van meerdere remmen aan BMS, BME in het besturingspaneel De som van de remstromen mag de maximaal toelaatbare stroom van de remaansturing niet overschrijden. IB = Stroom tijdens lostrekken 63
Antiparallelschakeling van meerdere BG, BGE in de klemmenkast aan een gemeenschappelijk geschakelde voedingsspanning U AC 64
Wisselstroomzijdige serieschakeling van meerdere BMS, BME in het besturingspaneel K11, K12 werken parallel 65
Wisselstroomzijdige serieschakeling van meerdere BG, BGE in de klemmenkasten K11, K12 werken parallel, schakelcontacten overeenkomstig AC 3. 66
10.6 Gelijkstroommotor met een regelaar BG, BGE in de klemmenkast, gelijkstroommotor met een regelaar U AC U AC 1) Uitgang remcommando 67
BMS, BME, BMP in het besturingspaneel, gelijkstroommotor met een regelaar U AC U AC U AC 1) Uitgang remcommando 2) Brug of maakcontact van 3 naar 4, wanneer alleen wisselstroomzijdig moet worden geschakeld. 68
BMH in het besturingspaneel, gelijkstroommotor met een regelaar U AC U AC 1) Uitgang remcommando 2) Om de rem te verwarmen K16 schakelen, is met K12 vergrendeld; alleen tijdens langere pauzes verwarmen! 69
Remaansturing 24 VDC, gelijkstroommotor met een regelaar A) Standaard voor remmotoren grootten 63...100 met 24 VDC rem, zonder stuurapparaat BSG. B) Standaard voor remmotoren grootten 112...225 met BSG in de klemmenkast. C) Voor remmotoren grootten 71...225 met BSG in het besturingspaneel. 1) Uitgang remcommando. 2) Schakelbeveiliging tegen schakelpieken door de gebruiker aan te brengen. 70
Draaistroomremmotoren met stekerverbinding IS Remaansturing 09 761 197 NL AT 103 Schakelschema Pagina 1 van 2 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1. Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BGE, BG Voedingsspanning van de motor Niet voor pooltalomschakelbare en geregelde motoren. Remspanning gelijk aan de -spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 230 V AC Remspanning gelijk aan de Y-spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 400 V AC 71
Draaistroomremmotor met stekerverbinding IS Remaansturing 09 761 197 NL AT 103 Schakelschema Pagina 2 van 2 Remaansturing BGE, BG Externe voedingsspanning Remaansturing BSG Niet voor de motorgrootte 63 Directe gelijkspanningsvoeding Niet voor motorgrootten 112 of groter Remaansturing BGE, BG, BSG Directe gelijkspanningsvoeding ➀ Remspoel ws = wit rt = rood bl = blauw 72
Draaistroomremmotor met stekerverbinding IS Remaansturing BUR/BSR 09 764 097 NL AT 105 Schakelschema Pagina 1 van 2 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Remaansturing BUR ➀ Remspoel ➁ spanningsrelais ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 73
Draaistroomremmotor met stekerverbinding IS Remaansturing BUR / BSR Schakelschema Pagina 2 van 2 09 764 097 NL AT 105 Remaansturing BSR Remspanning gelijk aan de -spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 230 V AC Remspanning gelijk aan de Y-spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 400 V AC ➂ wisselklembrug aangepast ➀ remspoel ➃ stroomrelais SR 11 ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 74
Draaistroomremmotor met stekerverbinding IS Remaansturing in het besturingspaneel Schakelschema Pagina 1 van 2 09 765 197 NL AT 104 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BME, BMS Remaansturing BMP 75
Draaistroomremmotor met stekerverbinding IS Remaansturing in het besturingspaneel 09 765 197 NL AT 104 Schakelschema Pagina 2 van 2 Remaansturing BMH Remaansturing BGE, BG, BSG ws = wit rt = rood bl = blauw 76
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AS Remaansturing 09 774 097 NL AT 106 Schakelschema Pagina 1 van 2 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BGE, BG Externe voeding Remaansturing BSG Niet voor de motorgrootte 63 77
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AS Remaansturing Schakelschema Pagina 2 van 2 09 774 097 NL AT 106 Remaansturing BGE, BG, BSG ➀ remspoel Directe gelijkspanningsvoeding Niet voor de motoren vanaf de grootte 112 ➀ remspoel ➁ klemmenlijst ws = wit rt = rood bl = blauw 78
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AS Remaansturing BUR/BSR Schakelschema Pagina 1 van 3 09 775 097 NL AT 107 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BUR ➀ remspoel ➁ spanningsrelais UR 11 / 15 ➂ UR 11 (42-150 V) = bruin / braun / brun UR 15 (150-500 V) = zwart / schwatz / noir ws = wit rt = rood bl = blauw 79
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AS Remaansturing BUR/BSR Schakelschema Pagina 2 van 3 09 775 097 NL AT 107 Remaansturing BSR Remspanning gelijk aan de -spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 230 V AC ➀ remspoel ➁ stroomrelais SR11 ➂ besturingspaneel ➃ klemmenbordje ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 80
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AS Remaansturing BUR / BSR Schakelschema pagina 3 van 3 09 775 097 NL AT 107 Remspanning gelijk aan de Y-spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 400 V AC ➀ remspoel ➁ stroomrelais SR11 ➂ besturingspaneel ➃ klemmenbordje ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 81
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AM Remaansturing 09 776 097 NL AT 108 Schakelschema Pagina 1 van 2 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabriek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BGE, BG Externe voeding Directe gelijkspanningsvoeding Niet voor motoren vanaf grootte 112 82
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AM Remaansturing 09 776 097 NL AT 108 Schakelschema Pagina 2 van 2 Remaansturing BSG ➀ remspoel ➁ klemmenlijst ws = wit rt = rood bl = blauw Remaansturing BGE, BG Directe gelijkspanningsvoeding 1 remspoel ws = wit rt = rood bl = blauw 1 remspoel 2 klemmenlijst ws = wit rt = rood bl = blauw 83
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AM Remaansturing BUR/BSR 09 777 097 NL AT 109 Schakelschema Pagina 1 van 3 Raadpleeg de technische handleiding Om de rem te lichten de spanning (zie typeplaatje) aansluiten. De contacten werken parallel aan de motorschakelaar. Contactbelastbaarheid van de remcontacten: AC3 volgens EN 60947-4-1 Stekerverbinding bovendeel (door de gebruiker te bedraden) Stekerverbinding onderdeel (in de fabiek bedraad) Wisselstroomzijdige afschakeling (normaal invallen van de rem) Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling (snel invallen van de rem) Remaansturing BUR ➀ remspoel ➁ spanningsrelais UR11 / 15 ➂ UR 11 (42-150 V) = bruin ➂ UR 15 (150-500 V) = zwart ws = wit rt = rood bl = blauw 84
