Werkloosheid Amsterdam Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon 020 527 9459 Fax 020 527 9595 www.os.amsterdam.nl Amsterdam, februari
Werkloosheid in Amsterdam neemt verder af Op 1 januari stond 9,6% van de Amsterdammers tussen de 15 en 64 jaar als werkloos te boek. De werkloosheid in Amsterdam daalde daarmee voor het tweede achtereenvolgende kwartaal. Tussen begin en juli steeg de werkloosheid in de stad van 8,3% naar 9,8%. In bedroeg het percentage niet-werkende werkzoekenden in Amsterdam nog 10%. Vooral jongeren tot 25 jaar kwamen in het laatste kwartaal van gemakkelijker aan een baan, gevolgd door mensen tussen de 25 en 35 jaar. Ouderen (vanaf 55 jaar) vinden daarentegen steeds moeilijker een baan. Tabel 1 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) naar leeftijdsgroep, -, geïndexeerd, =100 als % vd 15-64 jr bevolking - 0 als % vd 15-64 jr bevolking -* 15-24 jaar 6,3 5326 100,0 80,8 69,1 88,2 82,1 75,7 76,0 4138 4,8 25-34 jaar 9,1 14347 100,0 91,0 82,9 99,9 97,8 94,1 91,9 12321 8,4 35-44 jaar 12,3 16111 100,0 92,9 81,6 94,3 98,6 97,3 96,8 15907 11,9 45-54 jaar 12,4 12065 100,0 93,2 81,6 91,4 97,1 98,2 98,5 12024 12,2 55-64 jaar 7,6 4483 100,0 109,2 107,7 120,9 128,8 131,2 133,8 7061 10,1 Onbekend 563 49 Totaal 10,0 52895 100,0 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 9,6 * als % van de 15-64 jarige bevolking van 1 januari bron:cwi/o+s, bewerking O+S De cijfers uit bovenstaande tabel zijn gebaseerd op het aantal ingeschrevenen bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Per leeftijdsgroep zijn deze aantallen ingeschrevenen uitgedrukt als percentage van de Amsterdamse bevolking in die leeftijdsgroep. Als basisjaar is gekozen voor. Dat jaar krijgt het cijfer 100. Vervolgens is steeds per nieuwe datum gekeken hoe de werkloosheid in Amsterdam zich heeft ontwikkeld ten opzichte van het basisjaar. Toename werkloosheid in westelijke tuinsteden, Noord en Zuideramstel De werkloosheid in de stad ontwikkelt zich niet overal op dezelfde manier. In de periode - nam in acht van de veertien stadsdelen de werkloosheid af: met name in Amsterdam-Centrum, Zeeburg, Oost/Watergraafsmeer en Zuidoost trad deze afname in het laatste kwartaal van versterkt op. In diezelfde periode nam de werkloosheid in de zes overige stadsdelen toe. In Geuzenveld-Slotermeer, Amsterdam-Noord, Slotervaart en Zuideramstel was deze toename aanzienlijk, ook in het laatste kwartaal. In Amsterdam Oud Zuid en Osdorp verliep de ontwikkeling van de werkloosheid wat grilliger: afwisselend nam de werkloosheid toe of af, maar bleef boven het niveau van. Gunstige ontwikkeling in Centrum en Oud-West Er is gekeken hoe het werkloosheidspercentage van per stadsdeel zich verhoudt tot het stedelijke gemiddelde. Begin was het werkloosheidspercentage in de stad als
geheel 10%. Sommige stadsdelen namen een goede positie in (het werkloosheidspercentage was er lager dan het stadsgemiddelde) en andere een slechte (daar bedroeg het werkloosheidspercentage meer dan het stadsgemiddelde). Vervolgens is in kaart gebracht hoe de werkloosheid zich vanaf begin heeft ontwikkeld. In sommige stadsdelen is de werkloosheid afgenomen, zij hebben daarmee een gunstige ontwikkeling doorgemaakt. In andere stadsdelen is de werkloosheid toegenomen ten opzichte van de startpositie van : hier is sprake van een ongunstige ontwikkeling. De ontwikkeling van de werkloosheid in Amsterdam is op deze manier in vier richtingen uit te splitsen, zoals de figuren laten zien. Figuur 2 geeft de ontwikkeling vanaf tot oktober weer, figuur 3 geeft de meest recente situatie, die van januari weer. De werkloosheid in de stadsdelen Amsterdam-Centrum en Oud-West maakte de afgelopen vier jaar de meest gunstige ontwikkeling door. Beide stadsdelen hadden in een goede uitgangspositie en de werkloosheid is hier tot januari verder afgenomen. Figuur 2 Ontwikkelingen in de werkloosheid in Amsterdam per stadsdeel tussen 1 januari en oktober (procenten) Amsterdam = 10,0% Amsterdam = 9,2% goede positie - gunstige ontwikkeling slechte positie - gunstige ontwikkeling goede positie - ongunstige ontwikkeling slechte positie - ongunstige ontwikkeling
