LED weergave-systeem Hoofdstuk 7



Vergelijkbare documenten
8.1 Storingssignalering De storingssignalering wordt zichtbaar op het moment dat er een storing in het toestel optreedt.

8.1 Storingssignalering De storingssignalering wordt zichtbaar op het moment dat er een storing in het toestel optreedt.

Display Op het display worden de diverse situaties weergegeven. Toets

In werking stellen Hoofdstuk 6

8 Bij storing. 8.1 Storingscodes

linkerzijde is eventueel ook mogelijk. Aan de andere zijde moet de kabel aangesloten worden op een elektrische voeding 230 V~50 Hz met aardleiding.

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

In werking stellen Hoofdstuk 6

- Stel met [+] en/of [-]-toets de gewenste waarde in. - Druk op de e -toets voor het vastleggen van de nieuwe waarde (instelling knippert

4. DIAGNOSE KETELGEDRAG

10.2 Aansluitschema Allure 10e druk juni 2009

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord De displays Lampjes Vaste programma's Vrije programma's 3.

Installatievoorschriften. Elan SWB

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

Na bediening van de Menu - toets kan men met de + of - toets kiezen uit 3 verschillende menu s nl.:

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

Kortsluiting van de aanvoer- Defecte of niet (goed) aangesloten aanvoer- of retourtemperatuursensor. Geen doorstroming

COMBIFORT. Storingen en blokkeringen

Installatievoorschriften. Elan 10

RENOVENT HR MEDIUM/LARGE MET OPTIEPRINT

6.1 In- en uitschakelen toestel

toets kiezen uit 3 verschillende menu s nl.: Met de R-toets kan elk gekozen menu worden verlaten en komt men terug in de bedrijfssituatie.

A = display B = 4-tal bedieningstoetsen A B. Functie toets. Instelmenu activeren; naar volgende stap in het submenu; waardeverandering bevestigen

Installatievoorschriften. Allure

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

Handleiding ALFA(NET) 71 0/+100 C

aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie

MC 785D-6p in- en opbouw

TOMA. De TOMA regelaar is gebouwd volgens de strenge Europese veiligheidseisen en voorzien van een CE keurmerk.

7 INSTELLING EN AFREGELING

Handleiding. 24Vdc -50/+50 C

1. Installatie van de e-thermostaat Installatie van de hub 8

Handleiding voor ombouw van Aardgas naar Propaan

Service Manual. Comfort System

Installatiehandleiding

Installatievoorschriften Elan 10

Climate Master BQLS. Installatievoorschrift. Brink Climate Systems BV 1

All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260

Gebruiksaanwijzing TTA /+150 C (1) VDH doc Versie: V1.1 Datum:

I N S T A L L A T I E V O O R S C H R I F T E N CLIMATE MASTER BQLS BEWAREN BIJ HET TOESTEL

Installatievoorschriften. Elan 10

Installatievoorschriften SWB B-10 HRD

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

Installatievoorschriften. Elan 25 verwarmen/ koelen

Installatievoorschriften. Elan 25

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat LC - Purmerend - Bedienings display

Bedieningshandleiding. Boiler controller Remeha Sentry CSC en EBW. Netherlands en (document available in different language)

Gebruiksaanwijzing Black Box

2. Installeren. De uitwendige afmetingen van de Climate Master BQLS met 4 zones zonder metrische wartels zijn:

Installatievoorschriften. CO₂-sensor Nederlands

Gebruiksaanwijzing ALFA-45 Bedien-unit Koel / Ontdooi thermostaat met ventilator sturing.

Beveiligingsautomaat MCBA 1461 D

Installatiehandleiding Bedien-unit luxe Warmte Terug Win unit

Gebruiksaanwijzing TTA DEUR. Typenummer (meting per 0,1C)

HANDLEIDING PROGRAMMAREGELAAR 40/16 SE

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur

Installatievoorschriften. Elan 10 Verwarmen/ koelen

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE

CB4 TAC3 REC - ALARMEN Technische documentatie

Gebruikershandleiding & Montagehandleiding. Brink klokthermostaat

Bedieningshandleiding GTC-II

Corrigeren, Wissen, Wijzigen en Controle Later starten, Stoppen en stookkosten

MILTON KLOKTHERMOSTAAT

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

ENA Bijlage. Installatie- en bedieningsinstructies. Flamco

GEBRUIKSAANWIJZING (verkort) GT1050/GT1060

I N S T A L L A T I E V O O R S C H R I F T E N SCHAKELKAST FREE-KOELING BEWAREN BIJ HET TOESTEL

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING

Eco 10. Eco 10 Castelmonte 1 of 14 Rev. 01

Installatiehandleiding

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

Lees en bewaar dit document zorgvuldig! Installatie instructies Gebruikershandleiding 10 Knops afstandsbediening

