D e P r a a l b l o e m



Vergelijkbare documenten
Schaapje Schaap woont op de weide samen met Nina en Osto.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

Johanna Kruit. Gedichten, geïnspireerd door bomen. Geheimen

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje

Dino en het ei. Duur activiteit: 30 minuten Lesdoelen: De kleuters: kunnen een prent linken aan een tekst; kunnen het verhaal navertellen.

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Kom erbij Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser Muziek: Marcel & Lydia Zimmer 2013 Celmar Music / Schröder & Busser

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur.

Gebeden voor jongeren

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Mamma vliegt steeds hoger.

Het kasteel van Dracula

Arie van der Veer & Ellen Laninga. Luister maar. Met illustraties van Rike Janssen. Boekencentrum

Poekie is verdrietig. Want zijn papa en mama gaan scheiden. Geschreven door. Mariska van der Made. Illustraties van. Dick Rink


Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

LITURGIE voor de kinderdienst op zondag 15 februari Oude Jeroenskerk Noordwijk. Thema: Spoorzoekers: Bram: David Baak

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: <Katelyne>

Charles den Tex VERDWIJNING

ik heb t! Gerard van Midden Noëlle Smit

Muis heeft tikkertje gespeeld met Draak. Het is al donker als ze naar huis wil. Muis moet nog een heel eind door het bos.

Verhaal: Jozef en Maria

De bruiloft van Simson

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt.

Niet in slaap vallen hoor!

Welkom in de kerkschoolgezinsdienst van zondag 16 februari Organist Cornelis Jacobi

Herman gaat met zijn dochter Lies naar de dierentuin. Joppie de hond gaat ook mee. Ze gaan gelijk naar de apen, die dicht bij de ingang zijn.

Verhaal 1 ORPHEUS IN DE ONDERWERELD

JEZUS GENEEST EEN BLINDE BEDELAAR

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Je mag stralen je mag huilen je mag dwalen je mag schuilen je mag vragen je mag dromen je mag klagen je mag komen Hij wacht op jou

Storm in het bos. Storm in het bos. Isabel Versteeg Storm in het bos

Zondag 13 december 2009 Tekst: Lucas 1: 39-55

Spel 0 Adam woont in het paradijs. God praat elke dag met Adam. Hij mag alle dieren een naam geven. Wij gaan Adam helpen.

Liedjes Kerstmusical: Volg die ster

DE HEMEL, GODS PRACHTIGE THUIS

Het is herfst in de poppenkast. door Nellie de Kok

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk.

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Lied van de maand

Kijk je mee? Oerwoud. 2006, Parasol N.V. België

GELOOFSVRAGEN EN LEVENSVRAGEN

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

duurde het wel een uur om ze weer naar buiten te krijgen. Zijn ze bang? vraagt Jasmijn. Weer haalt Kirsten haar schouders op. Daar is geen directe

Kinderen zullen zich graag herkennen in de grappige kleine Bever. En wie wil er niet zo n lieve, grote Beer als vriend?

Er vaart een boot op het grote meer

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf.

Adam geeft de dieren namen

Jezus maakt mensen gelukkig

De week van Springmuis.

Liedboekje kinderkoor de Bubbel. september t/m december 2017

Een greep uit een presentatieviering met als thema: Licht zijn voor anderen

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

Bob Hartman. Beste ouders en verzorgers,

Niet bang zijn! God maakt je sterk!

Lotte is er erg blij mee. Ik wilde altijd al een huisdier voor mezelf, zegt ze tegen opa. En nu heb ik er opeens een heleboel.

Ria Massy. De taart van Tamid

Prent 1 : Klaslokaal. De kinderen zingen rond de kerstboom.

Stil blijft Lisa bij de deur staan. Ook de man staat stil. Ze kijken elkaar aan.

TONEELSTUK Marama en de krokodillenrivier.

Noach bouwt een ark Genesis 6-8

HET JUNGLEBOEK Drie verhalen over Mowgli. Rudyard Kipling. in makkelijke taal

De vorm van het verhaal

Marcus 10, Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

Waarom zijn er ongelukkige mensen?

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

Het nachtmerrieneefje Niet bijten, Dolfje! Dolfjes dolle vollemaannacht. Dolfje Weerwolfje. Voor ipad en iphone

Marloes. een handdoek. 2.1 Met Ron naar school. naam: Kijk en vul in: groep: 1 De rat van Ron is nog wild. tam. Wie - wat waar

KLEURPLAAT VLIEGENDE WOLVEN. MIRA, Schoolkrant De Vrije Ruimte 27 oktober 2010 MOPPEN.