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AM Remaansturing BUR/BSR 09 777 097 NL AT 109 Schakelschema Pagina 2 van 3 Remaansturing BSR Remspanning gelijk aan de -spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 230 V AC ➀ remspoel ➁ klemmenbrug ➂ stroomrelais SR 11 ➃ klemmenbordje ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 85
Draaistroomremmotor met stekerverbinding AM Remaansturing BUR / BSR 09 777 097 NL AT 109 Schakelschema Pagina 3 van 3 Remspanning gelijk aan de Y-spanning Voorbeeld: Motor 230 V / 400 V Y Rem 400 V AC ➀ remspoel ➁ klemmenbrug ➂ stroomrelais SR 11 ➃ klemmenbordje ws = wit rt = rood bl = blauw br = bruin sw = zwart 86
Type rem 11 Technische gegevens/maatschetsen 11.1 Technische gegevens B03, BM(G) voor de draaistroommotoren DT/DV Type remmotor T Bmax Remkoppel reducering (richtwaarden) W t 1 t 2 P B [Nm] [Nm] [10 6 J] [10-3 s] B03 DT63.. B03 3,2 2,4 1,6 0,8 80 BMG05 DT71/80.. BMG 5 4 2,5 1,6 1,2 120 BMG1 DT80.. BMG 10 7,5 6 120 BMG2 DT90/100.. BMG 20 16 10 6,6 5 260 BMG4 DT100.. BMG 40 30 24 260 BMG8 BMG15 BM30 25 1) 30 1) 20 50 1) 20 70 1) 30 130 1) 35 t2ii t2i [10-3 s] [10-3 s] [W] 3 30 32 5 35 32 8 40 36 12 80 40 15 80 50 DV112M BMG 55 45 37 30 19 12,6 9,5 600 30 12 60 65 DV132S BMG 75 55 45 37 30 19 12,6 9,5 600 35 10 50 65 DV132M BM 100 75 50 35 25 1000 40 14 70 95 DV132ML/160M BMG 150 125 100 75 50 35 25 1000 50 12 50 95 DV160L BM 200 150 125 100 75 50 1500 55 18 90 95 DV180M/L BM 300 250 200 150 125 100 75 50 1000 60 16 80 95 BM31 DV200/225.. BM 300 250 200 150 125 100 75 50 1500 60 16 80 95 BM32 2) DV180M/L BM32 300 250 200 150 100 1500 55 18 90 95 BM62 2) DV200/225 BM62 600 500 400 300 250 200 150 100 1500 60 16 80 95 11.2 Technische gegevens BM(G) voor gelijkstroommotoren G/GV Type rem BMG05 BMG2 BMG8 BM15 Type remmotor T Bmax Remkoppel reducering (richtwaarden) W t 1 t 2 P B [Nm] [Nm] [10 6 J] [10-3 s] GF71D BMG 2,5 1,6 1,2 120 G80.. BMG 5 4 2,5 1,6 1,2 120 GF90L BMG 10 6,6 5,0 260 G100L BMG 20 16 10 6,6 5,0 260 30 20 30 20 60 30 70 30 t2ii t2i [10-3 s] [10-3 s] [W] 8 50 32 5 35 32 15 100 40 12 80 40 GV112M BMG 30 19 12,6 9,5 600 30 14 80 65 GV132S BMG 37 30 19 12,6 9,5 670 30 14 80 65 GV132M BM 50 35 25 1000 40 18 100 95 GV160M BM 75 50 35 25 1000 40 16 80 95 1) Aanspreektijd t1 Bovenste waarde geldt voor bedrijf met gelijkrichter BG/BMS Alle andere waarden gelden voor bedrijf met gelijkrichter BGE/BME 2) Tweeschijfsrem De aanspreek- en invaltijden voor de remmen zijn richtwaarden en hebben betrekking op het maximum remkoppel 87
Bremsentype Remtype Type frein B03 adapable sur Moteur DFT63 11.3 Tabel voor het instellen van verschillende remkoppels voor de rem type BMG, BM, B03, BC Technische gegevens pagina 1 van 2 anbaubar an Motortyp aanbouwbaar aan motortype Bremsmoment Remkoppel Couple de freinage Anzahl und Art der Federn Aantal en soort veren Nombre et tyes des ressorts Sach-(Bestell)-Nr. und Abmessung der Federn Onderdeel(bestel)nummer en afmetingen van de veren Référence (N 0 de commande) et cotes des ressorts normal rot normaal rood normaux rouges Sach Nr. onderdeelnummer Référence Lo Da d W 2) 09 792 47 NL Sach Nr. onderdeelnummer Référemce Nm normal