UNIFORM HEREXAMEN MULO 2009



Vergelijkbare documenten
UNIFORM HEREXAMEN MULO 2007

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2009

Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Scan

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2008

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2012

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De tekening geeft een gewricht met de verschillende delen schematisch weer.

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2008

Samenvattingen. Samenvatting Thema 6: Regeling. Basisstof 1. Zenuwstelsel regelt processen:

H.6 regeling. Samenvatting

Regeling. Regeling is het regelen van allerlei processen in het lichaam. Regeling vindt plaats via twee orgaanstelsels: Zenuwstelsel.

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6

Samenvatting Biologie Regeling

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2007

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN STEVIGHEID. 1 De afbeelding geeft een doorsnede van een stengel schematisch weer.

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. Bij de plant komen verschillende typen weefsels voor.

6,7. Samenvatting door een scholier 1580 woorden 20 juni keer beoordeeld

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS.

Samenvatting Biologie Thema 4:

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De afbeeldingen geven twee typen cellen weer. De foto geeft een plant weer.

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2010

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2011

Biologie ( havo vwo )

1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen.

REGELING. 1 G o e d g e r e g e l d. 2 Z e n u w s t e l s e l

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Cellen aan de basis.

4 keer beoordeeld 30 mei 2017

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Samenvattingen. Samenvatting Thema 1: Stofwisseling. Basisstof 1. Organische stoffen:

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 6 + 9: Regeling en Gedrag

OMSCHRIJVING LESSTOF

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 28 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

1 Planten met bladgroen produceren in het licht organische stoffen. Juist / onjuist 2 Planten met bladgroen gebruiken in het licht anorganische

Samenvatting Biologie voor Jou 1B Thema 6 Waarnemen, regeling en gedrag. Zintuig = orgaan dat reageert op prikkels uit de omgeving

Samenvatting Biologie 1-1 tot 1-3

7,3. Samenvatting door een scholier 2527 woorden 31 maart keer beoordeeld

1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden

Samenvatting Biologie Thema 6

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-11-1-b

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop

Zijn er bij deze onderwerpen deficiënties, dan kun je via de volgende sites je kennis vergroten: - -

Klas 2. Herhaling biologie klas 1

Examentrainer. Vragen. Vertering. Wat is de naam van P?

Uitscheiding en afweer

Basisberoepsgerichte leerweg: Wat moet je kennen voor het Centraal Eindexamen (CE) Biologie VMBO BI/K/3 Leervaardigheden in het vak biologie

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL. 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: *

Concept Leerdoelenkaart Biologie 10-14

OMSCHRIJVING LESSTOF

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 maandag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Proefexamen ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

biologie CSE BB herziene versie

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten

Samenvatting Biologie voor Jou 2A Thema 4 Waarnemen en regeling

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 12. Naam kandidaat Kandidaatnummer. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Eindexamen biologie vmbo gl/tl I

Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof

Samenvatting Biologie Boek 2: Je lichaam

Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Het oor. Oorpijn

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 26 mei uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Thema 3 Voeding en je lichaam

Examen VMBO-KB 2005 BIOLOGIE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen horen een uitwerkbijlage en een bijlage.

Examentraining Biologie Kader. Maandag 19 mei 2014

Bouw zaadplanten. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan.

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

Mitochondriële ziekten

7. Het gebit De bouw van het gebit Tanden en kiezen noem je gebitselementen. kroon. wortel

Werkblad Naut Thema 3: Voeding en je lichaam

Subkern Primair onderwijs Niveau BB Niveau KGT Niveau havo Niveau vwo Kerndoel po Kerndoel obvo Je benoemt hoe bouw en. voortplanting.

Voortplanting bij dieren

Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed?

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

THEMA 8 Opslag, uitscheiding en bescherming EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN 4 VMBO-bk. talgklier haarspier. borstelhaar

5,2. Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari keer beoordeeld. Basisstof 1; samenstelling van bloed

Van cel tot organisme hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

VOORKENNIS VOOR DE BIOLOGIECURSUS WISMON

Inhoud. Woord vooraf 1 1. Over de auteurs 1 2. Redactionele verantwoording 1 3 Curriculummodel 1 3 Didactisch concept Basiswerken 1 4

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR NIVEAU KADER

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 4VMBO- B Deel 1 en 2 KLAS: 4 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

PLANTEN. Basis maakt de vragen 1 t/m 35. Voor iedere vraag kan 1 punt behaald worden

Als het bloed uit de holle ader verder stroomt, in welk bloedvat komt het dan?

Proefexamen ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

Werkstuk Biologie Lichaamstelsels

Spijsverteringsstelsel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

Herhalingsles Het lichaam. Ademhaling. Benoem de aangeduide delen op onderstaande tekeningen aan.

Transcriptie:

MINISTERIE VN ONERWIJS EN VOLKSONTWIKKELING EXMENUREU VK : IOLOGIE TUM: INSG 11 UGUSTUS 2009 TIJ : 10.50 12.05 UUR EZE TK ESTT UIT 40 ITEMS. UNIFORM HEREXMEN MULO 2009 TENZIJ NERS NGEGEVEN, GT HET STEES OVER GEZONE ORGNISMEN EN NORMLE OMSTNIGHEEN. WEEFSELS EN ORGNEN Welke omschrijving van een orgaan is juist? Onder een orgaan wordt verstaan 1 een groep cellen met één of meerdere functies. een groep cellen met verschillende functies. een groep van verschillende weefsels met één of meer functies. verschillende groepen cellen met één functie. 3 In welke delen van een tomatenplant kan turgor plaatsvinden? alleen in een blad alleen in de stengel alleen in de wortel in alle delen van de plant 4 e tekening stelt een deel van het geraamte van de mens voor. STEVIGHEI 2 Jonge kinderen breken minder snel een bot dan oude mensen, doordat de beenderen van jonge kinderen alleen kalkzouten bevatten. alleen lijmstof bevatten. veel kalkzouten en weinig lijmstof bevatten. veel lijmstof en weinig kalkzouten bevatten. 1 2 3 Welk type gewricht bevindt zich tussen de beenderen 1 en 2? En welk type tussen 3 en 4? 4 tussen 1 en 2 tussen 3 en 4 kogelgewricht kogelgewricht scharniergewricht scharniergewricht rolgewricht scharniergewricht rolgewricht scharniergewricht

VOEING EN VERTERING Welk spijsverteringssap bevat geen enzymen? alvleessap darmsap gal maagsap 5 6 rie gegevens over de wand van de darmen in het menselijk lichaam zijn: 1. de wand bevat spieren; 2. de wand bevat darmvlokken; 3. de wand bevat klieren die spijsverteringssappen produceren. Welk gegeven is of welke gegevens zijn van toepassing op zowel de slokdarm als op de dunne darm? alleen 1 alleen 3 alleen 2 en 3 1, 2 en 3 7 e tekening stelt de keelholte van de mens voor. P GSWISSELING e tekening stelt een cel voor. e pijlen geven de richting aan waarin de gassen bewegen. O 2 cel O 2 Is dit een cel uit een autotroof of uit een heterotroof organisme? oor welk proces wordt deze gaswisseling veroorzaakt? organisme autotroof autotroof heterotroof heterotroof 8 proces fotosynthese verbranding fotosynthese verbranding 9 Een bepaald organisme heeft een ademhalingsstelsel met veel uitwendige openingen of stigma s. Welk dier kan dit zijn? een duif een kikker een vis een vlieg SSIMILTIE EN ISSIMILTIE Wat stelt letter P voor en waarvoor dient dit orgaantje? P is de huig de huig het strotteklepje het strotteklepje P voorkomt dat er lucht in de slokdarm komt tijdens het slikken voedsel in de neusholte komt tijdens het slikken lucht in de slokdarm komt tijdens het slikken voedsel in de neusholte komt tijdens het slikken 10 e olie in zaden van zonnebloemen bevat veel energie. eze energie is afkomstig van koolstofdioxide. water. zonlicht. zuurstof.

11 e tekening stelt een schematische doorsnede van een blad voor. Hierin zijn de bladgroenkorrels als stippen getekend. 1 2 4 3 Glucose kan zowel geproduceerd als verbruikt worden op plaats 1. 2. 3. 4. 12 In plantencellen die chlorofyl bevatten, vindt er s nachts alleen fotosynthese plaats. alleen verbranding plaats. zowel fotosynthese als verbranding plaats. geen fotosynthese en geen verbranding plaats. 13 Twee beweringen over fotosynthese en twee over verbranding zijn: 1. ij fotosynthese wordt zuurstof verbruikt en ontstaat koolzuurgas. 2. ij fotosynthese wordt koolzuurgas verbruikt en ontstaat zuurstof. 3. ij verbranding komen water en energie vrij. 4. ij verbranding worden water en energie verbruikt. Welke beweringen zijn juist? 1 en 3 1 en 4 2 en 3 2 en 4 TRNSPORT 14 Welk type bloedcel wordt gevormd in de lymfeklieren? Wat is de functie van deze bloedcel? type rode bloedcel rode bloedcel witte bloedcel witte bloedcel functie bescherming tegen infecties vervoer van zuurstof bescherming tegen infecties vervoer van zuurstof 15 ij iemand komt een afwijking van de bloedplaatjes voor, waardoor deze hun inhoud niet kunnen afgeven. Het gevolg daarvan kan zijn dat het bloed te snel stolt. niet kan stollen. geen zuurstof kan vervoeren. geen bacteriën onschadelijk kan maken. 16 e grootste betekenis van de verdamping in de plant is dat de plant minder snel uitdroogt. het water en de voedingszouten in de plant opstijgen. de plant hierdoor energie verkrijgt. de hoeveelheid voedingszouten die de plant opneemt groter wordt. 17 an de worteltop komen er wortelharen voor. eze kleine uitsteeksels zorgen ervoor dat de plant voldoende kan assimileren. water en zouten kan opnemen. water kan verdampen. zouten kan vasthouden.

18 Het schema stelt het hart van een vis voor met aansluitende bloedvaten. 21 Welke stof wordt zowel in planten als in dieren als reservestof opgeslagen? kieuwslagader P eiwit glycogeen vet zetmeel Is P de kamer of de boezem van het hart? Heeft een vis een enkelvoudige of een dubbele bloedsomloop? P is de een vis heeft een boezem dubbele bloedsomloop boezem enkele bloedsomloop kamer dubbele bloedsomloop kamer enkele bloedsomloop UITSHEIING / RESERVEVOESEL 19 Welk(e) deel (delen) van de nieren speelt (spelen) een rol bij de vorming van urine? alleen het nierbekken alleen het niermerg alleen de nierschors de nierschors en het niermerg 20 Enkele processen in het lichaam van de mens zijn: HORMONEN 22 Glucose wordt onder invloed van omgezet in glycogeen. Wat moet er worden ingevuld? glucagon insuline glucagon en adrenaline insuline en adrenaline 23 Mina, een meisje van 16 jaar, bekijkt een foto van zichzelf toen ze 6 jaar oud was. Ze ziet dat ze lichamelijk veel veranderd is. Welk(e) hormoonklier(en) heeft (hebben) een rol gespeeld bij de groei en ontwikkeling van Mina? alleen de eierstokken alleen de hypofyse de eierstokken en de hypofyse de hypofyse en de alvleesklier 1. het afbreken van rode bloedcellen; 2. het opslaan van glycogeen; 3. het produceren van gal; 4. het produceren van insuline. Welke van deze vier processen vinden plaats in de lever? 1, 2 en 3 1, 2 en 4 1, 3 en 4 2, 3 en 4

24 Twee beweringen over de functie van de testes zijn: I e testes produceren adrenaline. II e testes produceren mannelijke geslachtshormonen Voor deze beweringen geldt: alleen I is juist. alleen II is juist. I en II zijn beide juist. I en II zijn beide onjuist. P 25 ovarium stroomrichting van het bloed Het schema stelt een ovarium (eierstok) met bloedvaten P en Q voor. Het bloed in bloedvat Q bevat, vergeleken met eenzelfde hoeveelheid bloed in bloedvat P, meer eicellen. glucose. hormonen. zuurstof. Q ZENUWSTELSEL 27 In een bepaalde cel in de huid ontstaat er een impuls. Wat is het gevolg hiervan? e cel trekt zich samen. e cel ontspant zich. e cel geeft de impuls door aan een bewegingszenuwcel. e cel geeft de impuls door aan een gevoelszenuwcel. 28 nkie zit aan de Waterkant. Ze wordt door een bij geprikt in haar arm. In een reflex trekt zij haar arm weg. Via welk deel van het centrale zenuwstelsel loopt deze reflex? de grote hersenen de hersenstam de kleine hersenen het ruggenmerg 29 e afbeelding geeft de hersenen van de mens van onder gezien weer. ESHERMING EXTERN MILIEU 26 eschermen antistoffen in het lichaam ons tegen bacteriën of tegen de kou? Waar komen deze antistoffen voor? Welk deel wordt aangegeven met P? P bescherming tegen komen voor in bacteriën bacteriën kou kou het bloedplasma de opperhuid het bloedplasma de opperhuid grote hersenen hersenstam kleine hersenen ruggenmerg

30 e zenuwimpulsen bij een kniepeesreflex verlopen als volgt: zintuig bewegingszenuw ruggenmerg gevoelszenuw spier. zintuig bewegingszenuw ruggenmerg hersenen gevoelszenuw spier. zintuig gevoelszenuw ruggenmerg bewegingszenuw spier. zintuig gevoelszenuw ruggenmerg hersenen bewegingszenuw spier. ZINTUIGEN 31 Oudere mensen kunnen vaak nog wel zonder bril in de verte scherp zien, maar niet meer dichtbij. it komt doordat de ooglens niet meer bol genoeg kan worden. de ooglens niet meer plat genoeg kan worden. de pupil niet meer groot genoeg kan worden. de pupil niet meer klein genoeg kan worden. 32 In het oor van de mens nemen delen van het gehoororgaan luchttrillingen over. Welk deel van het gehoororgaan wordt door het geluid het eerst in trilling gebracht? een gehoorbeentje de gehoorgang het ovale venster het trommelvlies 33 Enkele zintuigen bij de mens zijn de smaakzintuigen, de tastzintuigen en de warmtezintuigen. Welke van deze zintuigen liggen in de huid? alleen de smaakzintuigen en de tastzintuigen. alleen de smaakzintuigen en de warmtezintuigen. alleen de tastzintuigen en de warmtezintuigen. de smaakzintuigen, de tastzintuigen en de warmtezintuigen. GROEI EN ONTWIKKELING 34 Hier volgen twee beweringen: I ij meisjes is de vagina een secundair geslachtskenmerk. II Een eicel kan slechts door één zaadcel worden bevrucht. Voor deze beweringen geldt: alleen I is juist. alleen II is juist. I en II zijn beide juist. I en II zijn beide onjuist. 35 Zaadcellen worden, na hun vorming, enige tijd opgeslagen in de bijballen. prostaatklier. teelballen. zaadleiders.

36 e tekening stelt een orgaan van een bloem voor. Enkele delen zijn genummerd. Waar komen stuifmeelkorrels terecht bij de bestuiving en waar vindt de bevruchting plaats? bestuiving bevruchting 1 2 2 3 1 3 2 4 MILIEU 37 In een ecosysteem komen drie soorten organismen voor die samen een voedselketen vormen te weten: 1 een vleesetend zoogdier; 2 een eencellig wiertje met bladgroen; 3 een plankton etende vis. Wat is de juiste volgorde van deze organismen in de voedselketen? Welke soort is het grootst in aantal in dit ecosysteem? juiste volgorde grootste aantal 1-2- 3 1-2 - 3 2-3 - 1 2-3 - 1 1 2 3 4 vis wiertje vis wiertje 38 Twee studenten doen de volgende uitspraken: Steven : Vuilnisbelten kunnen het grondwater vervuilen. Marijke: lle huisvuil kan tot compost verwerkt worden. Wie heeft (hebben) gelijk? alleen Steven alleen Marijke Steven en Marijke geen van beiden TROPISHE HYGIËNE 39 John heeft malaria opgelopen. ls gevolg hiervan lijdt hij aan bloedarmoede. eze bloedarmoede wordt veroorzaakt door eencellige organismen die de rode bloedcellen beschadigen. wormen die de rode bloedcellen beschadigen. eencellige organismen die de witte bloedcellen beschadigen. wormen die de witte bloedcellen beschadigen 40 Enkele tropische ziekten zijn: 1. ilharzia; 2. engue; 3. Gele koorts; 4. Mijnwormziekte. Welke wordt (worden) veroorzaakt door een worm? alleen ilharzia alleen Gele koorts Mijnwormziekte en ilharzia engue en Gele koorts