Gerechtelijk Wetboek

Vergelijkbare documenten
Gerechtelijk Wetboek. HOOFDSTUK Vquater. De gerechtelijke stage

Parketjurist. Parketjurist bij de parketten van de rechtbanken van eerste aanleg.

Hoge Raad voor de Justitie Conseil supérieur de la Justice. Parketjurist. Parketjurist bij de parketten van de rechtbanken van eerste aanleg.

Gerechtelijk Wetboek

[Artikel 1. [ 1. De wedden van de ambtsdragers bij de Raad van State worden vastgesteld als volgt (in euro):

(B.S ) Historisch overzicht van de nog geldende wetten tot wijziging van de wet van 5 april 1955

21 MEI Koninklijk besluit houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen.

GERECHTELIJK WETBOEK TITEL VI

HOOFDSTUK I. Definities. Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Bij zijn verzoek tot inschrijving op de lijst van de stagiairs maakt de kandidaat-stagiair aan het secretariaat van de Orde volgende documenten over:

Versie van DEEL III De wedde Inhoudsopgave 1. Wettelijke en reglementaire basis 2. Algemeen 2.1 Definitie van de wedde 2.1.

Benoemingsvoorwaarden

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan.

==================================================================== Artikel 1

STAGEREGLEMENT KONINKLIJK BESLUIT VAN 13 MEI 1965 TOT GOEDKEURING VAN HET DOOR DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE DER ARCHITECTEN VASTGESTELD

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

Algemene regels inzake de werking van de stagecommissies

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw )

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter R. Henneuse en de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, bijgestaan door de griffier F.

12 DECEMBER Wet tot vaststelling van de arbeidsduur. van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen,

Versie van DEEL V Titel II Hoofdstuk II Uurtoelage voor bijkomende dienstprestaties Inhoudsopgave

MANDATENLIJST EN VERMOGENSAANGIFTE

Lenteseminarie van de gerechtelijke stagiairs

Programmawet van en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990

DE RAAD VOOR VERKIEZINGSBETWISTINGEN VLAAMS-BRABANT

STATUTEN VZW LET US CHANGE ETHIOPIË ADRES: MINNEVELD 13, 3000 L EUVEN ONDERNEMINGSNUMMER: GERECHTERLIJK ARRONDISSEMENT: LEUVEN

Verkiezing van de leden van de. Adviesraad van de magistratuur

Brussel, 3 juli Gerechtelijke stagiairs. Keuze korte - lange stage. Buitenstage.

Reglement Commissie van beroep voor de examens Mondriaan

WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT. Boek XIII

Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.

MODELCONTRACT 1 STAGEOVEREENKOMST

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15;

Reglement Tuchtcommissie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Roermond,

Rolnummer Arrest nr. 123/2008 van 1 september 2008 A R R E S T

CONTROLE OP DE VERKIEZINGSUITGAVEN EN DE BOEKHOUDING VAN DE POLITIEKE PARTIJEN. Huishoudelijk reglement van de commissie 1

You created this PDF from an application that is not licensed to print to novapdf printer (

KONINKLIJK BESLUIT 26 MAART 2005 :

KLACHTENREGELING CEDERGROEP

Rolnummer Arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 A R R E S T

OMZENDBRIEF Nr. 161 (rev. 1)

(artikel 5, lid 2, van het Verdrag van 31 maart 1965, betreffende de instelling en het statuut van het Hof)

27 BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN DOOR DE COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BEZWAARSCHRIFTEN PERSONELE AANGELEGENHEDEN

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

Klachtenregeling Voor het primair en voortgezet onderwijs van de Stichting Het Rijnlands Lyceum

Publicatie : Numac :

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels;

GEMEENTE SLUIS KLACHTENREGELING GEMEENTE SLUIS. gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

Transcriptie:

Bron: Belgische wetgeving - FOD Justitie Gerechtelijk Wetboek HOOFDSTUK Vquater De gerechtelijke stage Art. 259octies.<Ingevoegd bij W 1998-12-22/47, art. 47, Inwerkingtreding : 02-08-2000> 1. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit voor elk gerechtelijk jaar het aantal vacante plaatsen van gerechtelijk stagiair voor de Nederlandse en voor de Franse taalrol. De Minister van Justitie benoemt de kandidaten die geslaagd zijn voor het vergelijkend toelatingsexamen tot het ambt van gerechtelijk stagiair en wijst het arrondissement aan waar de stage wordt doorgemaakt met voorrang volgens de rangschikking. De kandidaten die zich voor het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage inschrijven moeten, op het ogenblik van hun inschrijving, doctor of licentiaat in de rechten zijn en tijdens de periode van drie jaar voorafgaand aan de inschrijving gedurende ten minste een jaar als voornaamste beroepsactiviteit hetzij een stage bij de balie hebben doorlopen, hetzij andere juridische functies hebben uitgeoefend. De geslaagden voor het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage kunnen uiterlijk drie jaar na de afsluiting van het examen benoemd worden tot gerechtelijk stagiair. Onder geslaagden voor twee of meer vergelijkende toelatingsexamens voor de gerechtelijke stage, wordt voorrang verleend aan de geslaagden voor het vergelijkend examen waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum is afgesloten. De kandidaturen voor dit vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage moeten worden ingediend binnen een maand na de bekendmaking van de oproep tot de kandidaten in het Belgisch Staatsblad. 2. De stage die toegang geeft tot het ambt van lid van de zittende magistratuur of van magistraat van het openbaar ministerie heeft een duur van drie jaar. Zij behelst een theoretische opleiding bestaande uit een cyclus van cursussen georganiseerd (door het Instituut voor gerechtelijke opleiding), en een praktische vorming die verloopt in verschillende opeenvolgende stadia : <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> - van de 1e tot en met de 15e maand bij het parket van de procureur des Konings en/of van de arbeidsauditeur (...); deze periode omvat eveneens een maand in een administratieve dienst van een of meer parketten; <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

- (van de 16e tot en met de 21e maand in een strafinrichting, een politiedienst, (het federaal parket,) een kantoor van een notaris of van een gerechtsdeurwaarder, of in een juridische dienst van een openbare economische of sociale instelling, alle gevestigd binnen het Rijk of de Europese Unie;) <W 2001-06-15/34, art. 7, 085; Inwerkingtreding : 21-07-2001> <W 2001-06-21/42, art. 18, 091; Inwerkingtreding : 21-05-2002> - van de 22e tot en met de 36e maand in een of meer kamers van een rechtbank van eerste aanleg, van een arbeidsrechtbank of van een rechtbank van koophandel (...); deze periode omvat eveneens een maand in een of meer griffies. <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> (De parketjuristen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voormelde lid bepaalde eerste stadium. De referendarissen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voorgaande lid bedoelde derde stadium.) <W 2007-04-25/64, art. 43, 1, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> De gerechtelijk stagiair staat onder leiding van twee stagemeesters die met zijn opleiding zijn belast. Vooraf wijst de korpschef van het betrokken parket twee magistraten van het openbaar ministerie aan die de taak van eerste stagemeester voor het eerste en het tweede stadium zullen waarnemen. (De leden van het federaal parket kunnen niet tot stagemeester worden aangewezen.) Op dezelfde wijze worden door de voorzitter bij iedere rechtbank twee leden van de zittende magistratuur aangewezen die de taak van tweede stagemeester voor het derde stadium zullen waarnemen. <W 2001-06-21/42, art. 18, 091; Inwerkingtreding : 21-05-2002> (De stagemeesters moeten in de loop van het jaar volgend op hun aanwijzing een gespecialiseerde opleiding volgen die jaarlijks wordt georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> Na de 12e en voor het einde van de 21e maand van de opleiding dient de eerste stagemeester onverwijld bij de korpschef een uitvoerig verslag in omtrent het eerste en het tweede stadium van de opleiding. Een afschrift van dit verslag wordt door de procureur-generaal (...) overgezonden aan (de bevoegde evaluatiecommissie). <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> (Voor het einde van de 32e maand van de opleiding dient de tweede stagemeester onverwijld een uitvoerig verslag in bij de voorzitter van de rechtbank omtrent het derde stadium van de opleiding, die onverwijld een afschrift van dit verslag overzendt aan de bevoegde evaluatiecommissie. Indien nodig zendt de tweede stagemeester, op dezelfde wijze, een aanvullend verslag over omtrent de laatste vier stagemaanden.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> (Voor het einde van de 33e maand zendt de bevoegde evaluatiecommissie het omstandig eindverslag over aan de minister van Justitie en zendt een afschrift over aan de bevoegde voorzitter en eerste voorzitter.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> 3. De stage die toegang geeft tot het ambt van magistraat van het openbaar ministerie heeft een duur van 18 maanden.