normaal normaux rot rood rouges Lo Da d W 2) 3,2 6 2,4 4 2 1,6 3 30,8 76 7,6 11 1,1 16 183 3197 30,9 76 7,6 085 0,85 20 183 200 0,8 6 5,0 3 4,0 2 2 BMG05 DT71/80 2,5 6 1,6 4 1,2 3 30 76 7,6 13 1,3 14 135 017X 30,7 76 7,6 1 14 135 0188 10,0 6 BMG1 DT80 7,5 4 2 6,0 3 3 20,0 3 16,0 2 2 BMG2 DT90/100 10,0 6 6,6 4 5,0 3 40,44 96 9,6 19 1,9 14 135 1508 40 96 9,6 15 1,5 14 135 1516 40,0 6 BMG4 DT100 30,0 4 2 24,0 3 3 75,0 6 55,0 4 2 45,0 3 3 BMG8 DV112M 37,0 3 DV132S 30,0 2 2 48,44 11 225 2,25 14 184 8453 48 11 18 1,8 15 135 5708 19,0 6 12,6 4 9,5 3 150,0 6 125,0 4 2 DV132M 100,0 3 3 BM15 DV132ML 750,0 3 55,75 14,3 3 13 184 4865 56,6 14,3 2,4 13 184 4873 DV160M 50,0 6 35,0 4 25,0 3 300,0 8 250,0 6 2 200,0 4 4 BM30 DV160L 150,0 4 DV180 125,0 2 4 51 19,2 3,5 10 136 9989 52,8 19,2 2,8 11 136 9997 100,0 8 75,0 6 50,0 4 2) Aantal windingen 88
Tabel voor het instellen van verschillende remkoppels voor de rem type BMG, BM, B03, BC Technische gegevens pagina 2 van 2 Bremsentype anbaubar an Bremsmo- Anzahl und Art der Motortyp ment Federn Remtype aanbouwbaar Remkoppel Aantal en soort Type frein aan motortype Couple de veren freinage Nombre et tyes des adapable sur ressorts Moteur normal normaal normaux Nm 300,0 8 250,0 6 2 200,0 4 4 Sach-(Bestell)-Nr. und Abmessung der Federn Onderdeel(bestel)nummer en afmetingen van de veren Référence (N 0 de commande) et cotes des ressorts normal rot normaal rood normaux rouges rot rood rouges Lo Da d W 2) Sach Nr. onderdeelnummer Référence Lo Da d W 2) 09 792 47 NL Sach Nr. onderdeelnummer Référemce BM31 DV200 150,0 4 DV225 125,0 2 4 100,0 8 75,0 6 50,0 4 300,0 4 250,0 2 4 BM32 1) DV180 200,0 8 51 19,2 3,5 10 136 9989 52,8 19,2 2,8 11 136 9997 150,0 6 100,0 4 600,0 8 500,0 6 2 400,0 4 4 BM62 1) DV200 300,0 4 BM62 ) DV225 250,0 2 4 200,0 8 150,0 6 100,0 4 1) Tweeschijfsrem 2) Aantal windingen Bremsentype Remtype Type frein adapable sur Moteur anbaubar an Motortyp aanbouwbaar aan motortype Bremsmoment Remkoppel Couple de freinage Anzahl und Art der Federn Aantal en soort veren Nombre et tyes des ressorts normal normaal normaux Sach-(Bestell)-Nr. und Abmessung der Federn Onderdeel(bestel)nummer en afmetingen van de veren Référence (N 0 de commande) et cotes des ressorts normal rot normaal rood normaux rouges rot rood rouges Lo Da d W 2) Sach Nr. onderdeelnummer Référence Lo Da d W 2) Sach Nr. onderdeelnummer Référemce Nm 7,5 4 2 6,0 3 3 5,0 3 BC05 edt71/80 4,0 2 2 30 7,6 1,3 14 135 017X 30,7 7,6 1 14 135 0188 2,5 6 1,6 4 1,2 3 30,0 4 2 24,0 3 3 20,0 3 BC2 edt90/100 16,0 2 2 40,4 9,6 1,9 14 135 1508 40 9,6 1,5 14 135 1516 10,0 6 6,6 4 5,0 3 89
11.4 Nominale stromen voor remtypen BMG, B03 Technische gegevens pagina 1 van 2 09 809 57 NL De in de tabellen vermelde stroomwaarden I H (houdstroom) zijn effectieve waarden. Voor metingen dient u uitsluitend meetinstrumenten te gebruiken die effectieve waarden meten. Voor de dimensionering van de toevoerkabels zijn de normaal geldende normen van toepassing (bv. VDE 0100). De doorsneden moeten echter zodanig worden gekozen dat de spanning, bij de spanningsval t.g.v. de inschakelstroom, niet beneden de 90% van de netspanning komt. De inschakelstroom (lichtstroom) I B vloeit slechts kortstondig (max. 120 ms) bij het lichten van de rem of bij spanningsdalingen tot beneden de 70% van de nominale spanning. Bij het toepassen van de remgelijkrichter BG of bij directe aansluiting van gelijkspanning - beide uitsluitend mogelijk bij remmen t/m de motorgrootte 100 - treedt er geen verhoogde inschakelstroom op. 1) Remspoel 90
Bremse/Rem/Frein Motorgröße/Motorgrootte/Taille du moteur max. Bremsmoment (Nm) max. remkoppel (Nm) Couple de freinage max (Nm) Spulenleistung (W) Vermogen spoel (W) Puissance de la bobine (W) Einschaltstromverhältnis Inschakelstroomverhouding Rapport 3,2 DFT63 B03 32 Gleichrichter Gelijkrichter Redresseur I B I H Spannung U e Spanning U e I H I G Tension U e V V (A ) (A ) 24 (23-25) 10 1,7 2,9 * 42 (40-46) 18 0,95 1,65 48 (47-52) 20 0,85 1,45 56 (53-58) 24 0,76 1,38 60 (59-66) 27 0,67 1,23 73 (67-73) 30 0,60 1,10 77 (74-82) 33 0,54 0,95 88 (83-92) 36 0,48 0,82 97 (93-104) 40 0,43 0,73 110 (105-116) 48 0,38 0,69 125 (117-131) 52 0,34 0,60 139 (132-147) 60 0,30 0,55 BG1-825 590 3 U e = 42..500 V 153 (148-164) 66 0,27 0,48 I L = 1,5 A 175 (165-185) 72 0,24 0,41 200 (186-207) 80 0,21 0,37 230 (208-233) 96 0,19 0,35 240 (234-261) 110 0,17 0,32 290 (262-293) 117 0,15 0,27 318 (294-329) 125 0,135 0,23 346 (330-369) 147 0,12 0,21 400 (370-414) 167 0,11 0,19 440 (415-464) 185 0,095 0,17 500 (465-522) 208 0,085 0,15 ws= weiß/wit/blanc rt= rot/rood/rouge bl= blau/blauw/bleu I H houdstroom effectieve stroom in de toevoerkabel van de SEW remgelijkrichter BG of BGE I B lichtstroom - kortstondige inschakelstroom I G gelijkstroom bij directe gelijkspanningsvoeding volgens voorbeeld 2 U e ingangsspanning I L nominale gelijkstroom van de gelijkrichter BG 3 in de schakelkast BG3-825 386 2 91
Nominale stromen voor remtypen BMG, B 03 09 809 57 NL Technische gegevens pagina 2 van 2 Bremse/Rem/Frein BMG05 BMG1 BMG2 BMG4 Motorgröße/Motorgrootte/ Taille du moteur max. Bremsmoment (Nm) max. remkoppel (Nm) Couple de freinage max (Nm) Spulenleistung (W) Vermogen spoel (W) Puissance de la bobine (W) Einschaltstromverhältnis Inschakelstroomverhouding Rapport DT71/80 DT80 DT90/100 DT100 5 10 20 40 32 36 40 50 I B I H 4 4 4 4 Gleichrichter Gelijkrichter Redresseur Spannung U e Spanning U e I H I G I H I G I H I G I H I G Tension U e V V (A ) (A ) (A ) (A ) (A ) (A ) (A ) (A ) 24 1,38 1,54 1,77 2,20 BSG - 825 459 1 42 (40-46) 18 1,14 1,74 1,37 1,94 1,46 2,25 1,80 2,80 48 (47-52) 20 1,02 1,55 1,22 1,73 1,30 2,00 1,60 2,50 56 (53-58) 24 0,90 1,38 1,09 1,54 1,16 1,77 1,43 2,20 60 (59-66) 27 0,81 1,23 0,97 1,37 1,03 1,58 1,27 2,00 73 (67-73) 30 0,72 1,10 0,86 1,23 0,92 1,41 1,14 1,76 77 (74-82) 33 0,64 0,98 0,77 1,09 0,82 1,25 1,00 1,57 BG3-825 386 2 U e =42..150 V I L = 3 A - 88 (83-92) 36 0,57 0,87 0,69 0,97 0,73 1,12 0,90 1,40 BGE3-825 387 2 U 97 (93-104) 40 0,51 0,78 0,61 0,87 0,65 1,00 0,80 1,25 e = 42..150 V I L = 3A - 110 (105-116) 48 0,45 0,69 0,54 0,77 0,58 0,90 0,72 1,11 125 (117-131) 52 0,40 0,62 0,48 0,69 0,52 0,80 0,64 1,00 139 (132-147) 60 0,36 0,55 0,43 0,61 0,46 0,70 0,57 0,88 153 (148-164) 66 0,32 0,49 0,39 0,55 0,41 0,63 0,51 0,79 175 (165-185) 72 0,29 0,44 0,34 0,49 0,37 0,56 0,45 0,70 200 (186-207) 80 0,26 0,39 0,31 0,43 0,33 0,50 0,40 0,62 230 (208-233) 96 0,23 0,35 0,27 0,39 0,29 0,44 0,36 0,56 240 (234-261) 110 0,20 0,31 0,24 0,35 0,26 0,40 0,32 0,50 BG1,5-825 384 6 U e = 150..500 V I L = 1,5 A - 290 (262-293) 117 0,18 0,28 0,22 0,31 0,23 0,35 0,29 0,44 318 (294-329) 125 0,16 0,25 0,19 0,27 0,21 0,31 0,25 0,39 BGE1,5-825 385 4 U 500 346 (330-369) 147 0,14 0,22 0,17 0,24 0,18 0,28 0,23 0,35 e = 150..500 V I L = 1,5 A - 400 (370-414) 167 0,13 0,20 0,15 0,22 0,16 0,25 0,20 0,31 440 (415-464) 185 0,11 0,17 0,14 0,19 0,15 0,22 0,28 0,28 500 (465-522) 208 0,10 0,15 0,12 0,17 0,13 0,20 0,16 0,25 92
Bremse/Rem/Frein BMG05 BMG1 BMG2 Motorgröße/Motorgrootte/ Taille du moteur max. Bremsmoment (Nm) max. remkoppel (Nm) Couple de freinage max (Nm) Spulenleistung (W) Vermogen spoel (W) Puissance de la bobine (W) Einschaltstromverhältnis Inschakelstroomverhouding Rapport DT71/80 DT80 DT90/100 75 150 600 65 95 95 I B I H 6,3 7,5 8,5 Gleichrichter Gelijkrichter Redresseur Spannung U e Spanning U e I H I H I H Tension U e V V (A ) (A ) (A ) 2,77 1) 4,15 1) 4,00 1) BSG - 825 459 1 42 (40-46) 2,31 3,35 3,15 48 (47-52) 2,10 2,95 2,80 Gelijkrichter ingebouwd 56 (53-58) 1,84 2,65 2,50 in schakelkast (omgevingstemperatuur eratuur 60 (59-66) 1,64 2,35 2,25 40 C) 73 (67-73) 1,46 2,10 2,00 77 (74-82) 1,30 1,87 1,77 88 (83-92) 1,16 1,67 1,58 97 (93-104) 1,04 1,49 1,40 BG3-825 387 0 U e = 42..150 V 110 (105-116) 0,93 1,32 1,25 I L = 3 A - 125 (117-131) 0,82 1,18 1,12 139 (132-147) 0,73 1,05 1,00 153 (148-164) 0,66 0,94 0,90 175 (165-185) 0,59 0,84 0,80 200 (186-207) 0,52 0,74 0,70 230 (208-233) 0,46 0,66 0,63 240 (234-261) 0,41 0,59 0,56 290 (262-293) 0,36 0,53 0,50 318 (294-329) 0,33 0,47 0,44 346 (330-369) 0,29 0,42 0,40 400 (370-414) 0,26 0,37 0,35 440 (415-464) 0,24 0,33 0,31 500 (465-522) 0,20 0,30 0,28 1) Gelijkstroom bij toepassing van BSG BGE 1,5-825 385 4 U e = 150..500 V I L = 1,5 15A - 93
11.5 Nominale stromen voor remtype BC Technische gegevens De in de tabellen vermelde stroomwaarden I H (houdstroom) zijn effectieve waarden. Voor metingen dient u uitsluitend meetinstrumenten te gebruiken die effectieve waarden meten. Voor de dimensionering van de toevoerkabels zijn de normaal geldende normen van toepassing (bv. VDE 0100). De doorsneden moeten echter zodanig worden gekozen dat de spanning, bij de spanningsval t.g.v. de inschakelstroom, niet beneden de 90% van de netspanning komt. De inschakelstroom (lichtstroom) I B vloeit slechts kortstondig (max. 120 ms) bij het lichten van de rem of bij spanningsdalingen tot beneden de 70% van de nominale spanning. Rem BC05 BC2 Motorgrootte edt71/80 edt90/100 Max. remkoppel (Nm) 7,5 150 Vermogen spoel (W) 29 41 Inschakelstroomverhouding I B 4 4 I H Spanning U N I H I g I H I g V V (A ) (A ) (A ) (A ) Gelijkrichter 24 1,22 1,74 BSG-825 459 1 42 (40-46) 18 1,10 1.39 1,42 2,00 48 (47-52) 20 0,96 1,23 1,27 1,78 58 (53-58) 24 0.86 1,10 1,13 1,57 60 (59-66) 27 0,77 0,99 1,00 1,42 73 (67-73) 30 0,68 0,87 0,90 1,25 77 (74-82) 33 0,60 0,77 0,79 1,12 88 (83-92) 36 0,54 0,69 0,71 1,00 97 (93-104) 40 0,48 0,62 0,63 0,87 110 (105-116) 48 0,42 0,55 0,57 0,79 125 (117-131) 52 0,38 0,49 0,50 0,71 139 (132-147) 60 0,34 0,43 0,45 0,62 153 (148-164) 66 0,31 0,39 0,40 0,56 175 (165-185) 72 0,27 0,34 0,35 0,50 200 (186-207) 80 0,24 0,31 0,31 0,44 BME 3 825 723X U N = 42 