flamingo Klasse vogels

Vergelijkbare documenten
flamingoachtigen flamingo s... hebben een grote ondersnavel die van boven opgeblazen lijkt, maar de bovensnavel is klein en ligt als

Flamingo. infoblad. Phoenicopterus ruber

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

De pinguïn. De geschiedenis van de pinguïn. Kenmerken van de pinguïn

in ZOO Antwerpen: zwartvoetpinguïns halen bij het zwemmen een snelheid van 7,4 km/u cm De zwartvoetpinguïns komen voor aan de Atlantische

Spreekbeurt de grote Toppereend

Tuinvogels. Meer over onze koolmezen. Even voorstellen. Hier wonen ze. Echte natuur. Meer over de koolmees

Amfibieën. Les 1 Kenmerken amfibieën en de kikker. 1. De leerkracht vertelt dat de les gaat over hoe je amfibieën kunt herkennen.

Pinguïns. Inhoud. Waarom de naam? Bouw van een pinguïn

Introductieles. Vogels in de klas. groep 7/8. Leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

Naam:_ KIKKERS. pagina 1 van 6

DE HUMBOLDT PINGUÏN. Een levend kostuum

Bijlage VMBO-GL en TL

Kijk je mee? Oerwoud. 2006, Parasol N.V. België

Werkstuk Biologie De Sneeuwuil

Weidevogels en watervogels

Een. hoort erbij! Over dieren uit een ei. groepen 3-5

Struisvogel. Struthio camelus. Serie vogels

Meer over de ooievaar. Even voorstellen. Hier wonen ze. Echte natuur. Hieraan herken je hem

KRAAIACHTIGEN DE ZWARTE KRAAI

Flamingo's in Nederland

Werkbundel de steenuil Iedere Limburgse gemeente adopteerde

ONTDEKKINGSTOCHT. Veel plezier! Deze speurtocht is voor de hele familie! De sterretjes geven aan hoe moeilijk de vragen zijn. makkelijk moeilijk

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 41 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

DE MELKSLANG. Na-aap slang

Thema 3 Dieren en planten

SPREEKBEURT BIDSPRINKHAAN

* makkelijk (voor kleine kinderen) ** normaal (voor kinderen) *** moeilijk (voor volwassenen)

inhoud 1. Een bijzondere vogel 2. De woonplaats 3. Soorten pinguins 4. Pinguinweetjes 5. Filmpjes Bronnen en foto s Colofon en voorwaarden

Winterboek. Met filmpjes, werkblad en puzzels. Groep 3/4. uitgave januari 2013

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep

OUWEHANDS DIERENINFORMATIE

Watervogels het ganse jaar waar te nemen.

Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013

Achtergrondinformatie voor groep 3/4. Even voorstellen. Hier wonen ze. Echte natuur. Zo herken je hem

WIE EET WAT OP HET WAD

Voorplanting bij dieren vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat?

2004 De Flamingo's in het Zwillbröcker Venn

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

EENDEN. Zwemmers en waders 2017 André en Marco van Reenen

Vuursalamander. Vuursalamander

Kreeftachtigen hebben meestal kleine ogen, waar ze maar weinig mee zien. Ze kunnen wel bijzonder goed ruiken.

Oele de uil en zijn vriendjes de weidevogels

inhoud 1. Kom jij uit een ei? 2. Dieren uit een ei. 3. Vogels 4. Vissen 5. Insecten 6. Spinnen 7. Reptielen 8. Kikkers en padden 9.

SPREEKBEURT KOI VISSEN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN. l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n

l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n SPREEKBEURT AXOLOTL AMFIBIEËN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN

Koloniebroedende pioniers. Dwergmeeuw Larus minutus

De Heikikker De Heikikker

Lees je wijzer met de ooievaar! Tekstbegrip oefenen met de vogels van Beleef de Lente

Ordening. Bacteriën Schimmels Planten Dieren

SPREEKBEURT VALKPARKIET

Ekster Herkennen Voedsel Nest Leuke ekster weetjes

Uiterlijke kenmerken Lerarenblad 3e graad

SPREEKBEURT VINK VOGELS OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN. l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n

SPREEKBEURT LAMA EN ALPACA

Ordening. Planten Dieren Bacteriën Schimmels

De Witgesterde blauwborst (Luscinia Svecica Cyanecula)

De indeling van het dierenrijk zie je hieronder in de mindmaps van Brent, Guus en Febe!

Werkblad slootdiertjes

!!! "# $ %!!!!! ( " %!!+!! " # +

Reflectiekaart. Vooraf: Wat moeten ze kunnen: Wat moeten ze kennen: Omschrijf wat kinderen volgens jou moeten kennen en kunnen

in de s sloten & plassen

Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit?

Meer over onze slechtvalken. Even voorstellen. Echte natuur

Werkstuk Biologie Vissen uit de Noordzee

Volg de wandelroute, dan zie je alle dieren!

