Geïntegreerde netaansluiting 3x35A



Vergelijkbare documenten
Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties

Geïntegreerdenetaansluiting- 3x25A

Geïntegreerde netaansluiting 3x25 t/m 3x63A

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

Geïntegreerde netaansluiting 3x35A

Aansluitspecificaties laadobjecten 3x25A 3x80A. Voor het inbouwen van een gestandaardiseerde netaansluiting in een laadobject

Aansluitspecificaties laadobjecten 3x25A 3x80A. Voor het inbouwen van een gestandaardiseerde netaansluiting in een laadobject

Aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen?

Nieuwsbericht. Uniforme eisen voor tijdelijke elektra-aansluitingen maken de bouw veiliger

Aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen?

Installatiehandleiding oplaadstation Reewoud Chargepoint P5 Datum: 26 september 2014 Versie: 1.20

Het typenummer en het serienummer kan gevonden worden aan de binnenzijde van de deur.

Het typenummer en het serienummer kan gevonden worden aan de binnenzijde van de deur.

aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Voorwaarden voor het veilig plaatsen en functioneren van bouwkasten in het voorzieningsgebied van Liander

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied.

Installatiehandleiding enovates FKN 2 STPK v1

EisEn aan bouwkasten. in het voorzieningsgebied van EnExis

ICU - Tube Installatiehandleiding

Afwijkende tekst Cursief geschreven tekst in afwijkende kleur geeft wijzigingen t.o.v. de voorgaande versie weer.

Installatiehandleiding

Ondergronds overdrachtspunt voor laagspanning

Om de juiste PV-verdeler voor uw situatie te kunnen bepalen kunt u terecht op onze website of kijken in bijlage 4.

LAADZUIL ELEKTRISCHE MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC laadzuil met plug and play systeem

OC Het onderhouden van mechanische onderdelen 2012

DICLAADSYSTEMEN MONTAGE EN GEBRUIK BlackBoxx met Type-2 contactdoos 3,7/11kW

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de zijkant van het product.

DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem

1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. aansluitingen voor tijdelijk gebruik met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A.

Werkinstructie verzegeling

Montage-instructie Huisaansluitkastenprogramma

Openbaar. 3 TERMEN EN DEFINITIES Bouwkast Kast ontworpen en bedoeld om er een tijdelijke elektriciteitsaansluiting in aan te brengen.

De energybox - maakt het u makkelijk

MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2

LAADZUIL ELEKTRISCHE. MONTAGE EN GEBRUIK. Deze handleiding is van toepassing op een DIC laadzuil met passysteem LAADPAS LAADPAS

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Veldverdelers IP44/(30), klasse II M

Installatiehandleiding oplaadstation EV-BOX SPS2

Montagehandleiding voor H-Air

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

Handleiding Handleiding plaatsing laadobject Plaatsen laadobject FKN -PRO44-FKN25-2S-2NM -PRO44-FKN25-2S-1NM

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de onderzijde van het product.

Handleiding ARKY 24V buitenkast

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR

Quality Heating elektrische vloerverwarming

Laadoplossingen. voor E-Mobility Aangesloten op de toekomst

TOEPASSINGSGEBIED VAN DE AANSLUITING

Montage- en gebruiksaanwijzing

MultiControl installatiehandleiding

Openbaar. Bij onvolkomenheden in een meterkast direct contact opnemen met afdeling Fraude bestrijding van Enexis.

BES External Signaling Device

Vekto.nl. Verdeler voor zonnepaneelomvormers. Omvormer aansluiten zonder nieuwe leidingen. Maakt elektrotechniek betaalbaar!

BES External Signaling Device

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman. Vitotrol 100 type UTDB-RF

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis,

Installatiehandleiding ICU Compact Mini

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de onderzijde van het product.

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo

Kabelinvoerunits wandverdelers IP44 en IP54 - comfortabel kabels aansluiten

PaxLock Pro - Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Lightswing Single en Twin

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman

Nederlands IZAR RDC STANDARD. Installatiehandleiding. Deze handleiding dient te worden afgegeven de eindklant.

tertio - railverdeelsysteem voor modulaire componenten

Rotonivo. Serie RN 3000 RN 4000 RN Handleiding

OMI-5 METALEN BEHUIZING

PaxLock Pro installatiehandleiding

Montagevoorschrift. UBA3-module xm10 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage /2004 NL Voor de vakman

Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Handleiding EV-BOX Laadstation Zuilmodel ML

ELEKTRISCHE SLOTEN EV-ML400 ML t f MODELLEN ML400

HOLUkit. Montage- en Installatiehandleiding BASIC EXTENDED

Installatie handleiding Emergency Battery System.

