Vergelijkbare documenten
rijm By fightgirl91 Submitted: October 17, 2005 Updated: October 17, 2005

Verhaal: Jozef en Maria


0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: <Katelyne>

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters.

Het boek van VISJE BLUB. Gemaakt door iedereen die op de foto staat

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn:

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.

De brug van Adri. Rollen: Verteller Martje Adri Wim

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

Vlinder en Neushoorn

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Het verhaal van de schepping (Genesis 1 en 2)

Een gelukkige huisvrouw

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik.

IK WAS TOE AAN VAKANTIE

De dieren in de dierentuin bereiden zich voor op het Kerstfeest. Mevrouw Nijlpaard neem nog even een bad voordat ze aan het kerstdiner gaat en meneer

Niet in slaap vallen hoor!

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

't gummybeertje le journal D' Hoge School redactie: Tom & Senne jaargang 3 nr. 7 frankieweyns@hotmail.

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

Herman gaat met zijn dochter Lies naar de dierentuin. Joppie de hond gaat ook mee. Ze gaan gelijk naar de apen, die dicht bij de ingang zijn.

Musical De Eendenclub verdwaalt

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten.

Dino en het ei. Duur activiteit: 30 minuten Lesdoelen: De kleuters: kunnen een prent linken aan een tekst; kunnen het verhaal navertellen.

Het is herfst in de poppenkast. door Nellie de Kok

Werkblad 3: Gravenfeest China

Andrea Voigt. Augustus in Parijs. Uitgeverij De Geus

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn

Krabbie Krab wordt Kapper

Het kasteel van Dracula

Het verhaal van. de bomen

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

De week van Springmuis.

Dit dier lijkt op mij

Wij zijn twee vrienden... jij en ik

Twee blauwe vinkjes. Door: Lenneke Sprong

Poekie is verdrietig. Want zijn papa en mama gaan scheiden. Geschreven door. Mariska van der Made. Illustraties van. Dick Rink

Eerste druk, Arinka Linders AVI E5 M6 Illustraties: Michiel Linders

Stil blijft Lisa bij de deur staan. Ook de man staat stil. Ze kijken elkaar aan.

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Voor Indigo en Nhimo Papahoorjeme_bw.indd :02

Ik besloot te verder te gaan en de zeven stappen naar het geluk eerst helemaal af te maken. We hadden al:

De kleine beestjesclub

Johanna Kruit. Gedichten, geïnspireerd door bomen. Geheimen

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom

Netje is een meid! Vrolijke meid, uit een vissersdorp!

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

We spelen in het huis van mijn mama deze keer,

Wie heeft die rare knopen erin gelegd? vraagt hij. Ik, geeft Bibi eerlijk toe. Vorige week waaide het nogal hard. Dus toen heb ik de rubberboot en

sarie, mijn vriend kaspar en ik

Voor kleuters is het belangrijk om een knuffel vast te houden, het geeft houvast, een knuffel troost, geeft vertrouwen, een veilig gevoel.

Planten en dieren in de duinen. Interactief verhaal

Verteld door Schulp en Tuffer

Arie van der Veer & Ellen Laninga. Luister maar. Met illustraties van Rike Janssen. Boekencentrum

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

BINNENSUIS Jehudi van Dijk

Jan Klaassen en Katrijn in Afrika door Nellie de Kok. Samenvatting

Het oolijke dierenboek

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen

Lieve broer! Je liefste zus!!! Camille Vandenbussche oktober

Kinderfolder ALS JE EEN GELEIDEHOND TEGENKOMT

De boekenbeer Module dans groep 1-2

Toets informatieve en andere teksten Niveau AA Toets 2 (februari), deel 2

Edward van de Vendel. De grote verboden zolder

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

Schaapje Schaap woont op de weide samen met Nina en Osto.

Hoe Farah meedoet met de Ramadan, zonder te vasten!

Makkers en rakkers. Nel Ooievaar. bron Nel Ooievaar, Makkers en rakkers. 'De Vliegende Hollander', Utrecht ca dbnl

Kom jij ook uit een ei?

De meeuwen van de Afsluitdijk

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

OPDRACHT1. De nieuwe winkelervaring. Jerrymel Anino( ) Esra Isguzar ( )

Eerste druk, september Tiny Rutten

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Luisteren: muziek (B2 nr. 3)

!!!!! !!!!!!!!!!!! Uit: Glazen Speelgoed (Tennesse Williams)! (zacht) Hallo. (Ze schraapt haar keel)! Hoe voel je je nu? Beter?!

De kinderen zochten zelf informatie op over de dieren die ze dagelijks verzorgen.