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Ga je mee om de wonderlijke wereld van de zintuigen te ontdekken? Linda van de Weerd

Opdrachten thema. Veluwe

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

Liturgie voor de Gezinsdienst. Thema: In de wolken!

Op een avond besloot Dolfje naar de dierentuin te gaan. Er stond een mooie volle maan aan de hemel, dus Dolfje was geen gewone jongen.

Adam en Eva eten van de boom

A. God, wij bidden U voor alle mensen die onzeker zijn over zichzelf: dat zij het vertrouwen in zichzelf hervinden.

(Naar Antoine de Saint- Exupéry)

Alleen in een groot spookhuis. Duncan Neijenhuis Groep 7

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten.


Kinderliedboekje Inhoudsopgave

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Je zintuigen kunnen lang niet alles waarnemen. Veel dieren kunnen beter zien, horen, proeven en ruiken dan de mensen.

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz

GAVE Kerk: werkblad Bijbelklassen en Spoorzoekers

7-12 jaar Scharrelavontuur jaar Scharrelavontuur

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

De olifant die woord hield

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Op reis naar Bethlehem

De boekenbeer Module dans groep 1-2

Zwart = tekst van verhaal Rood = de vragen die de voorlezer tussendoor stelt Blauw = de antwoorden die de kinderen kunnen geven

Transcriptie:

De Praalbloem Drie dagen en drie nachten zingen de kinderen van het dorpshoofd voor hun vader: van het moment dat de zon opgaat tot de maan hoog aan de hemel staat. Maar hij wordt niet wakker. Zijn ogen staren naar de wolken en de sterren hoog boven de bomen zonder ze te zien. Néné Leomé hurkt buiten de kring van zingende kinderen en zingt haar eigen lied in de oude taal, maar steeds zachter. Alsof ze er zelf niet meer in gelooft. Hij wordt niet meer wakker, hè? vraagt Veria. Het is diep in de nacht. Om haar heen liggen Huli en Poem, de jongste zoontjes van het dorpshoofd, te slapen. Ze hebben zich schor gezongen en zijn zo moe dat ze niet meer wakker konden blijven. Néné Leomé antwoordt niet. Ze kijkt omhoog, naar de sterren. Ook haar geest lijkt heel ver weg te zijn. Heeft iemand het weleens geprobeerd, dat medicijn te zoeken? wil Veria weten. De afgelopen dagen heeft ze voortdurend aan de Praalbloem lopen denken. Stel je voor dat die echt zou bestaan Néné Leomé glimlacht triest. O ja, iemand heeft het geprobeerd. Maar hij is nooit teruggekomen. Ze schudt haar hoofd en staart weer naar de sterren. Toen ik net zo jong was als jij nu, vertelde Dadé Leomé me over de bloem die alle ziekten en wonden kan genezen. Een klein plantje is het, Néné, zei hij, maar het straalt als de zon. 33

34 Elk bloemblaadje is een lichtstraal. Zo warm en helder dat het het licht terugbrengt in blinde ogen en de warmte in een dood lichaam. Wie het vindt, kan elke ziekte genezen. Maar het groeit maar op één plaats: op de Geestenberg, boven op een rots die de vorm heeft van een olifant. En op een dag vertrok hij om het te zoeken. Jij moet voor de mensen in het dorp zorgen tot ik terugkom, zei hij tegen mij, want ik ga een lange reis maken: voorbij het Koninkrijk van de Mieren, door de Vleermuisgrot, tot aan de andere kant van de Woedende Rivier en dan verder, voorbij het Fluistergras en de Dansende Nevel, naar de Geestenberg. Maar voor de regens komen, zal ik terug zijn. En dan heb ik de Praalbloem bij me. Néné Leomé schudt droevig haar hoofd. De regens kwamen, maar Dadé Leomé niet. Ik heb gewacht en elk jaar als de regens kwamen weer gehoopt, tot ik zelf oud was. Toen mijn huid zo gerimpeld was als een oud stuk leer, wist ik dat hij nooit meer terug zou komen. Wat kan hem overkomen zijn? vraagt Veria fluisterend. Néné Leomés verhaal lijkt bijna een sprookje, maar dan een sprookje dat echt is gebeurd. De weg naar de Geestenberg is een lange, gevaarlijke weg, antwoordt Néné Leomé. Overal loeren vijanden: grote en kleine, zichtbare en onzichtbare, in het licht en in het donker. Want de geesten willen op hun berg met rust gelaten worden en ze zullen er alles aan doen om indringers tegen te houden. Veria bijt nadenkend op haar lip. Een lange en gevaarlijke

