Afdeling Werk en Inkomen Gemeente Enschede
|
|
|
- Renske de Veer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming door Afdeling Werk en Inkomen Gemeente Enschede Z Definitieve bevindingen College bescherming persoonsgegevens september 2009
2 2
3 Inhoud Samenvatting...5 Inleiding Bevindingen en conclusies Voorlopige conclusies Verweer Reactie op verweer Definitieve bevindingen Definitieve conclusies
4 4
5 Samenvatting Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft bij de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede een nalevingsonderzoek verricht met als doel te onderzoeken of sociale diensten van gemeenten bij fraude-onderzoeken, waarin gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming, handelen in overeenstemming met art. 34 lid 1 Wbp en art. 43 sub b Wbp, in de zin dat ze de betrokkenen na afloop van het fraude-onderzoek informeren over de heimelijke waarnemingen. In het kader van het nalevingsonderzoek heeft het CBP hier op 10 juli 2008 een onderzoek ter plaatse verricht. Het nalevingsonderzoek is uitgevoerd op fraude-onderzoeken die hebben plaatsgevonden in de periode tussen 1 januari 2007 en 10 juli Het onderzoek maakt deel uit van een onderzoek naar de naleving van de informatieplicht bij meerdere sociale diensten. De informatieplicht van art. 34 Wbp betekent voor sociale diensten concreet dat zij verplicht zijn de personen die object zijn of zijn geweest van een fraude-onderzoek, waarin gebruik is gemaakt van heimelijke waarneming, hierover te informeren. Een sociale dienst kan hiervan alleen afzien als er sprake is van een in art. 43 Wbp genoemde uitzonderingsgrond. In het dossier moet worden vastgelegd dat over de heimelijke waarneming is geïnformeerd. Alleen op die wijze kan naleving van de informatieplicht worden gegarandeerd. Een behoorlijke en zorgvuldige gegevensverwerking (art. 6 Wbp) vereist dat het voldoen aan de informatieplicht duidelijk kenbaar in het dossier wordt vastgelegd. Algemene conclusie Uit 17 van de 20 onderzochte dossiers blijkt niet dat de betrokkenen (juist) zijn geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. In deze dossiers is niet schriftelijk vastgelegd dat er is geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan de informatieplicht. De uitzonderingsgrond van art. 43 Wbp is op deze gevallen niet van toepassing. Dit betekent dat de gemeente Enschede de regels met betrekking tot de informatieplicht als bedoeld in art. 34 Wbp niet heeft nageleefd. In één van de onderzochte dossiers (jot05) zijn voorts aanwijzingen aangetroffen van stelselmatige observatie met een camera bij de woning van een betrokkene. In het dossier is geen toestemming van de Officier van Justitie aangetroffen. Ook bij navraag is geen bewijs van toestemming verstrekt. Het inzetten van een camera ten behoeve van stelselmatige observaties zonder de instemming van de Officier van Justitie is strafbaar gesteld in art. 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht. Aangezien de gemeente in dossier jot05 in strijd handelt met het Wetboek van Strafrecht, overtreedt de gemeente daardoor art. 6 Wbp. Omdat er geen grondslag is voor de stelselmatige observaties handelde de gemeente in dossier jot05 tevens in strijd met art. 8 Wbp. 5
6 6
7 Inleiding Inhoud Dit rapport bevat de bevindingen van het onderzoek van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht door de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede. In het kader van het nalevingsonderzoek heeft het CBP hier op 10 juli 2008 een onderzoek ter plaatse verricht. Heimelijke waarneming Bij een vermoeden van fraude met bijstandsuitkeringen kan de gemeente de sociale recherche een opdracht geven om onderzoek naar een uitkeringsontvanger of uitkeringsaanvrager te doen. Tijdens dat fraude-onderzoek kan de sociale recherche gegevens vastleggen door eigen waarneming zonder de betrokkene daarvan (op dat moment) op de hoogte te stellen. Dit wordt heimelijke waarneming genoemd. Zoals ook is opgenomen in de procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten die in 2003 na overleg met branchevertegenwoordigers is vastgesteld, dienen