Pagina 1 van 6 EISEN T.A.V. HET GEBRUIK EN TRANSPORT VAN GASFLESSEN INLEIDING In de praktijk is er behoefte om cilinders te vervoeren met niet speciaal daarvoor ingerichte voertuigen, zoals bijvoorbeeld bestel- en bedrijfswagens. Het vervoer van gasflessen in cilinders (klasse II) mag ingevolge het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) en het reglement Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen (VLG) slechts plaatsvinden onder bepaalde voorwaarden. Voor het vervoer van beperkte hoeveelheden verpakte gevaarlijke stoffen gelden minder zware eisen. Deze eisen zijn vastgelegd in randnummer 10.011 van het ADR. Dit randnummer is bedoeld om het vervoer over de weg van kleine hoeveelhedengevaarlijke stoffen vrij te stellen van de meeste voertuigvoorschriften en opleidingseisen uit bijlage B van het ADR. Dit geldt alleen voor verpakte goederen (gassen in cilinders, cryogene vaten), dus niet voor bulkvervoer in tanks. Geheel vrijgesteld van alle voorschriften TEN AANZIEN zijn: - Particulier vervoer voor huishoudelijk gebruik, zoals bijvoorbeeld een gasfles voor in de caravan of een zuurstoffles voor een carapatiënt; - Vervoer voor de bouw, toezicht, herstel of onderhoud, mits de hoeveelheden niet meer zijn dan de maxima vermeld in randvoorwaarde 10.011 en de hoeveelheid van 450 kg per verpakking niet wordt overschreden. Voorbeelden hiervan zijn mobiele werkplaatsen en serviceauto s. Echter het gebruik en transport van gasflessen neemt bepaalde risico s met zich mee. Het verdient daarom zeker aandacht. In deze informatie staan algemene als eerste kenmerken en eigenschappen van gasflessen weergegeven. Daarnaast zullen enkele belangrijke aanwijzingen worden gegeven, welke kunnen worden gebruikt tijdens het transport van gasflessen. ALGEMENE KENMERKEN EN EIGENSCHAPPEN Soorten gasflessen Gasflessen, uitgezonderd die voor propaan, butaan of koelgassen, zijn op de schouder van de fles voorzien van een laag verf in een bepaalde kleur welke het gevaarsaspect van het aanwezige gas aangeeft. Daarnaast hebben sommige specifieke gassen hun eigen kleur. Deze kleurcodering is vastgelegd in NEN-EN 1089-3. Er is geen wettelijke verplichting voor deze kleurcodering, maar in de praktijk volgen de gasleveranciers de vermelde norm. Deze kleurcodering vormt een belangrijk hulpmiddel voor de opslag van gasflessen. Op grond van PGS 15 moeten gasflessen met gelijksoortige gevaarsaspecten bij elkaar worden opgeslagen. De kleurcodering vereenvoudigt dit. Daarnaast voorkomt de kleurcodering dat per vergissing een verkeerde gasfles wordt opgepakt. Hierna zijn de kleurcoderingen van de meest voorkomende gevaarsaspecten weergegeven: Daarnaast zijn aan sommige gassen vaste kleuren toegekend. Argon: RAL 3000 (rood) Acetyleen: RAL 3009 (kastanjebruin) Toolbox:
Pagina 2 van 6 Zuurstof: RAL 9010 (wit) Stikstof: RAL 9005 (zwart) Stikstofdioxide (lachgas): RAL 5010 (donkerblauw) Koolzuur: RAL 7037 (grijs) Etikettering Het etiket geeft de verplichte informatie over de inhoud van de gascilinder. De opmaak van het etiket kan per gassenfabrikant verschillen. Tekst en symbolen moeten echter altijd aan de wettelijke voorschriften voldoen Het etiket is de enige bindende verwijzing naar de inhoud van de gascilinder. De kleur van de cilinderschouder geeft extra informatie omtrent de gevaareigenschap van de gasinhoud b.v. giftig, (geel), brandbaar (rood), oxiderend (lichtblauw), verstikkend (lichtgroen) etc. Deze blijft ook herkenbaar als het etiket b.v. op grotere afstand onleesbaar is. Figuur 1: voorbeeld van een etiket 300/500/5000 mm WK (30 50-500 millibar) De druk van het gas in de gasfles moet, voordat we het kunnen gebruiken, verlaagd worden. De hoge druk wordt uitgedrukt in bar of Atm of Ato (atmosfeer en atmosfeer overdruk). Deze lage druk wordt uitgedrukt in mm waterkolom (mm WK). Een druk van 300 mm WK kan een kolom van 30 cm omhoog drukken.) Ter vergelijking: 1 Atm kan 10 m water omhoog drukken!). Welk type u heeft, wordt bepaald door de apparatuur. Dit kan 30, 50 of in enkele gevallen 500 mbar zijn (Primus installaties). Zorg dat u bij aanschaf van een nieuwe drukregelaar het juiste type kiest. Kijk op de oude, of raadplaag de gebruiksaanwijzingen. Kunt u helemaal geen typeaanduiding vinden, informeer dan bij uw dealer. Indien er op één gasfles apparaten met een verschillende gasdruk aangesloten worden, dan moeten er ook verschillende drukregelaars gebruikt worden Indicatie leeg/vol De enige juiste methode om er achter te komen, hoeveel gas er nog in de fles zit, is weging. Tijdens het afnemen van gas verdampt er steeds net zoveel vloeistof dat er weer evenwicht ontstaat. De druk blijft daardoor constant (afhankelijk van de temperatuur). Pas als de fles bijna op is, zal de druk beginnen te dalen. Een manometer geeft ons dus GEEN indicatie van de hoeveelheid gas die nog beschikbaar is. Maar, zodra de druk begint af te nemen, weten we dat we aan het laatste gas toe zijn! Toolbox:
