SCHINDERHANNES I F^-\\. )' "^ ^ ^ ^^^^^^ ^ ^.A-BOUFFE DOOR EMILE SEIPGENS
Dit boekje is mede mogelijk gemaakt door U en door Bouw- en Projectontwikkeling Mintjens - Straus van Mierlo Aann. bedrijf J.H. Mintjens B.V. Broekhin Zuid 7 Roermond 04750-14387 B.V. Aann. bedrijf Straus van Mierlo Minderbroederssingel 21 Roermond 04750-17941
SCHINDERHANNES Opera'Bouffc in twee aktes door Emile Seipgens Opvoeringen door het Koninklijk Roermonds Mannenkoor 1
UITVOERINGEN IN HET KADER VAN HET EEUWFEEST VAN HET KONINKLIJK ROERMONDS MANNENKOOR' OP 22-23 - 29-30 - 31 MEI 1980 ORANJERIE ROERMOND PERSONEN: : kapitein van de ruiversbcnde Mathieu Mooren Ie Tenor K R.M. Hiacinthe: ein aaj heks, mooder van Henri Timmermans Banton K.R.M. Schwarze Peter: kastelein van 't ruiverscafé Lambert Zwanenberg Bas K.R.M.
Florenskc: leefste van, dochter van Schwarze Peter Corry Snijders-van Helden Sopraan Euridice Beizebub: de duuvel dae de zeel van köp Vincent Mooren 2e Tenor K R M. Baer van Rolduc: Ignace Ruys Lid K.R.M. ceremoniemeister van geistelikke zake Den dauve S)aele Nelis Rooje Driek Janosj Anoesjka Natasja Jan Evers Lid K.R.M Lou te Mey Lid K.R.M. Frans van Birgelen Lid K.R.M. Jack Seuren Lid K.R.M. Fransje Roncken Gita Heynders Lid T.O.R. 3
VERDER ZINGE EN SJPELE DE LEJE VAN 'T MANNEKOOR EN HÄÖR DAMES. Dansgroep: Kostuums: Grime: Dames van de Mannekoorleje o.l.v. Mirjam Rosbender ontwórpe en gemaak o.l.v. Renate te Meij Jo Minten Decor: ontwórpe door: Ton Rennings Décoruitvoering: Toneel: Belichting: Changementen: Produktie: Produktie- en regie-assistente: Jan Frenken en mannekoorleje Henk Verbunt, Anton Driessen en Tof Thomassen Ton Abbenbroek Fons Stijven Hans Ebus en Harrie Wolters Liesbeth Stoks Bewerking, teksten en regie: Huub Graus en Jan Huyskens MUZIEK Orkest: Piano: Algehele muzikale leiding: Jan Theelen-ensemble Naud Reyners Jan Hupperts 4
KORTE INHOUD VAN SCHINDERHANNES Het zijn slechte tijden voor de struikroversbende, die op het einde van de achttiende eeuw het land tussen Rijn en Maas onveilig maakt, omdat een echte leider ontbreekt. Ruzie en tegenstellingen zijn aan de orde van de dag. De keuze van de leider wordt overgelaten aan de heks Hiacinthe, die bij de bende een zekere reputatie geniet. Zij beslist dat haar zoon,, zondermeer voor het leiderschap in aanmerking komt. nu is verliefd op de dochter van Schwarze Peter, Florenske, maar hij ontvangt een botte weigering als hij Schwarze Peter, die de hospes van de rovers is, om de hand van zijn dochter vraagt. In wanhoop doet een beroep op de duivel om hulp. In ruil voor zijn ziel belooft deze Florenske te bezorgen, maar,,hij keert terug na zeven jaren" om met,,ter helle te varen". Als intussen Schwarze Peter ervaart dat hoofdman van de bende is geworden, schenkt hij hem Florenske,.spontaan" tot vrouw. Als de..zeven jaren zijn verstreken" duikt de duivel weer op om te halen, maar de heks heeft een list beraamd... en de duivel gaat met lege handen terug naar de hel.... Kont stoten ir(; samen eens broeherlyk aan... 5
6
116 JAAR SCHINDERHANNES (1864-1980) De invloed van het Franse toneel is in Maastricht en Roermond - de enige steden in Limburg met een theatertraditie in de 19e eeuw - groot geweest. Niet alleen werd het grootste deel van de opgevoerde werken in het Frans gespeeld (ook door de amateurs), maar ook werd het genre door de Franse opvattingen bepaald. Tot het meest geliefde genre dat gespeeld werd behoorde ongetwijfeld de,,vaudeville", het volkse blijspel met tussengevoegde liederen op bekende melodieën. Voor 't Franse repertoire werd uiteraard geput uit de talrijke bestaande vaudevilles en comedies, terwijl - na 't ontstaan van Momus te Maastricht in 1839 - aldaar regelmatig dialectstukken op het repertoire gaan verschijnen. De dialectstukken waren aanvankelijk niet oorspronkelijk, maar bewerkingen uit 't Frans, Duits of sporadisch uit 't Nederlands. Ze werden echter wel,,pasklaar" gemaakt voor het Maastrichtse publiek, onder bijvoeging van zang en muziek van bekende operamelodieën, doorspekt met Maastrichtse gezegden en toespelingen op plaatselijke toestanden, zodat ze een oorspronkelijk karakter kregen. Een paar jaar voordat Emile Seipgens zijn schrijft gaat in Maastricht (op 10 maart 1861) de première van een oorspronkelijk Maastrichts werk: Jonk bij jonk en auwt bij auwt, een opera-comique in twie akte, van de hand van G. D. Franquinet, met muziek van V. van Helden. Het staat vast dat er regelmatig kontakten waren tussen de Société Dramatique et Literaire de Ruremonde en de eveneens liberaal getinte Sociëteit Momus uit Maastricht, en vermoedelijk hebben deze kontakten ertoe geleid dat Seipgens ook eens zijn geluk met het zo succesvolle Maastrichtse genre wil proberen. In ieder geval ontstaat in 1864 de,," en wordt vanaf dat jaar 't dialect vaste prik op het repertoire van de Dramatique. De figuur van en zijn geschiedenis leende zich uitstekend voor een opera comique of te wel opera-bouffe, zoals zulk soort werken in Maastricht werden aangeduid. 7
Vermoedeli)k heeft Seipgens, die als bierbrouwer veel relaties in het Rijnland onderhield op zijn zakenreizen de wonderbaarlijkste verhalen horen vertellen over de beruchte en bewonderde struikrover Johannes Buckler, alias. Aan deze figuur ontleent Seipgens de naam en het milieu voor zijn opera-bouffe. Voorts heeft met de historische niets gemeen De schrijver neemt nog eens het Faustmotief te baat, om de duivel zelf ten tonele te kunnen voeren Deze neemt zich de vrijheid - wat kun je van een duivel anders verwachten - om bepaalde gebeurtenissen, aktualiteiten en personen in stad en ommelanden te hekelen of te prijzen In het jaar 1864 in een stadje, waar de tegenstellingen tussen liberalen en clericalen groeiden, een uitstekende gelegenheid om van je inzicht blijk te geven is in dat jaar vrijwel zeker in besloten kring voor de leden van de Societe Dramatique te Roermond opgevoerd, waarvoor hij 't ook uiteindelijk geschreven had De tekst zoals wij hem kennen uit een gedrukte uitgave van 1871 te Amsterdam, en die vrijwel zeker gelijk is aan de tekst van de oer-opvoering van 1864, staaft ons in deze opvatting De tekst en compositie vertoont duidelijk de sporen van haastwerk. Het is niet af De auteur neemt in de afbouw van de verwikkelingen in de tweede akte nauwelijks de moeite (en tijd) aandacht te besteden aan de verhouding -Florenske, en de finale van 't stuk is op z n zachtst gezegd heel erg mager. Eigenlijk geen werk voor de concenscieuze auteur Seipgens Vermoedelijk heeft op die besloten voorstelling de zustervereniging,,de Liedertafel " te Den Bosch kennisgemaakt met de, want volgens de Volksvriend van 23 dec 1864 is het stuk twee maal met den meesten bijval" door de Liedertafel aldaar opgevoerd Vandaar heeft het werkje ongetwijfeld de weg gevonden naar Amsterdam waar opvoeringen zijn gegeven door de Limburgse vereniging Limburgia, hetgeen de druk van 1871 verklaart Hoe 't ook ZIJ op 2e Kerstdag 1865 volgt een voorstelling - wederom in besloten kring - voor de leden van de Groote Sociëteit, waarna op zaterdag 30 december 1865 het Roermondse publiek voor 't eerst met kan kennismaken, dank zij de traditionele jaarlijkse voorstelling door de Sociëteit voor de Armen m de zaal van L van Weustenraad in de Swalmerstraat. De tekst is - afgezien van de duivel die A B spreekt - in dialekt. De voor de hand liggende reden dat de teksten van de duivel in 8
het A.B. zi)n gesteld is gelegen in de omstandigheid dat de duivel allerlei aktuele gebeurtenissen, politieke, godsdienstige of maatschappelijke verwikkelingen op de korrel neemt, en deze teksten moesten ook door talrijke,,hollanders" in de stad goed verstaan en begrepen worden. De roep, die ongetwijfeld van de besloten voorstelling in de Groote Sociëteit IS uitgegaan heeft er toe geleid dat - zoals de Volksvriend van 30 december 1865 weet te melden -,,de lokalen stampvol bezet waren, zoodat, ter gelegenheid van beide vertooningen, het in den wezenlijken zin des woords aan ruimte ontbrak". Zoals te doen gebruikelijk worden er m die dagen - noch op programma's, noch in recensies m de kranten - de namen van de schrijver, de componist en de acteurs vermeld. Volstaan wordt met aan te geven,,eenige beeren kunstminnaars". Het toeval komt ons in deze te hulp Bij de voorbeschouwing van de opvoering van door de Schmookers in 1912 geeft Limburgsch Belang van 12 oktober 1912 een kort overzicht van het ontstaan van deze opera-komiek. Aangenomen moet worden dat zij beschikt of althans toegang heeft tot het archief van de oude Société Dramatique, want zij weet te melden dat op muziek is gezet door de Roermondenaar J. Jung, die overigens in 1872 een nieuw gezelschap in Roermond zou oprichten:,,les Amateurs". Ook de oorspronkelijke bezetting van de opvoering in 1865 weet ZIJ te melden: - Jos Verscheure Florenske - Rob Routs Duivel - Felix Routs Sr. Hiacinthe - Jean Pieters Schwarze Peter - Jos Stienen Koor der Rovers - Leden van de Sociëteit Allegretto. Op 5 mei 1867 volgt reeds een heropvoering van,,". De rolbezetting bij de opvoeringen van 1874 was als volgt gewijzigd: : Oscar Bonhomme; Florenske: Gerard Rietjens; Duivel: Frans Routs; Schwarze Peter: Laurent Routs en de Heks: Henri Timmermans. 9
heeft vele jaren het repertoire gesierd van de Société Dramatique, die het werk ook buiten Roermond opvoerde, zoals in 1890 voor de Sociëteit Momus te Maastricht. Na 1898 wordt het stil rond de oude Société. Er is ook een verklaring voor. In dat jaar namelijk richten een aantal leden van de Société Dramatique een nieuwe vereniging op De 10 Schmookers", die in feite het repertoire van de Société - overwegend kluchtige eenakters m Roermonds dialekt - overneemt De traditie van de Schmderhannes-opvoenngen wordt dan ook in 1905 voortgezet door de in 1888 opgerichte Roermondse Zang- en Muziekvereniging met opvoeringen op 5 en 6 november in de zaal van de Harmonie aan de Hamstraat Overigens herleeft de oude Société plotseling in 1909. Een aankondiging in de Nieuwe Koerier van 10 april 1909 vermeldt uitdrukkelijk dat de Societe Dramatique van Roermond - opgericht 1835 - op zondag 25 april 1909 een opvoering zal geven van " - opera-bouffe in 2 akten van Emile Seipgens. Roermond", aldus de Nieuwe Koerier van 27 april 1909,,,heeft weer zijn oude kunnen zien. Men had nog de herinnering bewaard aan de dagen van weleer, toen deze opera-bouffe het successtuk was van het repertoire van de Dramatique Als een stukje geschiedenis van het oude Roermond leefde dat alles voort en werd overgeleverd aan volgende geslachten Nu moest heel Roermond dan ook Zijn zien. De harmoniezaal, waar ieder zijn klein plaatsje toegemeten kreeg, was geheel bezet Dagen te voren was reeds een tweede opvoering noodzakelijk gebleken om onze ingezetenen niet teleur te stellen. De S D had een dankbaar publiek, dat haar een enorm succes bezorgde Bi hun verschijnen reeds viel aan de oude acteurs een uitbundig applaus ten deel Een bijzonder succes had Mej M R, die als Florenske optrad". De hoofdrollen werden - blijkens een voorbespreking - gespeeld door Felix Routs, Laurent Routs, Henri Timmermans, Oscar Claus en Mej Mia Routs. De recensie besluit alsvolgt,,we hopen dat de herleefde Dramatique thans niet opnieuw op hare lauweren gaat rusten, al heeft ZIJ er nog zoveel behaald". 10
Tableau de la troupe 1939 11
Op 13 oktober 1912 geven De Schmookers - met welwillende toestemming van het Dramatisch Gezelschap, zoals de annonce vermeldt - een opvoering van in vrijwel dezelfde bezetting van 1909 Limburgsch Belang zegt over de opvoering ondermeer het volgende De types en de costumes waren vrijwel dezelfde gebleven; deze zouden ook moeilijk te verbeteren zijn, de personen hadden echter gewisseld Een jonger geslacht verscheen op de planken De oude Belzebub heeft plaats gemaakt voor den jongen en het mag wel als een bijzonderheid worden vermeld, dat het een echt familielid van den ouden was en deze zijn oom en zijn vader alle eer aandeed Het was een duivel van de echte soort" De begeleiding verzorgt het Roermondsch Salon Orkest o 1 v. J Drijkoningen In december 1916 is het weer de beurt aan de Societe Dramatique Het andermaal optreden onder de oude naam met twee voorstellingen van -,,het klassieke stuk der Société Dramatique" - heeft ongetwijfeld een bijzondere reden De recensie vermeldt, Den Veteraan der Dramatique die eer de rol van Schwarze Peter vervulde (Laurent Routs) werden onder luid applaus eenige kransen aangeboden " Verdere opvoeringen van worden in de twintiger jaren - met de familie Routs als belangrijkste leverancier voor de hoofdrollen - gespeeld door Pierre Lommen (), Leentje Cleef (Florenske) en Harry Jeurissen (de duivel) De eerste uitvoering na de oorlog vindt plaats op 26 augustus 1950 en wel in de tuin van het Harmonie-paviljoen, en wordt daarmee de eerste opvoering van de in de openlucht Een aktie voor het Instrumentenfonds van de Kon Harmonie is aanleiding tot een zevental voorstellingen van de in de tuin van de Harmonie in de zomer van 1954 De bezetting is geheel verjongd Van de oude garde speelt alleen nog Pierre Lommen (Schwarze Peter) mee De overige bezetting bestaat uit Wullem Allers (), Paula Tulfer (Florenske), Tome van Bergen (duivel) en Frans Thijssen (heks) De muzikale leiding berust bij Theo Reynaerdts de regie voert Dnek Raedemaekers Om het slot van de eerste akte aantrekkelijker te maken én ook om het geheel wat meer tijdsduur te geven voegt 12
Driek Rademaekers er in 1950 de inmiddels bekend geworden C'est L'atnour" aan toe. Overigens een geheel orginele vondst van de regisseur was het niet. De muziek van de,,saltimbanques" was reeds in 1906 gebruikt door Harry Flowerson (pseudoniem van Harrie Bloemen en Guillaume Maxiem (Max Guillaume) voor hun operette..sempre Crescendo", gecomponeerd bij gelegenheid van het 12^-jarig voorzitterschap van Jhr. van Aefferden van de Kon. Harmonie op 29 en 30 december 1906. En ook het refrein voor het koor doet wat de tekst betreft heel bekend aan: Harmonie: is de schpil wo hiej alles om drejt, Harmonie: blief oos wachwaord in leef en in leid. Harmonie: hilt in vriindjschap hiej alles bie-ein. Harmonie: is en blief hiej bie os nommer ein. Veertien jaar lang moet Roermond vervolgens wachten op nieuwe opvoeringen van. Bij gelegenheid van het afscheid van Réné Höppener als burgemeester van Roermond vinden op initiatief van het Kon. Roermonds Mannenkoor op 26, 27 en 28 juli 1968 opvoeringen van plaats op de zonneweide te Hattem. Ook nu is de bezetting wederom geheel verjongd: Mathieu Mooren speelt ; Annie van Ooteghem-Sijbers is Florenske; haar man Ben van Ooteghem de duuvel; Lambert Zwanenberg Schwarze Peter en de heks komt in handen te liggen van een kleinzoon van de heks uit vroegere roemruchte jaren: Henri Timmermans. De regie voert Rein Creemers. De algemene muzikale leiding ligt in handen van Jan Hupperts, dirigent van het Kon. Roermonds Mannenkoor, terwijl Theo Reynaerdts het orgel bespeelt. Met de opvoeringen van 1975 wordt een lange traditie in Roermond voortgezet, al blijkt uit de historie nergens dat het een traditie van zeven jaren dient te zijn... al zingt de duivel ook: Ik kom hier terug na zeven jaren... Over het aantal opvoeringen van kan men slechts gissingen maken. Ik weet niet hoe publikaties in de pers in het jaar 1968 aan totaal ruim 250 opvoeringen komen. Als we stellen dat inde 116 jaar sinds het ontstaan van er in totaal rond 125 gegeven zijn, zitten we er - dunkt me - dichter bij... Maar ja, het is de geest die levend maakt... Aldus Harrie Schillings bewerker en regisseur opvoering 1975. 13
De betekenis van de,," ligt niet in het werk zelf, maar in datgene wat het in de Roermondse samenleving losmaakt aan nostalgie en traditie. In de tijdspanne van ± 7 jaar, groeit steeds weer de behoefte " te beleven. Bij de bewerking voor de uitvoeringen van 1980 is het bovenstaande ons uitgangspunt geweest. Seipgens zal nooit vermoed hebben dat zijn haastig geschreven werk uit 1864 zo'n lang leven beschoren was. Bij de bestudering van de oorspronkelijke teksten verbaasde ons de vaak onverwachte en onlogisch elkaar opvolgende taferelen. Een probleemstelling, karakterontwikkeling en onderlinge relaties van de hoofdfiguren waren nauwelijks te ontdekken. Ook de gekozen melodieën en tussenspelen sluiten vaak niet aan bij de inhoud van de teksten. Toch realiseerden wij ons dat het hier ging om een opera-bouffe".,,een persiflage op de echte klassieke opera". Het,,opera-bouffe-idee" en de gegroeide tradities hebben wij gehandhaafd en zelfs versterkt. Om het voor de toeschouwer anno 1980,,,zonder voorkennis" mogelijk te maken de ontwikkelingen op het toneel te volgen hebben wij gesproken dialogen toegevoegd. Deze dialogen moeten duidelijkheid brengen in de problemen, de oplossingen, het tijdsbeeld en de onderlinge relaties. Gelijktijdig met het verhaal is ook de muziek opnieuw geordend en gearrangeerd en in een nieuwe partituur vastgelegd, in opdracht van het Koninklijk Roermonds Mannenkoor. De resultaten van de muziekbewerkers Jan Hupperts en Jan Theelen kunt U beluisteren op een dubbel-elpee die gelijktijdig met de life-uitvoeringen zal verschijnen. Geheel in de lijn van onze opvattingen over,, 1980" zijn dekor, belichtingen kostumering gekozen. Wij hopen dat de totale restauratie van dit werk een hernieuwde aanzet zal zijn voor de jeugd om ook in volgende generaties de -traditie voort te zetten. Roermond, mei 1980 Huub Graus Jan Huyskens 1^
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^^^^^^^^^^^^^^^^^^ ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ I^EH^ ^^Pl Tableau de la troupe 1968 15
16 Emile Seipgen» (1837 1896)
EMILE SEIPGENS (Roermond 1837 Leiden 1896) Emile Anton Hubert Seipgens v.erd op 16 augustus 1837 te Roermond geboren als zoon van Hendrik Seipgens die in de Jezuietenstraat een bierbrouwerij exploiteerde, en van de uit Heumen afkomstige brouw ersdochter Theresia van den Broek Door zijn ouders voor de geestelijke staat bestemd studeerde hij aan het Bisschoppelijk College te Roermond en vervolgens te Rolduc Na een jaar verlaat hij Rolduc en wil vervolgens een academische opleiding m letteren en wijsbegeerte gaan volgen Zijn vader is echter he\ig gekant tegen Emiles plannen en beslist dat hij tot notaris zal worden opgeleid Op het kantoor van notaris Guillon geplaatst om praktische ervaring op te doen blijkt al snel dat Emile ook niets voor een notariaat voelt Zijn vader neemt hem dan maar bij zich in het bedrijf Emile op 17-jarige leeftijd begonnen met dichten is inmiddels lid geworden van het letterkundig genootschap De Lelie", die m 1858 een bundel publiceert waarin ook werk van Seipgens is opgenomen Ook IS hij inmiddels lid geworden van de Societe Dramatique et Literaire de Ruremonde opgericht in 1835 Het is voor deze Societe dat hij zijn eerste stukken schrijft (1864), Eine Franse Kreegsgevangene (I87I) en De letste schlaag of Vrije Verkiezingen in Limburg (1872), benevens een aantal kluchtige eenakters In 1874 gaat hij op zeven en dertigjarige leeftijd (hij is dan inmiddels vader van vier kinderen) aan de universiteit van Gottingen Duitse taal en letteren studeren Na een jaar reeds is hij zo ver dat hij met goed gevolg het Nederlands examen Duits M O kan afleggen Hij wordt vervolgens leraar te Zutphen en Leiden (1883), waar hij tot zijn dood m functie zal blijven (1896) Behalve de genoemde werken voor de Société publiceerde Seipgens schetsen en novellen in verschillende Nederlandse bladen en tijdschriften (De Gids de Almanak van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen de Kunstkroniek de Amsterdammer e a ) en schrijft voor het grote toneel De Watermolen aan de Vlierbeek (1875), Philips van Artevelde (1875), Rooie Hannes (1888) 17
Voorts verschenen van zijn hand De kapelaan van Bardelo (1880); Uit Limburg, novellen en schetsen (1881); In en om het kleine stadje, Limburgse schetsen en novellen (1887); Langs Maas en Geul (1890); 'jean - 't Stumke-Hawioe-ho (1893); Een wilde Rozenkrans (1894); en het posthuum verschenen Daniël (1897). Seipgens. een productieve schrijver, wiens werk literair gezien op een goed. vaak zelfs op een hoog peil staat, is tot op heden in zijn geboortestad weinig geëerd IX Tableau de la troupe 1876
Oci/nJer/; anms EERSTE BEDRIEF No. 1 INTRODUKSIE en KOOR van RUIVERS 1 Amis, la matinee est belle! Mer euveral is sjlechten tied. Veer motte rouve, maorde, sjtaele Want neemes guf ein duit krediet. Duks geine cent meer op de tes. Nieks óm of aan 't lief. Het beervaat laeg, nieks in de fles. Half it me zich mer sjtief En daobiej belasting veur inkóms en bedrief. (bis) Mer zo kan det neet langer blieve, Ein eerder sjteult veur zich allein. Veer motte ós neet langer kieve En keeze ein Kapitein, En dae det waerd, dae haet pordju. Ein heel grote eer! Dae guf aan ós sjarmante luuj Ei vaat lager beer. Dan drinke veer nog ins lekker mit plezeer. (bis) Schwarze Peter Sjoon gezönge - werkelijk sjoon! En precies wiet geer zèk, Sjlechte tied, nieks op de tes - nieks om of aan 't lief Maar here, det höb geer aan uch zellef te wiete. Waat hiej ontbrik is eine sjterkc handj, Eine klaore kop, eine man mit couraasj!
Ruiverin Anoesjka Bravo Peter, Zêk ze maar ins de waorheid. Veer vrouwe kinne zorge det nog get op taofel kump, Veer zeen 't die zorge veur oos erm bleutjes van kienjer. Zo mager wie brood zeen ze en nieks aan de vet. Ze höbbe nog gein kleijer öm vanaovend mit te doon... En waat doon die lapsjwens, det sjtelke ongewasse bataviere, nieks angers es wazele euver vreuger, Grauw moppe verteile - en zoepe bei dich in de kroeg. Schwarze Peter Ho, ho dame. Mien etablissement is gein kroeg. Maar eine herberg. Ich weit, 't haedt baeter tieje gekind En nobeler volk euver de vloer gehad. Maar ein kroeg is 't nog lang neet. Geer waert door mich en mien dochter Florenske Altied keurig bedeend. Trouwes es ich bekiek waat hiej nog op de lat sjteit, kös ich auch Hanze-bank" baove de deur zitte. Ruiverin Natasja Gaef ze nieks meer Peter, dan gaon ze waal aan 't werk, Waat waas det vreuger toch sjoon, zónne echte aajerwetse roufeuverval bie ein of angere rieke sjtinkerd. Da o waerde gesjaote en gevochte en taege de morge kwame ze mit ein flinke buit nao hoes. Ruivcr Den Dauve Of neet natuurlijk, dao zeen ruivers genóg. die nooit meer toes zeen gekómme. Die zeen gekrepeerd in 't kasjot, of opgehange. Of dao, wie Sjaele Nelis, veur 't laeve kreupel gesjlage. Vertel ze maar ins Nelis, waat de here van 't gerech zich allemaol laote invalle om eine aan 't kalle te kriege. 20
Ruiver Sjaelc Nelis Ich hob ze heure janke van de pien, as ze de doemsjroeve aandreide Ich hob ze heure baeje en vlooke op de pienbank. Mich hjbbe ze alle robbe en knaok gebraoke, en b'c gebrek aan bewies weer laote loupe. Vcur niich hoof 't neet meer, maar as geer weer ins op paad gaot jónges, bedink dan good, waat geer doot. Zorg op de eerste plaats veur eine leider, prec.cs \.ie Peter zaet ein sjterke hand), c nc i laore kop, eine man mit couraas/ Schwarze Peter Here ruivers, moog ich cm moment sjtilte, V/iet geer heurt is auch Nelis van meining, dat hie cm sjtèrk figuur ontbrik Zól 't neet meugelik zeen om oet os midde. Eine man te keeze, dae dees hoogsbeiangrieke funksie geit bekleijc? Ruivcrin Natasja Es 't maar eine knappe, flinke bink is' Eine WO-se ins taegenaan kins leune. Ruiverin Anoesjka Och het weer; Wo dèt al neet aan dink,,eine flinke bink wo-se ins taegcn aan kins leune" Mösse die aaj doos heure. Schwarze Peter Dames, dames, gein herrie Eine houfman keeze is,,mannersache". Haajt geer d'r uch estebleef boete. Volges mich is hiej eine man, dae genóg postuur haet Veur dees funktie Geer kint Janos) es eine man van sjtaol, Dae väöl ervaring haet in 't berouve van aafgelaege boerderieje, aafgezeen daovan is hae vriegezei en sjpeelt viool. 21
Ruiver Rooje Driek Volges mich waas hae uaal fout m de oorlog Waat zes-ze, Wiezo??? Ruiver Janosj Ruiver Rooje Driek Doe hats wie ich hob heure zegge, Twee duitse herders Schwarze Peter Of waat te dinke van oze grote vrundj Bair van Rolduc. De grótste intellectueel van de bende. Eine man mit kopsje kopsje In ziene jonge tied sjtudeerde hae op Rolduc veur keplaon en wie geer allemaol wet- Kan hae de pien aafbaeje Hae haet uch allemaol sjtok veur sjtok van ein of anger lichamelijk mankement aafgeholpe Brandjwonje, koppien, tandjpien en pien in de rok, haet t'r uch aafgebaejd Ruiverin Natasja Jao, en mich haet t'r de ganse beurs laeggetouverd. Nieks t'r van hae is good es medecienman, maar neet es houfman No 2 Rooje Driek Ich weit waat veer motte beginne- Laot ós nao Hiacinthe toe gaon Die heks zal det draodje waal sjpinne En eine toet opperhuit sjlaon Dae os altied wies wo to braeke En ós mit couraas] geit veuraan Kóm laot ós die heks noe gaon sjpraeke, Mer zeet precies kump zie dao aan 22
3 Koor van ruivers Strooien hoed (bis) van zeve cente (bis) Strooien hoed (bis) van zeve cente Die staat zo goed 4 RoDJe Driek Veer wisten neet waat te beginne Veer meinde nao uch toe te gaon, Det geer waal det draodje zolt sjpinne En eine toet opperhuit sjlaon Dae os altied wies %o te braeke En ós mit couraas] geit veuraan Veer meinde uch pront te gaon Sjpraeke Precies kw.aamt geer toen dao her aan (bis) SOLO 5 Hiacinthe Geer zeet ein truupke om te regere' Och dao kruuts me zich waal van Mer wil ich uch de waorheid lere? Bie uch is neet de waore man. Wilt geer serjeus eine kapitein' Dan zegk mich jao, of zegk mich nein' Jao, jao, jao, enz Koor van ruivers Hiacinthe Dan gaon ich uch Schmderhannes haole Zeet sekuur, dae kint de sjmik Dan kont geer uch neet meer verdaole, En krieg geer aldaag krinte-mik Ein ballotaas] is neet vandoon, Es ich uch zegk 't is miene zoon Koor van ruivers Nae, nae, nae, nae, enz
No 6 Schwarze Peter Waat heur ich hob geer eine zoon? Eine zekere '' Nooit van geheurd Nooit van geheurd Koor van ruivers Hiacinthe Hae IS al )aore op t Duits, bie de bende van Gladbach Aaf en toe kump hae, midde in de nach nao mich, zien aaj moder Dan sjleup t'r soms tuee daag aan ein sjtok Soms sjwurf hae ein paar daag hiej rondj. Wo der es kiend] gesjpeeld haet Maar aeve geruusloos es hae kump, Is t'r auch weer vertrokke Schwarze Peter En zol dae zoon van uch genaege zeen. De leiding van dit gezelsjap op zieh te naeme' Hiacinthe Es ich hem det vraog, duit t'r det De lètste keer det ich hem zoog, Leet hae al doorsjemere det hae terok wol komme Ich geluif det t'r ein vrouw in 't sjpel is Zo gauw hae weer opduuk gaef ich uch dit teike Schwarze Peter Leef Hiacinthe, geer hob os enorm geholpe Mit eure zoon es houfman hobbe dees luuj weer toekoms Florenske, maak de pot ins vol Veer hobbe get te viere. Koor van ruivers en solo Noe zinge veer noe dnnke veer, noe laote veer, 't hem litse Make ónsjoldig get laege óngerein, Al sjlaon veer auch vanaovend eine sjtool of zeve klein. Veer zolle waal betale dan blieve veer biej-ein! 24
Den Dauvc El glaeske beer Geer ruivcrs m koor Remunjsen drank Dae laot ós mer drinke El good glaas wien Is auch gel sjlech voor Mer ei good glaas beer Det geit d'r mit door Koor Ei glaeske beer Veer ruivers in koor Remunsjen drank Dae laot ós mer drinke Ei good glaas wien Is auch gei sjlech voor Zeet, z'n ulaas beer, det löp zo zaag na o binre, Det duit alticd mie buukske jao zo good; En 13 't laeg, waem leet het neet ins winne^ 't Water Ijp waal weg, mer 't beer geit in 't blood. El glaeske beer, enz. No 7 Florenske Och waat veul ich toch hiebinne Och waat drök mien hertje weer Waat mos ich toch gaon beginne Zoog ich hem ins nooit neet meer? ch Kos al doks zo get verweije 'ch Zoog het waal zo euver 'n zie). Mit hem nog get op te dreije Zoot d'r zich op ziene knie; Och Heer, och Heer, Zoog ich hem ins neet meer' Dan kan ich neet langer laeve, Kreeg ich mienen Hannes neet, 'ch Mót aan hem mien hertje gaeve Angers sjterf ich van verdreet. No 8 Doe bös, 't bleumke van 't land) Det geit mich neet d'r naeve, Daoveur wil ich mien zeel in pand) Aan hèl en duuvel gaeve' n en uigskes fiikk're wie mie Z)waerd, Doe bos mich hèl en hemel waerd! 25
No. 9 DUO Florenske Mer mie vader wet 't neet Waat noe te beginne? Leever eer ich dich verleet Ging ich van mien zinne. Mer det kan jao niks make. Es d'r auch ins keef, Ich zal dich nooit verzake Doe bös mich väöl te leef! Florenske Och dao kump mie vader haer, Waat geit noe passeere? Hae is auch nog geine baer, 'ch Zal 'm waal mores leere No. 10 TRIO Schwarze Peter, zègk mich gauw Wie 't mit oos vriejazje sjeit! Schwarze Peter Nooit kriegs doe mien kiendj toet vrouw, Zuug, noe höbse mien besjeid Wètse 't noe? Want get al te min bös doe! Florenske Vaderleef, Gaeft hem mich toch estebleef! 26
'ch Had ze toch zo geer gehad, Zègk, waat höbs doe taege mich? Schwarze Peter Doe bös mich get al te plat En de hoesje faele dich. Det zègk ich, Jao de hoesje faele dich. Florenskc Vaderleef, Gaeft hem mich toch estebleef! Alle laege op ein inj, Dien Florenske sjafs doe mich! Schwarze Peter Es ich auch d'n dood hiej vinj, Det is geine kos veur dich! Det is good! Det betaals doe mit dien blood! Vaderleef, Florenske Gaeft hem mich toch estebleef! No. 11 SOLO Schwarze Peter Doe geis mit nao hoes toe En leets mich dae kaerel loupe. Doe geis mit nao hoes toe En kieks hem neet meer aan. 27
IZ /\K1/A Nae det is ongepermieteerd Mich mit afronte aaf te wieze, Mer dao weurd hem noch ins geleerd Det d'r te doon haet mit eine vieze; 't Bès IS, ich maak noe neet vaol kal En in de plaats van hem te worge, Zjwaer ich det ich op eedre val Mit haor nao Gladbach toe zal sjorge Mer veur zo'n importante daod Dao bringk de nach ós altied raod 13 Belzebub Zoekt gi) de duivel, dat ben ik Ik ben vandaag zo in mijn schik Ik ben eens gauw de hel ontvlucht, Pouah' ik zweette daar geducht..?? 7 Maar Hannes heb ik 't liefst van al... Hem knjg ik stellig in de val En zeker raakt hij mi) niet kwijt Voordat hij in de appel bijt... H DUO Belzebub Vous qui reposez sur cette froide pierre Eveillez vous' Qui trouble mon sommeip Comment, c'est vous compère? Comment vous portez-vous? Belzebub Wie des-te zuus, mager en gezóndj Zegk mich ins gauw waat kums ste doon?
Beizebub Ik kom U mijn hulpe bieden. Op konditie als 't U blieft Ik kan elk geheim bespieden, Waarde vriend ge zijt verliefd. Gi mocht aan elkaar behagen BIJ Florence is alles klaar Gij gingt straks het jawoord vragen Maar papa maakt groot misbaar! Is 't met waar' Belzebub Ja, 't is waar Haar papa maakt groot misbaar' Belzebub Laat mi] nu die zaak eens drijven. Ziet, dat valt in mijne stiel Wilt Uw naam hieronder schrijven, GIJ verkoopt mij lijf en ziel Ik zal U Florenske geven. Maar 'k haal U na zeven jaar. Zolang moogt ge blijven leven Dan is alles kant en klaar. Is dat waar' Is dan alles kant en klaar? Belzebub Ja, 't is waar' Dan is alles kant en klaar! No. 16 Ich hob mich ongersjreeve, Mer bring nao zeve jaor. Door in Florenske mich te verleeve Mie lief en zeel in groot gevaor 29
Beizebub Ik kom hier terug na zeven jaren, Dan moet gi) met mij ter helle varen Belzebub en Schindcrhanncs En nu adieu houdt u steeds wel, ik weerkom gii mii,,, Als, moet, met naar de hel gi] weerkomt ik u No 17 Hiacinthe Doe priej waar hobse noe gedaon" Ich mos dich op die wames s)laon! Dae zjwarte kolt dich woos doe sjteis En kump dich aan dien zeel en vleis (bis) Ich had dich auch det kiendj gebrach, Hads doe et mich mer eer gezach, Mer wach ich haol ze dich nog vaort Dao-op gaef ich mien heksewaord (bis) Ich weet eine ruiverstroep biej-ein, Daovan is Peter kastelein, Ich maak dich kapitein daovan Zodet dr 't dich neet weigere kan (bis) En kump d n duvel hiej terok, Dan jeuk hem lang nog ziene rok Es hae kump vraoge nao dien zeel Dan veult d'r miene bessemsjteel Es hae kump vraoge nao dien zeel Dan houw ich hem eine sent diek zjweel No 18 Of ich v.il of neet ich zal 't motte doon Ruivershuitman pas bie heksezoon 't Sjoonste waat ich wins. waerd dan auch volbrach, Want Fiorenske kump dan in mien mach, Waat ich wil of wins kan ich dan voldoon, Ruivershuitman pas biej heksezoon 30
No. 19 No. 20 No. 21 KOOR Ruivers Veer zeen noe hiej biej-ein Wo is oze kapitein? Gaef ós naat eet 't vaat, van de kastelein! Laot ós noe ins lekker drinke En op zien gezondjheid klinke, Veur 't eerst hiej biej-ein, mit de kapitein. SOLO Hiacinthe Ich wil uch hiej bie mienen Hannes bringe, Zeet euvertuug, hae duit zien zakes good, Zeet euvertuu, hae duit zien zakes good, Numt uch in ach, hem veur ziene kop te sjpringe, Hae IS neet mak, hae is mien vleis en blood Ich hob hem zelf zien borgersjool gegaeve. Halt hem noe auch, altied in eer' Ich, zie mama, waak euver zie laeve: Doot geer hem get, dan doen ich uch nog meer! Heurt hiej, heurt hiej, ich verklaor mich bereid, Van jóngs-aaf-aan door de miense versjtoote. Zal noe mienen erm haore sjnk nog vergroote, Dae wo-d'r kan haor mit sjoevermg sjleit! Geer hoof noe niks meer te begaere, Ich zal uch wieze wódet geer mót gaon Heurt mienen eid ich zal 't uch zjwaere, Uch toet den dood biej te sjtaon,,heur Belzebub, heur deez waord mich hiej sjpraeke, Eer ich mie waord aan de bende zal braeke, Sjleip mich dan vaort mit de haore van kant) En sjorg mich deep in de hèl, in 't ergs van de brandj!' No. 22 KOOR Ruivers Hoera! Hij leve lang! Hiep Hiep Hiep, Hoera! 31
No. 23 Schwarze Peter Kapitein, had ich 't mer gewete. Ich had uch dan vaort mie kiendj gebrach. Ich had uch zoväöl auch neet verwete, En die graovigheid auch neet gezach. Laot ós same, bheve laeve, Want veur uch vergeet ich gaer mie blood, Och geer mót 't mich vergaeve Want ich mein 't toch zo good. No. 24 DUO Mädel rück, rück, rück an meine grüne Seite Ich hab' dich gar so gern Und mag dich leiden. Florenske Ich had dich auch so gern Wirst bei mir bleiben No. 25 KOOR (Ruivers) Noe höbbe veer eine kapitein, Gekaoze sinds zo-aeve, Haolt noe flambouwe, groot en klein Laot ÓS hem allemaol bie-ein Ein serenaad gaon gaeve! No. 26 Dans van duuvelkcs No. 27 Duuvel Als ik eens de hei uitkom, Dan heb ik nog goede dagen 'k Spook dan over 't aardrijk rond. Tracht de mensen wat te plagen, 'k Neem dan alle list te baat En verheug mij in 't kwaad.??? 32
No. 28 Koor Noe des te bos gekaoze Kriegs toe ein serenaad, Doe hobs ós aan de haoze Veer komme aan die naat! Gaef ei glaeske lekker wit, Gaef ei glaeske lekker rood Wo det vuur en pit in zit En ós geit in 't blood! Gaef ei glaeske lekker wit Gaef ei glaeske lekker rood Gaef ei glaeske lekker, lekker, lekker, lekker rood! No 29 t/m 34 Toegevoegd in 1950 door Dnek Rademaekers No 29 No. 30 Wien kint geer kriege, Wien wit en rood Van de herkóms zal ich mer zjwiege Mer sjmake zal hae uch aeve good. Viert mit mich broelof Toet 't morgerood! Laot sjónk en flaaj uch sjmake En aet en dans allemaol mer ins good. Dans van de ruiverinne Tijdens deze dans,,huwelijksinzegening" door Baer \an Rolduc Rui ver Baer van Rolduc,,Quod ergo Deus conjunxit homo non separet" Waat oos-leef-heer verbönje haet, zit veur eeuwig vas. Leef broedspaar, mit dees waort wil ich uch veur eeuwig verbinje es man en vrouw in gooie en sjlechte tied 33
in nekdom en ermooi, bie gezondjheit en krankheid Florcnske, nums doe toet diene man en bhef-se hem veur eeuwig troe?, nums doe Florenske toet dien vrouw en zal-se good veur hem zorge' Leef Hiacinthe, jank maar neet. Geer hob gerne zoon verlaore maar ein dochter d'r bie gekrege en veer haope det eur naogesjlach aeve talnek zal zeen wie de knien in 't veldj en de neut aan de buim En laot'ich dees plechtige ceremonie besjloete mit de biebelse sjpreuk VINUM-PANUM!......AAN 'M' Ruivers No. 31 Waat kan t sjoonder gaeve Es veer es man en vrouw Aan dich beheurt mie laeve, Ich blief dich altijd troew De pries veur dich gegaeve Is neet de meujte waerd Mien hert mien zeel, mie laeve, Veur dich de ganse aerd' No 32 Koor - Ruivers C'est l'amour" des de sjpil wo hiej alles om dreijt,. C est lamour ' zeen de waord die ein eder versjteit,,c'est l'amour" blief besjtaon toet de waereld vergeit..c'est l'amour" die Florenske en Hannes vereint. 34
No. 33 Florenske No. 34 't Gelök is mich besjaore Det ich dich hob es man, Ich haop nog heel vaol jaore Det ich dich minne kan En komme soms de zorge Es sjaduw óm oos erf Dan veul ich mich gebórge In diene sjterken erm. Koor - Ruivers,,C'est l'amour" des de sjpil wo hie; alles om dreijt, C'est l'amour" zeen de waord die ein eder versjteit,,c'est l'amour" blief besjtaon toet de waereld vergeit,,c'est l'amour" die Florenske en Hannes vereint. No. 35 Hiacinthc Och... kóm mien kienjerkes, Kóm mien kienjerkes, kóm, Det duit mich good vandaag! Ich waer nog grootmama INJ EERSTE AKTE 35
IA Opvoering 1968
TWEEDE BEDRIEF (zeve jaor later) OUVERTURE Noe help mich ins. Ruiverin Anoesjka Wo mit? Ruivcr Den Dauve Ruiverin Anoesjka Mit prakkezere! Octaefke, de zoon van waerd morge zeve en veer höbbe nog altied gein kedoo. Ruiver Sjaelc Nelis Waerd dae al zeve, vvo geit de tied haer? Ruiverin Natasja Veer höbbe hem altied sjoon sjpulle gegaeve: Eine sabel, ein windjbuks en wie dr zès waerde, eine ponnie. Ruiver Rooje Driek De zoon van oze kapitein mot auch sjoon sjpulle höbbe, dae kinne veer neet de eerste de beste pèngel in de henj duuje. Mer waat det menke dit jaor mot kriege, weit ich auch neet, 37
No. 1 Ruivcr Bacr van Rolduc Kyrie eleison, Heer, wo mot det haer? Ein kedootje veur ein kiend) van zeve IS al ein probleem. Det kump door de riekdom. Geer gaef oet eur beurs, mer neet oei eur hert. Oorlogstuug m plaats van sjtichtelijke lectuur. Sodom en Gemorra, ich ruuk 't onheil. Schwarze Peter Waat ruuk oze pater noe weer? Ruiverin Natasja Och Peter, laot dae kwakzalver maar. Hae IS bang det hae gct mot bieligke veur de kedoo van diene kleinzoon Schwarze Peter Dan gaef ich 't döbbele, Estebleef 25 piek van Opa, koup hem maar get duurs. En geer )onges krieg al eine pils op verdach, Koor ruivers en ruiverinne Dao kump d'r, (bis) griep gauw nao lans en zjwaerd, Dao kump d'r, (bis) dao kump d'r haer te paerdl Schwarze Peter Mer hae haet weer get m zien huit Want zeet ins waat er triestig duit! Koor Dao kump d'r, (bis) dao kump d'r haer te paerd! No, 2 DUO Schwarze Peter Waat höbs ste weer in diene kop. Kóm leever ins mit klinke! 38
Ich kan 't neet, ich krieg 't neet op BHef geer mer sjtilkes drinke. Doe wets waal, waat mich triestig maak. Schwarze Peter Preuf mer ins wie det beerke sjmaak! Kóm lostig op, zit 't oet diene kop En laot ós same drinke! No. 3 Koor Le vin, l'amour. Ie vin, Tamour, les belles; Voila, voila, voilè nos seuls piaisirs (bis). No. 4 Kóm jonges noe raapt uch ins gauw weer bio-ein En gaot mer get traeje en laot mich allein Geer wèt ich bevin; mich in 't grootste gevaor. Want noe zeen versjtreeke die zeve gooj jaor Ich mót mich bedinke waat det ich gaon doon, Mer zeet geer de Heks, sjik ze bie häöre zoon Noe gaot auch micn kienjer en doot ins eur bès, Mesjien zeet geer hiej veur 't lès Mer kol ich den duuvel, ónthaaj 't dan maar Dan hob geer vriej drinke, daoveur aan de baar. No. 5 No. 6 Koor Laot ós oetgaon óm te sjtaele Want oos geld) vermindert braaf! Om ós neet lang te vervaele Sjtruipe veer de boere aal. Allemaol larie. En angers nieks! SOLO Nae det is neet óm te besjrieve, Van angs sjleit mien hert wie ein trom. 39
D'r duuvel zal neet lang meer blieve, Verdreijd die zeve jaor zeen óm. Ich gluif det grepke zal neet douge, Hae kump mich dit keer aan mie laer. Mer es ich good kiek oet mien auge } Dan kump hae dao perseunlik haer \ 7 Duuvel Wel, vriend Hannes van voor dezen 'k Zie gi) zijt nog de oude klant Maar wil hier eens even lezen Wat gij schreef met eigen hand Uit de datum zal 't U blijken Waarom ik vandaag juist kom. Zeven jaren gingen strijken Heden is die tijd dus om Moog'lijk hebt ge horen kikken Dat die reis gevaarlijk is. Maar wil toch daarvoor niet schrikken Ik verzeker U, 't is mis GIJ behoeft voor niets te schromen Gans eenvoudig is die vaart, Om gemakkelijk daar te komen Houdt ge mij maar bij den staart Maak U aanstonds dus reisvaardig En kus gauw Uw vrouw vaarwel Ge zult zien 't is niet onaardig Ja zelfs prettig in de hel Daar is alle slag van mensen Dagelijks komt een trein of tien Meer dan Gij zoudt kunnen wensen Zult g'er oude kennissen zien 7 7 7 Maar 'k herinner mij zo-even. Wat mijn hart met vrees beklemt. Dat 'k U een plaats in 't hok moet geven Dat voor Roermond is bestemd Nu moet ik eens gauw gaan kijken Of daar nog wel plaats in is Want van alle helse wijken Is 't daar het volst gewis.
No. 8 ARIA No 9 Dao hobse noe de poppe aan 't danse Ich zèk uch mien poziesie is kritiek Sjtrak ligk ich op 'ne berm van gleujende sjanse Op turt en kluut es kienjerkop zo diek. Ich had 't toen auch lever motte laote, Mer waat gebeurt al óm ei vroumes neet? Zo bald es me de waerde haet genaote, Dan kump gememlik eers 't verdreet. DUO Florenske Waat mot ich dao van dae ruiverstroep heure' Zègk, leutste mich op deez waereld allein? Zal Belzebub in 't óngelok dich s)leure, Ich bon dien vrouw en veer blieve bie-ein. Nae mie leef kiendj, doe mós mich noe vergaete, Want ich hob gauw op deez waereld gedaon. Ich hob altied dien leefde gans bezaete, Ich branj veur dich, good maag 't dich gaon! No 10 ROMANCE Och had ich toch mer nooit besjtaon, Want baeter altied nach Es laevend nao de hèl te gaon In Belzebub zien mach! Och had geer mich in tieds 't sjpaor Doon mie)e van 't kwaod. Det ich noe ómkóm in 't gevaor. Det is door eure raod! Ich waas es kiendj ein hulploos wich, Eur eige vleis en blood, Mien hendjes sjtreelden eur gezich 41
47 de Heka, Hiacinthe, Henri Timmerman» 1867
de Heks, Biacinthe, Henri Timmermans 1968 43
Ich sjpeelde op eure sjoot. Ich neumde uch mit de moodernaam Jao mit det heilig waord; Noe zegk ich: Heks! geer zeet infaam! Geer hob mien zeel vermaord! No. 11 SOLO Hiacinthe Doe neums mich,,heks" mich die dich haet gebaore. Det duit dn angs, dae maak dich zo brutaal. Waem van ós twee is hiej 't meis gesjaore? Det is dan toch dien eige moeder waal. Zeen ich det dn duuvel dich hiej kump haole, Det is ein hèl, die ich al es mooder liej, Doe weurs gesjtraof, doe höbs nog mer gesjtaole. Ich bön nog heks d'r biej. Mer wètste waat, laot 't zo wied neet komme, Roop op die volk, en kal die aan häör zeel. Doe leets dich auch get al te gauw verdomme! Troew leever get op miene bessemsjteel. En wil ich dich ins op 't beste raoje: Reskeer ein manj van diene beste wien, Jaag hem die drin, dan waer se neet gebraoje En köls dn duuvel fien! Mit 'n manj van diene wien. Gooi jónges. geer, die zeve jaor geleje. Hem bie uch kreeg es dapper opperhuit Geer höb hem leef, geer zeet van hem tevreje. Help mich noe auch det Satan hem nieks duit. Veer wille hem zich ein proem in doon zoepe, Es det gelök, dan doon v'r'm in de doos. Geer kómp dan vaort hem op zien jak gekroepe En drink dan ein gooj voos. No. 12 SOLO Schwarze Peter Allons mien vrunj geer mot uch sjtiepe. Want Belzebub haet forse knäök. 44
Haaj uch gereid öm hem te griepe! Al kneg geer auch hie en dao eine kräök Zo wie d'r kump Schmderhannes te haole, Dan ligk geer uch sjtilkes op de loer. Dae Wien dae waerd dn duuvel zoer. Es d'r hem zuup, dan is t'r nog besjtaole. Griep gauw nao eur gewaer! En gaot noe allemaol haer! Koor Marchons, mes amis! Qu'un sang impur abreuve nos sillons. No. 13 Ich sjöp noe weer get nuuje mood Licht kóm ich nog ter door Ich hob nog wien jao vaöls te good Te fien veur duuvels voor. Mer 't best is nog ins ferm getoet En Satan good gedaon, Want waem drink hem mich later oet Es ich ins mit mos gaon? No. H DUO Beizebub Ca, Hannes, vriendje, de tijd is verstreken En in de hei is Uw plaats reeds gereed. Ja, Beizebub het is uit met mijn streken En gij, ik weet het, gi) hebt mijnen eed. Ik ben bereid om met U te verzinken, Maar wist gij eens, hoe 't mijn hart beven doet! Laten wij eerst nog tesamen eens drinken. Wat maakt het U en het geeft mij wat moed. Belzebub en Laten wij eerst nog tesamen eens drinken Wat maakt het ^'-en 't geeft- - wat moed U mi] 45
No. 15 RECITATIEF Hei], kastelein, wo zits-te weer? Schwarze Peter Waat bleef menheer? Bombaris beer? Es zónne vrundj bie mich lozjeert. Dan waerd hae auch good getracteerd En fien, fien, fien! Drom haol ein ganse man) vol wien! No. 16 DRINKLIED - DUO Belzebub Vriend Hannes, wat zie ik, trakteert gi] op wijn'' Welnu, 'k ben nieuwsgierig hoe of hij zal zijn. Ja voor WIJ gaan wagen den lastigen rit Geef ik U het best wat mijn kelder bezit. Proef vri] wat bouquet hi aan 't kernige paart, 'k Verklaar U geen betere bestaat op deez' aard! Belzebub en Kom, stoten wij lustig tezamen eens aan WIJ hebben nog tijd om ter helle te gaan. Belzebub Vriend Hannes, dat's fijn 'k maak U mijn compliment, Ik zeg U zon glaasje dat smaakt mij patent. Ja Belzebub proef die Pauillac maar terdeeg En drink ondertussen Uw glaasje eens leeg' 46
Beizebub Van al wat men heeft is de wijn toch het best, Het IS of een engel mijn tongetje lest! Kom stoten wij, enz. Belzebub en Belzebub Vriend Hannes, ik zeg U, tot mijn groot verdriet, GIJ vindt in de helle zo'n druivensap niet. Wel drinken wi] dan nog eens lustig op aard' Totdat ik ga rijden aanstonds op uw staart. Belzebub Welaan dan, wat zou het het kan toch geen kwaad Al komen wij heden een uurtje te laat Kom stoten uij, enz. Belzebub en Belzebub Hoe langer hoe beter bevalt mij die wijn Ik wilde wel eeuwig op 't wereldrond zijn! Schindcrhannes Wel Belzebub, 't doet mij enorm veel plezier. Kom laat het U smaken en blijft nog wat hier! Belzebub Geloof me, vriend Hannes, 'k ga nooit in de kroeg. Maar eens aan 't drinken, krijg ik nooit genoeg. Kom stoten wij, enz. Belzebub en 47
Oproering 197 S 48
Beizebub Ik houd van de wijn, die zich zelve zo looft, Maar krijg het waarachtig er reeds van in 't hoofd. Welnu dan, gij fopt mij, geloof ik terdeeg. WIJ hebben tezamen drie flessen pas leeg. Ik drink met dit glas op Uw heil Belzebub Lang leve de vorst van de duivelenclub 1 Kom, stoten \MJ, enz Belzebub en Belzebub Maar Hannes, waar moet het met U dan toch heen? Zo 'k zie houdt gij U niet meer recht op de been. Geef daar maar geen acht op, dat ligt in mijn aard En dan ben ik nog voor ons reisje vervaard. Belzebub Heb daarvoor geen zorgen, ik breng U er wel, En heet met dit glaasje U welkom ter heil'. Kom stoten wij, enz. Belzebub en Belzebub Maar Hannes 't wordt tijd jong, kom laten wij gaan. Wij kunnen toch niets in de fles laten staan. Belzebub Als 'k tijd had, dan dronk ik me gaarne zo rond. Een glaasje, ik bid U, die wijn is gezond. 49
Beizebub Ik voel in de hersens reeds stijgen het bloed. Een flesje champagne, dat maakt ons weer goed. Maar, stoten wij, enz. Belzebub en Ik heb nog een fles Carte-noire bewaard Die legen we samen ten afscheid aan d'aard! Belzebub Champagne! vriend Hannes, gij doet me veel eer! Och vriendhef, mij dragen de benen niet meer. Belzebub Zeg mij dan, waar vind ik die fles bij de hand? Ja 'k bid U haalt gij ze; gi) vindt ze in die mand. Belzebub en Maar stoten wij eerst nog eens broederlijk aan, enz. No. 17 SOLO Belzebub Ich höb'ne sjtert mit 'ne kwas Ich hob'ne sjteit dae ich kan bewaege. Ich hob'ne sjtert mit 'ne kwas Ich höb'ne sjtert wo ich mit kan vaege Ich höb'ne sjtert mit 'ne kwas En dae sjtert dae zit mich vas! 50
18 KOOR (Rmvers) Victoire! veer hobbe euverwónne, Veer hobbe hém noe d'r bie, Det kump van zaatlappene. De heks had daen draod auch gesjpónne D'n duuvel haet grote sjanj Veer hobbe hem in de manj! 19 Bclzebub Schmderhannes, ik ben gevangen, Gl) ziet hoe ik lij Medeli] Ik zal voldoen aan wat gi] zult verlangen, heb medelij Medelij met mij Nae, nae, nac, nae' Belzcbub Meelij met mij Ach, dat ik door veel te drinken, Ook in deze mand moest zinken Meelij, enz. 20 SC)LX3 Doe gifs det perkament terok, Waat ich hob ongersjreve. Of doe kins jaore aan ein sjtok Dich in dees manj gereve. Hoera, mien vrunj, ich bon weer vriej! Veer gaon ins lekker dnnke, Mer Belzebub, doe zols noe hiej Op sjtaonde voot verzinke'
Ruiver Janosj Sjpan, herfs, kóm veer sjaffe dae bink weg! Ruiver Baer van Rolduc Moment, zelfs de duuvel haet rech op ein mienselijke begrafenis.,,requiem aeternam"..laot ós veur eeuwig mit rös" Bienao waas 't dich gelök öm oze in de hèl te sjörge. Veer danke de heer en veural Hiacmthe det dich det neet is gelök.,,laot zakke die manj en gauw zand) d'r euver!" 21 KOOR (Rui vers) Dae Zjwarte is veur good vertrokke, hiep, hiep, hoera! Dae Wien dae brach hem van de zokke, hiep, hiep, hiep, hoera! 22 Finale - Koor Ruivcrs Amis la matinee est belle! Noe kump veur ós de gooie tied. Veer hove noe neet meer te sjtaele en ederein gif ós krediet. Veer höbbe cente op de tes en heel get om 't lief. 't beervaat en de flesse vol, veer aete os weer sjtief en nooit meer belasting veur inkóms en bedrief, 23 C'est l'amour 52 INJ VAN DE OPERA
Huub Graus regiaaeert 53
94 Hads-doe mich det maar eer gexag,
Nooit kriega doe tnten kiendj toet vroutc 55
% Wilt Ute naam hieronder aehrijven
Van deze opera-bouffe is een dubbel-l.p. verkrijgbaar. Gedrök bie de heks Hiacinthe
UrjIVERSITEITSBIBUIOTM K Ufvyi 360000 05146145 de insigste heks van de waereld, die holleveranseer is, drökde neet allein dit beukske auch det oet 1864 det wet me want me zuut et!