KLEINSCHALIG GROEPSWONEN IN ERMELO FACTSHEET voor Provincie Gelderland auteur Henk Nouws en Claasje Reijers bv Research en advies in wonen en zorg Postbus 2038, 3800 CA AMERSFOORT tel 033-465 54 51 fax 033-465 34 81 www.ruimtevoorzorg.nl Mei 2011
INHOUD 1 Inleiding...1 2 Bevolking...2 2.1 Gemeentegrootte in Gelderland...2 2.2 Ouderen in Gelderland...2 2.3 Ermelo...6 3 Dementie...7 3.1 Prevalentie van dementie...7 3.2 Zorg voor mensen met dementie...7 3.3 Definitie van kleinschalig wonen...9 3.4 Gemeentelijk beleid: stappenplan kleinschalige groepswonen...10 3.5 Kleine kernen en de lange termijn behoefte...11 3.6 Methode van onderzoek...13 4 Ermelo en dementie...15 4.1 Dementie index...15 4.2 Vraag versus aanbod gemeente...15 4.3 Vraag versus aanbod kernen...16 4.4 Advies...17 5 Mensen met een beperking en GGZ...18 5.1 Veelzijdige vraag...18 5.2 Definitie wonen met zorg...18 5.3 Behoefte en aanbod...19 5.4 Gemeentelijk beleid...20 5.5 Methode van onderzoek...21 6 Ermelo en mensen met een beperking / GGZ...23 7 Bijlage: overzicht projecten...25
1 INLEIDING Dit is een factsheet voor de gemeente Ermelo. Dit factsheet geeft inzicht in de vraag en het aanbod van groepswonen voor zowel mensen met dementie, mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking, en mensen met een psychiatrische beperking. Doel van de factsheet is de gemeente en de aanbieders van wonen en zorg te informeren over de stand van zaken en daarmee te helpen met het bepalen van hun beleidskeuzes. Cijfers hebben hun nut, maar zeker ook hun beperkingen. Het is belangrijk om daar direct op te wijzen. Achter de cijfers zit altijd een verhaal, en dat is genuanceerd. Daarom is het zeer belangrijk dat deze factsheet vooral een basis vormt voor dialoog tussen de verschillende organisaties en initiatiefnemers die een rol hebben op het gebied van wonen met zorg. De gemeente kan de regie nemen in dit gesprek. In sommige gevallen zijn de vraagstukken eerder regionaal dan lokaal van karakter. Gemeenten kunnen de onderwerpen in dat geval agenderen in de regionale overleggen. Om dit gesprek enigszins voor te bereiden is dit factsheet voorzien van toelichtende tekst en hints om te komen tot beleidskeuzes. We hopen dat de factsheet alle betrokken helpt om een goed beleid te voeren voor mensen die wonen en zorg nodig hebben. Provincie Gelderland 1
2 BEVOLKING De bevolkingsopbouw en omvang is van grote invloed op de behoefte aan wonen met zorg in een gemeente. Dementie Dementie komt vooral voor bij ouderen. Naarmate de leeftijd toeneemt, is de kans op dementie groter. Bij mannen is de kans op dementie kleiner dan bij vrouwen. Deze kans is uit onderzoek bekend. Handicaps en GGZ Het voorkomen van handicaps of geestelijke stoornissen is níet duidelijk afhankelijk van leeftijd. In bepaalde leeftijdsgroepen is er wel sprake van een specifieke hulpvraag. 2.1 GEMEENTEGROOTTE IN GELDERLAND De vraag naar zorg in een gemeente is in belangrijke mate afhankelijk van het aantal inwoners. De 56 gemeenten in Gelderland zijn verschillend qua bevolkingsomvang. Dementie komt vooral voor bij ouderen. Naarmate de leeftijd toeneemt, is de kans op dementie groter. Bij mannen is de kans op dementie kleiner dan bij vrouwen. De kans op het hebben van dementie (prevalentie) is per leeftijds-sexegroep bekend uit onderzoek. Het voorkomen van handicaps of geestelijke stoornissen is níet duidelijk afhankelijk van leeftijd. In bepaalde leeftijdsgroepen is er wel sprake van een specifieke hulpvraag; het gebruik van voorzieningen bij deze doelgroep is wel sterk leeftijdsafhankelijk, al kan daar niet een duidelijke lineaire functie aan worden gehecht. 2.2 OUDEREN IN GELDERLAND De hoge leeftijden zijn van belang voor het voorspellen van het aantal mensen met dementie. Daarom volgen hier twee grafieken die deze variabele inzichtelijk maken. Om te beginnen het aandeel 75-plussers in een gemeente en op de tweede plaats de percentuele toename van het aantal 75-plussers de komende tien jaar. Opvallend is hoe sterk de cijfers uiteenlopen per gemeente. De ene gemeente is veel vergrijsder dan de andere, en de vooruitzichten voor de komende tien jaar verschillen aanzienlijk. Gemeenschappelijk is de te verwachten vergrijzing. In de provincie Gelderland als geheel neemt het aantal 75-plussers toe met 26% de komende tien jaar. 2
Tabel 1 Bevolkingsontwikkeling Gelderland, naar gemeente (bron: CBS, provincie) bevolking 2009 Bevolking 2009 (%) bevolking 2019 Toename 2009-2019 Totaal 55-64 65-74 75+ 55-64 65-74 75+ Totaal 55-64 65-74 75+ 55-64 65-74 75+ Aalten 27.797 3.687 2.525 2.097 13% 9% 8% 28.680 4.172 3.464 2.704 13% 37% 29% Apeldoorn 155.592 21.411 13.469 11.913 14% 9% 8% 154.803 22.415 19.077 13.752 5% 42% 15% Arnhem 145.694 16.372 9.629 8.683 11% 7% 6% 157.275 17.497 13.971 9.417 7% 45% 8% Barneveld 52.066 5.593 3.830 3.083 11% 7% 6% 55.163 6.596 5.144 4.296 18% 34% 39% Berkelland 45.142 6.655 4.560 3.318 15% 10% 7% 42.850 6.849 6.163 4.376 3% 35% 32% Beuningen 25.304 3.331 1.901 1.306 13% 8% 5% 24.987 4.241 2.902 1.881 27% 53% 44% Bronckhorst 37.897 5.703 3.910 3.236 15% 10% 9% 35.017 6.216 5.277 4.035 9% 35% 25% Brummen 21.159 3.106 2.278 1.628 15% 11% 8% 19.963 3.244 2.805 2.141 4% 23% 32% Buren 25.667 3.855 2.146 1.336 15% 8% 5% 25.736 3.916 3.396 1.755 2% 58% 31% Culemborg 27.414 3.301 1.907 1.509 12% 7% 6% 28.542 4.035 3.041 1.969 22% 59% 30% Doesburg 11.503 1.717 1.094 727 15% 10% 6% 10.874 1.697 1.493 1.002-1% 36% 38% Doetinchem 56.136 7.494 4.858 4.018 13% 9% 7% 57.430 7.857 7.122 5.556 