Technische Specificaties Telecontrolekast V3



Vergelijkbare documenten
Voorschriften ontkoppeling V3

Bijlage: Lastenboek - Export vermogen begrenzing bij rechtstreekse klanten_v1.0

Reglement voor de netkoppeling van fotovoltaïsche cellen

Historie. Revisie 07/2012

Modaliteiten van de ter beschikking stelling

KEYSTONE. OM8 - EPI 2 AS-Interface module Handleiding voor installatie en onderhoud.

HANDLEIDING WINDMETER IED SAG-105WR (10/2009)

Historie. Revisie 07/2012

ARA-pro Installatie Dupline bus

Historie. Revisie 07/2012

Installatiehandleiding

Reglement voor de netkoppeling van Fotovoltaïsche cellen

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

Installatie handleiding Emergency Battery System.

Chatter DATALOGGER MET BATTERIJ EN MODEM BROCHURE NL 6.10 CHATTER BROCHURE 1401

Installatie handleiding Emergency Battery System.

Gebruikshandleiding Rbee Solar Enkelfasige en driefasige tellers in werking stellen BENELUX-NL

IP VIDEOFOON 2 draads SNEL AAN DE SLAG

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Technische handleiding

Gebruiksaanwijzing LMS Controller 8x Digitaal-in Module t.b.v. ALFANET

Regionaal Technologisch Centrum Mechelen

Enkelfasig en driefasig modulair omschakelsysteem van 40 tot 160 A

GPRS-A. Universele monitoringsmodule. Quick start. De volledige handleiding is verkrijgbaar op Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18

HANDLEIDING WINDMETER IED SAG-105 (03/2009)

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN VOOR DE AANSLUITING OP HET LS-DISTRIBUTIENET VAN TIJDELIJKE INSTALLATIES VOOR WERVEN

versie B Aanvullingen aan de TS/074/021A LS-schema s

Elektronische sluitertijd 1/50 tot 1/ auto dubbel pyroelektrisch element

Toegangspunten Elektriciteit Nieuwe installaties

DISPLAY WM44-P (11/2009)

C8-02 Algemene modaliteiten voor de plaatsing en het beheer van specifieke meters in het kader van de producten R3 en SDR van Elia

Middenspanningsdistributie Leaflet 2015 RM6. AA10-AA20 24 kv. Smart Recloser

Veiligheidsmodules. Benaming Type Aantal Voeding Referentie Massa aansluitklemmen- veiligheidsblok. Afzonderlijk, 3 a en XPS-AF5130P 0,250 uittrekbaar

Bijlage: Cabine meerdere netgebruikers V3.0

Montagevoorschriften

Handleiding AT1G Toegangscontrole Module. rev ver1

geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties

informeert TAD: Technologische AdviesDienst

Stroomtekort in België

DIRIS Digiware D en C Interfaces voor besturing en voeding

IDAgeChecker BDX118T11xx Manual V02.00

FT4SW. 1. Werking. Handleiding. Figuur 1

Technische handleiding

GSMS USB GSM/GPRS - SMS Melder Versie 20 e.v.

VERSLAG VAN ONDERZOEK

L N L N. Fig.3 L N L N. Fig.4

LocoServo Handleiding

ACTIVATIE VAN DE TWEEDE UITGANG (indien gebruikt)

Ins NL Lezer PROXIMITY P reeks

Wireless PC Interface installatie handleiding

DIN-RAIL UITBREIDING int-iors_nl 10/14

Utiliteit: Start Up Guide

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

Opmerking: afhankelijk van uw configuratie is de print voorzien van de benodigde componenten.

Hoofdstuk 1 : Algemeen. Hoofdstuk 2 : Aansluiting. Hoofdstuk 3 : Indienststelling. Hoofdstuk 4 : Technische fiche. februari 2005

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 juli 2012

INSTALLATIE. ekey TOCAnet. Biometrisch toegangssysteem netwerkversie

GOEDGEKEURDE LUSGEVOEDE ALARMGEVERKAART MET ISOLATIE-EENHEDEN EN BEWAAKTE EVACUATIE-INGANG

Les 6 : Relais schakelingen

AT1G rev Toegangscontrole Module AT1G Handleiding. thinks outside the box!

