Examentraining Duits HAVO / VWO
Examentraining Duits: Inleiding Hoe verbeter ik mijn resultaat voor het Centraal Examen Duits? Om op het examenonderdeel leesvaardigheid een goed cijfer te halen is het belangrijk dat je de grote lijn van de teksten ziet en begrijpt. Daarom is het heel belangrijk dat je in de tekst de signaalwoorden herkent en ook weet wat ze betekenen. Tijdens het onderdeel tekst verklaren moet je de teksten niet helemaal in 1 keer lezen maar draait het allemaal om het analyseren van de teksten. Als je de deze handelingen goed beheerst, kun je je resultaat duidelijk verbeteren voor dit examenonderdeel. Het komt allemaal neer op strategisch lezen. Echter, als je hoger wilt scoren dan een 8 moet je begrijpend lezen goed beheersen en moet je een ruime woordenschat hebben. Ook oog voor detail is dan van groot belang. Tijdens je examen mag je gebruik maken van de woordenboeken DN ND. Die moet je echter niet te snel en te vaak gebruiken. Het is natuurlijk wel zeer belangrijk dat je weet wat er bedoeld wordt met een antwoord. Bijvoorbeeld bij de gatenteksten moet je natuurlijk absoluut weten wat de verschillende opties betekenen. Hier moet je ook vaak een signaalwoord invullen. Soms zal het nodig zijn de vertaling van een woord op te zoeken in een Nederlands woordenboek. (b.v. utopisch) Hieronder vind je de stappenplannen voor de verschillende teksten die je kunt krijgt tijdens je examens. Als je de stappenplannen goed bestudeert en goed oefent met het toepassen ervan zul je zien dat het je cijfer omhoog brengt.
Examentraining: algemene aanwijzingen Instructies voor het lezen en begrijpen van examenteksten (multiple choice) en het beantwoorden van de vragen. Stap-voor- stap instructies: Lees de titel (+ ondertitel) en eventuele introductieregels. Kijk naar het plaatje + het onderschrift. Lees vervolgens niet eerst de hele tekst, dit kost teveel tijd. Ga meteen naar de eerste vraag. Lees goed! Die vraag gaat over de grote lijn! Maakt niet uit hoe die geformuleerd is. Markeer de signaalwoorden en dubbele punten. Onderstreep de woorden waar de vraag over gaat in de tekst. (Als het om meer dan 1 regel gaat, zet dan een streepje voor de regels.) Dit helpt je focussen op het stuk tekst waar het om gaat en levert tijdwinst op! Lees dan de tekst vanaf de vorige vraag tot en met het stuk van de nieuwe vraag. Lees dus ook de tussenliggende alinea s, zelfs als daar geen vraag over gesteld wordt. Als er geen vraag over een alinea gesteld wordt, wees dan op je hoede! Dit is een typisch cito-trucje. Die alinea is wel belangrijk! Ga terug naar de vraag, en bekijk per antwoord of je die woorden of het idee / gevoel dat in dat antwoord verwoord wordt, uit de tekst kunt halen. Zo niet, streep dan het antwoord door en ga naar het volgende antwoord. Als je zo alle antwoorden af bent gegaan, hou je vaak 2 antwoorden over: het goede en het bijna goede. Lees de vraag en eventueel de tekst nog eens goed door. Hoe meer woorden kloppen, hoe beter. Als de vraag is wat is de kern van de alinea en er is 1 zin over geld en 3 zinnen over ruzie in het gezin, dan is gezinsproblemen beter dan financiële zorgen. Ga zo één voor één de vragen af. Probeer steeds de grote lijn van het artikel in de gaten te houden en de mening van de schrijver in je hoofd te houden, zodat je geen tegenstrijdige antwoorden geeft. Alleen als je echt in tijdnood bent: Zodra je merkt dat een (type) tekst erg moeilijk is, kun je die beter eerst overslaan. Je kunt beter de makkelijkere teksten rustig en goed gedaan hebben, en die punten binnenhalen. Als je dan nog tijd hebt, doe je de moeilijke tekst. (Time-management) Bij teksten waarvan je het onderwerp en/of de woorden moeilijk vindt, richt je je nog meer op de structuur: signaalwoorden en de grote lijn. Je hoeft een tekst niet helemaal te begrijpen om toch voldoende vragen goed te beantwoorden. Vergeet niet om aan het eind bij meerkeuze vragen die je hebt overgeslagen in ieder geval iets in te vullen. Geef in de kantlijn van het antwoordblad aan welke vraag je hebt opengelaten!! Zorg dat je in ieder geval de woorden kent uit de titel/ondertitel/ alles wat opvalt en uit de vragen en antwoorden. Zoek desnoods op in het woordenboek en schrijf op je opgavenblad. Let op: een redenering die begint met Ik denk dat... is fout! Een goed antwoord begint met; In de tekst staat...
Stappenplan voor: het achtergrondartikel 1. Introductie van het onderwerp Vraag: wat is de kern van alinea 1? Antwoord: heeft link met titel + plaatje+alles wat opvalt te maken Vraag: wanneer 1 e vraag een open vraag is, is de reden daarvan dat de titel moeilijk is. Antwoord: link titel + plaatje + info uit de vraag. 2. Argumenten (en houd ze goed uit elkaar) - Vóór - Tegen 3. Expertvragen -------------------------------------> maar, toch!---------------------------- (tegenargument) -------------------------------------> Introductie van die persoon kun je vaak overslaan.(werkt in x, titels,enz) Gaat hierbij om wat iemands mening is. Onderstreep ze met andere kleur! - Wat zegt hij/zij? Kijk daarvoor tussen de aanhalingstekens. EN... (typisch voor Duits:) lees altijd even door,, de expert is niet altijd uitgepraat. Herkenbaar aan het gebruik van de zou-vormen (Konjunktiv I en II). Meestal: wäre könnte maar ook: gebe (i.p.v. gibt lasse (i.p.v. lässt) ONDERSTREEP dus afwijkende werkwoordsvormen, zij duiden op mening van een expert en niet persé van de schrijver. - Aan welke kant staat hij/zij? Let hierbij goed op de signaalwoorden. 4. Voorbeeld, illustreert iets. Dus als antwoord: Het illustreert dat.. etwa, zum Beispiel, illustriert, konkretisiert Omgekeerde voorbeeldvraag: Dit is het voorbeeld. Wat wil de schrijver met dit vb. laten zien? Truc: Let op Grote Lijn en kijk uit met antwoorden die voorbeeldkenmerken bevatten. Voorbeelden bevatten vaak: Namen, Plaatsen (alles wat je op een kaart kunt aanwijzen), Getallen, Percentages, Data.
Stappenplan voor A-B-C-D teksten Stap 1 Lees de titel van de tekst Bekijk het plaatje Lees/bekijk het intro van de tekst. " Als je deze drie onderdelen hebt gedaan, ga je voor de grote lijn van de tekst. Waar gaat de tekst over? Wat zie je op het plaatje? Wat staat er globaal in de intro? Stap 2 Lees de vraag (zonder de antwoorden al te lezen) A) Streep in de tekst aan waar je moet kijken. - Bij 1 of meer alinea s # hele stuk aanstrepen - 1 zin (vaak een moeilijke zin: dan niet meteen die woorden opzoeken in je woordenboek # duurt te lang) - Wat staat er in de rest van de alinea? - Wat willen ze weten? Dit komt vaak neer op: wat voor soort vraag is dit? B) Lees de tekst, let op signaalwoorden en de dubbele punt # markeren! Antwoord op de vraag staat vaak hier: bij de dubbele punt of bij het signaalwoord. Stap 3 Onzinantwoorden wegstrepen (pindakaas-antwoorden, antwoorden die nergens op slaan). - 2 antwoorden zijn altijd grote onzin - 1 antwoord is bijna goed (kleine nuance # bijvoorbeeld: vaak, altijd) - 1 antwoord is natuurlijk het goede antwoord Stap 4 Hoe vaak komt het antwoord voor in de alinea? - Komt het antwoord maar 1 keer voor # niet persé het goede antwoord - Komt het antwoord meerdere keren voor # goede antwoord! (staan er meerdere voorbeelden van het antwoord in de alinea dan is dat het antwoord. Komt het maar 1 keer voor dan is het onzin!) - Wat is waar? Hak de zin in stukjes # check de verschillende stukjes # kloppen alle elementen? - Let op woorden die in het antwoord staan en dit (bijna altijd) fout maken # bijvoorbeeld: immer, nie, nur,alles, vor allem. Let op: dit moet je wel nog controleren in de tekst. - Past het antwoord in de grote lijn van het verhaal? # de goede antwoorden passen in de grote lijn van het verhaal. Alle vragen gaan over de grote lijn van de tekst!!! Ironie herkennen: indien vraag over de toon van de tekst, dan meestal; ironisch en vaak het einde van de tekst
Open vragen Antwoord altijd in het Nederlands, maar ga niet de tekst letterlijk vertalen. Begin je antwoord met het herhalen van een deel van de vraag. Lees de vraag dus altijd heel nauwkeurig door. 1. Als er een oorzaak wordt gevraagd, geef dan niet de in de tekst genoemde aanleiding als antwoord, maar zoek even verder naar de oorzaak. Als er een feit wordt gevraagd, kijk dan nauwkeurig naar je antwoord. Heb je echt een feit genoemd en niet een mening, plan of wat dan ook. 2. Als een woordgroep wordt gevraagd, niet antwoorden met één woord. 3. Als je niet wel moet opschrijven, schrijf dan niet nee ja. 4. Als 3 verschillende redenen worden gevraagd, controleer dan of jouw 3 redenen echt 3 verschillende redenen zijn. Vaak staan in de tekst meerdere aspekten van de zelfde reden. 