AUTO ON OFF BEDIENINGSHANDLEIDING RC 5

Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c SC Putten - Tel : info@lagarde.nl

MC 785D -50/+100 O C per 0,5 O C

Instructiehandleiding

Storing indicatie van LED binnen/buiten en eerste oordeel

INBOUW HANDLEIDING GT806 (GT804+GT844)

ELECTRA. Bedieningsvoorschriften Nederlands ELECTRA

MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) TC-LS100 LS VERGRENDELINGEN. t f

Sunis Indoor WireFree RTS

VOORDAT U DE THERMOSTAAT IN GEBRUIK NEEMT

Nefit EcomLine HR. Gebruikersinstructie. Nefit houdt Nederland warm

GEBRUIKERSHANDLEIDING EN MONTAGE-INSTRUCTIE

4 Knops afstandsbediening

11/05 HD Lees ook het engelse boekje

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS

Installatie-instructie

Nederland nl. Installatie-, gebruikers- en servicehandleiding. Bedieningspaneel HMI Gas 310/610 ECO PRO

GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale

1 Inleiding. 1.1 Theta-regelaar. 1.2 Ruimtethermostaat

VOS-12035(10L) VOS-12036(36L)

Gebruiksaanwijzing ALFA 55 24Vdc Koel/Ontd. Thermostaat met ventilator-sturing.

Handleiding transparant waterbad VOS-12034

Regel omschrijving: Ventilatie regeling Kampmann

MC 785 AL KLIMA. Gebruiksaanwijzing (Opbouw) Omschrijving : MC 785 AL KLIMA Alarm Thermo/Hygrostaat Doc.nr.:

CENTRALE CONVENTIONELE GASDETECTIE G8

Gebruiksaanwijzing ALFA 85 Koel Thermostaat met fanen ontdooisturing

Transcriptie:

LED weergave-systeem Hoofdstuk 7 7.1 Algemene verklaring display Op het display kan uitgelezen worden wat de bedrijfssituatie van het toestel is. Ook kunnen met het display diverse instellingen zichtbaar gemaakt worden. Het display bestaat uit 2 gedeelten. Het linkerdeel geeft het programma of stapnummer weer en het rechterdeel geeft afhankelijk van het programma een uitleeswaarde weer (zie ook paragraaf 4.2). Afhankelijk van de keuze met de MODE toets kunnen op het display de volgende programma s afgelezen worden: bedrijfssituatie, zie paragraaf 7.2 uitleesprogramma (punt knippert), zie paragraaf 7.2 instelprogramma (punt brandt); voor uitleg hiervan zie paragraaf 6.2 t/m 6.7. 7.2 Uitlezingen normaal bedrijf Bedrijfssituatie In de bedrijfssituatie geeft het linkerdeel van het display een stapnummer weer, afhankelijk van de situatie waarin het toestel op dat moment verkeert; het rechterdeel geeft de uitblaastemperatuur weer. Bij overschrijding van de maximaal toe te laten drukverhoging in het kanalensysteem na het inregelen, zal de luchtopbrengst van de systeemventilator aangepast worden. Wanneer deze regeling actief is, zal dit weergegeven worden door een o op de bovenste helft van het tweede digit van het display. Stapnummer Omschrijving 0 Geen warmtevraag, rustpositie 1 Voorventileren rookgasventilator 2 Ontsteken 3 Brander in bedrijf (ruimtethermostaat) 4 Brander in bedrijf bij buitenlucht programma (met minimale uitblaastemperatuur) 5 Naventileren rookgasventilator b Blokkering op temperatuur c Anti-pendel bij warmtevraag 6 Koelvraag, koelrelais is bekrachtigd 7 Koelvraag, koelrelais is niet bekrachtigd 8 Koelvraag, geen condensingunit aangesloten 9 Koelvraag; ingestelde koeltemperatuur is bereikt Cur Bepaling systeemcurve van systeemventilator SEr Servicefunctie actief, zie paragraaf 6.1. (knippert om en om met toerental rookgasventilator) Allure 7e druk maart 2005 35

Hoofdstuk 7 LED weergave-systeem Uitleesprogramma Met het uitleesprogramma kan de installateur of gebruiker een aantal actuele waarden van sensoren oproepen om meer informatie te krijgen over de werking van het toestel. Het uitleesprogramma krijgt men te zien door de volgende handelingen te verrichten: 3. Indien de uitleeswaarde groter is dan 2 cijfers wordt eerst gedurende 1 seconde het stapnummer weergegeven; hierna wordt de uitleeswaarde constant aangegeven 1. Druk de MODE - toets langer in dan 1 seconde totdat punt in linkerdeel van het display knippert. Op het display is nu het uitleesprogramma zichtbaar. 2. Het programmanummer en de uitlees waarde zijn nu zichtbaar. Met de STEP en de - -toets kan men de waarden van het uitleesprogramma bekijken; 4. Om het uitleesprogramma te verlaten drukt men op de resetknop; wordt er gedurende 5 minuten geen toets gebruikt dan komt programma automatisch weer terug in bedrijfssituatie. 5258-0 Uitleeswaarde Omschrijving Eenheid 1 Maximaaltemperatuur T1 C 2 Maximaaltemperatuur T2 C 3 Uitblaastemperatuur T3 C 4 Buitentemperatuur T4 (alleen indien aangesloten) C 5 Extra temperatuur C 6 Gewenste waarde uitblaastemperatuur (setwaarde) C 7 Gewenst toerental rookgasventilator tpm 8 Gemeten toerental rookgasventilator tpm 9 Gewenste luchthoeveelheid systeemventilator m 3 /h 10 Actuele luchthoeveelheid systeemventilator m 3 /h 11 Actuele druk systeemventilator Pa 12 - - - - - 13 - - - - - 14 - - - - - Wanneer een instelling niet bekend is of niet gemeten kan worden verschijnt op het display de codering - - - -. 36 Allure 7e druk maart 2005

LED weergave-systeem Hoofdstuk 7 7.3 Storingssignalering De storingssignalering wordt zichtbaar op het moment dat er een storing in het toestel optreedt. Storingstabel vergrendelcode Storingsnummer Omschrijving Gevolg/ actie F 01 Temperatuur T1 of T2 boven max. beveiliging - T1/T2 controleren/ vernieuwen F 02 Temperatuurvoeler T1/T2 kortgesloten of - T1/T2 controleren/ vernieuwen onderbroken F 03 Temperatuurvoeler T3 kortgesloten of onder- - T3 controleren/ vernieuwen broken F 04 Buitentemperatuurvoeler T4 kortgesloten - T4 controleren/ vernieuwen - Restten toestel F 05 Temperatuur T1 of T2 te hoog, na 30 seconden - T1/T2 controleren/ vernieuwen brander uit F 06 Buitentemperatuurvoeler T4 onderbroken - T4 controleren/ vernieuwen - Restten toestel F 09 Geen vlam na 4 ontsteekpogingen - Controleer beveiligingsafsluiter/ ontsteekpen F 10 Vlam valt weg tijdens bedrijfssituatie - Controleer beveiligingsafsluiter/ ontsteekpen F 11 Vlamsimulatie - Controleer ontsteekpen F 13 Rookgasventilator toerental te laag - Controleer bedrading/connector RGV F 14 Rookgasventilator toerental te hoog - Controleer bedrading/connector RGV F 15/F 16/F 17 Foutief signaal van luchtdrukschakelaar - Parameters controleren (niet aanwezig) F 18 Beveiligingsafsluiter defect - Controleer beveiligingsafsluiter en bedrading naar beveiligingsafsluiter toe F 30 Fout in parameters - Opnieuw programmeren parameters/vernieuwen automaat F 31/F 32 Fout tijdens wegschrijven parameters - Opnieuw programmeren parameters F 33 Tijdprobleem automaat / vernieuwen automaat F 34 Geen correcte storingscode / vernieuwen automaat F 35 Interne conversiefout automaat - Controleer sensoren bf01 Communicatiefout systeemventilator - Bedrading automaat en DVC interface controleren 1Fnn/2Fnn Alarmcode systeemventilator - Zie tabel alarmcodes systeemventilator PP Parameters zijn correct geprogrammeerd Allure 7e druk maart 2005 37