Sicuro generatoraansluitkasten 1 Productinformatie Sicuro generatoraansluitkasten. Sicuro. generatoraansluitkasten

ENERGIE BESPARENDE TL VERLICHTING LED BUIS MONTAGE HANDLEIDING

1. Funddamentele veiligheidsinstructies

wand- en standverdelers univers IP65 - voor speciale installatietoepassingen

De miniverdeler - de kleinste betrouwbare verdeleroplossing

Lumination LED-lamp. GE Lighting Solutions. Installatiehandleiding. Hangende LED-eenheid (serie EP14) Kenmerken

BRUTO PRIJSLIJST LEIPOLD AFTAKKLEMMEN EN VERDEELBLOKKEN

Handleiding AT1G Toegangscontrole Module. rev ver1

Laadstations. Elektrisch Rijden

Laadstations Elektrisch Rijden

HANDLEIDING BUISMOTOREN SERIE 45, 55, 59, 64 M

Afmetingen. Beschikbare kleuren. Elektrische Specificaties. a b c kg. 40 mm 30 mm 250 mm 0,3. 40 mm 30 mm 500 mm 0,6. 40 mm 30 mm 750 mm 0,9

Verdeelsystemen van ABB

MONTAGE & INSTALL ATIE. MultifunctioneleBUVA. Ergo-Motion MFB. besturingsmodule

LES4. Het elektrisch dossier Het situatieschema Het ééndraad- of grondschema Het installatieschema

Meterkasten en 1stroomverdeelkasten

Transcriptie:

Geïntegreerde netaansluiting 3x35A Deel 2A. Algemene Specificaties voor een geïntegreerde netaansluiting in een AC laadstation met enkele laadsocket Enexis, Liander, Stedin, Cogas en Endinet 8-9-2015

Inhoud Inhoud... 1 1. Inleiding... 2 1.1. Situatieschets... 2 2. Algemene Uitgangspunten... 3 3. Omgevingseisen... 4 4. Funderingseisen... 5 5. Eisen ten aanzien van beveiligen en aansluiten... 6 6. Metereisen... 9 7. Eisen ten aanzien van ijking... 9 8. Eisen ten aanzien van toegangsbeheer... 10 9. Wensen/Aanbevelingen... 10 10. Situatieschets vrije ruimte kwh-meter... 10

1. Inleiding Dit document omvat de eisen en wensen die gesteld worden aan een geïntegreerde netaansluiting in de aansluitcategorie 3x35A een laadpaal. Het doel van deze eisen is om Chargepoint Operators (CPO s) gebruik te laten maken van een 3x35A netaansluiting die kleiner en daarmee goedkoper is dan de huisaansluitcombinatie. Deze eisen zijn zodanig opgesteld, dat een veilige en betrouwbare aansluiting gewaarborgd blijft op het openbare elektriciteitsnet van de netbeheerders Enexis, Liander, Stedin, Cogas en Endinet. 1.1. Situatieschets

2. Algemene Uitgangspunten 1 De in dit document opgestelde eisen en wensen n.v.t. hebben betrekking op een geïntegreerde netaansluiting in de categorie 3x35A. 2 De kwh meter wordt door de betreffende n.v.t. netbeheerder geleverd. De specificaties van de meter zijn te vinden op de website van ElaadNL. 3 De buitendiameter van de aansluitkabel voor het n.v.t. laadstation varieert van 16 tot 25 mm 4 De specificatie- en installatie-instructie van de n.v.t. door de netbeheerder te leveren kwh meter wordt beschikbaar gesteld aan de fabrikant van het laadstation. 5 Van alle nog tijdens de installatie en/of aansluiting aan te brengen elektrische verbindingen door middel van een schroefboutverbinding zijn de aandraaimomenten zichtbaar en duidelijk vermeld. 6 Er is altijd een vaste verbinding aanwezig tussen nul en metalen behuizing. Gebruik van een nul/aarde koppeling is/wordt toegestaan. 7 Selectiviteit tussen de beveiliging van het laadpunt en de hoofdbeveiliging van het laadstation is gewaarborgd. leverancier met een selectiviteitsberekening Selectief Niet selectief 8 De verwachte levensduur van toegepaste componenten in de netaansluiting is minimaal 10 jaar. 9 De behuizing van het laadstation heeft minimaal beschermingsklasse IP54. NB. Als alle netbeheerderscomponenten, inclusief de meter, in een separate IP54 aansluitkast zijn gemonteerd, worden door de netbeheerder geen nadere eisen gesteld aan de leverancier met een FMECA leverancier met testrapport

