Tweede Kamer der Staten-Generaal



Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Inhoudelijke Ondersteuning

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

29200 XVI Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2004

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rotterdam, 17 mei 2005 V.V.: 29 juni Waterakkoord Hollandsche IJssel en Lek. Agendapuntnr: 13

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Droogtemonitor. Watermanagementcentrum Nederland. Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) 28 juli 2015 Nummer

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 27 625 Waterbeleid Nr. 18 1 Samenstelling: Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Meijer (CDA), Van Lith (CDA), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Koopmans (CDA), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Ten Hoopen (CDA), Dijsselbloem (PvdA), De Pater-van der Meer (CDA) voorzitter, Depla (PvdA), Van As (LPF), Van den Brand (GL), Duyvendak (GL), Gerkens (SP), Van Haersma Buma (CDA), Bruls (CDA), Van der Ham (D66), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer (PvdA), De Krom (VVD), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD). Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Tichelaar (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Eurlings (CDA), Smeets (PvdA), De Ruiter (SP), Huizinga-Heringa (CU), Buijs (CDA), De Grave (VVD), Szabó (VVD), Van Winsen (CDA), Van Dijken (PvdA), Haverkamp (CDA), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Vos (GL), Halsema (GL), Vergeer-Mudde (SP), Jager (CDA), Mastwijk (CDA), Giskes (D66), Van Dam (PvdA), Verdaas (PvdA), Van Beek (VVD), Van den Brink (LPF), Luchtenveld (VVD). 2 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Cornielje (VVD), Meijer (CDA), Buijs (CDA), Van Beek (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), voorzitter, Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Verbeet (PvdA), Van den Brink (LPF), Vergeer- Mudde (SP), Van den Brand (GL), Herben (LPF), Tichelaar (PvdA), Van Loon-Koomen (CDA), Ormel (CDA), Duyvendak (GL), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Boelhouwer (PvdA), Douma (PvdA), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA). Plv. leden: Slob (CU), Örgü (VVD), Vacature (CDA), Spies (CDA), Dezentjé Hamming- Bluemink (VVD), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Hofstra (VVD), Van Miltenburg (VVD), Samsom (PvdA), De Krom (VVD), Duivesteijn (PvdA), Eerdmans (LPF), Lazrak (SP), Vos (GL), Van As (LPF), Van Heteren (PvdA), Jager (CDA), Van Lith (CDA), Van Gent (GL), Van AANVULLENDE LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 26 augustus 2003 De vaste commissies voor Verkeer en Waterstaat 1, voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2, voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 3 en voor Economische Zaken 4 hebben een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over de aanhoudende droogte. Tevens hebben de commissies een drietal vragen aan de staatssecretaris gesteld, ter voorbereiding op het algemeen overleg van 26 augustus 2003. De staatssecretaris heeft alle vragen beantwoord bij brief van 25 augustus 2003. Bochove (CDA), Van der Laan (D66), Gerkens (SP), Timmer (PvdA), Depla (PvdA), Fierens (PvdA), Dubbelboer (PvdA). 3 Samenstelling: Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GL), Geluk (VVD), Örgü (VVD), Dijsselbloem (PvdA), ondervoorzitter, Snijder- Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van den Brink (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak (GL), Huizinga-Heringa (CU), Koopmans (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA), Samsom (PvdA). Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming- Bluemink (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA), Van den Brand (GL), Luchtenveld (VVD), Oplaat (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schippers (VVD), Dubbelboer (PvdA), Algra (CDA), Kraneveldt (LPF), Varela (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer-Mudde (SP), Vos (GL), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Giskes (D66), Gerkens (SP), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA), Wolfsen (PvdA). 4 Samenstelling: Leden: Crone (PvdA), De Grave (VVD), voorzitter, De Haan (CDA), Van Fessem (CDA), ondervoorzitter, Atsma (CDA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GL), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Slob (CU), Van den Brink (LPF), Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Varela (LPF), Algra (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), De Krom (VVD), Van der Laan (D66), Heemskerk (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming- Bluemink (VVD). Plv. leden: Tichelaar (PvdA), Örgü (VVD), Van Dijk (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Mastwijk (CDA), Koenders (PvdA), Vos (GL), Weekers (VVD), De Vries (CDA), Van der Vlies (SGP), Hermans (LPF), Van den Brand (GL), Verburg (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Lazrak (SP), De Ruiter (SP), Eerdmans (LPF), De Haan (CDA), Hofstra (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Van Heteren (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Giskes (D66), Tjon-A-Ten (PvdA), Waalkens (PvdA), Szabó (VVD). KST69768 0203tkkst27625-18 ISSN 0921-7371 Sdu Uitgevers s-gravenhage 2003 Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 1

