Risicoanalyse transport spoor



Vergelijkbare documenten
Risicoanalyse transport gevaarlijke stoffen A1 en spoor Amersfoort-Deventer t.b.v woningbouwplan Bijenvlucht te Hoevelaken

Externe veiligheidsrisico s transport gevaarlijke stoffen over het spoor. DWI-locatie, Polderweg 1 te Amsterdam

Advies externe veiligheid

Externe veiligheidsrisico's hogedruk aardgasleidingen bestemmingsplan Weespertrekvaart Zuid

Intern memo. Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp

Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn

Risicoberekening Spoor Vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek Harderwijk

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello

Onderzoek externe veiligheid bestemmingsplan Rivierenbuurt

Milieu I Management I Advies Postbus ZG Cadier en Keer Tel Fax

Bestemmingsplan Kern Roosteren. Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico

Intern memo. Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort - Duin 1e fase. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp

1.1 Externe veiligheid Beoordelingskader

Notitie. : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld. Datum : 1 juni 2015 : Externe veiligheid. 1 Inleiding

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald

Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366

Externe Veiligheid haalbaarheidstoets Stationsstraat short stay appartementen

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728)

Externe veiligheidsrisico's hogedruk aardgasleidingen. Ruimtelijke ontwikkeling Landtong Nieuwe Meer

Pierikstraat 11 te Gaanderen Rozenhagelaan 18a (De Overtuin) te Velp. Gemeente Doetinchem. Gemeente Rheden

Quickscan externe veiligheid Centrum Vught e.o. Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen

Bestemmingsplan Roodeschool - Eemshaven Risicoberekeningen vervoer gevaarlijke stoffen

Spoor: Dordrecht-Eindhoven (traject Oisterwijk) Wegen: Rijksweg A58 (Knp. De Baars- afrit 8 Oirschot) ijk 6 ( h fi 3)

ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE MEIJDENSTRAAT RAPPORTAGE

Externe Veiligheid 47 extra woningen Vathorst

Externe veiligheid. Algemeen

Opdrachtgever Gemeente Zaltbommel Postbus DA Zaltbommel. Risicoberekening A2 tbv bestemmingsplan 'Zaltbommel, Van Voordenpark'

: RUD Utrecht. Externe Veiligheid Bestemmingsplan Verdistraat 53 Amersfoort. : Gemeente Amersfoort, mevrouw N. Ludeking

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden

risico inventarisatie Felland Haren

QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID

Externe Veiligheid bestemmingsplanherziening Kavel 15 Vathorst (Ierse Pond)

Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert

SCM Milieu BV. mr. I. Vromen. WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus ZG Cadier en Keer Tel Fax.

RBMII-berekeningen weg en spoor t.b.v. bp Bedrijventerrein Duurkenakker

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel

Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert

Externe veiligheid en 20 woningen Noordwolderweg te Bedum

risico-inventarisatie beheersverordening Paterswoldsemeer

Externe veiligheid. in bestemmingsplannen. Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo,

Kwantitatieve risicoanalyses schoolgebouwen

BUREAUSTUDIE EXTERNE VEILIGHEID BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD

ANALYSE EXTERNE VEILIGHEID HEIDELAAN A ERMELO

Externe Veiligheid Syngenta Seeds

Intern memo. 1. Inleiding. Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg. archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus AB Rijen

: RUD Utrecht. Externe Veiligheid bestemmingsplan Entreegebied De Wieken Zuid Amersfoort. : Gemeente Amersfoort, mevr. C. Heezen

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade

Milieuadvies project Bergbeek (Herman Coertsweg en ten noorden daarvan te Beekbergen)

Risicobeschouwing vervoer gevaarlijke stoffen N50 door Kampen

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al

Transcriptie:

2 oktober 2013 Versie 1 locatie Amsterdam Risicoanalyse transport spoor Bestemmingsplan Rouwcentrum Hoogoorddreef E. Dolman Herikerbergspoor 290 Postbus 922 1101 CT Amsterdam 1000 AX Amsterdam e.dolman@dmb.amsterdam.nl s.musch@dmb.amsterdam.nl www.odnzkg.nl

