SPORTPARTICIPATIE (2013) 4-11 70% 8-11 93% 12-17 79% 18-23 74% Sportparticipatie 4-11 82% 4-23 79% 12-23 76% 15-84 64% 4-84 67% Het antwoord op de vraag hoeveel Eindhovenaren sporten 1, hangt sterk af van de leeftijdsgrenzen die worden gehanteerd. In de programmabegroting wordt het sportparticipatiecijfer van de 15 t/m 84 jarige gebruikt. Dan is in 2013 de sportparticipatie 64%. Dat is iets lager dan in de voorgaande jaren. Van de 15-84 jarigen haalt 69% de 2 en is 32%. 2012 2013 Doet aan sport [15-84 jr] 65% 64% haalt [15-84 jr] 68% 69%? [15-84 jr] 35% 32% TABEL 1: BELANGRIJKSTE KENGETALLEN [15-84 JR] Als we ook de kinderen meetellen (dus alle Eindhovenaren in de leeftijdsgroep 4 84 jaar), is de sportparticipatie 67%, ook een procentje lager dan in 2012. Onder de 4-23 jarigen (kinderen en jongeren) is de sportparticipatiegraad 79%. Van de niet westers allochtonen in Eindhoven (15-84 jaar) sport 55%. 2012 2013 Doet aan sport [] 68% 67% 3 Doet aan sport [4-23 jr; kinderen en jongeren] 80% 79% haalt [] 71% 71% haalt [4-23 jr; kinderen en jongeren] 70% 72%? [] 39% 35% 4? [4-23 jr; kinderen en jongeren] 56% 62% Doet aan sport [15-84 jr; niet westers allochtonen] 55% 55% TABEL 2: BELANGRIJKSTE KENGETALLEN [4-84 JR EN 4-23JR] Bron: monitor sportparticipatie uit de inwonersenquête Eindhoven. De inwonersenquête is een grootschalig onderzoek dat jaarlijks onder een representatieve groep Eindhovense inwoners van 15 tot en met 84 jaar wordt gehouden. Voor het sportonderzoek is de onderzoeksgroep uitgebreid met de 4-14 jarigen. 1 Bij de onderzoeken is gebruik gemaakt van het model Richtlijnen Sportdeelname Onderzoek (rso). Onder sporten wordt hier bedoeld meer dan 11 keer per jaar aan sport doen. Sportparticipatie volgens de rso-definitie wordt vastgesteld met behulp van een landelijk vastgestelde methode waarbij respondenten een lange lijst met sporten krijgen voorgelegd. 2 Norm : in Nederland gaan we ervan uit dat een volwassene genoeg beweegt als hij of zij minstens 30 minuten per dag beweegt (Voor degenen die jonger zijn dan 24, is de 60 minuten per dag). 3 Het Mulier instituut hanteert bij haar landelijke cijfers de leeftijdsgrens 6 69 jaar. Landelijk is dan de sportparticipatie (in 2012) 65%. In Eindhoven zou de sportparticipatie bij deze leeftijdsgrenzen 68% zijn, zowel in 2012 als in 2013. 4 Volgens het Mulier instituut was in Nederland in 2012 30% (6-79 jaar). In Eindhoven was dat in deze leeftijdsgroep in 2013 35%.