IP-waarde van het totale laadstation. 10 Alle onder spanning staande netbeheerderscomponenten zijn tegen toevallige aanraking afgeschermd (=componentkeuze). Ook het plaatsen van een verzegelbare aansluitkast voor de netbeheerderscomponenten moet mogelijk zijn indien dit een keuze is van de laadpaalleverancier en/of het beleid is van de desbetreffende netbeheerder. 3. Omgevingseisen 11 De werking van de netaansluiting is en blijft gewaarborgd bij een buitentemperatuur van -25 tot +40 graden Celsius (conform internationale standaard) inclusief de veiligheid, beschikbaarheid en de verwachte levensduur. Plaatsing in direct zonlicht mag hier geen afbreuk aan doen. leverancier met testrapport (conform Testplan Netaansluiting) NB. Dit mag worden aangetoond door middel van rapporten van individuele componenten OF door een testrapport geldend voor de 12 De werking van de netaansluiting is en blijft gewaarborgd bij een relatieve omgevingsluchtvochtigheid tussen de 5% en 95% (conform internationale standaard) inclusief de veiligheid, beschikbaarheid en de verwachte levensduur. gehele netaansluiting leverancier met testrapport. (Conform Testplan Netaansluiting) NB. Dit mag worden aangetoond door middel van rapporten van individuele componenten OF door een testrapport geldend voor de gehele netaansluiting

4. Funderingseisen 13 Het laadstation is niet door derden van de fundering los te nemen. 14 Er wordt gebruik gemaakt van een slagvaste mantelbuis voor de kabelinvoer door de fundering tot in het laadstation. (leverancier moet dit aantoonbaar maken) Deze mantelbuis heeft een buigstraal van minimaal 500mm. Indien de mantelbuizen zijn meegegoten in de fundering dienen deze zodanig te zijn aangebracht dat de aansluitkabel niet langs de rand van de fundering schuurt. De eventuele aardleiding wordt niet in de mantelbuis van de aansluitkabel gelegd. 15 De aansluitkabel kan aan minimaal twee zijden van de fundering ingevoerd worden.

5. Eisen ten aanzien van beveiligen en aansluiten 16 Bij het laadstation is een installatiehandleiding conform het bijgevoegde format geleverd, en eventueel een montage-instructie op film. Aangeleverde installatiehandleiding CONFORM FORMAT 17 Het invoeren van de aansluitkabel en eventuele aardleiding in het laadstation kan zonder beschadigingen gebeuren. 18 De aansluitkabel wordt in een rechte lijn vanuit de fundering op trek ontlast en aangesloten. 19 De trekontlasting is in staat een kracht op te vangen in de orde van de maximale trekkracht op de kabel. De trekontlasting is geschikt voor een kabel met een buitendiameter variërend van 16 tot en met 25 mm. 20 Er is voldoende werkruimte in het laadstation voor het aansnijden, op trek ontlasten en monteren van de aansluitkabel. Als richtlijn voor voldoende werkruimte voor het bovengronds aansluiten van de aansluitkabel moet rekening gehouden worden met minimale vrije werkruimte van 150 mm (x- en y-richting). Met de plaats van de invoermogelijkheid wordt rekening gehouden met voldoende montageruimte om de kabel af te monteren. Overleggen specificatie/documentati e van toegepaste trekontlasting. L1 L2 L3 N PE Minimaal 150mm Minimaal 150mm 21 Er is een aard/-nulklem gemonteerd, waarop de nulleider en aarde aangesloten moeten worden. Hieronder is schematisch weergegeven hoe de aansluiting er uit moet zien. Standaard is een losneembare verbinding tussen aarde en nul aanwezig.

L1 L2 L3 N PE 22 Een veiligheidsaarding ten behoeve van werkzaamheden kan worden aangebracht zonder dat de reeds aanwezige bedrading losgehaald hoeft te worden. Deze veiligheidsaarding kan, vanuit het net gezien, vóór de beveiliging van het laadstation aangebracht worden. leverancier met datasheet toegepaste beveiliging. De kortsluitvastheid van het aangebrachte aardingsgarnituur moet minimaal 2,5 ka* zijn. (Het garnituur moet verhinderen dat er tijdens werkzaamheden geen terugvoeding kan plaatsvinden.) *Zie testplan elektrische tests 23 Alle te maken elektrische verbindingen zijn uitgevoerd met onverliesbare schroeven en/of freesschroeven 24 De gebruikte bedrading van de aansluitblokken naar de patroonhouders/automaten in de netaansluiting van het laadstation heeft de volgende kleurstelling: - Fasedraden: zwart, grijs of bruin - Nuldraad: blauw - Aarddraad: geel/groen 25 De beveiliging van de netaansluiting bestaat uit een beveiliging met toegekende doorlaatwaarde van 3x35A. Voor de aansluitcategorie van 3x35A is dit een 40A automaat met een C karakteristiek De nul mag niet worden geschakeld. 26 Het laadstation en alle metalen delen, die als gevolg van een fout onder spanning kunnen komen staan, zijn verbonden met de hoofdaardrail. 29 Er is een sticker meegeleverd met tekst: Netbeheerder biedt aarding aan.