Pagina 2 van 12 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel 4 2 Wet- en regelgeving 5 2.1 Algemeen 5 2.2 Plaatsgebonden risico 5 2.3 Groepsrisico 5 2.4 Toets Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam 6 3 Risicoberekeningen 8 3.1 Uitgangspunten risicoberekeningen 8 3.1.1 Rekenpakket 8 3.1.2 Technische gegevens spoor 8 3.1.3 Gebied bevolkingsinventarisatie 8 3.1.4 Inventarisatie bevolkingsgegevens 8 3.2 Uitkomsten risicoberekeningen 10 3.2.1 Plaatsgebonden risico 10 3.2.2 Groepsrisico 10 4 Conclusies 12

Pagina 3 van 12 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voor het plangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het nieuwe bestemmingsplan word aan een nieuwe bestemming aan het gebied toegevoegd. In de besluitvorming dient rekening te worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het plangebied ligt in het invloedsgebied van het spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal waar transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Dit memo behandelt de externe veiligheidsrisico s vanwege dit spoortraject. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet worden getoetst aan het plaatsgebondenen het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. Stadsdeel Amsterdam Zuidoost heeft de (ODNZKG) gevraagd risicoberekeningen te maken en de toets aan de risiconormen uit te voeren. Het bestemmingsplangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef is gelegen ten oosten van het spoortraject aan de zuidzijde van Station Bijlmer-Arena in de hoek van de Hoogoorddreef en de Hoorneboeg (figuur 1).

Pagina 4 van 12 Figuur 1: Grens van het bestemmingsplangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef 1.2 Doel Het doel van deze analyse is te onderzoeken of aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico voldaan kan worden en bepalen wat de hoogte is van het groepsrisico in het plangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef.

Pagina 5 van 12 2 Wet- en regelgeving 2.1 Algemeen Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en spoor is de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen van toepassing. Op basis van deze circulaire moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico. Bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico of bij een toename van het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. In het Besluit transportroutes externe veiligheid (BTEV) worden voor het zogenaamde Basisnet - in lijn met het BEVI - de risiconormen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vastgelegd. Het BTEV is voor bestemmingsplannen die betrekking hebben op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, een verantwoording groepsrisico verplicht. Deze verantwoording mag achterwege blijven indien: het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde OF het groepsrisico met niet meer dan 10% toeneemt EN de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. 2.2 Plaatsgebonden risico Uit de berekeningen voor eerdere bestemmingsplannen en Basisnet blijkt dat voor alle transportroutes nabij het plangebied geldt dat het plaatsgebonden risico kleiner is dan 10-6 per jaar, zodat er geen beperkingen zijn voor vestiging van (beperkt) kwetsbare objecten. 2.3 Groepsrisico Er is overlap tussen de 200 meter-zones van de transportroutes over spoor de noord- en westkant van het plangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef, zie onderstaande kaart. Binnen deze zones kunnen ruimtelijke ontwikkelingen effect hebben op het groepsrisico. Alleen in de gevallen dat binnen deze zones de groepsrisico s als gevolg van het bestemmingsplan toenemen, moet het bevoegd gezag een verantwoording voor het groepsrisico opstellen.