De vragen en antwoorden, voorzien van een inleiding, zijn hieronder afgedrukt. De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, De Pater-van der Meer De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Meijer De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Buijs De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, De Grave De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat, Roovers Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 2

Inleiding In het onderstaande geef ik, mede namens mijn collega s antwoord op de vragen zoals die gesteld zijn door uw commissies voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor Economische Zaken en voor Verkeer en Waterstaat bij brief van 18 augustus 2003 (zie ook kamerstuk 27 625, nr. 16), alsmede de vragen van de kamerleden Snijders-Hazelhoff en Dezentjé Hamming- Bluemink van 19 augustus 2003 over laag water in de Waal (zie Aanhangsel der Handelingen II, vergaderjaar 2002 2003, nr. 1764), en de vragen van kamerlid Duyvendak van 21 augustus 2003 (zie Aanhangsel der Handelingen II, vergaderjaar 2002 2003, nr. 1810). Over de raakvlakken en samenhang met de overige beleidsterreinen van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische Zaken heb ik u samen met mijn collega van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van het overleg afgelopen vrijdag een algemene brief over de aanhoudende droogte toegezonden. De vragen zoals die gesteld zijn door uw commissies voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor Economische Zaken en voor Verkeer en Waterstaat bij brief van 18 augustus 2003, alsmede de vragen van de kamerleden Snijders-Hazelhoff en Dezentjé Hamming-Bluemink van 19 augustus 2003 over laag water in de Waal heb ik, voorzover deze vragen mijn beleidsterrein treffen, reeds beantwoord in mijn brief van 21 augustus 2003. In onderstaande beantwoording zijn deze antwoorden, voor zover relevant, geactualiseerd en aangepast waar het de aanvoer van water uit het IJsselmeergebied betreft. Vragen en antwoorden 1 Welke maatregelen zijn door wie genomen en zullen genomen worden in verband met de langdurige droogte, met name in het westen van Nederland? De minister van Verkeer en Waterstaat heeft als verantwoordelijke voor het hoofdwatersysteem vanaf medio juli de volgende (anticiperende) maatregelen genomen: 1) De stuwen in de Neder Rijn/Lek zijn gesloten om de afvoer via de IJssel en de Waal op peil te houden bij afnemende afvoer van de Rijn bij Lobith. 2) Bij dreigende overschrijding van het alarmpeil (in juli <1200 m 3 /s bij Lobith) is de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling opgestart (eerste overleg 17 juli 2003). 3) Het opzetten van het peil van het IJsselmeer door de afvoer van water naar zee via de spuisluizen in de Afsluitdijk te Kornwerderzand en Den Oever te beperken en uiteindelijk te stoppen. 4) Het opzetten van het waterpeil van het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal. Dit is ten behoeve van een betere aanvoer naar de omliggende polders en doorstroming van water voor het koelen van elektriciteitscentrales in Utrecht. 5) Overleg is gestart met de Waterschappen om te bevorderen dat het peil van de regionale wateren zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Ook de waterschappen hebben overal waar dat mogelijk was extra water opgezet als voorraad. 6) Het opstarten van regionale droogte-overleggen tussen de beheerders van rijkswateren en regionale watersystemen op basis van waterakkoorden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 3