Figuur 3 Ontwikkelingen in de werkloosheid in Amsterdam per stadsdeel tussen 1 januari en januari (procenten) Amsterdam = 10,0% Amsterdam = 9,6% goede positie - gunstige ontwikkeling slechte positie - gunstige ontwikkeling goede positie - ongunstige ontwikkeling slechte positie - ongunstige ontwikkeling Sinds ongunstige ontwikkeling in Oud Zuid en Noord Amsterdam Oud Zuid en Amsterdam-Noord maakten tot oktober nog een gunstige ontwikkeling door (in hadden ze beide een lager werkloosheidspercentage dan het stadsgemiddelde en nam de werkloosheid tot die periode af). Na sloeg deze gunstige ontwikkeling echter om in een ongunstige (vergelijk de figuren 2 en 3). Werkloosheid daalt in West binnen de ring en het (zuid)oosten van de stad In Westerpark, Bos en Lommer, De Baarsjes, Zeeburg, Oost/Watergraafsmeer en Zuidoost was sprake van een ongunstige uitgangspositie: de werkloosheid was hier in hoger dan in de stad als geheel. Tussen en nam de werkloosheid in deze stadsdelen echter af. De ontwikkeling van de werkloosheid is hier derhalve gunstig te noemen. Spectaculair is de afname van de werkloosheid in de stadsdelen Zeeburg, Zuidoost en Westerpark: in de laatste 4 jaar nam de werkloosheid hier met (ruim) 2 procentpunt af (Zeeburg: -2.2; Zuidoost: -2.1; Westerpark: -2.0). Ter vergelijking: in Amsterdam als geheel nam het aandeel niet-werkende werkzoekenden in dezelfde periode met 0.4 procentpunt af: van 10% in tot 9,6% in januari.
Werkloosheid neemt het meest toe in Zuideramstel Vorig jaar was al te zien dat de ontwikkeling van de werkloosheid in Osdorp, Slotervaart en Zuideramstel minder gunstig verliep: hier was sprake van een goede uitgangspositie in. Vanaf dat jaar nam de werkloosheid gestaag toe. In Zuideramstel bedroeg het werkloosheidspercentage in 5,6%, en bedraagt op dit moment 6,7%. Het percentage werklozen in Zuideramstel blijft daarmee overigens nog steeds het laagst van de hele stad. Stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer is het enige stadsdeel dat vanuit een slechte startpositie te kampen heeft met een steeds verder toenemende werkloosheid. Tabel 4 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) per stadsdeel, -, geïndexeerd, =100 als % vd 15-64 jr bevolking - 0 als % vd 15-64 jr bevolking -* Amsterdam-Centrum 8,0 5233 100 94,3 78,2 93,7 94,5 93,3 90,5 4751 7,2 Westerpark 13,1 3501 100 88,3 77,8 86,8 86,0 85,4 84,6 2885 11,1 Oud-West 9,7 2539 100 90,8 81,3 91,0 90,0 89,7 88,7 2227 8,6 Zeeburg 12,7 3547 100 89,9 79,3 90,5 88,0 83,8 82,1 3209 10,5 Bos en Lommer 13,9 3073 100 95,1 87,5 98,0 97,6 96,5 97,4 3079 13,6 De Baarsjes 11,4 3056 100 93,6 90,0 97,1 95,6 97,5 96,5 2892 11,0 Amsterdam-Noord 9,6 5435 100 97,1 81,9 103,1 104,5 105,2 108,3 5953 10,4 Geuzenveld-Slotermeer 12,0 2987 100 93,1 93,2 107,3 111,3 110,2 114,8 3608 13,8 Osdorp 8,8 2409 100 90,2 87,9 104,5 103,5 102,4 103,2 2555 9,1 Slotervaart 8,0 2287 100 95,1 93,6 109,8 109,4 111,3 113,9 2642 9,2 Zuidoost 12,5 7449 100 85,7 69,3 83,9 89,9 87,0 83,3 6089 10,4 Oost/Watergraafsmeer 10,8 4529 100 93,7 79,5 95,3 93,9 89,3 87,8 4085 9,5 Amsterdam Oud Zuid 7,4 4772 100 96,1 94,0 101,2 108,9 106,5 106,4 5040 7,8 Zuideramstel 5,6 1730 100 101,8 95,4 112,8 119,1 116,8 118,8 2117 6,7 Onbekend 348 368 Totaal 10,0 52895 100 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 9,6 * als % van de 15-64 jarige bevolking van 1 januari bron:cwi/o+s, bewerking O+S Afname werkloosheid onder allochtonen De afname van de werkloosheid onder jongeren vertaalt zich ook naar een afname van de werkloosheid onder allochtonen: van 13,6% in tot 11,1% begin. De werkloosheid onder autochtonen is in diezelfde periode daarentegen toegenomen: van 7,9% in tot 8,7% op dit moment.