5. Als een citaat wordt gevraagd, geef je dit natuurlijk wel in het Duits! Antwoord zo concreet mogelijk. Mijd het gebruik van 'het', 'zij', 'hun'. Schrijf op wie of wat je bedoelt. Dus niet In Amerika ist het strenger, maar Het taboe op sexuele thema s is in Amerika strenger. Als je klaar bent met je examen, lees je de antwoorden op elke open vraag nog een goed door. Dan lees je de betreffende vraag en bepaal je of je echt antwoord op die vraag hebt gegeven. Schrijf altijd iets op!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Stappenplan Gatenteksten Gatenteksten zijn teksten waarbij je woorden moet invullen in de tekst. De plaats waar je het woord moet invullen is aangegeven met een gat. Hieronder vind je het stappenplan om ook deze teksten goed te maken! Stap 1 Wat is de grote lijn van het verhaal? Lees de titel Bekijk het plaatje Lees eventueel intro van de tekst. Stap 2 Als het antwoord signaalwoorden betreft moet je naar de zin ervoor en de zin zelf kijken # hoe kun je deze twee zinnen aan elkaar plakken. (voegwoorden) Stap 3 Als het antwoord andersoortige woorden betreft moet je de zin tot het gat lezen en de zin na het gat. Vaak staat het antwoord(de aanwijzing) in de zin na het gat. Is er een gat in de laatste alinea: zoek naar een signaalwoord, want daar staat het antwoord. Stap 4 Zoek in de alinea/ laatste zin naar signaalwoorden of dubbele punt (zin na het gat): dus. reden voor gat maar tegengestelde van gat -----:.na dubbele punt staat inhoud van het gat. Stap 5 Kijk of het antwoord negatief of positief is # is de tekst negatief # kies het negatieve antwoord. En andersom: is het een positieve tekst # kies dan het positieve antwoord. (bijvoorbeeld op grond van werkwoorden) Stap 6 Kijk of er een tegenstelling is in het antwoord. Bijvoorbeeld: Antwoord A = koud Antwoord B = groot Antwoord C = leuk Antwoord D = klein Het goede antwoord is dan B of D want dit is een tegenstelling Groot Klein. Men wil namelijk dat je daaruit kiest. Stap 7 Als alles hierboven niet lukt # dan gaan we gokken op de grote lijn van het verhaal. Kies het woord dat op grond daarvan het beste past in de tekst. Als je stap 3 en 4 toepast heb je de grootste kans op het goede antwoord. Tip:als je moet kiezen uit signaalwoorden met de volgende functie: a. tegenstelling b.voorbeeld c. tegenstelling d. conclusie dan is tegenstelling fout en b of d dus het goede antwoord
Stappenplan SCAN-teksten Hieronder vind je het stappenplan voor dit soort teksten. A. Teksten van 2 pagina s met slechts 1 vraag. stap 1 : lees eerst de vraag stap 2 : Lees eerst de vette tekst, de schuingedrukte tekst en/of HOOFDLETTERS. Vraag je af: staat het hier? (in die vette, schuingedrukte of hoofdlettertekst) stap 3 : Ga op zoek naar woorden die met het onderwerp van de tekst te maken hebben. Bijvoorbeeld: Denkmal, jetzt, Reste (vraag: nog iets te zien van de muur in Berlijn) B. Recensies Als de vraag is : wie is er positief of wie is er negatief? Lees dan van elke recensie de laatste zin! Als het woordje zu gebruikt wordt, bijv. der Autor benutzt zu viel Details, betekent dat een negatief oordeel. Als de vraag is : wie is er uitsluitend positief of uitsluitend negatief? Lees dan: de laatste zin om positivo s en negativo s te onderscheiden en in de resterende teksten: let op tegenstellingswoorden! Er mag géén maar in staan!! C. Rollenspel vraag Als je een vraag krijgt met daarin bijv.: je bent 17 jaar en je wilt deze zomer in Frankrijk vrijwilligerswerk met dieren gaan doen.. Werk dan de gegevens in die volgorde af!! Tip als er gebruik wordt gemaakt van ingezonden brieven: De antwoorden op vragen daarover staan meestal in het tweede/laatste gedeelte van de brief, omdat in het eerste stuk vaak uitgelegd wie er reageert en waarop. aanhef aanleiding schrijver heeft verstand van argumenten conclusie DUS: focus op tweede helft van de brief, hoe lager hoe beter Tenslotte, bij het verdelen van je tijd moet je rekening houden met een gemiddelde aantal minuten per punt die je kunt scoren en niet per vraag. Controleer of je bij de meerkeuzevragen overal een antwoord hebt ingevuld!! Ook het afgelopen schooljaar hebben enkele leerlingen hierdoor punten laten liggen. Jammer.