betrokkenen na afloop van het fraude-onderzoek te worden geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. De procesbeschrijving is een uitwerking van de informatieplicht, die zijn grondslag heeft in art. 33 en 34 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). In november 2007 is een aangepaste en geactualiseerde procesbeschrijving goedgekeurd door het CBP, waarna deze is gepubliceerd op de website van het CBP en van de brancheorganisatie StimulansZ. De informatieplicht Heimelijke waarnemingen door de sociale recherche vormen een ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde betrokkene. De persoonsgegevens die tijdens de waarnemingen zijn verzameld, worden gebruikt voor (her)beoordeling van het recht van een betrokkene op een uitkering. Daarnaast kunnen de gegevens een rol spelen bij toekomstige beoordelingen van de uitkeringsontvanger. Wanneer uit het persoonsdossier blijkt dat iemand eerder onderworpen is geweest aan onderzoek door de sociale recherche, kan dit een reden zijn om deze persoon als verhoogd risico te blijven beschouwen en extra te controleren. De betrokkene die het onderwerp is geweest van heimelijke waarnemingen dient daarvan op de hoogte te worden gebracht. Hij heeft het recht om te weten wat de reden is van het onderzoek van de sociale recherche en wat het resultaat van het onderzoek is geweest. De informatieplicht waarborgt een belangrijk beginsel van de Wbp: transparantie. Het voldoen aan de informatieplicht is het sluitstuk van de gegevensverwerking, en gelet op de wijze waarop de gegevens werden verkregen een belangrijke waarborg om te voorkomen dat de gegevensverwerking bij de betrokkene onbekend blijft. De informatieplicht stelt de betrokkene in staat zijn rechten uit te oefenen en een eventuele onrechtmatige verwerking aan te vechten. Een zorgvuldige gegevensverwerking (art. 6 Wbp) vereist dat het voldoen aan de informatieplicht duidelijk kenbaar in het dossier wordt vastgelegd. Deze verplichting is in de procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten als volgt opgenomen: Registratie is naar het oordeel van het CBP een noodzakelijke voorwaarde om naleving van de informatieplicht te garanderen. Aanleiding voor het nalevingsonderzoek Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft in 2006 een onderzoek uitgevoerd naar de naleving van de procesbeschrijving heimelijke waarneming door sociale diensten. Ten behoeve daarvan is bij drie gemeenten een dossieronderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of de sociale diensten van gemeenten bij fraude-onderzoeken, waarin gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming, handelen in overeenstemming met art. 34 lid 1 Wbp en art. 43 sub b Wbp, in de zin dat ze de betrokkenen na afloop van het fraude-onderzoek informeren over de heimelijke waarnemingen. Uit het onderzoek bleek dat regelmatig niet werd voldaan aan de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarnemingen. Vooral bij fraude-onderzoeken naar uitkeringsgerechtigden waarbij geen fraude aan het licht was gekomen, werden de 7
8 betrokkenen in veel gevallen niet geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. Het rapport van dit verkennend onderzoek is na afloop aan alle Nederlandse gemeenten toegezonden. Thans is nogmaals onderzocht of de gemeentelijke sociale diensten de informatieplicht naleven. In dit onderzoek zijn 20 gemeenten onderzocht. Enschede is één van deze gemeenten. Doel Het doel van het nalevingsonderzoek was te onderzoeken of de sociale recherches van gemeenten bij fraude-onderzoeken, waarin gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming, handelen in overeenstemming met art. 34 lid 1 Wbp en art. 43 sub b Wbp, in de zin dat ze de betrokkenen na afloop van het fraude-onderzoek informeren over de heimelijke waarnemingen. Het onderzoek Voor het onderzoek naar de naleving van de informatieplicht door Sociale diensten zijn in totaal 20 sociale diensten bezocht door een onderzoeksteam van het CBP. Op 13 juni 2008 is een brief verzonden aan de sociale dienst van Enschede waarin het onderzoek ter plaatse is aangekondigd. Op 18 juni 2008 heeft telefonisch contact plaatsgevonden met de sociale dienst. Het onderzoek ter plaatse heeft plaatsgevonden op 10 juli 2008 van uur tot uur. Algemene gegevens De afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede maakt gebruik van heimelijke waarnemingen. De gemeente Enschede heeft de gegevensverwerking heimelijke waarnemingen gemeld bij het CBP onder nummer m De afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede heeft een werkprocedure heimelijke waarneming. 8
9 1 Bevindingen en conclusies Het nalevingsonderzoek is uitgevoerd op onderzoeken naar fraude die hebben plaatsgevonden en zijn afgerond in de periode tussen 1 januari 2007 en 10 juli Het gaat om fraudeonderzoeken waarin gebruik is gemaakt van heimelijke waarnemingen en waarin geen fraude is aangetoond. Het onderzoeksteam heeft uit de lijst met 1174 fraude-onderzoeken 1 die de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede heeft overhandigd de onderzoeken geselecteerd waarin geen fraude is aangetoond en waarin gebruik is gemaakt van heimelijke waarnemingen. Dit betreft 20 fraude-onderzoeken. De onderzoeksvraag luidt: handelen de sociale diensten van gemeenten bij fraude-onderzoeken, waarin gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming, in overeenstemming met art. 34 lid 1 Wbp en art. 43 sub b Wbp, in de zin dat ze de betrokkenen na afloop van het fraude-onderzoek informeren over de heimelijke waarnemingen? De onderzochte dossiers zijn elk afzonderlijk beoordeeld op deze vraag. Er is voldaan aan de regels aangaande de informatieplicht als: het dossier een kopie van een brief of een gespreksverslag bevat waaruit blijkt dat de sociale dienst de onderzochte persoon (de betrokkene) heeft geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen; het dossier een schriftelijk en inhoudelijk voldoende gemotiveerd beroep op de uitzonderingsgrond van art. 43 sub b of e Wbp bevat. Er is niet voldaan aan de regels aangaande de informatieplicht: in alle overige situaties. In tabel 1.2 staat aangegeven bij hoeveel door het CBP onderzochte fraude-onderzoeken de afdeling Werk en Inkomen Enschede heeft voldaan aan de informatieplicht bij heimelijke waarnemingen en bij hoeveel fraude-onderzoeken hier niet aan is voldaan. 1.1 Voorlopige conclusies De voorlopige bevindingen van het nalevingsonderzoek zijn op 17 december 2008 verstuurd aan de wethouder Sociale Zaken en de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede. De voorlopige beoordeling en conclusie luidde: Bij 17 onderzochte dossiers heeft de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede de regels met betrekking tot de informatieplicht als bedoeld in art. 34 Wbp niet nageleefd. Uit de onderzochte dossiers blijkt niet dat de betrokkenen (juist) zijn geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. De uitzonderingsgrond van art. 43 Wbp is op deze gevallen niet van toepassing. In één van de onderzochte dossiers zijn voorts aanwijzingen aangetroffen van stelselmatige observatie met een camera bij de woning van een betrokkene. In het dossier is geen toestemming van de Officier van Justitie aangetroffen. Het inzetten van een camera ten behoeve van heimelijke ======================================================== 1 Dit zijn alle fraude-onderzoeken die de gemeente heeft uitgevoerd in de periode van 1 januari 2007 tot 10 juli Dus ook onderzoeken waarin wel fraude is aangetoond en onderzoeken waarin geen heimelijke waarnemingen zijn verricht. Het CBP heeft hieruit maximaal 20 dossiers geselecteerd die voldoen aan de twee selectiecriteria: er is geen fraude aangetoond en er hebben heimelijke waarnemingen plaatsgevonden. 9
