Archeologisch Vooronderzoek Nevele - Merendree Merendreedorp 17 en 18 februari 2010 David Vanhee
2 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 3 I. Voorwoord Dit rapport vormt de weergave van het archeologische vooronderzoek en de vondsten gedaan tijdens het vooronderzoek met proefsleuven, uitgevoerd op de terreinen van een toekomstige verkaveling tussen Merendreedorp en ammeken te Nevele Merendree, door intergemeentelijk archeoloog D. Vanhee van de KLAD. Aan de hand van dit rapport is een dossier opgemaakt met de bijzondere voorwaarden voor de uitreiking van een opgravingsvergunning voor het vlakdekkend archeologisch onderzoek op een deel van het terrein. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd in opdracht van de bouwheer in het kader van de zorgplicht en in samenspraak met de KLAD. Colofon 2011 Kale - Leie Archeologische Dienst, David Vanhee figuren Auteurs (KLAD), tenzij anders vermeld layout: druk- & bindwerk: verantwoordelijke uitgever: D. Vanhee Zquadra, Kortrijk Kale - Leie Archeologische Dienst Kasteelstraat 26 9880 Aalter www.deklad.be
4 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 5 II. Inhoud I. Voorwoord 3 II. Inhoud 5 III. Administratieve gegevens 7 IV. Projectomschrijving 9 IV.1 Aanleiding van en opbouw naar het onderzoek 9 IV.2 Tijdskader 9 IV.3 Financieel kader 9 V. Archeologische en historische voorkennis 11 VI. Resultaten 13 VI.1 Sleuven III - VII 15 VI.2 Sleuven VIII - XII 15 VI.3 Sleuven XIII - XV 15 VI.4 Sleuven I - II 15 VII. Besluit 23 VIII. Bibliografie 25
6 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 7 III. Administratieve gegevens Locatiegegevens Gemeente: Nevele Merendree Plaats/straat: tussen Merendreedorp en ammeken Kadastrale gegevens: Afd. 4, sectie B, 689b3, 689z2, 693a, en delen van 689w2, 687p, 690c, 690g, 690l, 697g en 697h X: 94675.69 Y: 196909.4 Opgravingsdocumentatie Vergunning: 2009/378 Geldig: 01/02/10 01/06/10 Naam aanvrager: David Vanhee Naam vooronderzoek: Vooronderzoek Merendreedorp Opgravingscode: Nev-MD-VO10 Datum: 17 en 18 februari 2010 Te onderzoeken opp.: ca. 2 ha Algemene methodiek: vooronderzoek met elke 12 m proefsleuven en plaatselijk kijkvensters. Bouwheer NV uysmans Promoties Stationstraat 83 9900 Eeklo NV Roger Wille Oostveld Kouter 74 9920 Lovendegem
8 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 9 IV. Projectomschrijving IV.1 Aanleiding van en opbouw naar het onderzoek 1 et project omvat de aanleg van een nieuwe verkaveling van ca. 2 ha, tussen Merendreedorp en ammeken in Nevele Merendree. Deze terreinen zijn kadastraal gekend als Nevele Afd. 4, sectie B, 689b3, 689z2, 693a, en delen van 689w2, 687p, 690c, 690g, 690l, 697g en 697h. 2 De terreinen waren jarenlang bebouwd door serres waarin aan bloementeelt werd gedaan. Dit heeft een enorme weerslag gehad op de bodem, maar de ligging van het terrein nabij de dorpskern met de Sint-Radegundiskerk van Merendree, de hoge archeologische potentie van dit gebied met onder meer Romeinse bewoning en de oppervlakte van het terrein rechtvaardigden een vooronderzoek met proefsleuven. Dit ging van start na de afbraak van de serres. Een deel van het afbraakpuin was bij aanvang echter nog steeds aanwezig op het terrein en er waren een aantal grote waterreservoirs aanwezig. Op deze plaatsen konden geen sleuven aangelegd worden. Figuur 1: Bodemkaart van het projectgebied. ( http://geo-vlaanderen.gisvlaanderen.be) et plangebied heeft een gemiddelde hoogte van ca. 10,50 m TAW. et gebied is op de bodemkaart in het westen ingekleurd als OB (Bebouwde zones). De rest van de percelen zijn Scc of matig droge lemig zandbodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont (donkerblauw) en Sbc of droge lemig zandbodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont (lichtblauw). IV.2 Tijdskader Figuur 2: et terrein vanuit de lucht op google maps satellietbeelden met (1) de site en (2) de kerk van Merendree. ( google maps) et vooronderzoek had plaats op 17 en 18 februari 2010, een bijzonder koude periode met sneeuw en vorst. IV.3 Financieel kader De kosten van het vooronderzoek op de verkaveling werden verdeeld tussen de KLAD, die de intergemeentelijk archeoloog David Vanhee ter beschikking stelde en de bouwheer die de kraan met kraanman en de landmeter ter beschikking stelde. 1 2
