INSTALLATIE- & GEBRUIKS HANDLEIDING
Aan onze klanten: 1. Beste klanten, lees deze handleiding aandachtig alvorens de zwembadwarmtepomp te installeren, dit kan anders leiden tot schade aan de warmtepomp, aan de installateur van de warmtepomp of tot een financieel verlies. 2. Het toestel mag enkel worden geïnstalleerd door opgeleid personeel van uw verdeler. U kan enkel aanspraak maken op de garantie als aan de volgende voorwaarden voldaan is: - de warmtepomp mag enkel geopend en onderhouden worden door een erkend installateur - de bediening en het onderhoud ervan moet worden uitgevoerd zoals vermeld in deze handleiding - bij herstellingen mogen enkel originele wisselstukken worden gebruikt De garantie op al onze ENRGY warmtepompen vervalt altijd wanneer niet aan bovenvermelde eisen wordt voldaan Het bedrijf is niet verantwoordelijk voor schade of verwondingen veroorzaakt door onjuiste installatie, verkeerd of onnodig onderhoud. 3. Indien je verdere technische ondersteuning wenst, gelieve contact te nemen met uw lokale verdeler. 4. Aandacht! 4.1 Alvorens de zwembadwarmtepomp te installeren, controleer of de lokale elektrische spanning overeenstemt met de werkingsspanning van de zwembadwarmtepomp. 4.2 Sluit alle elektrische componenten aan volgens de lokale wetgeving!!! 4.3 De aarding MOET altijd worden aangesloten in regel met de van kracht zijnde lokale wetgeving. 4.4 U vindt een elektrisch schema verder in deze handleiding terug 4.5 Uit veiligheidsoverwegingen raden wij U ten sterkste af om zelf wijzigen of herstellingen uit te voeren! Indien nodig contacteer uw lokale verdeler voor hulp. 4.6 Plaats geen voorwerpen in de zwembadwarmtepomp als die in werking is. Het zou de ventilator kunnen raken of schade aan andere onderdelen kunnen toebrengen. 4.7 Gebruik de warmtepomp niet indien de ventilatorrooster of het plaatwerk niet bevestigt zijn zoals het hoort, dit kan ongevallen of een abnormale werking van het toestel veroorzaken. 4.8 Indien de zwembadwarmtepomp helemaal onder water zou gestaan hebben, contacteer dan alstublieft onmiddellijk uw lokale verdeler. De zwembadwarmtepomp kan na grondige inspectie alleen worden opgestart door professionele techniekers van uw lokale verdeler. 4.9 Ongeschoolde techniekers zijn niet bevoegd om schakelaars, ventielen of controllers van de zwembadwarmtepomp aan te passen of te vervangen. 4.10 Uw ENRRGY-zwembadwarmtepomp verwarmt uw zwembadwater en houdt de temperatuur constant. 4.11 Om warmteverliezen te beperken raden wij U ten stelligste aan om uw zwembad te voorzien van een isolerend afdekzeil die de warmte in het zwembad houd als er niet wordt gezwommen, zou houdt U energieverbruik nog lager!
INHOUD 1. Prestatiegegevens en specificaties 1.1 Prestaties en eigenschappen 1.2 Systeemdiagram 1.3 Prestatiegegevens van de zwembadwarmtepomp 2. Installatie van de warmtepomp 2.1 Opmerkingen 2.2 Afmetingen van zwembadwarmtepomp Monobloc 2.3 Plaats van de zwembadwarmtepomp 2.4 Afstand van het zwembad 2.5 Installatie van de terugslagklep (check-valve) 2.6 Typische opstelling 2.7 Aansluiting by-pass 2.8 Elektrische aansluiting 2.9 Eerste opstart 2.10 Condensatie 3. Bedieningspaneel (LCD) 3.1 De functies van het bedieningspaneel 3.2 Functie instellen 3.3 Hoe stel ik de parameters in? 3.4 Status bekijken 3.5 Controleslot 4. Gebruik & Werking 4.1 Schets van Controller 4.2 Hoe start ik de warmtepomp op? 4.3 Hoe wijzig ik de functie? 4.4 Hoe controleer ik de parameterinstellingen, de gemeten waarden of de huidige status 4.5 Hoe wijzig ik de parameterinstellingen? 4.6 Klok instellen 4.7 Instellen van de timer 4.8 Hoe timer on of timer off annuleren 4.9 Klavier: vergrendelen & ontgrendelen 5. Beveiligingen 5.1 Flowswitch 5.2 Hoge- en lage drukbeveiliging op het koelgas 5.3 Temperatuurbeveiliging op de compressor 5.4 Automatische ontdooiing 5.5 Temperatuurverschil tussen inkomend en uitgaand water 5.6 Beveiliging warmtepomp bij lage buitentemperaturen 5.7 Vorstbeveiliging tijdens de winter 5.8 Fasebeveiliging bij 3-fase aansluiting 6. Richtlijnen 6.1 Chemie van het zwembadwater 6.2 Overwinteren van de zwembadwarmtepomp 6.3 Heropstarten na de winterperiode 6.4 Controle 7. Onderhoud en inspectie 7.1 Onderhoud 7.2 Oplossingen bij foutmeldingen 7.3 Overzicht foutmeldingen op display 7.4 Overzicht foutcodes op Protect 300 (enkel bij 3-fasige toestellen) 8. Elektrische schema s + koeltechnisch schema
1. Prestatiegegevens en specificaties 1.1 Prestaties en eigenschappen Hoge efficiëntie Met een COP-waarde tot 5.0 zijn onze warmtepompen zeer efficiënt als de warmte van de lucht op het water wordt overgezet. Je kan hiermee tot 80% energiekosten besparen ten opzichte van een elektrische warmtebron. Duurzaamheid De warmtewisselaar is gemaakt uit PVC en titanium buis die weerstaat aan blootstelling en aanraking van zwembadwater. Eenvoudig te bedienen De warmtepompen zijn eenvoudige te bedienen, je schakelt ze in en stelt de gewenste watertemperatuur in. Het systeem bevat een micro-computer controller die toelaat om alle operationele parameters in te stellen. De werkingsstatus kan worden weergegeven op de controller aan de hand van het LCD-scherm. 