Ouderschapsplannen in België De verblijfplaats van kinderen na scheiding Prof. dr. Charlotte Declerck Docent personen- en samenlevingsrecht UHasselt Advocaat
Wet 18 juli 2006 tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen ten uitvoerlegging inzake huisvesting van het kind BS 4 september 2006 Inwerkingtreding 14 september 2006 2
Artikel 374 2 BW Regelt het verblijf van een minderjarig kind indien zijn in leven zijnde ouders niet samenleven, en dit ongeacht het feit of zij al dan niet met elkaar gehuwd zijn = bepaling over het ouderlijk gezag, meer bepaald, het gezag over de persoon van de minderjarige 3
Verblijfsregeling bij akkoord tussen de ouders Zonder rechterlijke tussenkomst Niet in rechte afdwingbare verblijfsregeling Op basis van familiale bemiddeling/in het kader van een gerechtelijke procedure Art. 374 2 eerste lid BW: Ingeval de ouders niet samenleven en hun geschil bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt, wordt het akkoord over de huisvesting van het kind door de rechtbank gehomologeerd, tenzij het akkoord kennelijk strijdig is met het belang van het kind 4
Verblijfsregeling bij akkoord tussen de ouders De ouders kunnen de meest aangepaste verblijfsregeling voor hun kind kiezen Geheel of gedeeltelijk akkoord Enkel in geval van homologatie beschikt men over een uitvoerbare titel In geval het akkoord aan de rechtbank wordt voorgelegd, zal de homologatie slechts worden geweigerd indien het akkoord kennelijk strijdig is met het belang van het kind = marginale toetsing. Beschikt de rechtbank over een injunctiebevoegdheid? Kan HB worden ingesteld door een ouder tegen de homologatiebeslissing? 5
Verblijfsregeling bij gebrek aan akkoord tussen de ouders Art. 374 2, tweede lid BW: Bij gebrek aan akkoord, in geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, onderzoekt de rechtbank op vraag van minstens één van de ouders bij voorrang de mogelijkheid om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders vast te leggen. In geval de rechtbank echter van oordeel is dat de gelijkmatig verdeelde huisvesting, niet de meest passende oplossing is, kan zij evenwel beslissen om een ongelijk verdeeld verblijf vast te leggen. 6
Gelijkmatig verdeelde huisvesting toepassingsvoorwaarden Gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag Minstens één van de ouders moet het vragen Kan dus niet ex officio worden opgelegd, Ook al beantwoordt dit uitdrukkelijk aan de wens van het kind Ook al wordt dit uitdrukkelijk geadviseerd door de deskundige Ook niet als beide ouders het hoofdverblijf van het kind vragen 7
gelijkmatig verdeelde huisvesting model? Geen wettelijke, dogmatische voorkeur voor de gelijkmatig verdeelde huisvesting als model geen prioriteitsstatus Cf. ruime wettelijk voorziene afwijkingsmogelijkheden Gedragen door de rechtspraak, die voorkeur uitspreekt voor een casuïstische appreciatie in het belang van het kind 8
Eventuele tegenaanwijzingen Cf. parlementaire werken en rechtspraak Geografische verwijdering Onaangepaste huisvesting Sociale verankering van het kind in één van de milieus Behoud van de samenhang van de broers en zussen Continuïteit in vergelijking met bestaande situatie Ernstige onbeschikbaarheid van één van de ouders Manifeste desinteresse van één van de ouders Ongeschiktheid van de ene ouder om de rechten van de andere te erkennen Mening van het kind Gebrek aan familiale omkadering bij één van de ouders Jonge leeftijd van het kind 9
Bijzondere motiveringsplicht Art. 374 2 vierde lid BW: De rechtbank oordeelt in ieder geval bij een bijzondere redenen omkleed vonnis, en rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en het belang van de kinderen en de ouders. 10
Bijzondere motiveringsplicht Rekening houdend met Concrete omstandigheden van de zaak Belang van het kind Belang van de ouders Toepassingsgebied Unanimiteit over vereiste van specifieke motivering ingeval van niet gelijkmatig verdeelde huisvesting Discussie ingeval van gelijkmatig verdeelde huisvesting (zie evenwel de wettekst in ieder geval 11
Het horen van de minderjarige De minderjarige heeft het recht om door de rechter te worden gehoord De rechter moet aan de mening van het kind een passend belang hechten in overeenstemming met diens leeftijd en maturiteit De rechter kan echter geen gelijkmatig verdeeld verblijf opleggen indien geen van beide ouders dit vordert, ook al is dit de wens van het kind 12
Handhaving Gedwongen tenuitvoerlegging (art. 387ter BW) Verbeurte van een dwangsom Schadevergoeding Strafsancties 13
Vragen? 14