5% 47% 38% Druten 18.102 2.304 1.417 919 13% 8% 5% 18.912 2.971 2.112 1.338 29% 49% 46% Duiven 25.510 2.918 1.776 1.357 11% 7% 5% 24.601 4.160 2.574 1.791 43% 45% 32% Ede 107.623 12.615 8.305 7.414 12% 8% 7% 117.772 15.040 11.648 9.074 19% 40% 22% Elburg 22.112 2.874 1.772 1.400 13% 8% 6% 22.467 2.817 2.652 1.926-2% 50% 38% Epe 32.954 4.950 3.407 2.903 15% 10% 9% 32.972 4.868 4.525 3.529-2% 33% 22% Ermelo 26.306 3.711 2.549 2.141 14% 10% 8% 26.564 3.806 3.422 2.787 3% 34% 30% Gelderland 1.992.180 261.189 167.656 136.889 13% 8% 7% 2.032.143 284.874 236.376 171.899 9% 41% 26% Geldermalsen 26.289 3.526 2.111 1.453 13% 8% 6% 26.177 3.612 3.146 2.053 2% 49% 41% Groesbeek 18.981 2.794 1.937 1.764 15% 10% 9% 18.425 2.924 2.517 2.091 5% 30% 19% Harderwijk 43.092 5.163 3.226 2.693 12% 7% 6% 48.186 6.432 4.804 3.599 25% 49% 34% Hattem 11.708 1.668 1.129 924 14% 10% 8% 11.581 1.675 1.542 1.135 0% 37% 23% Heerde 18.313 2.618 1.759 1.440 14% 10% 8% 18.161 2.679 2.475 1.849 2% 41% 28% Heumen 16.623 2.379 1.628 1.063 14% 10% 6% 15.940 2.885 2.267 1.696 21% 39% 60% Lingewaal 10.921 1.518 894 606 14% 8% 6% 10.618 1.477 1.323 784-3% 48% 29% Lingewaard 45.084 6.581 3.709 2.516 15% 8% 6% 46.024 7.118 5.976 3.404 8% 61% 35% Lochem 33.313 5.068 3.887 3.344 15% 12% 10% 33.135 5.334 4.833 4.021 5% 24% 20% Maasdriel 23.798 3.191 1.860 1.468 13% 8% 6% 23.376 3.479 2.702 1.849 9% 45% 26% Millingen aan de Rijn 5.857 836 471 380 14% 8% 6% 5.694 977 797 439 17% 69% 16% Montferland 35.103 5.017 3.598 2.470 14% 10% 7% 33.247 5.675 4.468 3.675 13% 24% 49% Neder-Betuwe 22.561 2.750 1.574 1.206 12% 7% 5% 22.091 2.888 2.558 1.565 5% 63% 30% Neerijnen 11.836 1.538 906 674 13% 8% 6% 12.243 1.506 1.272 798-2% 40% 18% Nijkerk 39.080 4.928 3.249 2.210 13% 8% 6% 41.974 5.353 4.636 3.293 9% 43% 49% Nijmegen 161.817 18.609 11.467 9.906 12% 7% 6% 174.516 20.301 16.439 11.670 9% 43% 18% Nunspeet 26.714 3.229 2.218 2.023 12% 8% 8% 27.474 3.469 2.961 2.318 7% 33% 15% Oldebroek 22.622 2.780 1.835 1.346 12% 8% 6% 23.367 3.437 2.720 1.752 24% 48% 30% Oost Gelre 30.012 4.047 2.704 2.032 13% 9% 7% 29.583 4.426 3.791 2.869 9% 40% 41% Oude IJsselstreek 40.010 5.625 3.852 3.018 14% 10% 8% 37.611 6.037 4.938 3.633 7% 28% 20% Overbetuwe 45.097 6.014 3.623 2.408 13% 8% 5% 46.366 6.848 5.523 3.325 14% 52% 38% Putten 23.458 2.898 2.055 1.588 12% 9% 7% 24.332 3.141 2.686 2.010 8% 31% 27% Renkum 31.752 4.761 3.551 3.736 15% 11% 12% 31.633 5.041 4.288 3.744 6% 21% 0% Rheden 44.094 6.138 5.058 4.968 14% 11% 11% 42.292 6.298 5.685 6.116 3% 12% 23% Rijnwaarden 10.994 1.670 928 641 15% 8% 6% 10.878 1.618 1.455 842-3% 57% 31% Rozendaal 1.515 236 188 190 16% 12% 13% 1.479 226 203 190-4% 8% 0% Scherpenzeel 9.141 1.160 798 538 13% 9% 6% 9.732 1.062 1.039 798-8% 30% 48% Tiel 41.043 5.076 2.895 2.244 12% 7% 5% 43.049 5.684 4.559 2.893 12% 57% 29% Ubbergen 9.366 1.482 1.019 891 16% 11% 10% 9.136 1.474 1.418 1.062-1% 39% 19% Voorst 23.706 3.534 2.265 1.962 15% 10% 8% 22.851 3.880 3.100 2.325 10% 37% 19% Wageningen 36.695 3.698 2.339 2.574 10% 6% 7% 37.852 3.962 3.135 3.005 7% 34% 17% West Maas en Waal 18.374 2.625 1.592 1.268 14% 9% 7% 17.598 2.618 2.244 1.538 0% 41% 21% Westervoort 15.277 2.128 1.048 715 14% 7% 5% 14.808 2.806 1.931 1.059 32% 84% 48% Wijchen 39.948 5.455 3.327 2.208 14% 8% 6% 39.867 6.447 5.117 3.529 18% 54% 60% Winterswijk 29.028 3.959 2.689 2.509 14% 9% 9% 28.972 4.258 3.517 2.645 8% 31% 5% Zaltbommel 26.218 3.264 2.023 1.520 12% 8% 6% 26.703 3.612 3.072 2.011 11% 52% 32% Zevenaar 31.809 5.121 3.263 2.199 16% 10% 7% 30.838 4.815 4.566 3.085-6% 40% 40% Zutphen 46.953 6.508 3.648 3.206 14% 8% 7% 49.726 7.003 5.885 3.900 8% 61% 22% 3
Figuur 1 Aandeel 75-plussers 2009 (bron, CBS) 14% % 75-plussers 2009 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 4
Figuur 2 Toename aantal 75-plussers 2009 2019 (bron: CBS, provincie Gelderland) 70% Toenam e aantal 75+ 2009-2019 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Rozendaal Renkum Winterswijk Arnhem Nunspeet Apeldoorn Millingen aan de Rijn Wageningen Nijmegen Neerijnen Voorst Groesbeek Ubbergen Lochem Oude IJsselstreek West Maas en Waal Epe Zutphen Ede Hattem Rheden Bronckhorst Gelderland Maasdriel Putten Heerde Tiel Aalten Lingewaal Neder-Betuwe Oldebroek Ermelo Culemborg Rijnwaarden Buren Brummen Berkelland Duiven Zaltbommel Harderwijk Lingewaard Elburg Doesburg Overbetuwe Doetinchem Barneveld Zevenaar Oost Gelre Geldermalsen Beuningen Druten Westervoort Scherpenzeel Montferland Nijkerk Heumen Wijchen 5
2.3 ERMELO In Ermelo wonen in 2009 een groter percentage 75-plussers (8%) dan in Gelderland (7%). Het aantal 75-plussers neemt de komende jaren in Ermelo met 30% sterker toe dan het Gelders gemiddelde van 26%. De toename van de vergrijzing is de komende jaren met 36% het grootst in de kern Speuld. Figuur 3 Bevolkingsontwikkeling 2009 2019 (Bron: CBS, provincie Gelderland) Ermelo Ermelo Speuld Gelderland bevolking 2009 26.306 25.528 778 1.991.062 55-64 3.711 3.601 110 261.191 65-74 2.549 2.483 66 167.657 75+ 2.141 2.089 52 136.889 aandeel 55-64 14% 14% 14% 13% aandeel 65-74 10% 10% 8% 8% aandeel 75+ 8% 8% 7% 7% bevolking 2019 - - - 55-64 3.806 3.701 105 284.874 65-74 3.422 3.321 101 236.376 75+ 2.787 2.716 71 171.899 toename 55-64 3% 3% -5% 9% toename 65-74 34% 34% 53% 41% toename 75+ 30% 30% 36% 26% 6
3 DEMENTIE 3.1 PREVALENTIE VAN DEMENTIE Uit onderzoek is bekend welk percentage van de bevolking een vorm van dementie heeft. Dit percentage is hoger bij vrouwen dan bij mannen, en neemt sterk toe na het 75-ste levensjaar. Onderstaande grafiek geeft de prevalentie aan: Figuur 4 Prevalentie van dementie (bron: ERGO onderzoek 1990 1993) Kans op dementie 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% Man Vrouw 10,0% 5,0% 0,0% 55-59 60-64 65-69 70-74 75-79 80-84 85+ 3.2 ZORG VOOR MENSEN MET DEMENTIE Niet alle mensen die lijden aan dementie wonen in een verpleeghuis of een kleinschalige groepswoning. In feite geldt dit maar voor een minderheid. Uit een onderzoek in 2003 door de Stichting Wonen met Dementie bleek dat het aantal mensen dat opgenomen was in een verpleeghuis of kleinschalig project 18,5% bedroeg van het aantal mensen met dementie. Maar er was in 2003 ook sprake van een grote wachtlijst. Als deze wachtlijst weggewerkt zou worden, zou het aantal opnamen 24,5% van het aantal mensen met dementie bedragen. Voor de provincie Gelderland betekende dit een feitelijke capaciteit in 2003 van 3.635 plaatsen en een prognose voor 2010 van 5.501 plaatsen. In dit onderzoek is uitgegaan van deze ervaringsgegevens. Het kerngetal dat in dit onderzoek is gehanteerd, is 22%. Van het aantal mensen met dementie heeft 22% behoefte aan opname in een verpleeghuis of kleinschalig project. Doorgerekend betekent dit voor het jaar 2009 een behoefte aan 5.750 plaatsen. Uit dit onderzoek, dat alle capaciteit in de provincie heeft geïnventariseerd, blijkt dat het aantal plaatsen aanvang 2010 5.947 bedroeg, iets hoger dus dan de prognose. Dementie index Trekken we de prognose door naar de toekomst, dan heeft Gelderland als geheel behoefte aan 7.365 plaatsen in 2019, een toename in tien jaar van 28%. De dementie index van Gelderland is 1,28. 7
Tabel 2 Dementie en behoefte aan verpleeghuisplaatsen in Gelderland, volgens onderzoek Wonen met Dementie (2003) en volgens huidig onderzoek (2010) Onderzoek Prognose Aantal plaatsen Wonen met Dementie Feitelijk aantal plaatsen 2003 3.635 (2003) Prognose behoefte aantal plaatsen 2010 5.501 Huidig onderzoek Aantal mensen met dementie 2009 26.135 (2010) Schatting behoefte aantal plaatsen 2009 (22%) 5.750 Feitelijk aantal plaatsen 2010 5.947 Aantal mensen met dementie 2019 33.476 Prognose behoefte aantal plaatsen 2019 (22%) 7.365 Hoe zeker is deze prognose? Een belangrijke vraag is hoe zeker deze prognose van de behoefte van het aantal plaatsen wonen met zorg voor mensen met dementie is. Het antwoord moet luiden, dat deze prognose voorzichtig moet worden geïnterpreteerd. Weliswaar blijkt de prognose van 2003 door de stichting Wonen met Dementie iets aan de voorzichtige kant te zijn geweest, en ook de huidige prognose zou iets aan de veilige kant kunnen zijn, maar er zijn tal van factoren die bepalen in hoeverre het voorkomen van dementie daadwerkelijk leidt tot de behoefte aan wonen met zorg voor deze doelgroep. Bij het interpreteren van de cijfers moet rekening worden gehouden met allerlei factoren. We noemen hier de belangrijkste variabelen: 1. Herkenning en erkenning van dementie In welke mate leeft er bij de personen met dementie en de mensen in hun omgeving het besef dat er sprake is van dementie? In hoeverre komt men daar voor uit of probeert men het juist te ontkennen en weg te stoppen? De herkenning en erkenning van dementie is een belangrijke factor in de vraag of mensen de stap nemen naar hulpverlening en daarmee in de vraag naar wonen met zorg. 2. Zorg en situatie thuis Als mensen thuis de zorg kunnen organiseren, zullen zij opname uitstellen. Dit leidt overigens zelden tot afstel. Als mogelijkheden om de zorg thuis te verbeteren kunnen gelden: hulpmiddelen die de dementerende helpen bij het dagelijkse leven, ondersteuning door familieleden dus de nabijheid van kinderen en andere familieleden, dagopvang, respijtzorg zoals tijdelijke opname zodat de verzorgende mantelzorger kan bijkomen, enzovoorts. 3. Verzorgingshuizen Verzorgingshuizen nemen in toenemende mate ook mensen met dementie op en zijn in staat ook de zorg te verlenen die vroeger uitsluitend door verpleeghuizen werd geleverd. Deze ontwikkeling is bevorderd doordat verzorgings- en verpleeghuizen zijn gefuseerd tot grotere organisaties met expertise op meerdere gebieden. En tevens is deze ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt door de ZZP-bekostiging, 8
waardoor het eenvoudiger is om mensen met een zwaardere ZZP ook in het verzorgingshuis adequate zorg te geven. 4. Regionaal Van origine is de opvangtaak voor mensen met dementie regionaal georganiseerd. Per regio werd bekeken wat de behoefte was en de benodigde verblijfscapaciteit werd meestal in het grootste regionale centrum gerealiseerd. Mensen uit de gemeenten en dorpen in de omgeving moesten verhuizen naar dit regionale verpleeghuis. Tegenwoordig is het dankzij kleinschalig wonen mogelijk om ook in kleinere plaatsen kleinschalige capaciteit te realiseren. Daarom deconcentreren veel zorgorganisaties hun capaciteit vanuit het traditionele verpleeghuis naar kleinere bevolkingscentra. Dit heeft geleid tot meer spreiding, maar regionaal is nog steeds sprake van een onevenwichtige verdeling waarbij de grotere plaatsen relatief veel capaciteit hebben, en de kleinere plaatsen relatief weinig. 