1.2 Systeem diagram - Warmtepompen gebruiken de gratis warmte die de zon geeft door deze te verzamelen en te absorberen uit de buitenlucht. Deze energie wordt dan samengedrukt in de compressor waarna de warmte in de warmtewisselaar wordt overgedragen op het water. Uw waterpomp doet het water circuleren door de warmtewisselaar, zo wordt uw water opgewarmd. De timer van de warmtepomp kan worden ingesteld zodat bv. uw warmtepomp elke dag in werking is van 9u tot 17u. Indien U over nachttarief beschikt kunt U de timer ook instellen om s nachts te werken. - De unit bevat een ventilator die de buitenlucht binnentrekt en over het oppervlak van de verdamper laat passeren (= energiecollector). Het vloeibare koelmiddel in de verdamperbatterij absorbeert de warmte uit de buitenlucht. Het vloeibare koelmiddel wordt dan gasvormig. - Het warme gasvormige koelmiddel passeert door de compressor, wordt samengedrukt waardoor de gas nog heter wordt. Het gasvormige koelmiddel is nu superwarm en passeert de condensor (warmtewisselaar). Het is hier dat de uitwisseling gebeurt van de warmte met het water gebeurt, het hete gas geeft namelijk zijn warmte af aan het koude zwembadwater die door de warmtewisselaar circuleert. - Het zwembadwater komt warmer, het koelmiddel koelt af en vloeit terug naar de condensorbatterij in vloeibare toestand en na het passeren van het capillair begint het hele proces opnieuw
1.3 Prestatiegegevens van de zwembadwarmtepomp - Meetcondities: water in 27 C/buitentemp. 24 C gemiddeld waterdebiet - Als er enige discrepanties worden gevonden in de bovenvermelde gegevens & op het kenplaatje van de warmtepomp zelf, aanzie dan datgene op de warmtepomp als het meest geupdate.
- Meetcondities: water in 27 C/buitentemp. 24 C gemiddeld waterdebiet - Als er enige discrepanties worden gevonden in de bovenvermelde gegevens & op het kenplaatje van de warmtepomp zelf, aanzie dan datgene op de warmtepomp als het meeste geupdate.
2. Installatie van de warmtepomp 2.1 Opmerkingen De fabrikant en verdeler leveren enkel de warmtepomp, andere onderdelen, zoals bv. een by-pass moeten door de gebruiker of installateur worden voorzien. Aandacht: Volg de onderstaande stappen als de warmtepomp wordt geïnstalleerd 1. Elke toevoeging van chemicaliën dient te gebeuren via de leidingen die gelokaliseerd zijn aan de benedenstroom van de warmtepomp. 2. Installeer een by-pass als de flow van de waterpomp de toegelaten flow door de warmtewisselaar met meer dan 20% overschrijdt. 3. Plaats de warmtepomp altijd op een vaste ondergrond en gebruik de trillingsdempers die je in de verpakking terugvindt om trillingen en overtollig lawaai te vermijden 4. Houd de warmtepomp altijd in de normale rechtstaande positie. Indien de warmtepomp toch in andere positie zou gestaan hebben, laat ze dan 24u rechtop staan alvorens ze op te starten. 2.2 Afmetingen van de zwembadwarmtepomp (Monobloc) Verticale series
Horizontale series
2.3 Plaats van de warmtepomp Het toestel zal goed werken op eender welke plaats indien de drie volgende factoren aanwezig zijn: 1. verse lucht - 2. Elektriciteit - 3. Zwembadfilterbuizen De warmtepomp mag praktisch overal buiten worden geïnstalleerd mits het respecteren van een minimumafstand tegen over ander objecten (zie schema hieronder) Voor binnenzwembaden: raadpleeg altijd eerst uw installateur! Het is geen enkel probleem om het toestel op winderige plaatsen te installeren, wat met bv. gasverwarmers wel het geval is (waakvlam) Aandacht: Plaats het toestel niet in een afgesloten ruimte met een beperkt luchtvolume waarin de uitgestoten lucht opnieuw zou worden gebruikt. Ook niet te dicht bij struiken en dergelijke, deze kunnen de inbreng van lucht blokkeren. Deze plaatsen belemmeren namelijk een continue toestroom van verse lucht, waardoor de efficiëntie vermindert en de adequate warmteopbrengst verhinderd wordt. Zie onderstaand schema voor de minimum afmetingen Voorzichtig! - Plaats je handen of andere objecten niet in de luchtuitlaat en/of ventilator. Dit kan schade toebrengen aan het toestel of verwondingen veroorzaken. - Indien er iets abnormaal wordt gevonden in de warmtepomp, zet de stroom af en contacteer uw installateur! - Het is sterk aan te raden een omheining rond de warmtepomp te plaatsen zodat kinderen er niet bij kunnen.
2.4 Afstand van het zwembad Normaal wordt de zwembadwarmtepomp geïnstalleerd binnen een straal van 7,5m rond het zwembad. Hoe verder de afstand van het zwembad, hoe groter het warmteverlies door de buizen. Gezien in de meeste gevallen het grootste gedeelte van de buizen zich onder de grond bevinden, is het warmteverlies minimaal voor afstanden tot 30m (15m van en naar de pomp = 30m in totaal) tenzij de grond nat of het waterniveau hoog is. Een ruwe schatting van het warmteverlies per 30m kan geschat worden op 0,6kW (2000BTU) voor elke 5 C verschil in temperatuur tussen het zwembadwater en de grond rond de buis, wat resulteert in een verlenging van de werkingstijd van 3% tot 5%. 2.5 Installatie van de terugslagklep (check-valve) Aandacht: bij het gebruik van automatische doseringssystemen voor Chloor en ph is het heel belangrijk om de warmtepomp te beschermen tegen te hoge concentraties van deze chemicaliën omdat die de warmtewisselaar kunnen aantasten. Daarom moeten dergelijke voorzieningen steeds worden aangebracht in de leidingen die zich NA de warmtepomp bevinden en is het aanbevolen om een terugslagklep te plaatsen om terugvloeiing tegen te gaan bij afwezigheid van watercirculatie. Schade aan de warmtepomp veroorzaakt door het niet in acht nemen van bovenvermelde aanbevelingen valt niet onder de garantie!