7) Met België wordt in contact getreden om eerder gemaakte afspraken met betrekking tot een minimale aanvoer te bevestigen. 8) Het opstarten van de wateraanvoer naar West Nederland via de gekanaliseerde Hollandse IJssel en de Leidse/Oude Rijn uit het Amsterdam- Rijnkanaal (kleinschalige wateraanvoervoorzieningen KWA). Dit is een op een waterakkoord gebaseerde noodvoorziening die is aangelegd na het zoetwatertekort van 1976. 9) Samen met de betrokken waterschappen is de haalbaarheid van aanvoer van zoet water uit het IJsselmeer naar West Nederland onderzocht en met een aantal technische maatregelen mogelijk gebleken. Deze maatregel is niet zonder nadelige effecten en is gecompliceerd. Door de (voorspelde) aanhoudende droogte is op 22 augustus 2003 is besloten deze maatregel uit te voeren. Vanaf 23 augustus 2003 is de inname van zilt water uit de Hollandsche IJssel gestaakt en is gestart met de voorbereidingen. Op 26 augustus 2003 zal naar verwachting de toevoer van IJsselmeerwater naar dit gebied starten. In de periode tussen het stoppen met de inlaat bij de Hollandsche IJssel en het starten van de toevoer van IJsselmeerwater zal het peil naar verwachting circa 4 cm dalen in het gebied. Deze daling is acceptabel gezien het feit dat de aanvoer vanuit het IJsselmeer het peil binnen enkele dagen weer zal doen laten stijgen zonder dat dit in de tussentijd schade aanricht. De Kleinschalige Wateraanvoer (KWA) blijft voortdurend ongeveer de helft van het in het gebied benodigde hoeveelheid water leveren. 10) Met bovenstaande maatregel wordt er voldoende zoet water van goede kwaliteit aangevoerd voor de hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland voor de komende vier à zes weken. Daarna zal ook een hernieuwde afweging gemaakt moeten worden of er weer verzilt water uit de Hollandsche IJssel ingelaten moet worden. Een expertgroep met daarin onder andere deskundigen van TNO, de betreffende Hoogheemraadschappen en mijn Ministerie, zal de risico s voor deze eventuele hervatting inventariseren om een nieuwe, zorgvuldige afweging mogelijk te maken. De expertgroep zal tevens de kwetsbare gebieden in de betreffende regio lokaliseren en de mogelijkheden voor het beschermen van deze gebieden verkennen. Afgesproken is dat iedere bewindspersoon verantwoordelijk is voor de aanpak van de problematiek op zijn of haar eigen beleidsterrein. Op het beleidsterrein van VROM (drinkwatervoorziening) zijn geen aanvullende maatregelen nodig en evenmin op het beleidsterrein van EZ (elektriciteitsvoorziening). Op dit moment is dus er geen noodzaak voor specifieke maatregelen door de andere departementen; wel worden, eveneens conform afspraak, de sectoren binnen de respectievelijke beleidsterreinen geïnformeerd door de departementen. Zo heeft LNV een aantal informatiebijeenkomsten gehouden waarin de sectoren tevens de door hen voorziene knelpunten en te nemen maatregelen hebben aangegeven. BZK heeft een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de provincies. De VEWIN (belangenbehartiger van de drinkwaterbedrijven) wordt door VROM geïnformeerd. Ook is afgesproken dat de overige departementen betrokken worden bij het nemen van beslissingen door waterbeheerders over maatregelen,voor zover deze van belang zijn voor de andere betrokkenen. 2 Welke scenario s zullen hierbij gehanteerd worden? Er is op dit moment in Nederland geen sprake van een crisis als gevolg van de aanhoudende droogte. Uiteraard volgen mijn ambtgenoten en ik de ontwikkelingen nauwgezet en, mocht daar aanleiding toe zijn, zullen de benodigde maatregelen worden getroffen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 4