150 V I L 3A 230 (208-233) 96 0,21 0,27 0,28 0,40 240 (234-261) 110 0,19 0,24 0,25 0,35 BME 1,5 290 (262-293) 117 0,17 0,22 0,23 0,32 825 722 1 U 318 (294-329) 125 0,15 0,20 0,19 0,28 N = 150 500 V I L 1,5A 15A 346 (330-369) 147 0,13 0,18 0,18 0,24 400 (370-414) 167 0,12 0,15 0,15 0,22 440 (415-464) 185 0,11 0,14 0,14 0,20 500 (465-522) 206 0,10 0,12 0,12 0,17 U N Nominale spanning (nominaal spanningsbereik) I H Houdstroom effectieve stroom in de toevoerkabel van de SEW remgelijkrichter I g Gelijkstroom bij directe gelijkspanningsvoeding volgens voorbeeld 2 I B Lichtstroom, kortstondige inschakelstroom I L Nominale gelijkstroom van de gelijkrichter Toelaatbare tolerantie voor nominale spanning 5% (bovenop het bestaande spanningsbereik). 94
11.6 Maximaal toelaatbare schakelarbeid Maximaal toelaatbare schakelarbeid van de SEW-platenremmen per schakeling, afhankelijk van het aantal schakelingen per uur en het motortoerental 3000 en 1500 r/min. Maximaal toelaatbare schakelarbeid van de SEW-platenremmen per schakeling, afhankelijk van het aantal schakelingen per uur en het motortoerental 000 en 750 r/min. 95
11.7 Luchtspleet bij SEW-remmen Motorgrootte 63 71/80 80 90/100 100 112/132S 132M/160M 160L/180 200/225 180 220/225 1) Tweeschijfsrem Remtype B03 BGM05, BC 05 BMG1, BC05 BMG2, BC2 BMG4, BC2 BMG8 BM15 BM30 BM31 nieuw ingesteld Luchtspleet [mm] nastellen bij min. 0,25 max. 0,6 min. 0,3 max. 1,2 BM32 1) BM62 1) min. 0,4 max. 1,2 11.8 Technische gegevens remtype B voor servomotoren DFY56..B - DFY112..B Motortype DFY 56 MB DFY 56 LB DFY 71 SB DFY 71 MB DFY 71 MLB DFY 71 LB DFY 90 SB DFY 90 MB DFY 90 LB DFY 112 SB DFY 112 MB DFY 112 MLB DFY 112 LB T B1 [Nm] T B2 [Nm] W [10 6 J] I H (110 V AC ) [A] I H (230 V AC ) [A] I H (400 V AC ) [A] I H (24 V DC ) [A] I B /I H t 1 t 2I t 2II / 2,5 / / / / 0,5 / 7 5 / 6 10 10 15 20 30 40 35 35 60 90 3 6 6 10 12 12 20 60 0,30 0,15 0,10 1,0 6,7 90 0,45 0,23 0,13 1,5 6,0 17,5 17,5 35 35 180 0,70 0,35 0,20 2,15 6,0 14 14 22 35 315 315 230 170 Tb1 = maximale remkoppel Ih = houdstroom W = totale remarbeid tot het Tb2 = minimale remkoppel Ib = inschakelstroom uitwisselen van de remschijf 12 16 16 20 15 18 22 220 120 120 65 90 55 42 45 20 20 8 20 13 10 60 60 32 20 Aanwijzing: De maximale schakelarbeid per remming vindt u in de SEW-brochure Servogetriebemotoren. 11.9 Remveren, toegepast bij de servomotoren DFY71..B - DFY112..B Type Remkoppel Aantal en soort veren Onderdeelnummer rem motor [Nm] normaal rood normaal rood B2 DFY 71..B 3 610 15 B4 DFY 90..B 12 20 30 40 B10 DFY 112..B 17,5 35 60 90 - - 3 4-3 4 6 - - 3 4 3 6-2 6-2 - 3 6-2 183 623 4 183 742 7 184 002 9 184 003 7 184 007 X 184 008 8 96
11.10 Afmetingen remaansturingen BG 1 BG 1,5, BG 3, BGE, BSG Hulpklemmenlijst in de klemmenkast/is voor het aansluiten van de remspoel, de TF/TH en de stilstandsverwarming SR/UR 97
BMS, BME, BMH, BMP Montagerail EN 50022-35-7.5 98