2.6 Typische opstelling * deze opstelling is louter demonstratief. 2.7 Aansluiting van de By-pass
2.8 Elektrische aansluiting Belangrijk! Hoewel de warmtepomp elektrisch geïsoleerd is van de rest van de unit zorgt dit er enkel voor dat er geen elektrische passage mogelijk is naar het zwembadwater. Aarding is nog altijd nodig om U te beschermen tegen kortsluitingen binnen het toestel. Voorzie dus zeker een aarding volgens de regels van de kunst. Controleer zeker ook de elektrische werkspanning van het toestel met de aanwezige elektrische spanning van het net zodat deze zeker overeenstemmen. We raden U aan om de warmtepomp op een aparte elektrische kring te plaatsen voorzien van een eigen zekering (C of D-curve). Hou zeker ook rekening met de sectie van de elektrische bekabeling zodat die zeker overeenstemt met de bestaande reglementering aangaande technische installaties. Voor horizontale modellen: maak het paneel rechts van de ventilator open Voor verticale modellen: maak het gebombeerde paneel aan de voorkant open Verbindt de elektrische draden met het klemmenblok gemarkeerd met Power Supply. Naast deze aansluiting bevindt zich een tweede blok met aansluitklemmen waar de filterpomp van het zwembad kan worden op aangesloten (max. 5A/230V). Deze aansluiting maakt het mogelijk om de werking van de filterpomp te laten sturen door de warmtepomp. Opmerking: voor de 3-fasige modellen kan het omwisselen van 2 fasen tot gevolg hebben dat elektrische motoren in de tegenovergestelde richting draaien met als gevolg mogelijke schade aan het toestel. Daarom is er een beveiliging ingebouwd die de stroom onderbreekt indien de aansluiting niet juist is. (foutcode EE04 verschijnt, 2 van de 3 fasen moet worden verwisseld)
2.9 Eerste opstart Opmerking: Om het zwembad (of spa) op te warmen moet de filterpomp werken om het water te laten circuleren door de warmtepomp. Zonder deze watercirculatie zal de warmtepomp niet opstarten. Nadat alle nodige aansluitingen gedaan en gecontroleerd zijn, dienen onderstaande stappen gevolgd te worden: 1. Zet de filterpomp aan. Controleer op lekken en vergewis U er van dat het water van en naar het zwembad stroomt. 2. Schakel de elektrische stroom aan en druk op de start/stop knop op de elektronische bediening. Het toestel zal opstarten nadat de tijdsvertraging voorbij is. 3. Controleer na enkele minuten of de lucht die uit het toestel wordt geblazen koeler is. 4. Controleer de werking van de flowswitch als volgt: terwijl de warmtepomp werkt, zet de filterpomp uit. Het toestel zou automatisch moet uitschakelen. Indien dit niet het geval is moet de instelling van de flowswitch worden aangepast. 5. Laat het toestel en de filterpomp 24u op 24u werken tot de gewenste watertemperatuur bereikt is. Op het ogenblik dat de gewenste temperatuur wordt bereikt zal het toestel zichzelf uitschakelen. De warmtepomp zal nu automatisch heropstarten (zolang de filterpomp in werking is) van zodra de temperatuur van het zwembadwater 1 graad onder geselecteerde temperatuur zakt. Afhankelijk van de aanvangstemperatuur van het zwembadwater en de temperatuur van de omgevingslucht zijn er bij de opstart meerdere dagen nodig om het zwembadwater op de gewenste temperatuur te brengen. Een goed isolerende afdekking van het water kan deze periode aanzienlijk inkorten. Flowswitch: De warmtepomp is uitgerust met een flowswitch die aanslaat wanneer er voldoende water door de warmtepomp stroomt en die afslaat wanneer het debiet te klein wordt (bvb. bij het afslaan van de filterpomp). Als de warmtepomp aanzienlijk hoger of lager gelegen is t.o.v. het zwembadwaterniveau is het mogelijk dat de installateur de flowswitch moet bijregelen. Tijdsvertraging: de warmtepomp is uitgerust met een ingebouwde startvertraging van 3 minuten om elektronica en elektrische contacten te beschermen. Na dit tijdsinterval zal het toestel automatisch heropstarten. Zelfs een korte stroomonderbreking zal deze vertraging activeren en dus verhinderen dat het toestel onmiddellijk start. Bijkomende stroomonderbrekingen tijdens deze vertraging hebben geen invloed op de 3 minuten durende aftelling.