Pagina 6 van 12 Figuur 2 - Zone 200 meter t.g.v. transport over spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal 2.4 Toets Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam Binnen het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam zijn verschillende uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot ruimtelijke besluiten nabij spoor en wegen waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Deze hebben ook gevolgen voor onderhavig plan. Ongevalsscenario s De maatgevende scenario s voor het risico langs de rijkswegen en het spoor zijn mogelijke ongevallen met brandbare vloeistoffen (zoals benzine; de meest vervoerde stof) en de brandbare gassen (zoals LPG; de stof met de grootste kans op een groep slachtoffers). Vanaf de ontwerpfase van ruimtelijke plannen moeten de mogelijke ongevalsscenario s van deze stoffen worden betrokken bij de besluitvorming. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke indeling ten opzichte van het spoor en wegen, maar ook aan de mogelijkheden voor hulpverlening en rampbestrijding. Geen kwetsbare objecten nabij rijkswegen Op korte afstand van spoor is een kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen het grootst. Binnen 30 meter van de rijkswegen worden daarom geen kwetsbare objecten (zoals woningen en grote kantoren, conform definitie Bevi) gesitueerd, tenzij er maatregelen zijn getroffen om de gevolgen van een ongeval met benzine (de meest vervoerde gevaarlijke stof) te beperken. Dit beleid komt te vervallen als het zogenaamde Plasbrand Aandachtsgebied (PAG) is opgenomen in het bouwbesluit. Binnen het plangebied Rouwcentrum Hoogoorddreef wordt voldaan aan bovenstaand uitgangspunt omdat het plangebied verder dan 30 meter ligt van de rijkswegen.

Pagina 7 van 12 Geen objecten voor slecht zelfredzame personen binnen 100%-letaliteitsgrens Snelle ongevalsscenario s geven minder mogelijkheden voor mensen om zichzelf in veiligheid te brengen. Amsterdam zal bij de afweging omtrent een ruimtelijk besluit langs alle rijkswegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en langs het spoorzone (traject Haven-Centraal station-station Muiderpoort-Duivendrecht) expliciet ingaan op de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied. Indien mogelijk, worden nieuwe objecten bedoeld voor beperkt zelfredzame personen (als kinderen, ouderen en minder validen) gesitueerd buiten de 100%-letaliteitsgrens van LPG (80 meter vanaf de rand van de rechterrijbaan van rijkswegen en 100 meter vanaf de buitenste spoorstaaf). Uitgangspunt hierbij is dat er op deze afstand meer mogelijkheden zijn om mensen in veiligheid te brengen bij een eventueel ongeval op de weg of het spoor. Alleen indien er economische of maatschappelijke gewichtige redenen zijn en de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid voldoende op orde zijn, kan een object bedoeld voor beperkt zelfredzame personen worden gesitueerd binnen de 100% letaliteitsgrens van LPG. Een dergelijke afweging wordt als specifiek beslispunt binnen het ruimtelijke proces aan het bestuur of verantwoordelijk bestuurder ter besluitvorming worden voorgelegd. Hoogte groepsrisico Indien het groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt of een bestaande overschrijding van de oriëntatiewaarde verder toeneemt als gevolg van een ruimtelijk plan, wordt dit op grond van het Uitvoeringsbeleid als specifiek beslispunt binnen het ruimtelijk proces voorgelegd aan het dagelijks bestuur of verantwoordelijk bestuurder.

Pagina 8 van 12 3 Risicoberekeningen 3.1 Uitgangspunten risicoberekeningen 3.1.1 Rekenpakket De risico s zijn berekend met het rekenpakket RBMII versie 2.2. RBMII is door het ministerie van I&M geaccordeerd als het rekenprogramma voor risicoberekeningen met betrekking tot transport van gevaarlijke stoffen. Met RBMII kan bepaald worden of voldaan wordt aan de risiconormen voor de Externe Veiligheid, zoals die zijn vastgelegd in het circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke stoffen. 3.1.2 Technische gegevens spoor Voor de berekening van de risico s vanwege vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is het aantal ketelwagens per stofcategorie en de ongevalsfrequentie van belang. Ten aanzien van de vervoerscijfers is uitgegaan van de vervoerscijfers zoals gegeven in het Basisnet. In de onderstaande tabel 1 zijn de aantallen voor het spoor weergegeven. Tabel 1: Aantallen en gegevens spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal Stofcategorie Beschrijving Invloedsgebied 1% A Brandbare gassen 460 B2 Giftige gassen 995 C3 Zeer brandbare vloeistoffen D3 Giftige vloeistoffen 375 D4 Giftige vloeistoffen >4000 letaliteotsafstand [m] 35 Aantal ketelwagens De gehanteerde ongevalsfrequentie voor het spoortraject bedraagt.. [1/vtg.km] op basis van aanwezige wissels, verhoogde ligging en snelheidstype standaard. 3.1.3 Gebied bevolkingsinventarisatie Conform de Handleiding Risicoberekeningen transport (van 1 november 2011) zijn de bevolkingsgegevens binnen de 1% letaliteitsafstand (inventarisatieafstand) in kaart gebracht. 3.1.4 Inventarisatie bevolkingsgegevens

