Dompeltemperatuurverschilregelaar



Vergelijkbare documenten
Dompeltemperatuurregelaar

Kanaaltemperatuurregelaar

Ruimtethermostaat met LCD

Draadloze ruimtetemperatuurregelaar met dagklok en groot LCDdisplay

Dompeltemperatuurregelaar

Ruimtethermostaat met handschakelaar AAN/UIT Tweepunts regelalgoritme

Ruimtetemperatuurregelaar

Ruimtetemperatuurregelaar

Ruimtetemperatuurregelaar

QXA2000. Condensbeveiliging. Siemens Building Technologies HVAC Products

Vorstbeveiligingsthermostaat. Vorstbeveiligingsthermostaat met 6 m capillairlengte

Ruimtetemperatuurregelaar met weekschakelklok, LCD en opt. externe temperatuuropnemer

Ruimteopnemer. In ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties voor het meten van de relatieve ruimtevochtigheid en de ruimtetemperatuur

Bestelling. Apparatencombinaties. Techniek

Elektrische servomotoren

Elektromotorische servomotoren voor afsluiters

Ruimteapparaten met PPS2- interface

QAW70. Ruimte-apparaat. Siemens Building Technologies HVAC Products. voor verwarmingsregelaars VILLAGYR RVP102 en SIGMAGYR RVL4

Ruimtetemperatuurregelaar RLA162.1

Ruimtetemperatuurregelaar. voor verwarmings- en koelsystemen

Elektromotorische servomotoren

Dompeltemperatuuropnemers

Servomotoren voor kleine afsluiters

Kabeltemperatuuropnemer

Ruimteapparaat voor Synco 700 regelaar

Ruimtetemperatuurregelaar

Kanaaltemperatuuropnemer

QAA910. Siemens Building Technologies HVAC Products. Synco living Ruimtetemperatuuropnemer

Ruimteapparaat met PPS2-interface

RCU60../61.. Ruimtetemperatuurregelaar. Siemens Building Technologies HVAC Products. voor verwarmings- en koelinstallaties en VAV- en CAV-systemen

Ruimtetemperatuurregelaar RCU50...

Elektromotorische servomotoren voor afsluiters

Veiligheidsmodules. Benaming Type Aantal Voeding Referentie Massa aansluitklemmen- veiligheidsblok. Afzonderlijk, 3 a en XPS-AF5130P 0,250 uittrekbaar

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16

Regeling van de varimat WR I.7.3. Systeeminformatie

Multizone-modules MZ003 en MZ004

Ruimtetemperatuurregelaar

Ruimtetemperatuurregelaar

Elektromotorische Servomotoren, 3-punts Voor roterende armaturen

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

MGC OpenTherm regelaar

Bedieningshandleiding. Analoge ingang 4-kanaals

Elektrohydraulische servomotoren voor afsluiters

4 573o. Elektromotorische servomotoren voor afsluiters. Landis & Staefa Division. Toepassing

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

Tegelkachel Pompensturing. Montage en bediening

Radiatorafsluiters. Siemens Building Technologies HVAC Products. DIN-bouwserie, voor tweepijps verwarmingsinstallaties

Elektronische module EK002 voor het sturen van twee ketels in cascade

Bestnr Digitale temperatuurregelaar ENDA ET1311

Biofloor - Regelingen

Elektromotorische aandrijvingen

Elektromotorische servomotoren

URN 2. Gebruiksaanwijzing Netvoedingsapparaat URN 2

ELIOS DIN GEBRUIKSAANWIJZING

Serie 15 - Elektronische dimmer

Serie 7H - Verwarmingselementen (10 550) W

Zelflerende ruimtetemperatuurregelaar

Serie 19 - Interventiemodulen

Productinformatie. ORION-VA Klimaatcomputer met centrale regelingen (IRIS)

RRV918. Siemens Building Technologies HVAC Products. Synco living Verwarmingsregelaar

Communicatie-interface voor Synco 700 en Synco RXB

Concept 420 sm (productinformatie) Blad 1 04/2008

Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België

Driewegkranen PN10 met buitendraad

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Thermische aandrijvingen

Ruimtetemperatuurregelaar

Ruimtetemperatuurregelaar

Montage- en gebruiksaanwijzing

T6590B1000 FANCOIL REGELAAR KENMERKEN TOEPASSINGEN PRODUCT GEGEVENS

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

Productinformatie. ORION-VS Klimaatcomputer met centrale regelingen (SIRIUS)

Bedieningshandleiding. Analoge ingangsmodul 4-kanaals

E Geschakelde voeding 24 V DC

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

MOD-I-XP. Vooraanzicht. Kenmerken. MOD-I-XP_ _NL Technische wijzigingen voorbehouden Pagina 1 van 8. Modem voor externe gegevensoverdracht

P-bus-interfacemodule

AANSLUITINGS- VOORSCHRIFT

AANSLUITINGS- VOORSCHRIFT REGELEENHEID VOOR ROTERENDE WARMTEWISSELAAR

Espace bedrade regeling (230 volt)

Elektrohydraulische servomotoren voor afsluiters

Ruimtetemperatuur voelers MODBUS, SHT-A1-MB(-LCD) Ruimte MODBUS. Omschrijving

Serie 15 - Elektronische dimmer

Systeem 2000 Trappenhuisverlichtingsautomaat, Basiselement impulsgever. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat

PRS 9. Gebruiksaanwijzing Programmaschakelaar PRS 9

Installatiehandleiding VAG5000-Basic. Weersafhankelijke ketelregelaar

Transcriptie:

3 337 Synco 100 Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 Dompeltemperatuurverschilregelaar voor boilers en cascadeschakelingen. Compacte constructie met 2 tweepunts besturingsuitgangen AC 24...230 V. oepassing Installatiezijdig: Zonne-energie-installaties met boilers Zwembadverwarmingen met zonnecollectoren Voorraadboilersystemen met meerdere boilers Cascade-installaties Gebouwzijdig: Alle typen woongebouwen Alle typen bedrijfsgebouwen oepassingsvoorbeeld: Regeling van het temperatuurverschil tussen twee installatie-elementen, bijv. tussen warmtebron en warmteontvanger Besturingszijdig: weepunts servomotoren, bijv. thermische aandrijvingen Driepunts servomotoren ransportpompen, laadpompen Alle typen aan-uit regelapparaten C3337nl 07.2005 Siemens Building echnologies HVAC Products

Functies Hoofdfuncties Overige functies Regeling van het ingestelde temperatuurverschil door tweepuntsbesturing van één of meer overeenkomstige apparaten Vooraf geconfigureerde toepassingen, instelbaar met DIP-schakelaars Belastingafhankelijke omschakeling op een tweede cascade-installatie Aanhouden van een minimale laadtemperatuur Rekening houden met een absolute temperatuur aximale temperatuurbegrenzing Instelling van het setpoint op afstand estbedrijf als hulp bij de inbedrijfstelling Bestelling Bij bestelling moet het type R27 worden opgegeven. Apparaatcombinaties Bestuurde apparaten Afstandinstelpotentiometer emperatuuropnemer Bestuurbaar zijn: Servomotoren voor tweepuntsbesturing of driepuntsbesturing Alle typen aan-uit regelapparaten Bestuurde apparaten moeten besturingsingangen bezitten, die geschikt zijn voor AC 24 230 V, max. 2 A. Als afstand-instelpotentiometer is geschikt: ype BSG21.1 Apparatenblad 991 Voor de meting van de externe temperaturen ( en ) zijn alle temperatuuropnemers met een meetelement G-i 1000 Ω bij 0 C geschikt. Dat kunnen zijn: Opnemertype ype Apparatenblad Klemtemperatuuropnemer QAD22 801 Dompeltemperatuuropnemer QA 791 Collectortemperatuuropnemer QAP21.2 833 Kabeltemperatuuropnemer QAP21.3 832 echniek oepassingen Basis-regeling 7 standaard applicaties zijn in de regelaar voorgeconfigureerd. Zij worden door DIPschakelaars geselecteerd (zie hiervoor hoofdstuk Uitvoering ). Alle applicaties (1 7) bevatten de basis-temperatuurverschilregeling zoals hierna wordt beschreven: De regelaar schakelt de besturingsuitgang (omschakelcontact), wanneer het setpoint, dus het temperatuurverschil, wordt bereikt. Ingesteld moeten worden: Het setpoint, dus het temperatuurverschil, dat tussen de beide gemeten installatieelementen moet heersen Schakeldifferentie inimale laadtemperatuur (aanvullende functie) Een externe opnemer () meet de temperatuur van de warmtebron. De regelaar meet de temperatuur van de warmteverbruiker () met zijn geïntegreerde meetelement. 2/10 Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl

SD 2 SD 2 O OFF t OFF tw t O?t K emperatuurverschil?t W emperatuurverschil setpoint?t O Schakelpunt I?t OFF Schakelpunt UI SD Schakelverschil tk Wanneer de temperatuur van de warmtebron () met het ingestelde temperatuurverschil (?t O ) boven de verbruikerstemperatuur () uitstijgt, sluit de regelaar het besturingscontact Q1 Q3 en schakelt het corrigerend orgaan in. Daalt de temperatuurverschil onder het ingestelde setpoint (?t OFF ), dan sluit de regelaar het besturingscontact Q1 Q2 en schakelt het aangesloten corrigerend orgaan uit. inimale laadtemperatuur () Gewenste temperatuur () aximale temperatuur instelling van het setpoint op afstand estbedrijf Een minimale laadtemperatuur () kan in de regeiaar worden ingevoerd De regelaar schakelt de besturingsuitgang om, wanneer: het ingestelde temperatuurverschil (setpoint) bereikt is en de minimale temperatuur () bereikt is Om deze functie te activeren moet de betreffende bedrijfswijze worden geselecteerd (zie hoofdstuk Uitvoering ). In de applicaties 2, 3 en 4 kan een absolute temperatuur () worden ingesteld. De regelaar schakelt zijn besturingsuitgang (Q4 Q6) in, wanneer de absolute temperatuur () onder zijn setpoint (instelling op de instelpotentiometer 4) daalt. De besturingsuitgang (Q4 Q5) schakelt uit, wanneer de absolute temperatuur () met de grootte van het schakelverschil (vast 6 K) boven zijn setpoint uitkomt. In de applicaties 1 en 2 kan een maximale temperatuur worden ingesteld. De regelaar schakelt zijn besturingsuitgang (Q1 Q2) en schakelt het aangesloten corrigerend orgaan uit, wanneer de temperatuur () de maximale temperatuur (instelling op de instelpotentiometer 5) bereikt. Wanneer de temperatuur () met de grootte van het schakelverschil (vast 10 K) onder de ingestelde maximale temperatuur daalt, schakelt de besturingsuitgang (Q1 Q3) weer in. Deze functie kan worden gedeactiveerd (instelling OFF op de instelpotentiometer 5). Is de regelaar slecht toegankelijk, dan kan een afstand-instelpotentiometer BSG21.1 worden aangesloten (klemmen ). Daarmee kan het temperatuurverschilsetpoint op afstand worden gewijzigd. De setpoint-instelschuif van de regelaar moet daartoe op de stand EX staan. Voor het testbedrijf moet eerst de DIP-schakelaar 6 op het DIP-schakelblok op estbedrijf worden gezet (zie hoofdstuk Uitvoering ). Dan kan het omschakelcontact met de instelschuif voor het temperatuurverschilsetpoint handmatig worden gestuurd: Setpoint-instelschuif in de middenstand, >5 <25 K: Beide besturingscontacten (Q1 Q2 en Q4 Q5) zijn gesloten (rusttoestand) Setpoint-instelschuif in de hoogste stand, >25 K: besturingscontact Q1 Q3 sluit Setpoint-instelschuif in de laagste stand, <5 K: besturingscontact Q4 Q6 sluit Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl 3/10

Uitvoering De regelaar is ontworpen voor inbouw in pijpleidingen of op boilers. De regelaar bestaat uit een behuizing met deksel en een dompelstaaf waarin het meetelement (G-i 1000) zit. De behuizing van kunststof bevat de regelelektronica en alle bedieningselementen. Deze zijn alleen toegankelijk na het verwijderen van de deksel. Aan de voorzijde bevinden zich de schuiver voor de setpointinstelling alsmede een lichtdiode voor de bedrijfsweergave: ED brandt: ormaal bedrijf ED knippert snel (4 Hz): estbedrijf ED knippert langzaam (1 Hz): Storing temperatuurmeting 3 4 5 3337P01 2 1 ichtdiode voor testbedrijf / Storing / ormaal bedrijf 2 DIP-schakelblok 1 3 Instelschuif voor minimale laadtemperatuur (30...80 C) 4 Instelpotentiometer voor absolute temperatuur (40 90 C) 6 5 Instelpotentiometer voor maximale temperatuur (40 130 C) 6 Instelschuif voor?t setpoint (1 30 K). Alle functie-instellingen worden via een DIP-schakelblok met 6 schuifschakelaars uitgevoerd. De toepassingen zijn in de regelaar vooraf geconfigureerd en worden met de schakelaars 4 en 6 geselecteerd (zie hoofdstuk oepassingsvoorbeelden ): 3337P02 Functie 1 2 3 4 5 6 Effect Schakelverschil Bedrijswijze () Schakelverschil = 8 K Schakelverschil = 1 K Schakelverschil = 4 K Schakelverschil = 2 K et minimale laadtemperatuur Zonder minimale laadtemperatuur Applicaties () Applicaties 6, 7: 2 Warmtewisselaars ( t) In het testbedrijf Applicatie 5: Applicaties 3, 4: Applicaties 1, 2: estbedrijf Regelbedrijf 2 Collectoren ( t) Omloopafsluiter ( C) Standaard Aanwijzing In de toestand bij aflevering staan alle 6 de schakelaars in de stand (uit) Aanwijzingen voor de montage 4/10 De juiste montageplaats voor de regelaar resp. voor de opnemer is afhankelijk van de applicatie: In de cascade-installatie: in het warmste gedeelte In de warmteontvanger: in het koudste gedeelte In zonnecollectoren: direct in de afvoer Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl

okale voorschriften moeten worden nageleefd. Voor de inbouw van de beschermhuls moet een draadaansluiting in de pijpleiding worden aangebracht. De dompelstaaf moet zoveel mogelijk tegen de stroming in worden aangebracht. De maximaal toelaatbare omgevingstemperatuur dient te worden aangehouden. Een installatiehandleiding voor de montage en inbedrijfstelling wordt met de regelaar meegeleverd. Aanwijzingen voor de inbedrijfstelling er controle van de besturingsbekabeling kan de regelaar in het testbedrijf worden gebracht en vervolgens kan de reactie van het(de) corrigerend orga(a)n(en) worden getest Bij instabiliteit van de regeling moet het schakelverschil hoger worden ingesteld. Bij te trage reactie moet het schakelverschil worden verkleind Is de temperatuurmeting op de cascade-installatie () defect of onderbroken, dan worden alle besturingsuitgangen uitgeschakeld. De rode ED 1 knippert langzaam echnische gegevens Voeding Voedingsspanning AC 230 V +10% / 15% Frequentie 50 / 60 Hz Opgenomen vermogen ax. 4 VA Functiegegevens Instelbereik temperatuurverschilinstelling 0...30 K Instelbereik minimale laadtemperatuur 30...80 C Instelbereik absolute temperatuur 40...90 C Instelbereik maximale temperatuur 40...120 C Schakelverschil Basisregelkring Absolute temperatuur aximale temperatuur Schakeluitgangen (Q1 Q2/Q3, Q4 Q/Q6) Spanning Stroom ax. leidinglengten bij Cu-kabels 1,5 mm 2 voor signaalingangen, Instelbaar (0,5 / 1 / 1,5 / 2 K) 6 K (vast) 10 K (vast) AC 24 230 V ax. 2 A 80 m Omgevingscondities Bedrijf Klimatologische omstandigheden emperatuur Vochtigheid ransport Klimatologische omstandigheden emperatuur Vochtigheid echanische eisen Volgens IEC 721-3-3, Klasse 3K5 0...+50 C <95 r.v. Volgens IEC 721-3-2, Klasse 2K3 25...+70 C <95 % r.v. Klasse 22 5/10 Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl

ormen en standaards conformiteit volgens EC-richtlijn aagspanningsrichtlijn Productnormen Automatische elektrische regel- en besturingsapparaten voor huishoudelijk gebruik en dergelijke toepassingen Elektromagnetische compatibiliteit Storingsemissie Immuniteit 89/336/EEG 73/23/EWG en 93/68/EEG E 60730-1 en E 60730-2-9 E 50081-1 E 50082-1 Beschermingsgraad IP42 E 60529 Beveiligingsklasse II volgens E 60730 Vervuilingsgraad ormaal Algemeen Aansluitklemmen voor draad of voorbereide litzedraad 2 1,5 mm 2 of 2,5 mm 2 Opnemer eetelement G-i 1000 Ω bij 0 C ijdconstante (met beschermhuls) 25 s Beschermhuls Insteeklengte oegestane nominale druk ateriaal assa (Gewicht) 150 mm P0 essing (s63) 0,3 kg Aansluitklemmen Q1 Q4 Q2 Q3 Q5 Q6 3337G01, emperatuuropnemer, Voedingsspanning AC 230 V assa, meetnul Q1, Q4 Ingang voor besturingscontact Q2, Q5 Uitgang besturingscontact (normaal gesloten) Q3, Q6 Uitgang besturingscontact (normaal geopend) Ingang voor afstand-instelpotentiometer 6/10 Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl

Aansluitschema's 3337A01 2 1 B B AC 230 V Q2 Q1 Q3 Q5 Q4 Q6 emperatuurverschilregeling met afstand-instelpotentiometer en 2 externe temperatuuropnemers, met maximale begrenzing. Besturen een laadpomp (bijv. applicatie 1) 1 3337A02 B B AC 230 V Q2 Q1 Q3 Q5 Q4 Q6 emperatuurverschilregeling met 1 collectortemperatuuropnemer en een afstandinstelpotentiometer. Besturen een ketelcirculatiepomp en een collectorcirculatiepomp (bijv. applicatie 2) 1 2 Aanwijzing In dit voorbeeld wordt de besturingsingang Q4 gevoed door het besturingscontact (verbreekcontact) Q2. Daardoor wordt het gelijktijdig inschakelen van beide pompen voorkomen. 3337A03 2 1 B B AC 230 V Q2 Q1 Q3 Q5 Q4 Q6 emperatuurverschilregeling met 2 externe temperatuuropnemers. Besturing van een laadpomp en een elektrothermisch corrigerend orgaan (bijv. applicatie 3) 1 Y1 1 2 Y1 Externe temperatuuropnemer (cascade-installatie) Externe temperatuuropnemer aadpomp aadpomp 2 (secundaire cascade-installatie, bijv. ketel) Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 Afstand-instelpotentiometer BSG21.1 Corrigerend orgaan voor omschakelafsluiter Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl 7/10

oepassingsvoorbeelden Applicatie 1 Standaard zonne-energieinstallatie 1 3337S01 emperatuurverschilregeling met een boiler. Het temperatuurverschil tussen de collector (opnemer ) en de boiler (regelaarinterne opnemer ) wordt met de t-instelling vergeleken. De laadpomp 1 wordt ingeschakeld, wanneer het ingestelde temperatuurverschil bereikt is. Applicatie 2 aanvullende warmtebron of warmteopwekker 2 E3 3337S02 1 emperatuurverschilregeling voor een boiler, met omschakeling op een tweede warmtebron (meestal een ketel), wanneer de zonnewarmte niet voldoende is. Een extra temperatuuropnemer () meet de temperatuur in het bovenste deel van de boiler. Volgens deze temperatuur wordt de laadpomp 2 gestuurd, teneinde de gewenste boilertemperatuur in stand te houden, Applicatie 3 omloopafsluiter 1 Y1 3337S03 emperatuurverschilregeling voor een boiler met een extra temperatuuropnemer () in de collectoraanvoer en een omloopafsluiter (Y1). Deze toepassing wordt gebruikt wanneer de collector ver van de boiler verwijderd is (bijv. op een hoog dak). Hiermee wordt voorkomen, dat koud water uit de leidingen in de boiler wordt geladen. Dat zou vooral 's morgens het geval kunnen zijn, dus na een langere periode zonder zonnewarmte. 8/10 Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl

Applicatie 4 warmtewisselaar 1 2 3337S04 emperatuurverschilregeling met een boiler en een warmtewisselaar tussen collector en boiler. Een extra temperatuuropnemer () meet de temperatuur in de warmtewisselaar. De boiler wordt alleen dan geladen wanneer de temperatuur van de warmtewisselaar het ingestelde setpoint bereikt. Applicatie 5 2 collectoren (Oost / West) E3 2 1 3337S05 emperatuurverschilregeling met twee collectoren (bijv. voor de Oost- West richting). Deze toepassing wordt in zonnige gebieden toepgepast om gedurende de gehele dag zoveel mogelijk zonnewarmte op te vangen. Applicatie 6 lamellenboiler (met twee warmtewisselaars) 1 Y1 3337D06 emperatuurverschilregeling met lamellenboiler. Staat slechts weining zonnewarmte ter beschikking, dan wordt alleen het onderste deel; van de boiler geladen. Wanneer de hoeveelheid zonne-energie toeneemt sluit de omloopafsluiter (Y1) en wordt het bovenste deel van de boiler geladen. Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl 9/10

Applicatie 7 1 collector en 2 boilers E3 3337D07 1 2 emperatuurverschilregeling met één collector, die twee boilers parallel voedt. De toepassing heeft voordeel, wanneer veel zonnewarmte ter beschikking staat Externe temperatuuropnemer (warmtebron) Externe temperatuuropnemer Warmteverbruiker (boiler) Primaire warmtebron (collector) E3 weede warmteverbruiker (boiler) 1 aadpomp 1 2 aadpomp 2 Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 Afstand-instelpotentiometer BSG21.1 Y1 Corrigerend orgaan voor omloopafsluiter aatschets 72.5 51 13.5 125 13 G ½ A 152 9 61 29 150 251.5 Regelaar met beschermhuls 333401 aten in mm 10/10 2004 Siemens Building echnologies Wijzigingen voorbehouden www.siemens.nl/sbt Siemens Building echnologies Dompeltemperatuurverschilregelaar R27 C3337nl