2.10 Condensatie Als het zwembad wordt verwarmd door de warmtepomp, wordt de inkomende lucht sterk afgekoeld, dit kan er voor zorgen dat er zich condenswater ontwikkeld op de vinnen van de verdamper. Bij een hoge luchtvochtigheid kunnen dit zelfs meerdere liters per uur zijn. Dit kan soms verkeerdelijk als een waterlek geïnterpreteerd worden. 3. Bedieningspaneel (LCD) 3.1 De functies van het bedieningspaneel Scherm bij opstart In- of uitschakelen Warmtepomp Niet van toepassing Druk hier om mode te wijzigen Druk hier om parameters te bekijken of te wijzigen (enkel in stand-by) Stand-by mode, display toont buitentemperatuur + huidige mode
3.2 Functie instellen Druk M om de functie van het toestel te wijzigen (Auto, cooling, heating). Het toestel moet altijd uitgeschakeld zijn om de functie ervan te kunnen wijzigen! Gezien in onze regio zwembaden normaal gezien moeten verwarmd worden moet de functie in principe altijd op het zonnetje (heating mode) worden ingesteld. 3.3 Hoe stel ik parameters in? Als de warmtepomp in standby modus staat, druk op de SET knop om in het menu van de parameters te komen. Druk opnieuw op SET om de parameters van 00-10 in te stellen (zie Parametertabel) Het parametermenu 00-01 kan enkel worden gewijzigd door op of te drukken. Parameters 02-10 moeten eerst worden vrijgegeven door tegelijkertijd gedurende 3 tot 5 seconden op en te drukken tot je een biep hoort. Druk dan of om een instelling te wijzigen. Gegevens zullen binnen de 3 tot 5 seconden worden opgeslagen zonder dat er iets op het bedieningspaneel moet worden bevestigd. De display gaat automatisch terug naar het beginscherm. Parameter 02-10 mogen enkel aangepast worden door vakbekwame, erkende techniekers. Belangrijk: Als de warmtepomp in werking is kunnen de parameters enkel bekeken worden door op SET te drukken, ze kunnen NOOIT gewijzigd worden als de warmtepomp in werking is.
Hier volgt een overzicht van de parameters met hun standaardwaarden
De verschillende parameters van de warmtepomp kunnen via de display worden ingesteld. Stel de parameters in zoals hieronder aangegeven: Parameter Omschrijving Bereik Default Opmerking 00 Gewenste watertemperatuur in Koelmodus 8 28 C 12 C 01 Gewenste watertemperatuur in Verwarmingsmodus 15-40 C 40 C 02 Ontdooicyclus 30-90min 45 min 03 04 Verdampingstemperatuur setpunt om ontdooiing te starten Verdampingstemperatuur setpunt om ontdooiing te stoppen -30 0 C -7 C * 2-30 C 13 C 05 Maximale ontdooiingsduur 1 15min 8 min 06 Aantal compressoren in het systeem 1-2 1 07 Automatische herstart na stroompanne 0-1 1 (ja) 08 09 Type: Enkel Koelen 0 Verwarmen & Koelen 1 Verwarmen & Koelen +hulpverwarming 2 Enkel verwarmen Werking van de waterpomp: Waterpomp werkt altijd 0 Waterpomp werkt in samenwerking met warmtepomp 0-3 1 0-1 0 10 Gewenste watertemperatuur in auto mode 8-40 C 30 C Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker Aanpassing door technieker * - wordt niet getoond op de display, dit teken kan niet worden weergegeven. De waarde 1-30 staat voor -1 C tot - 30 C. Fabrieksinstelling 7 C staat dus eigenlijk voor -7 C. Parameter 01: dit is de enige parameter die van belang is voor de gebruiker. Alle andere parameters mogen alleen door de installateur worden aangepast indien hij dat nodig acht. 3.4 Status bekijken Als de warmtepomp in werking is kan je de verschillende parameters bekijken door te navigeren in de parameterlijst met en. Je kan zo bv. de temperatuur water-in/water-uit controleren, de condensortemperatuur en de omgevingstemperatuur. Gelieve er rekening mee te houden dat er niet langer dan 5 sec op de controller mag worden gedrukt of de controller zal terugkeren naar het hoofdscherm die de water-in en water-uit temperatuur weergeeft. Als de warmtepomp in stand-by modus is wordt op de display enkel de omgevingstemperatuur weergegeven. Opmerking: Standby betekent dat de warmtepomp elektrisch aangesloten is maar niet in werking is. Parameter 00-10 kan enkel gewijzigd worden onder standby status.
Omgevingstemperatuur Temperatuur water in/water uit Temperatuur Condensor 1 Temperatuur Condensor 2 3.5 Controleslot Controle slot Ongeacht of de warmtepomp standby of in werking is, druk tegelijkertijd gedurende 3 seconden op en. Alle knoppen zullen vergrendeld zijn en de display zal er uit zien zoals je hierboven in het voorbeeld kunt zien. Om te ontgrendelen druk je opnieuw tegelijkertijd gedurende 3 seconden op en.
4. Gebruik & Werking Voorbereidingen voor opstart A. Inspectie van de warmtepomp - controleer of er geen transportschade zichtbaar is aan de buitenkant van het toestel, vergeet ook beide wateraansluitingen niet aan een controle te onderwerpen - controleer of de ventilator geen enkel onderdeel van de warmtepomp raakt B. Inspectie van elektrische aansluitingen - controleer of de beschikbare spanning ter plaatse overeenstemt met de gevraagde spanning voor de warmtepomp, specificaties kan je in deze handleiding of op het label op de warmtepomp terugvinden. - Controleer of de elektrische kabels correct en stevig zijn aangesloten volgens het bijhorende elektrische schem - Correct aarden is vereist voor bescherming tegen elektrische schokken 4.1 Werking bedieningspaneel A B C D E F A = aan - & uitschakelen van de warmtepomp B = selectie van de mode (auto, koelen of verwarmen) C = navigatie voor wijziging parameters D = navigatie voor wijziging parameters E = parameters bekijken of wijzigen F = niet van toepassing 4.2 Hoe start ik de warmtepomp op? Eens aangesloten op stroom zal het bedieningspaneel de tijd weergeven. Dit betekent dat de warmtepomp standby is. Druk op om de de warmtepomp op te starten. De display zal de temperatuur van het inkomend water nu weergeven. 4.3 Hoe wijzig ik de functie? Druk op MODE knop om te kiezen tussen auto, heating of cooling. De gerelateerde indicator licht op naast het symbool aan de rechterzijde. 4.4 Hoe controleer ik de parameterinstellingen, de gemeten waarden of de huidige status In stand-by of in werking, druk of om de parameter 0-A te vinden, de gemeten waarden of de huidige status.
4.5 Hoe wijzig ik de parameterinstellingen? 1. zet de warmtepomp in STAND-BY 2. druk of tot je de gewenste parameter hebt gevonden 3. Druk nu en gelijktijdig in gedurende 5 seconden om de gewenste parameter te activeren. 4. De waarde van de parameter zal nu staan knipperen, nu kan je met of de waarde aanpassen zoals gewenst. 5. Raak nu gedurende 5 seconden geen enkele knop aan, de warmtepomp zal automatisch de wijziging in zijn geheugen opslaan, daarna hij automatisch terug naar de stand-by status 4.6 Klok instellen 1. In stand-by modus op drukken, de tijd zal op de display verschijnen en de uren staan te knipperen. 2. Druk opnieuw op om enkel de uren te doen knipperen 3. Nu kan je met de of het gewenste uur instellen 4. Druk nu nogmaals op om de minuten te wijzigen, opnieuw met of om de minuten in te stellen 5. Druk een laatste maal op om te bevestigen, de display keert nu automatisch terug in stand-by modus. 4.7 Instellen van de timer a) druk om de timer on functie te activeren, uren en minuten zullen samen staan knipperen b) druk opnieuw op de knop om de uren in te stellen via de of knoppen. c) druk nu opnieuw op de knop om de minuten in te stellen via de of knoppen. d) om te bevestigen opnieuw de i ndrukken en display zal automatisch naar stand-by status komen te staan. Het symbool van Timer On indicator zou nu groen moeten oplichten. e) Handel op dezelfde wijze om Timer Off functie in te schakelen maar gebruik in plaats van de knop, de knop. Opmerking: de Timer On en Timer Off functie kunnen samen of apart worden geselecteerd 4.8 Hoe timer on en timer off annuleren? Druk of om te activeren, het indicatielichtje zal nu staan knipperen, druk nu op de knop om de timer on of timer off functie te annuleren. 4.9 Klavier: vergrendelen & ontgrendelen Druk gedurende drie seconden gelijktijdig op of, het klavier is vergrendeld na het horen van de biep. Om het klavier opnieuw te ontgrendelen opnieuw gedurende 3 seconden op of drukken.
5. Beveiligingen 5.1 Flowswitch Om te verhinderen dat de warmtepomp, bij een stilstaande filterpomp (en er dus geen watercirculatie is), alleen maar het water zou opwarmen dat zich in de warmtepomp zelf bevindt, zal de flowswitch verhinderen dat de warmtepomp start. Deze beveiliging zorgt er ook voor dat de warmtepomp stilvalt indien de watercirculatie (=filterpomp) niet meer in werking is en er is dus geen watercirculatie meer is. 5.2 Hoge- en lage drukbeveiliging op het koelgas De hoge druk beveiliging zorgt er voor dat er geen schade aan de warmtepomp wordt toegebracht in geval van te hoge drukken van het koelmiddel. De warmtepomp zal automatisch worden stilgelegd om schade te voorkomen. De lage druk beveiliging zorgt er voor dat er geen schade aan de warmtepomp kan worden toegebracht in geval van de lage drukken van het koelmiddel. (bv. te weinig koelmiddel in het gesloten circuit). Ook hier wordt de warmtepomp automatisch stilgelegd. 5.3 Temperatuurbeveiliging op de compressor Deze beveiliging moet voorkomen dat de compressor oververhit zou geraken. 5.4 Automatische ontdooiing Als de lucht heel koud of vochtig is, bestaat de kans op ijsvorming aan de verdamper. Men ziet dan een dun laagje ijs verschijnen die bij verdere werking van de warmtepomp steeds dikker zal worden. Als de temperatuur op de verdamper te laag wordt, zal de automatische ontdooiing worden geactiveerd. Op dat ogenblik wordt de cyclus van de warmtepomp omgekeerd en zal gedurende een korte tijd het hete koelgas door de verdamper worden gestuurd waardoor deze heel snel ontdooid. 5.5 Temperatuurverschil tussen inkomend en uitgaand water Tijdens de normale werking van de warmtepomp zal het temperatuurverschil tussen het inkomend en uitgaand water 1 à 2 C bedragen. Indien de flowswitch niet werkt en het water stopt met circuleren zal de temperatuursonde voor het uitgaand water een steeds toenemende temperatuur waarnemen. Zodra het temperatuurverschil tussen het inkomend en uitgaand water meer dan 13 C bedraagt zal de warmtepomp automatisch uitgeschakeld worden. 5.6 Beveiliging warmtepomp lage watertemperatuur Indien tijdens afkoeling de temperatuur van het uitgaand water lager of gelijk wordt aan 5 C zal de warmtepomp stoppen tot wanneer de watertemperatuur opnieuw 7 C of hoger is. 5.7 Vorstbeveiliging tijdens de winter De beveiliging kan enkel worden ingeschakeld als de warmtepomp in STAND-BY modus staat. a) Eerste Vorstbeveiliging Als de filterpomp gestuurd wordt door de warmtepomp (ongeacht de waarde van parameter 9) e, als de temperatuur tussen 2 & 4 C ligt en de buitentemperatuur lager dan 0 C is, zal de filterpomp automatisch aangezet worden om te voorkomen dat het water zou beginnen bevriezen in de leidingen. De beveiliging wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur weer stijgt. b) Tweede Vorstbeveiliging Als de watertemperatuur nog lager zou zakken, bv. onder de 2 C bij langdurige vorstperiodes, zal de warmtepomp eveneens starten om het water op te warmen tot ongeveer 3 C. Wanneer deze temperatuur bereikt wordt, zal de warmtepomp stoppen maar blijft de eerste vorstbeveiliging actief tot ook aan die condities niet meer wordt voldaan.
c) Extra preventiemaatregelen! Tijdens winterperiode, wanneer de warmtepomp voor lange tijd uitgeschakeld blijft, dient het water van de warmtepomp en de buitenleidingen zoveel mogelijk verwijderd te worden!!! Op deze manier voorkomt U onherstelbare vorstschade aan de warmtepomp! 5.8 Fasebeveiliging bij 3-fase aansluiting Indien bij het aansluiten van de electriciteit de fasevolgorde niet juist is, zal deze beveiliging de stroomtoevoer onderbreken om mechanische vervormingen te voorkomen. Bij een correcte aansluiting dient op de Chiller of Protect 300-regelaar de groene LED op te lichten. Indien de fasen verkeerd zijn aangesloten zal het de warmtepomp weigeren op te starten en zal foutmelding EE04 op de Protect 300 verschijnen. Dan moet men de fasen verwisselen en de juiste volgorde respecteren alvorens het toestel opnieuw te activeren. Opmerking: Indien een beveiling 3 keer na elkaar wordt geactiveerd, zal de warmtepomp niet meer opstarten. Dan kan ze alleen opnieuw worden opgestart nadat de stroomvoer even werd onderbroken (+/- 10 sec.)
