Leven in het Koninkrijk



Vergelijkbare documenten
De bruiloft van het Lam

Wie is er nou blind? Het evangelie naar Johannes 9:

Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open

verzoeking = verleiden om verkeerde dingen te doen dewijl = omdat wederstand doen = tegenstand bieden de overhand behouden= de overwinning behalen

INHOUD. Citaten : Statenvertaling 1977 Aanbevolen websites: www:mybrethren.org/index.html

Terug naar de Essentie

Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1)

10 redenen voor de komst van de Heere Jezus

God dus we kunnen zeggen dat het Woord er altijd is geweest. Johannes 1:1/18

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

1 Korintiёrs 1:9. Marcus 10:45. Handelingen 4:12. Johannes 17:3. 1 Korintiёrs 3:16. Johannes 15:9,10. Psalm 32:8

Boek1. Les 1. Dit is het verhaal van Maria. Dit is het verhaal van de engel. Dit is het verhaal van Jezus.

Geloof Brengt Verandering Toets 1 - antwoorden

Mag ik jou een vraag stellen?

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (3)

Wesleyaanse geloofsfundamenten voor de 21 e eeuw

Openbaring 1. Openbaring van God Jezus Christus Openbaring 1:1-3. Jezus. Johannes Wij

Wondertekenen in het Johannesevangelie

Jezus volgen! Echt? Het evangelie naar Johannes 6: dinsdag 2 juni 2015


Formulier om de christelijke doop te bedienen aan volwassenen die zich bij de kerk voegen

Wat is de waarde van de profetieën die de Bijbel elk mens aanreikt?

1. Gods eigendom. Op Toonhoogte 265

4. Welk geloof wordt bedoeld? Het gaat om het zaligmakende geloof. Dus niet om een historiëel, tijd- of wondergeloof.

De koning van het koninkrijk van God. les 3. de wereld is in de macht van het kwade satan beschikt over macht satan misleidt

DE ZONDE TEGEN DE HEILIGE GEEST.

EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN

Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 3 en 4. Artikel 12 t/m 14

FUNDAMENTELE WAARHEDEN

De Heer Jezus Christus - Zijn Persoon

De straf op de zonde 15

40-dagendagboek. Discipelen van Jezus. Leren leven in de kracht van Jezus. Kees de Vlieger. Een Kerygma studie

GELOOF WAT IS HET EN HOE WERKT HET?!

De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf?

Nieuwe geboorte in het koninkrijk. les 1 FOLLOW

Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

Het Koninkrijk van God

Het Koninkrijk van God

Koninkrijk van satan. les 4

Doop van kinderen Orde I

Memoriseer elke dag een tekst. Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.

Ontmoeting met God. Ex 29: Daar zal ik dan de Israelieten ontmoeten, en zij zullen door Mijn heerlijkheid geheiligd worden.

De kern van het christelijke geloof

Doop van kinderen Orde II

1 & 2 Thessalonika. De Bijbel Open. Verleden, heden en toekomst van een christen 1 Th.1

Doop van een kind vanaf zes jaar Orde I

Liefde tussen verraad en verloochening

het Woord was bij God en het Woord was God. Christus, Eerstgeborene van heel de schepping

Want Gods medearbeiders zijn wij. 1Kor. 3:9 HSV

Jezus, het licht van de wereld

STUDIE OVER: DE GEESTELIJKE WERELD

Belijdenis en doop van volwassenen Orde I

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4).

De Vliegende Start Toets 1 - antwoorden

Alpha Cursus IGGDS DE HOEKSTEN Woensdag 22 april 2015 Restaurant Algorfa Bijeenkomst 12 Waarom en hoe zou ik het anderen vertellen?

Kingdom Faith Cursus Het geschenk van God

De brief aan de Hebreeën. C. Noorlander

GROTE VERRASSING Efeze 3:9; Colosse 1:26

Les 29. Behoudenis, zaligheid alleen in Jezus Christus.

Gemeente van onze Here Jezus Christus, De leer over de doop is als volgt samen te vatten:

Pastorale Theologie Pneumatologie. Pneumatologie - Inleiding. Indeling

Geheimenissen. In 1 Tim. 3:16a staat: En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees.

Inhoud. Literatuurlijst 112

Tekst: Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan!! Thema: De vervulling van Gods beloften, in verleden, heden en toekomst!!

Vragen over het Koninkrijk van God

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Neem nu even tijd om de Heilige Geest te vragen je te helpen bij deze studie en inzicht te geven in zowel het Woord als in je eigen leven.

5 Dit is de boodschap die we van Hem gehoord hebben en u bekend maken: dat God licht is en in Hem totaal geen duisternis is.

De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht

dieper weg, in het moeras van zonde en ongerechtigheid. De mens kan zichzelf niet redden. Daar hoor ik iemand zeggen: "Ik geloof in

BIJBELSE INTRODUCTIELES

Belijdenis en doop van volwassenen Orde II

De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand.

Les 8 voor 24 november 2018

Over het zitten van de Heere Jezus aan de rechterhand van God en Zijn wederkomst.

God is good... All the time

was, zei Hij tegen Maria van Magdala in Mt. 28:10: Hebreeën 2 (deel 2)

Wat bedoelen we daarmee en waarom gaat de mens ernaar op zoek.

Heeft God het Kwaad geschapen?

6. Uitverkiezing. 6.1 Uitverkiezing is naar de voorkennis Gods

Het normale christelijk leven. Watchman Nee. Samengesteld en beschikbaargesteld door. G.J. Korpershoek

De andere trooster. Het evangelie naar Johannes 14:

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

1. Samuël de profeet. Lezen: Handelingen 3:11-26

Filadelphia - Overzicht van de brieven aan de zeven gemeenten

Licht, Leven en Liefde

C. van der Leest, Biddend en mediterend Christus de eer geven die Hem toekomt

LIEDERENBLAD TIME 2 SING 18 september 2011 Thema: Je steentje bijdragen. Refrein

Boek voor beginnende Bijbellezers. Wegwijs. in de Bijbelboodschap. Nieuwe Testament. Arthur Hale en Jan Koert Davids

Hij heelt de gebrokenen van hart AANVAARD WIE JE BENT

De Bijbel open (31-08)

DE HEILIGE GEEST OVERTUIGD VAN RECHTVAARDIGHEID

De 4 winden. Openbaring 7:1-3. De verzegeld. Openbaring 7:4-8. De grote menigte. Openbaring 7:9-17. De onbevlekte eerstelingen. Openb.

- 1 - Werkelijk vrij. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.

het boek Openbaring enkele sleutels Amos 3 : 7 Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten.

Geloofsdocument Baptisten Gemeente Winschoten

Hoofdstuk 12 van Openbaring is een samenvatting van de geschiedenis van Jezus eerste komst tot aan de eindtijd. Het onthult dat Satan degene is die

Voorbeeld brief 2de eeuw 2 Petrus)

Transcriptie:

Leven in het Koninkrijk Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het volgroeid is, is het groter dan de tuingewassen en het wordt een boom, zodat de vogelen des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Math. 13:31-32

Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze handleiding.......................... 3 Suggesties voor Groepsstudie........................... 3 Inleiding........................................... 4 Cursusdoelen....................................... 5 1. Het onzichtbare Koninkrijk........................... 6 2. Koning der koningen................................ 13 3. Het Koninkrijk: verleden, heden, toekomst................ 26 4. Sleutels voor het Koninkrijk........................... 40 5. Verworpen uit het Koninkrijk......................... 50 6. Patronen en principes: een inleiding..................... 60 7. De Cultuur van het Koninkrijk: Koninkrijksprincipes deel 1... 68 8. De Cultuur van het Koninkrijk: Koninkrijksprincipes deel 2... 77 9. De Cultuur van het Koninkrijk: Koninkrijksprincipes deel 3... 87 10. Gelijkenissen over het Koninkrijk...................... 94 11. Ambassadeurs van het Koninkrijk..................... 103 Antwoorden op de zelftesten............................ 113