Netkoppeling van decentrale productie

Technische documentatie

Installatie instructies STEALTH X8 STEALTH X8 SMS/DATA/GPRS/VOICE. Nederlands.

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

Handleiding Fermax N-Cityline/Skyline/N-Marine (7440) paslezer Stand-alone.

Ontvanger met GSM-transmissie GSM 700

Mode 3 laadpunten voor elektrische voertuigen: keuze van de differentieelschakelaar

Pagina 1 van 14. Nederlandse uitgave:

IO-Link: de industriële communicatiestandaard. De basis van IO-Link

Modaliteiten van de ter beschikking stelling Impulsen elektriciteit

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002

HANDLEIDING ELEKTRISCHE BRANDPOMPREGELAARS

GA-1 Alarmtoestel vetafscheider Installatie- en bedieningsinstructies

ZX- ronde 28 december 2014

+31 (0) E:

Pack RETROFIT Meters en meetcentrales voor bestaande installaties pack toestellen + stroomtransformatoren

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

LocoServo Handleiding

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

Actief infrarood ACTIVA

SIRCO MOT PV Schakelaar-scheiders voor fotovoltaïsche toepassingen gemotoriseerd tot 1000 VDC van 200 tot 630 A

MotorControl gebruiksaanwijzing V3 vanaf softwareversie 2.0e

handleiding master aansluitmodule 6 zones - 230V/24 V

Introductie Capa Switch KLS Algemeen

iem3000 energiemeters

+31 (0) E:

NEDERLANDS DG502UP. Autonome centrale 2 deuren. De keuze van de installateur cdvibenelux.com

v.10/ Thermische beveiliging. Alle electrische batterijen zijn voorzien van een dubbele thermische beveiliging :

Het koppelen van een FC51, via Modbus RTU, aan een AC500-eco.

Handleiding ALFANET 70-Clock

P1G2. Handleiding. firmware datum auteur Aanpassing

Transcriptie:

Technische Specificaties Telecontrolekast V3 1.1 Inleiding Voor projecten met een globaal opgesteld productievermogen 1.000 kva of daar waar uit de netstudie blijkt dat in uitzonderlijke uitbatingomstandigheden tijdelijke productiebeperkingen noodzakelijk zijn, is de netgebruiker verplicht om op verzoek van de distributienetbeheerder een Telecontrolekast te plaatsen. Het doel van deze Telecontrolekast is om op real-time basis informatie uit te wisselen tussen de distributienetbeheerder en de productie-installatie van de distributienetgebruiker. Deze informatie moet de netbeheerder in staat stellen om in uitzonderlijke uitbatingomstandigheden van het distributienet tijdelijke productiebeperkingen op te leggen aan de producent. 1

1.2 Algemeen principeschema ingeluste klant 2

1.3 Algemeen principeschema rechtstreekse klant 3

1.4 Onderdelen telecontroleconcept 1.4.1 Telecontrolekast Centraal onderdeel in het telecontroleconcept is de Telecontrolekast. Deze staat permanent in verbinding met de centrale systemen van de DNB. In deze kast bevinden zich onder andere een RTU en een modem voor het realiseren van de communicatie (via een draadloze of bedrade verbinding). 1.4.2 Intelligent Electronic Device (IED) IED is een naam die in de beveiligingswereld gebruikt wordt voor communicatieve multifunctionele beveiligingen. In de telecontroleoplossing werkt het IED als een ontkoppelbeveiliging. Concreet betekent dit dat volgende drempels actief zijn in het toestel: U> U< U<< f>, f< df/dt, df/dt Verder is ook de weigersequentie (zie Lastenboek Ontkoppeling) volledig geïntegreerd in het toestel. Indien bij een ontkoppeling (trip van de spannings- of frequentiebeveiliging) niet binnen de 300ms de stand uit wordt aangeleverd aan de ingangscontacten die de stand van de parallelschakelaar(s) binnen lezen, wordt automatisch een specifiek contact gesloten. Aan deze uitgang wordt de uitschakelspoel van de weigerschakelaar aangesloten. Zie ook de beschrijving van de in- en uitgangscontacten verder in deze bijlage. Ingeluste klant Via het IED wordt het netto uitgewisseld vermogen met het distributienet gerapporteerd aan de Telecontrolekast (zie verder). Om dit vermogen te kennen, moet het IED zowel de driefasige spanning als stroom ter hoogte van het aankooppunt kennen. Voor de meetspanning zijn er volgende mogelijkheden: Aparte TP s in de meetcel (voor de algemene beveiliging) Aparte wikkeling op de TP s in de meetcel Eigen aftakking op de meetspanning van de facturatieteller afgezekerd met eigen zekeringkastje Voor de meetstroom zijn er volgende mogelijkheden: Aparte TI s in de meetcel (verhouding X:1A) Aparte wikkeling op de TI s in de meetcel (verhouding X:1A) 4