6. Richtlijnen 6.1 Chemie van het zwembadwater Er dient steeds bijzondere aandacht te worden besteed aan de chemische balans van het zwembadwater. De volgende waarden dienen ten allen tijde te worden gerespecteerd: Min Max ph 7,0 7,4 Vrije Chloor (ml/l) 0,5 1,2 TAC (mg/l) 80 120 Zout (g/l) 3 Belangrijk: bij het niet respecteren van deze limieten vervalt de garantie! Opmerking: door het overschrijden van een of meerdere limieten kan de warmtepomp onherstelbaar beschadigd worden. Installeer steeds toestellen voor waterbehandeling na de wateruitgang van de warmtepomp, zeker indien er automatisch chemische producten aan het water worden toegevoegd. Er moet eveneens een terugslagklep worden voorzien tussen de uitgang van de warmtepomp en deze toestellen. Op die manier wordt verhinderd dat bij stilstand van de filterpomp deze producten zouden terugvloeien tot in de warmtepomp. 6.2 Overwinteren van de zwembadwarmtepomp Belangrijk: het niet nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen voor de overwintering kan onherroepelijke schade veroorzaken waardoor de garantie kan veroorzaken De warmtepomp, filterpomp, filter en leidingen moeten beschermd worden in gebieden waar de temperatuur onder het vriespunt kan duiken. Verwijder al het water uit de warmtepomp zoals hieronder wordt omschreven: 1. Onderbreek de stroomtoevoer naar de warmtepomp volledig! 2. Sluit de watertoevoer naar de warmtepomp af door kranen 2 & 3 volledig te sluiten 3. Ontkoppel de wateraansluitingen aan de warmtepomp en laat het water wegvloeien (houd indien mogelijk de warmtepomp enkele ogenblikken schuin zodat alle water kan wegvloeien) 4. Koppel nu de wateraansluitingen opnieuw aan de warmtepomp om te vermijden dat er vuil in de leidingen zou komen Opmerking: Indien men gebruik wenst te maken van de ingebouwde vorstbeveiliging dienen deze voorzorgen niet genomen te worden 6.3 Heropstarten na de winterperiode Indien U uw voorzorgen voor de overwintering van de warmtepomp heeft genomen, dient U de volgende handelingen uit te voeren voor het heropstarten in de lente: 1. controleer eerst of er geen vuil in de leidingen is kunnen komen en of er structureel geen problemen zijn 2. controleer nauwkeurig of de wateraansluitingen goed aan de warmtepomp bevestigd zijn 3. start de filterpomp op om de watertoevoer naar de warmtepomp te voorzien + stel de by-pass opnieuw in 4. Zorg dat de stroomtoevoer naar de warmtepomp terug ingeschakeld is en zet de warmtepomp AAN
6.4 Controle De ENRGY zwembadwarmtepompen zijn ontwikkeld en gebouwd voor een lange levensduur indien zij op de juiste manier zijn geïnstalleerd en onder normale omstandigheden kunnen werken. Op regelmatige basis een controle uitvoeren is belangrijk om uw warmtepomp gedurende jaren veilig en efficiënt te laten werken. De volgende richtlijnen kunnen U hierbij helpen: 1. zorg voor een makkelijke toegang van het bedieningspaneel 2. houd de onmiddellijke omgeving van de warmtepomp vrij van eventueel groenafval 3. snoei de beplanting rond de warmtepomp geregeld om voldoende vrije aanzuigruimte te garanderen 4. verwijder eventuele watersproeiers uit de omgeving van de warmtepomp, zij kunnen de warmtepomp beschadigen 5. voorkom dat er regenwater van een afdakrechtstreeks op de warmtepomp terecht komt, voorzie dan ook de nodige afvoer ervan 6. gebruik de warmtepomp zeker niet indien zij onder water is komen te staan. Contacteer onmiddellijk een gekwalificeerd technicus om de warmtepomp te inspecteren en indien nodig te herstellen. 7. Onderhoud en inspectie 7.1 Onderhoud - controleer geregeld de watertoevoer en afvoer. U moet er voor zorgen dat er voldoende water en lucht in het systeem kan komen zo dat de goede werking ervan niet in het gedrang komt. U moet eveneens op regelmatige basis uw zwembadfilter reinigen om schade door filterblokkade te voorkomen. - er dient voldoende ruimte en ventilatie rondom het toestel te zijn. Reinig regelmatig de lamellen langs de zij- & achterkant van de warmtepomp om een goede warmte-uitwisseling te behouden en energie te besparen. - Controleer de werking van alle processen in het toestel en vooral de operationele druk van het koelcircuit. - Controleer regelmatig de stroomtoevoer en de kabelaansluitingen, controleer ook of er geen abnormale werking is en of er eventueel geen vreemde geur rond elektrische componenten hangt. Mocht dit zo zijn, gelieve deze tijdig te vervangen. - Zoals reeds eerder aangehaald in punt 6.2 moeten alle nodige voorzieningen worden getroffen voor het overwinteren van het toestel (aflaten van het water van de warmtepomp tegen bevriezing!) - Indien het toestel een lange tijd niet zal werken dient U ook al het water af te laten. Vooraleer U daarna het toestel opnieuw opstart moeten alle onderdelen worden gecontroleerd en het systeem volledig met water worden opgevuld alvorens het opnieuw aan te zetten. 7.2 Oplossingen bij foutmeldingen Verkeerde installatie kan een elektrische schok genereren die kan leiden tot de dood of ernstige verwondingen van de gebruikers, installateurs of anderen, of die beschadiging van eigendommen kan veroorzaken. PROBEER NIET om de interne configuratie van de warmtepomp te wijzigen! 1. Hou handen en haar weg van ventilatorschroeven om verwondingen te vermijden 2. Als U niet vertrouwd bent met uw filtersysteem en warmtepomp: a. Verricht geen aanpassingen of onderhoud zonder uw dealer of installateur te raadplegen b. Lees de volledige installatie- en gebruikshandleiding voordat U probeert het toestel te gebruiken, te gebruiken of aan te passen. Nota: schakel altijd de stroom uit alvorens U het toestel onderhoudt of herstelt!
