Protocol huisbezoeken afdeling Handhaving WIZ 1. Inleiding 2. Reden huisbezoek 3. Wettelijk kader 4. Woning 5. Kamerbewoning 6. Toestemming betreden woning 7. Bewoner van de woning 8. Bij weigering 9. Gedragregels bij het huisbezoek 10. Aandachtpunten bij het huisbezoek 11. Na het huisbezoek 12. Gesprek op de dienst 13. De rapportage Bijlage: Brief hersteltermijn Verslag huisbezoek Folder fraude Oproepbrief
1. Inleiding Het huisbezoek kan een effectief middel zijn om de woon- en leefsituatie van een cliënt te onderzoeken. Een voorwaarde is wel dat het huisbezoek op een juiste wijze wordt uitgevoerd. Het huisbezoek is toepasbaar in het kader van de poortwachterfunctie en bij onderzoeken naar de woon- en leefsituatie van cliënten met een lopende uitkering. In bepaalde situaties kan het huisbezoek ook gebruikt worden om de dienstverlening aan de klant te vergroten. Dit protocol is bedoeld om de medewerkers van WIZ Ede duidelijkheid te geven omtrent de wetgeving die relevant is bij het afleggen van een huisbezoek. Daarnaast geeft dit protocol handvatten om een huisbezoek zo effectief mogelijk uit te kunnen voeren. 2. Reden tot huisbezoek Een huisbezoek kan in een aantal situaties worden afgelegd: - als service aan de cliënt wanneer deze door omstandigheden aan huis is gebonden; - voor de beoordeling van de noodzaak tot het verstrekken van bijzondere bijstand; - controle i.v.m. de inkomsten- en/of vermogenssituatie; - bij twijfels over/ter verificatie van de woonsituatie van cliënt. 3. Wettelijk kader Voordat een woning betreden wordt, is het goed eerst stil te staan bij de vraag met welke wetgeving rekening dient te worden gehouden. Belangrijk hierbij is onder andere aan welke formele voorwaarden voldaan moet worden. Voor het afleggen van het huisbezoek zijn een aantal artikelen van diverse wetten relevant: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens artikel 8 EVRM Artikel 8 EVRM l. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economische welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat het afleggen van een onaangekondigd huisbezoek, gezien moet worden als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Deze inbreuk is volgens de Centrale Raad van Beroep in bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd en dit wordt gebaseerd op artikel 8, lid 2 van het EVRM.
Grondwet artikel 12 G Artikel 12 Grondwet Het binnentreden in een woning tegen de wil van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet bepaald zijn aangewezen. Voor het binnentreden overeenkomstig het voorafgaande lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Artikel 12 van de Grondwet zegt dat het binnentreden in een woning tegen de wil van de bewoner alleen geoorloofd is in de gevallen bij of krachtens wet bepaald. Voor het binnentreden tegen de wil van een bewoner zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Slechts een wet kan uitzonderingen maken op deze bepalingen uit de grondwet. Zo'n wet die uitzonderingen maakt op de bepalingen uit de Grondwet is de Algemene Wet op het Binnentreden (AWOB). In de Nederlandse wetgeving is geen regeling te vinden waarin controleambtenaren en bijstandsconsulenten van WIZ Ede de bevoegdheid hebben om ter aflegging van een huisbezoek tegen de wil van de bewoner binnen te treden. Algemene Wet op het Binnentreden artikel 1(AWOB) Artikel 1 AWOB 1. Degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk voorschrift of met het toezicht op de naleving daarvan, dan wel een bevoegdheid tot vrijheidsneming uitoefent, en uit dien hoofde in een woning binnentreedt, is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien 2 of meer personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft. 2. Indien de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen dan wel feitelijk onmogelijk is, gelden deze verplichtingen slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden gevergd. 3. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die met toestemming van de bewoner wenst binnen te treden, vraagt voorafgaand aan het binnentreden diens toestemming. De toestemming moet blijken aan degene die wenst binnen te treden. De AWOB schrijft onder andere voor dat degene die met de opsporing van strafbare feiten is belast (sociaal rechercheurs) of belast met enige ander onderzoek (o.a. fraudepreventiemedewerker en consulenten), in een woning binnentreedt, verplicht is zich voorafgaand te legitimeren, mededelingen te doen omtrent het doel van het binnentreden en toestemming te vragen voor het binnentreden in de woning. Indien twee of meerdere personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die de leiding heeft bij het binnentreden. Deze wet stelt ook eisen aan het legitimatiebewijs. Een persoon in dienst van een overheidsorgaan toont een legitimatiebewijs dat is uitgegeven door het overheidsorgaan waar hij in dienst is. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de houder en vermeldt diens naam en hoedanigheid. Indien de veiligheid van de houder van het legitimatiebewijs vordert dat zijn identiteit verborgen blijft, kan in plaats van zijn naam een nummer worden gebruikt.