Deel 2. Begrijpend lezen Smoetie zoekt haar weg

Raar, maar waar! deel 1. groep 3 en 4

Sprookjes. groep 5. les 15. Bijlage 1: Het lelijke jonge eendje. 3 de leerjaar. Het lelijke jonge eendje (Afbeelding 1)

KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN

Jan Klaassen en Katrijn in Afrika (groot optreden door kinderen) door Nellie de Kok

Er zijn mensen nodig met nieuwe fantasie

Noah(een kerstverhaal)

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

OPDRACHT 1 : SCRIPT EN INTERACTIEVE VERSIE VAK : SCHRIJVEN --LOIS VEHOF--

Pagodespreeuw (Sturnus Pagodarum)

Transcriptie:

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard. Maar het is nou eenmaal zo. Ik kan er niks aan doen. Ik ben jaloers op Witte en zijn wilde paard. Alles had anders kunnen lopen als er geen paardentemmers waren geweest. Dan waren we voor altijd drie vrienden gebleven. Ik moet alles van voren af aan vertellen, dan begrijp ik het zelf het beste. Elke zomer ben ik op een eiland in het noorden, samen met mijn familie. Het eiland ligt in een meer. De hele zomer blijven ze daar. Mijn ooms en tantes, mijn broers en zussen, mijn neven en nichten. Nooit verlaten ze het eiland. Dat is toch niet te begrijpen? Flamingo s hebben de grootste vleugels van alle vogels die ik ken. Hebben wij zulke grote vleugels, wil niemand vliegen Nou, ik wel! Ik wil niet steeds op ons eiland blijven. Het is mooi maar verderop is alles onbekend en nieuw. Er stroomt een kleine rivier door het meer. Ik vlieg 5

vaak een eindje de rivier op, het land in. Ik ga dan meestal vissen. Dat is nog een reden waarom de andere flamingo s mij een vreemde vogel vinden. Zij vissen niet. Ze houden van krabben en kreeften en slakken, en vissen lusten ze niet! De mensen hebben stroomopwaarts een dak over het water gemaakt. Dan kunnen ze met droge poten van de ene naar de andere oever lopen. Ze lijken bang om nat te worden. Ik vond dat eerst maar raar. Nu denk ik: zijn wij flamingo s niet net zo bang voor vuur als zij voor water? 6 Op een dag was ik weer de rivier opgevlogen. Zo ver als ik durfde zonder te verdwalen. Vanuit de lucht zag ik een ronde vis in het water. Hij zag er ontzettend lekker uit. Volvet, maar niet te groot om door te slikken. Ik ken deze vissen goed. Ze smaken anders dan de vissen in het meer. Ze hebben een soort grassmaak en ze zijn donkergroen. Daarom noem ik ze grasvissen. Een honger dat ik kreeg! Die ronde vis, ik zag niets anders meer. Naast de rivier kon ik landen om hem te vangen. Dicht in de buurt van het rivierdak. Ik deed een glijlanding. Dan zweef je zonder je vleugels te bewegen naar beneden tot je de grond raakt. Zo maak je het minste lawaai, en heeft de vis je niet in de gaten. Toen ik in de rivier stond, schrok ik me een gat in de lucht. Een mens! Een paar vleugellengtes verder, bovenop het rivierdak. Het eerste dat ik zag, was spierwit haar. Ik wilde wegvliegen. Dan maar geen vis. De mens bewoog niet. Het was een jonkie. Noem je

jonge exemplaren bij mensen ook jonkies? Ik weet even geen betere naam. Het jonkie was niet oud, maar hij was vast al wel een hele tijd uit het ei. Als hij tenminste gewoon uit een ei gekropen was. Het jonkie keek naar mij. Ik naar hem. We bewogen beiden niet. Ik keek in zijn ogen, zo diep als ik kon. Toen wist ik het zeker: hij zou me geen kwaad doen. Ik ben blijven staan. Ik zag de vis aan me voorbij zwemmen. Ik had hem zo op kunnen happen, maar dat heb ik niet gedaan. Mijn honger was over. Het jonkie ging rustig door met waar hij mee bezig was. Hij hield een rechte tak met een draad in het water. De zon scheen bovenop zijn witte haren. Zo fel wit dat het pijn deed aan mijn ogen. Mensen hebben geen veren zoals wij. Ook geen vacht zoals konijnen en muizen. Geen schilden als torren en krabben, geen huizen als slakken en geen schubben als vissen. Ze hebben haren. Lange dunne sprietjes. Die hebben ze alleen boven op hun hoofd, verder is er nergens haar te bekennen. Waarom ze haren hebben en waarom alleen op hun hoofd? Geen idee. Van boven gezien zijn mensen allemaal grijzig. Heel anders dan flamingo s, wij zien er allemaal heel verschillend uit. Maar één mens haal je er zo uit, ook van veraf. Hij is door zijn witte haar zo anders dan alle anderen. Daarom besloot ik hem een eigen naam te geven. Ik noemde hem Witte. 7

17 Mensenopa s zijn net als flamingo-opa s: ze zeggen niet zoveel. Ze kijken rustig uit hun ogen. Je mag alles van ze en ze doen de gekste dingen voor je. Oma s zijn anders. Die maken zich altijd zorgen en vragen waar je bent geweest. Je moet met ze knuffelen. Ze verwennen je met van alles en nog wat. Je moet steeds zeggen wat je het lekkerst vindt en als je dat zegt, krijgt je het meteen. Als ik mocht kiezen, had ik liever een opa dan een oma. 68 Opa keek Witte aan voor hij iets zei. Mooi dat je er bent. Ik was al ongerust. Och. Ik was even weg. En nou heb je een paard. Ja. Dat paard is los, Witte. Dat hoort zo, Opa. O. Hij is mijn vriend. O. Witte en het paard stonden naast elkaar in de zon met hun witte haren en manen. Als Witte een stap naar voren deed, deed het paard dat ook. Als het paard achterom keek, keek Witte ook achterom.

Ik kon me niet voorstellen dat dit paard hetzelfde was als het paard dat ik had zien vechten. Toen was hij zo groot en boos en gevaarlijk, nu zo rustig dat je hem wilde aaien. Opa? Ja jongen? Kunnen wij het paard ergens verstoppen? Plotseling werden de ogen van Opa donker. Je hebt het paard toch niet gestolen? Nee, Opa. Dat kan niet eens. Waarom kan dat niet? Dat paard is van zichzelf. Is het een wild paard, Witte? Ja. O. Waarom wil je hem dan verstoppen? Vanwege de paardentemmers. O zo. Opa slofte weg en zong een beetje in zichzelf. Het leek wel of hij in zijn gedachten ergens anders was. Ik keek vanaf de grond naar Opa. Hij stond in de schaduw van zijn nest. Hij had niet veel haar, maar van beneden leek het net zo wit als dat van Witte. Dat is het mooie als je van beneden naar mensen kijkt: dan zie je het roze vel op hun kop niet. Eigenlijk had Opa twee nesten. Een voornest en een achternest. Het achternest stond vol met stokken en boomstammen in kleine stukken, allemaal om te verbranden. 69

Opa gooide alles wat in het achternest lag naar buiten en Witte stapelde het op tot mooie bulten. Het paard stond ernaar te kijken en deed niks. Ik kon ook niet helpen. Na een tijdje was het achternest leeg. Het was zo groot dat het paard er precies in paste. Witte liep naar binnen. Het paard ging mee. Toen hij in het nest stond, keek hij even om zich heen. Zijn hoofd ging een paar keer op en neer. Hij was tevreden. Slim bedacht van Opa en Witte! Nu kon je het witte paard niet meer van boven of opzij zien, alleen nog van voren. Witte zette een groot stuk hout voor de opening van het nest. Het paard was nu onzichtbaar. Dit was de oplossing! De paardentemmers zouden hem nooit kunnen ontdekken in Opa s achternest. 70 Opa had ondertussen extra vuur gemaakt. Er hingen vissen in de rook. Ik ging de rivier in. Het was een lange dag geweest. Ik merkte nu pas hoeveel honger ik had. De rivier zat vol met kleine visjes en kreeftjes. Daar had ik nu zin in. Ik at tot mijn buik propvol zat en ik het gevoel had dat ik nooit meer zou kunnen eten. Witte en Opa smeten me een tijdje later nog staarten van vissen met vuursmaak toe. Ze roken lekker. Ze waren knapperig. Ze kriebelden lekker in mijn hals. Ik heb er zoveel van gegeten dat ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen vliegen. Ik liet alle zorgen van me afglijden. We hadden het witte paard bevrijd. Er was een verstopplek voor hem. Voorlopig kon er niks gebeuren.

18 Het waren de mooiste dagen van mijn leven tot nog toe. Witte, het wilde paard en ik, we waren drie vrienden. En Opa ook natuurlijk. Alles leek eenvoudig en gewoon. Pas als zulke mooie dagen voorbij zijn, zie je hoe bijzonder ze waren. De eerste dag waren we nog bang. Stel je voor dat de paardentemmers zouden verschijnen. Zo n touw losmaken, dat kunnen toch alleen mensen? Hoeveel mensen waren er in de moerassen? Niet meer dan twee. Opa en Witte. Wat als ze kwamen? Drie paarden, drie mannen, daar konden wij nooit tegen op. Het wilde paard was altijd verstopt in zijn nest. Van buiten was er niks te zien. Er was alleen een kier, waardoor je naar binnen kon kijken. Vaak lag het paard met zijn ogen dicht. Hij leek te slapen. Normaal slapen paarden niet lang. Maar hij was zo moe van het rennen en de angst. Witte haalde gras voor hem. Er was genoeg in de buurt. Witte kon het veilig afsnijden en naar het paard brengen. Dan hoefde die niet uit zijn schuilplaats te komen. Het gras was geel en het leek mij nogal droog. Dat kan je toch nooit in één keer doorslikken? Maar het paard at er gretig van. Witte zette ook steeds vers water uit de rivier voor hem neer. 71

72

73