Tabel 5 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) per etnische groep, -, geïndexeerd, =100 als % vd eigen etnische groep - 0 als % vd eigen etnische groep -** autochtoon* 7,9 26771 100,0 93,2 86,1 108,1 109,6 108,8 109,6 28568 8,7 Allochtoon 13,6 26124 100,0 91,1 78,4 83,4 84,9 82,9 81,6 22932 11,1 Totaal 10,0 52895 100,0 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 9,6 * inclusief westerse allochtonen ** als % van de 15-64 jarige bevolking van 1 januari bron:cwi/o+s, bewerking O+S Minder langdurig werklozen Als wordt gekeken naar de duur van de werkloosheid, dan is te zien dat er tot januari sprake is geweest van een forse toename van het aantal werklozen dat tot één jaar werkloos is. Nog steeds heeft het merendeel van alle ingeschreven NWW-ers een korte werkloosheidsduur, hoewel hun aandeel in het laatste jaar flink is afgenomen. Het aandeel werkzoekenden met een werkloosheidsduur tussen 1 en 3 jaar is daarentegen aanzienlijk toegenomen in deze periode. Opvallend is dat het aandeel mensen met een lange werkloosheidsduur tot flink afnam. In het afgelopen jaar is hier sprake geweest van een lichte afname. Tabel 6 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) naar duur niet-werkend, -, geïndexeerd, =100 duur nietwerkend als % totaal - 0 duur nietwerkend als % totaal - t/m 1 jaar 28,3 14944 100,0 112,4 158,9 188,2 170,7 160,1 156,1 22715 44,1 1-3 jaar 24,1 12745 100,0 87,4 72,8 82,6 106,1 117,5 123,9 15369 29,8 langer dan 3 jaar 47,7 25206 100,0 99,0 78,8 56,5 55,0 55,5 54,7 13416 26,1 totaal 100,0 52895 100,0 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 100,0 bron:cwi/o+s, bewerking O+S Meer werklozen met kort traject Uit tabel 7 blijkt dat er vanaf sprake is van een spectaculaire afname (met bijna de helft) van het aandeel niet-bemiddelbare werkzoekenden. Tot april nam het aandeel werklozen dat direct bemiddelbaar is toe, om vervolgens vlot af te nemen. Het aandeel werkzoekenden dat een kort traject moet volgen blijft sinds enorm toenemen. Indertijd vormden zij nog geen 4% van alle werkzoekenden, terwijl dat nu bijna een vijfde is. Het aandeel werklozen dat een lang traject moet volgen is in dezelfde periode meer dan verdubbeld.