Belangrijke opmerking: indien een storing niet onmiddellijk kan worden opgelost, kan uw installateur altijd met ons,enrgy HEATPUMP SYSTEMS, contact opnemen om samen het probleem te analyseren. Daarvoor moeten we wel het type warmtepomp en de foutmelding kennen die op uw display verschijnt. Om een correcte analyse te kunnen maken moet en we de waarden kennen van de instellingen van de warmtepomp (parameters 0 tot 9) en de waarden van de status van de warmtepomp (parameters A tot E) Zonder deze informatie kunnen we U niet verder helpen. Hou alstublieft deze informatie bij de hand als U contact met ons opneemt. Op de volgende pagina s kan je een overzicht terug vinden van alle mogelijke storing die zich kunnen voordoen samen met de richtlijnen om ze op te lossen. PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP WERKT NIET De display licht niet op Mogelijke oorzaak OPLOSSING 1. Geen elektrische stroomtoevoer 1. Stroomtoevoer nagaan (bekabeling, zekeringen, ) PROBLEEM DE WARMTEPOMP WERKT NIET WAARNEMING De display toont OFF en LED naast brandt niet MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING 1. Pomp staat in stand-by 1. Stroomtoevoer nagaan (bekabeling, zekeringen, ) PROBLEEM DE WARMTEPOMP WERKT NIET WAARNEMING De display toont OFF en LED naast brandt wel MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING 1. De ingestelde temperatuur is bereikt 1. Geen actie vereist, alles is normaal 2. De warmtepomp is nog niet gestart 2. Wacht tot de opstartvertraging gedaan is (+/- 3 minuten) PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP WERKT MAAR WARMT NIET Compressor draait, ventilator niet en de heating/defrost LED knippert MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING 1. De ontdooicyclus is bezig 1. Geen actie nodig, alles is normaal
PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP WERKT MAAR STOPT NA KORTE TIJD De display toont OFF Mogelijke oorzaak 1. Verkeerde instelling parameters OPLOSSING 1. Controleer de ingestelde parameters en pas aan indien nodig PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP WERKT NORMAAL, GEEN OF ONVOLDOENDE VERWARMING de display toont de temperatuur, geen foutmeldingen MOGELIJKE OORZAAK 1. Onvoldoende capaciteit van de warmtepomp voor de grootte van het zwembad 2. De compressor werkt maar de ventilator niet 3. De ventilator draait maar de compressor niet 4. Plaatsing van de warmtepomp is niet optimaal OPLOSSING 1. installeer een zwaarder model of voorzie een extra warmtepomp. Dek het zwembad af om de afkoeling te beperken 2. Elektrische verbinding nagaan van de ventilator. (evt. de condensator vervangen of de compressor) 3. elektrische verbinding nagaan van de compressor (evt. condensator of compressor vervangen) 4. Zorg voor voldoende luchtcirculatie (voor details zie handleiding) 5. Onjuiste temperatuursinstelling 5. Stel de juiste temperatuur in 6. by-pass niet afgeregeld 6. Laat de by-pass opnieuw afregelen door de installateur 7. Veel ijsvorming op de verdamper 7. Laat de instellingen van de automatische ontdooiing nakijken door uw installateur 8. Onvoldoende koelmiddel 8. Nazicht warmtepomp door koeltechnieker PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP WERKT NORMAAL, WATER KOELT AF IN PLAATS VAN OP TE WARMEN de display toont de temperatuur, geen foutmeldingen MOGELIJKE OORZAAK 1. Verkeerde mode ingesteld 2. Controller defect 3. De 4-wegklep is defect OPLOSSING 1. Controleer de parameters, selecteer de juiste mode (symbool zonnetje) 2. Elektrische verbinding naar de 4-wegklep op spanning controleren. Indien er geen spanning wordt gemeten de controller vervangen 3. Elektrische verbinding naar de 4-wegklep op spanning controleren. Indien probleem blijft, nazicht warmtepomp door koeltechnieker
PROBLEEM WAARNEMING DE WARMTEPOMP STOPT NIET De display toont de temperatuur, geen foutmelding MOGELIJKE OORZAAK 1. Verkeerde instelling parameters 2. Flowswitch defect OPLOSSING 1. Controleer de ingestelde parameters en wijzig indien nodig (instellingen net boven de capaciteit van de warmtepomp) 2. Je kan de werking van de flowswitch controleren de filterpomp stil te leggen en ze dan opnieuw op te starten. Als de warmtepomp hier niet op reageert moet de flowswitch vervangen worden 3. Elektrische storing 3. Contacteer uw installateur PROBLEEM WAARNEMING WATERLEK Er staat een hoeveelheid water onder de warmtepomp Mogelijke oorzaak OPLOSSING 1. Condensatie bij hoge luchtvochtigheid 1. Geen actie vereist 2. Waterlek 2. Probeer het lek te lokaliseren en ga