Rechtstreekse klant Voor de meetspanning zijn er volgende mogelijkheden: TP s in aparte TP-cel TP s op kabelkop in het veld waarop de productie-installatie is aangesloten Voor de meetstroom zijn er volgende mogelijkheden: TI s op het vertrek waarop de productie-installatie is aangesloten (verhouding X:1A) Aparte TI s in een meetcel (verhouding X:1A) De programmatie van het IED is steeds een standaardconfiguratie zoals door de DNB bepaald. Aanpassingen aan deze configuratie zijn niet mogelijk. De instelling gebeurt door de DNB. 1.4.3 Sineax Meetomvormer (optioneel) Bij een standaard oplossing, bestaande uit een Telecontrolekast en IED, beschikt de DNB over metingen ter hoogte van het uitwisselpunt met het distributienet (aankoopcabine). Wanneer de klant echter een significante hoeveelheid energie voor zijn eigen verbruik afneemt, heeft de DNB geen zicht meer op wat er effectief geproduceerd wordt. Om naast het uitgewisseld vermogen met het distributienet ook real-time zicht te hebben op het effectief geproduceerd vermogen, zal de DNB een extra meetomvormer eisen die het netto geproduceerd vermogen meet. Voorwaarde: Contractueel vermogen afname >= 300 KVA De Sineax meetomvormer wordt telkens naast de Groene Stroom teller geplaatst, vaak bij de decentrale productie zelf. Indien er meerdere Groene Stroom Tellers worden geplaatst, zullen er ook meerdere Sineax meetomvormers geplaatst dienen te worden. De stroommeting wordt gemeten met een TI, die geplaatst dient te worden door de klant. Met volgende specificaties: TI op MS o TI met dubbele winding voor facturatie en meting Sineax (3 fasen) o Specificatie voor de telwikkeling (Facturatie/Groene Stroomteller) volgens de nauwkeurigheidsklassen gespecifieerd in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit gepubliceerd door de VREG. o Specificatie voor de meetwikkeling (Sineax) Nauwkeurigheidsklasse: minstens klasse 3 (nauwkeuriger toegelaten) P nom: 5VA Maximale Kortsluitstroom: 20 x In/1s Meetstromen x/5a TI op LS o TI met dubbele winding voor facturatie en meting Sineax, of aparte TI per toepassing (3 fasen) o Specificatie voor de telwikkeling (Facturatie/Groene Stroomteller) volgens de nauwkeurigheidsklassen gespecifieerd in het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit gepubliceerd door de VREG. o Specificatie voor de meetwikkeling (Sineax) Nauwkeurigheidsklasse: minstens klasse 3 (nauwkeuriger toegelaten) P nom: 5VA Maximale Kortsluitstroom: 20 x In/1s Meetstromen x/5a De extra meetomvormer (Camille Bauer SINEAX DM5S) zal door de DNB besteld en geleverd worden indien vereist volgens bovenstaande voorwaarde. De klant ontvangt het bodem en deksel gedeelte van een 25S60 kast en installeert deze volgens de bijhorende elektrische schema s. 5