Onderzoeksopdracht. Bodem en grondstaal

Vogelcursus 2017 Zwemmers en waders. IVN Barneveld André en Marco van Reenen

= een stuk grond met fruitbomen. = hard materiaal dat uit de grond komt en waar je mee kunt bouwen.

Kraaiachtigen. Inleiding

Kleine Zwaan. Reuzenstern

Het is eind februari en de paddentrek staat weer op beginnen. Wat beweegt al die duizenden padden om massaal de weg op te gaan?

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep 1-2-3

Huidige ideeën over de huisvesting van flamingo s. Paul Rose Vrij vertaald door Jan Harteman

Winterboek. Groep 3/4

VOEDING. groep 8 / brugklas VO

NAAR DE HAAIEN! SPEURBLAD VAN:... GROEP 7 & 8. Opdracht - voorbeeldvraag VOORBEELDVRAAG

SPREEKBEURT GUPPY VISSEN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN. l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 9 - Gedrag

5.9. Keuzeopdracht door een scholier 1425 woorden 31 mei keer beoordeeld. Inhoud

Lees je wijzer met de ijsvogel! Tekstbegrip oefenen met de vogels van Beleef de Lente

ONTWETENDEKKERSSCHAP DAT ONTDEK JE BIJ DE ONTWETENDEKKERSSCHAP

ONDERZOEK NAAR DE WATERVLEERMUIS IN DE OPSTALLEN VAN HET: SIEGERPARK. Projectnummer : Datum : 07 juni 2010

Lesactiviteit 2.1 Aanpassingen vogels algemeen en die van kusttrekvogels

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Bijlage met informatie b

[Konijn] Beschrijving: Vindplaats: Algemene Naam: konijn. Wetenschappelijke Naam: Oryctolagus cuniculus Levenscyclus. Voeding:

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Bijlage met informatie. KB-0191-a-10-2-b

KONINGSPINGUÏN pag 1 DIERENPASPOORT VAN DE. WETENSCHAPPELIJKE NAAM: Aptenodytes patagonicus. Ik ben een: vogel. Aantal jongen: 1 jong

Slangen van Peninsula Osa, Costa Rica

ONTDEKKINGSTOCHT. Deze speurtocht is voor de hele familie! Er zijn kennisvragen en doe-opdrachten. kennisvragen. doe-opdrachten

Transcriptie:

flamingo Klasse vogels Orde flamingoachtigen In ZOO en Planckendael vind je drie verschillende flamingosoorten: (Planckendael) Dwergflamingo (Planckendael) (ZOO) Dwergflamingo Familie flamingo s flamingo s... hebben een grote ondersnavel die van boven opgeblazen lijkt, maar de bovensnavel is klein en ligt als een deksel op de ondersnavel. Grote gedeelten van het inwendige van de snavel zijn met dunne plaatjes (inwendige lamellen) bezet. Een scherpe knik ongeveer in het midden van de snavel zorgt ervoor dat de bovensnavel bij het zeven naar de grond is gekeerd. Daardoor blijft ook de ruimte tussen de beide snavelhelften bij het openen over de gehele lengte tamelijk klein. Bovendien wordt deze spleet nog smaller door de uitwendige hoornachtige lamellen, die opzij aan de boven- en ondersnavel uitsteken. Op die manier kunnen slechts deeltjes tot een bepaalde met het water in de snavel worden gezogen. De flamingo houdt daarbij de snavel een beetje geopend en trekt zijn dikke vlezige tong terug, waardoor er onderdruk in de snavel ontstaat en het water naar binnen stroomt. Daarop sluit de vogel de snavel en beweegt de tong naar voren; het water wordt weer uit de snavel geperst en de voedseldeeltjes blijven aan de lamellen hangen. Als hij de tong opnieuw terugtrekt, worden deze door de hoornachtige, stekelige uitsteeksels van de tong in de mondholte gebracht (terwijl opnieuw water de snavel binnenstroomt).

Voortplanting Het wijfje kiest de nestplaats een paar dagen voor het leggen van de eieren. Dan wordt ook pas begonnen met de opbouw van het eigenlijke nest: een stompe kegel van opgehoopte modder met in het midden een ondiepe kuil. Als de eieren zijn gelegd, werken mannetje en wijfje nog verscheidene dagen ijverig verder. Zij gebruiken modder, stenen, mosselen, veren, gras en ander materiaal dat ze staand of liggend op het nest met de snavel kunnen pakken en dan om zich heen opstapelen. Zij voegen het losse materiaal samen door het zo nu en dan aan te stampen en op het nest te gaan liggen. De hoogte van de modderkegel is afhankelijk van de bodem; hij kan 40 cm hoog zijn. Op een rotsachtige bodem kan dit type nest ook geheel ontbreken. Daar maken ze met steentjes een nest. Het legsel bestaat uit één langwerpig kalkachtig wit ei dat 27 tot 31 dagen door het mannetje en het wijfje wordt bebroed. Het pas uitgekomen jong heeft een witgrijs donskleed, een rechte rode snavel en dikke glazig gezwollen rode poten. Deze zwelling is echter de tweede dag nauwelijks meer te zien; de rode kleur van poten en snavel is na 7 à 10 dagen veranderd in diep zwart. Als er geen verstoring plaatsvindt, verlaat het jong uit zichzelf het nest als het tussen de 4 en 7 dagen is. Het wordt dan steeds door de ouders begeleid en verdedigd tegen andere vogels die het te na komen. Het duurt niet lang of de jongen worden steeds vaker door de ouders alleen gelaten; ze vormen dan losse groepen, de kinderbewaarplaats, waarbij zich steeds enige oudere vogels ophouden. Als ze 2 à 3 weken oud zijn, krijgen de jongen een tweede grijs donskleed en de snavel begint krom te groeien. Na ongeveer 4 weken beginnen de eerste kleine schouderveren te verschijnen. Het filterapparaat ontwikkelt zich maar langzaam. De snavellamellen zijn na ongeveer 70 dagen, als de jongen al kunnen vliegen, nog niet geheel bruikbaar. Tot die leeftijd zijn de jongen dan ook nog niet goed in staat de voor de oudere vogels kenmerkende voeding op te nemen. Ze zijn daarnaast aangewezen op de voedzame voedingsvloeistof die de ouders in slokdarm en voormaag afscheiden. Deze afscheiding is wat voedingswaarde betreft ongeveer te vergelijken met de melk van zoogdieren en is door carotenoïde (geelrode kleurstof) bloedrood gekleurd. In de eerste dagen krijgt het jong de vloeistof meestal als het onder de oudervogels op het nest zit en de kop onder de vleugels uitsteekt. Later staat het jong tijdens het voederen onder de oudervogel met de kop in dezelfde richting. De ouders herkennen hun jong aan het geluid en voederen alleen hem en geen andere, ook niet als de jongen al in de kinderbewaarplaats verblijven. Het eerste jeugdkleed van de flamingo s is overwegend grijsbruin. Zij ruien als ze 9 tot 18 maanden oud zijn en krijgen dan een bleek verenpak dat op dat van de volwassenen lijkt, maar sommige veren hebben aan de punten nog grijsbruine vlekken. Volledig uitgekleurd zijn de flamingo s pas als ze 3 à 4 jaar zijn.

105 m Flamant de Chili Chilean Flamingo Phoenicopterus chilensis Gewicht 2300 g Broedt in centraal Peru, Bolivia, Argentinië, Chili en misschien in Paraguay met overwintering in Uruguay en Zuidoost-Brazilië. De komt vooral voor in wijde riviermondingen, lagunes en zoutmeren tot op 4500 m hoogte. chiliflamingo voeding Het voedsel van de flamingo bestaat vooral uit waterdiertjes (schaaldieren, slakken, larven) die hij uit het water zeeft met de snavel als filter. IUCN-status: bijna De chiliflamingo heeft te lijden onder jacht en toerisme. Het rapen van eieren door verzamelaars en irrigatieprojecten die de waterstand verstoren zijn ook heel duidelijke oorzaken van de dalende aantallen van deze prachtige vogels. Men schat hun aantal op ongeveer 200.000 individuen.

Dwergflamingo Flamant nain 80-90 cm Dit is de kleinste flamingosoort. Vrouwtjes zijn meestal iets kleiner dan de mannetjes. Phoeniconaias minor De dwergflamingo s vind je aan lagunes en zoutmeren. voeding 1500-2000 g Hun voedsel bestaat voornamelijk uit blauwgroene algen en kiezelwieren. Ze verzamelen hun voedsel aan het wateroppervlak. Hun snavel verdwijnt dus maar deels in het water. spanwijdte Lesser flamingo 90-100 cm gewicht Het grootste aantal dwergflamingo s zijn te vinden in de Oost-Afrikaanse slenk. Daarnaast zijn er kleinere populaties in Namibië/Botswana, Mauritanië/Senegal en in het noordwesten van India/Pakistan. dwergflamingo s... hebben een snavel met een basis die donkerrood, bijna zwart is. dwergflamingo s IUCN-status: bijna Verstoring en verlies van habitat én watervervuiling hebben een negatief effect op het aantal dwergflamingo s.

120-145 cm Dit is de grootste flamingosoort. Vrouwtjes zijn meestal kleiner dan de mannetjes. spanwijdte Caribbean flamingo 140-165 cm Gewicht 2100-4100 kg Max. leeftijd Phoenicopterus ruber Tot meer dan 44 jaar (in een dierentuin) De komt voor in de Caraïben en op de Galapagoseilanden. rode en cubaanse flamingo s Deze flamingo s vind je vooral aan zoute lagunes en op zoutvlaktes. Voeding Hun voeding bestaat uit waterdiertjes (schaaldieren, weekdieren, insecten, larven ) en plantaardige materiaal als zaden en algen. Om op zoek te gaan naar voedsel steekt de zijn kop en een groot deel van zijn nek helemaal in het water. IUCN-status: niet