10 waarneming zonder de instemming van de Officier van Justitie is strafbaar gesteld in art. 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht. 1.2 Verweer De gemeente Enschede erkent in een brief van 21 januari 2009 dat de terugkoppeling van de verrichte onderzoeken naar de cliënten onvoldoende in werkprocessen is vastgelegd en dat als gevolg daarvan die terugkoppeling niet in alle gevallen op de vereiste wijze is geschied. De gemeente vermeldt dat in verband hiermee in oktober 2008 voorstellen zijn besproken hoe e.e.a. nader te verbeteren. De resultaten van het onderzoek door het CBP geven aanleiding dit aspect nu met voorrang in het beleid vorm te geven. De gemeente stelt dat uiterlijk per 1 februari 2009 de betrokkenen geïnformeerd zullen worden conform de vereisten van de wet en van de procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten. De gemeente stelt voorts dat er geen wettelijke bezwaren zijn tegen het observeren door middel van een camera op de wijze zoals dat door de Sociale Recherche Twente is geschied in het onderzochte dossier jot05. In zeer bijzonder gevallen worden door de Sociale Recherche Twente observaties verricht met behulp van een videocamera. Het gaat daarbij doorgaans om situaties waarbij een gegrond vermoeden bestaat dat de bijstandsgerechtigde onjuiste informatie verstrekt over de woonsituatie en waarbij dit vermoeden in redelijkheid niet op andere wijze geverifieerd kan worden. In een dergelijke situatie wordt de camera zodanig gericht dat door middel van de camera niet méér kan worden waargenomen dan een toevallige passant ook had kunnen waarnemen (de camera wordt op de voordeur van de betrokkene gericht) en worden gedurende een beperkt aantal dagen observaties gedaan. Tevens verwijst de gemeente naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (LJN AT4447) waarin volgens de gemeente dergelijke observaties hun wettelijke grondslag vinden in art. 53a lid 2 WWB, mits voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De gemeente stelt in de brief van 21 januari 2009 dat aan het CBP gemeld is dat er gegevens betreffende eigen waarneming zullen worden vastgelegd zonder dit aan de betrokkene mede te delen, terwijl in het rapport voorlopige bevindingen staat genoteerd dat dit niet het geval is. 1.3 Reactie op verweer Als een persoon geobserveerd wordt middels een camera is er sprake van stelselmatige observatie 1. Stelselmatige observatie mag alleen plaatsvinden als er toestemming is van de Officier van Justitie (art. 126g lid 1, Wetboek van Strafvordering). Het inzetten van een camera ten behoeve van heimelijke waarneming zonder de instemming van de Officier van Justitie is strafbaar gesteld in art. 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht. Bij dossier jot05 is geen bewijs van toestemming van de Officier van Justitie aangetroffen. De gemeente heeft, ook na verzoek hierom, geen bewijs van toestemming verstrekt. De verwijzing van de gemeente naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (LJN AT4447) kan in dit geval niet worden overgenomen omdat uit deze uitspraak niet blijkt dat er géén toestemming van de Officier van Justitie was voor de betreffende stelselmatige observaties. Art. 126g lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat in geval van verdenking van een misdrijf, de Officier van Justitie in het belang van het onderzoek kan bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of ======================================================== 1 Brief Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr 25 p5, observatie van een persoon met apparatuur die beelden opneemt, geldt altijd als stelselmatige observatie, ook als de observatie maar kort duurt, tenzij het gaat om één of enkele foto s. 10
11 gedrag waarneemt. Dit bevel tot observatie is, volgens art. 126g lid 5 Wetboek van Strafvordering, schriftelijk. Aangezien de gemeente, ondanks het verzoek van het CBP, geen bewijs van toestemming van de Officier van Justitie aan het CBP heeft verstrekt, en er derhalve geconstateerd moet worden dat er geen toestemming van de Officier van Justitie is voor de stelselmatige observaties in dossier jot05, vormt de inhoud van de brief van 21 januari 2009 geen aanleiding om de conclusie aan te passen. Helaas is ten onrechte in het rapport voorlopige bevindingen vermeld dat de gemeente de verwerking niet heeft gemeld bij het CBP. Het rapport is op dit punt aangepast. 1.4 Definitieve bevindingen In tabel 1 staat aangegeven bij hoeveel door het CBP onderzochte fraude-onderzoeken de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Enschede heeft voldaan aan de regels aangaande de informatieplicht bij heimelijke waarnemingen en bij hoeveel fraude-onderzoeken hier niet aan is voldaan. Tabel 1 Naleving van de regels aangaande de informatieplicht bij heimelijke waarnemingen in fraude-onderzoeken. Aantal Code dossiernummers Niet voldaan aan de regels aangaande de informatieplicht Niet aantoonbaar geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen; geen kopie brief of opmerking in gespreksverslag in het dossier, en de uitzonderingsgronden van art 43 Wbp zijn niet van toepassing. Wel voldaan aan de informatieplicht Geïnformeerd door sociale dienst over de heimelijke waarnemingen en kopie brief of gespreksverslag in dossier, of niet geïnformeerd, maar rechtmatig, op grond van art. 43 Wbp (uitzonderingsgrond is van toepassing) en schriftelijke motivatie in dossier. 17 Jot01 jot02 jot03 jot05 jot06 jot07 jot08 jot09 evv01 evv02 evv03 evv05 evv06 evv07 evv08 evv09 evv10 3 Jot04 jot10 evv04 Totaal aantal onderzochte fraude-onderzoeken met heimelijke waarnemingen 20 11
12 In één van de fraude-onderzoeken (jot05) is door de sociale recherche enkele dagen een camera opgehangen bij een woonhuis voor het verrichten van heimelijke waarnemingen. In de rapportage bestandsonderhoud van de afdeling Werk en Inkomen staat het volgende: Rapporteur heeft de SRT verzocht om waarnemingen uit te voeren. Gedurende een aantal dagen is er een camera geplaatst bij de woning van mevrouw X. Tijdens deze observatie is meneer Y wel in de woning van mevrouw X gezien. Echter, de waarnemingen bevestigen geen gezamenlijke huishouding niet maar sluiten deze ook niet uit. In het dossier van dit fraude-onderzoek zijn derhalve aanwijzingen aangetroffen van stelselmatige observatie met een camera bij de woning van een betrokkene. Art. 126g lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat in geval van verdenking van een misdrijf, de Officier van Justitie in het belang van het onderzoek kan bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarneemt. Dit bevel tot observatie is, volgens art. 126g lid 5 Wetboek van Strafvordering, schriftelijk. In het dossier is geen toestemming van de Officier van Justitie aangetroffen. Het inzetten van een camera ten behoeve van heimelijke waarneming zonder de instemming van de Officier van Justitie is strafbaar gesteld in art. 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht. Het inzetten van een camera voor stelselmatige observatie zonder toestemming van de Officier van Justitie is dan ook in strijd met art. 6 van de Wbp omdat de gegevensverwerking niet voldoet aan de wet. Het inzetten van een camera voor stelselmatige observatie zonder toestemming van de Officier van Justitie is tevens in strijd met art. 8 van de Wbp omdat er geen grondslag is voor deze verwerking. 1.5 Definitieve conclusies Bovenstaande bevindingen leiden tot de volgende conclusies: Uit 17 van de 20 onderzochte dossiers blijkt niet dat de betrokkenen (juist) zijn geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. In deze dossiers is niet schriftelijk vastgelegd dat er is geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan de informatieplicht. De uitzonderingsgrond van art. 43 Wbp is op deze gevallen niet van toepassing. Dit betekent dat de gemeente Enschede de regels met betrekking tot de informatieplicht als bedoeld in art. 34 Wbp niet heeft nageleefd. In één van de onderzochte dossiers (jot05) zijn voorts aanwijzingen aangetroffen van stelselmatige observatie met een camera bij de woning van een betrokkene. In het dossier is geen toestemming van de Officier van Justitie aangetroffen. Ook bij navraag is geen bewijs van toestemming verstrekt. Het inzetten van een camera ten behoeve van stelselmatige observaties zonder de instemming van de Officier van Justitie is strafbaar gesteld in art. 139f en 441b van het Wetboek van Strafrecht. Aangezien de gemeente in dossier jot05 in strijd handelt met het Wetboek van Strafrecht, overtreedt de gemeente daardoor art. 6 Wbp. Omdat er geen grondslag is voor de stelselmatige observaties handelde de gemeente in dossier jot05 tevens in strijd met art. 8 Wbp. 12
Afdeling Sociale Zaken Gemeente Bergen op Zoom
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Team Werk en Inkomen Gemeente Deventer
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Gemeente Rotterdam
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Afdeling Sociale Zaken en Werk Gemeente Groningen
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Afdeling Sociale Zaken Gemeente Leidschendam-Voorburg
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Afdeling Werk & Inkomen Gemeente Hulst
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
Afdeling Werk en Inkomen Gemeente Roosendaal
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming
COLLEGE BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS. Naleving van de informatieplicht door de sociale recherche. Onderzoeksrapport
COLLEGE BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS Naleving van de informatieplicht door de sociale recherche Onderzoeksrapport College bescherming persoonsgegevens - november 2006 2 Naleving van de informatieplicht
Gedragscode Persoonlijk Onderzoek
Gedragscode Persoonlijk Onderzoek Bijlage 1.C Januari 2004 Deze gedragscode is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars en is bestemd voor verzekeraars, lid van het Verbond, onderzoeksbureaus die werken
Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Gemeente Utrecht DATUM 9 oktober 2002 Dienst
Procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten
Procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten Procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten november 2007 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wet Bescherming Persoonsgegevens
verklaring omtrent rechtmatigheid
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni
de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON
Procesbeschrijving. Heimelijke waarneming door Sociale diensten
Procesbeschrijving Heimelijke waarneming door Sociale diensten Juni 2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP)... 5 Verwerking persoonsgegevens... 5 Verantwoordelijke... 5
Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011
Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 21 december 2011 Inleiding Verzekeraars leggen gegevens vast die nodig zijn voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en die van belang zijn voor het nakomen van
Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid van de verwerking pre-employment screening van Randstad Nederland B.V.
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid
Brief van het college van B&W d.d. 12 juni over Inzet technische hulpmiddelen handhaving Wwb
Toelichting over de behandeling van: Brief van het college van B&W d.d. 12 juni over Inzet technische hulpmiddelen handhaving Wwb Van: Het college van B&W van 12 juni 2012 Doel: Toelichting: Opinie vormen
rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Koninklijk Horeca Nederland DATUM 5 februari
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders van Haarlem: 1. gegevens met betrekking tot haar persoonlijke omstandigheden
Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid van de verwerking pre-employment screening van Adecco Group Nederland; z2015-00062.
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid
Arbodienst. Klacht; verzoeker/arbodienst
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Arbodienst DATUM 28 april 2004 CONTACTPERSOON
Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen.
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl Besluit inzake de verklaring omtrent de
Bevindingen De bevindingen van het CBP luiden als volgt:
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Zorgverzekeraar DATUM 27 februari 2003 CONTACTPERSOON
Gemeente Nijmegen. Protocol inzet camera bij rechtmatigheidsonderzoeken door bureau handhaving van de afdeling inkomen.
Gemeente Nijmegen Protocol inzet camera bij rechtmatigheidsonderzoeken door bureau handhaving van de afdeling inkomen. Inleiding Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen (B&W)
Middels deze brief stelt het CBP u op de hoogte van zijn bevindingen.
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOE KADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Dagelijks Bestuur GGD DATUM 4 oktober 2004
Toezicht op de werkvloer
Toezicht op de werkvloer Wat mag (of moet) de werkgever? Henriëtte Dekker en Peter de Waal 23 september 2010 Toezicht: ja Toe maar: nee Op het programma 1. Wettelijk kader, doel en vormen werkgeverstoezicht
Googlende verzekeraars en privacybescherming. Hester de Vries PIV jaarcongres 28 maart 2014
Googlende verzekeraars en privacybescherming Hester de Vries PIV jaarcongres 28 maart 2014 1 Googlen: inbreuk op privacy? Gegevens zijn openbaar gemaakt? Op eigen initiatief. of door anderen. Slide met
Ons kenmerk z2015-00381. Onderwerp Definitief oordeel onderzoek "publicatie wietadressen op internet" gemeente Renkum
Vertrouwelijk/Aangetekend Waarnemend burgemeester gemeente Renkum Autoriteit Persoonsgegevens Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag Prins Clauslaan 60, 2595 AJ Den Haag T 070 8888 500 - F 070 8888 501 autoriteitpersoonsgegevens.nl
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT DOOR PARTICULIERE RECHERCHEBUREAUS
NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT DOOR PARTICULIERE RECHERCHEBUREAUS Onderzoeksrapport College bescherming persoonsgegevens - mei 2006 INHOUD Samenvatting 2 Inleiding 4 1 Bevindingen: enquête onder 30 bureaus
Camera-toezicht op de werkplek
Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam Datum: 30 december 2013 Rapportnummer: 2013/213 2 Feiten Verzoeker is
BAR HUISBEZOEKPROTOCOL UITKERINGEN 2013. Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk
BAR HUISBEZOEKPROTOCOL UITKERINGEN 2013 Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk 1 Inleiding In het kader van handhaving van de Wet werk en bijstand en andere gemeentelijke sociale zekerheidsregelingen wordt
OORDEEL. Het klachtenformulier is gedateerd 13 november 2008 en bij het secretariaat ingeboekt op 17 november 2008 onder nummer 80-2008.
Dossiernummer 80-2008 OORDEEL Verzoeker De heer en mevrouw B. te Almelo Datum verzoek Het klachtenformulier is gedateerd 13 november 2008 en bij het secretariaat ingeboekt op 17 november 2008 onder nummer
ANPR IJsselland. Onderzoek naar de verwerking van no-hits bij de inzet van Automatic Number Plate Recognition. Regionaal politiekorps IJsselland
ANPR IJsselland Onderzoek naar de verwerking van no-hits bij de inzet van Automatic Number Plate Recognition Regionaal politiekorps IJsselland Rapportage van Definitieve Bevindingen College bescherming
Juridisch kader De belangrijkste juridische wetgeving die van belang is in het kader van de geschilpunten is de volgende: FNV Bondgenoten HH/561
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN FNV Bondgenoten DATUM 6 juli 2005 CONTACTPERSOON
RAPPORT VAN EEN SPECIFIEK ONDERZOEK
RAPPORT VAN EEN SPECIFIEK ONDERZOEK ONDERZOEK BIJ STICHTING HET ASSINK LYCEUM (BESTUURSNUMMER 40310) NAAR DE JUISTHEID EN RECHTMATIGHEID VAN DE TOEGEKENDE SUBSIDIE IN HET KADER VAN DE REGELING TEGEMOETKOMING
Hoofdstuk 1 Bevoegdheid en rollen
Bekendmaking Rectificatie vaststelling beleid De burgemeester van Heemskerk maakt bekend een verbeterde versie van de Beleidsregel Gebiedsverboden Heemskerk vast te stellen. De daarin opgenomen verwijzingen
Protocol huisbezoek
Protocol huisbezoek 2017-2018 1. De Wet huisbezoeken Vanaf 1 januari 2013 is de Wet houdende een regeling in de sociale zekerheid van de rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na het
Persoonsgegevens Alle gegevens die informatie kunnen verschaffen over een identificeerbare natuurlijke persoon.
Privacyreglement Intermedica Kliniek Geldermalsen Versie 2, 4 juli 2012 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen Persoonsgegevens Alle gegevens die informatie kunnen verschaffen over een identificeerbare
ANPR Rotterdam-Rijnmond
ANPR Rotterdam-Rijnmond Onderzoek naar de verwerking van no-hits bij de inzet van Automatic Number Plate Recognition Regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond Rapportage van Definitieve Bevindingen College
Privacyprotocol Sociaal Domein regio Utrecht Zuidoost
Privacyprotocol Sociaal Domein regio Utrecht Zuidoost Aanleiding voor dit protocol De gemeente werkt met andere publieke en private organisaties (hierna aan te duiden met: partner) samen om aan inwoners
Sociale diensten: bijstandsdossier en privacy Samenvatting van de bevindingen in het dossieronderzoek bij drie sociale diensten College bescherming
Sociale diensten: bijstandsdossier en privacy Samenvatting van de bevindingen in het dossieronderzoek bij drie sociale diensten College bescherming persoonsgegevens, februari 2002 Inhoudsopgave Inleiding
Beheer Team Veiligheid. Reglement cameratoezicht Zadkine
Beheer Team Veiligheid Reglement cameratoezicht Zadkine Inhoud Inleiding... 3 Reglement cameratoezicht... 4 Artikel 1 Begripsbepaling... 4 Artikel 2 Werkingssfeer en doelstellingen cameratoezicht... 5
De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.
R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer
Uitbrengen van de rapportage Aanbevelingen voor psychiaters en psychologen pj rapporteurs. 1. Informatieplicht
Uitbrengen van de rapportage Aanbevelingen voor psychiaters en psychologen pj rapporteurs 1. Informatieplicht De NIP code (2007) is hierin duidelijk. Bij het aangaan van de professionele relatie dient
8.50 Privacyreglement
1.0 Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; 2. Zorggegevens: persoonsgegevens die direct of indirect betrekking hebben
Reglement cameratoezicht
Reglement cameratoezicht Inleiding Op terreinen en in gebouwen van de Result Care wordt gebruik gemaakt van cameratoezicht. De beeldinformatie die met dit cameratoezicht wordt verkregen wordt digitaal
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Weert. Datum: 27 juni Rapportnummer: 2013/073
Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Weert. Datum: 27 juni 2013 Rapportnummer: 2013/073 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat een consulent van de sociale dienst van de gemeente Weert hem heeft
Een onderzoek naar het gebruik van een bodycam/pda door een BOA van de gemeente Maastricht.
Rapport Een onderzoek naar het gebruik van een bodycam/pda door een BOA van de gemeente Maastricht. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over gemeente Maastricht gegrond. Datum: 8 januari
Datum 3 oktober 2014 Onderwerp Berichtgeving over verzamelen gegevens door Belastingdienst en uitwisselen met andere overheidsinstanties
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directie en Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH
Privacy en letselschaderegeling
Privacy en letselschaderegeling (workshop 1) 1 e ronde: 13.30 14.15 uur 2 e ronde: 14.30 15.15 uur 12 e PIV Jaarconferentie, vrijdag 30 maart 2012 mr. ir. Jørgen Simons Twee thema s 1. Inzage slachtoffer
Wettelijke kaders voor de omgang met gegevens
PRIVACY BELEID SPTV Namens SPTV wordt veel gewerkt met persoonsgegevens van (ex-) medewerkers. De persoonsgegevens worden voornamelijk verzameld voor het goed uitvoeren van de pensioenregelingen. De (ex-)
Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet meldplicht datalekken
Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet meldplicht datalekken De Wbp is al sinds 1 september 2001 van kracht en bevat bepalingen omtrent het rechtmatig omgaan met persoonsgegevens. Op 1 januari