Om voorbereid te zijn op mogelijke ontwikkelingen worden door de meest betrokken ministeries en in overleg met de waterschappen thans diverse scenario s opgesteld en onderling afgestemd. De scenario s worden frequent aangepast aan de meest actuele gegevens over het weer en de afvoer. De volgende scenario s kunnen worden onderscheiden: 1. extreem warm, 2. extreem lage waterafvoeren, 3. extreem lage waterafvoeren en warm. Uitgangspunt bij deze scenario s zijn de meteorologie en afvoergegevens van 2003 (tot 14 augustus), waarbij voor de rest van 2003 gebruik is gemaakt van de gegevens van enkele extreem droge jaren uit het verleden, te weten 1976 en 1947. Per scenario zal worden aangegeven welke acties op welke momenten getroffen zouden moeten worden, welke instrumenten daarvoor ter beschikking staan (inclusief noodwetgeving), wie daarvoor verantwoordelijk is en welk besluitvormingstraject daarbij hoort. De momenten waarop acties moeten worden ondernomen, zullen zoveel mogelijk in meetbare criteria worden vertaald, zoals temperatuur en afvoerwaarden van rivierwater en reservevermogen van elektriciteitscentrales. Deze criteria voor (besluitvorming over) ingrijpen zullen worden afgezet tegen de prognoses (meteorologische en afvoergegevens) voor de komende 10 dagen en verder. Voor zover mogelijk zal een onderscheid worden gemaakt tussen een voorwaarschuwingsfase, een alarmfase en een calamiteitenfase. Het accent bij de uitwerking van de scenario s ligt, gegeven de meteorologische verwachtingen, vooralsnog op scenario 2: extreem lage waterafvoeren. In scenario 2 worden de volgende (deel)scenario s uitgewerkt. 2a Huidige situatie. De aanvoer van de Rijn bij Lobith is ongeveer 900 m 3 /s en er is weinig tot geen neerslag in het Rijnstroomgebied. In het westen wordt via de KWA zoet water aangevoerd evenals water uit het IJsselmeer. De inname van zilt water uit de Hollandsche IJssel is gestopt. In de huidige situatie zijn er landelijk geen grote problemen voor landbouw en natuur; er zijn wel lokaal problemen. Er is een MDG (minst gepeilde diepte) van ca. 2.00 m op de Waal. De scheepvaart ondervindt enige hinder maar er is voldoende vervoerscapaciteit. Geen gevolgen voor de drinkwatervoorziening en elektriciteitsproductie. 2b Aanhoudende droogte (twee tot vier weken) De aanvoer van de Rijn bij Lobith is ongeveer 800 m 3 /s en er is weinig tot geen neerslag in het Rijnstroomgebied. Situatie landbouw en natuur is gelijk aan scenario 2a. Er is een MGD op de Waal van ca. 1.80 m. De scheepvaart ondervindt grote hinder. Geen gevolgen voor de drinkwatervoorziening en elektriciteitsproductie. 2c Aanhoudende droogte (nogmaals twee tot vier weken) De aanvoer van de Rijn bij Lobith is minder dan 700 m 3 /s en er is weinig tot geen neerslag in het Rijnstroomgebied. Situatie landbouw gelijk aan scenario 2a en 2b, voor de natuur ontstaan steeds meer problemen in kleine oppervlaktewateren. Er is een MGD op de Waal van ca. 1.60 m. Er is nauwelijks scheepvaart mogelijk op de grote rivieren. Geen gevolgen voor de drinkwatervoorziening en elektriciteitsproductie. Een en ander betekent dat in scenario 2 de druk op het totale watersysteem toeneemt zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin. Lokaal Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 5

zijn er toenemende problemen voor de landbouw en natuur. De scheepvaart ondervindt hinder maar kan nog doorgang vinden indien de droogte nog twee tot vier weken aanhoudt. Er zijn in dit scenario geen problemen voor de drinkwatervoorziening en elektriciteitsproductie. Door het in kaart brengen van de scenario s en de gevolgen voor de diverse sectoren, worden zoveel mogelijk preventieve maatregelen getroffen. Het nemen van deze maatregelen beïnvloedt vervolgens natuurlijk weer de scenario s. Het is daarmee een continu en iteratief proces van steeds weer aanpassen en bijstellen. Zie bijvoorbeeld de maatregel om IJsselmeerwater aan te voeren naar Rijnland (en Schieland en Delfland): deze maatregel biedt de oplossing voor het scenario van steeds zilter water inlaten vanuit de Hollandsche IJssel. 3 Hoe heeft de belangenafweging tussen economische (incl. landbouw-), natuur-, milieu-, huisvesting-, scheepvaart- en andere belangen plaatsgevonden? Om een evenwichtige belangenafweging te realiseren worden de departementale wijzen van aanpak interdepartementaal afgestemd. Daartoe komt, conform het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming, wekelijks een Interdepartementaal Beleidsteam bijeen. Ook op bewindspersonenniveau wordt de aanpak wekelijks besproken. Op deze wijze kan de afstemming en de informatie-uitwisseling zodanig worden ingericht dat besluitvorming over cruciale aangelegenheden afgewogen kan plaatsvinden. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de afstemmingssystematiek verwijs ik u naar de brief die de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en ik afgelopen vrijdag namens het kabinet aan u zonden. Belangenafweging in het waterbeheer vindt plaats op basis van een verdringingsreeks in een drietal stappen : 1) veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade; 2) volksgezondheid (bijvoorbeeld drinkwatervoorziening); 3) overige belangen (onder andere economische aspecten). Deze verdringingsreeks is vastgesteld in de Tweede Nota Waterhuishouding (1985) en vervolgens bekrachtigd in de Derde (1989) en de Vierde Nota Waterhuishouding (1998). De verdringingsreeks is vertaald naar het waterbeheer. Voor het waterbeheer zijn de afspraken tussen de waterbeheerders vastgelegd in waterakkoorden. De belangenafweging geschiedt uiterst zorgvuldig. Deze waterakkoorden zijn nog steeds richtinggevend voor het operationele waterbeheer in de regio s. Voor het beheer van de Rijkswateren is dit vastgelegd in het Beheersplan voor de Rijkswateren 2004 2008. Overigens zijn in deze periode van droogte geen problemen voor de volksgezondheid, zoals bijvoorbeeld drinkwatervoorziening, opgetreden. Deze wordt ook niet voorzien voor de komende periode. 4 Kan inzicht worden gegeven in de wijze waarop de waterschappen in dit gebied gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het peil op te zetten? In nagenoeg alle gebieden in het westen en zuidwesten van ons land hebben de waterschappen geanticipeerd op de (aanhoudende) droogte door tijdig peilen te verhogen. 5 Welke (on)herstelbare schade is het gevolg van de verschillende scenario s en welke kosten zijn hiermee gemoeid? De schade als gevolg van de droogte en de getroffen maatregelen is thans niet bekend. Wel wordt bij de keuze voor maatregelen in het waterbeheer Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 6

gehandeld conform het beleid in de Vierde Nota Waterhuishouding. Tevens wordt een afweging van kosten en baten gemaakt. Zie in dit verband ook het antwoord op vraag 12. Schade in algemene zin zou kunnen ontstaan als gevolg van twee oorzaken: de aanhoudende droogte; maatregelen die de overheden nemen om de problemen tegen te gaan die als gevolg van de droogte ontstaan. Het spreekt vanzelf dat de overheidsmaatregelen juist worden genomen om de schade zo veel mogelijk te beperken. Bij de te nemen maatregelen maakt de overheid een afweging tussen de op te lossen probleem en de negatieve consequenties die mogelijkerwijs kleven aan een bepaalde maatregel. Aldus wordt een evenwichtig besluit genomen, waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat maatregelen proportioneel en subsidiair zijn; dat wil zeggen dat de minst ingrijpende maatregel wordt ingezet die adequaat is om een probleem het hoofd te kunnen bieden. Een voorbeeld hiervan vormt het besluit om zouter water in te laten. Deze maatregel was bedoeld voor een korte overbrugging van de droogte. Nu de weersverwachtingen nog steeds wijzen in de richting van aanhoudende droogte en de verzilting toeneemt, is het beter nu over te gaan op een meer ingrijpende maatregel: het inlaten van zoet water uit het IJsselmeer. Hiermee wordt verdere verzilting van de wateren in en rondom Rijnland tegengegaan. Dat neemt niet weg dat als gevolg van bepaalde maatregelen in andere sectoren mogelijkerwijs schade zou kunnen ontstaan. De aard en de hoogte van dergelijke vormen van schade is de regering nog niet bekend. Er zijn bij mijn Ministerie en, zover ik weet, bij andere Ministeries of daaronder ressorterende diensten op dit moment geen schadeclaims ingediend. Met betrekking tot de diverse sectoren die mogelijkerwijs schade kunnen ondervinden van de droogte dan wel als gevolg van overheidsmaatregelen, kan het volgende worden opgemerkt. Landbouw De schade die veroorzaakt wordt door de droogte behoort tot het normale bedrijfsrisico; compensatie is op dit moment niet aan de orde. Eventuele compensatie kent bovendien Europese beperkingen: in verband met ongeëigende staatssteun dient meer dan 30% van de oogst mislukt te zijn voordat door de nationale overheden tot compensatie mag worden overgegaan. Elektriciteitsvoorziening Als koelwater van een elektriciteitscentrale te warm wordt en daarmee vergunningvoorwaarden inzake de lozing van koelwater worden overschreden, kan het Ministerie van V&W of een waterschap de vergunning handhaven en moet de lozing worden beperkt of gestaakt. Als gevolg daarvan kan het voorkomen dat de productie moet worden beperkt of gestaakt. Beperking of staking van productie kan in het uiterste geval en nadat diverse andere, minder ingrijpende, maatregelen zijn genomen om de elektriciteitsvoorziening op peil te houden tot gevolg hebben dat verbruikers moeten worden afgeschakeld omdat er te weinig vermogen beschikbaar is. Door afschakeling kan schade ontstaan. Deze situatie heeft zich echter nog niet voorgedaan, waardoor schade momenteel niet aan de orde is. Binnenvaart Schade, ontstaan doordat door de lage waterstanden minder lading kan worden vervoerd, valt binnen het normale ondernemersrisico. Eventuele schade die ontstaat ten gevolge van bijvoorbeeld het instellen van éénrichtingsverkeer of het verbieden van de doorgang tot de Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 7

vaarweg, valt onder de Regeling nadeelcompensatie V&W, en wordt gecompenseerd volgens de daarbij behorende criteria. Volksgezondheid Op het gebied van de volksgezondheid is geen sprake van schade. 6 Welke belangen hebben welke prioriteit? De belangenafweging vindt plaats op basis van de in antwoord 3 genoemde verdringingsreeks. 7 Hoe gaat de regering om met claims voor schadevergoedingen? Zoals gezegd hebben mijn departement en de waterschappen geen claims voor schadevergoedingen ontvangen. Mocht iemand schade hebben geleden ten gevolge van bepaalde maatregelen die genomen zijn en een verzoek tot schadevergoeding willen indienen, dan ligt het voor de hand dat hij dit verzoek indient bij degene die heeft besloten tot de betreffende maatregel. Dit is niet in alle gevallen de regering. Op een aantal terreinen is de bevoegdheid en daarmee ook de verantwoordelijkheid voor het nemen van bepaalde maatregelen elders belegd. Zie verder vraag 5. 8 Wilt u de onderhavige (worst case)-scenario s aan de commissies doen toekomen? Zie vraag 2. 9 Wanneer en in welke mate wordt zout water binnengelaten? Welke criteria worden hiervoor gehanteerd? In welke gebieden is dit in eerste instantie noodzakelijk? Waarom laat het Hoogheemraadschap Rijnland reeds sinds 13 augustus zout water binnen? Allereerst is een nadere toelichting van het begrip «zout» water nodig. De chlorideconcentratie van de Noordzee bij Hoek van Holland is bijvoorbeeld 18 000 mg/l. Van een dergelijke hoge concentratie is bij de inlaat door het Hoogheemraad-schap Rijnland geen sprake. Na aankondiging op 13 augustus 2003 dat het Hoogheemraadschap Rijnland zoet water met een verhoogde chlorideconcentraties moet gaan inlaten, is op 14 augustus besloten dat ten behoeve van de peilhandhaving zonodig zoet water met een verhoogde zoutconcentratie (> 300 mg/l) bij Gouda vanuit de Hollandse IJssel wordt ingelaten; vanaf 15 augustus 2003 is dit ook ingegaan. Het criterium is dat peilhandhaving prioriteit krijgt boven de verziltingsbestrijding. Stabiliteit van de dijken en kaden en het voorkomen van het risico op versnelde onomkeerbare inklinking van de bodem zijn hiervoor de belangrijkste achterliggende motieven. Zie hiervoor ook de prioritering in de nota Waterhuishouding. Vanaf 15 augustus tot 23 augustus is er zilt water ingelaten. Inmiddels is de inlaat van zilt water beëindigd (zie vraag 1). 10 Hoever landinwaarts komt het verzilte water naar verwachting? In hoeverre kan dit gedoseerd worden? Vanuit de verschillende verbindingen met de zee dringt door de lage afvoer de verzilting geleidelijk op. Van belang is het opgelopen chloridegehalte in de Hollandse IJssel, waar HHS Rijnland water ingenomen heeft. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 8

Na een kleine week inlaten is de stroom van de Gouwe, tussen Gouda en Alphen deels als verzilt aan te merken (ca 350 mg/l). Het streven was om de verzilting tot de randen van het beheersgebied te beperken. Inmiddels is de inlaat van zilt water uit de Hollandsche IJssel op 23 augustus jl. gestaakt (zie beantwoording vraag 1 en 9). Bij het opstarten van de aanvoer van IJsselmeer water naar het gebied moet rekening gehouden worden met een prop verzilt water (met chloridegehalten van ca. 850 mg/l) dat zich bevindt in het gebied van HHS Amstel, Gooi en Vecht. Deze prop verzilt water zal zo snel mogelijk via de kortste weg langs het Aarkanaal en de Gouwe richting Hollandsche IJssel afgevoerd worden. Er zal (is) een aantal maatregelen getroffen zoals afdammingen getroffen worden ter bescherming van kwetsbare functies. E.e.a. betekent dat er lokaal verhoogde chloride gehalten kunnen optreden maar dat deze snel zullen afnemen door verdunning. Na ongeveer een week zal in het gebied met kwetsbare teelten rondom Waddinxveen en Boskoop de chlorideconcentratie dalen naar minder dan 200 mg/l (vergeleken met ca 350 mg/l vorige week donderdag). Tevens wordt met aanvoer van IJsselmeerwater voorkomen dat in het overige deel van het systeem (midden en noorden) verdergaande verzilting optreedt. 11 Kan worden aangegeven welke tijdelijke negatieve gevolgen verwacht worden voor landbouw en natuur? Welke gevolgen worden verwacht, bijvoorbeeld voor landbouwgewassen, boomkwekerijen, de zeer kwetsbare glastuinbouw, vissen en waterplanten? In algemene zin kunnen, afhankelijk van de chlorideconcentratie, de volgende effecten optreden. Zilt water betekent extra stress voor vissen en ander waterleven, daarnaast wordt het ecosysteem voor langere tijd (soms onomkeerbaar) verstoord. Voor natuur is droogte te prefereren boven de inlaat van zilt water. Voor landbouw betekent zilt water schade aan de productie in algemene zin. In het Groene Hart gaat het daarbij vooral om boomteelt in Boskoop, om bollenteelt, om glastuinbouw en vollegrondsgroenteteelt. Deze teelten zijn kapitaalsintensief en stellen hoge eisen aan de chloridegehalten van het oppervlaktewater. 12 Kan worden aangegeven op welke manier concreet getracht zal worden de gevolgen zo klein mogelijk te houden? Waterbeheer ten behoeve van landbouw en natuur is in de praktijk maatwerk dat wordt uitgevoerd door waterschappen. Bij ieder besluit tot het treffen van maatregelen worden alternatieven gewogen en wordt ook gekeken naar het beperken van de negatieve gevolgen. Daarbij wordt onder andere gedacht aan het benutten van drinkwater voor beregening en het afdammen van sloten om de indringing van zilt water in natuurgebieden te beperken. Specifiek voor West-Nederland zijn de volgende stappen doorlopen. Het inlaten van water met een verhoogde zoutconcentratie wordt zoveel mogelijk beperkt door: 1. Inzetten van een noodvoorziening voor zoetwater (de kleinschalig aanvoer). Dit is in een vroegtijdig stadium gebeurd. 2. Uitslaan van water vanuit de polders zoveel mogen beperken, hetgeen is moment gebeurd. 3. Het laatste beschikbare volume zoetwater gebruiken voor extra voorraden in het bestaande watersysteem. Dit is gebeurd door vlak voor de inlaat van water met een verhoogde zoutconcentratie het peil op te zetten in zowel de boezem als de polders met het laatste beschikbare Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 9