1.4.4 Gegevensuitwisseling In dit concept communiceert het IED met de Telecontrolekast voor uitwisselen van volgende gegevens: IED naar Telecontrolekast Real-time metingen van spanning, stroom en vermogen ter hoogte van het uitwisselpunt met het distributienet Standmelding van de weigerschakelaar Standmelding van de ontkoppelschakelaar(s) Terugmelding reductiesignalen Alarmen Telecontrolekast naar IED Activeren Noodstop Doorgeven reductiebevelen vanuit het centraal systeem van de DNB In normale omstandigheden communiceren de Telecontrolekast en het IED over een TCP/IP verbinding. Onderling wisselen de 2 componenten informatie uit volgens de IEC61850 standaard. In uitzonderlijke situaties moet de productie-installatie zo snel mogelijk ontkoppeld worden van het distributienet. Indien dit niet lukt via een afstandsbevel vanuit het centraal systeem van de DNB, kan via een lokale drukknop die zich in de telecontrolekast bevindt een noodstop geïnitieerd worden. Deze werkt via een rechtstreekse bedrading tussen de telecontrolekast en het IED. In deze gevallen komt de DNB dus ter plaatse om een handmatige sturing te activeren in de Telecontrolekast. Sineax meetomvormer naar Telecontrolekast (Optioneel) Real-time meting van het netto geproduceerd vermogen (in 4 kwadranten). 6

1.5 Klantvoorzieningen en installatievoorschriften 1.5.1 Voeding De Telecontrolekast moet worden gevoed met 230VAC spanning komende uit een UPS die de klant voorziet. Deze laatste zorgt voor een gewaarborgde voeding waarmee het vermogen Pnom van de telecontrolekast (50VA) gedurende minimaal 5 uur kan gewaarborgd worden. Dit komt overeen met een minimale capaciteit van 250Wh. Bedrading gebeurt via een 2.5mm² (E)XVB kabel. Deze voeding wordt door de klant afgezekerd op 6A door middel van een automaat met C-curve. De verzekerde voeding is, zowel richting net als richting Telecontrolekast,voorzien van de nodige aardingen. De distributienetgebruiker is ten allen tijde verantwoordelijk voor het correcte onderhoud van deze noodvoeding. Het IED wordt gevoed op 48VDC, aangeleverd door de klant. De optionele Sineax meetomvormer werkt met een voeding op 230VAC of 48VDC die de klant dient te voorzien. Deze voeding moet niet verplicht van een UPS systeem komen. De Sineax meetomvormer wordt geplaatst naast de Groene Stroom teller, en zal dus zeer vaak bij de decentrale productie zelf geplaatst worden. IEC 60870-5-104 Switch Modbus SINEAX DM5S IEC 61850 + - Digital I/O RJ45 230VAC / 48VDC Power Supply RJ45 RTU RS 485 Modem - + DG Switch Out IED + - RJ45 - + + - + - Voeding klant 48 VDC UPS (enkel Telecontrolekast) Digital I/O Digital I/O Noodstop DG Switch Out Voeding klant 230 VAC (UPS) Telecontrolekast 1.5.2 Communicatie tussen Telecontrolekast en IED Tussen het IED en de klant installatie en tussen de Telecontrolekast en het IED dient LSbekabeling voorzien te worden door de klant. Zowel de aanleg als de aansluiting ter hoogte van klant installatie, IED en Telecontrolekast wordt volledig uitgevoerd door de klant. De kabels worden op vakkundige wijze (kabelkanalen/kabelgoten) geplaatst en afgewerkt. Te gebruiken kabels: Verbindingen tussen IED en Telecontrolekast: 7