Pagina 3 van 6 Keuring gasflessen Gasflessen en tanks zijn onderhevig aan de strenge veiligheidseisen van de Dienst van het Stoomwezen. Hierdoor gebeuren er maar heel weinig ongelukken mee. Eén van de eisen is, dat de gasfles elke tien jaar gekeurd moet worden. Indien u uw gasfles niet laat vullen, maar omruilt, zal er bij elke omruiling rekening gehouden worden met het jaartal van keuring. Dit is op de kraag van de fles ingeslagen. Propaan/butaan Er zijn twee gassoorten met verschillende eigenschappen, die in de praktijk veel gebruikt worden: butaan en propaan. Butaan heeft als voordeel dat het goedkoper is dan propaan, maar bij een temperatuur van 5 ºC of lager kan het niet meer gebruikt worden. De vloeistof gaat dan niet meer in gas over terwijl de fles nog helemaal vol kan zijn. Propaan is een duurder gas, maar dit kan tot 44 ºC worden gebruikt. Een volle fles is echter nooit vol. Er is altijd een ruimte van minimaal 15% van de flesinhoud boven de vloeistof vrij. Zou dit niet het geval zijn, dan zou het gevaar bestaan, dat bij verwarming, als de fles bijvoorbeeld in de zon staat of in een warme bedrijfswagen zou kunnen oplopen, dat de fles zou kunnen exploderen. Laat uw flessen daarom altijd vullen of ruil ze om bij een erkend gasvulstation of leverancier. Vul NOOIT, of laat de flessen NOOIT vullen, met autogas bij een LPG station! Niet zozeer omdat het strafbaar is, maar vooral omdat het levensgevaarlijk is! Opslag van gassen Bedenk dat propaan en butaan ZWAARDER zijn dan lucht. Lekkend gas zakt dus naar beneden. Daarom NOOIT deze flessen in kelders of in bergruimtes bewaren. Ook niet in slecht geventileerde ruimten. Bij het constateren van een gaslucht geen licht aan- of uitschakelen, ook geen andere elektrische apparaten. Elke schakelaar kan een vonk geven die het gasmengsel kan laten ontploffen. Het beste is om gasflessen overdekt buiten op te slaan, zodat deze goed geventileerd worden. Een ander belangrijk aspect bij de opslag van gasflessen is dat de flessen goed geborgd moeten zijn tegen omvallen, hiervoor kunnen kettingen en/of hekken worden gebruikt. Transport van gasflessen Gasflessen dienen altijd staand met de aansluiting naar boven vervoerd te worden, dit geldt ook indien gasflessen in de auto of in de bedrijfswagen vervoerd worden. Bedenk dat 1 druppel vloeibaar gas 250x zoveel wordt in gasvorm. In een kofferbak of auto is dan al snel de explosiegrens bereikt! Veilige reis: De wet schrijft tevens voor, dat gasflessen met een gasflesriem of tailleband voor gasflessen worden vastgezet; Controleer vóór het laden of de afsluiters van de te laden cilinders goed gesloten zijn; Niet roken / open vuur; Controleer de cilinderafsluiters; Plaats op de cilinder een beschermkap (indien mogelijk); Ventileer het voertuig (ramen open); Koppel apparatuur zoals drukregelaars, slangen en branders los; Laad bij aankomst of een langdurige stop de cilinders meteen uit en bewaar ze op een geventileerde plaats. Toolbox:
Pagina 4 van 6 Aanwijzingen en tips voor opslag en transport van gasflessen Toolbox:
Pagina 5 van 6 Lees deze informatie zorgvuldig en bewaar het! Toolbox:
Pagina 6 van 6 INSTRUCTIE TOOLBOXLEIDER 1. Deel de toolboxonderwerpen uit en geef 5 minuten doorleestijd; 2. Noteer de namen van de aan- en afwezigen; 3. Behandel het toolboxonderwerp kort; 4. Vragen aan de groep: Wat vinden jullie van het transport van gasflessen binnen onze organisatie? Wat vinden jullie van de opslag en het gebruik van gasflessen binnen onze organisatie? Welke maatregelen zijn er binnen ons bedrijf genomen ten aanzien van het veilig transporteren van gasflessen? Belangrijk: onthoud de aanwijzigen en tips aan het einde van deze toolbox!!!! 5. Behandel en noteer de opmerkingen en vragen vanuit de groep; 6. Vat het toolboxonderwerp en de bespreking aan het einde samen; Neem contact op met de afwezigen en licht de samenvatting van de toolbox toe. VERSLAG TOOLBOX BIJEENKOMST Datum: Aanwezigen:......... Afwezig:...... Korte beschrijving van de besproken punten: 1. 2. 3. 4. Vragen en opmerkingen: Toolbox gehouden door: Paraaf: Toolbox: