/ Gezondheid en veiligheid WERKNORMEN Ref.: Aperam Safety ST 007 Cranes and Lifting Uitgave: 15.05.2012 Versie: v0 Rev.: AM Safety 007 v2 10.11.2010 KRANEN EN HEFWERKTUIGEN Gecontroleerd Verspreiding Uitgewerkt door: Gecontroleerd door: Goedgekeurd door: Naam: Aperam Health & Safety Committee Ilder Camargo da Silva Philippe Darmayan KRANEN EN HEFWERKTUIGEN 1.0 TOEPASSINGSGEBIED Deze norm is van toepassing op alle kranen inclusief verrijdbare autolaadkranen, en uitrusting gebruikt als kranen, lieren en hef- en takelwerktuigen. De norm is niet van toepassing op hijswerkzaamheden in ondergrondse mijnen. 2.0 KRANEN 2.1 Planning De mate van planning die vereist is voor hefwerkzaamheden wordt bepaald door de hijscategorie. Hijscategorie Voorbeelden: (zonder beperking) Vereiste planning Hoog risico / abnormaal hijsen - Vloeibaar staal - Alle meervoudige kraanhijswerkzaamheden; werkterreinen waardoor personeel in gevaar kan komen elektriciteitsleidingen; - Hijsen met kooien voor personeel; maximale toegekende belastingen of waarbij deze overschreden worden - Risicoanalyse - Ontwikkel een Hijsplan waarin alle bijbehorende gevaren zijn opgenomen - Kraanmachinisten en takelpersoneel dienen bij de ontwikkeling van het Hijsplan betrokken te worden. Er moet een register van de betrokken personen bijgehouden worden. - Zie hieronder voor details die opgenomen moeten worden in het Hijsplan Health & Safety 1
Standaard hijsen met SOP s Hijsen met een laag risico - Standaard vereis t hijsen op het gehele bedrijfsterrein - Regelmatig hijsen voor onderhoud - Risicoanalyse - Ontwikkel een Standard Operating Procedure (SOP) - Risicoanalyse voor de werkplek - Veilige bedieningspraktijken volgen 2,2 Het hijsplan moet het volgende bevatten: a) Hijsgegevens: gewicht uitrusting, takelgewicht, totaalgewicht, hijshoogte, hijsradius en oppervlakte uitrusting, zwaartepunt. b) Uitrustingsgegevens: fabrikant, model, grootte, kraanarmlengte, lengte kraanlierblok, materiaalomvang. c) Takelgegevens: diameter draagband, lengte, configuratie draagband, capaciteit, haaktype, grootte en capaciteit sluitschakel. d) Nabijheid van elektrische leidingen, pijprekken en productiezones. e) Lokale gevaren en de beheersing daarvan en overeengekomen communicatiemethoden. 2.3 Bediening a) Er moet een gedocumenteerde procedure zijn die ervoor zorgt dat alle kritieke onderdelen geïnspecteerd en geïnstalleerd zijn voordat een kraan in gebruik genomen en in bedrijf gesteld wordt. b) Kraanmachinisten moeten een preoperationele veiligheidscontrole uitvoeren voor elke ploeg waarin de kraan gebruikt wordt en de gegevens hiervan moeten bij de kraan bewaard worden. De details die vereist zijn in de preoperationele veiligheidscontrole moeten gebaseerd zijn op een risicoanalyse voor de kraan. c) Een kraan mag niet bediend worden met een niet functionerende of defecte beveiligingsinrichting. d) Boven het hoofd lopende kranen moeten uitgerust zijn met hoorbare en zichtbare bewegingsalarmen die gebruikt moeten worden wanneer een vracht verplaatst wordt. 3.0 MOBIELE KRANEN 3.1 Planning De mate van planning die vereist is voor hijswerkzaamheden wordt bepaald door de hijscategorie. Hijscategorie Voorbeelden: (zonder beperking) Vereiste planning Health & Safety 2
Hijsen met een hoog risico / abnormaal hijsen Hijsen met een laag risico - Meervoudige mobiele kraanhijswerkzaamhe den; - Mobiele kraanhijswerkzaamheden in gebouwen met boven het hoofd lopende kranen; elektriciteitsleidingen; maximale toegestane belasting of deze belasting overschrijdend - Regelmatig hijsen voor onderhoud - Risicoanalyse - Ontwikkel een Hijsplan waarin alle bijbehorende gevaren zijn opgenomen - Neem kraanmachinisten en takelpersoneel op in het hijsplan. Er moet een dossier van deze betrokkenheid bijgehouden worden. - Zie hieronder voor details die opgenomen moeten worden in het hijsplan - Risicoanalyse voor de werkplek - Veilige bedieningspraktijken volgen 3.2 Het hijsplan moet het volgende bevatten: a) Hijsgegevens: gewicht uitrusting, takelgewicht, totaalgewicht, hijshoogte, hijsradius en oppervlakte uitrusting, zwaartepunt. b) Uitrustingsgegevens: fabrikant, model, grootte, hijsarmlengte, lengte hijslierblok, materiaalgrootte. c) Takelgegevens: diameter draagband, lengte, configuratie draagband, capaciteit, haaktype, grootte en capaciteit sluitschakel. d) Hijsberekening: hijsarmlengte, hijsradius, capaciteit uitrusting, afmetingen outrigger voetplaten, en windsnelheid, inclusief grondstabiliteit en helling. e) Nabijheid van elektriciteitsleidingen, pijprekken en productiezones: mobiele kranen die werken in de buurt van onder de spanning staande elektriciteitsdraden moeten bediend worden onder een vergunning, waarin uitgesloten zones en bewakingstaken opgenomen moeten zijn. f) Lokale gevaren en de beheersing daarvan: inclusief de route voor de kraan, grondstabiliteit, nabijheid van mensen of apparatuur en overeengekomen communicatiemethode. g) Indien mogelijk moeten kranen voorzien zijn van een belastingmeetinstrument waarmee het gewicht van de vracht weergegeven wordt binnen het zicht van de machinist. 3.3 Bediening: a) Machinisten van mobiele kranen moeten een preoperationele veiligheidscontrole uitvoeren voor elke ploeg waarin de kraan gebruikt wordt en de gegevens hiervan moeten bij de kraan bewaard worden. b) Mobiele kranen moeten capaciteitsoverzicht hebben dat zodanig geplaatst is dat dat zichtbaar is voor de kraanmachinist of dat beschikbaar is in de kraancabine. c) Bedieningsstations voor machinisten voor verrijdbare autolaadkranen moeten zich bevinden in een zone die beschermd is tegen slingerende vrachten en tegen de kraangiek. d) Zwenkpinnen moeten veilig bevestigd zijn bij mobiele kranen wanneer deze lopen. Health & Safety 3
e) Machinisten moeten veiligheidsgordels dragen. f) Het gebruik van outriggers is verplicht (zo min mogelijk naar beneden en zo breed mogelijk uitgebreid), tenzij anders bepaald is in een risicoanalyse. g) Voorafgaande aan hijswerkzaamheden moet de kraan zwenken om de integriteit van de bomen van mobiele kranen te testen. h) De machinist mag de kraanbediening niet verlaten wanneer een vracht is opgehangen. 4.0 Onderhoud en inspectie 5.0 Opleiding 4.1 Er moet een dossier van kranen, lieren, takelbevestigingen en hijsdraagbanden (indien vereist in de lokale wetgeving) opgesteld worden. 4.2. Alle naar het bedrijfsterrein gebrachte mobiele kranen moeten beschikken over een actueel testcertificaat en een preoperationele veiligheidsinspectie om er zeker van te zijn dat de kraan geschikt is voor het doel. Deze inspectie moet ten minste voldoen aan de eisen van regelgevende instanties en fabrikant voor frequentie van inspectie en fysieke conditie van de machine. 4.3. Er moet een systeem zijn voor de inspectie, het onderhoud en de goedkeuring van hefwerktuigen, inclusief een proces waarmee gecontroleerd wordt of de uitrusting in staat is te werken volgens de ontwerpspecificaties daarvan en de integriteit van: a) Mechanische en elektrische onderdelen b) Bedieningsknoppen voor kritieke onderdelen van hef- of takeluitrusting c) Kraankabels en alle hijsbevestigingen d) Structurele componenten van de lier, remmen, wielen, haken, haakblokken en rails e) Overbelastingszekeringen, veiligheidsinrichtingen, eindschakelaars en regelsystemen vereist voor individuele uitrusting zoals onafhankelijke storingsveilige remsystemen, een inrichting om de kraan stop te zetten zoals een dodemansknop, en noodstopschakelaar. 4.4. Inspecties en reparaties aan kranen, kabels en hijsapparatuur moeten ten minste voldoen aan de specificaties van de fabrikant en de eisen van regelgevende instanties. 4.5. Rapporten van onderhoudsinspecties en kabeltests moeten bijgehouden worden. Alle defecten moeten naar voren komen door de inspectie, en defecte onderdelen moeten hersteld worden. 5.1 Het personeel moet opgeleid, bevoegd en geautoriseerd zijn indien dat kranen bedient; vrachten voorbereidt of takelt; signaleert voor de controle van hijswerkzaamheden; of kranen, lieren, personeelskooien, hef- of takeluitrusting inspecteert, onderhoudt of test. Er moet een rapport van opleidingen en autorisaties bijgehouden worden en er moet een methode zijn waarmee de bevoegdheid van kraanmachinisten bewaakt en bijgehouden kan worden. 5.2 Er moet een systeem zijn om de minimale bedieningstijd, frequentie van bediening en testen vast te stellen om te zorgen voor competentie voor elke categorie kraan. 5.3 Er moet een officiële procedure zijn voor communicatie en signalering tussen de machinist en de seiner. Health & Safety 4
6.0 Praktische zaken 6.1 Zorg ervoor dat er geen draagriemen, kettingen, haken, etc. als onderdeel van een set die hangt aan dezelfde kraanhaak, vrij kan bewegen voordat u begint met enige hijswerkzaamheden; het los hangen van kettingen etc. moet vermeden worden door deze te bevestigen aan de kraanhaak of de ring waaraan de draagriemen of kettingen van de kraanhaak hangen. Dit is een absolute noodzaak om te voorkomen dat deze onderdelen vrij kunnen rondslingeren en ernstig letsel aan mensen kunnen toebrengen of hen kunnen doden. 6.2. Als er een radiogestuurde kraan gebruikt wordt, is uitsluitend de kraanmachinist bevoegd om zich te verplaatsen terwijl er een kraanbeweging plaatsvindt, wanneer (waarbij te allen tijde aan alle voorwaarden voldaan moet worden): het gaat om een standaard transport hij een effen looppad heeft vrij van obstakels hij goed zicht heeft op de kraan en de vracht hij vrij zicht heeft op het gebied waar de vracht naartoe gebracht wordt hij perfect elke beweging kan zien van personen of voertuigen zodra deze in de lijn van transport zouden komen en hij in staat is om onmiddellijk en adequaat te reageren op een dergelijke situatie een risicoanalyse uitgevoerd is voor het type transport waar het om gaat om te bevestigen dat deze praktijk acceptabel is. (Ten gevolge daarvan zou transport van vloeibaar materiaal en zware vrachten bijvoorbeeld niet door de risicoanalyse komen en zou daarbij derhalve geen beweging van kraan en machinist op hetzelfde moment mogen plaatsvinden.) In alle andere gevallen (bijv. indien niet voldaan is aan ten minste één van bovenstaande voorwaarden) en in het specifieke geval wanneer abnormale vrachten gehesen en getransporteerd worden met de kraan, mogen de vracht en de kraanmachinist niet op hetzelfde moment bewegen, d.w.z. dat de kraanmachinist stilstaat en de vracht beweegt dat de kraanmachinist alleen beweegt wanneer de vracht niet in beweging is. Op deze manier worden ongecontroleerde vrachtbewegingen door struikelende of vallende kraanmachinisten voorkomen. 6.3 Voordat enige beweging gestart wordt, moet u ervoor zorgen dat de vracht vrij kan bewegen! Nadat de draagriem goed bevestigd is aan de vracht, is er een aantal goede hijstechnieken die voor alle draagriemen gelden: Zorg ervoor dat de vracht geen vertraging heeft, vastzit of bevestigd is aan de grond. Let op geklemde vrachten door oxidatie of afval. Maak de vracht eerst los. Voorkom schokbelasting door de speling in de draagriem langzaam op te pakken. Verhoog de stroomtoevoer langzaam om schokken aan het begin van de hijswerkzaamheden te voorkomen, en verhoog en verlaag de versnelling langzaam. Controleer de spanning van de draagriem. Hef de vracht enkele centimeters, stop, en controleer op een goede balans en of alle onderdelen vrij zijn van de loopbaan. Laat nooit iemand meeliften op de motorkap of vracht. Health & Safety 5
Houd al het personeel uit de buurt terwijl de vracht gehesen, verplaatst of omlaag gebracht wordt. Kraan- of liermachinisten moeten de vracht te allen tijde in de gaten houden wanneer deze in beweging is. Houd u tenslotte aan het volgende: - Laat nooit meer dan één persoon een hijshandeling bedienen of signalen geven aan een kraan- of liermachinist behalve om te waarschuwen voor een gevaarlijke situatie. - Hijs de vracht nooit hoger dan nodig. - Laat de vracht nooit in de lucht hangen. - Werk nooit onder een opgehangen vracht en laat niemand anders dat doen. In de praktijk betekent dit dat de minimum afstand tussen een persoon en de vracht ten minste gelijk moet zijn aan de afstand tussen de vracht en de vloer waarop deze persoon staat. 6.4. Om de afmetingen en de configuratie te bepalen van de draagriem die nodig zijn om een bepaalde vracht te hijsen, moeten gebruikers het verschil tussen werklastlimieten en veilige werkbelasting weten en hoe men tot deze belangrijke limieten is gekomen. Limiet van het hijsvermogen (working load limit of WLL) De limiet van het hijsvermogen is de maximale belasting (massa) waarvoor een onderdeel van hijsapparatuur ontworpen is om te heffen, naar beneden te brengen of op te hangen. In sommige normen en documenten wordt naar WLL verwezen met maximale veilige werkbelasting. Veilig hijsvermogen (safe working load of SWL) Het veilig hijsvermogen is de maximum massa die gehesen, naar beneden gebracht of opgehangen mag worden onder specifieke bedieningscondities. Het is de plicht van de gebruiker om een beoordeling van de SWL van een daartoe bevoegde persoon te verkrijgen die kennis heeft van de bijzondere bedieningsomstandigheden. Onder normale omstandigheden zal de SWL dezelfde zijn als de WLL. Indien bedieningsomstandigheden gevaarlijk kunnen zijn, bijvoorbeeld uiterste temperaturen, mogelijkheid van ernstige schokbelasting, hijswerkzaamheden van vrachten over openbare wegen of voetpaden, of indien de vracht inherent gevaarlijk is zoals zuur of gesmolten metaal, vertraagde of beklemde vrachten, moet de bevoegde persoon een SWL vaststellen die lager is dan de WLL, waarbij de mate van het verschil afhankelijk is van de graad van het mogelijke gevaar. Health & Safety 6