Hoofdstuk 7 LED weergave-systeem In de storingstabel vergrendelcode is een omschrijving gegeven van de storingsnummers. Bij storingen zal op het display een F met storingsnummer knipperen. Dit storingsnummer vertelt wat over de aard van de storing. Op de ruimtethermostaat (alleen indien de modulerende ruimtethermostaat wordt toegepast) zal een sleutelsymbool verschijnen en de gehele uitlezing zal knipperen. Na tweemaal drukken op de i -toets verschijnt op het display van de ruimtethermostaat een F met daarachter het betreffende storingsnummer. Storingsnummers welke niet in de storingstabel zijn opgenomen, geven aan dat er een interne fout in de besturingsunit is opgetreden. Wanneer na een reset nog steeds een storingsnummer met betrekking tot een interne fout wordt weergegeven, moet de besturingsunit worden vervangen. Een vergrendelende storing houdt in dat de besturingsunit niet meer reageert op signalen van de diverse sensoren en geen signalen meer uitstuurt. Alleen op het display is het storingsnummer zichtbaar en bij temperatuurstoringen draait de systeemventilator na. De vergrendelende storing is op te heffen door het indrukken van de resetknop. Een blokkerende storing zal zich zelf oplossen of wanneer deze situatie te lang duurt leiden tot een vergrendelende storing. Een blokkerende storing wordt met een E weergegeven op het display. Met het uitschakelen van de netvoeding is een vergrendelende storing niet op te heffen (dit in verband met veiligheid). Na het opnieuw inschakelen van de netvoeding wordt op het display weer hetzelfde storingsnummer weergegeven. Het inschakelen van het toestel na een reset (of inschakelen van de netvoeding), zonder dat er warmtevraag is, heeft tot gevolg dat er gedurende ca 10 seconden een inschakelverschijnsel optreedt: de rookgasventilator gaat even draaien. Hierna wordt de regeling vrij gegeven. Maximaalbeveiliging De maximaalbeveiliging bestaat uit twee temperatuurvoelers in één behuizing. Deze sensoren zijn in het toestel bij de branderkamer geplaatst en meten de temperatuur in het toestel. Wanneer de temperatuur in het toestel de maximaal toegestane temperatuur nadert, gaat het toestel terug moduleren. Wordt de maximaal toegestane temperatuur overschreden, schakelt de besturingsunit het toestel uit. Afhankelijk van de opgetreden storing wordt op het display een storingsnummer met betrekking tot de maximaalbeveiliging weergegeven. Storingstabel blokkeringscode Storingsnummer Omschrijving Gevolg/ actie E 02 Algemene blokkering Universele ingang is gesloten E 05 Temperatuurvoeler T1/T2 te hoog Temperatuur T1 en T2 dient te dalen met z n hysterese E 09 Geen vlam na ontsteekpoging Automatisch nieuwe ontsteekpoging E 10 Vlam valt weg tijdens bedrijfssituatie Automatisch nieuwe ontsteekpoging E 11 Vlamsimulatie Er volgt een vergrendeling wanneer deze situatie te lang duurt E 12 Temperatuurstijging T1 en T2 te hoog Blokkering wordt na 10 minuten opgeheven E 13 Rookgasventilator toerental te laag Na blokkering van 60 seconden volgt vergrendeling E 14 Rookgasventilator toerental te hoog Na blokkering van 60 seconden volgt vergrendeling E 15, E 16 & E 17 Geen geoorloofde code Parameters controleren. Toestel resetten E 18 Beveiligingsafsluiter blijft gesloten Automatisch nieuwe ontsteekpoging E no Incorrecte blokkeercode be01 Systeemventilator fout Check bedrading en selectie systeemventilator 1Enn Blokkering systeemventilator De codering nn geeft nummer blokkering aan; zie hiervoor alarmcodes 38 Allure 7e druk maart 2005

LED weergave-systeem Hoofdstuk 7 Storingstabel alarmcode systeemventilator Alarmcode nr. Omschrijving 01 Geen detectie systeemventilator Check bedrading en selectie systeemventilator; controleer ventilator-interface op werking en eventueel vervangen 02 Geen stabiel punt bereikt tijdens bepaling Systeemcurve opnieuw bepalen systeemcurve 04 Druk te hoog Kanalen, kleppen en filters inspecteren op verstopping 16 Systeemventilator kan niet hoger Kanalen, kleppen en filters inspecteren op verstopping (op ventilatorcurve) 33/35 Fout bij het detecteren van het type Check bedrading en selectie systeemventilator; systeemventilator controleer ventilator-interface op werking en eventueel vervangen 34 Toerental kan niet worden gelezen Check bedrading en selectie systeemventilator; controleer ventilator-interface op werking en eventueel vervangen 37/38 Fout in de gegevens van de ventilator Check selectie systeemventilator; controleer ventilatorinterface op werking en eventueel vervangen 39 Foutmelding schoepenwiel los Controleer schoepenwiel systeemventilator en deze zonodig vastzetten 40 Automatische mode zonder druk of Check selectie systeemventilator; controleer ventilatorinterface op werking en eventueel vervangen 41 Toerental systeemventilator lager dan 20 tpm Controleer systeemventilator en ventilator-interface Allure 7e druk maart 2005 39

Storingsanalyse Hoofdstuk 8 8.1 Storingsanalyse Een vergrendeling van de besturingsunit kan alleen worden opgeheven met de resetknop! Als na drukken op de resetknop de storing blijft aanhouden, zal met behulp van de storingsanalyse de oorzaak van de storing achterhaald kunnen worden. F 11 Ten onrechte vlam (vlamsimulatie) 1. Controleer of het gas stroomt in de beveiligingsafsluiter door een verschildruk (circa 0,9 mbar) te meten over de smoorklep. 2. Controleer of de beveiligingsafsluiter schakelt (circa 24 Vac). 3. Controleer de kabelboom: - aansluiting van de 24 Vac-kabel op beide spoelen van de beveiligingsafsluiter - aansluiting van de 24 Vac-kabel op de centrale connector van de schakelkast - aardedraad naar brander. 4. Controleer de ontsteekpen 3. Controleer het starttoerental van de rookgasventilator. Let ook op het probleemloos ronddraaien van de rookgasventilator en eventuele aanloopgeluiden. 4. Controleer de afstand tussen brander en ontsteekpen: circa 4,5 mm, maximaal 5 mm. Hierbij moet de brander/mengkamer worden gedemonteerd. 5. Controleer de pakking tussen afstandbak en warmtewisselaar op lekkage. 6. Controleer de mengkamer, warmtewisselaar, rookgasverzamelbak en rookgasventilator op lekkage. Tijdens normaal bedrijf van het toestel moet de ionisatiestroom tussen de 2,0 µa en 4,0 µa zijn. F 30 Storing bij interne controle besturingsunit F 33 1. Reset de besturingunit. F 34 2. Controleer de besturingsunit, eventueel door een andere aan te sluiten. F 09 F 18 F 09 F 10 Toestel niet in bedrijf na 4 maal starten Meet de ionisatiestroom tijdens ontsteken van het toestel met een ionisatiemeter. Geen vlam met ontsteken 1. Controleer de gasdruk in de toevoerleiding (20-30 mbar) tijdens ontsteken, ook indien andere gastoestellen schakelen. 2. Controleer of het gas stroomt in de beveiligingsafsluiter door een verschildruk (circa 0,3 mbar) te meten over de smoorklep tijdens het bekrachtigen van de beveiligingsafsluiter. 3. Controleer of de beveiligingsafsluiter schakelt (circa 24 Vac). 4. Controleer de kabelboom: - aansluiting van de 24 Vac-kabel op beide spoelen van de beveiligingsafsluiter - aansluiting van de 24 Vac-kabel op de centrale connector van de schakelkast. 5. Controleer of er ontsteking is op de ontsteekpen, eventueel door een losse ontsteekpen te laten vonken. 6. Controleer de afstand tussen brander en ontsteekpen: ca. 4,5 mm, maximaal 5 mm. Hierbij moet de brander/mengkamer worden gedemonteerd. 7. Controleer de inspuiter op vervuiling. Wel vlam met ontsteken 1. Controleer de gasdruk in de toevoerleiding (20-30 mbar) tijdens ontsteken en branden, ook indien andere gastoestellen schakelen. 2. Controleer de kabelboom: - aansluiting van de ontsteekkabel op de ontsteekpen en de besturingsunit - aansluiting van de massa -kabel. F 13 F 14 Storing rookgasventilator Rookgasventilator defect: 1. Controleer het draaien van de rookgasventilator en sluit eventueel een reserve exemplaar vrij aan. Breuk in kabelboom: 2. Controleer de kabelboom en de stekerverbindingen tussen de rookgasventilator en de besturingsunit. F 01 Storing temperatuur F 05 1. Controleer of het filter niet is vervuild. 2. Controleer of de systeemventilator draait. 3. Controleer de kabelboom en de stekerverbindingen van de systeemventilator. 4. Controleer de instellingen: Tset, luchthoeveelheden systeemventilator. 5. Controleer of de temperatuurvoelers werkzaam zijn: bij 25 ºC is de weerstand R circa 12 kω; bij het warmer worden van de temperatuurvoeler gaat de weerstand R omlaag (< 12 kω). 6. Controleer of de temperatuurvoelers juist zijn aangesloten. 7. Controleer of de temperatuurvoelers juist zijn geplaatst, met name de temperatuurvoeler in het uitblaaskanaal (zie paragraaf 5.6.3). 8. Controleer het gelijktijdig stijgen van de temperatuur in het toestel en in het uitblaaskanaal tijdens het branden van de toestel. 9. Controleer de besturingsunit. 40 Allure 7e druk maart 2005

Hoofdstuk 8 Storingsanalyse F 02 Storing aansluiting temperatuurvoeler. F 03 1. Controleer de kabelboom en stekerverbindingen. F 04 2. Controleer of de temperatuurvoelers juist zijn aangesloten. 3. Controleer of de temperatuurvoelers werkzaam zijn: bij 25 ºC is de weerstand R circa 12 kω; bij het warmer worden van de temperatuurvoeler gaat de weerstand R omlaag (< 12 kω). 4. Controleer de besturingsunit. Storing communicatie ruimtethermostaat 1. Controleer of de ruimtethermostaat display-weergave heeft, sluit eventueel een andere aan op de schakelkast. 2. Controleer of de ruimtethermostaat juist is aangesloten op de besturingsunit. 3. Controleer de kabelboom en de stekerverbindingen. 4. Controleer de besturingsunit. Storing aansturen koelcompressor 1. Controleer of de ingestelde temperatuur op de ruimtethermostaat lager is dan de omgevingstemperatuur. 2. Controleer of het koelrelais is aangebracht in de schakelkast Allure. Kortsluiting De besturingsunit is uitgevoerd met twee smeltveiligheden; Zie voor positie en waarde paragraaf 10.1. In het laagspanningscircuit zitten twee zelfherstellende zekeringen; na het in werking treden duurt het enige tijd voordat deze zich weer hersteld hebben. Ionisatie valt weg tijdens branden 1. Controleer de gasdruk in de toevoerleiding (20-30 mbar) tijdens ontsteken en branden, ook indien andere gastoestellen schakelen. 2. Controleer de inspuiter op vervuiling. 3. Controleer het laag branden van het toestel gedurende minimaal 20 minuten en verhoog zonodig het minimum toerental van de rookgasventilator. Allure 7e druk maart 2005 41

Storingsanalyse Hoofdstuk 8 8.2 Blokschema regeling en beveiliging 4112-C 42 Allure 7e druk maart 2005

Onderhoud Hoofdstuk 9 9.1 Onderhoud gebruiker Het onderhoud voor de gebruiker blijft beperkt tot het periodiek reinigen van het filter. Afhankelijk van de stofproductie in de woning wordt in eerste instantie geadviseerd het filter iedere maand te reinigen. In stoffige ruimten (nieuwe woning) dient dit onderhoud vaker te worden uitgevoerd. Reinigen van het filter door de gebruiker 1. Zet de ruimtethermostaat 5 ºC lager dan de omgevingstemperatuur. 2. Laat het toestel afkoelen tot omgevingstemperatuur. 3. Schakel de netvoeding uit. 4. Neem het filter uit het toestel en maak het schoon met behulp van een stofzuiger. 5. Plaats het filter hierna op dezelfde wijze terug als bij het uitnemen. 6. Schakel de netvoeding in. 7. Stel de ruimtethermostaat weer in op de gewenste temperatuur. Allure 7e druk maart 2005 43