Hoe gebruik je deze handleiding? Leven in het Koninkrijk Elke les bestaat uit: Doelen: deze moet je kunnen bereiken door het hoofdstuk te bestuderen. Lees ze voor je aan een hoofdstuk begint Sleutelvers: deze benadrukt het belangrijkste thema van het hoofdstuk. M emoriseer het. Hoofdstuk inhoud: Bestudeer het. Zoek elk genoemd vers in je Bijbel op Zelf test: doe de test na bestudering van het hoofdstuk. Probeer de vragen te beantwoorden zonder je Bijbel of deze handleiding. Controleer, nadat de test is je antwoorden met de antwoorden aan het eind van dit boek. Vervolgstudie: Dit deel helpt je om door te gaan met het bestuderen van het Woord van God. Het verbetert je studie vaardigheden, en leert je dit toe te passen in je leven en bediening. Wat heb je verder nodig? Een Bijbel. Hoewel ik NBG gebruik, kun je ook een andere vertaling nemen. S uggesties voor groepsstudie Eerste bijeenkomst: Opening: Open met gebed en kennismaken. Registreer de studenten Spreek regels af: Wie leidt er, wanneer, hoe laat en waar zij de studies? Lofprijs & aanbidding: Nodig de Heilige Geest uit in je studie Handleidingen uitdelen: Leg uit hoe ermee gewerkt moet worden. Bespreek de eerste bladzijden uit de handleiding. Geef de eerste opdracht: De studenten nemen het opgegeven hoofdstuk door en doen de bijbehorende zelftest voor de volgende bijeenkomst. Hoeveel materiaal je in één keer kunt behandelen hangt af van de grootte en de moeilijkheidsgraad van de hoofdstukken en van de capaciteiten van de groep. Daaropvolgende bijeenkomsten: Opening: bid; verwelkom en registreer de nieuwe studenten en geef ze een handleiding. Hou bij wie er aanwezig is. Neem tijd voor lofprijs en aanbidding. Samenvatting: geef een korte samenvatting over dat wat de vorige keer aan de orde kwam. Discussieer over elk onderdeel in het hoofdstuk, waarbij je de kopje in vette hoofletters als onderwijs raamwerk gebruikt. Vraag de studenten wat zij voor vragen hebben bij de onderdelen en wat hun commentaar is. Pas de lessen toe op het leven en de bediening van de studenten. Controleer de zelf testen die de studenten hebben afgemaakt. (Als je niet wilt dat de studenten toegang hebben tot de antwoorden, kun je de bladzijden met antwoorden uit de handleiding verwijderen). Voor verder studeren: Deze projecten kun je als groep doen, maar ook individueel. 3 van 130

Inleiding Leven in het Koninkrijk Alle mensen leven in een natuurlijk koninkrijk van deze wereld. Ze leven in een stad of dorp, dat een deel uitmaakt van een land. Dat land is een koninkrijk van de wereld. Naast de natuurlijke koninkrijken van de wereld zijn er twee geestelijke rijken. Iedereen die leeft hoort bij één van de twee rijken: het rijk van satan of het Koninkrijk van God. Deze cursus gaat over het Koninkrijk van God. Het geeft een inleiding op de twee geestelijke rijken, hun heersers en inwoners. Het voorziet in geestelijke sleutels om toegang te krijgen tot het Koninkrijk van God, en waarschuwt voor dingen waardoor je verworpen wordt uit het Rijk van God. Verleden, heden en de toekomst van dit Koninkrijk wordt onderzocht, gelijkenissen over het Koninkrijk worden uitgelegd, en haar levenspatronen en principes worden benadrukt. Waarom is een studie van het Koninkrijk van God belangrijk? Jezus zei tegen zijn volgelingen: Math. 24:14: En dit ev angelie v an het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis v oor alle v olken, en dan zal het einde gekomen zijn. Voordat Jezus terugkomt om het Koninkrijk in haar laatste vorm op te zetten, moet het Evangelie van het Koninkrijk verbreid worden naar alle volken in de wereld. Om het Evangelie van het Koninkrijk te kunnen preken is het nodig dat jij het Koninkrijk van God begrijpt. Voordat je een beheerder wordt van de sleutels van dat Koninkrijk, moet je het Koninkrijk eerst ervaren. In het verleden werd er veel nadruk gelegd op het leven en de bediening van de Koning van het Koninkrijk, Jezus Christus, en dat is terecht. Maar er is te weinig aandacht gegeven aan het Evangelie van het Koninkrijk. Jezus zei tegen de religieuze leiders: Math. 23:13: Maar wee u, schrif tgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe v oor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen. Dit Evangelie van het Koninkrijk was het centrale doel was in het leven van Christus. Hij begon Zijn aardse bediening met de verklaring dat het Koninkrijk gekomen was (M ath. 4:17). Hij eindigde Zijn aardse bediening met het spreken over dingen die het Koninkrijk van God betreffen (Hand. 1:3). Tussen het begin en het eind van Zijn aardse bediening lag de nadruk op het Koninkrijk. Luk. 4:43: Maar Hij sprak tot hen: Ook aan de andere steden moet Ik het ev angelie v an het Koninkrijk Gods v erkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden. Het Koninkrijk van God was de belangrijkste zorg van Jezus. Zijn onderwijs en gelijkenissen zijn gericht op het Koninkrijk. Zijn wonderen waren een demonstratie van het Koninkrijk van God in actie. Koninkrijk van God en Koninkrijk der hemelen worden meer dan 100 keer gebruikt in de Evangeliën. Er wordt ons gezegd eerst het Koninkrijk van God te zoeken, ervoor te bidden, en het te verkondigen. Er wordt ons verteld hoe wij het Koninkrijk kunnen binnenkomen en hoe het verblijf aldaar een nieuwe levensstijl eist. Om het Koninkrijk binnen te gaan en daar te wonen en de opdracht te vervullen van de verkondiging van het Koninkrijk aan de wereld, is het noodzakelijk dat je de principes en de patronen van het Koninkrijk begrijpt. En dat is het doel van deze cursus. Maar er is een veel groter doel dan alleen het begrijpen van de principes van het Koninkrijk. Je moet voorbij de kennis van het Koninkrijk gaan, het Koninkrijk zelf ervaren van het en het tot centraal doel in je leven te maken. Mensen zoeken naar de betekenis van het leven. Ze willen iets hebben waarvoor zij kunnen leven en sterven. Maak het Koninkrijk van God tot het centrale doel van je leven en bediening. Het is een Koninkrijk dat niet aangetast kan worden door de machten van de vijand. Het is een 4 van 130

eeuwig doel waar jij je volledig aan kunt wijden. 5 van 130

Cursusdoelen Leven in het Koninkrijk Aan het eind van deze cursus kun je: C De twee geestelijke koninkrijken herkennen C De twee heersers van de onzichtbare rijken herkennen C De inwoners van de onzichtbare rijken herkennen C Uitleggen hoe je toegang krijgt in het Koninkrijk van God C Het verleden, heden en de toekomst van het Koninkrijk van God samenvatten C Zonden opnoemen die de toegang tot het Koninkrijk van God verhinderen C Het belang van geestelijke patronen en principes opnoemen C Het begrip van de basisprincipes van het Koninkrijk demonstreren C Een ambassadeur van het Koninkrijk van God worden door het Evangelie van het Koninkrijk te verspreiden C Zelfstandig doorgaan met de studie van het Koninkrijk van God C Zelfstandig doorgaan met de studie over de bediening en het onderwijs van Jezus Christus 6 van 130

1. De onzichtbare koninkrijken Leven in het Koninkrijk Doelen: Aan het eind van dit hoofdstuk kun je: C Het sleutelvers uit je hoofd opschrijven C Begrip van de natuurlijke en geestelijke werelden demonstreren C koninkrijk definiëren C De twee geestelijke rijken herkennen C De heersers van de twee geestelijke rijken herkennen C Rijk van satan definiëren C Koninkrijk van God definiëren S leutelvers Math. 24:14: En dit ev angelie v an het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis v oor alle v olken, en dan zal het einde gekomen zijn. Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de natuurlijke en de geestelijke werelden. De natuurlijke wereld is dat wat je kunt zien, horen, ruiken, proeven, aanraken. Het is de zichtbare wereld om je heen. M aar er is een andere wereld die om je heen is en waar jij een deel van bent. Het is een onzichtbare wereld die bestaat uit twee geestelijke rijken. In dit hoofdstuk leer je over deze geestelijke rijken, hun heersers en hun inwoners. Je leert over het rijk van satan en het Koninkrijk van God. Natuurlijk en geestelijk De mens leeft in twee werelden. De natuurlijke en de geestelijke wereld. De natuurlijke wereld is dat wat je kunt waarnemen. Het is stoffelijk en zichtbaar. Het land, stad of dorp, waar jij in leeft, is een deel van die natuurlijke wereld. Je bent een inwoner van een natuurlijk (konink)rijk. Dat ligt op één van de tastbare, zichtbare continenten van de wereld. Je kunt de mensen zien die deel uitmaken van je omgeving. Je kunt met ze praten. Je kunt dat wat je ziet, geluiden en geuren om je heen ervaren. M aar er is een andere wereld waar jij in leeft. Die wereld is de geestelijke wereld. Je kunt het niet zien met je eigen ogen (de lichamelijke), maar het is net zo echt als de natuurlijke wereld. Paulus heeft het over de verdeling in geestelijk en natuurlijk: 1Cor. 15:40: Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. Alle mensen hebben natuurlijke, tastbare lichamen die in de natuurlijke wereld leven. Maar de mens is ook een geestelijk wezen, met een eeuwige ziel en een geest. De mens bestaat uit geest, ziel en lichaam. Je geestelijke wezen (ziel en geest) maken deel uit van de geestelijke wereld net als je natuurlijke lichaam deel uitmaakt van de natuurlijke wereld. Twee geestelijke rijken Er zijn natuurlijke koninkrijken in deze wereld. Een natuurlijk koninkrijk is een gebied of een volk waar een koning over heerst. De Bijbel heeft het over de koninkrijken van de wereld. De koninkrijken van de wereld vallen momenteel onder satan. Math. 4:8-9: Wederom nam de duiv el Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U gev en, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. 7 van 130

In de toekomst zullen alle koninkrijken van de wereld deel uit gaan maken van het Koninkrijk van God en Hij zal over hen regeren. Openb. 11:15: En de zev ende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap ov er de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalf de, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. In de natuurlijke wereld is de koning de soevereine heerser van het koninkrijk. Heel het gebied en heel de bevolking vallen onder hem. Hij heeft de macht van leven en dood over zijn onderdanen. De geestelijke wereld bestaat uit twee geestelijke rijken. Het rijk van satan en het Koninkrijk van God. Het rijk van satan bestaat satan, geestelijke wezens die demonen genoemd worden, en alle mensen die in zonde leven en in opstand tegen het Woord van God. Het Koninkrijk van God bestaat uit God de Vader, Jezus Christus, de Heilige Geest, geestelijke wezens die engelen genoemd worden en mensen die in rechtvaardige gehoorzaamheid aan Gods Woord leven. Het Koninkrijk van God Er is een Koninkrijk van God, maar het wordt op verschillende manieren in de Bijbel beschreven. De uitdrukking Koninkrijk der hemelen wordt ook gebruikt voor het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk is hetzelfde als het Koninkrijk van de Vader (M ath. 26:29), van Jezus (Openb. 1:9), van Christus Jezus (2Tim. 4:1), van Christus en God (Ef. 5:5), van onze Heer en Zijn Christus (Openb. 11:15), van onze God en de kracht van Zijn Christus (Openb. 12:10) en van de Zoon van Zijn liefde (Col. 1:13). Dit zijn allemaal namen voor het Koninkrijk van God. Om het wat eenvoudiger te houden, wordt in deze cursus alleen gebruikt gemaakt van de naam Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God is geen denominatie. Denominaties zijn organisaties van kerkgroepen, die door de mens zelf gemaakt zijn. Ze zijn ingesteld met praktische bedoelingen voor de organisatie en de administratie. Denominaties zijn grote kerkorganisaties, zoals de Baptisten, Broederschap van Pinkstergemeenten, Methodisten, Lutheranen, Rooms Katholieken etc. De Bijbel heeft het over de ware Kerk, die niet een denominatie of een religieuze organisatie is. De ware Kerk is het hele geestelijke lichaam dat God heeft ingesteld en waardoor het Evangelie van het Koninkrijk verbreid wordt naar de volkeren van de wereld. De Kerk is samengesteld uit alle mannen en vrouwen die bewoners zijn geworden van het Koninkrijk van God. De Kerk moet niet alleen het Evangelie van het Koninkrijk verkondigen en onderwijzen, zij moet ook model staan voor het leven in het Koninkrijk. De Kerk dient te handelen op basis van de patronen en principes van het Koninkrijk en in haar levensstijl het onderwijs van haar Koning, Jezus Christus, te laten zien. Het Koninkrijk van God bestond in het verleden, bestaat in het heden en zal bestaan in de toekomst, steeds in verschillende vormen. Op dit moment, in de natuurlijke wereld, bestaat het Koninkrijk van God in ieder mens die Jezus tot Koning van zijn of haar leven heeft gemaakt. In de toekomst zal er een echte zichtbare openbaring zijn van het Koninkrijk van God. Later in deze cursus leer je meer over het verleden, heden en de toekomst van het Koninkrijk van God. Omdat het Koninkrijk van God een geestelijk koninkrijk is en niet een natuurlijk koninkrijk van deze wereld, dien je haar te begrijpen met je geest. 1Cor. 2:14: Doch een ongeestelijk mens aanv aardt niet hetgeen v an de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet v erstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 8 van 130

Heersers van de koninkrijken Leven in het Koninkrijk Het koninkrijk van satan wordt geleid door satan. Je leert meer over hem en zijn koninkrijk in de vervolgstudie, bij dit hoofdstuk. Satan was van oorsprong een mooie engel, geschapen door God, en hij maakte deel uit van het Koninkrijk van God. M aar hij probeerde Gods Koninkrijk over te nemen. Je kunt over zijn rebellie lezen in Jes. 14:12-17 en Ezech. 28:12-19. Verschillende engelen deden mee aan de rebellie van satan en ze werden allemaal uit het Koninkrijk geworpen, door God. Ze vormden hun eigen koninkrijk, wat het koninkrijk van satan. Het Koninkrijk van God wordt geregeerd door de Drie-enige God: de Vader, de Zoon Jezus Christus, en de Heilige Geest. Je leert meer over de Heerser van dit Koninkrijk in hoofdstuk 2. De bewoners van de rijken Naast heersers, zijn er ook nog andere bewoners van de twee rijken. Boze geesten, ook wel demonen genoemd, wonen in het rijk van satan. Deze geesten kinnen bij de mens binnenkomen, deze binden of bezetten, onderdrukken, pijnigen, controleren en de mensen gebruiken die bij het koninkrijk van satan horen. Zij zijn de drijfveer achter veel slechte daden van de mens. Wanneer de wereld ten einde loopt zal satan twee speciale geestelijke wezens uit zijn rijk gaan gebruiken: de antichrist en de valse profeet. Zij zullen deel uitmaken van het laatste misleidende plan van satan om Gods Koninkrijk omver te werpen. Het Koninkrijk van God heeft ook bewoners. Dat zijn de engelen. Geesten die de mensen dienen die deel uitmaken van het Koninkrijk van God. Deze engelen doen Gods wil. Hoewel engelen en demonen geestelijke wezens zijn, kunnen zij zich bij gelegenheid zichtbaar en hoorbaar openbaren in de natuurlijke wereld. Demonen die mensen bezet hebben spreken en handelen door deze mensen heen. Engelen verschijnen soms in zichtbare voorm. Naast deze wezens zijn er ook nog mensen. Zij maken deel uit van één geestelijk rijk. Zij zijn of inwoner van het Koninkrijk van God of van het rijk van satan. Toegang tot de rijken Eén van de gelijkenissen van Jezus openbaart dat de mens bij één geestlijk rijk hoort: het Koninkrijk van God of het rijk van satan. Jezus vergelijkt de wereld met een akker. Het goede zaad in de akker zijn de bewoners van het Koninkrijk van God. Het slechte zaad, waar onkruid uit groeit, zijn die mensen die van satan zijn. Math. 13:38: de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen v an het Koninkrijk M ensen komen door natuurlijke geboorte het rijk van satan binnen. De Bijbel zegt dat alle mensen in zonde geboren worden. Dat betekent dat zij van nature een zondig karakter hebben. Zij hebben het zaad van de zonde binnen in zich. Zij zijn van nature geneigd om kwaad te doen. Ps. 51:5: Rom. 5:12: Rom. 3:23: Want ik ken mijn ov ertredingen, mijn zonde staat bestendig v oor mij. Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben Want allen hebben gezondigd en derv en de heerlijkheid Gods 9 van 130

Omdat we geboren worden met een zondige natuur, hebben we allemaal ooit deel uitgemaakt van het rijk van satan (en sommigen doen dat nog!). De hele boodschap van Gods geschreven Woord, de Bijbel, is een oproep aan de mens om vanuit het slechte rijk van satan over te gaan in het rechtvaardige Koninkrijk van God. De mens komt in het rijk van satan door zijn natuurlijke geboorte. Iedereen moet opnieuw geboren worden om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan. Je leert hier meer over in hoofdstuk 4: Sleutels voor het Koninkrijk. Zij, die opnieuw geboren worden, veranderen van woonplaats. In plaats van het rijk van satan wordt dit het Koninkrijk van God. Hun toewijding is niet meer gericht op satan, maar op God. Wanneer zij het Koninkrijk van God binnengaan, moeten ze de principes leren die hun levens vanaf dat moment bepalen. Het is te vergelijken met een emigratie: je moet de levensstijl van je nieuwe land leren kennen. Deze belangrijke principes komen in andere lessen aan de orde. De relatie tussen de rijken Vanaf de tijd dat satan rebelleerde is er een geestelijke strijd gaande tussen het rijk van satan en het Koninkrijk van God. De Bijbel is het geschreven verslag van die strijd. Deze geestelijke strijd, die gevoerd wordt over de hele wereld, vindt plaats in het verstand, de ziel en de geest van de mens. Satan probeert de mens gevangen te houden in zonde, in zijn rijk. Door middel van zijn misleidende methoden probeert hij de mensen over te halen om deel te nemen aan tijdelijke begeerten en een zondig leven. Hij richt zich op de genegenheid van de ziel en de geest, die rechtmatig aan Go toebehoren. Joh. 10:10: De dief (satan) komt niet dan om te stelen en te slachten en te v erdelgen; Ik (Jezus) ben gekomen, opdat zij lev en hebben en ov erv loed. Deze strijd in de geestelijke wereld zal doorgaan tot het einde van de tijden. Geestelijke strijd is een belangrijk en groot onderwerp. Daarom is hier een andere studie voor geschreven. Die cursus richt zich op het rijk van satan, zijn strategieën en geestelijke tactieken om de machten van het kwaad te verslaan. 10 van 130

Zelftest Leven in het Koninkrijk 1. Schrijf het sleutelvers uit je hoofd op. 2. Wat zijn de twee verdelingen die gemaakt worden in 1Cor. 15:44-49? 3. Wat zijn de twee onzichtbare koninkrijken in de wereld van vandaag? 4. Wie zijn de heersers in de twee onzichtbare rijken? 5. Wie zijn de bewoners van het rijk van satan? 6. Wie zijn de bewoners van het Koninkrijk van God? 7. Wat is het verschil tussen Koninkrijk van God en Koninkrijk der hemelen? 8. Definieer het woord koninkrijk. (Antwoorden op de zelftesten bevinden zich achter in het boek) 11 van 130

Vervolgstudie Leven in het Koninkrijk Deze cursus richt zich op de studie van het Koninkrijk van God. M aar, zoals je al hoorde in het vorige hoofdstuk, er is ook nog een ander onzichtbaar geestelijke rijk: het rijk van satan. Het is belangrijk dat je inzicht hebt in beide geestelijke rijken. Er is een cursus die meer informatie geeft over het rijk van satan. Deze cursus geeft je ook inzicht in hoe je moet handelen ten aanzien van satan. Het is een handleiding voor de geestelijke strijd. Het rijk van satan I. Heerser van het rijk van satan: satan A. Zijn oorsprong: alle schepselen zijn door God geschapen: Joh. 1:3; Col. 1:16-17 B. Zijn voormalige heerlijkheid: Jes. 14:12-15; Ezech. 28:12-17 C. Zijn vorige positie: Ezech. 28:14 D. Zijn val: Ezech. 28:12-19 E. Zijn namen: l. God van deze wereld: 2Cor. 4:4 2. Engel van het licht: 2Cor. 11:14 3. Duivel: 1Petr. 5:8; Math. 4:1 4. Satan: Joh. 13:27 5. Lucifer: Jes. 14:12 6. Draak: Openb. 12:3 7. Slang: Openb. 12:9; 20:2; 2Cor.11:3; Gen. 3:4,14 8. Tegenpartij: 1Petr. 5:8 9. Belial: 2Cor. 6:15 10. Beëlzebub: M ath. 12:24; Luk. 11:15; M ark 3:22 11. Moordenaar: Joh. 8:44 12. Verzoeker: Math. 4:3; 1Thess. 3:5 13. Gezalfde Cherub: Ezech. 28:14 14. Vernietiger: Openb. 9:11 15. Verleider: Openb. 12:9; 20:3 16. Apollyon (Grieks: vernietiger): Openb. 9:11 17. Abaddon (Hebreeuws: vernietiger): Openb. 9:11 18. Wereldbeheerser dezer duisternis: Ef. 6:12 19. Engel des afgronds: Openb. 9:11 20. Vijand: Math. 13:39 21. Overste der geesten: Math. 12:24 22. Leugenaar, vader der leugen: Joh. 8:44 23. Koning van Tyrus: Ezech. 28:12-15 24. Overste van deze wereld: Joh. 12:31; 14:30; 16:11 25. Overste van de macht der lucht: Ef. 2:2 26. Geest die werkt in ongehoorzamen: Ef. 2:2 27. De boze: 1Joh. 3:12 28. Brullende leeuw: 1Petr. 5:8 29. Aanklager van onze broeders: Openb. 12:10 F. Zijn kenmerken: 1. Intelligent en subtiel: 2Cor. 11:3 2. Emotioneel: Openb. 12:17 3. Ik-gericht: 2Tim. 2:26 4. Trots: 1Tim. 3:6 5. Machtig: Ef. 2:2 6 Verleidend: Ef. 6:11 7. Onstuimig en wreed: 1Petr. 5:8 12 van 130

8. Misleidend: 2Cor. 11:14 G. Vastgelegde uitspraken van satan: 1. Gen. 3:1,4-5 4. Math. 4:1-11 2. Job 1:7-12 5. Luk. 4:1-13 3. Job 2:1-6 II Bewoners van het rijk van satan: demonische geesten A. Satan is de heerser over de demonen: Math. 12:22-28 B. Hun oorsprong: Openb. 12:7-9; Jud. 6 C. Hun kenmerken: l. Geestelijke wezens: M ath. 8:16; Luk. 10:17,20 2. Spraak: M ark. 5:9,12; Luk. 8:28; M ath. 8:31 3. Geloof: Jak. 2:19 4. Hun eigen wil tonen/doen: Luk. 8:32; 11:24 5. Heeft zekere kennis: M ark. 1:24 6. Emotioneel: Luk. 8:28: Jak. 2:19 7. Herkent: Hand. 19:15 8. Bovennatuurlijke kracht: Hand. 19:16; M ark. 5:2-3 9 Bovennatuurlijke aanwezigheid: Dan. 10:10-14 D. Hun organisatie: l. Eenheid: M ath. 12:26,45; Luk. 8:30; 1 Tim. 4:1 2. Georganiseerd in legers: Luk. 8:30 3. Er gradaties in slechtheid/boosheid: Math. 12:43-45 4. Er is een organisatiestructuur: Ef. 1:21; 3:10; 6:12; Rom. 8:38 5. Er zijn diverse soorten demonen: Math. 10:1; 1Tim. 4:1 II. Bewoners van satans rijk: allen die niet bij Gods rijk horen: Openb. 20:15; 21:8 III. IV. Het gebied van activiteit van satan en de demonen: A. Toegang tot Gods aanwezigheid: Job 1:6-7 B. Toegang tot de hele aarde: Openb. 12:10 Activiteiten van satan en zijn demonen: De activiteiten van satan en zijn demonen worden uitgebreid besproken in de studie over geestelijke oorlogvoering. Samenvattend: hun activiteiten zijn altijd tegen God gericht, tegen Zijn doelen en Zijn mensen. V. Gelovigen hebben meer macht dan satan en zijn demonen: A. M ath. 10:1; M ark. 6:7; 9:38; 16:17; Luk. 10:17; Hand. 5:16; 8:7; 16:16-18; 19:12 B. M ethoden voor geestelijk strijden worden besproken in de studie over geestelijke strijd. Daar leer je hoe je autoriteit over het rijk van satan kunt uitoefenen. VI. De toekomstige bestemming van satans rijk: A. M ath. 8:29;25:41; 2Petr. 2:4; Jud. 6; Openb. 12:7-9; 20:10; 1Joh. 3:8; Luk. 8:28; Math. 25:41 13 van 130

2. Koning der koningen Doelen: Aan het eind van dit hoofdstuk kun je: C Het sleutelvers uit je hoofd opschrijven C Een definitie geven van koning. C Vaststellen dat Jezus de Koning van het Koninkrijk van God is C Een vervolgstudie maken van het leven en de bediening van Koning Jezus S leutelvers Luk. 1:33: en H i j zal als koning ov er het huis v an Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zi j n koningschap zal geen einde nemen. Inleiding Er is geen Koninkrijk zonder Koning. In dit hoofdstuk leer je over de grootste Koning die er ooit geregeerd heeft (en nog steeds doet), de Koning der koningen, Jezus Christus. Wat is een koning? Een koning is de soevereine heerser van een volk, stam of land. Het woord soeverein houdt in dat hij de hoogste macht heeft, de meeste autoriteit en dat er van buitenaf geen controle op hem wordt uitgeoefend. In het verleden waren er in de natuurlijke wereld veel koningen en koninkrijken. In een aards koninkrijk bezat de koning het hele gebied van het koninkrijk en had hij de autoriteit over alles in zijn rijk, ook over het volk. De koning maakt e de wet t en van het rijk en de inwoners van zijn rijk moesten daaraan gehoorzamen. De koning had macht over de mensen, zelfs over leven en dood. De Koning der koningen De grootste van alle koningen is de Heer Jez us Christus. Paulus verwijst naar Jezus als de Koningen der koningen. 1Tim. 6:15: Die dag zal God op zí j n tijd doen aanbreken, de goede en enige heerser, de hoogste koning, de hoogste heer Het boek Openbaring noemt Hem Koning der koningen. Openb. 17:14: Openb. 19:16: Zij zullen oorlog v oeren tegen het Lam, maar het Lam is de opperste Heer en hoogste koning en zal hen ov erwinnen, samen met hen die bij hem zi j n: zij die geroepen en uitv erkoren zijn, zijn getrouwen. Op zi j n gewaad, op de hoogte v an zijn heup, stond deze naam geschrev en: De hoogste koning en de opperste Heer. Jezus is de Koning der koningen omdat Hij regeert over een Koninkrijk dat eeuwig en soeverein is. Het Koninkrijk van God zal nooit een einde hebben. Het zal nooit omver geworpen worden door een revolutie. Er zal nooit een andere heerser zijn die de Koning der koningen zal opvolgen. Jezus was er al voor de schepping De Bijbel vertelt het verhaal van de Koning der koningen. Een deel van dat verhaal is het verslag van Zijn leven en bediening hier op aarde. Maar Jezus bestond al voor Zijn aardse bediening. 14 van 130

Je kunt over zijn voor-bestaan met God lezen in Joh. 1:1-18 In dit tekstdeel wordt Jezus het Woord genoemd. Profetieën over de Koning Het Oude Testament bevat veel profetieën over de Koning der koningen. Een profetie is een Woord dat rechtstreeks van God komt en dingen uit de toekomst kan openbaren die niet gekend kunnen worden door natuurlijke wijsheid. Deze Oud Testamentische profetieën openbaren hoe, wanneer en waar de Koning geboren zou worden. Ook geven zij veel details over Zijn leven, bediening, dood en opstanding. Het Nieuwe Testament toont hoe Jezus al dez e p rofetieën vervulde. (In de studie over creatieve Bijbelstudiemethoden vind je een lijst van al deze profetieën. De stamboom van de Koning Je kunt de stamboom van de Koning der koningen vinden in Math. 1:1-17 en Luk. 3:23-38. De stamboom gaat terug naar de voorouders van Jezus op basis van Zijn aardse vader en moeder. Maar, denk eraan, Jezus is in werkelijkheid de Zoon van God, geboren uit de maagd Maria. De geboorte van de Koning Het verslag van de aardse geboorte van Koning Jezus is te vinden in M ath. 1-2 en Luk. 1-2. De namen van de Koning Jezus had verschillende namen. Sommige daarvan geven Zijn bediening en doel aan. De volgende namen zijn allemaal namen van Jezus, de Koning der koningen. Advocaat 1Joh. 2:1 Geneesheer Luk. 4:23 Alfa en Omega Openb. 21:6 Geliefde Ef. 1:6 Aller Heer Hand. 10:36 Getrouwe en Waarachtige Openb. 19:11 Allerheiligst Dan. 9:24 Getrouwe getuige Openb. 1:5 Almachtige Openb. 1:8 Gezalfd boven metgezellen Ps. 45:7 Amen Openb. 3:14 Gezalfde Dan. 9:25 Apostel onzer belijdenis Hebr. 3:1 Goede Herder Joh. 10:11 Arm des Heren Jes. 51:9-10 God met ons M ath. 1:23 Beeld van de onzichtbare God van Israël Jes. 45:15 God Col. 1:15 Grote God Tit. 2:13 Blinkende M orgenster Openb. 22:16 Grote Hogepriester Hebr. 4:14 Brood des levens Joh. 6:35 Heer en Heiland Jezus Christus de Heer Luk. 2:11 Christus 2Petr. 2:20 Christus Jezus onze Heer Rom. 8:9 Heer God almachtig Openb. 4:8 De Christus Joh. 1:41 Heerlijke Heer Jes. 33:21 Deur Joh. 10:9 Heerser over Israël Micha 5:1 De weg Joh. 14:6 Heiland der wereld 1Joh. 4:14 Enige God 1Tim. 1:17 Heilige van Israël Jes. 41:14 Eerste en de Laatste Openb. 22:13 Held Ps. 45:3 Eersteling 1Cor. 15:23 Herder van zielen 1Petr. 2:25 Eerstgeborene Hebr. 1:6; Here onze gerechtigheid Jer. 23:6 Ps. 89:28 Here uw Verlosser Jes. 43:14 Eerstgeborene onder vele Hoeksteen 1Petr. 2:6; broederen Rom. 8:29 Ps. 118:22 Eeuwige leven 1Joh. 5:20 Hoofd boven al wat is Ef. 1:22 Eeuwige Vader Jes. 9:6 Hoofd van het Lichaam Col. 1:18 Engel Zijns aangezicht Jes. 63:9 Hoop der heerlijkheid Col. 1:27 Erfgenaam van alle dingen Hebr. 1:2 Ik ben Joh. 8:58 15 van 130

Immanuel Math. 1:23; Rijsje uit de tronk van Isaï Jes. 11:1 Jes. 7:14 Spruit Zach. 3:8 Jezus Christus onze Heer Rom. 1:3 Steen M ath. 21:42 Kracht van God 1Cor. 1:24 Steen ten grondslag Jes. 28:16 Koning Zach. 9:9 Sterke God Jes. 9:6 Koning der ere Ps. 24:7 Ster uit Jakob Num. 24:17 Koning der hele aarde Zach. 14:9 Timmermanszoon M ath. 13:55 Lam van God Joh. 1:29 Tweede Adam 1Cor. 15:45-47 Leidsman en voleinder des Uitblinkend boven geloofs Hebr. 12:2 tienduizend Hoogl. 5:9 Lelie der dalen Hoogl. 2:1 Uit God geboren 1Joh. 5:8 Leraar Joh. 3:2 Uit het geslacht van David Joh. 7:42 Levende Brood Joh. 6:51 Uitverkorene Jes. 42:1 Licht van de wereld Joh. 8:12 Vaste grondslag Jes. 28:16 Liefde 1Joh. 4:8 Verbond voor het volk Jes. 42:6 Machtige Jakobs Jes. 60:16 Verlosser Rom. 11:26; Man van smarten Jes. 53:3 Jes. 59:20 M eester M ath. 23:10 Vorst van het heer des Heren Joz. 5:15 Morgenster 2Petr. 1:19 Vredevorst Jes. 9:5 Mijn engel Ex. 23:20-23 Waarheid Joh. 14:6 Nazoreeër Math. 2:23 Ware wijnstok Joh. 15:1 Narcis van Saron Hoogl. 2:1 Wonderbaar Jes. 9:5 Ons Paaslam 1Cor. 5:7 Wonderbare Raadsman Jes. 9:5 Onuitsprekelijke gave 2Cor. 9:15 Woord Joh. 1:14 Oorzaak van eeuwig heil Hebr. 5:9 Woord van God Openb. 19:13 Opgang Luk. 1:78 Wortel van Isaï Jes. 11:10 Opstanding Joh. 11:25 Zaad van de vrouw Gen. 3:15 Oude van dagen Dan. 7:9 Zalig en enig Heerser 1Tim. 6:15 Overste der koningen der Zoenmiddel Rom. 3:25 aarde Openb. 1:5 Zon der gerechtigheid Mal. 4:2 Profeet Deut 18:15-18 Zoon des mensen Hand. 7:56 Rabbi Joh. 1:49 Zoon van de Allerhoogste Luk. 1:32 Rechtvaardige Knecht Jes. 53:11 Zoon van God Rom. 1:4 Rechtvaardige Spruit Jer. 23:5 Zoon van Maria Mark. 6:3 Rots 1Cor. 10:4 Zijn Gezalfde Ps. 2:2 Het leven van de Koning In M attheüs, M arkus, Lukas en Johannes staat het leven van Koning Jezus beschreven. Deze boeken werden geschreven door vier discipelen die bij Jezus waren tijdens Zijn aardse bediening. De bediening van de Koning De bediening en het onderwijs van J ez us staan in de vier Evangeliën. In de cursus onderwijstechnieken is een volledige lijst aanwezig van het onderwijs van Jezus, ingedeeld naar onderwerp. Hoewel er veel vermeld staat over het leven en de bediening van Jezus, in de vier Evangeliën, zegt Johannes: Joh. 21:25: Er zijn echter nog v ele andere dingen, die J ezus gedaan heef t; indien deze een v oor een beschrev en werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschrev en werden, niet kunnen bev atten. 16 van 130

De verworpen Koning Leven in het Koninkrijk Wat natuurlijke afstamming betreft, kunnen we met zekerheid zeggen dat Jezus een Jood was. Hij kwam als Koning, in de eerste plaats naar Zijn eigen Joodse volk, maar zij verwierpen Hem. Er werd Hem gevraagd of Hij nu wel of niet de Koning was die men verwachtte (Math. 27:11; Mark. 15:2). Hij werd ervan beschuldigd satan te zijn in plaats van God (Math. 12:25-28; Luk. 11:17-20). Er is zelfs sprak van een gebeurtenis waarbij de mensen probeerden om van Jezus een koning te maken omdat Hij niet een zichtbaar Koninkrijk vestigde, wat zij graag wilden (Joh. 6:15). Slechts één keer was er sprake van een proclamatie van Jezus als Koning. Dat gebeurde toen Hij de laatste keer Jeruzalem binnenging (M ath. 21:1-9). M aar dezelfde mensen die Hem op die dag als Koning eerden, keerden zich als snel tegen Hem. Velen die Hosanna riepen toen Hij Jeruzalem binnenreed, riepen nu K ruisig Hem!. Ze waren teleurgesteld omdat Jezus het Romeinse gouvernement niet omver wierp en geen groot aards koninkrijk opzette. Zij die verlangen naar bevrijding van de buitenlandse bezetter werden boos omdat Jezus geen zichtbaar aards koninkrijk vestigde. Jezus was niet de koning die de Joden zich voorstelden. Hij vernietigde het Romeinse rijk niet. Hij stichtte geen lang verwacht aards koninkrijk. Hij handelde niet naar wat zij dachten dat een koning zou moeten doen. Wat zij niet zagen was dat Jezus, voordat Hij zichtbaar Koning zou zijn, eerst moest heersen over het innerlijke fort van het menselijke hart. De grootste nood van het Joodse volk was niet bevrijding van Rome, maar bevrijding uit de ketenen van zonde. De sleutel naar het Koninkrijk van Jezus was berouw en inkeer, in plaats van revolutie (We komen hier later in dit hoofdstuk op terug). Satan probeerde Jezus te verleiden een zichtbaar aards koninkrijk op te zetten (M ath. 4:8; Luk. 4:5). Tot aan het einde van Zijn aardse bediening bleven de discipelen een aards koninkrijk verwachten (Hand. 1:6). M aar het Koninkrijk van God zou op dat moment nog niet zichtbaar worden. Jezus zei: Joh. 18:36: J ezus ant woordde: Mijn Koninkrijk is niet v an deze wereld; indien mijn Konink r i j k v an deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de J oden zou worden ov ergelev erd; nu echter is mijn Koninkrijk niet v an hier. En daarom werd de Koning der koningen door Zijn eigen volk verworpen. Joh. 1:11: Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Slechts enkele mensen erkenden Jezus als Koning. Natanaël, één van Zijn discipelen, was er zo n eentje. Joh. 1:50: Natanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon v an God, Gij zijt de Koning v an Israël! Maar aan de enkelen die Jezus accep t eerden als Koning, werd een speciale relatie met Hem gegeven. Joh. 1:12: D oc h al l en, die Hem aangenomen hebben, hun heef t Hij macht gegev en om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam gelov en Alles in het leven is gebaseerd op relatie. Het is niet zo belangrijk wat jij weet, het belangrijkste is wie jij kent. Niet datgene wat we aan Bijbelkennis hebben of onze kennis van het Christendom brengt ons in Zijn Koninkrijk. Het gaat om wie we kennen. Je moet de Koning der koningen kennen en dus een relatie met Hem hebben. In hoofdstuk vier leer je hoe je het Koninkrijk binnen kunt komen en daar blijven. Dood van de Koning Zondige mensen konden het Koninkrijk van God niet binnengaan. Het Koninkrijk van God is heel anders dan alle andere koninkrijken. Door de dood van Koning Jezus werd er voorzien in een 17 van 130

toegang voor alle mensen waardoor zij deel kunnen worden van dat Koninkrijk. Jezus deed niets waardoor de doodstraf zou moeten krijgen. Hij zondigde nooit, maar Hij stierf in de plaats van allen die gezondigd hebben. Hij droeg de doodstraf voor hun zonden. Rom. 6:23: Want het loon, dat de zonde geef t, is de dood, m aar de genade, die God schenkt, is het eeuwige lev en in Christus Jezus, onze Here. Je kunt over de dood van Koning Jezus lezen in Math. 26-27, Mark. 14-15, Luk. 22-23 en Joh. 18-19. Opstanding van de Koning Na Zijn kruisdood werd de Koning begraven, maar Hij bleef niet in het graf. Je kunt over Zijn wonderbaarlijke opstanding lezen in Math. 28; Mark. 16; Luk. 24 en Joh. 20. Door Zijn opstanding uit de dood heeft Jezus de lichamelijke dood overwonnen. Zij die deel uitmaken van het Koninkrijk van God kunnen, net als Jezus, de lichamelijke dood ondergaan, maar zullen ook de opstanding uit de dood ervaren, net als Hij deed. Omdat onze Koning eeuwig is, maken we deel uit van een eeuwig Koninkrijk en hebben we eeuwig leven. Verschijningen van de Koning Na Zijn opstanding uit de dood verscheen Koning Jezus aan veel mensen. Je kunt hier over lezen in Math. 28; Mark. 16; Luk. 24; Joh. 20-21 en Hand. 1. De Koning keert terug naar de hemel Nadat Jezus Zich gedurende 40 dagen aan veel mensen getoond had, keerde Hij terug naar de hemel. Hij zal daar blijven tot de tijd dat Hij terugkomt om het zichtbare Koninkrijk van God te vestigen in zijn uiteindelijke vorm. Je leert hier meer over in het volgende hoofdstuk, waar gekeken wordt naar het verleden, het heden en de toekomst van het Koninkrijk van God. Je kunt over de terugkeer van Jezus naar de hemel lezen in M ath. 28:16-20; M ark. 16:19-20; Luk. 24; Joh. 20-21 en Hand. 1. De opdracht van de Koning Vlak voordat Jezus terugkeerde naar de hemel gaf Hij Zijn volgelingen een belangrijke opdracht. Ze moesten ambassadeurs zijn van het Koninkrijk in de hele wereld. We gaan het later over die belangrijke opdracht hebben. De komende Koning De Bijbel openbaart dat Jezus terug zal komen naar de aarde, in grote kracht en heerlijkheid, om het Koninkrijk in haar laatste vorm zichtbaar te vestigen. Zijn terugkeer staat beschreven in 1Thess. 4:13-18. In Openbaring staat de beschrijving van de vestiging van het Koninkrijk. De Bijbel zegt dat het Koninkrijk van Jezus eeuwig zal zijn. Luk. 1:33: en Hij zal als koning ov er het huis v an Jakob heersen tot in eeuwi ghei d, en zi jn koningschap zal geen einde nemen. Elk aards koninkrijk en het rijk van satan zal verslagen worden door de Koning der koningen. Tenslotte zal er een aankondiging zijn... Openb. 11:15: En de zev ende engel blies de bazuin en luide stem m en klonken in de hemel, zeggende: Het k oni ngschap ov er de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalf de, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. 18 van 130

Doorgaan met je studie Leven in het Koninkrijk Het verhaal van de Koning der koningen is te groot om in één hoofdstuk te stoppen. De vervolgstudie bij dit hoofdstuk geeft je de mogelijkheid om het leven van Christus gedetailleerd door te nemen aan de hand van een schema van de vier Evangeliën. 19 van 130

Zelftest Leven in het Koninkrijk 1. Schrijf het sleutelvers uit je hoofd op. 2. Definieer het woord koning. 3. Wie is de Koning van het Koninkrijk van of God? 4. Welke 4 N ieuw Testamentische boeken vertellen over het aardse leven, bediening en onderwijs van Koning Jezus? (Antwoorden op de zelftesten bevinden zich na het laatste hoofdstuk van deze cursus) 20 van 130

Vervolgstudie Leven in het Koninkrijk Bestudeer het leven van de Koning en het onderwijs over Zijn Koninkrijk aan de hand van het hierna volgende schema. Het schema bevat de vier Evangeliën uit het Nieuwe Testament. De Koning en Zijn Koninkrijk I. Voor-bestaan van de Koning: Joh. 1:1-18 II. III. Voorstellen van de Koning A. Komst van de Koning l. Stamboom van de Koning: M ath. 1:1-17; Luk. 3:23-38 2. Komst van de Koning: a. Aankondiging van de geboorte van Johannes: Luk. 1:5-25 b. Aankondiging geboorte van Jezus aan Maria: Luk. 1:26-38 c. Aankomst van Maria in Judea: Luk. 1:39-45 d. Lofzang van Maria: Luk. 1:46-56 e. De geboorte van Johannes: Luk. 1:57-80 f. Aankondiging geboorte van Jezus aan Jozef: Math. 1:18-25 g. De geboorte van Koning Jezus: Luk. 2:1-7 h. Aankondiging geboorte van Jezus aan herders: Luk. 2:8-20 3. Jezus als kind a. Besnijdenis van de Koning: Luk. 2:21 b. Presentatie van de Koning: Luk. 2:22-38 c. De Koning als klein kind: (l) In Bethlehem: Math. 2:1-12 (2) In Egypte: Math. 2:13-18 (3) In Nazareth: Math. 2:19-23; Luk. 2:39 d. De Koning als kind: (l) Groei van de Koning: Luk. 2:40 (2) De Koning bezoekt Jeruzalem: Luk. 2:41-50 (3) Ontwikkeling van de Koning: Luk. 2:51-52 B. De voorbode van de Koning: Johannes de Doper l. Begin van het optreden van Johannes: Mark. 1:1; Luk. 3:1-2 2. De boodschap van Johannes: M ath. 3:1-6; M ark. 1:2-6; Luk. 3:3-6 3. De uitleg door Johannes: Math. 3:7-10; Luk. 3:7-14 4. De belofte van Johannes: M ath. 3:11-12; M ark. :7-8; Luk. 3:15-18 De goedkeuring van de Koning A. De goedkeuring van de Koning 1. Bij Zijn doop: M ath. 3:13-17; M ark. 1:9-11; Luk. 3:21-23 2. Bij Zijn verzoeking: Math. 4:1-11; Mark. 1:12-13; Luk. 4:1-13 3. Door Zijn voorloper, Johannes: a. Getuigenis van Johannes naar de leiders: Joh. 1:19-28 b. Getuigenis van Johannes naar Jezus: Joh. 1:29-34 B. Acceptatie van de Koning l. Geloof van de eerste discipelen: Joh. 1:35-51 2. Geloof door het eerste wonder: Joh. 2:1-12 3. De reiniging van de tempel: Joh. 2:13-22 4. Acceptatie in Judea: Joh. 2:23-3:21 5. Het getuigenis van Johannes: Joh. 3:22-36 6. In Zebulon / Naftali: Math. 4:12; Mark 1:14; 21 van 130

Luk. 3:19-20; 4:14; Joh. 4:1-4 7. Acceptatie in Samaria: Joh. 4:5-42 8. Acceptatie in Galilea: Joh. 4:43-45 C. De autoriteit van de Koning 1. Zijn autoriteit om te preken: M ath. 4:17; M ark. 1:15; Luk. 4:14-15 2. Zijn autoriteit over ziekte: Joh. 4:46-54 3. Verwerping van Zijn autoriteit in Nazareth: Luk. 4:16-30 4. Verblijf in Kapérnaüm: Math. 4:13-16 5. Zijn autoriteit over de natuur: M ath. 4:18-22; M ark. 1:16-20; Luk 5:1-11 6. Zijn autoriteit over demonen: M ark. 1:21-28; Luk. 4:31-37 7. Autoriteit over ziekte: M ath. 8:14-17; M ark. 1:29-34; Luk. 4:38-41 8. Autoriteit om te preken: M ath. 4:23-25; M ark. 1:35-39; Luk. 4:42-9. Autoriteit over reiniging: 44 M ath. 8:1-4; M ark. 1:40-45; Luk. 5:12-16 10. Autoriteit om zonden te vergeven: M ath. 9:1-8; M ark. 2:1-12; Luk 5:17-26 11. Autoriteit over de mens: M ath. 9:9-13; M ark 2:13-17; Luk. 5:27-32 12. Autoriteit over traditie: M ath. 9:14-17; M ark. 2:18-22; Luk. 5:33-39 13. Zijn autoriteit over de Sabbat: a. Door genezing van de verlamde: Joh. 5:1-47 b. Door de discussie over aren plukken: M ath. 12:1-8; M ark. 2:23-28; Luk. 6:1-5 c. Door genezing van de verschrompelde hand: Math. 12:9-14; Mark 3:1-6; Luk. 6:6-11 14. Autoriteit om te genezen: M ath. 12:15-21; M ark. 3:7-12 15. Autoriteit om uit te zenden: M ark 3:13-19; Luk. 6:12-16 16. Autoriteit om de wet te verklaren: M ath. 5:1-7:29; Luk. 6:17-42 a. Hij is de vervulling: M ath. 5:17-20 b. Verwerping van de traditionele uitleg van de wet: (l) M oord: M ath. 5:21-26 (2) Overspel: Math. 5:27-30 (3) Scheiding: Math. 5:31-32 (4) Eed afleggen: Math. 5:33-37 (5) Wraak: Math. 5:38-42 (6) Liefde: M ath. 5:43-48; Luk. 6:27-30; 32-36 c. Verwerping van de praktijken van de Farizeeën: (l) Geven: Math. 6:1-4 (2) Gebed: Math. 6:5-15 (3) Vasten: Math. 6:16-18 (4) Houding ten aanzien van rijkdom: Math. 6:19-24 (5) Gebrek aan geloof: Math. 6:25-34 (6) Oordelen: Math. 7:1-6; Luk. 6:37-42 d. Instructies voor hen die het Koninkrijk willen binnengaan: (l) Gebed: Math. 7:7-11 (2) Rechtvaardigheid: M ath. 7:12; Luk. 6:31, 43-45 (3) De toegangsweg: M ath. 7:13-14 (4) Waarschuwing tegen valse leraren: M ath. 7:15-23 (5) De twee fundamenten: M ath. 7:24-8:1; Luk. 6:46-49 17. Erkenning van de autoriteit van de Koning in Kapérnaüm: Math. 8:5-13; Luk. 7:1-10 18. Erkenning van de autoriteit van de Koning in Nain: Luk. 7:11-17 19. Getuigenis van de twaalf over het Koninkrijk: M ath. 9:35-11:1; 22 van 130

Mark 6:6-13; Luk. 9:1-6 23 van 130

IV. Leven in het Koninkrijk Verwikkelingen rond de Koning A. Verwerping van Johannes: M ath. 11:2-19; Luk. 7:18-35 1. Dood van Johannes: Math. 14:1-12; Mark. 6:14-29; Luk. 9:7-9 B. Vervloeking van de steden in Galilea: Math. 11:20-30 1. Veroordeling van hun ongeloof: Math. 11:20-24 2. Verklaring van hun ongeloof: Math. 11:25-27 3. Een uitnodiging om te geloven: M ath. 11:28-30 C. Verwikkelingen rond een zondige: Luk. 7:36-50 D. Getuigenis van de Koning: Luk. 8:1-3 E. Verwerping van de Koning door de leiders: M ath. 12:22-37; M ark. 3:19-30 F. Verzoek, door de leiders, om een teken van de Koning: Math. 12:38-45 G. Verwerping van het volk: M ath. 12:46-50; M ark. 3:31-35; Luk. 8:19-21 H. Openbaringen van de verworpen Koning: l. Het Koninkrijk nu: M ath. 13:1-53; M ark. 4:1-34; Luk. 8:4-18 2. M acht over de natuur: M ath. 8:18, 23-27; M ark. 4:35-41; Luk. 8:22-25 3. M acht over demonen: M ath. 8:28-34; M ark. 5:1-20; Luk. 8:26-39 4. M acht over ziekte/dood: M ath. 9:18-26; M ark. 5:21-43; Luk. 8:40-56 5. M acht over blindheid: M ath. 9:27-34 I. Verwerping in Nazareth: M ath. 13:54-58; M ark. 6:1-6 V. Instructies aan de volgelingen van de Koning A. Voeding van de 5.000: Math. 14:13-21; Mark. 6:30-44; Luk. 9:10-17; Joh. 6:1-13 B. Verwerping van aanbod Koning te zijn: M ath. 14:22-23; M ark. 6:45-46; Joh. 6:14-15 C. Instructies met voorbeeld in Gennesareth: M ath. 14:34-36; M ark. 6:53-56 D. Instructies over het Brood des Levens: Joh. 6:22-71 E. Instructies over geloof (van heidenen): Math. 15:1-20; Mark 7:1-23; Joh. 7:1 F. Instructies over: 1. Tyrus en Sidon: M ath. 15:21-28; M ark. 7:24-30 2. Decapolis: M ath. 15:29-38; M ark. 7:31-8:9 3. M agadan: M ath. 15:39-16:4; M ark. 8:10-12 4. Een waarschuwing tegen valse leer: M ath. 16:5-12; M ark. 8:13-26 G. De belijdenis van Petrus: M ath. 16:13-20; M ark. 8:27-30; Luk. 9:18-21 H. Instructies over de dood van de Koning: Math. 16:21; 17:22-23; M ark 8:31-33; 9:30-32; Luk. 9:22; 43-45 I. Over discipelschap: Math. 16:22-28; Mark. 8:34-9:1; Luk. 9:23-27 J. Openbaring van het Koninkrijk: M ath. 17:1-8; M ark. 9:2-8; Luk. 9:28-36 K. Instructies over Elia: M ath. 17:9-13; M ark. 9:9-13 L. Over klein geloof: Math. 17:14-21; Mark. 9:14-29; Luk. 9:37-43 M. Instructies over het zoonschap: M ath. 17:24-27 N. Nederigheid: M ath. 18:1-5; M ark. 9:33-37; Luk. 9:46-48 O. Trots: M ath. 18:6-14; M ark. 9:38-50; Luk. 9:49-50 P. Vergevingsgezindheid: Math. 18:15-35 Q. Discipelschap: M ath. 8:19-22; Luk. 9:57-62 R. Ongeloof van de broeders van Jezus: Joh. 7:2-9 S. De reis naar Jeruzalem: Luk. 9:51-56; Joh. 7:10 VI. Tegenstand voor de Koning A. Conflict bij het Loofhuttenfeest 1. De autoriteit van de Koning betwijfeld: Joh. 7:11-15 2. De uitleg van de Koning: Joh. 7:16-24 24 van 130

3. De persoon van de Koning is betwijfeld: Joh. 7:25-27 4. De uitleg van de Koning: Joh. 7:28-30 5. Reactie: Joh. 7:31-36 6. Een uitnodiging van de Koning: Joh. 7:37-52 B. Conflict over de wet: Joh. 7:53-8:11 C. Conflict over het licht: Joh. 8:12-20 D. Conflict over de persoon van de Koning: Joh. 8:21-59 E. Conflict over de genezing van de blinde: Joh. 9:1-41 F. Conflict over de herder: Joh. 10:1-21 G. Getuigenis van de zeven: Luk. 10:1-24 H. Conflict over de vraag van het eeuwige leven: Luk. 10:25-37 I. Conflict op het Vernieuwingsfeest: Joh. 10:22-39 J. Conflict over de genezing van de stomme: Luk. 11:14-36 K. Conflict over ritualisme: Luk. 11:37-54 VII. VIII. Instructies aan de discipelen door de Koning A. Een voorbeeld van gemeenschap: Luk. 10:38-42 B. Instructies over gebed: Luk. 11:1-13 C. Koninkrijksprincipes over: 1. Hypocrisie: Luk. 12:1-12 2. Hebzucht: Luk. 12:13-34 3. Waakzaamheid: Luk. 12:35-41 4. Betrouwbaarheid: Luk. 12:42-48 5. Het effect van de komst van de Koning: Luk. 12:49-53 6. Tekenen van de tijd: Luk. 12:54-59 7. Bekering: Luk. 13:1-9 8. De nood van Israël: Luk. 13:10-17 9. Het programma van het Koninkrijk: Luk. 13:18-21 D. Vertrek uit Judea: Joh. 10:40-42 E. Instructies over het betreden van het Koninkrijk: Luk. 13:22-35 F. Instructies in het huis van een Farizeeër: Luk. 14:1-24 G. Instructies van Koninkrijksprincipes over: 1. Discipelschap: Luk. 14:25-35 2. Gods houding ten aanzien van zondaren: Luk. 15:1-32 3. Rijkdom: Luk. 16:1-31 4. Vergevingsgezindheid: Luk. 17:1-6 5. Dienstbaarheid: Luk. 17:7-10 H. De opwekking van Lazarus: 1. Het wonder: Joh. 11:1-44 2. Conflict over het wonder: Joh. 11:45-54 I. Instructies van Koninkrijksprincipes over: 1. Dankbaarheid: Luk. 17:11-19 2. De komst van de Koning: Luk. 17:20-37 3. Gebed: Luk. 18:1-14 4. Echtscheiding: M ath. 19:1-12; M ark. 10:1-12 5. Betreden van het Koninkrijk: M ath. 19:13-15; M ark. 10:17-31; Luk. 18:31-34 6. Israël: M ath. 20:29-34; M ark. 10:46-53; Luk. 18:35-43 7. Persoonlijk geloof: Luk. 19:1-10 8. Het uitgestelde Koninkrijk: Luk. 19:11-28 Presentaties van de Koning A. De Koning komt aan in Betanië: Joh. 11:55-12:1, 9-11 25 van 130

B. Binnenkomst in Jeruzalem: Math. 21:1-11, 14-17; Mark. 11:1-11; Luk. 19:29-44; Joh. 12:12-19 C. Autoriteit van de Koning: M ath. 21:12-13, 18-19; M ark. 11:12-18; Luk. 19:45-48 D. Uitnodigingen van de Koning: Joh. 12:20-50 E. Bewijs van autoriteit: M ath. 21:20-22; M ark. 11:19-25; Luk. 21:37-38 F. De autoriteit van de Koning betwijfeld: 1. Door priesters en oudsten: De verwerping van de Koning: M ath. 21:23-22:14; M ark. 11:27-12:12; Luk. 20:1-19 2. Door de Farizeeën en Herodianen: Koninkrijksprincipes ten aanzien van belasting: M ath. 22:15-22; M ark. 12:13-17; Luk. 20:20-26 3. Door de Sadduceeën in verband met de opstanding: M ath. 22:23-33; M ark. 12:18-27; Luk. 20:27-40 4. Door de Farizeeën: Het grootste gebod in het Koninkrijk: M ath. 22:34-40; M ark 12:28-34 G. Een uitdaging van de Koning: M ath. 22:41-46; M ark. 12:35-37; Luk. 20:41-44 H. Principes van oordeel: M ath. 23:1-39; M ark. 12:38-40; Luk. 20:45-47 I. Koninkrijksprincipes over geven: M ark. 12:41-44; Luk. 21:1-4 IX. Voorbereiding op de dood van de Koning A. Voorspellingen door de Koning 1. De vraag: M ath. 24:1-3 2. De verdrukking: M ath. 24:27-30 3. De tweede komst: M ath. 24:27-30 4. De verzameling van Israël: M ath. 24:31 5. Gelijkenissen over de eindtijd: a. De vijgenboom: M ath. 24:32-44 b. De getrouwe knecht: M ath. 24:45-51 c. Wijze en dwaze maagden: M ath. 25:1-13 d. De talenten: M ath. 25:14-30 6. Oordeel over de heidenen: M ath. 25:31-46 B. Voorbereiding op de dood van de Koning: 1. De aankondiging van Zijn dood: M ath. 26:1-2; M ark. 14:1; Luk. 22:1 2. Het plan van de leiders: M ath. 26:3-5; M ark. 14:1-2; Luk. 22:2 3. De zalving: M ath. 26:6-13; M ark. 14:3-9; Joh. 12:2-8 4. Belofte van verraad: M ath. 26:14-16; M ark. 14:10-11; Luk. 22:3-6 5. Voorbereiding voor Pasen: M ath. 26:17-19; M ark 14:12-16; Luk. 22:7-13 6. Pasen: M ath. 26:20; M ark. 14:17; Luk. 22:14-16; 24-30 7. Stellen van een voorbeeld: Joh. 13:1-20 8. Aankondiging verraad van Judas: Math. 26:21-25; Mark. 14:18-21; Luk. 22:21-23; John 13:21-30 9. Voorspelling van verloochening door Petrus: Math. 26:31-35; Mark. 14:27-31; Luk. 22:31-38; Joh. 13:37-38 10. Een gedenking: Math. 26:26-30; Mark. 14:22-26; Luk. 22:17-20 C. Laatste boodschap van de Koning: 1. Inleiding: Joh. 13:31-35 2. Problemen: Joh. 13:36-14:24 3. Beloften: Joh. 14:25-31 4. Instructies over: a. Vrucht dragen: Joh. 15:1-17 b. Vijanden van de discipelen: Joh. 15:18-16:4 c. De bediening van de Heilige Geest: Joh. 16:5-15 d. Gevolgen van de opstanding: Joh. 16:16-28 26 van 130