o o o o Voor de koperverbinding: 2X1 mm² (3G1), afgewerkt met kabelschoenen. Kabels met meer dan 2 geleiders zijn toegelaten op voorwaarde dat de ongebruikte aders steeds aan beide zijden geaard worden. Via deze kabel wordt de stuurspanning voor de noodstop aan de kast aangeleverd. o Voor de communicatieverbinding: S/FTP Cat6 of hoger, aan beide zijden afgewerkt volgens de TIA/EIA-568-B.1-2001 standaard met afgeschermde RJ- 45/8P8C connectoren. Aardscherm dient een goede verbinding te maken met het scherm van de connector. Voor in dienst name van de kabel dient de goede werking ervan getest te worden met geschikte apparatuur. Verbindingen tussen IED TI/TP: volgens kleurcode facturatieteller Verbindingen tussen RTU en Sineax meetomvormer De communicatie verloopt met Modbus RTU. Hiervoor dient een S/FTP Cat6 of hoger geplaatst te worden. De afstand tussen de Telecontrolekast en de Sineax meetomvormer mag niet groter zijn dan 900m. Indien dit wel het geval is, dient de klant hiervan Eandis te verwittigen! De klant dient indien mogelijk een bus topologie te voorzien. Indien deze topologie moeilijk realiseerbaar is op de site van de klant kan alternatief voor een ster topologie gekozen worden. Bus Topologie 1.5.3 Installatie GPRS antenne Indien er wordt gecommuniceerd via GPRS, zal de GPRS antenne aan de buitenkant van de cabine moeten gemonteerd worden. Indien mogelijk moet de GPRS antenne aan de dakrand gemonteerd worden met het zend-gedeelte boven het niveau van het dak, zodat de antenne in de horizontale richting vrij zicht heeft. Voor niet-vrijstaande cabines dient de antenne zodanig tegen de buitenmuur gemonteerd te worden, dat optimale ontvangst mogelijk is. In alle gevallen dient de antenne verticaal gemonteerd te worden. Voorbeeld vrijstaande cabine Bovenaanzicht Vooraanzicht 8

Voorbeeld niet-vrijstaande cabine Bovenaanzicht Rechter zijaanzicht 1.6 Bedrading klemmenstrook X Op de bijgeleverde bedradingsschema s is een klemmenstrook X getekend die zorgt voor de uitwisseling van signalen met zowel de Telecontrolekast als met de installatie van de klant. De bedrading van de klemmen, zowel aan de linker- als aan de rechterzijde is ten laste van de klant. Algemeen Ingangen: de stuurspanning voor de ingangen van het IED moet binnen het bereik 24VDC-110VDC vallen. Uitgangen: alle uitgangen zijn spanningsloze contacten. 9

1.6.1 Toewijzing ingangssignalen Alle signalen aangeleverd aan X moeten actief hoog zijn. Voor ingangen waarbij beide potentialen worden aangeboden, wordt de laagste potentiaal steeds aangesloten op het laagste klemnummer. Klemmen Functie X1-X2 Weigerschakelaar(s) positie geopend (actief hoog/nc) X3-X4 Weigerschakelaar(s) positie gesloten (actief hoog/no) X5-X6 Ontkoppelschakelaar(s) positie geopend (actief hoog/nc) X7-X8 Ontkoppelschakelaar (s) positie gesloten (actief hoog/no) X9 Stuurspanning voor noodstop X10 Bevel noodstop (Lokale handbediening vanuit Telecontrolekast) X11-X12 Terugmelding klantinstallatie bit 1 X11-X14 Terugmelding klantinstallatie bit 2 Andere ingangen dan diegene die hier gedefinieerd zijn, worden niet gebruikt. Standmelding weigerschakelaar(s) (X1-X4) Aan ingangen X-1/X-2 en X-3/X-4 dient ten allen tijde de stand van de weigerschakelaar(s) aangeboden te worden. De weigerschakelaar(s) is/zijn diegene waarop de backup weigersequentie wordt toegepast. Indien de productie-installatie uitgerust is met meerdere weigerschakelaars, dienen hun standmeldingen gegroepeerd te worden om zo op een correcte manier de ingangen aan te sturen. De melding Weigerschakelaar(s) positie geopend moet actief worden wanneer alle weigerschakelaars geopend zijn. De NC contacten van de schakelaars worden hier dus in serie geplaatst. De melding Weigerschakelaar(s) positie gesloten moet actief worden wanneer 1 of meerdere weigerschakelaars gesloten zijn. De NO contacten van de schakelaars worden dus in parallel aangesloten. Standmelding ontkoppelschakelaar (X5-X8) Aan ingangen X-5/X-6 en X-7/X-8 dient ten allen tijde de stand van de ontkoppelschakelaar aangeboden te worden. De ontkoppelschakelaar is de vermogenschakelaar waarvan de minimum-spanningspoel bediend wordt met de ontkoppelfunctie van het IED (zie Lastenboek Ontkoppeling). Indien de productie-installatie uitgerust is met meerdere ontkoppelschakelaars, dienen hun standmeldingen gegroepeerd te worden om zo op een correcte manier de ingangen aan te sturen. De melding Ontkoppelschakelaar(s) positie geopend moet actief worden wanneer alle ontkoppelschakelaars geopend zijn. De NC contacten van de schakelaars worden hier dus in serie geplaatst. De melding Ontkoppelschakelaar(s) positie gesloten moet actief worden wanneer 1 of meerdere ontkoppelschakelaars gesloten zijn. De NO contacten van de schakelaars worden dus in parallel aangesloten. 10