NB: TEKST LETTERLIJK OVERNEMEN OP DE STICKER [De sticker wordt -afhankelijk van het al dan niet aanbieden van aarding door de betreffende netbeheerder- geplaatst tijdens de installatie/bij de opdracht, en mag dus niet al geplakt zijn] 30 Er zijn losse stickers meegeleverd of onverliesbaar aangebracht met een aanduiding voor L1, L2, L3, N en PE. Deze worden na aansluiting aangebracht. NB: TEKST LETTERLIJK OVERNEMEN OP DE STICKERS 31 Het plaatsen of vervangen van de hoofdbeveiliging van de netbeheerder (automaten) kan zonder problemen en veilig worden uitgevoerd. 32 De hoofdbeveiliging, bestaande uit de overstroombeveiliging van het laadstation, en/of aansluitkast kan verzegeld worden. 33 De leverancier toont door middel van certificaten en verklaringen -op basis van het door de netbeheerder geleverde testplan- dat de constructie geschikt is voor een 3x35A netaansluiting. Dit kan worden aangetoond voor individuele componenten en/of voor de gehele netaansluiting. Zie het testplan netaansluiting voor meer informatie. Een ingevuld testplan met bijbehorende certificaten en verklaringen

6. Metereisen 34 De door de netbeheerder geleverde kwh meter (MID-gecertificeerde DIN rail meter, incl. KEMAkeur en KEMA-code) kan conform de betreffende montage- instructie worden gemonteerd en vervangen. 35 De kwh meter communiceert door middel van het MODBUS RTU protocol op een snelheid van 38K4 zonder pariteit op adres 1. De handleiding voor het configureren van de meter is te vinden op de website van ElaadNL. N.V.T. 7. Eisen ten aanzien van ijking 36 Het ijken van de kwh-meter moet veilig kunnen gebeuren. Voor het ijken van de kwh meter moet het niet nodig zijn bedrading en/of componenten los te halen of te verwijderen. (testijking); tekening met maatvoering 37 De kwh meter is maximaal 1 cm verzonken ten opzichte van de buitenzijde van de behuizing van het laadstation; zodanig dat het klemmen van een meetkop mogelijk is. (zie Hoofdstuk 10 voor een situatieschets) 38 Aan de zijkanten van de kwh meter is een ruimte vrij van minimaal 2 cm. De boven- en onderkant van de kwh meter laten een ruimte vrij van 5 cm. De ruimte rond de aansluitdraden is minimaal zodanig, dat aansluiten van meetpennen veilig en eenvoudig kan worden uitgevoerd. Hierbij is het risico op sluiting tussen de behuizing en meetpen geminimaliseerd. ; tekening met maatvoering ; tekening met maatvoering

8. Eisen ten aanzien van toegangsbeheer 39 Het laadstation is afsluitbaar middels een cilinder. Mogelijke manieren van afsluiten zijn terug te vinden in het document Toegangsbeheer (wordt op voorhand verstrekt). NB. Deze cilinder is specifiek voor de netbeheerder bedoeld. Voor toegang derden (onderhoud) dient een aparte cilinder te worden geplaatst. Momenteel wordt verkend of 1 gecombineerde cilinder gebruikt kan worden; vooralsnog moeten er echter twee geplaatst worden. 9. Wensen/Aanbevelingen Van onderstaande punten mag worden afgeweken. Het in achtnemen van deze punten wordt echter sterk aangeraden. Omschrijving Beoordeling Aanwezig? N# 40 Het plaatsen van de laadpaal en eventuele Opgave van gewicht separate fundering is mogelijk zonder hulpmiddelen. Hiertoe houdt de fabrikant rekening met de door de ARBO voorgeschreven maximale tilgewicht. 41 Het door de controller uitlezen van meetdata uit de MID-meter, en de mogelijkheid tot verzenden van deze meetdata naar een backoffice Toelichting leverancier 10. Situatieschets vrije ruimte kwh-meter Zijaanzicht Vooraanzicht Minimaal 50 mm vrijlaten kwh meter Max. 10 mm kwh meter Minimaal 20 mm vrijlaten Minimaal 20 mm vrijlaten Buitenzijde behuizing Minimaal 50 mm vrijlaten