na of er chloor in het water aanwezig is. Zo ja, leg de warmtepomp stil en contacteer uw installateur PROBLEEM WAARNEMING ABNORMAAL VEEL IJSVORMING AAN DE VERDAMPER Een groot deel van de verdamper is met ijs bedekt 1. Onvoldoende luchttoevoer 2. Hoge watertemperatuur MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING 1. Controleer of de warmtepomp voldoende vrije aanzuigruimte heeft, verwijder eventueel vuil op de ver damper 2. Hoe hoger de ingestelde watertemperatuur hoe groter de kans op ijsvorming. (vanaf 29 C of meer) Eventueel ingestelde temperatuur verlagen 3. Automatische ontdooiing verkeerd ingesteld 3. Controleer deze instelling samen met uw installateur 4. Defect van de 4-wegklep 4. Elektrische spanning op de 4-wegklep controleren. Als er effectief spanning wordt gemeten, de spoel vervangen. Als het probleem aanhoudt laten controleren door koeltechnieker 5. Onvoldoende koelmiddel 5. Nazicht warmtepomp door koeltechnieker
7.3 Overzicht foutmeldingen op display Display Probleem Controleer Oplossing PP01 Temperatuursensor inkomend water 1. Controleer de connectie 2. Kijk of de sensor kapot is 1. Herstel de connectie 2. Vervang de sensor PP02 Temperatuursensor uitgaand water 1. Controleer de connectie 2. Kijk of de sensor kapot is 1. Herstel de connectie 2. Vervang de sensor PP03 Persgastemperatuur te hoog 1. Controleer de connectie 2. Kijk of de sensor kapot is 1. Herstel de connectie 2. Vervang de sensor PP05 Buitentemperatuursensor 1. Controleer de connectie 2. Kijk of de sensor kapot is 1. Herstel de connectie 2. Vervang de sensor PP06 Temperatuurverschil tussen WATER IN & WATER OUT te groot (bescherming) 1. Opstopping in watercircuit? 2. Voldoende waterdebiet? 3. Werking waterpomp? 1. Controleer leidingen/filter 2. Hoger debiet of flowswitch 3. Herstel of vervang waterpomp PP07 Te lage watertemperatuur bij afkoelen 1. Onvoldoende waterdebiet 2. Sensor Water Out defect 1. Controleer de doorstroming 2. Sensor vervangen PP07 1 e winterbeveiliging actief 1. Te lage water-/luchttemp. 1. Geen actie vereist PP07 2 e winterbeveiliging actief 1. Te lage water-/luchttemp. 1. Geen actie vereist EE03 Defect flowswitch 1. Correct aangesloten? 2. Pijl juiste richting? 3. Voldoende debiet? 4. Werkt de waterpomp? 5. Flowswitch kapot? 1. Op juiste klemmen aansluiten 2. Montage mee met waterstroom 3. Debiet verhogen 4. Herstel of vervang waterpomp 5. Herstel of vervang flowswitch EE04 Hoge/Lage drukbeveiliging & fasecontrole 1. Controleer lage druk switch 2. Controleer hoge druk switch 3. Opstopping in watercircuit 4. Controleer koelmiddellek (LD) 5. Verstopping in koelcircuit?(hd) 1. Herstel of vervang de switch 2. Herstel of vervang de switch 3. Controleer leidingen/filter 4. Nazicht door koeltechnieker 5. Nazicht door koeltechnieker EE05 Temperatuurverschil tussen WATER IN & WATER OUT te groot (defect) 1. Voldoende waterdebiet? 2. Check water in/uit sensoren 1. Hoger debiet of flowswitch 2. Vervang kapotte sensor EE08 Communicatiefout 1. controleer de connectie 1. Herstel de connectie Opmerking: Nadat de warmtepomp start pas op ongeveer één minuut nadat de waterpomp is opgestart.
7.4 Overzicht foutcodes op Protect 300 (enkel bij 3-fasige toestellen) Probleem Display Protect 300 - code Systeem 1 Lage drukbeveiliging Systeem 1 Hoge drukbeveiliging Systeem 1 Hoogspanningsbescherming Systeem 1 Anti-vries koelmiddelbescherming Systeem 1 Persgastemperatuur te hoog Systeem 1 Bescherming tegen koelmiddellek Systeem 1 Defect koelmiddel temperatuursensor in Systeem 1 Defect koelmiddel temperatuursensor uit Systeem 1 Defect sensor persgastemperatuur Systeem 2 Lage drukbeveiliging Systeem 2 Hoge drukbeveiliging Systeem 2 Hoogspanningsbescherming Systeem 2 Anti-vries koelmiddelbescherming Systeem 2 Persgastemperatuur te hoog Systeem 2 Bescherming tegen koelmiddellek Systeem 2 Defect koelmiddel temperatuursensor in Systeem 2 Defect koelmiddel temperatuursensor uit Systeem 2 Defect sensor persgastemperatuur Verkeerde fase of gebrek van fase EE01 3.0 EE01 6.0 EE01 5.0 EE01 1.0 EE01 4.0 EE01 2.0 EE01 7.0 EE01 8.0 EE01 9.0 EE02 0.3 EE02 0.6 EE02 0.5 EE02 0.1 EE02 0.4 EE02 0.2 EE02 0.7 EE02 0.8 EE02 0.9 EE04 E.E
8. Elektrische schema s + koeltechnisch schema WBR-9.5 HB/ WBR-12.5 HB/WBR-14.0 HB
WBR-14.0 HB/ WBR-17.0 HA Elektrisch Schema
WBR-17.0 HA/ WBR-17.0 HAS/ WBR-21.0 HAS/ WBR-26.0 HAS Elektrisch schema CHILLER 300
WBR-35.0 HAS/ WBR-45.0 HAS/ WBR-50.0 HAS Elektrisch schema
WBR-90.0 HAS/ WBR-135.0 HAS/ WBR-158.0 HAS Elektrisch schema
Koeltechnisch schema