Zij behelst een theoretische opleiding bestaande uit een cyclus van cursussen georganiseerd (door het Instituut voor gerechtelijke opleiding), en een praktische vorming die verloopt in verschillende opeenvolgende stadia : <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> - van de 1e tot en met de 12e maand bij het parket van de procureur des Konings en/of van de arbeidsauditeur (...); deze periode omvat eveneens een maand in een administratieve dienst van een of meer parketten; <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> - (van de 13e tot en met de 15e maand in een strafinrichting, een politiedienst (, het federaal parket) of in een juridische dienst van een openbare economische of sociale instelling, alle gevestigd binnen het Rijk of de Europese Unie;) <W 2001-06-15/34, art. 7, 085; Inwerkingtreding : 21-07-2001> <W 2001-06-21/42, art. 18, 091; ED : 21-05-2002> - van de 16e tot en met de 18e maand bij het parket van de procureur des Konings en/of van de arbeidsauditeur en/of van de krijgsauditeur. (De parketjuristen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voorgaande lid bedoelde eerste stadium.) <W 2007-04-25/64, art. 43, 2, 153; Inwerkingtreding : 01-12-2008> De gerechtelijk stagiair staat onder leiding van een stagemeester. (De stagemeesters moeten in de loop van het jaar volgend op hun aanwijzing een gespecialiseerde opleiding volgen die jaarlijks wordt georganiseerd door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> (De korpschef wijst bij ieder parket twee magistraten van het openbaar ministerie aan die de taak van stagemeester zullen waarnemen. De leden van het federaal parket kunnen niet tot stagemeester worden aangewezen. Vóór het einde van de 14e maand van de opleiding dient de stagemeester onverwijld een uitvoerig verslag in omtrent het eerste en het tweede stadium van de opleiding bij de korpschef, die onverwijld een afschrift van dit verslag overzendt aan de bevoegde evaluatiecommissie. Indien nodig zendt de stagemeester, op dezelfde wijze, een aanvullend verslag over omtrent de laatste vier stagemaanden.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> (Voor het einde van de 15e maand zendt de bevoegde evaluatiecommissie een omstandig eindverslag over aan de minister van Justitie en zendt een afschrift ervan naar de bevoegde korpschef en de procureur-generaal.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> 4. Vóór het einde van de 11e maand brengt de stagiair de eerste stagemeester op de hoogte van zijn keuze omtrent het verdere verloop van zijn stage met toepassing van 2 of van 3. De eerste stagemeester deelt dit mede aan de procureur-generaal, die het op zijn beurt meedeelt aan (de bevoegde evaluatiecommissie en) de Minister van Justitie. <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008>

(De stagiair moet voor het einde van de 11de maand van de stage een met redenen omkleed voorstel inzake de externe stage ter goedkeuring voorleggen aan de bevoegde stagecommissie.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> 5. (Zowel de stagiair vermeld in 2 als de stagiair vermeld in 3 ontvangt een afschrift van de stageverslagen. Indien de inhoud van een of meer verslagen ongunstig is, brengt de evaluatiecommissie advies uit, na de betrokkene te hebben gehoord. Van de inachtneming van dit voorschrift wordt melding gemaakt in het aan de minister van Justitie toegezonden verslag.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> 6. Wegens professionele ongeschiktheid of om ernstige redenen kan de Minister van Justitie de stage, op gemotiveerd advies van de korpschef en de bevoegde (evaluatiecommissie), vroegtijdig beëindigen, na de betrokkene te hebben gehoord, en met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De opzegtermijn gaat in na het verstrijken van de kalendermaand waarin de opzegging ter kennis wordt gebracht van de betrokkene. <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald> In dat geval is de betrokkene tijdens de opzegtermijn onderworpen aan het statuut van de tijdelijke ambtenaren bedoeld in de artikelen 8, 16 en 17 van het besluit van de Regent van 30 april 1947 houdende vaststelling van het statuut van het tijdelijk personeel. De stage kan om gegronde redenen worden geschorst door de Minister van Justitie, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de betrokkene. In geval van een onafgebroken schorsing of afwezigheid van meer dan een maand wordt de stage van rechtswege met eenzelfde termijn verlengd zonder dat deze verlenging meer dan een jaar kan bedragen in het kader van de stage bedoeld in 2 en zes maanden in het kader van de stage bedoeld in 3. (De twee vorige leden zijn niet van toepassing op de in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedoelde verloven met betrekking tot moederschapsbescherming, die worden gelijkgesteld met stageperiodes.) <W 2003-05-03/45, art. 21, 110; Inwerkingtreding : 02-06-2003> De Minister van Justitie kan de duur van de stage in een rechtbank of bij een parket met een of twee perioden van zes maanden verlengen wanneer bij het einde van respectievelijk de 36e maand of de 18e maand de benoeming van de stagiair niet kan plaatshebben bij gebrek aan een openstaande plaats waarvoor de stagiair in aanmerking komt voor benoeming. (Gedurende deze periodes, kan de stagiair een plaatsvervanging waarnemen.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : onbepaald, ten laatste op 02-02-2008> 7. De gerechtelijke stagiairs benoemd overeenkomstig 1 worden in die hoedanigheid in dienst genomen nadat zij de eed hebben afgelegd die bepaald is in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eed. De stagiair heeft niet de hoedanigheid van magistraat. (De stagiair heeft, voor de duur van de stage bij het parket van de procureur des Konings of voor de duur van de stage bij het parket van de arbeidsauditeur, de hoedanigheid van officier van

gerechtelijke politie, hulpofficier respectievelijk van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, maar mag in deze hoedanigheid niet optreden dan na aanstelling door de procureur-generaal.) <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; ED : 01-01-2004> Na 6 maanden stage kan hij door de procureur-generaal (...) worden aangesteld om het ambt van openbaar ministerie geheel of ten dele uit te oefenen, enkel voor de duur van de stage bij het parket van de procureur des Konings en/of van de arbeidsauditeur (...). <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In geval van stage als bedoeld in 2, kan de stagiair als griffier toegevoegd worden na 15 maanden stage overeenkomstig artikel 329. In geval van stage als bedoeld in 2, staat de gerechtelijk stagiair de rechter of de rechters bij uit wie de kamer van de rechtbank waarvoor hem dienstaanwijzing is verleend, is samengesteld. Hij woont de beraadslagingen bij, maar kan geen rechter vervangen. Deze dienstaanwijzingen worden ter kennis gebracht van de stagemeester bedoeld in 2 of 3, en van de respectieve korpschef. Het ambt van gerechtelijk stagiair is onverenigbaar met iedere andere bezoldigde betrekking. De Minister van Justitie kan evenwel op advies van de procureur-generaal (...), aan de belanghebbende toestemming verlenen tot het uitoefenen van de ambten bedoeld in artikel 294, eerste lid. <W 2003-04-10/59, art. 92, 107; Inwerkingtreding : 01-01-2004> 8. (De gerechtelijk stagiair ontvangt : 1 een wedde uitbetaald na vervallen termijn, berekend in de weddenschaal A11, die aan het personeel van de Staat wordt toegekend; 2 de in deze schaal voorziene tussentijdse verhogingen; 3 [1 de bijslagen, vergoedingen en bijkomende bezoldigingen die aan het personeel van de federale overheidsdiensten worden toegekend, in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor voornoemd personeel;]1 [1 4 een forfaitaire premie van 138 euro per daadwerkelijk in een parket van de procureur des Konings geleverde wachtdienst tijdens de nacht of tijdens de weekends of de feestdagen, voor zover hij op de rol van de wachtprestaties ingeschreven staat. Onder wachtdienst wordt een doorlopende dienst van twaalf uur verstaan tijdens dewelke betrokkenen bereikbaar en beschikbaar zijn, maar zich ook kunnen verplaatsen om prestaties te verrichten op een werkplaats. Het maximumbedrag van de premies voor de wettelijke stageperiode in het parket mag niet hoger zijn dan 1 794 euro. In geval van verlenging van de stage in een parket van de procureur des Konings mag het bedrag niet hoger zijn dan 1 196 euro per periode van zes maanden.]1 Bij de benoeming tot de stage, wordt de wedde vastgesteld door enkel een periode van één jaar in aanmerking te nemen die geldt als de ervaring vereist overeenkomstig 1, derde lid, als voorwaarde voor deelneming aan het vergelijkend toelatingsexamen tot de stage.

De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel is ook van toepassing op de wedde van de stagiair. Zij wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. De volledige wetgeving betreffende de sociale zekerheid van de werknemers, met uitzondering van die betreffende de jaarlijkse vakantie, is op de gerechtelijke stagiair toepasselijk.) <W 2007-01-31/30, art. 47, 146; Inwerkingtreding : 01-03-2007> ---------- (1)<W 2010-12-29/02, art. 17, 169; Inwerkingtreding : 10-01-2011>