Stuursignalen vanuit Telecontrolekast (X9-X10) Deze ingangen dienen rechtstreeks doorverbonden te worden met de Telecontrolekast conform meegeleverd schema. De stuurspanning is steeds afkomstig uit de klantinstallatie (X9) en valt binnen het bereik 24VDC-110VDC. Terugmelding reductiebevel (X11-X14) De klant dient permanent de ontvangst van het toegelaten productie-vermogen terug te koppelen aan het IED. Deze terugkoppeling gebeurt door de ingangen X-11/X-12 en X-11/X-14, vanuit de klantinstallatie, aan te sturen volgens onderstaande waarheidstabel. Ontvangen X-11/X-12 X-11/X-14 reductiesignaal Ongeldig 0 0 0% 1 0 50% 0 1 100% 1 1 1.6.2 Toewijzing uitgangssignalen Aan de klantinstallatie worden een aantal spanningsloze contacten aangeboden die dienen verbonden te worden volgens meegeleverd schema. Uitgang Functie IRF/WD/Live Contact Status IED X15-X16 Trip weigerschakelaar (NO) X17-X18 Trip ontkoppelbeveiliging (uitschakeling) (NO) X19-X20 Trip ontkoppelbeveiliging (signalisatie) (NO) X21-X22 Productievermogen 0% X23-X24 Productievermogen 50% Status IED (IRF/WD/Live Contact) IRF/WD/Live is een wisselcontact dat de actuele status van het IED weergeeft. Wanneer na een herstart van het IED de software volledig ingeladen en actief is, wordt dit uitgangscontact bekrachtigd en zal het NO-gedeelte zich sluiten. Indien het IED spanningsloos wordt gesteld of een interne soft- of hardwarefout optreedt, zal het NO-contact naar de open-toestand terugkeren. Dit contact wordt in serie geplaatst met de minimumspanningspoel(en) van de ontkoppelschakelaar(s) en met de eerste Trip ontkoppelbeveiliging uitgang. Trip weigerschakelaar (X-15-X16) Wanneer een of meerdere parallelschakelaars niet zouden reageren op het ontkoppelbevel (openen van contact Trip ontkoppelbeveiliging (uitschakeling), wordt automatisch een hogerliggende weigerschakelaar geopend. In bepaalde installaties kunnen dit ook meerdere weigerschakelaars zijn. Bij activering van deze weigersequentie sluit het contact Trip weigerschakelaar(s). Het uitgangscontact blijft hoog zolang de trip van de spanningsbeveiliging actief is en de ontkoppelschakelaar(s) niet in de geopende toestand staan. 11