zoete water. Daardoor wordt een reductie van de interne verzilting met ca. 50% bereikt. 4. Onderzoeken van de haalbaarheid van aanvullende zoetwatervoorziening vanuit het IJsselmeer via het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht; start aanvoer op 26 augustus. 5. Beperken van de watervraag (bijvoorbeeld sproeiverboden). 13 Hoe zal gehandeld worden, indien bedrijfsschade voor de landbouw optreedt door het inlaten van zout water? Zie vraag 5. Vragen en antwoorden ter voorbereiding op het Algemeen Overleg op 26 augustus 2003 1 Op basis van welke gegevens/wetenschappelijke informatie heeft het Ministerie van V&W besloten toestemming te geven voor het inlaten van zout water? Niet het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft deze beslissing genomen maar het Hoogheemraadschap van Rijnland. Ik ben wel van tevoren op de hoogte gebracht van het voorgenomen besluit. Er was geen aanvullende informatie nodig omdat de maatregel, zoals eerder vermeld in mijn brief van 21 augustus 2003 ter beantwoording van de vragen van de Commissies voor Verkeer en Waterstaat, voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, voor Economische Zaken en voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 augustus 2003, past in het vigerende beleid dat reeds is onderbouwd. 2 Hoeveel procent van de kades komt beneden winterpeil te liggen op het moment dat verzilt water niet wordt ingelaten? Indien geen (verzilt) water zou zijn ingelaten met ingang van 15 augustus 2003 zou het peil in de boezem met gemiddeld 1 cm per dag zijn gedaald door verdamping en gebruik van water. Naar verwachting zou dan binnen enkele dagen tot een week het peil in de boezem tot onder het winterpeil zijn gedaald. 3 Kan een nadere toelichting worden gegeven op het antwoord op vraag 7 inzake toewijzing van aansprakelijkheid in verband met schadeclaims? In het antwoord op vraag 5 van de kamervragen van 18 augustus 2003 ben ik uitgebreider op een en ander ingegaan. Ik ga ervan uit u hiermee thans voldoende te hebben ingelicht. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan wordt u uiteraard terstond nader geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002 2003, 27 625, nr. 18 10