reis maken om een medicijn te halen voor het dorpshoofd, dat is óók een heldendaad. Misschien nog wel een grotere heldendaad dan een leeuw vangen. Zou ze het durven? Ik durf in elk geval op weg te gaan, denkt Veria. En ik durf meer dan ik denk, dat heeft Néné Leomé tegen me gezegd. Ze kijkt naar de sterrenhemel. Er is nog geen rode gloed te zien. Het zal nog een tijd duren voor de zon opkomt en de mensen in het dorp wakker worden. Genoeg tijd om het woud in te trekken en ver weg te zijn voordat haar ouders en Romba zullen ontdekken dat ze weg is Veria doet net of ze moet gapen. Ze wrijft in haar ogen en gaat naast Huli en Poem liggen. Kind, heb je zo n slaap? vraagt Néné Leomé. Ga maar naar je eigen hut; dat is beter dan hier op de grond slapen. Veria knikt dankbaar. Ze heeft er een hekel aan om Néné Leomé te bedriegen, maar ze wil haar niet vertellen wat ze echt van plan is. Misschien zal Néné Leomé haar laten gaan. Of zal ze haar zelfs helpen, zoals bij de Welpenceremonie. Maar als dat niet zo is, zal het veel tijd kosten om haar over te halen en tijd verspillen wil ze niet. Gapend sloft Veria weg, tot Néné Leomé haar niet meer kan zien. Dan rent ze zo snel en zacht als ze kan naar de hut van haar ouders. Bij de ingang luistert ze of iedereen slaapt. Ze hoort de lichte ademhaling van haar moeder, het zware gesnurk van Romba en het nog zwaardere gesnurk van haar vader. Stil en stiekem als een slang gaat Veria de hut binnen. 35

Op de tast vindt ze wat ze zoekt: Romba s kapmes, haar eigen pijl-en-boog, wat vruchten en paddenstoelen, een mand en de vuurstenen van haar moeder. Ze verzamelt alles wat ze nodig heeft om te kunnen jagen en eten. En om zich te kunnen verdedigen als dat moet. Op haar tenen sluipt ze de hut uit. Tot ziens, fluistert ze tegen haar vader en moeder. Hopelijk horen ze het in hun dromen. En tot ziens, Romba. Als ik terugkom, mag je mij je leeuwentand geven. Als ik terugkom, denkt Veria. Het bospad van rode aarde dat ze overdag zo vaak gevolgd heeft, verdwijnt als een donkere tunnel in een muur van bomen. Wie weet wat er daar in het duister op haar loert Ze klemt het kapmes stevig in haar hand. Hopelijk helpt het ook tegen geesten. Het woud ligt donker en doodstil op het opgaan van de zon te wachten. Tastend, stapje voor stapje, loopt Veria het pad af. Op een paar dunne straaltjes maanlicht na, die tussen de takken door vallen, is er geen enkel licht. Veria moet op haar oren vertrouwen. Behalve een paar insecten die tussen de bladeren ritselen, zoemen en piepen, hoort ze niets. Of toch? Veria blijft staan en luistert scherp. Ze hoort de insecten en het geruis van het bloed in haar oren. En een zacht geritsel achter haar dat steeds dichterbij komt. Veria pakt haar boog. In het donker zal ze nooit kunnen richten, maar misschien dat het geluid van een vliegende pijl het dier zal afschrikken. Wat het ook is 36

Het geritsel komt dichterbij. Het is een dier dat sluipt, maar toch haast heeft. Snel en zacht zet het zijn poten neer. Stap. Stap. Twee poten. Geen vier. Is het een aap? Een grote vogel? Een mens? Of misschien een geest? Het komt steeds dichterbij. Het weet dat ik hier ben, denkt Veria. Het zoekt mij. Zo stil als ze kan, loopt ze achteruit, tot ze bij het struikgewas komt. Ze verstopt zich onder een hoge, groene plant met bladeren die bijna even groot zijn als zij zelf. Als ze haar achtervolger ziet voor hij haar ziet, kan ze hem misschien overmeesteren.

38 Hij is heel dichtbij. Veria hoort niet alleen zijn voetstappen, maar ook zijn ademhaling. Ze legt een pijl op haar boog en spant de pees. Haar achtervolger is nu zo dichtbij dat ze hem kan ruiken. Hij ruikt naar zweet en naar een bekende geur. HAAAAAAA! Met een grote schreeuw springt Veria uit het struikgewas. Haar pijl suist door de lucht. Er klinkt een gil. Met een zware plof valt haar achtervolger op de grond. In twee tellen is Veria bij hem. Ze heft haar kapmes om hem zijn kop af te hakken, als het nodig is. Veria, nee! schreeuwt een bekende stem. Ik ben het! Ik! Veria laat haar mes zakken. Ze strekt haar hand uit. Onder haar vingertoppen voelt ze een bekend gezicht. Het is Romba!