Tabel 7 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) naar bemiddelingsfase, -, geïndexeerd, =100 bemid. fase als % totaal - 0 bemid. fase als % totaal - direct bemiddelbaar 15,8 8357 100,0 101,0 134,0 136,9 105,2 93,8 88,7 7220 14,0 kort traject 3,6 1899 100,0 132,5 177,8 293,1 425,9 477,8 524,6 9700 18,8 lang traject 13,4 7093 100,0 112,8 137,9 170,6 200,8 210,0 215,2 14862 28,9 (nog) niet bemiddelbaar 58,6 30991 100,0 92,5 73,0 56,7 54,2 54,6 53,8 16223 31,5 nader te bepalen 8,6 4555 100,0 115,8 129,5 136,7 109,3 91,6 78,8 3495 6,8 Totaal 100,0 52895 100,0 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 100,0 bron:cwi/o+s, bewerking O+S Werkloosheid onder lager opgeleiden neemt af Tot slot is nog gekeken naar het opleidingsniveau van de werklozen. Uit de Regionale Enquête Beroepsbevolking van O+S is het opleidingsniveau van de 15-64 jarige Amsterdammers bekend. Per opleidingsniveau is het aandeel werklozen gepercenteerd op de bevolking en vervolgens geïndexeerd, waarbij wederom het uitgangsjaar is. Tabel 8 laat zien dat het aandeel werkzoekenden met een laag opleidingsniveau (basisonderwijs tot en met mavo) in de loop der jaren is afgenomen, terwijl dit voor hoger opgeleiden (mbo tot en met universiteit) juist is toegenomen. De toename van de groep hoger opgeleide werklozen vond plaats vanaf april en lijkt zich voor de mbo/havo/vwo-ers te stabiliseren in het laatste half jaar van. Bij werkloze hbo ers en academici valt sinds begin een lichte afname te constateren. Tabel 8 Percentage niet-werkende werkzoekenden (NWW) naar opleidingsniveau (uitgedrukt als % van het opleidingsniveau van de 15-64 jarige bevolking), -, geïndexeerd, =100 opleiding als % oplniveau bev 15-64 jr - 0 opleiding als % oplniveau bev 15-64 jr - Basisonderwijs 15,5 14919 100,0 91,0 76,4 82,7 82,6 81,0 79,4 11445 12,3 vbo / mavo 13,7 17376 100,0 86,8 73,7 83,3 86,1 84,4 84,9 14443 11,7 mbo / havo / vwo 6,7 10077 100,0 97,3 96,8 123,5 127,5 127,1 127,7 13113 8,6 hbo / wo 6,7 10523 100,0 100,9 97,3 118,3 117,5 115,7 114,8 12499 7,7 totaal (als % vd 15-64 jarige bevolking) 10,0 52895 100,0 92,6 83,0 96,6 98,1 96,6 96,3 51500 9,6 bron:cwi/o+s, bewerking O+S bron opleidingsniveau 15-64 jarige bevolking: REB en, O+S
Meer vacatures bij het CWI Vergeleken met januari nam het aantal openstaande vacatures bij het CWI met meer dan de helft af tot oktober, om vervolgens weer gestaag toe te nemen tot zelfs boven het niveau van. Opvallend is dat ondanks deze toename het aantal vacatures waarvoor een opleiding op het niveau van het basisonderwijs vereist is het kleinst is, terwijl zij in de grootste groep vormden. Tabel 9 Bij het CWI aangemelde vacatures naar opleidingsniveau - - - 1-4- - 0- - 1-4- - 0- ingediend in de voorlaatste 12 maanden basisonderwijs* 3589 1544 1171 997 1008 1080 1278 1418 1717 vbo / mavo 3216 2144 1739 1846 1681 1767 2370 2571 3252 mbo / havo / vwo 3406 2200 1921 1869 1886 2237 3021 3540 4554 hbo / wo 1583 1054 1230 1029 873 996 1173 1282 1980 Amsterdam 11794 6942 6061 5741 5448 6080 7842 8811 11503 Index 100 59 51 49 46 52 66 75 98 vacatures, op peildatum openstaand basisonderwijs* 954 397 293 295 347 283 332 363 422 vbo / mavo 1135 819 541 507 421 369 659 783 1056 mbo / havo / vwo 788 632 596 539 463 538 1020 1212 1344 hbo / wo 419 412 369 216 187 329 384 386 729 Amsterdam 3296 2260 1799 1557 1418 1519 2395 2744 3551 Index 100 69 55 47 43 46 73 83 108 vacatures, op peildatum langer dan 3 maanden openstaand basisonderwijs* 520 276 55 41 113 132 92 156 116 vbo / mavo 845 480 133 83 113 125 81 312 529 mbo / havo / vwo 409 375 182 140 127 147 138 454 437 hbo / wo 217 227 91 67 42 69 86 169 156 Amsterdam 1991 1358 461 331 395 473 397 1091 1238 Index 100 68 23 17 20 24 20 55 62 * inclusief onbekend opleidingsniveau bron:cwi/o+s, bewerking O+S Werkgelegenheid neemt af, aantal bedrijven neemt toe De werkgelegenheid nam tot met bijna 5.000 banen toe om daarna (tot ) weer met zo n 8.000 banen af te nemen tot onder het niveau van. Het aantal bedrijven in Amsterdam nam in deze periode eveneens eerst toe om in onder het niveau van uit te komen. Het laatste jaar valt hier echter weer een toename te constateren: in nam het aantal bedrijven met 576 toe en komt daarmee op het niveau van uit. Tabel 10 Werkgelegenheid werkzame personen 413397 417711 418041 414003 410338 100 101 101 100 99 bedrijven 58056 59190 59021 57651 58227 100 102 102 99 100 bron: O+S
Begrippen en gebruikte afkortingen bemiddelingsfase werkzoekenden worden ingedeeld op basis van hun afstand tot de arbeidsmarkt: fase 1 - direct bemiddelbaar: werkzoekenden met een geringe afstand tot de arbeidsmarkt en die op eigen kracht werk kunnen zoeken; fase 2 - kort traject: werkzoekenden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt die na een kort traject (bv scholing of het regelen van kinderopvang e.d.) werk kunnen vinden; fase 3 - lang traject: werkzoekenden met een nog grotere afstand tot de arbeidsmarkt die na een lang traject werk kunnen vinden; fase 4 - (nog) niet bemiddelbaar: werklozen met een dermate grote afstand tot de arbeidsmarkt dat bemiddeling naar werk voorlopig niet mogelijk is beroepsbevolking ccs 1991 volgens deze definitie van het ccs uit 1991 worden tot de beroepsbevolking gerekend personen van 15 tot en met 64 jaar die - tenminste 12 uur per week werken, of - werk hebben aanvaard waardoor ze tenminste 12 uur per week gaan werken, of - verklaren ten minste 12 uur per week te willen werken, daarvoor beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor tenminste 12 uur per week te vinden. van de beroepsbevolking worden personen die ten minste 12 uur per week werken tot de werkzame beroepsbevolking gerekend en degenen die niet of minder dan 12 uur per week werken tot de werkloze beroepsbevolking bruto participatie beroepsbevolking (werkzaam + werkloos) in procenten van de bevolking van 15-64 jaar netto participatie werkzame beroepsbevolking in procenten van de bevolking van 15-64 jaar cbs centraal bureau voor de statistiek ccs centrale commissie voor de statistiek cwi centrum voor werk en inkomen (voorheen arbeidsbureau) geregistreerde werkloosheid(1991) personen die bij een CWI ingeschreven zijn in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar die - niet of minder dan 12 uur per week werken èn - beschikbaar zijn voor een baan van 12 uur of meer per week of werk hebben aanvaard waardoor ze tenminste 12 uur per week gaan werken gwl geregistreerde werklozen
o+s reb/o+s vestiging (bedrijfs) werklozen werkloze beroepsbevolking werkloosheidspercentage werkzame beroepsbevolking werkzame personen niet-werkende werkzoekenden. hiertoe worden alle bij de centra voor werk en inkomen ingeschreven werkzoekenden van 15 t/m 64 jaar gerekend die geen werk hebben. wordt meestal uitgedrukt als percentage van de bevolking van 15-64 jaar dienst onderzoek en statistiek van de gemeente amsterdam regionale enquête beroepsbevolking/dienst onderzoek en statistiek een locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar, dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan, waarin of van waaruit een economische activiteit, andere (niet economische)activiteit, of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend zie niet-werkende werkzoekenden (), werkloze beroepsbevolking en geregistreerde werkloosheid mensen die niet of minder dan 12 uur per week werken, binnen twee weken beschikbaar zijn voor een baan van 12 of meer uur per week en daar actief naar op zoek zijn werkloze beroepsbevolking in procenten van de totale beroepsbevolking alle mensen tussen 15-64 jaar die tenminste twaalf uur per week in loondienst of eigen bedrijf werken (zie ook definitie beroepsbevolking) personen die een beroep uitoefenen en 12 uur of meer per week werkzaam zijn. hieronder vallen directeuren van nv s en bv s, eigenaars, meewerkende gezinsleden, personeel in loondienst, krachten geleend van uitzendbureaus en personen werkzaam via regelingen voor gesubsidieerde arbeid zoals wet inschakeling werkzoekenden (jwg, banenpool), melkert -banen en wsw. tot de werkenden worden ook buitendienstmedewerkers gerekend zoals vertegenwoordigers, service-/onderhoudsmedewerkers, varend/rijdend personeel en thuiswerkers die op de loonlijst staan. ook personen afwezig wegens ziekte/vakantie worden meegeteld