Trip Ontkoppelbeveiliging (uitschakeling X17-X18 en signalisatie X19-X20) Wanneer welbepaalde spanningsparameters buiten een vooropgesteld bereik vallen, zal, eventueel met een tijdsvertraging, een uitschakeling van de ontkoppelschakelaar(s) geactiveerd worden. De parameters die gecontroleerd worden zijn: U> U< U<< Uo f>, f< df/dt, df/dt of ROCOF De uitschakeling wordt gerealiseerd door de spanning te onderbreken die de miniumspanningspoel(en) van de ontkoppelschakelaar(s) voedt (zie Lastenboek Ontkoppeling). Wanneer alle bovengenoemde parameters binnen hun toegelaten bereik vallen en het IED volledig opgestart is, zullen X17-X18 en X19-X20 zich in een gesloten toestand bevinden. Indien een foutsituatie langer blijft bestaan dan hetgeen toegelaten is voor de activerende beveiligingsfunctie, zullen zowel de uitgangscontacten X17-X18 als X19-X20 geopend worden. Uitgangscontact X17-X18 moet steeds in eenzelfde kring aangesloten worden dan de IRF/WD/Live Contact-uitgang en de minimum-spanningspoel(en) van de vermogenschakelaar(s). Uitgang X19-X20 staat vrij ter beschikking van de klant voor signalisatie (bvb opstarten van een automatische herinschakeling). Aansturing vermogenreductie (X21-X24) Vanuit de Telecontrolekast kan door de DNB via het IEC 61850 communicatiekanaal een reductiebevel gestuurd worden. Dit bevel bepaalt hoeveel van het volledige productie-vermogen naar het net gestuurd mag worden op een welbepaald ogenblik. Deze aansturing wordt aan de klantinstallatie doorgegeven via de uitgangen X-21/X-22 en X- 23/X-24. Volgende waarheidstabel is van toepassing: Toegelaten X21-X22 X23-X24 productievermogen 100% 0 0 50% 0 1 0% 1 0 Dit percentage wordt steeds gerelateerd ten opzichte van het opgesteld productievermogen. In sommige gevallen is het niet interessant voor de klant, of technisch niet haalbaar, om 50% van het toegelaten productievermogen van de installatie te realiseren. De klant kan daarom kiezen om deze 50% toegelaten productievermogen niet te configureren in zijn sturing, en te interpreteren als een 0% toegelaten productievermogen. De bedrading 50% toegelaten productievermogen tussen de IED (ontkoppelbeveiliging) en de sturing van de productie installatie dient echter wel steeds behouden te blijven zoals beschreven in de elektrische schema s. Dit geldt ook voor de terugmelding 50%. IED ontkoppelbeveiliging parameters Het IED wordt steeds, voor aflevering, door de DNB ingesteld en beproefd. 12

1.7 Toewijzing signalen van optionele Sineax meetomvormer Zie elektrisch bijgevoegd elektrisch schema Telecontrolekast voor Decentrale Producent Bedradingsschema 13

1.8 Plaatsing en montage Telecontrolekast De Telecontrolekast dient geplaatst te worden in de aankoopcabine, en in de directe nabijheid van het IED. De kast dient 1m20 van de grond geplaatst te worden, gemeten van de grond tot de onderkant van de Telecontrolekast. Verder zijn aan de achterkant 4 bevestigingsgaten voorzien, voor de montage van de Telecontrolekast tegen de binnenmuur van de aankoopcabine. 1.9 Praktische modaliteiten: 6 weken voor de geplande datum van indienststelling is de Telecontrolekast en het IED ter beschikking van de klant de kast en het IED is door de klant af te halen in onze kantoren te Mechelen indienstname van de kast door onze technische diensten gebeurt op afspraak afspraak voor de testen is minimaal 2 weken op voorhand te maken kast moet volledig geplaatst en aangesloten zijn (klemmenstrook X voor de klant en de TCP/IP verbinding) op het ogenblik van de testen de technisch afgevaardigde van de klant moet tijdens de testen aanwezig zijn de productie-installatie moet steeds in werking zijn op het ogenblik van de testen bij technische niet-conformiteit, tijdens de testen moet een nieuwe afspraak gemaakt worden (+2 weken) Contactcoördinaten: Contact: Dienst Meterinfrastructuur Tel.: 09 / 263 56 38 Adres: Eandis Meterinfrastructuur Elektriciteitstraat 70, 2800 Mechelen E-mail: meterinfrastructuur@eandis.be Indien er na installatie en indienstname een probleem zou opduiken met de Siemens 7SJ641 ontkoppelbeveiliging, gelieve dan contact op te nemen met ons callcentrum De Stroomlijn. De contactgegevens voor de De Stroomlijn zijn: Tel.: 078 / 35 35 00 1.10 Bedradingsschema s Op de volgende pagina s worden volgende bedradingsschema s meegeleverd: Bedradingsschema Telecontrolekast voor Decentrale Producent Bedradingsschema Siemens7SJ641 voor Decentrale Producent 14