Bijlage Speciale uitvoering remaansturing BMK Functie SEW-remaansturingen verzorgen de voeding en de aansturing van de SEW-platenremmen. De remaansturing BMK bekrachtigt de remspoel wanneer de netvoeding en een 24 VDC stuursignaal aanwezig zijn. De rem kan zowel door het stuursignaal als door de netvoeding geschakeld worden. Het lichten van de rem vindt plaats met een zeer korte reactietijd, het invallen met gelijkstroomzijdige afschakeling. Schakeling Un rem Let op: Bij nood-stop of nood-uit moeten beide netvoedingskabels beslist afgeschakeld worden! Technische gegevens Type BMK 1,5 BMK 3 Montage in het besturingspaneel op een DIN-rail Beschermingsgraad IP 20 Nom. Aansluitspanning (klem 1 + 2) Stuurspanning (klem 3 + 4) Remstroom (klem 13, 14, 15) 1) Omgevingstemperatuur Onderdeel nummer / Kleur / paars / roze-rood 1) Let op: Is de remstroom groter dan 1 A, dan moet de afstand tot de volgende bouwgroep minimaal 20 mm bedragen. U n rem 99
12 Afkortingenlegenda AWG ID I b I h I b /I h I g I hmax I s n American Wire Gauge Inschakelduur Inschakelstroom Houdstroom Inschakelstroonverhouding Gelijkstroom in de remspoel Maximale houdstroom Spoelenstroom Toerental P b Vermogensafname van de remspoel bij 20 C Tb T bmax T b1 T b2 t 1 t 2 t 2I t 2II W W max Remkoppel Maximum remkoppel Maximum remkoppel bij servomotoren Minimum remkoppel bij servomotoren Aanspreektijd van de rem Invaltijd van de rem Invaltijd van de rem bij wisselstroomzijdige afschakeling bij separate remspanningsvoeding Invaltijd van de rem bij gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling Totale remarbeid tot het uitwisselen van de remschijf Maximaal toelaatbare remarbeid per schakeling 100
13 Index A Ankerschijf 6, 7, 8, 11, 12, 13, 14 Aanloopopwarming 8 Aanloopkoppeling 5,12, 34 Aanspreektijd 7, 8, 24, 31 Aantal schakelingen 5, 8, 17, D Deelspoel 6, 7, 21, 25 E Elektronisch geregelde motor 5 EMC 19 Explosie beveiligde remmotor 5 F Frequentieregelaar 19 G Gebruikscategorie AC3 19 Geluidsniveau 5 Gelijk- en wisselstroomzijdige afschakeling 9, 10 Gelijkstroomregelaar 19, 30 H Handremlichter 12, 13, 22, 29, 33 Houdrem 14, 16, 28, 29 Houdspoel 6, 7, 8 Houdstroom 7, 8, 18 Hulpklemmenstrook 25 Hijswerktoepassing 5, 28, 29 K Kabeldoorsnede 18, 19 Koeling 5, 25 L Lage spanningen 18 Lostrekspoel 6, 7, 10, 18 Lostrekstroom 7 Luchtspleet 6, 11, 12, 13, 14 M Meenemer 6, 12, 14 Meer-motorenbedrijf 26 Methode van schakelen 16, 17, 18,19 Motoraanlooptijd 8 N Nasteltijd 17, 20 O Omgevingstemperatuur 5, 17, 25, 26 101
Omschakelelektronica 8 Overspanningsbeveiliging 21, 22 P Parallelschakeling 26 Positioneren 5 R Reactietijd 7, 21 Remarbeid 17, 18, 31 Remrelais 9, 16, 19 Reminvaltijd 9, 17, 23 Remkoppel 7, 8, 9, 11, 12, 16, 17, 29, 30, 31, 33, 34 Rem lichten 18 Remmen tijdens bedrijf 16 Remnauwkeurigheid 17 Remschijf 6, 7, 12, 14, 17 Remslijtage 20 Remspanning 16, 18, 21, 23, 24 Remspoel 6, 7, 9, 11, 12, 14, 18, 19, 21, 24, 25, 26 Remstandtijd 5, 8, 17, 18 Remtijd 17 Remveren 6, 7, 12, 13, 17 Remvoeding 17 Remvoedingskabel 5, 19 Remweg 9, 17, 23 S Schakelarbeid 17, 31 Serieschakeling 26 Servoregelaars 19, 29 Spanningsbron 18 Spanningsrelais 15, 23, 24 Spoelhuis 6, 7, 12, 13, 14 Spoelstroom 8, 9 Standaard uitvoering 21 Stekerverbinding 5, 15, 18, 21, 22, 26, 27, 29 Stilstandsverwarming 25 Stootmagnetisering 25 Stopnauwkeurigheid 23 Stroomrelais 15, 23, 24 T Tweespoelen principe 7 V Verwarmen 25 Variator 5 W Wisselstroomzijdige afschakeling 9, 23 102
103 14 SEW-remsysteem
Aantekeningen.......................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 104