10 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 11 V. Archeologische en historische voorkennis Voor de aanvang van het vooronderzoek waren er voor het plangebied geen indicaties van archeologische aanwezigheid gekend. Merendree kent echter een lange geschiedenis van archeologische vondsten uit zowat alle periodes en dat maakte de kans dan ook bijzonder groot dat er op dit terrein archeologische sporen zouden worden gevonden. De vraag was in welke bewaringstoestand deze zouden zijn na het intensieve gebruik van de terreinen als serres. Er zijn aanwijzingen dat de prehistorische mens de regio bezocht in de periode van de ijstijden telkens het klimaat het mogelijk maakte. Er zijn echter nauwelijks vondsten uit het paleolithicum (ca. 2,5 miljoen jaar geleden tot 8.500 v.c.) gekend in de onmiddellijke omgeving. Paleolithische artefacten zijn wel aangetroffen aan de randen van de Vlaamse Vallei. Daaruit concluderen sommige wetenschappers dan ook dat de oudste sporen bij de genese van de Vlaamse Vallei door meters sedimenten afgedekt zijn (Van Strydonck M. & De Mulder G., 2000). Vanaf het epi-paleolithicum zijn wel vondsten gedaan (Van der aegen G., 1998). Figuur 3: et terrein aangeduid op de kadasterkaart. Fig. 4: Zicht op de grote hoeveelheid bouwpuin dat her en der verspreid lag op het terrein. ier konden geen proefsleuven aangelegd worden. In Merendree werden bij het graven van het Schipdonkanaal in 1847 ter hoogte van de Kruiskale een aantal versierde en doorboorde hertshoornen ontdekt. Verder leverden recente veldprospecties door W. De Clercq en G. Van der aegen nog een twaalftal vindplaatsen met artefacten uit de steentijd op. Van de aangetroffen artefacten stammen de oudste uit het epi-paleolithicum (10.000 tot 8.500 v.c.), terwijl andere duiden op de aanwezigheid van de mens tijdens het mesolithicum (8.500 tot 5.500/4.300 v.c.) en nog andere verwijzen naar het neolithicum (5.500/4.300 tot 2000 v.c.). Nog enkele andere artefacten in silex zijn dan weer typerend voor de overgangsperiode van het neolithicum naar de bronstijd (3.800 tot 2.000 v.c.). De aanwezigheid van de mens rond Merendree tijdens de bronstijd wordt vooral vanuit de lucht aangetoond. Door luchtfotografische prospectie identificeerde men reeds op 4 plaatsen enkelvoudige circulaire structuren. Daarvan liggen er 3 verspreid over de gemeente en vormen er 2 een klein grafveld nabij Melderen (Bourgeois J. et al, 1999). Dergelijke structuren worden algemeen verbonden met de grafritus uit de midden-bronstijd (1.700 tot 1.100 v.c.) waarbij de doden (van de elite) begraven werden onder een grafheuvel, omring met één of meerdere grachten (Bourgeois J. et al, 1999). Indicaties uit de late bronstijd (1.100 tot 750v.C.) zijn dan weer aangetroffen tijdens de werken aan het Schipdonkkanaal in 1847. Daarbij werden een speld en een speerpunt ontdekt ter hoogte van de Kruiskale (De Clercq W., 1998a). Tot op heden werden nog geen concrete vaststellingen van bewoning tijdens de ijzertijd in Merendree gedaan. De aanwezigheid van de vele ijzertijdsites in de rest van het Land van Nevele o.a. op de kouterrug tussen Vosselare en Landegem maken het echter mogelijk dit toe te schrijven aan de stand van het onderzoek dan aan de afwezigheid van deze sporen te Merendree. Zo weinig bewijzen er zijn van menselijke occupatie tijdens de ijzertijd, zoveel zijn er voor de Romeinse periode. Kanunnik J. De Bats vermeldde omstreeks 1787 de vondst van een munt van Trajanus (geslagen in 105 n.c.) ergens in Merendree. Sindsdien zwol het lijstje met aanwijzingen uit de Romeinse periode alleen maar aan. Vaak gaat het om losse vondsten zoals fragmenten van amforen, scherven in terra sigillata, munten, metaalslakken, dakpannen en bouwmateriaal (Thoen., 1998), maar bij verschillende noodonderzoeken kwamen ook een waterput, een oven en een wegtracé om-
12 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 13 ringd met paalsporen, mogelijke afkomstig van woningen of bedrijfsgebouwen in houtbouw, aan het licht (De Clercq W. et al, 1998). Tussen al deze vondsten op het grondgebied van Merendree valt vooral de concentratie langs de Molenkouterslag op, zowel langs het Kanaal van Schipdonk als in de richting van het centrum. Archeologen van de Gentse Universiteit hebben door de synthese van de gegevens uit veld- en luchtprospectie, studie van de vondsten en noodopgravingen getracht de grootte en de belangrijkheid van deze concentratie in te schatten. Zij berekenden dat 15 tot 20 ha zandrug gelegen nabij de kruising van de Neerkale en de Kruiskale sporen bevat van een Romeinse nederzetting, mogelijk een vicus en misschien zelfs een heiligdom (De Clercq W. et al, 1998). De recente vondst van 145 metalen voorwerpen waaronder munten, fragmenten van beeldjes en andere gebruiksvoorwerpen bij de systematische prospectie van Peter Deceuninck verspreid over Merendree bekrachtigden enerzijds bovenstaande theorie, maar brachten anderzijds ook nieuwe vindplaatsen aan het licht. Deze objecten zijn momenteel voor reiniging toevertrouwd aan het VIOE en zullen achteraf onderzocht worden aan de Gentse Universiteit. Fig. 5: Overzichtskaartje van de sites te Merendree. Op basis van het kaartmateriaal gepubliceerd in Vobov-Info, 1998, 47, p.3, 6, 14 & 59. 1 Vindplaats uit de steentijd A zeer droge tot droge gronden (zand- en kouterruggen) 2 Vindplaats uit de metaaltijden B matig droge tot matig natte gronden 3 Vindplaats uit de Romeinse periode C alluviale gronden D bebouwde zones Gegevens uit de overgangsperiode van de Romeinse periode naar de vroege middeleeuwen zijn schaars. Tijdens één van de onderzoeken in de Molenkouterslag werd een glanzend gepolijste scherf van een zogenaamde schalenurne aangetroffen. Deze aardewerkvorm wordt gerelateerd met de Germanen en dateert men in de 5e eeuw n.c. of de vroege middeleeuwen (De Clercq W., 1998b). Ook verdere sporen verwijzend naar de vroege middeleeuwen ontbreken. Voor de Merovingische periode is er wel de historische verwijzing dat Merendree behoorde tot het Merovingisch kroondomein. Daarnaast is de kerk van Merendree reeds in 748 als basilica vermeld en is ze de enige Vlaamse kerk gewijd aan de Thüringse prinses Sint-Radegundis. Deze elementen, samen met het Romeins verleden en de goede strategische ligging, doen vermoeden dat Merendree in de Merovingische periode al een belangrijke kern was. Uit de Karolingische periode stammen dan weer enkele scherven in importmateriaal met radstempelindrukken, die in de buurt van de kerk aangetroffen werden (De Clercq W., 1998a). Voor de middeleeuwse periode beschikken we wel over een deel van een typische hoevegebouwplattegrond. Dat werd in 2005 opgegraven in de Molenkouterslag door de KLAD (Vanhee D., 2006). Wanneer we alle vondsten in Merendree op kaart projecteren worden de concentraties van sites op de zandruggen en de kouterruggen langs de verschillende armen van de Kale duidelijk (Fig. 5). De beken en rivieren loodsten de mens al heel vroeg in het gebied binnen. De verschillende biotopen, de aanwezigheid van de strategische hogere en droge zandruggen, de beschikbaarheid van goede landbouwgronden en de nabijheid van belangrijke grondstoffen zorgden ervoor dat het Land van Nevele erg snel en vrij dicht bevolkt was. Daarbij groeide Merendree mogelijk steunend op een oudere site uit tot een belangrijke Romeinse handelsnederzetting, die aldus geschiedkundige gegevens ook in de Merovingische periode een belangrijke kern was.
14 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 15 Nev-MD-09 Sl. I profiel VI. Resultaten Er werd bij het vooronderzoek gestart vanuit de minst verstoorde deel van het terrein. Daar werd de bodemgesteldheid gecontroleerd. De profielkuil in Sleuf I bevestigde de matig droge tot droge lemige zandbodem, hoewel dat erg relatief was door de winterse omstandigheden, van op de bodemkaart die de percelen beschrijft als Scc of matig droge lemig zandbodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont en Sbc of droge lemig zandbodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont. Ap1 De profielput toonde duidelijk een opbouw met verschillende ploeglagen wat vaker voorkomt in de regio (onder andere op de verkaveling aan de Veldestraat). Onder de nieuwe ploeglaag (Ap1 ca. 40 cm) bevond zich nog oudere ploeglaag (Ap2) van ca. 30 cm. Dat impliceert dat de sleuven soms heel diep moesten aangelegd worden vooraleer de moederbodem (C) wordt bereikt. Ap2 Uit de verkregen resultaten van het vooronderzoek bleek dat het overgrote deel van het terrein zwaar verstoord was door vroegere activiteiten. VI.1 Sleuven III - VII C Dit was onder meer het geval in de Sleuven III t.e.m. VII. Daar werden, naast leidingen en een grote waterciterne, voornamelijk kuilen met bouwpuin aangetroffen. Dit was afkomstig van de afbraak van een schoolgebouw en enkele huisjes, die er stonden voor de serres. Figuur 6: et profiel in Sleuf I toont duidelijk een nieuwe ploeglaag (Ap1) en een oudere ploeglaag (Ap2) met daaronder moederbodem (C). In Sleuf III werden nog een mogelijke gracht en twee paalsporen opgemerkt. Ze liggen echter geïsoleerd t.o.v. de andere vondsten (zie verder). Fig. 7: Zicht op de donkere verstoringen in Sleuf V. Fig. 8: Verstoringen in Sleuf VI. VI.2 Sleuven VIII - XII De Sleuven VIII t.e.m. XII waren dan weer zwaar verstoord door de serrebouw. ier werden voornamelijk leidingen van water en verwarming aangetroffen, naast kuilen gevuld met recent afval (o.a. piepschuim in Sleuf VIII). VI.3 Sleuven XIII - XV De Sleuven XIII t.e.m. XV werden aangelegd op een perceel dat dienst had gedaan als weide. ier was de aanwezigheid van een zogenaamde tweede ploeglaag (Ap2) heel duidelijk en moesten de sleuven vrij diep uitgegraven worden om tot op een leesbaar niveau te geraken. Daarnaast bestond de bodem hier uit eerder nat lemig zand die bij het afgraven openscheurde. Dit verschilt met wat de bodemkaart voorschrijft, maar dat lijkt eerder toe te schrijven aan de winterse omstandigheden. Ook hier werden geen relevante archeologische sporen vastgesteld. VI.4 Sleuven I - II In Sleuf I en een deel van Sleuf II waren er tussen de verstoringen door wel archeologische sporen aanwezig. Deze situeren zich in een zone tussen de nieuwbouw langs ammeken 18, de bestaande serre en woning van ammeken 18 en de serre van ammeken 16, of m.a.w. op delen van de percelen 690G, 690C, 690L en 689W2. Nev-MD-09 Sl. V Nev-MD-09 Sl. VI In Sleuf I werd een gracht (S1) aangetroffen. Op het einde van deze sleuf werd een diepe verstoring vastgesteld.
16 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 Nev-MD-09 Sl. VI 17 In het westen van Sleuf II werden twee grachten (S1 en S2) en een grote kuil of mogelijke waterput (S3) vastgesteld. Daarna werden een reeks van moeilijk af te lijnen paalsporen (S4-S6) ontdekt. Omdat deze sporen tussen de verstoringen zaten en erg moeilijk leesbaar en af te lijnen waren werd hier een kijkvenster aangelegd. ierbij werden nog enkele greppels en grote paalsporen of kuilen aangetroffen. et bleef echter erg moeilijk deze te plaatsen in een context of in periode en daarom werd overgegaan tot het couperen (1/4) van paalspoor S4. ierbij werd grijs aardewerk met radstempelversiering aangetroffen, mogelijk te dateren rond de 10e -11e eeuw. Figuur 9: Muur van het oude schoolgebouw of een van de huisjes die ooit op het terrein stonden (Sleuf VI). Figuur 10: Resten van piepschuim in Sleuf VIII. Figuur 11: Overzichtsfoto op de grachten S1 en S2 in Sleuf II. Figuur 12: Overzichtsfoto van de sporen in het kijkvenster dat werd aangelegd op Sleuf II. Nev-MD-09 Sl. VIII 2 1 Nev-MD-09 Sl. II S1 en S2 Nev-MD-09 Sl. II S1 en S2
18 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 Fig. 13: Overzichtsfoto op de grote kuil, mogelijk een waterput S3 in Sleuf II. Fig. 14: Spoor S4 in Sleuf II. Fig. 15: Coupe op S4 (rechtsboven). Fig. 16: Aardewerk met radstempel uit S4 (linksonder). 3 Nev-MD-09 Sl. II S3 Nev-MD-09 Sl. II S4 Nev-MD-09 Sl. II C4 Nev-MD-09 Sl. II S4 AW 19
1 3 2 9 5 8 4 6 7 13 12 11 10 20 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 21 551/v 551/p 41 678/n 26 KLOOSTER MERENDREE VRIJE BASISSCOOL SINT-GEROLF 550/k 24 10 PAROCIAAL CENTRUM 684/k 12 543/h (kassei) 687/p 16 ammeken (beton) 0 50m N N N VOETWEG NR. 49 VOETWEG NR. 49 PARKING 691/c PARKING 691/b 6 551/w 551/x 43 45 28 678/r 678/t 30 34 550/m 687/n 0 50m 0 50m 657/s 67 656/h 654/k 653/h 654/m 49 53 51 671/d 672/d 657/t 57 61 63 647/g 55 69 RESTAURANT " ET AARDS PARADIJS " 71 73 75 77 648/f 648/e 649/r 649/p VOETPAD 5.50 (asfalt) Merendreedorp VOETPAD 42 44 673/k 693/c2 56 58 52 48 50 693/g2 674/k 673/f 36 38 40 678/s 60 673/h 673/L 46 693/k2 693/a3 699/c 54 693/a2 693/d2 700/g 700/h 697/h 697/g WATERPUT 550/L 689/b 693/x 689/t2 IV V VI VIII WATERPUT 689/w2 III VIII IX X XI XII XIII XIV XV 788/d 788/c II 690/L 693/a WINKEL 690/g I 18 690/c VOETWEG NR. 49 (ulstwegel) 1.60 692/b 692/c 691/b PARKING VOETWEG NR. 49 691/c 12 24 10 (kassei) ammeken (beton) 16 (kassei) 687/p 543/h 543/h 12 684/k 684/k PAROCIAAL CENTRUM 10 PAROCIAAL CENTRUM 550/k 24 VRIJE BASISSCOOL 550/k SINT-GEROLF VRIJE BASISSCOOL SINT-GEROLF ammeken (beton) 16 687/n 687/p 550/m II III WINKEL 690/g WINKEL 690/g IV V VI VII I 689/w2 687/n WATERPUT 689/w2 WATERPUT Figuur 18: Detail van het sleuvenplan. 689/b 550/L550/m 689/b 550/L 693/x WATERPUT KLOOSTER MERENDREE 700/f 700/d 26 26 KLOOSTER MERENDREE 788/f Figuur 17: Sleuvenplan van de site. 678/n 30 34 693/k2 678/n 28 678/t 678/r 28 30 34 678/t 36 678/r 674/k 673/f 674/k 673/h 673/f 673/L 673/h 3 2 673/L
693/d2 22 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 23 VII. Besluit 691/c N VOETWEG NR. 49 PARKING 691/b 692/c et vooronderzoek op de percelen van de verkaveling tussen Merendreedorp en ammeken te Nevele Afd. 4, sectie B, 689b3, 689z2, 693a, en delen van 689w2, 687p, 690c, 690g, 690l, 697g en 697h leverde enkele archeologische sporen op. 692/b 0 50m (beton) WINKEL 690/g 18 690/c 1.60 VOETWEG NR. 49 (ulstwegel) Deze zijn te situeren in een zone van ca. 3.350 m² tussen de nieuwbouw langs ammeken 18, de bestaande serre en woning van ammeken 18 en de serre van ammeken 16, of m.a.w. op delen van de percelen 690G, 690C, 690L en 689W2. ammeken 16 690/L 693/a 788/d 788/c 788/f Op basis van deze bevindingen is het aangewezen deze zone van het terrein te onderzoeken, voorafgaand aan de werken die hier moeten plaatsvinden. (kassei) 687/p 687/n 689/w2 WATERPUT 12 543/h 689/t2 684/k 10 PAROCIAAL CENTRUM 693/x 700/d 24 550/k 550/m 689/b VRIJE BASISSCOOL 550/L SINT-GEROLF WATERPUT KLOOSTER MERENDREE 697/g 26 697/h 700/g 700/h 700/f 678/n 28 30 34 678/t 678/r 36 674/k 673/f 673/h 673/L 3 2 693/k2 4 5 6 7 10 693/a2 693/a3 54 699/c 551/p 41 551/v 43 551/w 45 551/x 678/s 49 671/d 672/d 38 51 40 53 657/t 42 44 673/k 55 1 46 693/g2 57 8 9 61 48 63 50 11 12 13 5.50 52 RESTAURANT " ET AARDS PARADIJS " VOETPAD Merendreedorp (asfalt) VOETPAD 693/c2 647/g 56 69 60 58 71 73 75 77 648/f 648/e 649/r 649/p 657/s 656/h 654/k 653/h 654/m 67 Figuur 19: Afbakeningsplan met zwart de verstoorde sleuven, geel de sleuven zonder sporen en oranje de sleuven met sporen. In het rood is de op te graven zone aangegeven.
24 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31 25 VIII. Bibliografie Bourgeois J., Meganck M., Semey J. & Verlaeckt K., 1999. Cirkels in het land. Een inventaris van cirkelvormige structuren in de provincies Oost- en West-Vlaanderen. III. In: Archeologische inventaris Vlaanderen. Buitengewone reeks, 7, 160 pp. De Clercq W., 1998a. Ongeschreven verleden. Een archeologische kijk op de vroegste bewoningsgeschiedenis van het Land van Nevele. 2. et landschap en de bodemgesteldheid in het Land van Nevele. In: et Land van Nevele, 29, 2, pp. 93-96. De Clercq W., 1998b. De vroege middeleeuwen op het grondgebied van het Land van Nevele. In: Vobov-info, 47, pp. 61 62. De Clercq W., Deschieter J., ageman B., Thoen. & Vermeulen F., 1998. Recent archeologisch onderzoek in de vallei van de Kale, grondgebied Land van Nevele: sites en structuren. In : Vobov-info, 47, pp. 28 33. Thoen., 1998. De Romeinse bewoning in de Vallei van de Kale binnen het gebied van het Land van Nevele. Status Questiones van het onderzoek. In: Vobov-info, 47, pp. 24 27. Van der aegen G., 1998. Steentijdvondsten in het Land van Nevele. In: Vobov-info, 47, pp. 6 12. Vanhee D., 2006. Nieuwe archeologische vondsten te Merendree (Nevele). In: Vobov-info, 63, pp. 34-40. Van Strydonck M. & De Mulder G., 2000. De Schelde. Verhaal van een rivier. 176 pp.
26 Kale-Leie Archeologische Dienst 2011, KLAD-Rapport 31