Alle Eindhovenaren () Met het stijgen van de leeftijd daalt het aantal sporters. Dat geldt ook voor het lidmaatschap van een, maar niet voor het halen van de. Veel mensen blijven ook op hogere leeftijd die (minstens 30 minuten per dag ) halen. Niet westerse allochtonen (en vooral niet jonge niet-westers allochtone vrouwen) blijven achter bij het halen van de bewegings (Zie ook Tabel 10). volgens rso- Haalt bewegings Leeftijd 4-7 jr 70% 84% 55% 8-11 jr 93% 77% 79% 12-17 jr 80% 72% 67% 18-23 jr 74% 59% 43% 24-34 jr 72% 71% 33% 35-44 jr 69% 64% 27% 45-54 jr 61% 68% 23% 55-64 jr 60% 73% 20% 65-74 jr 50% 76% 22% 75 jr eo 50% 76% 21% TABEL 3: BELANGRIJKSTE KENGETALLEN NAAR LEEFTIJD [4-84 JR] Mannen sporten vaker dan vrouwen, hoog opgeleiden vaker dan laag opgeleiden en mensen met een hoog inkomen meer dan mensen met een laag inkomen. volgens rso- Haalt bewegings Geslacht Man 69% 72% 36% Vrouw 66% 70% 34% Opleiding Geen basis laag 51% 69% 26% Gemiddeld 68% 72% 37% Hoog 76% 71% 38% Inkomen Minder dan 1200 66% 61% 41% 1.201 tot en met 1.400 per maand 50% 73% 23% 1.401 tot 2.000 per maand 64% 74% 31% 2.001 tot 3.100 per maand 68% 72% 33% 3.101 en meer per maand 75% 75% 40% TABEL 4: BELANGRIJKSTE KENGETALLEN NAAR GESLACHT, OPLEIDING EN INKOMEN [4-84 JR] Niet-westers allochtonen sporten minder dan Nederlanders en westers allochtonen, en in de krachtwijken wordt minder gesport dan in de andere wijken. volgens rso- Haalt bewegings Etniciteit Nederlander / westers allochtoon 69% 73% 37% Niet westers allochtoon 58% 62% 27% Bestuurlijk aangewezen gebied Geen Bestuurlijk aangewezen gebied 71% 72% 40% Bestuurlijk aangewezen gebied 62% 69% 27% Krachtwijk Geen krachtwijk 69% 72% 36% krachtwijk 51% 60% 21% TABEL 5: BELANGRIJKSTE KENGETALLEN NAAR ETNICITEIT EN GEBIED [4-84 JR]
Kinderen en jongeren (4-23 jr) Onder de kinderen (4-11 jaar) is de sportparticipatiegraad 82%, onder de jongeren (12-23 jaar) 76%. Gemiddeld maakt dat, dat van de Eindhovense kinderen en jongeren 79% sport. Sportparticipatie 2012 2013 4-7 75% 70% 8-11 84% 93% Kinderen 80% 82% 12 17 83% 80% 18-23 77% 74% Jongeren 80% 76% Totaal [4-23 jr] (kinderen en jongeren) 80% 79% TABEL 6: SPORTPARTICIPATIE KINDEREN EN JONGEREN NAAR LEEFTIJD EN NAAR JAAR Van de kinderen (4-11 jaar) haalt 80%% de bewegings, van de jongeren (12-23 jaar) 65%. Haalt 2012 2013 4-7 83% 84% 8-11 81% 77% Kinderen 82% 80% 12 17 72% 72% 18-23 56% 59% Jongeren 63% 65% Totaal [4-23 jr] (kinderen en jongeren) 70% 72% TABEL 7: NORM GEZOND BEWEGEN NAAR LEEFTIJD EN NAAR JAAR Met het project Sportformule tracht men kinderen vóór, tijdens en na schooltijd te laten kennismaken met allerlei sporten, activiteiten en verenigingen. 38% van de Eindhovense kinderen en jongeren kent sportformule. De bekendheid is het hoogst onder de doelgroep van het project, kinderen in de leeftijd van 8-11 jaar. Kent Sportformule? 2012 2013 4-7 40% 43% 8-11 60% 59% Kinderen 50% 51% 12 17 31% 36% 18-23 4% 8% Jongeren 16% 24% Totaal [4-23 jr] (kinderen en jongeren) 29% 38% TABEL 8: KENT SPORTFORMULE, NAAR LEEFTIJD EN NAAR JAAR 63% van de 4 tot 23-jarigen is. Niet westerse migranten zijn dat overigens minder dan gemiddeld en meisjes minder dan jongens (vooral de allerjongste en de oudere meisjes). Van degenen die lid zijn van een is 5% dat geworden na kennismaking via sportformule. In de krachtwijken is dat meer, bijna 20%. Is of meerdere en? 2012 2013 4-7 51% 55% 8-11 74% 79% Kinderen 63% 68% 12 17 64% 67% 18-23 43% 47% Jongeren 52% 56% Totaal [4-23 jr] (kinderen en jongeren) 56% 63% TABEL 9: LIDMAATSCHAP SPORTVERENIGING NAAR LEEFTIJD EN NAAR JAAR
Vrouwen sporten iets minder dan mannen, maar op de basisschool sporten de meisjes nog net zoveel als de jongens. Na de middelbare schooltijd gaan meisjes minder sporten, en wel vooral de niet-westers allochtone meisjes. - Haalt bewegings Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen 4-7 jr 67% 60% 89% 76% 53% 29% 8-11 jr 83% 96% 61% 52% 72% 72% 12-17 jr 98% 46% 98% 43% 84% 21% 18-23 jr 98% 32% 41% 51% 41% 19% 69% 66% 72% 70% 36 34% TABEL 10: SPORTEN, BEWEGINGSNORM EN LIDMAATSCHAP VAN EEN SPORTVERENIGING NAAR GESLACHT EN LEEFTIJD Gezondheid en sport Mensen die sporten voelen zich er dan mensen die dat niet doen. Uiteraard spelen hierbij ook dwarsverbanden als leeftijd, opleiding en inkomen een rol. Zo sporten jongeren meer dan gemiddeld en voelen jongeren zich er dan ouderen. Logisch dus dat sporters zich er voelen dan niet sporters, alleen al door het leeftijdseffect. Als we corrigeren voor de leeftijds-, inkomens- en opleidingseffecten blijven de verbanden tussen sporten en heid bestaan. Van degenen die sporten beoordeelt 93% zijn of haar heid als goed tot uitstekend (4 84 jarigen), van degenen die niet sporten is dat 80%. Deze verschillen zijn significant: sporters voelen zich er dan niet sporters. Meest beoefende sport De meest beoefende sport is fitness (23%), gevolgd door hardlopen (21%), zwemmen (17%), wandelen (13%) en voetbal (12%). Ten opzichte van 2012 wordt er minder aan fitness gedaan en meer aan hardlopen, wandelen en fietsen. Het aandeel dat aan fitness doet neemt vooral af bij lagere inkomensgroepen. Het aandeel dat hardloopt neemt toe, vooral bij mensen in de middelbare leeftijd (35-55). De toename van wandelaars en fietsers zien we vooral bij 55-plussers. 2013 2012 4-14 jr 15 jr eo Fitness 4% 27% 23% 27% Hardlopen joggen trimmen 12% 23% 21% 16% Zwemsport [excl waterpolo] 37% 14% 17% 17% Wandelsport 4% 14% 13% 10% Voetbal 28% 9% 12% 11% Wielrennen, toerfietsen 3% 11% 10% 8% Skiën, langlaufen, snowboarden 6% 8% 8% 8% Tennis 10% 8% 8% 10% Schaatsen 10% 6% 7% 7% Danssport 15% 5% 6% 7% TABEL 11: MEEST BEOEFENDE SPORTEN NAAR LEEFTIJD
De Eindhovense wijken Tabel 12 geeft voor de belangrijkste kengetallen de cijfers per wijk, voor de onderscheiden leeftijdsgroepen. Door het relatief lage aantal respondenten per wijk zijn sterke fluctuaties mogelijk en moeten de cijfers met de grootst mogelijke voorzichtigheid worden gebruikt. De cijfers zijn niet meer dan indicatief. 4-23 jr 15-84 jr haalt haalt haalt Centrum 75% 69% 46% 66% 71% 29% 68% 72% 29% Oud-Stratum 88% 75% 66% 73% 71% 39% 74% 72% 43% Kortonjo 80% 80% 67% 72% 74% 37% 73% 75% 40% Putten 86% 60% 52% 60% 67% 24% 65% 67% 28% De Laak 88% 78% 62% 69% 70% 34% 72% 74% 36% Doornakkers 60% 46% 29% 55% 56% 30% 57% 58% 31% Oud-Tongelre 69% 69% 48% 64% 68% 38% 64% 73% 41% Oud-Woensel 79% 73% 49% 76% 73% 32% 75% 76% 35% Erp 78% 59% 50% 60% 62% 26% 61% 63% 27% Begijnenbroek 79% 68% 63% 62% 67% 32% 63% 68% 35% Ontginning 72% 67% 53% 60% 71% 29% 63% 72% 35% Achtse Molen 86% 73% 74% 68% 70% 37% 70% 70% 43% Aanschot 75% 77% 59% 61% 70% 32% 66% 74% 40% Dommelbeemd 85% 81% 68% 63% 71% 32% 66% 72% 37% Oud-Strijp 80% 67% 50% 71% 66% 37% 73% 68% 39% Halve Maan 71% 69% 50% 64% 72% 26% 68% 72% 31% Meerhoven 93% 92% 70% 77% 73% 33% 84% 79% 52% Rozenknopje 82% 65% 53% 72% 68% 33% 76% 71% 34% Oud-Gestel 62% 65% 48% 54% 68% 23% 54% 70% 27% Gestelse Ontginning 78% 69% 65% 58% 68% 34% 62% 70% 40% Eindhoven 79% 72% 63% 64% 69% 32% 68% 72% 29% TABEL 12: DE WIJKEN