Pagina 9 van 12 Een aantal objecten in het plangebied en aan weerszijden van het spoor zijn in kaart gebracht en ingevoerd in RBMII. De bevolkingsgegevens zijn verzameld met behulp van de volgende bronnen: - Atlas Amsterdam - Bevolkingsgrid populator - plankaart bestemmingsplan Rouwcentrum Hoogoorddreef In de bijlage bij dit rapport zijn invoergegevens van het rekenmodel opgenomen. Een overzichtskaart met de in RBMII ingevoerde objecten is weergegeven in figuur 3. Figuur 3: Ingevoerde objecten in het rekenprogramma RBMII. Verder zijn de volgende uitgangspunten aangenomen: De standaardwaarden voor aanwezigheid dag- en nacht-percentages zijn gehanteerd en er zijn (voor zover beschikbaar) standaardwaarden gebruikt voor aantallen personen in woningen en voor dichtheden voor recreatie en volkstuinen etc. (via PGS-1). Tevens is aanvullend gebruik gemaakt van een populatorgrid van Amsterdam. Voor het plangebied is uitgegaan van een maximaal aantal aanwezigen van 500 in de dagperiode en een kwart daarvan in de nachtperiode. In de nachtperiode zal het centrum slechts gedeeltelijk geopend zijn. Voor het spoor zijn twee modellen opgesteld, één voor de huidige situatie zonder de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan en één voor de toekomstige situatie inclusief de ontwikkelingen. Voor beide situatie zijn de vervoersaantallen hetzelfde, alleen de bevolkingsdichtheid wijzigt.

Pagina 10 van 12 3.2 Uitkomsten risicoberekeningen De berekeningen zijn uitgevoerd op 3 oktober 2013. Hieronder worden de uitkomsten van de berekeningen weergegeven. 3.2.1 Plaatsgebonden risico Uit de berekening blijkt dat de 10-6 -contour op het spoor ligt en niet over het plan. En er bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen deze contour. Het plaatsgebonden risico, ten gevolge van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor vormt daarom geen belemmering voor het mogelijk maken van de nieuwe ontwikkeling. In de onderstaande figuur 4 is een overzicht gegeven van de ligging van de PR-contouren. Figuur 4: PR contouren Spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal 3.2.2 Groepsrisico Uit de berekeningen is gebleken dat het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor zowel in de huidige als in de toekomstige situatie lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt als gevolg van de ontwikkeling niet significant toe. In de onderstaande figuur 5 is voor de planlocatie de bijbehorende FN-curve voor de huidige situatie in vergelijking met de toekomstige weergegeven.

Pagina 11 van 12 Figuur 5: Groepsrisico huidig en toekomstig spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal

Pagina 12 van 12 4 Conclusies Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vanwege het spoortraject Utrecht-Amsterdam Centraal is ter plaatse van het plangebied nergens hoger dan de grenswaarde 10-6 per jaar. In zowel de huidige als de toekomstige situatie ligt de PR 10-6 op het spoor. Zodoende wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Indien het groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt of een bestaande overschrijding van de oriëntatiewaarde verder toeneemt als gevolg van een ruimtelijk plan, wordt dit op grond van het Uitvoeringsbeleid als specifiek beslispunt binnen het ruimtelijk proces voorgelegd aan het dagelijks bestuur of verantwoordelijk bestuurder. Dit is niet aan de orde bij het plan Rouwcentrum Hoogoorddreef, omdat het groepsrisico ter plaatse onder de oriëntatiewaarde ligt en niet berekenbaar toeneemt als gevolg van het plan. Op dit punt is het plan in overeenstemming met het Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam.