CODIPLAN PLUS Rund 20.06.13



Vergelijkbare documenten
v 2.0 dd CODIPLAN PLUS RUND

CodiplanPLUS Rund checklijst inclusief sectorgidsvoorwaarden

Codiplan PLUS Rund checklijst inclusief sectorgidsvoorwaarden

Elke varkenshouder betaalt voor de Sectorgids G-037 een jaarlijkse vergoeding van 20 EUR per jaar aan Codiplan vzw.

Blije dieren, blije boer

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van (datum), nr., Directie Wetgeving en Juridische Zaken;

De OCI moet erkend zijn door het FAVV voor het uitvoeren van de audits volgens de sectorgids G- 040.

Checklist Codiplan PLUS Varken Spotaudit - enkel te gebruiken in het kader van de 20% Codiplan PLUS Varken Spotaudits.

Beste veehouder, Contact Belbeef vzw Bolwerklaan 21 bus Brussel Tel.: Fax:

de algemene voorwaarden (hoofdstuk 1) van de sectorgids G-040 module C bijkomende dierenwelzijnsvereisten die onder punt 6 beschreven zijn

FAQ - Autocontrolegids Dierenvoeders

Titel Feedban Nummer DV-01 Datum januari 2017

Titel Feedban Nummer DV-01 Datum juli 2016

GENERIEK LASTENBOEK RUNDVLEES

Omzendbrief betreffende de registratie, de toelating en de erkenningen van inrichtingen uit de diervoedersector

FAQ - Autocontrolegids Dierenvoeders

oktober 2013 Veterinair certificaat voor de uitvoer van fokrunderen afkomstig uit België naar Marokko

Bijlage III Inrichtingen waarvan de activiteiten onderworpen zijn aan een toelating door het Agentschap

FAQ - Autocontrolegids Dierenvoeders

CERTUS-LASTENBOEK. Versie 01/07/2013

Omzendbrief met betrekking tot de afkeuring van rundernieren

Indeling van geslachte volwassen runderen Overzicht 2005

BIJLAGE BIJ MODELOVEREENKOMST PRODUCENT (FO_100_20) 1.DEELNAME VEGAPLAN/Sectorgids G-040 plantaardige productie:

BIJLAGE BIJ MODELOVEREENKOMST PRODUCENT (FO_100_20) 1.DEELNAME VEGAPLAN/Sectorgids G-040 plantaardige productie/ipm:

Onderstaande overgangsmaatregelen gelden voor personen werkzaam in de landbouwsector (incl. loonwerk/loonsproeien).

Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens

3. GMP. Eindwerk: De administratie bij zelfmengers.

Diergeneesmiddelen op het landbouwbedrijf

(Voor de EER relevante tekst)

FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VOEDSELVEILIGHEID

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

PRI 2440 Vlees - Verpakking en etikettering (inclusief handelsnormen) [2440] v4

OVERZICHT TARIEVEN VWA

PRI 3133 Houden van runderen en kalveren (vetmesten) - Traceerbaarheid [3133] v1

Aanvraag tot erkenning als OCI door VEGAPLAN.BE vzw (contract OCI VEGAPLAN.BE vzw)

De beste kwaliteitsborging voor vlees én diervoeder komt uit Nederland

oktober 2013 Veterinair certificaat voor de uitvoer naar Marokko van runderen bestemd voor de vetmesting afkomstig uit België

FAQ FAVV - bijdragen voor landbouwers

AGRIBEX 2013 Conditions sanitaires Sanitaire voorwaarden Version/versie 25/09/2013

Opleiding voor de OCI s - Gebruik van de webservice

Augustus Deze instructiebundel beschrijft de modaliteiten inzake pre-attestatie en precertificatie.

TRA 3191 Onmiddelijke verpakking diervoeders - INFRASTRUCTUUR, INRICHTING EN HYGIENE [3191] v1

Inhoudsopgave I. BASISREGELS. A. Substantiële regels

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen

GEBRUIKSHANDLEIDING VOOR DE WEBSERVICE VOOR LANDBOUWERS EN LOONWERKERS

Jacques MOES. Een betere juridische bescherming van de kleine operatoren door de aanpassing van artikel 1 bis.

TRA 3358 Gemedicineerde diervoeders - VERPAKKING EN ETIKETTERING (INCLUSIEF HANDELSNORMEN) [3358] v2

Op dit document zijn de definities van de Algemene Voorwaarden IKB Rund van toepassing.

Gezondheidscertificaat voor de export van pluimvee- en kalkoenvlees en separatorvlees naar de Republiek Cuba

VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE. van

1 Regionaliteit. Nieuwe wetgeving bio veevoeder van kracht

FAQ. 2. Op wie heeft de Europese Verordening 183/2005 betrekking?

Informatieblad Transport van levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten.

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

FAVV Jaarlijkse heffing : Tarieven 2019

GEBRUIKSHANDLEIDING VAN DE GECOMBINEERDE ELEKTRONISCHE CHECKLIST VAN DE VEGAPLAN STANDAARD

1 Onderwerp. 2 Wettelijke basis. 3 Begrippen. 4 Benodigdheden

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Transcriptie:

CODIPLN PLUS Rund 20.06.13

20.06.13 LGEMENE VOORWRDEN Elke deelnemer aan het Generiek Lastenboek Rundvlees, kortweg GLR-systeem verbindt zich ertoe alle voor hem van toepassing zijnde regionale, nationale en Europese reglementering na te leven. Daarom moet elke schakel beschikken over een gecertificeerd autocontrolesysteem voor de activiteiten die door hem ontplooid worden en binnen het toepassingsgebied van dit lastenboek vallen. De voorwaarden die deel uitmaken van de sectorgids voor de primaire dierlijke productie, zijn niet overgenomen. Hier zijn enkel de bovenwettelijke bepalingen opgenomen, en aangeduid met een oplopend nummer. Het gewicht van de voorwaarde is met de letter, of C aangegeven. (Zie de certificeringsregeling voor de verklaring) 1.1 edrijfsregistratie 1 De veehouder is correct geregistreerd en aangemeld bij de beheerder van het GLRsysteem. De sanitair verantwoordelijke van het beslag beschikt daartoe over een door hem ondertekende en door ELEEF aanvaarde overeenkomst met ELEEF. (zie punt 4.2 van de certificeringsregeling). 1.2 Identificatie & registratie van de dieren OPVOLGINGSPERIODE 2 De minimumduur van de opvolgingsperiode bedraagt 180 dagen (6 maanden) voor de mannelijke en 75 dagen (2,5 maanden) voor de vrouwelijke dieren. Om de nodige garanties te kunnen bieden wat betreft huisvesting, voeding, eventueel diergeneesmiddelengebruik en dierenwelzijn, is het noodzakelijk dat de dieren in het systeem een minimale periode (75 dagen voor koeien, 180 dagen voor stieren) op hetzelfde beslag verblijven alvorens geslacht te worden. De controles in het kader van dit lastenboek vinden dan ook plaats bij deze laatste schakel van de productie. Het Codiplan plus Rund certificaat wordt toegekend aan deze Vestigingseenheid. De controle van dit punt gebeurt eveneens op slachthuisniveau. Dieren die niet aan deze regel voldoen worden uitgesloten uit het GLR systeem. OORSPRONG VN DE DIEREN 3 anbeveling angekochte dieren zijn bij voorkeur afkomstig van bedrijven die beschikken over een G- 037 of G-040 autocontrolecertificaat of attest. C

3 Om maximale garanties te kunnen bieden wat betreft de periode vóór de opvolgingsperiode, is het ten stelligste aan te bevelen dat aangekochte dieren afkomstig zijn van bedrijven die beschikken over een G-037 of G-040 autocontrolecertificaat of attest, of een door het FVV gevalideerd autocontrolesysteem voor wat betreft de activiteit houden van productiedieren, runderen. UITSLUITING 4 Tijdelijke uitsluiting voor bedrijven met een R-statuut of H-statuut. Dieren afkomstig van bedrijven met een R- of een H-statuut, zijn uitgesloten van het GLR-systeem. De betrokken bedrijven worden geschorst. lvorens opnieuw binnen het systeem te kunnen leveren, moet het R-of H-statuut ingetrokken zijn. Vervolgens dient een nieuwe positieve Codiplan plus Rund -audit te hebben plaatsgevonden. Indien het H- of R-statuut vervroegd zou ingetrokken worden, wat aantoont dat er verkeerdelijk een H- of R- statuut werd toegekend, is geen nieuwe Codiplan plus Rund -audit noodzakelijk. ij een rechtmatig toegekend H- of R-statuut, neemt de rundveehouder zelf het initiatief voor deze nieuwe Codiplan plus Rund -audit, door het bewijs van de opheffing van het H-statuut of R-statuut aan de lastenboekbeheerder te bezorgen. 1.3 Dierenvoeder en drinkwater De hieronder vermelde bepalingen zijn in het kader van het GLR-systeem van toepassing en controleerbaar op de gebruikte diervoeders tijdens de opvolgingsperiode (zie bepaling 2). 5 In geval van gerantsoeneerde (beperkte) voedering, moeten alle dieren een voederplaats ter beschikking hebben. Ofwel kunnen alle dieren tegelijkertijd eten (even veel voederplaatsen als dieren), ofwel wordt ad libitum voedering toegepast, waarbij er continu voeder beschikbaar is.

4 6 lle tijdens de opvolgingsperiode gebruikte zelf geteelde of bij collega landbouwers aangekochte voedermiddelen1 voor het diervoeder zijn bij voorkeur afkomstig van IKK gecertificeerde bedrijven of bedrijven die gecertificeerd zijn voor een gelijkwaardig, door de beheerder van het lastenboek aanvaard systeem. C ndere aanvaarde systemen zijn G037, G012 Module, G-040 Module. 7 lle tijdens de opvolgingsperiode gebruikte diervoeders 2 (exclusief diegene vermeld onder punt 6), zijn afkomstig van GMP-gecertificeerde bedrijven of bedrijven die gecertificeerd zijn voor een gelijkwaardig, door de beheerder van het lastenboek aanvaard systeem. De borgingspunten 6 en 7 worden gecontroleerd op basis van facturen en/of aankoopborderellen, leveringsbons en certificaten. 1.4 Dierenwelzijn STLKLIMT 8 Het luchtvolume in afgesloten stallen bedraagt minimaal 15 m³/500 kg levend gewicht. Open frontstallen met vast, niet te openen windbreekscherm worden eveneens als afgesloten stallen beschouwd. Het luchtvolume in de stal wordt gemeten met een lasermeter. De formule l * b * h gedeeld door het aantal dieren = luchtvolume per dier, moet groter of gelijk aan 15 m³ zijn. 9 an- en afvoer van lucht moet gelijkmatig verdeeld zijn over de gehele stallengte met het oog op een effectieve verluchting. HUISVESTING EN MXIML TOEGELTEN EZETTING 10 Mannelijke dieren mogen niet aangebonden zijn, tenzij in quarantaine of herstel. 1 voedermiddelen: de verschillende producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide producten van de industriële verwerking ervan, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, en bestemd voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na verwerking, voor de bereiding van mengvoeders of als drager bij voormengsels (cf. Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding) 2 Diervoeder: producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide producten van de industriële verwerking ervan, alsmede organische of anorganische stoffen, al dan niet gemengd, met of zonder toevoegingsmiddelen, en bestemd voor vervoedering. (cfr Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding)

5 11 Vrouwelijke dieren mogen niet continu aangebonden zijn, tenzij in opvolging rond het afkalven, quarantaine of herstel, of tenzij er hiertoe een door de bedrijfsdierenarts schriftelijk bevestigde reden bestaat. 12 Ligmatten mogen enkel gebruikt worden bij vrouwelijke dieren. 13 Ligplaatsen moeten proper gehouden worden. Ze moeten in de afmestperiode minstens gedeeltelijk ingestrooid zijn, of voorzien zijn van een ligmat (enkel bij vrouwelijke dieren toegestaan). Propere ligplaatsen leiden tot propere dieren. ij de dieren in afmest mag niet meer dan 20% van de dieren zich in categorie 2 of 3 bevinden, op basis van de conditie van de huid en de vacht 3. 14 De ingestrooide oppervlakte bedraagt minimaal 3,25m² per dier van 500kg, plusminus 0,5m² per 100 kg meer of minder dan 500kg 4. Tijdens de controle wordt de ingestrooide oppervlakte gemeten met behulp van een lasermeter en het aantal dieren per box geteld. De formule oppervlakte gedeeld door het aantal dieren = oppervlakte per dier, moet groter of gelijk aan 3,25 m² zijn. 15 angebonden dieren moeten minimaal 1,25 m²/500 kg levend gewicht ingestrooide ruimte beschikken (of ligmat bij vrouwelijke dieren). 1.5 utocontrole 16 Elke deelnemende veehouder moet beschikken over een gevalideerd autocontrolesysteem. Er kan pas een Codiplan PLUS Rund certificaat uitgereikt worden, wanneer de veehouder beschikt over een G-037 of G-040 certificaat of attest. De einddatum van het Codiplan PLUS Rund certificaat moet immers gelijk zijn aan dat van het autocontrolecertificaat of attest. 3 Zie hiertoe het vademecum van het FVV voor propere dieren in het slachthuis. (http://www.favv.be/thematischepublicaties/_documents/2008-06_vm_sd_nl.pdf) 4 Gebaseerd op maar strenger dan de aanbevelingen uit de EFS studie The welfare of cattle kept for beef production.