Aangezien de WWB zelf geen regelgeving kent omtrent het betreden van woningen zijn de bepalingen uit de AWOB ook van toepassing op fraudepreventiemedewerkers en consulenten die een huisbezoek afleggen. Dit betekent dus dat zij zich vooraf aan het huisbezoek dienen te legitimeren, doel van hun komst moeten mededelen en vervolgens toestemming dienen te vragen om de woning te mogen betreden. WWB art 17 Artikel 17 Inlichtingenplicht 1. De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. 2. De belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. 3. Het college stelt bij de uitvoering van deze wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 4. Een ieder is verplicht aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op grond van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. In artikel 17 van de WWB wordt de inlichtingenplicht van cliënt genoemd. Op grond van dit artikel rust op cliënt de verplichting om desgevraagd of uit eigen beweging de gemeente te informeren over alles wat van belang is voor de verstrekking van de bijstand. Tevens dient cliënt op verzoek medewerking te verlenen die nodig is voor de uitvoering van de WWB ( lid 2). De aangeleverde gegevens dienen onderzocht te worden op juistheid en volledigheid en zonodig kunnen deze gegevens geverifieerd worden door middel van een huisbezoek. Belangrijk hierbij is dat het middel huisbezoek in verhouding dient te staan met het doel wat bereikt wenst te worden. Het is bijvoorbeeld buiten proporties om een huisbezoek af te leggen ter inzage van bankafschriften om inkomsten uit een dienstbetrekking te controleren. 4. Woning In de AWOB staan dus een aantal voorwaarden die in acht moeten worden genomen wanneer een woning wordt betreden, o.a. legitimatie, doel van komst mededelen en toestemming vragen voor het binnentreden. Hierover dient expliciet gerapporteerd te worden. De grondwet of andere wetten geven geen definitie van het begrip woning. Bij de totstandkoming van de wet AWOB werd een woning omschreven als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden, alsmede alle ter beschikking en ten gebruik van de bewoner staande besloten ruimten die binnenshuis gemeenschap hebben met de woning, zonder dat daarvoor andermans gebied behoeft te worden betreden. Bij een woning denkt men in eerste instantie aan een eengezinswoning, flat of etagewoning. Daarnaast kunnen onder deze omschrijving ook woonwagens, caravans of kajuiten op binnenvaartschepen, hotelkamers, kelders en inpandige garages vallen. Deze plaatsen moeten derhalve als woning in gebruik zijn (WWB art 3 lid 6).
5. Kamerbewoner In een woning kunnen ook meerdere woningen zijn. Deze situatie doet zich voor wanneer de hoofdbewoner 1 of meerdere kamers verhuurd heeft. De hoofdbewoner heeft dan geen zeggenschap meer over de kamer die hij aan ander verhuurt. De betreffende kamer kan dan alleen betreden worden met toestemming van de kamerbewoner. De kamer wordt namelijk gezien als een woning van de (onder)huurder en in zo'n situatie geldt dan voor controleambtenaren en bijstandsconsulten dat zij zich eerst legitimeren, mededeling doen van het doel en toestemming vragen om de kamer te mogen te betreden. 6. Toestemming betreden woning Over de vraag of de bewoner al dan niet toestemming verleent voor het betreden van zijn woning, mag geen twijfel bestaan. De bewoner zal op duidelijke wijze kenbaar moeten maken dat hij geen bezwaar heeft tegen het binnentreden. Hij kan dit door middel van woorden of op andere wijze kenbaar maken. Bij twijfel omtrent de toestemming is het uitgangspunt dat er geen toestemming van de bewoner is verkregen. De toestemming ontbreekt altijd bij: afwezigheid van de bewoner; wanneer de bewoner toestemming tot binnentreden weigert; de bewoner niet in de gelegenheid is de toestemming te verlenen. Als men binnentreedt in een woning tegen de wil van de bewoner, dan maakt men zich schuldig aan huisvredebreuk. Wordt dit gedaan door een ambtenaar in functie dan kan er sprake zijn van ambtelijke huisvredebreuk. Het kan voorkomen dat de bewoner in eerste instantie toestemming geeft om de woning te betreden en vervolgens na het betreden van de woning te kennen geeft dat de bezoeker niet meer welkom is. De bezoeker dient vervolgens na de eerste vordering de betreffende woning te verlaten. 7. Bewoner van de woning Voor het betreden van een woning wordt toestemming gevraagd aan de bewoner. Wie wordt nu als bewoner aangemerkt? leder lid van het gezin of andere samenlevingsvorm, ongeacht leeftijd, wordt als bewoner aangemerkt en kan toestemming verlenen om de woning te betreden. Het is wel van belang dat van het gezinslid inzicht mag worden verwacht in de situatie. Van bijvoorbeeld een kleuter of een geestelijke gehandicapte gezinslid mag dit niet worden verwacht. Het zou kunnen voorkomen dat de ene partner wel toestemming verleent voor het betreden van de woning en de andere partner het binnentreden weigert. In zo'n situatie prevaleert het verbod boven de toestemming. Men moet er dan vanuit gaan dat geen toestemming tot het binnentreden van de woning is verkregen.
8. Bij weigering Een huisbezoek kan aangekondigd of onaangekondigd worden afgelegd. Bestaat er twijfel omtrent de woonsituatie van cliënt dan is het verstandig het huisbezoek onaangekondigd af te leggen. Zo wordt voorkomen dat de woonsituatie wordt aangepast. Indien de cliënt geen toestemming geeft om zijn woning te betreden of nadat toestemming is verkregen en deze wordt tijdens het huisbezoek weer ingetrokken, dan zal aan cliënt de reden van weigering moeten worden gevraagd. Over de reden van weigering dient expliciet gerapporteerd te worden. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de cliënt een geldige reden voor het weigeren van een huisbezoek aangeeft. Een limitatieve opsomming van geldige redenen is hierin niet mogelijk. De geldigheid van de reden is ter beoordeling van diegenen die het huisbezoek verrichten. Bij geen geldige reden zal cliënt de mededeling krijgen dat in strijd met de inlichtingenplicht van artikel 17 WWB wordt gehandeld en vervolgens zullen de consequenties aan cliënt moeten worden medegedeeld. Het recht op uitkering kan in zo'n situatie (mogelijk) niet worden vastgesteld met als gevolg dat de uitkering van cliënt opgeschort of geweigerd dient te worden. Deze opschorting of afwijzing zal zo spoedig mogelijk middels een beschikking aan belanghebbende worden bevestigd. In situaties waarbij cliënt geen medewerking verleent aan het afleggen van een huisbezoek, vervolgens hiervoor geen geldige reden opgeeft en er duidelijke aanwijzingen zijn dat cliënt onjuiste informatie verstrekt, bestaat de mogelijkheid dat een fraudepreventiemedewerker of de consulent ter plaatse aan de cliënt een hersteltermijn (zie bijlage??) overhandigt samen met de folder fraude. De cliënt krijgt in zo'n situatie een korte (5 minuten) hersteltermijn. Cliënt krijgt in die tijd de gelegenheid om zijn besluit te heroverwegen en alsnog toestemming te geven voor het afleggen van een huisbezoek. Blijft cliënt na de hersteltermijn bij zijn weigering dan zal deze van de fraudepreventiemedewerker of de consulent de mededeling krijgen dat het advies zal worden gegeven om de uitkering te beëindigen. De beschikking van de beëindiging zal zo spoedig mogelijk naar cliënt moeten worden verzonden. Bij een weigering van een huisbezoek dat wordt afgelegd naar aanleiding van een concreet signaal dat de woonsituatie anders is dan cliënt heeft opgegeven, kan in elk geval vanaf het moment van weigering het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Overwogen moet worden of ook de voorliggende periode ter discussie staat. 9. Gedragregels bij het huisbezoek verricht het huisbezoek in verband met de veiligheid altijd met 2 personen; vertel aan collega's op de afdeling bij wie en op welk adres het huisbezoek wordt afgelegd; neem een mobiel mee en geef door op welk(e) telefoonnummer(s) je collega en jezelf bereikbaar bent voorkom dat belanghebbende de woonsituatie aanpast en ga bij gerede twijfel onaangekondigd op huisbezoek; neem het dossier van cliënt goed door; vooraf aan het huisbezoek de taken verdelen. Wie doet het woord en wie noteert de bevindingen en reacties tijdens het huisbezoek? spreek je de cliënt vooraf aan het huisbezoek? Laat cliënt dan een beschrijving geven van zijn woning of kamer; de bevindingen tijdens het huisbezoek worden vastgelegd in het rapport 'Verslag huisbezoek" (zie bijlage??).
het huisbezoek vindt hoofdzakelijk tijdens kantooruren plaats; zet het vervoermiddel uit het zicht; het onderzoek mag niet verder reiken dan strikt noodzakelijk; wanneer belanghebbende de voordeur van de woning opent, dient de medewerker van WIZ zich direct te legitimeren, doel van komst mede te delen vervolgens toestemming te vragen om de woning te betreden. betreden van de woning geschiedt alleen met toestemming van cliënt; in verband met de privacy wordt het gesprek in de woning gevoerd; in de woning blijft men altijd bij elkaar; vraag aan belanghebbende hoeveel personen zich in de woning bevinden en waar zij zich bevinden; het huisbezoek is bedoeld voor het doen van bevindingen. In geen geval ten tijde van het huisbezoek discussies aangaan. Gebruik hier het gesprek op de dienst voor; in de woning worden de verschillende ruimten (woonkamer, slaapkamers, badkamer, zolder en schuur) alleen met toestemming van cliënt bekeken; eerst wordt de begane grond van de woning met toestemming bekeken en vervolgens de andere tot de woning behorende verdiepingen; het is niet geoorloofd op eigen initiatief deuren, kasten en laden te openen of papieren door te nemen. Deze dienen door cliënt zelf geopend te worden en mogen pas na voorafgaande toestemming van cliënt bekeken worden; maak een gedetailleerd verslag van de aangetroffen goederen, die meer duidelijkheid kunnen geven omtrent de woonsituatie van belanghebbende; maak tijdens het huisbezoek zonodig een plattegrond van de woning; vergeet de schuur, berging of garage niet; houdt er steeds rekening mee dat je te gast bent in andermans woning en gedraag je niet provocerend; geef cliënt de ruimte om vragen te stellen en vraag of alles duidelijk is. Dit zo mogelijk aan het eind van het huisbezoek. 10. Aandachtspunten bij het huisbezoek bij de voordeur worden de eerste waarnemingen gedaan, vervoermiddel voor de deur en welke namen staan op het naambordje; let bij binnenkomst in de hal of in een slaapkamer op de aanwezigheid van schoenen. Belanghebbende heeft bijvoorbeeld schoenmaat 38 en er staan schoenen met maat 45; hoeveel jassen hangen aan de kapstok en van wie zijn deze; waar bevinden zich de kleding en persoonlijke bescheiden van belanghebbende, zoals bank- en girobescheiden, verzekeringen e.d; toiletartikelen voor man of vrouw; wat wordt er aangetroffen van de vermoedelijke partner en waar? Kleding, administratie e.d. van de vermoedelijke partner dienen uitgebreid genoteerd te worden. Brieven van derden?, namen en dateringen noteren, naar welk adres verzonden en waar worden de goederen in de woning aangetroffen; tref je medicijnen aan, kijk naar de NAW-gegevens en de datum op het doosje; weet cliënt de weg in het huis? Vraag voor het openen van kasten of laden welke goederen daarin aangetroffen gaan worden; heeft cliënt de sleutels van het vertrek of van de hele woning; wordt de woning bewoond; welke activiteiten worden in en om de woning uitgevoerd? etenswaren in huis, planten verzorgd of een grote hoeveelheid post op de mat; van wie zijn de goederen in huis; door wie worden de goederen gebruikt;
welke ruimten worden gezamenlijk en/of afzonderlijk gebruikt; zit aan de sleutelbos van cliënt een autosleutel terwijl cliënt aangeeft niet over een auto te beschikken; indien de vermoedelijke partner tijdens het huisbezoek aanwezig is, omschrijf dan goed zijn of haar gedrag. Mengt hij of zij zich in het gesprek? Hoe vrij beweegt hij of zij zich in de woning ten tijde van het huisbezoek. 11. Na het huisbezoek Na een huisbezoek ter controle van de woonsituatie kunnen zich een aantal situaties voordoen: 1. Er is geen sprake van fraude Cliënt mede delen dat het advies zal worden gegeven om geen nader onderzoek in te stellen. 2. De fraude is niet voldoende aannemelijk gemaakt Cliënt ontkent de fraude maar er bestaan wel vermoedens van fraude. Aan het einde van het huisbezoek krijgt cliënt een duidelijke voorlichting. De cliënt wordt op de zwarte lijst geplaatst voor nog een volgend onaangekondigd huisbezoek. 3. De fraude is voldoende aannemelijk gemaakt Afhankelijk van de situatie de cliënt mede delen dat het advies zal worden gegeven om de uitkering te beëindigen of de norm aan te passen. Tijdens alle huisbezoeken wordt de folder een huisbezoek door Werk, Inkomen en Zorg afgegeven. Ingeval van vermoedelijke samenwoning van twee cliënten die op afzonderlijke adressen staan beschreven, moet een huisbezoek op twee adressen plaatsvinden De voorkeur geniet om bij zo'n situatie gelijktijdig op beide adressen een huisbezoek af te leggen. Woont een cliënt vermoedelijk samen met een niet-bijstandspartij, dan wordt het adres van de laatste ook bezocht. Bij weigering kunnen hieraan geen consequenties worden verbonden. Als cliënt thuis niet is aangetroffen, vindt een tweede huisbezoek plaats. Wordt bij het derde huisbezoek wederom niemand aangetroffen, dan wordt een "oproepbrief' (bijlage??) in de brievenbus achtergelaten met het verzoek om de volgende dag op de dienst te verschijnen. In de uitnodiging wordt vermeld dat het gesprek ongeveer 1,5 uur tot 2 uur zal gaan duren. Na het gesprek op de dienst wordt aansluitend bij cliënt een huisbezoek afgelegd. In de oproepbrief werd cliënt al medegedeeld dat het gesprek op de dienst ongeveer 1,5 uur tot 2 uur zou gaan duren. Na het gesprek kan cliënt dus niet komen met de mededeling dat hij in verband met een andere afspraak geen tijd heeft voor het afleggen van een huisbezoek. 12. De rapportage In de besluitvorming is de rapportage een belangrijk document. De algemene wet bestuursrecht stelt dat bij de besluitvorming de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht genomen moeten worden. Het rapport moet voldoen aan een aantal algemene eisen. Het moet geschikt zijn voor de terugvordering, moet bezwaar- en beroepsprocedures kunnen doorstaan en het kan een basis zijn voor een strafrechtelijk onderzoek.
Van belang is dus dat de resultaten van het onderzoek zorgvuldig en zo volledig mogelijk worden vastgelegd. In het rapport dienen alleen objectieve en relevante gegevens verwerkt te worden en mag er geen sprake zij van suggestieve vastlegging. Rapporteer over feiten, omstandigheden en voorkom dat vermoedens feitelijkheden lijken. Neem geen eigen conclusies op in het rapport. Om een duidelijk structuur in de rapportage te krijgen kan gebruik worden gemaakt van de 6 W's: 1. Wie 2. Wat 3. Waar 4. Wanneer 5. Wijze waarop 6. Waarmee Cliënt heeft recht op inzage in de rapportage, alleen bij een lopend fraudeonderzoek zal geen inzage worden verstrekt. Voorts dienen getuigen en andere informanten te worden beschermd. De NAW-gegevens van de betreffende personen zullen moeten worden weggelaten en eventueel worden vervangen door de omschrijving "een aan mij bekend persoon". Het niet thuis zijn bij een onaangekondigd huisbezoek is op zichzelf niet voldoende om te kunnen concluderen dat het recht op bijstand niet (meer) vast te stellen is. Bijlagen: 1. Beschikking hersteltermijn 2. Verslag huisbezoek 3. Verklaring omtrent woonsituatie 4. Oproepbrief