5. Regelgeving De wet- en regelgeving bepaalt in belangrijke mate de mogelijkheid om capaciteit te realiseren in kleinere plaatsen. Door de huidige bekostigingsstructuur en normen voor verantwoorde zorg is het niet mogelijk om in kleinere plaatsen financieel gezonde kleinschalige projecten te realiseren. De regels veranderen echter vaak, en deze situatie kan in de toekomst dus veranderen. Een andere onzekere factor is het gegeven dat er verschuivingen plaatsvinden in de indicatie criteria. Daardoor kan bijvoorbeeld het aantal mensen met een ZZP7 afnemen, doordat de indicatiecriteria zijn verscherpt. Op de derde plaats bepaalt de overheid ook of een bepaalde indicatie in aanmerking komt voor zorg met verblijf. Voor iedere gemeente die gebruik maakt van deze prognosecijfers is het van belang om zelf een afweging te maken: zet de cijfermatige prognose naast de kwalitatieve inschatting. De conclusie kan leiden dat de prognose van de capaciteit te voorzichtig is, of juist te riant. 3.3 DEFINITIE VAN KLEINSCHALIG WONEN Er is geen eenduidige definitie van kleinschaligheid. Kleinschaligheid kan op vele manieren worden omschreven. We geven hieronder enkele voorbeelden: Naar doel Doel van kleinschalig wonen voor mensen met dementie is hoge kwaliteit van leven na te streven door aandacht voor het welzijn van de bewoner. In deze definitie is de lichamelijke zorg en behandeling niet meer het primaire doel maar de individuele begeleiding Naar middel Medewerkers zo goed mogelijk uitrusten om daadwerkelijk individuele zorg te geven aan de cliënt, in een voor de cliënt herkenbare, veilige en prettige omgeving. Naar vorm Eeen woongroep van maximaal 6 tot 8 personen, waar de cliënt een zelfstandige woonruimte heeft en gebruik kan maken van de gezamenlijke woonkamer. In dit huis 9
wordt zo goed mogelijk een normaal huishouden nagebootst dat overeenkomst met het referentiekader van de cliënten. Er zijn meer definities mogelijk. Omdat er geen eensgezindheid is over de definitie, ontstaan in de praktijk allerlei vormen van kleinschalig wonen. Het gevolg is dat de cliënt en de familie een ruimere keuze hebben aan vormen van wonen met zorg, en iets kunnen kiezen dat bij hen past. Op het moment is dit nog grotendeels theorie, want de vraag is groter dan het aanbod, en de familie neemt meestal niet de tijd om te kiezen omdat er te vaak sprake is van een crisissituatie. 3.4 GEMEENTELIJK BELEID: STAPPENPLAN KLEINSCHALIGE GROEPSWONEN Om gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties te helpen met het gezamenlijk bepalen van het beleid voor de middellange termijn, wordt hieronder een stappenplan beschreven. De gemeente kan vanuit zijn regiseursrol het initiatief nemen, maar ook andere partijen kunnen het initiatief nemen. 1. Nodig alle betrokken partijen in een gemeente aan tafel. Hiertoe behoren alle zorgaanbieders die iets doen of van plan zijn te doen met kleinschalig wonen voor mensen met dementie, en de woningcorporaties die actief zijn in de gemeente met de exploitatie en ontwikkeling van het zorgvastgoed; 2. Neem als uitgangspunt de behoefte en het aanbod zoals vastgesteld in deze studie; dit is zowel de traditionele als de kleinschalige capaciteit. Ook is geinventariseerd welke plannen op stapel staan; 3. Inventariseer met elkaar in hoeverre de cijfers over het huidige en geplande aanbod kloppen met de laatste gegevens. De behoefteprognose is een vast gegeven. Maak zelf de som vraag minus aanbod, op de wijze zoals hij in dit onderzoek is gemaakt. Met de gegevens die in dit onderzoek zijn verstrekt is het mogelijk om zelf de berekening opnieuw te maken; 4. Bediscussieer met elkaar de kwalitatieve factoren zoals hierboven omschreven: herkkenning / erkenning van dementie bij de doelgroep, zorg en situatie bij mensen met dementie thuis, het aantal verzorgingshuizen en de opvang van mensen met dementie in verzorgingshuizen, de stand van zaken rondom de deconcentratie van regionale verpleeghuiscapaciteit, de inschatting van de regelgeving. Voor ieder van deze variabele kan bepaald worden of deze in de plus of min afwijkt van wat men als gemiddelde situatie ervaart voor Gelderland. De uitkomst kan er bijvoorbeeld als volgt uit zien: Variabele Afwijking t.o.v. een Gevolg voor beleid gemiddelde situatie Herkenning / erkenning Traditionele cultuur Behoefte wordt minder manifest waardoor er minder vraag naar capaciteit is Zorg thuis Sterk ontgroend Er is weinig mantelzorg beschikbaar waardoor er meer vraag naar capaciteit 10
is Verzorgingshuizen Geen verzorgingshuis Er is geen opvang mogelijk in verzorgingshuizen Regionale situatie Verpleeghuis in nabijgelegen stad De locale vraag wordt regionaal opgelost Regelgeving Aanscherpen veiligheidsnormen Lastiger om kleinschalig project te bekostigen 5. Inventariseer met elkaar de signalen uit de gemeenschap. Vaak zijn er hulpverleners vanuit de thuiszorg of het maatschappelijk werk die in verschillende dorpen en gemeenten werkzaam zijn en weten wat er lokaal speelt. Deze kennis helpt mee om het beleid te bepalen. 6. Bepaal aan de hand van de verzamelde data welke inspanning de komende jaren wenselijk is. 3.5 KLEINE KERNEN EN DE LANGE TERMIJN BEHOEFTE Het komende decennium zal vooral in vele Gelderse landelijke kernen sprake zijn van een forse vergrijzing waardoor de behoefte aan opvang voor mensen met dementie daar toe zal nemen. Kleinschalig wonen is een goede oplossing voor deze vraag. Veel van deze kernen zijn namelijk voldoende groot voor een kleinschalig project. Bij de realisatie van kleinschalige capaciteit voor mensen met dementie is het verstandig om een lange termijnvisie te hanteren. Vastgoed moet langere tijd renderen om terugverdiend te worden. Is er ook zo lang behoefte aan de bestemming groepswonen? Met andere woorden: gaan deze groepswoningen voldoende lang mee om de investering in vastgoed te rechtvaardigen? Het antwoord luidt bevestigend, maar daar moet wel gelijk bij worden gezegd dat er voorzichtig moet worden omgegaan met heel specifieke bouw, dat wil zeggen bouw die alleen maar geschikt is voor dat ene doel, groepswonen voor mensen met dementie. De behoefte aan wonen met zorg voor mensen met dementie zal in de komende 30 jaar onverminderd blijven stijgen. Onderstaande grafiek brengt deze ontwikkeling in beeld. Regionaal en lokaal kunnen er grote verschillen ontstaan. 11
Figuur 5 Ontwikkeling van het aantal mensen met dementie in provincie Gelderland, 2010 2040 (CBS) Aantal mensen met dementie provincie Gelderland 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000-2010 2020 2030 2040 De nog langere termijn is onzeker. Het CBS publiceert een lange termijn bevolkingsprognose tot en met 2060, en deze laat zien dat na 2040. Deze laat na 2040 een geringe afname zien van het aantal mensen boven de 65. Binnen deze leeftijdscategorie kan het aantal hoogbejaarden nog steeds stijgen, en dat is tussen 2040 en 2050 ook aannemelijk, wat betekent dat het aantal mensen met dementie onverminderd door blijft stijgen. Figuur 6 Ontwikkeling van de Nederlandse bevolking, 2010 2060 (CBS) Bevolkingsontwikkeling Nederland 12.000.000 10.000.000 8.000.000 6.000.000 0 tot 20 jaar 20 tot 65 jaar 65 jaar en ouder 4.000.000 2.000.000-2010 2020 2030 2040 2050 2060 De conclusie uit bovenstaande cijfers is dat het aantal mensen met dementie nog decennialang zal stijgen en in ieder geval op een hoog niveau zal blijven. Lokaal kunnen de ontwikkelingen verschillen. Grotere nieuwbouwwijken vergrijzen en masse; 50 jaar na de geboortegolf is er de Alzheimergolf. Oude kernen waar weinig uitbreiding heeft plaatsgevonden en waar jongeren uit zijn weggetrokken zullen juist minder behoefte aan opvang krijgen op de lange termijn. 12
Wil men echter zeker weten dat het zorgvastgoed dat men realiseert deze lange periode voor deze functie zal renderen, dan speelt er behalve de kwantitatieve ontwikkeling ook een kwalitatieve ontwikkeling een rol: wat zal de zorgconsument van de toekomst wensen aan woonkwaliteit? Natuurlijk kan niets met zekerheid worden voorspeld. Maar terugkijkend op de afgelopen decennia zien we een stijgende lijn: 1970: verpleegafdelingen van 30 1980: vierpersoonskamers 1990: tweepersoonskamers 2000: eenpersoonskamers met gedeeld sanitair 2010: eenpersoonskamers met eigen sanitair 2020? De kans is groot dat in 2020 er behoefte is aan meer woonkwaliteit. Hier en daar zien we dit al ontstaan: in plaats van een kleine kamer heeft een bewoner een klein appartement met eigen sanitair, een kookhoek, en soms zelfs apart ruimten voor slapen en wonen. Wat betekent dit alles voor de beleidskeuzes van de toekomst? Een gebouw moet lang renderen. De vraag lijkt wel aanwezig te zijn gedurende vele decennia. De kwalitatieve vraag is zich echter aan het ontwikkelen. Gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties moeten zelf een scenario bepalen. Elementen kunnen zijn: 1. Woonkwaliteit, maar betaalbaar Mikken op hoge maar betaalbare woonkwaliteit. 2. Specifiek bouwen voorkomen Zo min mogelijk functiespecifiek bouwen, maar rekening houden met functiewijzingen op middellange termijn (20 jaar bijvoorbeeld); 3. Gebruik maken van bestaand vastgoed In kleine centra die ontgroenen kan gebruik worden gemaakt van bestaand vastgoed. Op dit moment is de betaalbaarheid van deze kleinschalige projecten nog een probleem. Als dat probleem wordt opgelost, kan in veel kernen worden volstaan met een klein project van één, twee of drie groepen, en in deze omvang is het relatief makkelijk gebruik te maken van bestaande gebouwen die minder courant worden door de ontgroening. 3.6 METHODE VAN ONDERZOEK Dit deel van het onderzoek had tot doel alle verblijfscapaciteit voor mensen met dementie te inventariseren. De stappen waren: Uit verschillende databronnen is een lijst samengesteld met alle aanbieders en alle projecten en verblijfsvoorzieningen (verblijf zwaar) voor mensen met dementie in de provincie Gelderland. De organisaties zijn via e-mail benaderd met een vragenlijst. Gevraagd is: Klopt het overzicht van de projecten en voorzieningen? Zo nee, vul aan; Wat zijn de plannen voor de komende jaren? 13
In een tweede ronde zijn de organisaties benaderd met een vragenlijst om extra gegevens te verstrekken over de kleinschalige projecten. Respons De respons was zeer hoog: Eerste ronde Tweede ronde A Wil niet meewerken 4 B Nog niets ingevuld 1 C Ingevuld Nog niet ingevuld D Ingevuld 89 Totaal 94 De vijf organisaties die niet hebben meegewerkt waren kleine organisaties. Hun capaciteit is voorzover bekend uit de databestanden gewoon meegenomen in de inventarisatie. Er is echter geen informatie over plannen. Kleinschalig en traditioneel In dit onderzoek is kleinschaligheid gedefinieerd als verblijf waarbij bewoners een gezamenlijke huishouding voeren in een gezamenlijke woning. Het overige aanbod is gekwalificeerd als traditioneel. Hard en zacht De organisaties is gevraagd naar hun plannen voor de toekomst. Daarbij is gevraagd naar de realisatiestatus: Hard: voorbereiding bouw bouw gaande Zacht: idee plan Peildatum Peildatum is ultimo 2010. 14
4 ERMELO EN DEMENTIE In het vorige hoofdstuk is een algemene introductie gegeven over dementie en kleinschalig wonen. In dit hoofdstuk volgen de cijfers die van belang zijn voor gemeente Ermelo. 4.1 DEMENTIE INDEX Ermelo: 1,50 (Gelderland: 1,28) De dementie index geeft aan hoe sterk het aantal mensen met dementie toeneemt tussen 2009 en 2019 (1 = blijft gelijk, 2 = verdubbelt). De dementie index van Ermelo ligt met 1,50 ver boven die van de provincie Gelderland als geheel (1,28). 4.2 VRAAG VERSUS AANBOD GEMEENTE In Ermelo zal de komende jaren mogelijk capaciteit voor mensen met dementie gebouwd worden, waardoor het aantal plaatsen mogelijk toeneemt tot 109. Onderstaande grafiek laat zien de behoefte aan verblijfsplaatsen zwaar voor mensen met dementie 2009: 90 2019: 136 de capaciteit (zowel traditioneel als kleinschalig) nu en de komende jaren Huidig: 27 Bestaand + harde 1 plannen: 27 Bestaand + harde + zachte plannen: 109 het tekort of overschot van capaciteit Tekort 2009: 27 Tekort 2019: 109 Tekort als de zachte plannen ook worden gerealiseerd: tekort 27 Zie tevens het overzicht van projecten in de bijlage. 1 Hard: voorbereiding bouw / bouw gaande. Zacht: idee / plan. 15
Figuur 7 Tekort / overschot verblijfsplaatsen dementie Ermelo (dementie index 1,5) 150 136 109 100 90 Aantal plaatsen 50 0-50 Vraag 2009 Vraag 2019 27 27 Aanbod 2009 Aanbod Aanbod 2019 2019 bestaand bestaand + hard + hard + zacht Saldo 2009 Saldo Saldo 2019 2019 bestaand bestaand + hard + hard + zacht -100-150 -63-109 -27 4.3 VRAAG VERSUS AANBOD KERNEN De opvang van mensen met dementie vindt bij voorkeur plaats binnen de eigen gemeenschap. Hieronder is weergegeven hoe groot de behoefte is aan verblijfsplaatsen per kern, en hoe groot het feitelijke aanbod is. Hieruit kan worden afgeleid welke inspanning nodig is voor de toekomst. Figuur 8 Behoefte verblijfsplaatsen dementie (PG) per kern 140 132 120 100 80 88 2009, plaatsen PG 2019, plaatsen PG 60 40 20 0 Ermelo 2 3 Speuld 16
Figuur 9 Vraag, tekort / overschot verblijfsplaatsen dementie per kern Ermelo Speuld Vraag 2009 88 2 2019 132 3 Dementie-index 1,50 1,54 Aanbod 2009 27-2019 hard 27-2019 hard+zacht 109 - Tekort/overschot 2009-61 -2 2019 hard -105-3 2019 hard+zacht -23-3 Binnen de gemeente Ermelo heeft de kern Speuld de hoogste dementie index: 1,54. In Ermelo zelf is beperkt aanbod aanwezig. Er bestaan plannen om extra capaciteit te ontwikkelen. Als dat gebeurt, blijft er een tekort aan plekken bestaan. 4.4 ADVIES Ermelo: Realiseer de lopende plannen voor 82 extra plaatsen Realiseer aanvullende kleinschalige capaciteit voor 4 groepen van 6 bewoners Speuld Het draagvlak voor een kleinschalig project is in deze kern erg klein. Een innovatief project voor deze doelgroep valt nooit uit te sluiten. 17
5 MENSEN MET EEN BEPERKING EN GGZ De vorige twee hoofdstukken van deze factsheet hadden tot onderwerp kleinschalig groepswonen voor mensen met dementie. We stappen nu over op een andere doelgroep: mensen met een beperking. Behalve vraag en aanbod naar kleinschalig groepswonen voor mensen met dementie, is in het onderzoek ook getracht een overzicht te krijgen van vraag en aanbod naar groepswonen met zorg voor mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking. 5.1 VEELZIJDIGE VRAAG Het landschap van wonen en zorg voor deze mensen is zeer divers en veelzijdig. In tegenstelling tot het ziektebeeld dementie, is het bij beperkingen van verstandelijke en psychiatrische aard veel lastiger een scherp beeld te krijgen van de aard en omvang van de vraag naar wonen met zorg. De prevalentie is minder scherp af te bakenen, maar vooral de maatschappelijke vertaling van beperkingen naar oplossingen is sterk afhankelijk van talloze sociale factoren die wisselen naar plaats en tijd. Goede informatie over ziektebeelden en de relatie met beleid op het gebied van wonen en zorg is te vinden in de Nationale Atlas Volksgezondheid 2 en het Nationaal Kompas Volksgezondheid 3. Het is altijd nuttig voor beleidsmakers om zich eigen te maken met deze basisinformatie. 5.2 DEFINITIE WONEN MET ZORG In dit onderzoek is een werkdefinitie gehanteerd van wonen met zorg en zorg met verblijf : Wonen met zorg is het gecombineerde aanbod van een woning met zorg. Zorg met verblijf is het zelfde, met als enige verschil dat de woning betaald wordt uit de AWBZ in plaats van door de cliënt zelf. In het vervolg wordt gesproken over wonen met zorg, waarbij ook zorg met verblijf bedoeld wordt. Belangrijk is te beseffen dat er geen scherpe afbakeningen zijn tussen allerlei vormen van wonen met zorg. Ook de traditionele verblijfsvormen als GVT, RIBW, PAAZ, instellingen, zijn langzamerhand een kleinschaliger aanbod gaan creëren. Het is niet meer vanzelfsprekend dat een intramurale plaats (een verblijfsplaats conform de WTZi, Wet Toelating Zorginstellingen) altijd in een grote instelling ligt. En omgekeerd, ook scheiden van wonen en zorg kan deel uitmaken van een grootschalig project. Gegeven de onduidelijke begrenzing van woonvormen, is er in dit onderzoek voor gekozen alle vormen van wonen met zorg te inventariseren, ongeacht de omvang van het project en ongeacht het bekostigingsregime. Daar waar een organisatie woningen in 2 3 http://www.zorgatlas.nl/ http://www.nationaalkompas.nl/ 18
combinatie met zorg aanbiedt, al dan niet geclusterd, is dit meegeteld in de inventarisatie. Alleen het puur individuele aanbod - daar waar sprake is van puur individueel wonen met ambulante zorg aan huis is niet meegeteld in de inventarisatie. Onderstaand is samengevat welke voorzieningen wel zijn meegeteld in de inventarisatie, en welke niet. Wel Niet Langdurig verblijf in een instelling Verblijf in een RIBW (Regionale instellingen voor begeleid wonen GVT s (Gezinsvervangende tehuizen) Groepswoning met gedeelde huiskamer Zelfstandig appartement, geclusterd bij een gezamenlijke huiskamer Zelfstandig appartement, nabij een gezamenlijke huiskamer Gedeelde woning Begeleid zelfstandig wonen, ambulant aangeboden in de eigen woning Kortdurend verblijf (met behandeling) Werk Onderwijs Er is een relatie tussen de woonvorm en aard en mate van de beperking. Rechtevenredig is deze relatie echter niet. Om een en ander aanschouwelijk te maken, volgen hier enkele voorbeelden van wonen en zorg die zijn meegenomen in de inventarisatie: Instellingsverblijf: cliënten die verblijven in een traditioneel paviljoen (die er natuurlijk steeds minder zijn), daar een eigen kamer hebben en verder gebruik maken van gezamenlijk sanitair en woonruimte Wonen op een instellingsterrein: cliënten die op een instellingsterrein wonen in een modernere voorziening, bijvoorbeeld een groepswoning waarbij zij een zelfstandig klein appartement hebben met eigen sanitair, maar waar zij ook veelal gezamenlijk eten in een gezamenlijke woonkamer. Overdag werken zij elders, of doen zij activiteiten elders. Groepswoning: een kleinschalig project in de wijk waarbij de cliënten in een groepswoning wonen. Zij hebben hun eigen kamer, vaak met sanitair maar niet altijd, en zij delen een gezamenlijke woonkamer. Losjes gegroepeerde appartementen: steeds vaker komt het voor dat cliënten een eigen appartement(je) hebben, en in of nabij het woongebouw gebruik maken van een gezamenlijke ruimte. Gestippeld wonen: binnen een woongebouw wonen cliënten op verschillende adressen tussen andere bewoners. Een woning delen: enkele cliënten delen een reguliere woning. 5.3 BEHOEFTE EN AANBOD De behoefte aan wonen / verblijf met zorg voor mensen met een verstandelijke / meervoudige beperking of cliënten van de GGZ is niet absoluut aan te geven. Dit heeft 19
vele oorzaken. In de kern komt het er op neer dat de behoefte aan verblijf een resultante is van allerlei plaats- en tijdgebonden factoren. Wat in dit onderzoek daarom wordt gedaan, is de feitelijke situatie vergelijken met wat gemiddeld gebruikelijk is. Hierbij worden twee referentiecijfers gehanteerd: 1. het gemiddelde aanbod aan intramurale en semimurale plaatsen in heel Nederland (bron VGN en GGNet) 2. het gemiddelde aanbod aan intramurale en semimurale plaatsen in Gelderland. Dit is het totaal aan geïnventariseerde plaatsen in dit onderzoek. Dit laatste cijfer ligt hoger dan de hierboven genoemde cijfers omdat, in tegenstelling tot de cijfers van VGN en GGNet, álle aanbieders in dit onderzoek zijn meegenomen, niet alleen de leden van VGN en GGNET, ook alle niet aangesloten organisaties en kleinere extramurale projecten zijn meegeteld, zolang het groepswonen betreft. 5.4 GEMEENTELIJK BELEID Wat is de relevantie van deze cijfers voor het gemeentelijk beleid? Een gemeente kan zien in hoeverre de capaciteit voor wonen met zorg afwijkt van de regionale of landelijke vraag; Een gemeente kan de cijfers gebruiken om samen met de aanbieders en andere ondersteuners beleid te maken voor wonen met zorg voor deze doelgroepen; Een gemeente kan burgerwoonzorginitiatieven helpen met het opzetten van een project, en de cijfers kunnen zicht geven op de marktkansen; Een gemeente kan samen met buurgemeenten optrekken om een oplossing te vinden voor een heel specifieke doelgroep; Een gemeente kan zich bewust worden van het economisch belang van wonen met zorg. Net als bij de doelgroep mensen met dementie, is het van belang om de cijfers voorzichtig te hanteren: Het is niet zo dat alle gemeenten in dezelfde mate wonen met zorg zouden moeten hebben voor deze doelgroepen. De doelgroep is namelijk mobiel, en kiest zelf een woonplaats; Er zijn veel specifieke zorgvragen waarvoor specifieke oplossingen nodig zijn. Niet iedere gemeente hoeft alle oplossingen in huis te hebben. De crux is hier, net als bij het kleinschalig groepswonen voor mensen met dementie, dat de gemeente vooral een overleg onderhoudt met alle betrokken aanbieders. Hier komt alle kennis en informatie bij elkaar. Dat zijn de beste randvoorwaarden om met elkaar te komen tot een goed beleid. Overlegtafels Als een gemeente de behoefte heeft om pro-actief te handelen op het terrein van wonen met zorg voor mensen met een beperking, is het wellicht handig om de volgende suggesties mee te nemen: 20
1. Nodig alle betrokken organisaties uit: aanbieders van wonen, zorg en welzijnsdiensten. Deze factsheet bevat een zo compleet mogelijke lijst van organisaties die werkzaam zijn in uw gemeente op het gebied van wonen met zorg; 2. Tracht te achterhalen welke particuliere initiatieven er in de gemeente zijn, en nodig hen ook uit; 3. Doel van het overleg is om naar de huidige situatie in de gemeente te kijken, en die met elkaar te delen. 4. Inventariseer knelpunten die als gezamenlijke knelpunt worden ervaren. 5. Benoem wat alle partijen gezamenlijk voor elkaar kunnen betekenen. In bovenstaande opsomming is de gezamenlijkheid onderstreept. Een dergelijke overlegtafel is in verschillende gemeenten al gangbaar. Een deel van het vraagstuk is meer regionaal dan lokaal van aard. Een regionale overlegtafel kan daarom zinvol zijn. 5.5 METHODE VAN ONDERZOEK Tot slot een toelichting op de werkwijze die gevolgd is in dit onderzoek. Het geïnventariseerde aanbod wonen en zorg is bedoeld voor de volgende doelgroepen: Mensen met een verstandelijke en meervoudige beperking; Mensen met een beperking op het gebied van de GGZ. Tussen deze twee doelgroepen, die zeer divers zijn qua problematiek, is een zekere overlap. In sommige gevallen is een keuze gemaakt voor de ene danwel de andere categorie. Niet meegenomen in de inventarisatie zijn de volgende doelgroepen: Mensen met een lichamelijke beperking (wel meervoudige beperking); Mensen met een zintuigelijke beperking; Maatschappelijke opvang. De maatschappelijke opvang is weer een categorie die kan overlappen met de GGZ en ook wel de gehandicaptensector. In een aantal gevallen is in dit onderzoek een keuze gemaakt om een project wel of niet onder te brengen bij een categorie die mee is genomen in de inventarisatie. Wij beperken ons in dit onderzoek tot woonvormen. Natuurlijk is er veel meer nodig om mensen met een beperking in staat te stellen te participeren in de samenleving: onderwijs, werk, recreatie, etc. Dit aanbod bestaat in velerlei schakeringen. Daarover gaat dit onderzoek niet. Het inventariserend onderzoek is als volgt uitgevoerd. 21
1. Inventariseren alle aanbieders: de mogelijke aanbieders van kleinschalig wonen voor de doelgroep mensen met een beperking en GGZ zijn bepaald door meerdere bestanden te koppelen 4 ; 2. Inmiddels zijn vrijwel alle aanbieders goed te vinden op internet en publiceren zij voor hun doelgroep ook hun woonmogelijkheden. Het is daardoor mogelijk het overgrote deel van de informatie te halen van internet. Ook kleine particuliere initiatieven zijn vrijwel altijd te vinden op een eigen website, danwel in een van de databestanden hierboven; 3. In een aantal situaties grote organisaties, RIBW s is contact gelegd met de organisatie om een adressenlijst van locaties te verkrijgen. De dekkingsgraad van dit onderzoek kan niet exact bepaald worden, maar ligt naar schatting tussen de 95% en 100%. Alle bekende projecten zijn meegenomen in de inventarisatie. 4 Landelijk overzicht wooninitiatieven van het Landelijk Steunpunt Wonen, Landelijk Kenniscentrum LVG, Landelijk KennisNetwerk Gehandicaptenzorg van Vilans, VGN Kennisportal, GGZ Nederland, Kiesbeter, Mee Gelderse Poort, Mee Doetinchem, Mee Apeldoorn, VWS Jaarverslagen Zorg, CIBG Toegelaten Instellingen WTZi. 22
6 ERMELO EN MENSEN MET EEN BEPERKING / GGZ Na de algemene inleiding in het vorige hoofdstuk, volgen nu de cijfers van de gemeente Ermelo. Figuur 10 Behoefte en feitelijk aanbod van plaatsen VG-MG / GGZ, 2010 Behoefte Ermelo Volgens landelijk gemiddelde Volgens Gelders gemiddelde Feitelijk 2010 Aanbod Ermelo +/- t.o.v. landelijk gemiddelde +/- t.o.v. Gelders gemiddelde Verstandelijk en meervoudig gehandicapten 112 146 883 690% 507% GGZ 54 66 566 948% 756% Mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking Het aantal plaatsen voor mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking in gemeente Ermelo bedraagt 883. Dit is veel hoger dan het landelijk en provinciaals gemiddelde. Ermelo heeft een aantal grote instellingen op het gebied van de mensen met een beperkingzorg en GGZ binnen haar grenzen. Volgens het landelijk gemiddelde zou Ermelo 112 plaatsen aanbieden. Volgens het Gelders gemiddelde zou dit aantal 146 zijn. Figuur 11 Behoefte versus feitelijk aanbod van plaatsen voor mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking, 2010 1.000 900 800 700 600 500 400 883 Behoefte Ermelo Volgens landelijk gemiddelde Behoefte Ermelo Volgens Gelders gemiddelde Aanbod Ermelo Feitelijk 2010 300 200 100 112 146 Ermelo - Verstandelijk en meervoudig gehandicapten 23
Mensen met een psychiatrische beperking Het aantal plaatsen voor mensen met een psychiatrische beperking in gemeente Ermelo bedraagt 556. Ook dit is veel hoger dan het landelijk en provinciaals gemiddelde. Volgens het landelijk gemiddelde zou Ermelo 54 plaatsen aanbieden. Volgens het Gelders gemiddelde zou dit aantal 66 zijn. Figuur 12 Behoefte versus feitelijk aanbod van plaatsen GGZ, 2010 600 566 500 Behoefte Ermelo Volgens landelijk gemiddelde Behoefte Ermelo Volgens Gelders gemiddelde 400 Aanbod Ermelo Feitelijk 2010 300 200 Ermelo 100 54 66 - GGZ 24
7 BIJLAGE: OVERZICHT PROJECTEN Gemeente Ermelo Tabel 3 Huidig en gepland aanbod wonen en zorg voor mensen met dementie Huidige capaciteit - traditioneel Huidige capaciteit - kleinschalig Toekomstige capaciteit - traditioneel Toekomstige capaciteit - kleinschalig Realisatiejaar van het kleinschalige project Stadium realisatie van het kleinschalige project gemeente plaats wijk organisatie projectnaam Ermelo Ermelo ZNWV Amaniet 0 0 0 22 2013 plan Ermelo ZNWV De Dillenburg 0 0 0 18 2015 idee Ermelo ZNWV Ijsvogel 0 19 0 19 nvt draait Ermelo ZNWV Leemkuul 0 0 0 42 2015 plan Ermelo St. ZorgNvrij Zorgvilla In de Luwte 0 8 0 8 nvt draait Tabel 4 Huidig aanbod wonen en zorg voor mensen met een beperking Gemeente Plaats Aantal plaatsen Locatietype Primaire doelgroep Aanbieder Ermelo Ermelo 23 woonvorm GGZ Eleos Ermelo Ermelo 17 woonvorm verstandelijke beperkingen Flexiehuizen Ermelo Ermelo 4 woonvorm verstandelijke beperkingen Het Groene Huis Ermelo Ermelo 475 instelling GGZ Meerkanten Ermelo Ermelo 44 woonvorm GGZ Meerkanten Ermelo Ermelo 24 woonvorm GGZ Meerkanten Ermelo Ermelo 4 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 19 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 600 instelling verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 16 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 12 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo 25
Ermelo Ermelo 14 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 2 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 15 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 170 instelling verstandelijke beperkingen s Heerenloo Ermelo Ermelo 10 woonvorm verstandelijke beperkingen s Heerenloo 26